CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 - Beleidsnotitie Wmo 'Samen zorgen en samen (mee)doen'.pdf

Gemeenteraad GHG 28 september 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 17: Herijking Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardinxveld-Giessendam - Raadsvoorstel7.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente

Hardinxveld-Giessendam Beleidsnotitie Wmo 'Samen zorgen en samen (mee)doen'

In het kort  Maatschappelijke ontwikkelingen vragen om anders kijken naar ondersteuning  Normaliseren, stimuleren zelfredzaamheid en beweging naar de voorkant  De Wmo levert een vangnet voor onze meest kwetsbare inwoners  Eén verordening voor het totale pakket aan Wmo-voorzieningen  Keuzes zijn in de toekomst onvermijdelijk: wie heeft er écht zorg nodig? 1.

INLEIDING

1.1 Lokale kaderstelling In december 2020 stelde de gemeenteraad onze Lokale visie sociaal domein vast. De visie geeft weer hoe de gemeente naar haar inwoners kijkt en welke kansen en mogelijkheden zij ziet om de inwoner te ondersteunen bij datgene wat de inwoner nodig heeft. Met ingang van 1 januari 2022 is de Drechtraad opgeheven en de GR Drechtsteden omgevormd tot de GR Sociaal. Met de transitie naar de GR Sociaal is de raad in positie gebracht om te besluiten over de lokale kaderstelling. Met deze wijziging in governance is de inhoudelijke sturing van de gemeenten op de GR versterkt, en komt er middels lokale kaderstelling ruimte voor gemeente specifiek maatwerk in het beleid en de uitvoering van belangrijke wetten als de Participatiewet en de Wmo. Hierdoor kunnen we, vanuit onze visie, de lokale uitvoering nauwer laten aansluiten op wat nodig is voor onze inwoners. De Sociale Dienst Drechtsteden heeft voor de herijking van de Wmo een neutrale notitie opgesteld waarin de voorzieningen van het Wmo-beleid zijn beschreven.1 In de notitie is een weergave opgenomen van de keuzeopties die van toepassing zijn bij de herijking. Als vervolg is door de Sociale Dienst Drechtsteden een vervolgnotitie 2 geschreven. Deze notitie is opgesteld samen met de gemeenten, maar gaat nog niet in op onze specifieke lokale context.

Om deze reden hebben wij voor u een beleidsnotitie opgesteld die gelezen moet worden als de lokale kaderstelling voor integraal Wmo-beleid, als opbrengst van deze herijking. 1.2 Inleiding De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is een van de wetten in het landschap van zorg en ondersteuning in Nederland. In de Drechtsteden is de uitvoering van de Wmo belegd op verschillende niveaus. Beschermd wonen en Opvang wordt georganiseerd door de Centrumgemeente en valt buiten de scope van de herijking. De maatwerkvoorzieningen worden geïndiceerd en ingekocht door de Sociale Dienst Drechtsteden in mandaat van de zeven Drechtsteden. De organisatie, bekostiging en toegang tot de algemene voorzieningen wordt door de gemeenten zelf geregeld. De achterliggende jaren hebben we gezien dat het belangrijk is om deze verschillende vormen van ondersteuning op elkaar af te stemmen, om de dienstverlening en ondersteuning voor onze inwoners toegankelijk te houden. Vanaf heden wordt dan ook het totale pakket aan maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen in de gemeente vastgelegd in één verordening. Dit is helpend om tot integraal maatwerk voor de cliënt te komen in de dagelijkse uitvoeringspraktijk van het sociaal team en de consulenten van de Sociale Dienst Drechtsteden. In de herijking van het Wmo-beleid moeten we belangrijke ontwikkelingen binnen het zorglandschap meenemen.

Deze zijn van invloed op de uiteindelijke uitvoering en het gebruik van Wmo-voorzieningen. In de eerste plaats signaleren we een groeiende vraag naar ondersteuning, als gevolg van de dubbele vergrijzing, de beweging 'langer thuis wonen' en een toename van het aantal inwoners met psychische klachten. Ten tweede hebben we te maken met krapte op de arbeidsmarkt. In de derde plaats zien we een uitdaging op financieel vlak. Naast de groeiende vraag naar ondersteuning, stijgen ook de tarieven en kostprijzen van ondersteuning. Dit vindt plaats terwijl we geconfronteerd worden met steeds krapper wordende rijksbudgetten in het sociaal domein. De maatschappelijke ontwikkelingen vragen erom kritisch te zijn op de indicatiestelling voor ondersteuning en keuzes durven maken. Die keuzes zijn in de eerste plaats aan de landelijke politiek, maar ook als gemeente en als inwoner hebben we een opdracht. Met elkaar moeten we er voor zorgen dat de ondersteuning nog bij die mensen terecht komt die het echt nodig hebben. De Verordening is een vertaling van het beleid dat een gemeente voert met betrekking tot de maatschappelijke ondersteuning in het geheel (artikel 2.1.2 van de WMO). De lokale Visie Sociaal Domein is ons belangrijkste richtinggevende kader voor dit beleid.

Belangrijke uitgangspunten vanuit onze visie zijn normaliseren, het meedoen naar vermogen en het stimuleren van de eigen kracht en het eigen netwerk (zie verder 2.3). Deze uitgangspunten vinden aansluiting op de centrale doelstelling van de Wmo, namelijk het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van onze inwoners. 1 2

Startnotitie herijking Wmo Vervolgnotitie herijking Wmo

2.

LOKALE CONTEXT

2.1 Doelgroep De Wmo is er voor mensen met een (chronische) ziekte of beperking en ouderen die thuis wonen. In HardinxveldGiessendam zien we dat 79% van de huishoudens zich redt zonder zorg en ondersteuning. Door het landelijke beleid van 'langer thuis wonen' zien we al jaren dat de doelgroep groeit. Op dit moment is bijna 1/5 deel van onze inwoners 65 jaar of ouder. In 2040 is dit meer dan een kwart. Een groot deel van onze seniore bevolking redt zich zelfstandig, maar de zorgvraag neemt toe met de leeftijd. Daarnaast weten we dat 30% van onze inwoners leeft met minimaal 1 chronische ziekte. De meesten kunnen daarmee goed leven, maar 4% geeft aan hierdoor ernstig beperkt te worden in het dagelijks leven. Juist aan deze kwetsbare groep willen we goede zorg en ondersteuning kunnen blijven leveren. Voor lokale cijfers over het gebruik van de Wmo verwijzen we naar bijlage 1. 2.2 Context van voorzieningen In de verordening beschrijven we algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De maatwerkvoorzieningen wordt uitgevoerd door de GR Sociaal en de algemene voorzieningen zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf.

De Wmo omschrijft een algemene voorziening als volgt: "algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning". Algemene voorzieningen zijn dus in beginsel vrij toegankelijk. We doen daarvoor geen uitgebreid onderzoek. Het is wel mogelijk om voor sommige voorzieningen een specifieke doelgroep te benoemen en door middel van een lichte toets te beoordelen of de inwoner behoort tot de doelgroep van de voorziening. De grootste algemene voorzieningen in onze gemeente zijn het sociaal team en welzijnsorganisatie Servanda. De maatwerkvoorziening wordt in de wet als volgt omschreven: "maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen". Dit betekent dat maatwerkvoorzieningen alleen toegankelijk zijn op basis van een voorafgaande indicatie. De "toegangsregels" worden grotendeels vanuit de wet bepaald en staan beschreven in de verordening.

Omdat het sociaal maatschappelijk domein in Hardinxveld-Giessendam breder is dan de voorzieningen zoals opgenomen in de verordening, geven we hieronder een beeld (afbeelding 1) van de voorzieningen in Hardinxveld-Giessendam die, hoewel niet allemaal in de verordening en deze notitie genoemd, een belangrijke rol spelen in het lokale zorgnetwerk en ondersteunend zijn aan het totale aanbod in Hardinxveld-Giessendam. Zo wordt er in Hardinxveld-Giessendam door bijvoorbeeld kerken en verenigingen ook veel georganiseerd zonder dat daarvoor een subsidierelatie is aangegaan. Deze voorzieningen vervullen minstens een zo belangrijke rol en functie in de gemeente. Deze voorzieningen worden soms ook aangeduid met 'georganiseerd voorveld'. Afbeelding 1. Maatschappelijk veld in Hardinxveld-Giessendam

2.3 Beleidskader

-2-

Voor de ontwikkeling van beleid hebben we zowel op regionaal als lokaal niveau een aantal richting gevende documenten. De Sociale Dienst Drechtsteden baseert haar advies op de regionale visie sociaal domein Drechtsteden. Op lokaal niveau gaan we uit van de Lokale visie sociaal domein en het coalitieakkoord 2022-2026. De Lokale visie sociaal domein geeft weer hoe de gemeente naar haar inwoners kijkt en welke kansen en mogelijkheden zij ziet om de inwoner te ondersteunen bij datgene wat de inwoner nodig heeft. De visie dient als een paraplu voor het beleid in het sociaal domein. In Hardinxveld-Giessendam gaan we zo veel mogelijk uit van de eigen kracht en verantwoordelijkheid van onze inwoners. We zetten in op normaliseren en accepteren, dat wil ook zeggen 'goed is goed genoeg'. We vinden het belangrijk om te investeren in preventie en vroegsignalering. Investeren in preventie is goed vanuit perspectief van de inwoner (voorkomen van problemen of zware zorg), vanuit financieel perspectief (minder beroep op zware en dus duurdere zorg) en van de samenleving als geheel (maatschappelijke kosten blijven beheersbaar). We bieden ondersteuning en maatwerk aan hen die het echt nodig hebben. Dat is niet alleen een ambitie, maar ook een plicht.

Vanuit artikel 19 van het VN-verdrag Handicap hebben alle personen met een handicap het recht ten volle deel uit te maken van, en te participeren in de maatschappij. Ondersteuning en faciliteiten dienen voor hen beschikbaar te zijn, afgestemd op hun behoeften. In het coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen dat we goede zorg voor jong en oud dichtbij realiseren. Dit betekent dat huisartsen en andere zorgverleners de oren en ogen op het gebied van zorg zijn. Samen zorgen we voor een goede informatievoorziening en onderlinge verbindingen tussen zorgorganisaties, zodat passende zorg bij de inwoner terecht komt. Ook is opgenomen dat we oog hebben en houden voor de draagkracht van de samenleving. Daarnaast is een belangrijk punt in het coalitieakkoord dat we ons inspannen om de kosten beheersbaar te houden, zonder dat de zorgverlening aan inwoners onder druk komt te staan. In het licht van de groeiende vraag en kostenstijgingen op de Wmo is dit een zeer actueel punt. 2.4 Doel Als we de kaders uit de Visie sociaal domein, het coalitieakkoord 2022 – 2026 en de Wet maatschappelijke ondersteuning vertalen naar het beleidsdoel voor het lokale Wmo-beleid dan komen we tot onderstaand kader: We gunnen onze inwoners dat zij zo lang en zo zelfstandig mogelijk thuis kunnen blijven wonen én mee kunnen doen. Soms met netwerkondersteuning of uiteindelijk professionele zorg.

Het Wmo-beleid biedt een passend vangnet voor onze meest kwetsbare inwoners. We bekijken een hulpvraag met een open vizier en onderzoeken de vraag van de inwoner in de breedte. We gaan hierbij zo veel mogelijk uit van de eigen kracht van de inwoner en haar/zijn omgeving. Het helpt inwoners om dat wat zij zelf (nog) kunnen doen, zo lang mogelijk te blijven doen. Als gemeente stimuleren we de samenwerking tussen de Wmo en het georganiseerde voorveld en benutten we de krachten van onze lokale gemeenschap. Alleen zo kunnen we in de toekomst zorg blijven leveren aan die inwoners die echt afhankelijk zijn van zorg. 2.5 Richting de toekomst We hebben te maken met een toenemende zorgvraag én een toenemende schaarste van ondersteuningsaanbod. Om zorg in de toekomst beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare groep, willen we met de herijking van het kaderbeleid Wmo uiting geven aan een aantal bewegingen: a. Normaliseren van zorg Het normaliseren richt zich op de gedachte dat de levensfase (van het ouder worden of het leven met een chronische beperking) niet automatisch als hulpfase wordt bestempeld, maar als een fase waaraan je je moet aanpassen. (Extra) zorg is niet per definitie de oplossing voor een probleem. In het onderzoeken van de ondersteuningsvraag wordt aan de voorkant vastgesteld "wanneer is goed, goed genoeg".

Als de ondersteuningsvraag kan worden opgelost door activiteiten die de inwoner zelf kan ondernemen, of met ondersteuning vanuit het sociale netwerk, wordt geen voorziening ingezet. b.

Focus op zelfredzaamheid en participatie De focus wordt verlegd naar 'wat kan de inwoner (nog) wel?'. Dit betekent concreet dat er enerzijds meer van de inwoner en de samenleving gevraagd wordt. Er wordt een groter beroep gedaan op wat iemand (weer) zelf kan (leren), of wat de omgeving kan bijdragen. Anderzijds is ook bekend dat een grotere mate van zelfredzaamheid en eigen regie ook zorgt voor een positievere beleving van gezondheid. Inwoners weten zelf vaak het beste wat ze kunnen en willen. Iemand is niet langer "cliënt", maar voelt zich weer inwoner van de gemeente. We stimuleren de eigen kracht van inwoners en hun netwerk. We sluiten aan bij de draagkracht en nemen verantwoordelijkheid en regie die inwoners zelf hebben niet over.

c.

Wmo-naar-de-voorkant De "WMO naar de voorkant" heeft betrekking op het benutten van een laagdrempelig lokaal zorgaanbod voorafgaand aan een eventueel beroep op de WMO. Inhoudelijk gezien zorgt deze beweging ervoor dat de gemeente beter in staat is om goed aan te sluiten op de vraag van de inwoner, vanwege de nabijheid en het kennen van de lokale context. Door voorzieningen in het sociaal team en het lokale veld te positioneren, kan de verbinding met het sociale netwerk en lokale partijen sneller gezocht en geborgd worden. Door het aanbod op deze manier in te richten kunnen we voorkomen dat er onnodig wordt opgeschaald, maar kunnen we ook sneller afschalen binnen het lokale netwerk. Hiermee houdt de gemeente meer eigen regie over de ondersteuning die

-3-

geboden wordt. Daarnaast wordt door eerder lichte hulpverlening te bieden (preventie), in sommige situaties voorkomen dat zwaardere hulpverlening nodig is. 3.

BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN WMO-BELEID

De verordening maatschappelijke ondersteuning is het technisch juridische kader voor de lokale uitvoering van de Wmo 2015. Om de beweging (2.5) te stimuleren stellen we wijzigingen in de verordening voor op drie onderdelen: de toegang tot ondersteuning, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. In deze notitie worden de wijzigingen bij de verschillende onderdelen toegelicht. In de nieuwe verordening wordt tevens een reeks aan technische (tekstuele) wijzigingen in de verordening doorgevoerd. Die zijn terug te vinden in de was-wordt tabel in de Vervolgnotitie en lichten we hier verder niet toe. 3.1 De toegang tot ondersteuning Inwoners kunnen hun hulpvraag via diverse kanalen bij de gemeente kenbaar maken. De afgelopen jaren hebben we in de toegankelijkheid en vindbaarheid van Wmo-ondersteuning geïnvesteerd. Op twee dagdelen in de week zijn er klantcontactmedewerkers van de SDD aanwezig in het gemeentehuis. Inwoners kunnen zonder afspraak binnen lopen. Daarnaast is het sociaal team iedere werkdag bereikbaar via het algemene telefoonnummer van de gemeente. Ook kunnen inwoners voor ondersteuning vanuit de Wmo het hoofdkantoor van de SDD bellen of een formulier invullen via de website. Ongeacht de route waarop een hulpvraag binnenkomt, is het van belang dat verwijzers het georganiseerde voorveld goed kennen in onze gemeente. Onderdeel Toegang tot algemene voorzieningen

Wijziging In de huidige verordening staat niets beschreven over de toegang tot de algemene voorzieningen. In de nieuwe verordening nemen we op dat inwoners zich voor een algemene voorziening direct kunnen melden bij de aanbieder 3 van de ondersteuning. Hiermee wordt het verschil tussen de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen duidelijk verwoord in de verordening.

Toegang tot maatwerkvoorzieningen

Het proces voor de toegang tot maatwerkvoorzieningen is in de wet vastgelegd en geregeld. Hier kunnen we niet van afwijken. De toegang is in hoofdstuk 2 van de verordening uitgewerkt en beschrijft het proces van melding tot besluit over de toekenning. Voor het proces rondom herindicaties passen we een wijziging toe. We nemen in de verordening op dat wanneer de inwoner en de ondersteuningsvraag voldoende bekend zijn bij de Wmo, kan het brede onderzoek worden overgeslagen en kan de melding worden beschouwd als aanvraag. Dit voorkomt dat inwoners onnodig hun verhaal (opnieuw) moeten doen en dat in situaties waarin de uitkomst al voor de hand ligt, er geen onnodige tijd verstrijkt om een besluit te nemen. Dit verlaagt de belasting bij inwoner en mantelzorger.

Integrale afweging bij bepaalde hulpvragen

In de nieuwe verordening nemen we expliciet op dat er integrale afstemming plaats vindt tussen de consulent van de Sociale Dienst en het sociaal team bij bepaalde hulpvragen. Als het gaat om een lichte ondersteuningsbehoefte of dienstverlening (individuele begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke ondersteuning en/of logeeropvang) neemt de consulent contact op met het sociaal team voor de verkenning van (deel)mogelijkheden in het voorliggend veld. Dit versterkt de beweging naar de voorkant, om te zien of lichtere vormen van ondersteuning ook toereikend kunnen zijn.

3.3 Algemene voorzieningen Onderdeel Wijziging Algemene voorzieningen We beschrijven in de verordening een aantal categorieën algemene voorzieningen die aanwezig zijn in onze gemeente. De algemene voorzieningen in de verordening worden omschreven naar hun doelstelling zonder het benoemen van specifieke uitvoeringsorganisaties. Onafhankelijke cliëntondersteuning Ambulante ondersteuning Dagactiviteiten met lichte ondersteuning Vervoersvoorzieningen Mantelzorgondersteuning 3

Voorwaarde is dat het college zich via een overeenkomst, subsidie of anderszins verbonden heeft aan de aanbieder. Voorzieningen waaraan het college zich niet verbonden heeft, vallen buiten de bepalingen voor algemene voorzieningen in de verordening.

-4-

De voorzieningen zijn indicatievrij. Algemene voorzieningen zijn belangrijk binnen ons voorveld en voor de beweging 'Wmo naar de voorkant'. We stimuleren benutting ervan om maatwerkvoorzieningen te voorkomen. Door ze in de verordening te noemen, maken we duidelijk dat er alternatieven beschikbaar zijn als we geen maatwerkvoorziening willen verstrekken. Eigen bijdrage algemene voorzieningen

We nemen de mogelijkheid op dat een eigen bedrage gevraagd kan worden voor het gebruik van de voorziening (een 'kan-bepaling'). Vooralsnog vragen we geen feitelijke eigen bijdrage voor algemene voorzieningen. Laagdrempelige toegang verhoogt het gebruik van ondersteuning en werkt preventief. Daarnaast passen we waar nodig liever een lichte toegangstoets toe om te bepalen dat alleen mensen die écht ondersteuning nodig hebben, ondersteuning ontvangen. Bij eventuele stijgende kosten of ontstane wachtlijsten kan een heroverweging gedaan worden.

Eigen bijdrage gebruikskosten algemene voorzieningen

We nemen de mogelijkheid op dat de aanbieder van een algemene voorziening (zoals de buurtkamers van Servanda, Fien Wonen of seniorenverenigingen, Alzheimer café) aan de inwoner een bijdrage voor de kosten kan vragen voor de kosten van bijvoorbeeld een kop koffie, maaltijd of uitstapje.

3.4 Maatwerkvoorzieningen Met betrekking tot de maatwerkvoorzieningen wijzigen we de verordening op een aantal punten. Een aantal wijzigingen hebben betrekking op de eigen bijdrage bij maatwerkvoorzieningen. Onderdeel Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen

Wijziging De huidige eigen bijdrage voor het gebruik van maatwerkvoorzieningen (abonnementstarief) is op grond van de Wet € 19 per maand. Gemeenten kunnen deze bijdrage niet verhogen, enkel verlagen. We hanteren de eigen bijdrage op grond van de wet. Verlaging van de bijdrage heeft een aanzuigende werking. Hierdoor zou de ondersteuning aan mensen die het écht nodig hebben verder in het gedrang kunnen komen. Kwetsbare inwoners met lage inkomens kunnen wanneer nodig gebruik maken van minimaregelingen om de kosten te drukken. Op dit punt wordt dus niks gewijzigd.

Eigen bijdrage Collectief vervoer (Drecht- en Wijkhopper) – gelijk trekken tarieven OV

Gebruikers van de Drechthopper/Wijkhopper betalen een vast start-tarief en km-tarief. We stellen de eigen bijdrage gelijk aan het OV-tarief. Het start-tarief wordt verhoogt van €0,60 naar €1,08 en het km-tarief van €0,13 naar €0,18. Het vervoer blijft daarbij toegankelijk voor een (financieel) kwetsbare groep, maar kan een verschuiving naar regulier OV of combinaties van doelgroepen- en regulier OV ondersteunen. Het Wmo collectief vervoer is geen armoederegeling. Mensen met een kleine beurs kunnen een beroep doen op minimaregelingen.

Eigen bijdrage Collectief vervoer (Drecht- en Wijkhopper) – differentiatie piekuren en daluren

We gaan differentiatie toepassen in piek- en daltarieven. Inwoners worden 'beloond' als zij in daluren reizen. Door het gebruik van piek- en daluren proberen we het reisgedrag van reizigers te sturen en de belasting van het collectief vervoer in de piekuren te verminderen. Doordat er betere spreiding ontstaat van ritten gedurende de dag, kunnen méér inwoners die het nodig hebben vervoerd worden. Duidelijke communicatie over de nieuwe tarieven en de werking van piek- en daluren is van belang. Piektarief: start-tarief €1,08 en km-tarief: €0,18 Daltarief: start-tarief: €0,648 en km-tarief €0,108

Ondersteuning kan in twee vormen worden geleverd: via Zorg in Natura of via een Persoonsgebonden budget (pgb). Met een pgb doet de inwoner zelf de betalingen voor diensten of hulpmiddelen. Zorg via een pgb kan in bepaalde gevallen beter aansluiten dan het "standaardaanbod" via zorg in natura. Voor het gebruik van een pgb gelden voorwaarden, vastgelegd zowel in de wet als in de verordening. Zo is een belangrijke voorwaarde de budgetvaardigheid van de cliënt of zijn vertegenwoordiger. Een pgb geeft ruimte voor de keuzevrijheid van inwoners. Wel vinden we het belangrijk dat de kwaliteit en de tarieven gelijk zijn aan de mogelijkheden via zorg en natura. Om dit te bereiken zijn een aantal wijzigingen in het beleid rondom het pgb van belang. Belangrijk om op te merken is dat er weinig gebruik wordt gemaakt van pgb (zie bijlage 1). De wijzigingen hebben dan ook invloed op een heel klein aantal inwoners. Onderdeel Persoonsgebonden

Wijziging Het persoonsgebonden budget biedt de cliënt vrijheid om de ondersteuning naar zijn eigen

-5-

budget – criteria

behoeften in te kopen en in te richten, maar er zitten ook voorwaarden aan. De kwaliteit van de ondersteuning vinden we erg belangrijk. We nemen in de verordening op dat het pgb kan worden gestopt als er te weinig vooruitgang wordt geboekt met de ondersteuning. Er zal dan naar een nieuwe pgb-aanbieder of zorgaanbieder via zorg in natura worden gezocht. We willen voorkomen dat kwetsbare inwoners de dupe zijn van slechte kwaliteit ondersteuning.

Persoonsgebonden budget – differentiatie formeel en informeel tarief

Met verschraling van zorg zijn we steeds meer afhankelijk van mantelzorgers en hulp van naasten. Er zijn nu verschillende tarieven in een pgb voor formele en voor informele ondersteuning. We zouden er voor kunnen kiezen om deze tarieven gelijk te stellen om informele zorgverleners te waarderen. In de toekomst zijn we steeds meer afhankelijk van informele zorg. We houden echter de verschillende tarieven aan. Dit doet recht aan differentiatie in kwaliteitseisen, zoals het verplicht vervanging regelen bij ziekte binnen de professionele zorg. In de praktijk is de informele hulp vaak de mantelzorger. We waarderen informele verzorgers liever extra via de mantelzorgwaardering en andere vrijwilligers-vergoedingen.

Persoonsgebonden budget – vrij besteedbaar bedrag

De inwoner met een pgb voor Wmo maatwerkvoorzieningen had sinds 2019 binnen het PGB een vrij besteedbaar bedrag van 5%. Dit laten we vervallen. Het steeds schaarser wordende zorggeld moet volledig besteed worden aan het ondersteuningsdoel. Bovendien kennen we binnen de zorg in natura ook geen vrij besteedbaar bedrag. In 2022 ontvingen 35 inwoners een pgb om zorg in te kopen. Het totale verantwoordingsvrije bedrag was € 8.750. Voortaan moeten deze klanten over hun volledige pgb verantwoording afleggen.

Persoonsgebonden budget – tarief informele hulp bij huishoudelijke ondersteuning

Soms vraagt een inwoner om een pgb voor een informele hulp bij het huishouden. Dit uurloon is gekoppeld aan het minimumloon en vermeerdert met een 20% voor vakantietoeslag en verlofuren. Dit percentage was niet onderbouwd. We stellen dit bij naar een correct percentage van 15,7%. Deze inwoners behouden hun PGB. Het financiële effect is gering.

Persoonsgebonden budget – gebruiken eigen auto

Van oudsher was het mogelijk om een pgb te verstrekken voor het gebruik van de eigen auto. Dit komt in de praktijk weinig voor, wel gaat het om hele specifieke gevallen. Gezien de geringe doelgroep en de specifieke beperkingen en daardoor relatief grotere afhankelijkheid van autovervoer, behouden we de regeling. Wel wordt de vergoeding aangepast naar het (objectiveerbare) belastingvrije kilometertarief voor een vervoer van 1500 km per jaar (0,21 per kilometer). Dit is een vergoeding van € 315 per jaar. Daarmee ontvangen deze inwoners een vergoeding voor hun hogere vervoerskosten en wordt tegelijk recht gedaan aan het feit dat vervoerskosten bij de reguliere uitgaven van een huishouden.

Persoonsgebonden budget – gebruiken (rolstoel)taxi

Als inwoners vanwege hun beperkingen geen gebruik kunnen maken van het collectief vervoer, kan een individuele taxikostenvergoeding worden verstrekt. In HardinxveldGiessendam zijn 4 personen die hier gebruik van maken. Het huidige tarief was niet toereikend voor de reisafstand van maximaal 1500 km per jaar, terwijl dit een vereiste is vanuit de wet. We sluiten aan bij de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer voor de hoogte van de vergoeding van de (rolstoel)taxi. Dit brengt een kostenstijging met zich mee van € 19.530,17.

Persoonsgebonden budget – vervoer naar dagbesteding

Het huidige tarief was niet toereikend om kosten te dekken. We koppelen het nieuwe tarief aan de tarieven voor een (rolstoel)taxi. Het maximaal aantal te vergoeden kilometers stellen we vast op het aantal kilometers vanaf het woonadres tot aan de dichtstbijzijnde passende dagbestedingslocatie. Inwoners die kiezen voor een locatie verder weg betalen de meerdere kilometers dan zelf. In Hardinxveld-Giessendam zijn er momenteel twee klanten die via een pgb het vervoer naar de dagbesteding regelen. Het financiële effect van deze aanpassing is beperkt, omdat het gaat om een hele kleine groep.

-6-

Daarnaast zijn in de verordening nadere specificaties opgenomen over de verschillende maatwerkvoorziening. Vanuit onze visie sociaal domein vinden we het belangrijk dat ondersteuning zo licht als mogelijk wordt ingezet en zo zwaar als nodig. Ook vinden we het belangrijk om bij iedere situatie goed te kijken naar wat de inwoner nog wel of wéér zelf kan. In de praktijk zien we soms dat er door zorgaanbieders van individuele begeleiding of dagbesteding niet goed wordt gestuurd op het behalen van de gestelde ondersteuningsdoelen en de cliënt langer dan nodig bij de aanbieder blijft. Door meer lichte ondersteuning in het voorveld (zoals het sociaal team) te organiseren, kunnen we beter sturen op het op- en afschalen van zorg (Wmo naar de voorkant). Afstemming tussen het sociaal team en de consulenten van de SDD, beiden verwijzers van zorg, vinden we belangrijk om de best passende ondersteuning te vinden voor de inwoner die dat nodig heeft. Onderdeel Individuele Begeleiding

Wijziging We nemen een expliciete bepaling op (plicht) met betrekking tot het verstrekken van een indicatie Individuele Begeleiding. Met deze indicatie kan een specifieke zorgaanbieder worden ingezet. In het kader van normaliseren en de beweging 'Wmo naar de voorkant' wordt door de consulent van de SDD eerst afgestemd met het Sociaal Team of er lichte vormen van individuele begeleiding ingezet kunnen worden. Gezamenlijk maken zij met de cliënt een keuze voor de best passende ondersteuning. Door het sociale netwerk en het maatschappelijk voorveld (zoals Sociaal Team, de waakvlam, Servanda) beter te benutten, worden er minder (duurdere) maatwerkindicaties afgegeven.

Dagbesteding

We nemen een expliciete bepaling op (plicht) met betrekking tot het verstrekken van een indicatie Dagbesteding. Met deze indicatie kan een specifieke zorgaanbieder worden ingezet. In het kader van normaliseren en de beweging 'Wmo naar de voorkant' wordt door de consulent van de SDD eerst afgestemd met het Sociaal Team of er alternatieven in het voorveld kunnen worden ingezet. Soms is de inwoner al geholpen als hij of zij een aantal momenten in de week koffiemomenten kan bijwonen in bijvoorbeeld de buurtkamer van Servanda of het restaurant van De Lange Wei.

Huishoudelijke ondersteuning

De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt op korte termijn opnieuw gecontracteerd. Er wordt dan uitgegaan van een basismodule (schoonmaken) en plusmodules. Sommige plusmodules kunnen in onze gemeenten via een algemene voorziening of het georganiseerde voorveld worden ingevuld, denk aan een maaltijdvoorziening of boodschappenservice. Dit maken we in de verordening alvast mogelijk. In het kader van normaliseren en het stimuleren van de eigen kracht/zelfredzaamheid, nemen we ook een bepaling op gericht op 're-ablement' 4. Waar mogelijk wordt gekeken wat mensen op termijn weer zelf kunnen gaan doen zonder ondersteuning.

Logeeropvang of kortdurend verblijf (respijtzorg)

Deze maatwerkvoorziening wordt nu omschreven in de verordening in plaats van in beleidsregels. Logeerzorg wordt vooral ingezet om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen. Met het oog op de steeds grotere beroep dat wordt op mantelzorgers, is dit een belangrijk middel. In de praktijk wordt zeer weinig van logeeropvang gebruik gemaakt. De grootste drempel is de lange procesduur om een logeerplek te regelen, terwijl een mantelzorger het acuut nodig kan hebben. Het heeft voorkeur om in het voorveld een algemene voorziening aan te bieden. Het is wenselijk om hiervoor afspraken te maken met een lokale (ouderenzorg)aanbieder.

Woonvoorzieningen en woningaanpassingen

Voorheen konden inwoners nog achteraf een verhuiskostenvergoeding aanvragen als verhuizen noodzakelijk was als gevolg van hun beperkingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vergoeding voor verhuistransport of dubbele huur. Echter is in de praktijk niet altijd de noodzaak voor de verhuizing te achterhalen/bewijzen. We stellen nu vast dat inwoners alleen vooraf een verhuiskostenvergoeding kunnen aanvragen.

Vervoer - Aantal kilometers vervoer maximeren op 1500km per jaar

We stellen het maximale aantal kilometers voor sociaal vervoer vast op 1500 km per jaar in plaats van 2000 km. Op basis van jurisprudentie zou dit maximum voldoende moeten zijn om in de dagelijkse vervoersbehoefte te kunnen voorzien. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. In Hardinxveld-Giessendam gaat het om 6 personen (<1 % van alle reizigers uit Hardinxveld-Giessendam) die meer dan 1500 km per jaar reizen.

4

Reablement is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zijn leven en zelfredzaamheid. Het heeft als doel om mensen zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg. Met als uitgangspunt: zoveel mogelijk en zo lang mogelijk (weer) zelf blijven doen (vng.nl).

-7-

CONCLUSIE 4.1 Financiële impact Om zorg in de toekomst beschikbaar en betaalbaar te houden, zijn wijzigingen in het Wmo-beleid nodig. Hoewel het aantal wijzigingen in de verordening groot is, is de (financiële) impact van de wijzigingen gering voor inwoner en gemeente. Hieronder een overzicht van de wijzigingen met financiële impact. Voor de berekeningen zijn de daadwerkelijk gemaakte kosten in 2022 als uitgangspunt genomen. De totale uitgaven op de Wmo maatwerkvoorzieningen bedroegen in 2022 circa 3,6 miljoen. Onderdeel Eigen bijdrage vervoer gelijk trekken met OV en invoeren van piek- en dalurentarief Pgb – verlagen ophogingspercentage Huishoudelijke ondersteuning van 20% naar 15,7% Pgb – schrappen vrij besteedbaar bedrag Pgb – aanpassing tarief taxikostenvergoeding Pgb – aanpassing vergoeding eigen auto

Financiële consequentie - € 9.527 - € 1.662 - € 8.750 + € 19.530 - € 668

4.2 Conclusie De nieuwe verordening die voorligt is een startpunt, een puzzelstuk van de grote beweging die ingezet moet worden. Het grootste effect wordt beoogd wanneer we anders naar ondersteuning gaan kijken. Dit is een proces dat niet ineens tot stand komt met het wijzigen van artikelen in de verordening. De beweging naar "normaliseren", "focus op zelfredzaamheid en participatie" en "Wmo naar de voorkant", moet geleidelijk gestalte krijgen in de uitvoeringspraktijk van zorgaanbieders en het maatschappelijk voorveld. De gewijzigde verordening biedt daar nu de ruimte voor. Deze herijking vindt plaats in een maatschappelijke context van toenemende vergrijzing, arbeidstekorten, een veranderende opvatting over ouder worden en behoefte aan zelfredzaamheid, naast de steeds krapper wordende rijksbudgetten in het sociaal domein. We moeten ons ervan bewust zijn dat het beroep op de zorg niet minder wordt, dus we moeten creatief zijn en het anders doen. Deze omslagen zijn essentieel om de zorg in het sociaal domein in de toekomst betaalbaar en beschikbaar te houden voor hulpbehoevende ouderen en mensen met een (chronische) beperking. Uiteindelijk zijn harde keuzes over wie echt zorg nodig heeft onontkoombaar. Deze keuzes zijn voornamelijk aan de landelijke politiek. Tegelijkertijd vraagt de zorgschaarste van ieder van ons iets.

'Er zijn straks meer ouderen dan het aantal mensen dat voor hen kan zorgen. Denk na over hoe je oud wordt', is de dringende boodschap van minister van langdurige zorg Conny Helder. ‘Het merendeel van de mensen zit toch te wachten tot de overheid het oplost. Dat zal niet gebeuren. Mensen zullen het meer met elkaar moeten gaan doen’ . 4.3 Kansen voor de toekomst Op basis van de ontwikkelingen, het beleidsdoel, de beweging die we in gang willen zetten én de ervaringen uit de uitvoeringspraktijk, zien we een aantal kansen voor de uitvoering van het Wmo-beleid: 1. Anders zorgen De demografische verschuivingen en de schaarste van zorg vragen een nieuwe manier van werken van professionals in het sociaal domein. Zoals gezegd vraagt dit om een andere kijk op zorg: normaliseren en benadrukken en stimuleren wat de inwoner en diens netwerk nog wél zelf kan. 'Anders zorgen' vraagt vanuit die andere kijk ook om creatieve oplossingen, ontschotting van wetten in de uitvoeringspraktijk en het integraal oplossen van vraagstukken. We noemen een aantal voorbeelden. Digitale en technologische innovaties kunnen bijdragen aan het in de toekomst beschikbaar en betaalbaar houden van ondersteuning voor inwoners. Op kleine schaal is in de Drechtsteden al geëxperimenteerd met bijvoorbeeld een hybride vorm van individuele begeleiding, waarbij digitale zorg en bezoeken aan huis worden afgewisseld.

Ook voor de huishoudelijke ondersteuning liggen er veel kansen voor het gebruik van technologische toepassingen. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) dringt ook aan op het sneller gaan implementeren van digitale en hybride zorg.

-8-

Daarnaast zijn er digitale applicaties beschikbaar die de zorg rondom een hulpbehoevende makkelijker maakt. Een voorbeeld van een applicatie is Nettie. In deze app is slimme meetapparatuur ingebouwd die de gezondheid van de hulpbehoevende monitort. Daarnaast kan via de app het sociale netwerk geactiveerd worden wanneer dat nodig is. Er bestaan ook applicaties vraag en aanbod van hulpbehoevenden en mantelzorgers in een wijk bij elkaar brengen. Een voorbeeld van een vraagstuk dat om domeinoverstijgende oplossingen vraagt is het vervoer van inwoners die niet zelfstandig kunnen reizen. Zo hebben we vanuit verschillende wetten gescheiden vervoersstromen voor de Wmo, jeugdigen en leerlingen. Vervoerders in alle drie de sectoren hebben te maken met te veel vraag en te weinig chauffeurs. Hoe meer doelgroepen gezamenlijk, gecombineerd kunnen worden vervoerd, hoe meer efficiëntie er in de vervoersplanningen ontstaat. Uitvoerders schatten in dat het vermengen van doelgroepen weinig risico's met zich meebrengt in de kwaliteit van de uitvoering. Inwoners en maatschappelijke partners reageerden positief op het idee van de "familiebus" 5. 2. Concretiseer en investeer in de beweging 'Wmo-naar-de-voorkant'. In onze lokale visie sociaal domein onderschrijven we de "beweging naar de voorkant". Een van onze pijlers is dat het sociaal team de drijvende kracht is achter vernieuwing.

We investeren al jaren in pilots om ondersteuning zo preventief mogelijk, zo kort mogelijk en zo dichtbij mogelijk bij onze inwoner te organiseren. De "Wmo naar de voorkant" heeft betrekking op het ontwikkelen van een laagdrempelig lokaal zorgaanbod voorafgaand aan een eventueel beroep op de Wmo maatwerkvoorzieningen. Voor een bepaalde groep mensen kunnen dergelijke voorzieningen het verschil maken tussen wel of geen Wmo-indicatie. Uitvoering van deze voorzieningen berust vooral bij het sociaal team en het maatschappelijk voorveld. Het "naar de voorkant brengen" is niet voor alle maatwerkvoorzieningen zinvol of passend. De meeste winst kan behaald worden bij de voorziening Individuele Begeleiding (IB) en dan voornamelijk de lichte indicaties. Ongeveer 65-70 inwoners hebben een lichte indicatie IB. Een groot deel van deze groep heeft een verstandelijke beperking. Een ander deel leeft met een chronische beperking zoals autisme of heeft kort- of langdurend psychosociale problemen. De begeleiding is gericht op toezicht en stimuleren: de situatie wordt (meestal wekelijks) gemonitord en de inwoner wordt, eventueel met hulp van zijn netwerk, gestimuleerd activiteiten te ondernemen. Het is vergelijkbaar met waakvlambegeleiding. De afspraak kan gemaakt worden dat een deel van de lichte IB indicaties opgepakt wordt door het sociaal team.

Dit vraagt om een investering in het sociaal team, aangezien het huidige team niet de capaciteit heeft om "zo maar" 30 of 40 cliënten extra in de waakvlam erbij te nemen. Wanneer we de tarieven van IB 1 (lichte indicatie) vergelijken met de kosten voor een extra waakvlam-medewerker in het sociaal team, is de investering in het sociaal team rendabel als die medewerker minimaal 17-21 cliënten per jaar begeleidt. Tabel 1 tarief maatwerkvoorziening Maatwerkvoorziening Besparing per persoon per week

Besparing per persoon per jaar

Individuele Begeleiding 1 (licht)

€ 5314,40 per jaar

€ 102,20 per week

Tabel 2 tarief algemene voorziening Algemene voorziening Investering per fte per jaar Thuisbegeleiding Hbo Sociaal werker Thuisbegeleiding Mbo Sociaal werker

€ 108.410

Rendabel vanaf X aantal cliënten per jaar voor IB1 21 cliënten

€ 88.828

17 cliënten

In de toekomst kunnen we ook op andere onderdelen binnen de Wmo de beweging naar de voorkant gaan maken. Denk aan lokale logeervoorzieningen om mantelzorgers te ontlasten of investeren in nog maar laagdrempelige ontmoetingsplekken voor (dementerende) ouderen. Door te investeren in een laagdrempelig, meer preventief aanbod, kan het beroep op maatwerkvoorzieningen mogelijk worden teruggedrongen, wat zou leiden tot een afname van de kosten in de maatwerkvoorzieningen. Echter wanneer de lokale inzet niet leidt tot een afname van de kosten in de maatwerkvoorzieningen, heeft het juist een kostenverhogend effect. Om die reden is een goede monitoring van belang. 3. Zet in op participatie Participeren (meedoen) kan een oplossing zijn voor veel problemen. In de uitvoeringspraktijk zien we vaak nog een scheiding tussen de Wmo en participatie, ondanks dat beide wetten gericht zijn op hetzelfde doel: meedoen in de maatschappij. De Wmo is van oudsher wat meer gericht op belemmeringen en het opheffen daarvan. De Participatiewet benadrukt dat je een plicht hebt om je in te zetten. 5

Bijeenkomst Doelgroepenvervoer Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht, 5 april 2023

-9-

In de praktijk zien we vaak dat wanneer mensen eenmaal een indicatie hebben voor een bepaalde vorm van werk (dagbesteding, beschut werk, begeleid werk, etc.), het heel lastig is om daar nog van af te komen. De realiteit is echter dat mensen de ene keer het beste passen in de ene werkvorm en een tijdje later in de andere. Dit is zeker bij mensen met psychische problematiek het geval: hun vermogen om mee te doen fluctueert. Deze inwoners zouden bijvoorbeeld moeten kunnen starten met een paar uur (vrijwilligers)werk per week, terwijl ze tegelijkertijd gedeeltelijk binnen de veiligheid van de dagbesteding blijven functioneren. De ontwikkeling van de inwoner moet centraal staan en dit vraagt samenwerking tussen Participatiewet en Wmo. 4. Investeer in preventie en de vindbaarheid van het hulpaanbod We gunnen onze inwoners dat zij zo lang en zo zelfstandig mogelijk thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen doen. Dit begint bij goed voor jezelf zorgen op bijvoorbeeld het gebied van gezonde voeding en bewegen en het onderhouden van sociale contacten. Dit betekent ook om hulp vragen bij beginnende problemen en voorbereid zijn op wat komen gaat. Uit de uitvoeringspraktijk horen we dat veel (oudere) inwoners in onze gemeente zich bezwaard voelen om hulp te vragen. Veel mensen vragen pas om hulp wanneer problemen al groter zijn geworden.

Activiteiten zoals de jaarlijks terugkerende Dag van de Ouderen en het project 'ouderenconsultatiebureau' spelen al in op het "voorbereidend ouder worden" en het signaleren van kleine belemmeringen voordat het grote belemmeringen worden. Meer van dergelijk preventief aanbod in onze gemeente is wenselijk en zinvol om zwaardere ondersteuning uit te stellen. Een ander aandachtspunt is het kennen van de juiste wegen tot ondersteuning. Goede communicatie over het aanwezige hulpaanbod in de gemeente is van belang. We zien de afgelopen maanden dat inwoners het lokale loket van de SDD op het gemeentehuis steeds beter weten te vinden. Inwoners vinden het prettig dat zij zonder afspraak binnen kunnen lopen en hun hulpvraag kunnen bespreken. De medewerker wijst de inwoner de weg en kan samen met de inwoner direct een meldingsformulier invullen. Het advies is om meerdere inloopspreekuren op diverse plekken in de gemeente te organiseren en deze herhaaldelijk onder de aandacht te brengen bij inwoners. Dit draagt bij aan het verlagen van de drempel om (op tijd) hulp te vragen en de vindbaarheid van passend ondersteuningsaanbod.

- 10 -

Bijlage 1

Cijfers Wmo-maatwerkvoorzieningen

Klantaantallen In 2018 is de gemeente Hardinxveld-Giessendam toegetreden tot de Sociale Dienst Drechtsteden. Sindsdien hebben we het aantal inwoners dat gebruik maakt van maatwerkvoorzieningen goed kunnen monitoren (tabel 1). Het komt (vaak) voor dat een inwoner gebruik maakt van meerdere voorzieningen tegelijk. Op alle maatwerkvoorzieningen zien we een gestage stijging van klantaantallen. Als gevolg van extramuralisering en ambulantisering zien we de grootste stijging op de klantaantallen Individuele begeleiding. Tabel 1. Klantaantallen Wmo Maatwerkvoorzieningen Hardinxveld-Giessendam

Voorziening

2018

2019

2020

2021

2022

2023*

Huishoudelijke ondersteuning

331

373

393

415

444

475

Individuele begeleiding

83

104

109

133

140

145

Dagbesteding

73

89

89

94

96

98

Rolstoelen

149

149

130

125

126

126

Scootmobielen

81

84

85

81

85

87

Drechthopper

678

682

658

658

691

725

Woonvoorzieningen

24

22

21

21

22

23

* Prognose

Een klein deel van bovenstaande klantaantallen, ontvangt zorg in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Ter illustratie geven we de aantallen van 2022. Tabel 2. Klantaantallen Wmo Maatwerkvoorzieningen via een pgb

Voorziening via pgb

2022

Huishoudelijke ondersteuning

18

Individuele begeleiding

12

Dagbesteding

4

Vervoer (vergoeding voor taxikosten)

4

Vervoer (vergoeding voor eigen auto)

1

Ontwikkelingen budgetten Sinds 2015 heeft het gemeentelijk sociaal domein te maken met een gestage stijging van de uitgaven. Dit geldt ook voor de maatwerkvoorzieningen Wmo. Tabel 3. Bijdrage Wmo maatwerkvoorzieningen x 1000

2019

2020

2021

2022

Begeleiding en dagbesteding

1.260

1.462

1.720

1.744

Huishoudelijke ondersteuning

822

912

1.089

1.232

Hulpmiddelen

169

252

231

264

?

250

309

393

2023

2024

2025

2026

Begeleiding

1630

1590

1623

1631

Dagbesteding

1097

1046

1064

1065

Huishoudelijke ondersteuning

1236

1299

1336

1346

Hulpmiddelen en vervoer

800

850

879

896

Vervoer

Tabel 4. Begrotingscijfers Wmo maatwerkvoorzieningen x 10006

6

Gebaseerd op de Voorjaarsbrief 2023 (eerste bestuursrapportage) van de Sociale Dienst Drechtsteden. Met ingang van 2023 zijn de begrotingscijfers verdeeld in nieuwe taakvelden, waardoor de verdeling van de totale kosten er anders uitziet dan voorgaande jaren.

- 11 -

De kostenstijging wordt aan de ene kant veroorzaakt door de toenemende klantaantallen als gevolg van vergrijzing en extramuralisering (autonome groei). Aan de andere kant heeft het abonnementstarief eigen bijdrage gezorgd voor een aanzuigende werking op het gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen en is de groei sinds 2019 versterkt. Naast de toenemende klantaantallen, zien we ook een verhoging van de kostprijzen. Deze wordt veroorzaakt door de AMvB Reële Prijs, waardoor gemeenten verplicht zijn om een reële prijs te betalen aan aanbieders.

- 12 -

Bijlage 2

Overzicht Wmo Algemene voorzieningen

In de verordening worden de algemene voorzieningen omschreven naar hun doelstelling, zonder het benoemen van specifieke uitvoeringsorganisaties. Hieronder volgt een overzicht van de duurzaam gefinancierde algemene voorzieningen in Hardinxveld-Giessendam. Deze lijst is bedoeld ter illustratie en mogelijk niet volledig; het geeft een beeld van de algemene voorzieningen die onze gemeente momenteel rijk is. Sociaal Team

Welzijnsorganisatie Servanda

Voorzieningen 18+ Onafhankelijke cliëntondersteuning Individuele begeleiding/thuisbegeleiding Waakvlambegeleiding Bemoeizorg Wijk-GGD (GGZ expertise) Ouderenconsulent Crisiswoning Mantelzorgondersteuning, waaronder: Ontmoetingsmomenten in groepsverband Individuele ondersteuning, voorlichting, advies en informatie aan mantelzorgers Sociale netwerkversterking Themagerichte bijeenkomsten Ontmoetingen Online Sociaal raadsliedenwerk Thuisadministratie/hulp bij financiën ANWB Automaatje Buurtwerk Jongerenwerk

Andere voorzieningen

Mantelzorgwaardering Alzheimercafé en activiteiten in het kader van Dementievriendelijke gemeente Autismecafé Seniorenbeurs Dag van de Ouderen Syn in Sport (Syndion) Groet & Ontmoet (Syndion, ASVZ, Servanda) Homestart Humanitas Samen op pad HaGi Buurtbusvereniging ‘de Binnen-Giessen'

Categorie algemene voorziening cliëntondersteuning ambulante ondersteuning ambulante ondersteuning ambulante ondersteuning ambulante ondersteuning ambulante ondersteuning ambulante ondersteuning mantelzorgondersteuning

dagactiviteiten met lichte ondersteuning, mantelzorgondersteuning ambulante ondersteuning ambulante ondersteuning vervoersvoorzieningen ambulante ondersteuning / dagactiviteiten met lichte ondersteuning ambulante ondersteuning / dagactiviteiten met lichte ondersteuning mantelzorgwaardering dagactiviteiten met lichte ondersteuning dagactiviteiten met lichte ondersteuning dagactiviteiten met lichte ondersteuning dagactiviteiten met lichte ondersteuning dagactiviteiten met lichte ondersteuning ambulante ondersteuning dagactiviteiten met lichte ondersteuning vervoersvoorzieningen

- 13 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/799/documents/26615