Bijlage 2. Begeleidende Notitie GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
Zorg voor een antwoord op de vraag wat de inhoudelijke en financiële consequenties zijn wanneer wij lokaal als raad aan de knoppen draaien (van bijvoorbeeld de minimaregelingen). Breng daarbij in beeld hoe we lokaal de financiële effecten zien van keuzes. Gemeente Sliedrecht geeft tot slot aan graag een financiële uitwerking te zien die uitgaat van een budget neutrale transitie met een evenredige verdeling van kosten en daarbij horende rechten en plichten
5.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Sturing aan de voorkant
Door de gewijzigde structuur en de overgang naar een klassieke collegeregeling komt het primaat lokaal te liggen. Daarmee start de sturing nadrukkelijk aan de voorkant van het proces, bij de vaststelling en invulling van de beleidskaders in bijvoorbeeld beleidsplannen en verordeningen (zoals een verordening Wmo of beleidsplan schuldhulpverlening). Deze stukken worden in co-creatie opgesteld en, belangrijker nog, lokaal vastgesteld. Daarmee komen lokale raden nadrukkelijk aan het stuur te zitten. Boven op die lokale kaderstelling via beleidsstukken wordt via de P&C-cyclus jaarlijks al bij de algemene beschouwingen input meegegeven (als voorbeeld bij de algemene beschouwingen van de begroting 2022-2025 kan input worden meegegeven voor de begroting 2023-2026 van de GR). Uiteindelijk wordt de input vertaald in een uitgangspuntennotitie. Daarin zijn dan landelijke en lokale ontwikkelingen, wensen en vraagstukken verwerkt. Het lokaal vastgestelde beleidskader, samen met de jaarlijkse uitgangspuntennotitie vormt de basis voor de technische verwerking in de begroting, het is de feitelijke vertaling naar de financiën in de begroting. Lokaal vastgestelde beleidskaders
Jaarlijkse uitgangspuntennotitie
Vertaling naar conceptbegroting GR
De begroting wordt door het Algemeen bestuur van de GR vastgesteld, maar niet voordat de ontwerpbegroting voor zienswijze aangeboden is aan de gemeenteraden. Dit is zo geregeld in de Wet Gemeenschappelijke regelingen. De zienswijzeprocedure is nadrukkelijk iets anders dan de lokale kaderstelling (beleidsplannen en verordeningen), die door de structuurwijzigingen teruggaat naar de raden. De sturing aan de voorkant gebeurt juist straks via de lokale beleidskaderstelling en de jaarlijkse uitgangspuntennotitie. Bovendien is het zaak om afspraken te maken met het afgevaardigde bestuurslid in het algemeen bestuur van de eigen gemeente over tijdige informatie/inlichtingen verstrekking op andere onderdelen (nog los van de inlichtingenplicht van de GR zelf).
Enkele voorbeelden om het proces te verduidelijken Let op: dit zijn fictieve voorbeelden, waarin ook enkele aannames zijn gedaan, die nog niet zijn vastgesteld. Ze zijn puur bedoeld voor het krijgen van een scherper en completer beeld. De aannames en uitgangspunten die bij deze voorbeelden zijn gedaan zijn:
Kostenverdeelprincipe bij deze 2 voorbeelden is gebaseerd op nut (dit traject loopt uiteraard nog); Er verandert verder niets in de begroting (geen landelijke ontwikkelingen, volumegroei als gevolg van vergrijzing, werkloosheid etc. rekening mee gehouden); Er is een onderscheid te maken in directe kosten en indirecte kosten (zoals personeel, huisvesting, ICT); - 21 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Een verwacht of beoogd effect aan de voorkant, kan anders uitpakken in de praktijk. E.e.a. moet in de praktijk bewezen worden. Mocht het effect er niet zijn dan zal aan de achterkant alsnog de rekening door gemeente(n) betaald moeten worden; Argumentatie bij de effecten is van belang, ook in het licht van de begroting en de argumentatie achter de begroting zoals deze wordt gepresenteerd. Een volume naar beneden bijstellen kan in een begroting alleen verwerkt worden als er een logica in zit; Er kan een zeker na-ijleffect zijn bij ontwikkelingen, bv omdat het apparaat niet ‘op stel en sprong’ kan krimpen bij wensen en vervolgens bij bewezen effecten. Er kunnen wel afspraken worden gemaakt over hoe hiermee om te gaan. Ook dat loopt mee in het traject van de kostenverdeelsystematiek; Gevolgen op bijvoorbeeld het apparaat kunnen effect hebben op de andere deelnemende gemeenten, ook daar moeten goede afspraken over worden gemaakt. Ook dat loopt mee in het traject van de kostenverdeling.
De besluitvorming over de kostenverdeelsystematiek is daarmee losgekoppeld van de vorming van de GR. De GR neemt de vastgestelde kostenverdeelsystematiek straks 1 op 1 over voor verwerking in o.a. de begroting en administratie van de nieuwe GR Sociaal. Begin juni vindt er een bestuurlijke conferentie plaats over de kostenverdeelsystematiek. Besluitvorming is voorzien in het najaar. Dat betekent dat gemeenten bij de besluitvorming over de kostenverdeelsystematiek in de Drechtraad de lokale standpunten moeten inbrengen.
Voorbeeld 1: gemeente X wil het persoonlijk minimabudget verlagen. In deze gemeente ontvangen 500 inwoners dit bedrag, nu 350 euro per persoon, totale kosten 175.000 euro. De gemeente past dit bedrag aan naar 100 euro, waardoor zij bij gelijkblijvende aantallen 50.000 euro besteden. Het proces start eigenlijk vroegtijdig aan de voorkant en begint al bij de algemene beschouwingen in de raad richting de nieuwe begroting. Door dit vroegtijdig als ontwikkeling te benoemen en mee te nemen in de uitgangspuntennotitie als ontwikkeling met beoogd effect komen de lokale raden en bestuurders goed in positie en kan hier bij het opstellen van de begroting rekening mee worden gehouden en kan de begroting op dit punt al naar beneden worden bijgesteld, waardoor deze gemeente aan de voorkant qua directe kosten niet 175.000 euro betaald, maar 50.000 euro. Dit voorbeeld heeft effect op de directe kosten, niet op de apparaatskosten, immers het aantal verstrekkingen blijft gelijk. Dit blijkt uit de uitvoeringstoets die gedaan is. Gedurende het jaar kan verder blijken dat er toch meer verstrekkingen zijn, bv 550 inwoners, 50 inwoners meer. In dat geval zal deze gemeente alsnog 5.000 euro moeten overmaken (tussentijds of bij de jaarrekening).
- 22 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Voorbeeld 2: gemeente X wil een inkomensafhankelijke bijdrage invoeren voor de Wmo en deze behoorlijk zwaar doorvoeren, zodat het aanvragen van een maatwerkvoorziening vooral beschikbaar is voor inwoners met een laag inkomen en inwoners met een hoog inkomen zelf een andere oplossing gaan zoeken. Het proces start eigenlijk vroegtijdig aan de voorkant en begint al bij de algemene beschouwingen in de raad richting de nieuwe begroting. Door dit vroegtijdig als ontwikkeling te benoemen en mee te nemen in de uitgangspuntennotitie als ontwikkeling met beoogd effect komen de lokale raden en bestuurders goed in positie én kan hier bij het opstellen van de begroting rekening mee worden gehouden. De begroting kan op dit punt al naar beneden worden bijgesteld qua volume. Dit voorbeeld heeft effect op de directe kosten en op de apparaatskosten als het volume echt afneemt. Immers er zijn dan minder aanvragen om af te handelen. Dit blijkt ook uit de uitvoeringstoets die gedaan wordt. Door de ontwikkeling vroegtijdig kenbaar te maken kan de GR hier al rekening mee houden en hier afspraken over maken met gemeente X, zodat ook dit volume tijdig kan afnemen. Bij het traject kostenverdeelsystematiek wordt dit punt meegenomen voor verdere uitwerking.
Gedurende het jaar kan alsnog blijken dat het effect er niet is, inwoners blijven toch aanvragen en hebben ook gelet op hun situatie recht op de voorziening. In dat geval zal de gemeente via de geïnde inkomensafhankelijke bijdrage wel meer inkomsten genereren door deze wijziging, maar ook alsnog de directe kosten moeten bij plussen. Ervan uit gaande dat de apparaatskosten nog niet aangepast waren, heeft het daar nog geen effect. Anders heeft het ook daar effect.
In bijlage 4 geven we achtereenvolgens nog een korte (technische) toelichting op:
Financieel beleid GR Inhoud financieel kader Sociale Dienst Drechtsteden Uitgangspuntennotitie inhoudelijk nader toegelicht Traject kostenverdeelsystematiek
5.4 Verwerking in de concepttekst GR Hoofdstuk 9, artikel 23 tot en met 32 van de concepttekst GR gaan uitgebreid in op de financiën, de kaderstelling, begroting en bijdrage (conform verdeelprincipes- en sleutels). In de concepttekst GR zijn alleen de wettelijk verplichte elementen opgenomen. Het financieel kader (hoe loopt het begrotingsproces) wordt vastgelegd in het financieel kader dat door het AB wordt vastgesteld. Dit is een bewuste keuze, zodat bij wijziging van dit proces (bv. andere data, extra overlegmoment) de GR tekst niet aangepast hoeft worden. Het financieel kader wordt momenteel geactualiseerd passend bij de situatie per 1 januari 2022 (zie ook bijlage 4).
- 23 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Onderdeel 6: Instellen van (advies)commissies 6.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie In de hoofdlijnennotitie is dit onderdeel tot slot kort aan bod gekomen. De gemeenteraad van Papendrecht heeft bij de behandeling van het principebesluit een motie aangenomen over het instellen van een mogelijke (raads)adviescommissie. Verder is in de notitie aangegeven dat het punt van advisering, commissies etc. meegenomen zou worden bij de verdere uitwerking.
6.2 Input vanuit colleges en raden Zoals gezegd heeft de gemeenteraad van Papendrecht eerder een motie aangenomen over de raads(advies)commissie. Bij de behandeling van de hoofdlijnennotitie hebben zij nogmaals aangegeven om concreet de adviescommissie uit te werken als onderdeel van de nieuwe GR Sociaal.
6.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Het bestuur van de GR kan diverse commissies instellen conform artikel 24 en 25 van de Wgr. Zo zijn inhoudelijke commissies mogelijk maar bijvoorbeeld ook een auditcommissie.
Raadscommissie
Een raadscommissie is benoemd als optie. Dat is een soort gemeenschappelijke raadscommissie die twee rollen heeft: 1. Het adviseren van de gemeenteraden in de uitoefening van hun bevoegdheden; 2. Het adviseren van het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband. Doordat er in de vernieuwde GR enkele bevoegdheden worden overgedragen (gedelegeerd) én de GR het beleid in cocreatie met gemeenten voorbereid ligt een raadsadviescommissie meer voor de hand, dan wanneer dit niet het geval zou zijn. Bij mandaat is immers het uitgangspunt dat de gemeentebesturen individueel verantwoordelijk blijven voor de beleidskeuzes én de uitvoering. Bij een collegeregeling zoals beoogd zijn beleid en uitvoering meer gescheiden dan in de huidige situatie. Het beleid blijft bij de gemeentebesturen, de uitvoering wordt gezamenlijk opgepakt. Dat laat onverlet dat er enig streven naar beleidsharmonisatie zal blijven bestaan, al is het maar om de uitvoering efficiënt te houden. In het principebesluit is al aangegeven dat beleid regionaal wordt voorbereid/opgesteld.
Dit kan ook, want voorbereiding van raadsbesluiten (en dus ook de beleidskeuzes) is een verantwoordelijkheid van de colleges van burgemeester en wethouders.4 Die verantwoordelijkheid wordt in het kader van de GR Sociaal door de colleges gezamenlijk opgepakt in de regio, uiteraard voor zover het gezamenlijke taken betreft waarover afspraken in de GR zijn gemaakt. Normaliter kan het college bij de voorbereiding de gemeenteraad of een raadscommissie betrekken. Er kan gedebatteerd worden over de inhoud van de beleidskeuzes zoals die uiteindelijk door het college aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Die voorbereiding is wat lastiger wanneer beleid regionaal wordt voorbereid, maar lokaal wordt vastgesteld. Dat vraagt in elk geval om een goede lokale invulling van het vroegtijdig betrekken van de gemeenteraad bij uitgangspunten en keuzes. E.e.a. komt ook terug in eerder besproken onderwerpen zoals “grip op verbonden partijen”. De raadsadviescommissie kan hier ook een rol in spelen.
4 Artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet.
- 24 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Via de raadsadviescommissie kunnen de raadsleden van de verschillende gemeenten met elkaar de uitgangspunten en beleidswensen delen en zo adviezen geven over de door de colleges voorgestelde beleidskeuzes. De gemeenteraden kunnen die adviezen, en hetgeen daarbij is besproken, meewegen in hun besluitvorming. De raadsadviescommissie heeft zelf dus géén enkele formele bevoegdheid en komt absoluut niet in plaats van de verantwoordelijkheid van de gemeenteraden noch van de colleges. Dat zou ook onwenselijk zijn omdat anders de raden alsnog buiten spel zouden worden gezet of in het laatste geval juist een rolverwarring gaat optreden wanneer raadsleden weer over de uitoefening van collegebevoegdheden zouden gaan beslissen. De commissie zorgt er alleen voor dat gemeenteraadsleden vroegtijdig meegenomen kunnen worden bij de voorbereiding van beleidskeuzes én met elkaar van gedachten kunnen wisselen over de wensen vanuit de verschillenden gemeenten. De primaire focus van de raadsadviescommissie zal dan ook liggen bij het adviseren van de gemeenteraden, al kan het algemeen bestuur bij de afstemming van voorstellen natuurlijk de politieke adviezen van de raadsadviescommissie meewegen.
De raadsadviescommissie kan dus een belangrijke brugfunctie hebben om de gemeenteraden nog steeds regionaal te laten afstemmen voor hun beleidskeuzes, maar zal anders dan de huidige Drechtraad niet besluitvormend kunnen optreden. Het bestuur van de GR Sociaal is ook geen verantwoording verschuldigd aan de raadsadviescommissie. De verantwoordingslijnen blijven lopen zoals hierboven beschreven. Wie voorzitter is van de raadscommissie is niet wettelijk geregeld (in het wetsvoorstel). Maar het ligt voor de hand dat dit een van de leden is, naar analogie van wat nu (nog) voor raadscommissies in de Gemeentewet geldt. Een bestuurder van het samenwerkingsverband ligt in elk geval niet voor de hand. Dat past niet bij de status van de commissie als adviseur van en voor raden. Het past evenmin bij het zijn van een spil tussen raden en algemeen bestuur, omdat een bestuurder zelf ook weer een belang heeft als lid van het algemeen bestuur.
Wie kan een voorstel doen voor het instellen van een raadscommissie?
Indien de raden een voorstel doen, is het algemeen bestuur van het openbaar lichaam verplicht om de commissie in te stellen; het algemeen bestuur kan de commissie niet instellen als de raden hiertoe geen voorstel doen. Het is dus aan de raden van de deelnemende gemeenten om te bepalen of er behoefte is aan een dergelijke commissie. De gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld op voorstel van de raden van de aan de regeling deelnemende gemeenten gezamenlijk. Alle raden dienen dus in te stemmen met het voorstel. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden zijn gekozen. Vanuit de gedachte achter de gemeenschappelijke adviescommissie ligt deelname vanuit de raden van alle deelnemende gemeenten voor de hand. Een gemeenteraad is echter niet verplicht een raadslid af te vaardigen. De raden kiezen zelf de leden van de commissie. De instelling van deze commissie vindt door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling plaats omdat de gemeenschappelijke adviescommissie onderdeel van de regeling is en daardoor bij de organisatie van het samenwerkingsverband hoort en niet bij de gemeentelijke organisatie.
De gemeenschappelijke raadsadviescommissie heeft nu nog geen wettelijke grondslag, deze wordt met een beoogde wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen alsnog gecreëerd, maar je kunt het ook nu al inregelen, wat in sommige regio’s ook al is gebeurd. In de GR tekst is een “kan-bepaling” opgenomen, zodat als de wens er is, dit ook ingeregeld kan gaan worden en het bestuur de facilitering ervan en het proces met raden verder op kan pakken.
- 25 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Auditcommissie
De Auditcommissie is een commissie met als doel het algemeen bestuur van de GR te adviseren over alle financiële en bedrijfsvoeringsaspecten zonder daarin een politieke rol te nemen. In bijna alle gevallen betreft het een bestuurlijke commissie bestaande uit wethouders, al dan niet (deels) afkomstig uit het algemeen bestuur. In het land zien we ook dat in sommige gevallen andere experts op het gebied van financiën worden toegevoegd. De Auditcommissie kan de taken op het gebied van financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie - die aan het algemeen bestuur zijn toegekend - voorbereiden. Ook kan de Auditcommissie een klankbord zijn voor het bestuur als het gaat om de administratieve organisatie van de GR. Nadere regels over de auditcommissie kunnen in een aparte verordening worden opgenomen, die door het algemeen bestuur wordt opgesteld en vastgesteld. Daarin kan ook opgenomen worden hoe de samenstelling er uitziet. Geadviseerd wordt om voor nu geen auditcommissie in te richten. Wel wordt in de GR tekst een “kan-bepaling” opgenomen, zodat als de wens er (later alsnog) is, dit ook ingeregeld kan worden. De reden van dit advies is tweeledig: 1. We stellen ambtelijk een eigenarenoverleg voor, dat adviseert over P&C producten (zie spelregels flexibiliteit om maatwerk te kunnen bieden en bijlage 3). 2.
We hebben eerder al aangegeven bij de inrichting van het Algemeen en Dagelijks bestuur om in het AB als de P&C producten behandeld worden de wethouders financiën bij de bespreking uit te nodigen. Dit wordt in het reglement van orde van het Algemeen bestuur verder vastgelegd. Met deze 2 punten zijn we van mening dat een auditcommissie op dit moment geen toegevoegde waarde heeft.
6.4 Verwerking in de concepttekst GR Artikel 16 en artikel 20 van de concepttekst GR bevatten de kan-bepalingen voor het inrichten van een raadscommissie of auditcommissie.
- 26 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Vervolgproces en planning
Na de concepttekst GR en de input van alle Drechtstedengemeenten, wordt in de zomermaanden gewerkt aan de definitieve tekst inclusief uitgebreide memorie van toelichting, zodat deze begin september de route in kan; Daarnaast werken de 7 gemeenten en SDD ambtelijk verder aan de vorming van het nieuwe, structurele en interactieve beleidsproces; Met de begeleidingscommissie wordt verder doorgesproken over de stemverhoudingen en nadere invulling gegeven aan de spelregels voor maatwerk; Het financieel kader Sociale Dienst Drechtsteden wordt verder geactualiseerd naar de nieuwe situatie én het aparte traject voor de kostenverdeelsystematiek loopt door; De komende periode zal besloten moeten worden hoe om te gaan met de advies/cliëntenraden voor de Wmo en de participatiewet. Door de wijziging in de structuur, zal bekeken worden welke gevolgen dit heeft voor de regionale én lokale raden; Er wordt gewerkt aan een concept reglement van orde voor het algemeen en dagelijks bestuur; Tot slot zullen de komende maanden alle verordeningen aangepast worden, zodat ook deze straks lokaal kunnen worden vastgesteld. Voor dit laatste punt lichten we hieronder kort toe hoe we met elkaar toewerken naar de lokale kaderstelling voor het Sociaal Domein met ingang van 2022;
2021 staat in het teken van de transitie van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. Wanneer de besluitvorming hierover is afgerond kan per 2022 worden gestart met de transformatie in de lokale kaderstelling. Daarvoor is nodig dat eerst een besluit genomen wordt tot wijziging van de huidige gemeenschappelijke regeling. Deze transitie wordt eind 2021 afgerond. Daarna pas kan worden gestart met de transformatie naar lokale kaderstelling waarvoor dialoog, kennisdeling en tijd nodig is voor het lokale besluitvormingsproces. Om die reden zullen bij aanvang van de nieuwe gemeenschappelijke regeling in eerste instantie de bestaande kaders lokaal worden vastgesteld. Hierin worden alleen de strikt noodzakelijke wijzigingen opgenomen zoals aanpassingen door de structuurwijziging, indexering of landelijke ontwikkelingen.
Lokale kaderstelling vraagt om dialoog, kennisdeling, wensen en behoeften te duiden, te vertalen in voorstellen, eventueel doorrekenen van consequenties etc. Het besluitvormingsproces neemt enkele maanden in beslag en verschilt qua planning bovendien per gemeente en communicatie over de eventuele gevolgen van de inrichting van nieuwe GR voor inwoners moet goed worden voorbereid en uitgevoerd. Ook dit vraagt tijd. De begroting 2022 is dan ook voor nu gebaseerd op bestaand beleid. Tevens geldt dat de besluitvorming plaatsvindt in de opmaat naar de verkiezingen in maart 2022 Voorgesteld wordt om een volgorde aan te houden voor de lokale kaderstelling. We starten uiteraard met de kaders die de gemeenteraden vaststellen, te weten verordeningen en beleidsplannen (voor zover die er zijn), omdat vanuit daar de nadere regels en beleidsregels worden opgesteld/ aangepast.
- 27 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN De doorlooptijd is afhankelijk van de input, de ruimte binnen kaders, de lokale behoeften, maar ook het doorrekenen en bespreken van de consequenties van keuzes en tot slot de beschikbare capaciteit lokaal en regionaal. Het is dan ook niet in beton gegoten. Zaken kunnen eventueel ook gelijktijdig opgepakt worden mocht hier een wens voor zijn. Wel dient er rekening te worden gehouden met benodigde capaciteit lokaal en regionaal.
We merken tot slot op dat in 2021, vanaf mei, al gestart wordt met verdiepende gesprekken tussen gemeenten en SDD over onderwerpen als bijvoorbeeld minimabeleid voor wat betreft de samenwerking en o.a. de maatwerkwensen, zodat we deze langzaamaan steeds verder concretiseren.
- 28 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Bijlage 1: Principebesluit (inclusief moties Papendrecht en Sliedrecht) De Raad voor te stellen in te stemmen met de koers en uitwerkingsrichting voor de toekomstige Drechtsteden samenwerking verwoord in het geformuleerde principebesluit door de colleges van de Drechtstedengemeenten op 27 oktober:
De GRD wordt getransformeerd. Huidige tekst GRD wordt vervangen door een nieuwe GR-tekst. Zowel in de nieuwe GR als in de nieuwe service-gemeente helderheid over toe- en uittreding/deelname. Uitnodigend naar omliggende gemeenten. In het kader van gedeeld eigenaarschap wordt de huidige GR omgebouwd naar een klassieke GR voor de sociale dienst, met daarin de volgende uitgangspunten: o Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is; o Robuust pakket van gezamenlijke diensten; o Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit; o Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”. Voor de overige dochters van de GRD wordt in principe gekozen voor een service-gemeente vanuit Dordrecht met zakelijke dienstverleningsovereenkomsten. Hierbij hanteren we verschillende service-levels met een transparant kostenplaatje. Geen gedwongen winkelnering en commitment voor een aantal jaar voor een bepaald level.
Zowel de service-gemeente inzake bedrijfsvoering als de nieuwe GR op sociaal behoeft nadere uitwerking en inkleuring. Dordrecht komt voor Kerstmis als penvoerder met een voorstel daartoe en doet dat in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen. Voor wat betreft de GR “sociaal” wordt tevens een bestuurlijke klankbordgroep met portefeuillehouders gevormd inzake de inhoudelijke input. We vragen zo spoedig mogelijk commitment aan de 7 gemeenteraden op dit principebesluit. Dordrecht zal een eenduidig besluit voorbereiden dat via de colleges aan de 7 gemeenteraden kan worden voorgelegd. Definitieve besluitvorming wordt voorgelegd in de vorm van een aangepaste GR-tekst en aanvullende besluiten in Q1 van 2021 Communicatie (zowel richting raden als organisatie(s)) geschiedt eenduidig, voorbereid door penvoerder Dordrecht in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen. Er worden in het nieuwe model inspirerende kwartaalbijeenkomsten geïntroduceerd waar politiek, bedrijfsleven en kennisinstellingen elkaar ontmoeten, bestaande uit plenair deel, workshops en ruimte voor ontmoeting/ lunch/borrel. Het jaar 2021 wordt benut voor de implementatie. Zowel inzake voortgang, communicatie en implementatie wordt in hoge mate het belang van de huidige organisatie en de medewerkers in acht genomen en betrokken. 1 januari 2022 moet e.e.a.
doorgevoerd zijn, zodat de nieuwe raads- en collegeperiode goed kan starten.
- 29 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Aangenomen motie gemeente Papendrecht
Motie Regio Drechtsteden democratisch en uitnodigend De raad van de gemeente Papendrecht, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, Constaterende dat: In de Drechtsteden alle gemeenten veel waarde hechten aan een goede regionale samenwerking, In de regio een transformatie op gang is gekomen die voorziet in een andere structuur voor de samenwerking op het gebied van gemeentelijke bedrijfsvoering en de sociale dienst, Er zorgen zijn over het democratisch tekort, vooral op het belangrijke en beleidsrijke beleidsterreinen van de sociale dienst, Er nu een algemeen uitgangspunt van een uitnodigende houding naar omliggende gemeenten is opgenomen in de voorstellen, dat echter nog niet concreet is ingevuld, Op nationaal niveau in het kader van de nieuwe wetgeving voor regionale samenwerking (nieuwe WGR) mogelijkheden worden geboden om het democratisch tekort in de regio te verkleinen, Overwegende dat: Versterking van de samenwerking vooral een vraagstuk is van cultuur en minder van structuur, Er breed frustraties leven bij raden over late betrokkenheid bij belangrijke besluiten van gemeenschappelijke regelingen, De adviescommissie door de wetgever expliciet bedoeld is om raden eerder en effectiever te betrekken bij belangrijke voorgenomen besluiten van gemeenschappelijke regelingen en bovendien de mogelijkheid biedt om ongevraagd advies te geven, De gemeenten
Molenlanden en Gorinchem een samenwerkende houding laten zien en er op onderdelen al ambtelijk en soms ook bestuurlijk wordt samengewerkt met de Drechtsteden, De sociale problematiek van Molenlanden en Gorinchem lijkt op de problematiek van een aantal gemeenten in de Drechtsteden, Vraagt het College om namens de raad in het regionale voorbereidingsproces van de transitie de volgende punten in te brengen: De figuur van de adviescommissie met een vertegenwoordiging vanuit de raden uit te werken voor de GR Sociale Dienst, Samenwerking met Molenlanden en Gorinchem concreet te stimuleren door kleine stappen mogelijk te maken en bij de juridische vormgeving een latere aanhaking eenvoudig mogelijk te maken. Verzoekt het college om namens de raad deze motie onder de aandacht te brengen bij de Drechtstedengemeenten en de gemeenten Molenlanden en Gorinchem. En gaat over tot de orde van de dag. De fracties van CDA, OP, PAB en SGP
- 30 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Aangenomen motie gemeente Sliedrecht Motie Regio Drechtsteden Financieel fit met zorgvuldige besluitvorming De raad van de gemeente Sliedrecht, in vergadering bijeen op 10 februari 2021 Constaterende dat: o Sliedrecht samen met de 6 andere gemeenten binnen de regio Drechtsteden deelneemt aan de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD); o Binnen de regio een transitie op gang komt die een andere structuur voor de samenwerking beoogt; concreet op het gebied van gemeentelijke bedrijfsvoering en de sociale dienst; o Hierbij wordt ingezet om de transitie zo vorm te geven dat de GRD wordt opgedeeld ineen klassieke GR voor de sociale dienst en een service-gemeente voor de overige dochters; o Hierbij een ambitieus tijdpad wordt voorgesteld, waarbij de transitie vóór 1 januari 2022 doorgevoerd zou moeten zijn.
Overwegende dat: o Tijdens de oordeelsvormende bijeenkomst van 19 januari 2021 uitgebreid is gesproken over het proces van de transitie; o Hierbij nadrukkelijke behoefte bestond om meer duidelijkheid te krijgen over de gevolgen van de transitie voor de gemeente Sliedrecht; specifiek wat betreft de financiën en het te volgen tijdpad; o Binnen de huidige GRD duidelijke afspraken bestaan over de wijze waarop de deelnemende gemeenten met elkaar samenwerken, hoe de kosten verdeeld worden en welke rechten en plichten hier tegenover staan; o Conform de ‘Routekaart Transitie 2021’ de raden in maart 2021 spreken en stemmen over de afspraken die gemaakt worden voor de periode na de transitie via de uitgangspuntennotitie, waarin afspraken staan over: i) juridisch, ii) dienstverlening, iii) vormgeving transitie en tijdspad en iv) arbeidsrechtelijk; o Het belangrijk is dat ook afspraken gemaakt worden over de financiële gevolgen van de transitie; o Hierbij bewaakt moet worden dat in de situatie na de transitie nog steeds sprake is van een evenredige verdeling van de kosten en van de rechten en plichten die hier tegenover staan; o Het belangrijk is dat het college en de raad met elkaar in gesprek gaan over het takenpakket van de klassieke GR voor de sociale dienst (hetzelfde takenpakket als de sociale dienst binnen de GRD of een ander takenpakket n.a.v.
een nieuwe afweging); o Zorgvuldigheid hierbij voorop staat om de kwaliteit van het besluitvormings- en implementatieproces te waarborgen. Roept het College op dat: o Een proces doorlopen wordt, waarbij ook afspraken worden gemaakt over de financiële gevolgen van de transitie, waarbij 1) het uitgangspunt is dat de situatie na de transitie budgetneutraal is ten opzichte van de situatie van vóór de transitie en 2) sprake is van een evenredige verdeling van de kosten tussen de deelnemende gemeenten en van de rechten en plichten die hier tegenover staan; o Tijdig het gesprek gefaciliteerd wordt tussen de raad en het college (vóór de definitieve besluitvorming over de uitgangspuntennotitie sociaal in april) over het takenpakket van de GR Sociaal en het takenpakket van de overige dochters; o Tot een zorgvuldig proces wordt gekomen dat qua besluitvorming weliswaar in 2021 wordt afgerond, terwijl de implementatie van de transitie ter waarborging van de zorgvuldigheid ook in 2022 afgerond kan worden, indien hier meer tijd voor nodig is. Frank Dunsbergen
CDA
Cees Paas
SGP-Christenunie
Ben van der Plas PvdA
- 31 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Bijlage 2: Nadere uitwerking van de spelregels flexibiliteit om maatwerk mogelijk te maken Maatwerk in het gemeenschappelijke takenpakket
Zoals gezegd kan er in de regionale afspraken maatwerk worden toegepast. Deze komt bij voorkeur vroegtijdig naar boven tijdens het interactieve beleidsproces tussen gemeenten en GR, waarin in co-creatie gewerkt wordt aan de kaderstellende beleidsstukken, de nadere regels en beleidsregels. GR is conform het principebesluit penvoerder (beleid wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd). Informatie wordt gedeeld, kennis wordt uitgewisseld en in samenwerking wordt tot 1 of meer voorstellen gekomen. Tijdens het proces wordt duidelijk waar maatwerk gewenst is. De GR maakt daarbij inzichtelijk wat wel en niet kan vanuit wet- en regelgeving en geeft aan of en zo ja welke consequenties er zijn voor de bedrijfsvoering, uitvoering en inwoners. In dit proces duiden we ook met elkaar waar de echte verschillen zitten. Gemeenten en GR beogen met elkaar waar dat kan harmonisatie in de beleidskaders te behouden zodat het uitvoerbaar en efficiënt kan blijven, maar geven de ruimte om lokale wensen te bespreken en een goede plek te geven. Als er consequenties zijn maakt de GR een uitvoeringtoets: een gedetailleerde uitwerking van de consequenties, inclusief reële kostenindicatie van de vraag. Onderdeel van deze uitwerking is o.a. personele- en, organisatorische gevolgen, juridische consequenties, de eventuele meer of minderkosten daarvan en eventuele consequenties voor de andere gemeenten.
Ook wordt een dekkingsvoorstel uitgewerkt. Daarbij wordt opgemerkt dat kosten kunnen fluctueren al naar gelang er 1 of meer gemeenten dezelfde maatwerkvraag hebben. Mogelijke (frictie)kosten zijn voor de vragende organisatie. Bij een akkoord op het maatwerk zal dit in de verschillende (beleids)stukken verwerkt worden. Het algemeen bestuur van de GR wordt vroegtijdig betrokken in de volgende gevallen: • Het maatwerk raakt de kosten en resultaatafspraken van de andere deelnemende gemeenten • De GR loopt met het maatwerk een risico op het gebied van rechtmatigheid of voor de bedrijfsvoering • De dekking van het maatwerk moet deels komen uit de begroting van de GR Het algemeen bestuur leidt alle beleidsvoorstellen door naar lokale gremia voor vaststelling en is daarmee ook vroegtijdig betrokken en krijgt scherp waar eventuele verschillen zijn. Zij stelt binnen deze kaders en gegeven de gedelegeerde of gemandateerde bevoegdheden ook zelf stukken vast. Voorbeeld 1: Gemeente X wil graag voor het persoonlijk minimabudget 300 euro verstrekken, gemeente Y 200 euro. Dit is kostenneutraal uitvoerbaar voor een GR, zolang voorwaarden en eisen hetzelfde blijven. Voorbeeld 2: Gemeente Y wil de tegenprestatie (participatiewet) invoeren. De tegenprestatie zou een wijziging van de kaderstelling binnen de verordening Werk & Inkomen inhouden.
Idealiter overigens wordt deze wens vroegtijdig kenbaar gemaakt in het interactieve beleidsproces (en niet bij de uiteindelijke behandeling in de lokale raden). Het invoeren van een tegenprestatie heeft een forse impact op de bedrijfsvoering en mogelijk ook maatschappelijke gevolgen. Met een uitvoeringstoets zal de GR Sociaal de gevolgen voor de bedrijfsvoering, uitvoering én inwoners in beeld brengen als ook de financiële consequenties voor de betreffende gemeente Y.
- 32 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Tijdelijke) projecten of afspraken boven op het gemeenschappelijke takenpakket ten gunste van deze taak als extra “plus”. Op zich is dit ook nu al geen onbekend gegeven, aangezien er nu ook al maatwerk in deze vorm bestaat. Het is goed om vooraf heldere afspraken te maken over het proces in de nieuwe GR. Het gaat om aanvullende activiteiten naast het gemeenschappelijke aanbod die ten gunste komen van de gemeenschappelijke taak waar gemeenten in de GR aan samenwerken. Er komt een regulier ambtelijk overleg tussen de 7 gemeenten en de GR. Daar worden maatwerkvragen gemeld en besproken. Zo is er overzicht over de vragen én kunnen andere gemeenten tegelijkertijd aanhaken op de vraag als hen dat interessant lijkt. Door het aanhaken van andere gemeente op de vraag mag de oorspronkelijke vrager geen onnodige vertraging oplopen. Zodra duidelijk is dat er een wens is vinden er één of meer vraagverhelderingsgesprekken plaats tussen de vrager en GR en informatie en kennis wordt gedeeld. De GR en de vragende gemeente komen met een gedetailleerde uitwerking van de vraag, de consequenties, inclusief reële kostenindicatie van de vraag. Onderdeel van deze uitwerking is o.a.
personele- en, organisatorische gevolgen, juridische consequenties, de eventuele meer of minderkosten daarvan en eventuele consequenties voor de andere gemeenten. Ook wordt een dekkingsvoorstel uitgewerkt. Daarbij wordt opgemerkt dat kosten kunnen fluctueren al naar gelang er 1 of meer gemeenten dezelfde maatwerkvraag hebben. Mogelijke (frictie)kosten zijn voor de vragende organisatie. Na akkoord zal de ambtelijke organisatie van de GR met de gemeente(n) het initiatief nemen om de afspraak vast te leggen in de juiste documenten (bv een beleidsnotitie of P&C documenten). (Tijdelijke) projecten of afspraken boven op het gemeenschappelijke takenpakket ten gunste van deze taak als extra “plus”. Het algemeen bestuur van de GR wordt vroegtijdig betrokken in de volgende gevallen: • Het project raakt de kosten en resultaatafspraken van de andere deelnemende gemeenten • De GR loopt met het project/afspraak een risico op het gebied van rechtmatigheid of voor de bedrijfsvoering • De dekking moet deels komen uit de begroting van de GR
Voorbeeld 1: Gemeente X wil graag een extra tijdelijk project voor de re-integratie van jongeren uitvoeren, naast de bestaande afspraken voor re-integratie
Voorbeeld 2: Gemeente X wil graag een project opzetten voor alleenstaande moeders met multi-problematiek om hun leven daarmee sneller op de rit te krijgen zodat zij met ontwikkelen naar werk aan de slag kunnen.
- 33 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Maatwerk op uitvoeringsniveau (het HOE)
Dit gaat over het concrete dagelijks werk en hoe je dit met elkaar doet en afspreekt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de gemeenschappelijke toegang en triage en over het op uitvoeringsniveau overleg over inwoners om tot de beste oplossing voor een inwoner te komen. Dit krijgt vorm door samen op locatie of in teams te werken. En zo tijdig contact met elkaar op uitvoeringsniveau te hebben en daar af te stemmen. Elkaar leren kennen, verdiepen in elkaars werkwijze en manier van handelen is daarbij belangrijk, zodat er makkelijker en sneller contact mogelijk is en organisaties met elkaar werken aan de oplossing die het beste past bij de situatie op inwonerniveau. Aangezien de wethouder die lid is van het algemeen bestuur verantwoording aflegt aan raad, is het van belang dat hij of zij regelmatig geïnformeerd wordt door de GR over de uitvoering in zijn/haar gemeente en eventuele bijzonderheden. Door deze rechtstreekse contacten kunnen ook signalen snel worden opgepakt en uitgezocht.
Buiten het gemeenschappelijke takenpakket: afspraken over andere taken met 1 of meer gemeenten of andere organisaties
Deze afspraken kunnen zich voordoen bij bijvoorbeeld nieuwe wetgeving. In het regulier ambtelijk overleg tussen de 7 gemeenten en de GR worden ook de landelijke beleidsontwikkelingen gevolgd en besproken. Bij nieuwe wetgeving in het sociaal domein zullen de gemeenten met elkaar in gesprek gaan over het organiseren en uitvoeren van deze wet. Ook kan het gaan om nieuwe wensen of behoeften. Op het moment dat met elkaar vastgesteld wordt dat de 7 gemeenten de taak graag regulier in de GR met elkaar willen afspreken, kan dit verder uitgewerkt worden en zal dit uiteindelijk met een wijziging van de GR tekst juridisch ook geregeld worden. Tijdens de gesprekken kan ook blijken dat 1 of meer gemeenten dit lokaal willen organiseren en 1 of meer gemeenten dit regionaal gezamenlijk willen regelen met de GR. Het zal dan zo zijn dat de gemeenten die hier afspraken over willen maken met de uitvoeringsorganisatie van de GR, hier verder over in gesprek gaan om te komen tot een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Er kunnen DVO’s worden gesloten met niet alleen de 7 Drechtstedengemeenten, maar ook met andere organisaties of partijen. De DVO’s kunnen in principe door de directeur van de ambtelijke organisatie van de GR worden afgesloten. In de GR concepttekst ligt de opdracht bij het dagelijks bestuur.
Zij kunnen op hun beurt in mandaatbesluiten tussen het bestuur van de GR en de directeur van de ambtelijke organisatie e.e.a. verder regelen. Het algemeen bestuur van de GR wordt betrokken bij de totstandkoming van de DVO’s in de volgende gevallen: • Het project raakt de kosten en resultaatafspraken van de andere deelnemende gemeenten • De GR loopt met deelname aan het project een risico op het gebied van rechtmatigheid of voor de bedrijfsvoering • De dekking van het project moet deels komen uit de begroting van de GR
Andere voorbeelden In de gesprekken zijn ook diverse andere voorbeelden genoemd, waarbij het niet zozeer om maatwerk gaat, maar meer om de vraag hoe lokale investeringen effect hebben op regionale afspraken. Deze voorbeelden benoemen we hieronder met een korte weergave van hoe wij dit zien.
- 34 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
- 35 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Bijlage 3: Bestuurlijke en ambtelijke gremia huidige GR D en GR Sociaal
- 36 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Bijlage 4: Nadere toelichting bij financiële kaderstelling Financieel beleid GR Zoals gezegd blijven de raadsbevoegdheden lokaal in het nieuwe model. Dat betekent feitelijk dat de gemeenteraden weer over de kaderstelling gaan en daarmee beleidskaders vaststellen. Daarbij wordt opgemerkt dat de set aan taken die de Drechtraad nu heeft, niet allemaal naar de lokale raad teruggaan. Een deel zal op grond van de Wgr ook overgaan naar het algemeen bestuur van de GR (bijvoorbeeld vaststellen van de begroting). De GR heeft de verplichting om financieel beleid op te stellen. Als we in dit verband over financieel beleid spreken bedoelen we de formeel, bestuurlijk, vastgestelde regels en afspraken over de begroting, de P&C cyclus en de financiële functie van de GR Sociaal. Het financieel beleid wordt vastgelegd in verordeningen en nota’s en is vergelijkbaar met dat van een gemeente, waarbij het bij een gemeente over het algemeen uitgebreider is. Voor een overzicht van de stukken verwijzen we naar bijlage 1. De financiële beleidsstukken voor de GR worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Uitzondering hierop is het mandaatbesluit, dat door het Dagelijks Bestuur wordt vastgesteld. Vaststelling door het AB is omdat dat zo in WGR is bepaald, maar ook omdat het beleidsregels betreffen voor de eigen organisatie, en het AB is het hoogste bevoegde orgaan voor de GR.
Ook al gaat het algemeen bestuur feitelijk over een groot deel van deze financiële stukken, feit is dat de GR geheel gefinancierd wordt door en via de gemeenten. Gezien het grote financieel belang dat daarmee is gemoeid, is het goed als gemeenten in positie worden gebracht vooraf kennis te nemen van het financieel beleid van de GR SDD. Om ervoor te zorgen dat alle onderdelen van het financieel beleid aan gemeenten worden voorgelegd, kan in de tekst van de GR SDD een procedureregeling opgenomen worden waarin geregeld wordt dat het bestuur van de GR het financieel beleid voorlegt aan de lokale raden voordat zij een besluit nemen.
Financieel kader en bijdrageverordening We vragen aandacht voor 2 andere documenten. Eén daarvan is het financieel kader Sociale Dienst Drechtsteden: dit is een set van uitgangspunten voor de financiële sturing die van belang is bij het opstellen van de begroting. Het stuk dat er nu ligt is eind vorig jaar in nauwe samenwerking met gemeenten opgesteld en vraagt aanpassing van termen als Drechtraad en DSB, zodat het aansluit op de nieuwe structuur. De uitwerking van wat in dit kader is opgenomen vindt vervolgens plaats in diverse P&C stukken, waaronder de jaarlijkse uitgangspuntennotitie die eerder al benoemd is. Op basis van de lokaal vastgestelde kaders en deze uitgangspunten wordt de conceptbegroting voor de GR opgesteld. We zullen er in elk geval voor zorgen dat het financieel kader aangepast wordt naar de nieuwe situatie en aan het einde van het jaar met de wijziging van de GR tekst beschikbaar is. Het andere belangrijke document is de bijdrageverordening: hierin is vastgelegd volgens welke verdeelprincipes en sleutels de kosten van de GRD-dochters worden doorbelast aan de gemeenten. De vernieuwde financieringsafspraken moeten nu toegespitst worden op de taken van de vernieuwde GR Sociaal, daarvoor loopt op dit moment het aparte traject van de nieuwe kostenverdeelsystematiek.
De vraag is ook wat er dan nog in de bijdrageverordening komt en welke afspraken deels op een andere wijze worden vastgelegd, waarbij geldt dat het algemeen bestuur van de GR de verdeelsleutels opneemt in de P&C- cyclus en ze daarmee een plek krijgen structureel in o.a. de begroting. Het proces van de herijking van de principes en sleutels kent voor nu een route van o.a. een lokale ronde per gemeente (effecten lokaal duiden), een bestuurlijke conferentie in juni 2021, waarna besluitvorming plaats gaat vinden. De besluitvorming van de kostenverdeelsystematiek is daarmee losgekoppeld van de vorming van de GR. De GR neemt de vastgestelde kostenverdeelsystematiek straks 1 op 1 over voor verwerking in o.a. de begroting en administratie. - 37 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Het financieel kader Sociale Dienst Drechtsteden nader toegelicht Zoals gezegd is het financieel kader een set van uitgangspunten voor de financiële sturing die met name van belang is bij het opstellen van de begroting. Dat kader kan niet zo “hard” zijn als in het verleden, omdat de uitkeringen uit het gemeentefonds steeds minder gealloceerd worden en omdat er bewust voor gekozen is om niet langer te begroten op basis van beschikbare middelen, maar op basis van reële kosten.
Om financiële sturing op de GRD/SDD mogelijk te maken én invulling te geven aan de eisen en wensen die bij gemeenten leven, moet het financieel kader daarom in samenhang worden bezien met twee andere instrumenten: de jaarlijkse uitgangspuntennotitie en een financiële monitor sociaal domein. Het financieel kader bevat 5 uitgangspunten: 1. Transparantie 2. Efficiency en effectiviteit 3. Innovatie 4. Financiële begrenzing 5. Dienstenportfolio Transparantie: De begroting, bestuursrapportages en jaarrekening worden zo transparant mogelijk opgesteld. Kosten worden daarbij zoveel als mogelijk in relatie gebracht tot beleidskeuzes en volumes per dienst en per gemeente zoals die in de uitgangspuntennotitie zijn geïnventariseerd. Efficiency & effectiviteit: In de begrotingscyclus ligt de focus op effectiviteit. Dat betekent dat het gesprek over de omvang van de begroting gevoerd wordt op basis van (keuzes in) het beleid. Het gesprek over de efficiency van de organisatie is ook belangrijk, maar vindt op andere momenten plaats. Dit gesprek wordt minimaal 1 keer in de 3 jaar gevoerd op basis van informatie van een onafhankelijke organisatie5. Innovatie: Uitgangspunt is dat alle gemeenten bijdragen aan de kosten voor (generieke) innovatie die vanuit de dienst wordt opgestart. De kosten zijn onderdeel van de reguliere exploitatiebegroting. 5
Dit kan bijv. Divosa zijn of een onafhankelijk benchmark-instituut.
- 38 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN De kosten voor innovatie worden opgenomen op basis van concrete voorstellen met een goede onderbouwing in de jaarlijkse uitgangspuntennotitie. Als innovatie op initiatief van één of enkele gemeente(n) wordt opgestart, worden de ontwikkelkosten door de betreffende gemeenten gedragen. Als andere gemeenten later ook van deze innovaties gebruik gaan maken, betalen zij een innovatie-opslag6 Financiële begrenzing: Er wordt reëel geraamd op basis van met gemeenten afgestemde volumes en beleidsopgaven. Betaalbaarheid is een integraal vraagstuk van gemeenten: de confrontatie van uitgaven met inkomsten wordt in beeld gebracht met behulp van de financiële monitor. Dienstenportfolio: Er worden drie typen diensten onderscheiden: • • •
Gezamenlijke diensten die door alle gemeenten in dezelfde vorm/mate worden afgenomen Gezamenlijke diensten waar gemeenten keuzevrijheid hebben in de mate waarin ze het afnemen Maatwerk diensten die door één of meerdere gemeenten worden afgenomen
De kosten van gezamenlijke diensten worden verdeeld op basis van kostenverdeelsleutels of op basis van voor- en nacalculatie. Over de kosten van maatwerkdiensten worden specifieke afspraken vastgelegd met de gemeenten in een DVO.
De uitgangspuntennotitie nader toegelicht Gemeenten worden eerder betrokken in het proces om te komen tot een nieuwe (meerjarige) begroting. Dit versterkt de beweging om tot een zo realistisch mogelijke, kosten-gerelateerde begroting te komen. In november van elk jaar wordt informatie verzameld op minimaal de volgende onderwerpen: • Verwachte aantallen (o.a. demografische gegevens, CPB-prognose) voor de komende jaren van maatstaven die de inkomsten of uitgaven sterk beïnvloeden; • Behoeften aan maatwerk dienstverlening op basis van lokaal beleid; • Richtlijnen vanuit gemeenten (vergelijkbaar met de begrotingsrichtlijnen voor de 3 GR’-en van Zuid-Holland Zuid); • Landelijke ontwikkelingen binnen het Sociaal domein; • Uitvoeringsplannen van de regionale visie en • Innovatievoorstellen, zowel algemene innovaties (geïnitieerd vanuit SDD) als specifieke innovaties vanuit één of enkele gemeenten. De informatie van gemeenten, GRD/SDD en GRD/OCD wordt samen met andere relevante informatie (zoals loon- en prijsindices) en inhoudelijke, beleidsmatige uitgangspunten gebundeld in een jaarlijkse uitgangspuntennotitie die in januari wordt opgeleverd en intensief bestuurlijk wordt afgestemd. In de uitgangspuntennotitie worden waar mogelijk en relevant keuzemogelijkheden, scenario’s en prioriteiten opgenomen.
Na vaststelling is deze (jaarlijkse) uitgangspuntennotitie dé basis voor de begroting. Samengevat betekent dit dat de uitgangspuntennotitie de regionale én lokale uitgangspunten en beleidskeuzes vastlegt. Dit wordt vervolgens in de begrotingen financieel vertaald, waarna bestuurders tot besluitvorming kunnen komen.
6
In de begroting 2022 is geen aparte innovatie opgenomen.
- 39 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
De totstandkoming van een jaarlijkse uitgangspuntennotitie heeft een belangrijke aanpassing in de werkwijze van gemeenten en GRD/SDD gevraagd. Daarbij is de wijziging in rollen en verantwoordelijkheden minstens zo belangrijk als de inhoudelijke informatie die verzameld moet worden. De uitgangspuntennotitie is een jaarlijks product van SDD en gemeenten gezamenlijk. Om het gewenste doel te bereiken is het van belang dat financiële kennis en beleidsinhoudelijke kennis binnen gemeenten en SDD bij elkaar wordt gebracht.
Traject kostenverdeelsystematiek De omvang van de gemeentelijke bijdragen is afhankelijk van de omvang van de totale “gezamenlijke” diensten (Transitie GR Sociaal, taakverdeling, gezamenlijke pakket van 7), de verdeling van de daaraan gerelateerde kosten (kostenverdeelprincipes en sleutels) en de kosten voor lokaal maatwerk (zie ook de aparte uitwerking flexibiliteit & maatwerk). Vanuit de theorie zijn er vier verschillende verdeelprincipes te onderscheiden:
Solidariteit: iedereen draagt in even sterke mate bij Voorbeelden hiervan zijn verdeelsleutels waarin per gemeente of per inwoner een vaste bijdrage wordt betaald. Draagkracht: de sterkste schouders dragen het meest Een voorbeeld hiervan is een verdeelsleutel die gebaseerd is op de inkomsten van de deelnemende organisaties. Continuïteit: iedereen draagt bij op basis van historisch aandeel Een voorbeeld hiervan is een sleutel die gebaseerd is op de kosten die gemaakt werden voorafgaand aan de overdracht van taken aan een nieuwe organisatie. Nut: de gebruiker betaalt Een voorbeeld hiervan is een sleutel die gebaseerd is op de geleverde prestatie Bijvoorbeeld het aantal bediende klanten.
- 40 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN De huidige kostenverdeling van de GR SDD is opgenomen in de bijdrageverordening en ziet er grofweg als volgt uit:
De werkgroep die zich met de nieuwe kostenverdeelsystematiek bezighoudt heeft voor nu het volgende concept qua principes uitgewerkt: Regeling Participatie
Individuele voorzieningen Wmo
Robuust pakket & maatwerk zonder meerkosten
Maatwerk met meerkosten
Inkomensregelingen
Solidariteit/draagkracht
-
Arbeidsparticipatie
Solidariteit/draagkracht
Nut
Begeleidende participatie
Solidariteit/draagkracht
-
Statushouders
Solidariteit/draagkracht
Nut
Minimabeleid (incl. CGZ en KO)
Nut
Nut
Schuldhulpverlening
Nut
Nut
Huishoudelijke ondersteuning
Nut
Nut
Hulpmiddelen en vervoer
Nut
Nut
Begeleiding en kortdurend verblijf
Nut
Nut
Dagbesteding
?
Nut
- 41 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Het sturingsmechanisme werkt vanaf de ‘voorkant’ van het proces. Met enige regelmaat wordt de suggestie gedaan om de gehele dienstverlening te baseren op basis van prijs x volume (p x q), omdat gemeenten dan hun lasten direct zouden kunnen beïnvloeden door op de q te sturen. Dat is niet terecht, omdat een deel van de lasten ‘vast’ zijn en bij een lager volume de prijs zal stijgen om de vaste lasten te dekken. De ‘winkel’ en de bijbehorende apparaatskosten zijn eigendom van de gezamenlijke gemeenten en het verlagen van de hoeveelheid (q) leidt dus niet automatisch en direct tot een lagere bijdrage (pxq). Dat kan alleen als de volumes aan de voorkant goed geprognosticeerd worden en de organisatie daarop wordt ingericht.
Financiële beleidsstukken GR Twee verordeningen die een GR moet hebben zijn wettelijk verplicht: de Financiële verordening en de Controle verordening. Deze verplichting is opgenomen in de gemeentewet, artikel 212 en artikel 213. In de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (WGR) staat dat deze verplichting ook voor GR'-en geldt (WGR artikel 35). Financiële verordening, artikel 212 is als volgt: 1. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2. De verordening bevat in ieder geval: a. Regels voor waardering en afschrijving van activa; b. Grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; c. Regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie. Controle verordening, artikel 213, begint als volgt: 1. De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.
Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 2. De raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. Artikel 213 bevat verder bepalingen over de accountantscontrole en –bevindingen. De controle verordening heeft nu nauwelijks ruimte voor eigen beleid. De eisen die worden gesteld aan de werkzaamheden van de accountant en de inhoud van de accountantsverklaring zijn wettelijk bepaald. Nieuwe wetgeving is in procedure over de eigen rechtmatigheidsverklaring van het bestuur. Die wetgeving zal dan een vertaling krijgen in een nieuwe controleverordening.
- 42 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN In onderstaande tabel zijn de stukken opgesomd met een korte toelichting. De stukken worden vastgesteld door het algemeen bestuur van de GR. Stuk Financiële verordening Controleverordening Financieringsstatuut Garantstellingen en leningen Activeren en afschrijven Risicomanagement en Weerstandsvermogen Verbonden partijen
Financiële mandaten
Toelichting De verordening beschrijft de P&C-cyclus van de GR SDD. Daarin kan ook het begrotingsproces volgens het nieuwe financieel kader opgenomen worden. Deze gaat over de accountantscontrole en de rol van het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur. Deze moet in de toekomst worden uitgebreid met de rechtmatigheidsverklaring van het DB. Beschrijft hoe met de geldstromen wordt omgegaan, inclusief bevoegdheden en rolverdeling De huidige GRD heeft geen garantstellingen, alleen leningen aan verbonden partijen (Stroomlijn en Baanbrekend Detacheren). De vaste activa van de GR SDD zijn erg beperkt (huisvesting, ICT). De huidige nota kan inhoudelijk worden gehandhaafd, maar moet worden aangepast aan de nieuwe terminologie Deze notitie beschrijft in algemene zin hoe met risico's wordt omgegaan. De notitie bepaalt ook hoe de GR met weerstandsvermogen/ reserves omgaat.
Wettelijke basis Artikel 212 gemeentewet, artikel 35 Wgr Artikel 213 gemeentewet, artikel 35 Wgr Artikel 212 gemeentewet, artikel 35 Wgr
Artikel 212 gemeentewet, artikel 35 Wgr Nadere invulling financiële verordening, artikel 212 gemeentewet
De huidige GR heeft momenteel geen nota verbonden partijen. Dat kan voor de GR SDD wel worden overwogen, maar hoeft geen prioriteit te hebben. De nieuwe GR Sociaal zal aandelen hebben in Stroomlijn en Baanbrekend Detacheren. Beide BV's zijn inmiddels op de hoogte van de omvorming van de GRD. In de aandeelhoudersvergaderingen wordt de GR vertegenwoordigd door een lid van het Dagelijks Bestuur. Geadviseerd wordt begin 2022, als de nieuwe samenstelling van het DB bekend is, af te spreken wie die vertegenwoordiger is. Daarbij aandacht hebben voor de verschillende rollen van opdrachtgever en aandeelhouder. Er zal een nieuwe mandaatregeling moeten worden Wgr, GR tekst vastgesteld, toegespitst op de organisatorische inrichting.
- 43 -