Bijlage 2. Begeleidende Notitie GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
2021
De invulling van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal in de Drechtsteden BEGELEIDENDE NOTITIE BIJ DE CONCEPTTEKST VOOR DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Inhoudsopgave Onderdeel Inhoudsopgave Inleiding Aanleiding (het waarom) Waar staan we in het proces Onderdeel 1: Vertaling van de hoofdlijnennotitie 1.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie 1.2 Algemene input van colleges en raden 1.3 Nadere invulling gemeenschappelijke regeling 1.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal Onderdeel 2: Inrichting Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en stemverhoudingen 2.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie 2.2 Input van colleges en raden 2.3 Nadere invulling gemeenschappelijke regeling 2.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal Onderdeel 3: Spelregels flexibiliteit om maatwerk te kunnen bieden 3.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie 3.2 Input van colleges en raden 3.3 Nadere invulling gemeenschappelijke regeling 3.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal Onderdeel 4: Spelregels toetreding, wijziging & (gedeeltelijke) uittreding 4.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie 4.2 Input van colleges en raden 4.3 Nadere invulling gemeenschappelijke regeling 4.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal Onderdeel 5: Financiële kaderstelling & consequenties 5.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie 5.2 Input van colleges en raden 5.3 Nadere invulling gemeenschappelijke regeling 5.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal Onderdeel 6: Instellen van (advies)commissies 6.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie 6.2 Input van colleges en raden 6.3 Nadere
invulling gemeenschappelijke regeling 6.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal Vervolgproces en planning Bijlage 1: Principebesluit (inclusief moties Papendrecht en Sliedrecht) Bijlage 2: Nadere uitwerking van de spelregels om maatwerk mogelijk te maken Bijlage 3: Bestuurlijke en ambtelijke gremia huidige GR D en GR Sociaal Bijlage 4: Nadere toelichting bij financiële kaderstelling
Pagina 01 02 – 06 02 – 05 06 07 – 09 07 08 09 09 10 – 14 10 10 11 – 14 14 15 – 18 15 15 15 – 18 18 19 19 19 19 19 20 – 23 20 20 – 21 21 – 23 23 24 – 26 24 24 24 – 26 26 27 – 28 29 – 31 32 – 35 36 37 – 43
-1-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Inleiding De invulling van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal in de Drechtsteden (wat ligt er voor) De concepttekst voor de wijziging van de GR Drechtsteden naar de GR Sociaal ligt voor ter besluitvorming. Die tekst is het uiteindelijke sluitstuk om te komen tot een nieuw sturingsmodel in de Drechtsteden. Omdat het in de tekst soms een zeer korte (juridische) weergave betreft van de keuzes en besproken bouwstenen wordt in deze notitie (begeleidende notitie bij de concepttekst voor de nieuwe GR Sociaal) een inhoudelijke toelichting gegeven op alle benodigde bouwstenen. We houden hierbij steeds de volgende structuur aan: 1) 2) 3) 4)
De contouren uit de hoofdlijnennotitie (wat was de richting) De input van de colleges en raden (wat heeft u meegegeven) De nadere invulling van de gemeenschappelijke regeling (wat hebben we met de input gedaan) De verwerking in de concepttekst GR (in welke artikelen kunt u bovenstaande terugvinden)
Waarom nu al de tekst in concept?
Dit wijzigingsvoorstel volgt een ongebruikelijke weg. Tot nu toe werden wijzigingsvoorstellen van de GR Drechtsteden ambtelijk voorbereid en werd het wijzigingsvoorstel ter besluitvorming via de eerste collegevergadering van Dordrecht na het zomerreces in routing gebracht. In de periode september tot en met december werd het wijzigingsbesluit dan vastgesteld door alle bestuursorganen van de Drechtstedengemeenten. Na de bekendmaking van het dan door alle bestuursorganen vastgestelde wijzigingsbesluit in december, trad het wijzigingsbesluit op 1 januari van het nieuwe jaar in werking. Dit jaar is sprake van een bijzondere situatie en een transitie die grote gevolgen heeft voor de bestaande gemeenschappelijke regeling. Zoals gezegd wordt de GR Drechtsteden omgevormd tot een GR Sociaal en alle bedrijfsvoeringstaken worden ondergebracht bij de gemeente Dordrecht. Met name de samenhang tussen die twee zaken, die gelijktijdig in werking moeten treden, omdat anders een juridisch maar ook praktisch onwerkbare situatie ontstaat, maakt dat deze keer de colleges en raden zich al voor het zomerreces moeten uitspreken over de concepttekst van de nieuwe regeling. Het wijzigingsbesluit moet eind augustus in de formele besluitvormingsprocedure worden gebracht om inwerkingtreding op 1 januari mogelijk te maken.
Als dat proces eenmaal in gang is gezet zijn tekstuele aanpassingen niet meer mogelijk. Als tijdens het formele besluitvormingsproces bij een van de gemeenten amendementen zouden worden aangenomen die leiden tot een aanpassing in de tekst, zou het juridische gevolg zijn dat het wijzigingsbesluit niet wordt vastgesteld en niet per 1 januari 2022 in werking kan treden. De tekst van de GR Drechtsteden kan alleen bij unanimiteit worden gewijzigd. De consequentie daarvan zou zijn dat de tekst van de GR Drechtsteden dan niet per 1 januari wijzigt en dat dus alle huidige taken en bevoegdheden in stand blijven. Aangezien een deel van het personeel, naar het zich nu laat aanzien, dan bij de gemeente Dordrecht in dienst zal zijn, zou dat tot een onwerkbare situatie leiden. Om dat te voorkomen worden de colleges, burgemeesters en raden nu in de gelegenheid gesteld zich over de concepttekst uit te spreken. Eventuele tekstwijzigingen kunnen dan tijdens het zomerreces worden doorgevoerd, waarna de definitieve tekst eind augustus op de gebruikelijke wijze in procedure kan worden gebracht.
Uittreding burgemeesters en raden
De GR Drechtsteden is een regeling van de colleges, burgemeesters en gemeenteraden. De GR Sociaal is een regeling van alleen de colleges. Dat betekent dat de burgemeesters en raden uit de regeling treden. Op grond van artikel 1, tweede lid Wet gemeenschappelijke regelingen geven de raden vervolgens toestemming aan de colleges voor het wijzigen van de GR Drechtsteden. In de volgorde van besluitvorming stellen de colleges daarna een integrale nieuwe tekst van de GR Sociaal vast. -2-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Aanleiding (Het waarom) Het speelveld van het sociaal domein is in beweging Het speelveld van het Sociaal Domein is in beweging. Niet alleen in de Drechtsteden en Zuid-Holland Zuid, maar ook landelijk wordt nagedacht over stappen die gezet moeten worden om duurzaam grip te krijgen op de explosief stijgende zorgvraag en daarmee gepaard gaande kosten. Gemeenten denken na over de toekomst van het Sociaal Domein en over (regionale) samenwerking. De gemeenten in de Drechtsteden hebben de taken in het Sociaal Domein op verschillende schaalniveaus georganiseerd: lokaal, met een paar gemeenten samen en in de Drechtsteden en ZuidHolland Zuid via Gemeenschappelijke Regelingen (verbonden partijen). Voor de taken die bij de gemeenschappelijke regelingen zijn belegd vindt nu getrapte besluitvorming plaats en daardoor zijn integrale kaders voor raden moeilijk te stellen. Dit leidt ertoe dat alle gemeenten (klein, groot, arm, rijk) spanning ervaren met het beoogde doel van de 3D's (nabije sturing). Colleges en gemeenteraden ervaren daarbij dat zij onvoldoende kunnen sturen en positie kunnen nemen op de beoogde doelen in het Sociaal Domein (integrale aanpak binnen de gedecentraliseerde wetten: Jeugdhulp, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Participatiewet).
Gemeenteraden weer in positie om kaders te stellen De maatschappelijke opgaven waar we voor staan vragen om een sterke lokale sociale infrastructuur en beleidsruimte en om een krachtige regionale samenwerking waarin maatwerk mogelijk is. Die lokale infrastructuur en regionale samenwerking moeten goed op elkaar aansluiten. Zoals gezegd is de manier waarop de gemeenten in de Drechtsteden het Sociaal Domein hebben georganiseerd complex, waardoor gemeenteraden onvoldoende in positie zijn om lokaal de inhoudelijke en financiële kaders te stellen. Die complexiteit leidde tot een roep om optimalisatie van maatwerk of anders geformuleerd naadloze aansluiting tussen de lokale en regionale dienstverlening aan inwoners. Zij kennen immers maar één overheid, niet meerdere. Zeker wanneer inwoners (of het huishouden waarvan zij onderdeel uitmaken) ondersteuningsbehoeften hebben op meerdere levensdomeinen is het van belang dat zij op één plek, dichtbij huis en op basis van een integrale aanpak worden ondersteund door de overheid. Kortom, de lokale gemeenteraden moeten weer in de positie komen om de financiële en beleidsmatige kaders in het Sociaal Domein vast te stellen en de integrale afweging te maken over de schaarste en aanpak.
Naast inwoners staan Maar de behoefte aan meer grip en sturing zijn niet de enige aanleiding om na te denken over de toekomst van het Sociaal Domein. We willen inwoners echt centraal te stellen in onze (lokale en regionale) aanpak en dienstverlening en we willen naast hen staan. Daarvoor is het noodzakelijk dat het primaat van het sociaal domein weer lokaal komt te liggen (We zijn ervan) en dat we de kracht van onze samenwerking versterken waar het onze inwoners ten goede komt (We doen het samen). Met het primaat lokaal bedoelen we dat de lokale raden gaan over het stellen van de financiële en beleidsmatige kaders van verschillende regelingen. Iedere individuele gemeente draagt daarbij de verantwoordelijkheid voor het verlenen van integrale hulp aan inwoners vanuit het principe 1 huishouden, 1 plan.
We zijn ervan en doen het samen Om die reden hebben in 2020 drie Bestuurlijke conferenties plaatsvonden waarin deze vraagstukken zijn verkend. Leidend tijdens deze conferenties was de vraag “Hoe kunnen we bouwen aan een flexibele en effectieve regionale samenwerking die past bij onze opgaven en deze tijdgeest.” Bij het toewerken naar een vernieuwde vorm van samenwerken behouden we wat goed gaat. We intensiveren en verbeteren de samenwerking en zorgen we ervoor dat deze toekomstbestendig is en blijft. Tot slot zorgen we ervoor dat de samenwerking mooier wordt: “We zijn ervan en doen het samen!”. -3-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN De omvorming naar een nieuwe samenwerkingsvorm is daarmee veel meer dan een herijking van de huidige afspraken. Het is meer dan het weer lokaal beleggen van de financiële en beleidsmatige kaders en de bijbehorende verordeningen. Een vernieuwde regionale samenwerking biedt ons kansen en voordelen voor de toekomst.
Nieuw sturingsmodel Vanuit gezamenlijk eigenaarschap hebben de zeven colleges van burgemeesters en wethouders eind oktober 2020 tijdens de derde collegeconferentie een principebesluit geformuleerd dat richtinggevend is voor de uitwerking van een nieuw sturingsmodel: De huidige Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden voor het onderdeel Sociale Dienst Drechtsteden wordt omgevormd naar een klassieke Gemeenschappelijke Regeling (GR) met een Algemeen en Dagelijks Bestuur. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten benoemd (geciteerd uit het principebesluit):
Robuust pakket van gezamenlijke diensten. Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit. Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is. Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds moet voorkomen worden dat er volledige overheersing is door ‘stedelijk gebied’ of ‘poldergebied’.
Een klassieke gemeenschappelijke regeling met een Algemeen en Dagelijks Bestuur voldoet goed aan de uitgangspunten die hierboven zijn benoemd en aan de behoefte om de beleidsmatige en financiële kaders weer lokaal stellen. Bij de omvorming van de huidige GR (voor het onderdeel SDD) naar een klassieke GR is het van belang goed te kijken naar de inzet en capaciteit die nodig is bij zowel gemeenten als de GR Sociaal zelf. Het feit dat de kaderstelling weer bij gemeenten komt te liggen betekent dat zij er taken bij krijgen en dat zij zullen investeren in stevig opdrachtgeverschap. Voor de GR betekent het dat zij met meerdere opdrachtgevers te maken krijgen en dat vraagt meer tijdinvestering. De concerntaken voor de GR Sociaal komen bij de Sociale Dienst te liggen (aangezien de andere onderdelen van de huidige GR worden ondergebracht bij servicegemeente Dordrecht). Voor zowel gemeenten als SDD wordt het contact intensiever, waarbij co-creatie een sleutelwoord is. De uitdaging is en blijft om ook in de nieuwe structuur te komen tot complexiteitsreductie. Niet alleen wendbaarheid speelt een rol, het gaat tevens om werkbaarheid voor alle organisaties die betrokken zijn.
Opdracht omvorming naar een nieuwe gemeenschappelijke regeling Vanuit het geformuleerde principebesluit heeft het ONS D (overleg netwerksecretarissen Drechtsteden) vervolgens de opdracht gekregen om alle noodzakelijke voorbereidingen te treffen voor de totstandkoming van deze nieuwe (klassieke) “Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Drechtsteden”. Er loopt parallel aan dit proces ook een proces rondom de doorontwikkeling van de jeugdhulp in ZHZ. Deze doorontwikkeling is in gang gezet met een regionale werkagenda (opvolging advies AEF, implementatie van de Governance) en gericht op meer lokale sturing, betere samenwerking, afbakening van jeugdhulp, betere sturingsinformatie en beheersing van de kosten. De opdracht van het ONS-D is in eerste instantie alleen gericht op taken in het kader van de huidige GR SDD (o.a. Wet Maatschappelijke ondersteuning, schuldhulpverlening en de Participatiewet).
-4-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Integrale aanpak voor iedereen die dat nodig heeft “Iedereen een zelfstandig en volwaardig bestaan, waarbij alle inwoners van de Drechtsteden zelfstandig en volwaardig kunnen leven, werken, wonen en meedoen. Waar dat niet lukt, helpen we die mogelijkheden vergroten.” Op basis van deze visie werken we sinds 2019 binnen het Sociaal Domein in de Drechtsteden samen aan drie maatschappelijke opgaven die de basis vormen voor ons handelen: Opgave 1. Bestaanszekerheid versterken: we bieden perspectief, rust en mentale ruimte. Vanuit onze rol zetten we maximaal in op het voorkomen en doorbreken van inkomensonzekerheid, armoede en schulden. Opgave 2. Ontwikkelen naar werk: we bieden toekomstperspectief door ons in te zetten voor betaald werk voor iedereen die kan werken. Opgave 3. Zorgen voor ondersteuning: we organiseren (toegang tot) maatwerkvoorzieningen en bieden andere vormen van ondersteuning. Zo dragen we eraan bij dat mensen passend wonen en actief meedoen in de samenleving. Deze visie en opgaven blijven onverminderd van kracht in de nieuwe gemeenschappelijke regeling Sociaal. Wel is er een wens om deze gezamenlijke visie verder uit te werken en uit te diepen.
Onderwerpen als een integrale aanpak (en weging) voor inwoners die dat nodig hebben en de ontschotting die daarvoor nodig is, aansluiting tussen lokale en regionale dienstverlening (en lokale inkleuring), de samenwerking met (lokale) maatschappelijke partners en maatwerk geven we daarin een plek. Ook de verbinding tussen Sociaal, Wonen, de Groeiagenda en Economie nemen we hierin mee. Zo werken we samen aan een mensgericht, doelmatig en effectief sociaal beleid dat voor inwoners het meeste effect heeft en past bij de lokale behoeften.
Principe van één overheid We hebben een sterke behoefte aan duidelijkheid en eenheid tussen het regionale en lokale sociaal domein. Zowel voor inwoners als voor maatschappelijke instanties. Om inwoners zo goed mogelijk te helpen en ieders verantwoordelijkheden optimaal uit te voeren, bouwen we de samenwerking op vanuit de inwoner, hij/zij staat centraal in onze keuzes en ons handelen. Goed vindbare ondersteuning en informatie, zonder schotten en met een integrale denk- en werkwijze. Toegang afgestemd op de vraag en behoefte van de inwoner, dichtbij huis, is in deze verbinding een belangrijke eis. Daarbij zijn integraliteit, laagdrempeligheid, aansluiting op behoeften van de inwoners en goede samenwerking de randvoorwaarden. Als er meerdere problemen zijn rond een persoon, gezin of huishouden spelen, is samenwerking met en tussen partijen essentieel. Daarbij staat het gezamenlijk doel centraal. Met partijen bedoelen we in dit geval niet alleen gemeenten en SDD. Ook de jeugdteams, SOJ, DG&J, Drechtwerk en allerlei (lokale) maatschappelijke partners zijn onderdeel van die samenwerking. We creëren daarmee met elkaar een keten aan voorzieningen die hard nodig is om onze inwoners elke dag te kunnen ondersteunen en daarmee de publieke waarde voor onze inwoners, onze gemeente en onze regio te creëren.
Op- en afschalen zijn onlosmakelijk onderdeel van dit netwerk en het simpel switchen tussen voorzieningen moet makkelijker mogelijk zijn. De nieuwe manier van samenwerken maakt dit beter mogelijk, waarbij dit per gemeente kan verschillen, doordat invulling hiervan per gemeente anders is. Principes als “no wrong door” en “one-stopshop” geven we daarin een vaste plek. De inwoner moet enerzijds geen last hebben van verschillende loketten, instanties of opdrachten en anderzijds maar één keer hun verhaal doen en één keer gegevens aanleveren. -5-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Waar staan we in het proces De transitie van de GR Sociaal in de Drechtsteden in 2021 is gevormd langs 3 mijlpalen. De eerste mijlpaal betrof de hoofdlijnennotitie, die in maart 2021 de route in ging. De volgende mijlpaal betreft de concepttekst GR en deze begeleidende notitie zoals deze nu voor ligt. Hiernaast treft u nogmaals alle mijlpalen met deelstappen aan inclusief de conceptplanning in weken. De planning is en blijft ambitieus, maar met de intensieve samenwerking die is ingezet, verwachten we dat 1 januari 2022 nog altijd haalbaar is. In de afgelopen periode heeft de tijdelijke werkorganisatie hard met alle gemeenten en betrokken partijen gewerkt aan de bouwstenen voor de concepttekst GR. De stuurgroep voor de GR Sociaal, die bestaat uit een afvaardiging van de gemeenten en de SDD, is met diverse werkgroepen (bestaande uit medewerkers gemeenten en SDD) op allerlei onderwerpen hard aan de slag geweest. Via ambtelijke en bestuurlijke dialoogsessies is input opgehaald, wat heeft geleid tot het resultaat dat nu in route is. De wethouders Sociaal/Financiën zijn via de bestuurlijke begeleidingscommissie intensief betrokken. Met het ONS D is diverse malen over de bouwstenen gesproken en is verdiept hoe het straks zal werken in de praktijk. Het ONS D stelt uiteindelijk de mijlpalen ambtelijk vast, waarna zij de stukken in route brengen richting colleges en raden.
Bij gemeenteraden is de afgelopen periode informatie over het proces verschaft, de hoofdlijnennotitie is behandeld en er zijn inspirerende avondworkshops gehouden voor alle raadsleden in de Drechtsteden. Deze lijn zetten we bij deze mijlpaal voort. Ook nu gaan we graag weer het gesprek aan met en in gemeenteraden én zorgen we voor een nieuwe sessie in de avond met workshops. Alle informatie kunt u inmiddels ook vinden op www.sociaaldrechtsteden.nl. De transitie van de GR Sociaal kunt u trouwens niet volledig los zien van de vorming van de overgang van de andere GR dochters naar Dordrecht. Immers, met de wijziging van de GR tekst en de uiteindelijke instemming met deze tekst is de GR Sociaal een feit en zijn de overige dochters niet langer onderdeel van de GR. In de concepttekst GR treft u hier in de overwegingen kort een verwijzing naar.
-6-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Onderdeel 1: Vertaling van de hoofdlijnennotitie 1.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten die door de lokale colleges en raden zijn meegegeven is in ambtelijke en bestuurlijke dialoogsessies verkend hoe de nieuwe gemeenschappelijke regeling er uit zou kunnen zien. De opbrengsten van de dialoogsessies zijn verwerkt in de hoofdlijnennotitie. Daarbij stond het waarom en de inhoud centraal. Het waarom is opnieuw in deze notitie in de aanleiding toegevoegd. Het belangrijkste inhoudelijk punt uit de hoofdlijnennotitie was de verdeling van de bevoegdheden. Deze benoemen we hier nogmaals, omdat dit een belangrijk onderdeel van de concepttekst GR ook zal zijn.
Taakverdeling De volgende leidende principes zijn gebruikt bij de verdeling van de taken lokaal én regionaal. Ze komen voort uit het principebesluit en de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken. De keuze waar bevoegdheden en verantwoordelijkheden te beleggen moet voldoen aan de uitgangspunten in het principebesluit enerzijds en de input uit de inhoudelijke sessie en uitvoerbaarheid anderzijds. De belangrijkste principes zijn:
Eenduidig robuust pakket van gezamenlijke diensten zodat regionale slag- en executiekracht, wendbaarheid en professionele handelingsruimte behouden blijven. Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld1 en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is; Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit. Rekening houden met de landelijke ontwikkelingen waar noodzakelijk in de verdeling van taken.
Afhankelijk van de te maken keuzes in delegatie en mandaat op de nadere regels en de uitvoering kan de verantwoordelijkheid (op onderdelen) lokaal en/of regionaal liggen. Bij delegatie is formele sturing op casusniveau uitgesloten, bij mandaat kan dit wel én kan het college zelf de bevoegdheid uitoefenen. Opgemerkt wordt verder dat het kaderstellend beleid, door de keuze voor een collegeregeling, altijd lokaal belegd is, nadere regels kunnen enkel gedelegeerd worden en niet gemandateerd. Op grond van de vastgestelde uitgangspunten, de opbrengsten van de dialoogsessies en de inrichtingsprincipes van een klassieke GR wordt op hoofdlijnen onderstaande verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de gemeenschappelijke regeling en de lokale gemeenten voorgesteld. Hierin ziet u een gebalanceerde mix terug van onderwerpen waarvoor de verantwoordelijkheid lokaal blijft en waar die bij de gemeenschappelijke regeling komt te liggen. Daarbij wordt opgemerkt dat in de praktijk de bevoegdheden straks verdeeld worden over het algemeen en dagelijks bestuur. De verdeling is in de concepttekst GR verwerkt. Het dagelijks bestuur kan vanuit wetgeving voor de verantwoordelijkheden en bevoegdheden regels stellen. Dit zijn zogeheten uitvoeringsregels. Een voorbeeld hiervan is een richtlijn over hoe bij een aanvraag om te gaan met een verlopen identiteitsbewijs.
1 In co-creatie met de gemeenten
-7-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Onderwerp, bestaande taken
Voorstel
Participatiewet
IOAW en IOAZ Maatwerkvoorzieningen Wmo
Wet kinderopvang, voor zover betrekking op de tegemoetkoming2. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Wet op de lijkbezorging
Het doen van een verzoek tot instellen, verlengen of opheffen schuldenbewind
2
WSW: het in samenhang met de Participatiewet (doen) uitvoeren van de WSW, aangepaste arbeid en daarmee verband houdende vraagstukken op specifiek benoemde terreinen.
Verstrekken subsidies
Kaderstelling lokaal Voor aanvullende inkomensondersteuning, paragraaf 4.1 van de wet (bijzondere bijstand, inkomenstoeslag (= PMB) en studietoeslag): nadere regels lokaal, delegatie op uitvoering Participatieplekken: Alblasserdam en Dordrecht geven de voorkeur aan een lokale invulling, de andere gemeenten willen eerst de financiële consequenties van een keuze uitgewerkt zien. Er wordt momenteel een inhoudelijk voorstel voorbereid op dit punt. Delegatie op overige nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels) Kaderstelling lokaal Delegatie op nadere regels en uitvoering Kaderstelling lokaal Nadere regels lokaal Delegatie op uitvoering (inclusief eventueel beleidsregels) Kaderstelling lokaal Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventueel beleidsregels) Kaderstelling lokaal Nadere regels lokaal Mandaat voor uitvoering taken vroegsignalering, preventie, nazorg, zodat zowel gemeenten als GR bevoegd zijn bij deze taken Delegatie op overige uitvoering inclusief beleidsregels (o.a.
curatieve trajecten) Kaderstelling lokaal Nadere regels lokaal Uitvoering in mandaat Dit punt bevat geen kaderstelling of nadere regels Uitvoering in mandaat (zowel GR als gemeenten kunnen taak uitvoeren) Kaderstelling lokaal Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels) De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft vrijstelling van de genoemde taken bij de WSW. Kaderstelling lokaal Delegatie op nadere regels en uitvoering (inclusief eventuele beleidsregels)
De overige taken, waaronder sociaal medische indicaties zijn nu al lokaal belegd.
-8-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
1.2 Algemene input vanuit colleges en raden Alle colleges en raden zijn tevreden over de zorgvuldigheid van het proces. Iedereen wordt goed op de hoogte gehouden en meegenomen. Er is in dat licht ook een website www.sociaaldrechtsteden.nl gelanceerd, die alle informatie op 1 plek samenbrengt voor college- en raadsleden. Aangegeven is verder dat het gezamenlijk en op een zorgvuldige wijze doorlopen van de transitie naar een nieuwe samenwerkingsvorm in de Drechtsteden belangrijk is. Er wordt door enkele gemeenten ook aandacht gevraagd voor de strakke planning en de voortvarendheid van dit proces. Op de verdeling van taken zijn verder geen specifieke opmerkingen van de gemeenten gekomen. Wel geven enkele gemeenten specifiek aan dat zij zich goed kunnen vinden in de verdeling. Hardinxveld-Giessendam geeft in hun reactie nog aan dat zij verwachten dat zij met alle informatie bij de concepttekst GR ook de consequenties voor hun gemeente kunnen bepalen. Zij verwachten ook dat dit geen wijziging betekent voor de in de notitie opgenomen verdeling van delegatie en mandaat per onderdeel. Tot slot merkt Hendrik Ido Ambacht het volgende op: in de hoofdlijnennotitie is niet verder uitgewerkt wanneer een pakket voldoende "robuust" is om te voldoen aan dit genoemde uitgangspunt. Wij zijn er voorstander van om zoveel mogelijk dat wat goed gaat bij de SDD te laten.
Maar we vernemen ook graag van de SDD wanneer het vanuit hun perspectief zodanig robuust is dat voldaan kan worden aan het geformuleerde uitgangspunt. Bij dit punt wordt opgemerkt dat de verdeling zoals deze in de tabel is opgenomen voor de SDD voldoende robuustheid biedt. Daarbij wordt wel opgemerkt dat het voor een samenwerkingsverband essentieel is dat er een zekere mate van harmonisatie van kaderstellend beleid wordt bereikt. Zonder die harmonisatie wordt de uitvoering zeer complex en kunnen schaalvoordelen verloren gaan. Daarom wordt in artikel 5 in de concepttekst GR ook een uitvoeringstoets genoemd bij lokale verschillen in verordeningen, algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels. Met een dergelijke toets brengt de GR Sociaal in beeld wat de consequenties zijn van de gevraagde verschillen voor bedrijfsvoering, uitvoering én inwoners. Risico’s, gevolgen, kosten (meer of minder), voor- en nadelen, te maken keuzes worden in deze toets in beeld gebracht en bij risico’s op de bedrijfsvoering van de GR Sociaal ook vroegtijdig in het bestuur van de GR besproken. Tevens is het van belang om de keuzes voor het beleggen van bevoegdheden en verantwoordelijkheden gelijk te trekken voor alle gemeenten. De situatie wordt anders te onoverzichtelijk, ook binnen het bestuur van de GR. Deze beide laatste punten stonden overigens al wel in de hoofdlijnennotitie.
1.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling De verdeling van taken en bevoegdheden is niet gewijzigd ten opzichte van dat wat in de hoofdlijnennotitie al was opgenomen. Meerdere gemeenten hebben echter aangegeven alleen een gedegen besluit te kunnen nemen wanneer zij een totaalpakket aangeboden krijgen op alle onderdelen, te weten inhoud, financiën en governance. Alle overige onderdelen die nog uitgewerkt moesten worden treft u in onderdeel 2 tot en met 6 van deze notitie aan. Daarmee wordt invulling gegeven aan de behoefte van de verschillende gemeenten om het totaalpakket te kunnen beoordelen.
1.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal De tabel op de vorige pagina is vertaald in artikel 5, artikel 8 en artikel 13 van de concepttekst GR.
-9-
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Onderdeel 2: Inrichting Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en stemverhoudingen 2.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie In de hoofdlijnennotitie zijn de eerste globale contouren geschetst van het Bestuur van de GR Sociaal. Stemverhoudingen zijn nog niet aan bod gekomen in de hoofdlijnennotitie. De contouren uit de hoofdlijnennotitie die van belang zijn voor de inrichting zijn: Het Bestuur van de GR bestaat straks uit een Algemeen Bestuur (AB), een Dagelijks Bestuur (DB) en een voorzitter. Het Algemeen Bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam; De voorzitter is voorzitter van het AB én het DB; Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden, door en uit het Algemeen Bestuur aan te wijzen. Leden van het DB worden daarmee gekozen uit en door het AB en blijven deel uitmaken van het Algemeen Bestuur; De aangewezen leden van het Dagelijks Bestuur mogen niet allen afkomstig zijn uit dezelfde gemeente; De leden van het Dagelijks Bestuur mogen nimmer de meerderheid van het Algemeen Bestuur uitmaken; Een AB-lid dat ook DB-lid is, heeft in feite twee petten op.
Als AB-lid behartigt hij/zij de belangen van de eigen gemeenteraad (opdrachtgeverschap) en als DB-lid vertegenwoordigt hij/zij het AB en wordt hij/zij geacht de belangen van de GR te dienen (eigenaarschap); Omdat sprake is van een collegeregeling worden de AB-leden gekozen door de colleges van de deelnemers, uit hun midden. Zij vertegenwoordigen het Bestuursorgaan in het AB en worden geacht het eigen belang van de deelnemer te behartigen; Bij een collegeregeling geldt verder dat de leden van het AB van de GR inlichtingen verschaffen en verantwoording afleggen aan het college dat hen heeft aangewezen; Het AB en DB hebben beiden ook een inlichtingenplicht aan alle raden van de deelnemende gemeenten. Bovendien zijn de leden van het AB inlichtingen en verantwoording verschuldigd aan (de leden van) de raad in de gemeente waaruit zij afkomstig zijn; Het DB van een GR legt slechts aan het AB verantwoording af; De leden van het algemeen bestuur (AB) handelen als opdrachtgever namens hun gemeente en brengen het gemeenteperspectief in het AB in, het dagelijks bestuur (DB) handelt als eigenaar in het belang van de GR; Het wetsontwerp herziening Wgr voert, zodra deze in werking treedt, een actieve informatieplicht van het DB aan het AB in. Deze informatie is openbaar en ook voor gemeenteraden opvraagbaar.
2.2 Input vanuit colleges en raden Alle colleges en raden hebben bij de behandeling van de hoofdlijnennotitie, al dan niet in uitgebreide vorm, input meegegeven voor de inrichting van het Bestuur en de stemverhoudingen. Er is gevraagd om een gedegen voorstel voor de inrichting en de stemverhoudingen, waarbij recht wordt gedaan aan dat wat hierover in het principebesluit is opgenomen. Gemeenten hebben in hun reactie tevens aangegeven dat het belang van de eigen gemeente goed terug moet komen in het voorstel. Gemeente Papendrecht geeft hierover het volgende bij aan: “Er moet recht gedaan worden aan de verschillende belangen en financiële inbreng, maar we moeten elkaar ook altijd blijven zien als gelijkwaardige partners. Voor hen betekent dit concreet dat er geen gemeenten kunnen zijn met vetorecht in het AB en dat het ook niet mogelijk moet zijn dat 2 gemeenten samen de meerderheid kunnen vormen”. - 10 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
2.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Op basis van de contouren en de input van de gemeenten zijn, met behulp van experts, verschillende modellen uitgewerkt en besproken met de Bestuurlijke begeleidingscommissie. Deze begeleidingscommissie bestaat uit de betrokken wethouders sociaal en/of financiën van de Drechtsteden gemeenten. De leden van de begeleidingscommissie zijn in verschillende sessies gevraagd om kenbaar te maken waar de voorkeur naar uit gaat en welke vragen of dilemma’s er zijn. Elk model is getoetst aan de volgende punten: a) Het principebesluit en specifiek het punt om bij besluiten te streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/ financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”. Doordat er geen nadere duiding is gegeven van de termen overheersing, stedelijk gebied en poldergebied is van de volgende definities uitgegaan: Overheersing: de (meeste) macht of invloed hebben; Stedelijk gebied: Dordrecht en Zwijndrecht; Poldergebied: Hardinxveld-Giessendam, Alblasserdam, Sliedrecht.
b) Aan wettelijke eisen of beperkingen: Een belangrijke daarbij is dat in de Wgr is voorgeschreven dat het Dagelijks Bestuur (lees: de leden van het Dagelijks Bestuur) nimmer een meerderheid mag hebben in het Algemeen Bestuur; Artikel 13, lid 6 Wgr: de colleges wijzen uit hun midden de leden van het Algemeen Bestuur aan. Elk college staat vrij in de eigen keuze wie zij aanwijzen. De begeleidingscommissie heeft gevraagd om in de nieuwe gemeenschappelijke regeling te borgen dat bij besluitvorming over P&C documenten altijd een integrale afweging wordt gemaakt. Dat betekent in praktijk dat in het reglement van orde van het AB terugkomt dat bij de bespreking van P&C stukken zowel de inhoudelijke als financiële wethouders worden betrokken voordat het AB tot besluitvorming overgaat. Op deze manier is een groot AB van 14 leden niet noodzakelijk en blijft de slagvaardigheid van het AB geborgd. Tegelijkertijd wordt de juiste expertise aan tafel geborgd voor de verschillende documenten die in het AB voorliggen. Op basis van alle input is onderstaande invulling van het AB en DB uitgewerkt: Een Dagelijks Bestuur van 3 leden, zonder externe leden en elk lid afkomstig uit een andere deelnemende gemeente. Een Algemeen Bestuur van 8 leden
8 in plaats van 7 leden in het algemeen bestuur: In de uitgewerkte modellen op de volgende bladzijden kon de samenstelling van het Dagelijks Bestuur een aandachtspunt zijn, als het aantal leden 7 in plaats van 8 was geweest. Wanneer Dordrecht in dat geval ook een lid in het Dagelijks Bestuur levert dan kan, afhankelijk van de andere leden, het Dagelijks Bestuur een meerderheid in het Algemeen Bestuur hebben, wat in strijd is met de Wgr. Om te voorkomen dat bovenstaand probleem ontstond, is ervoor gekozen om het AB standaard uit te breiden naar twee leden voor Dordrecht in het Algemeen Bestuur (zij hebben dan ieder 2,5 stemmen), waarvan er maar één in het Dagelijks Bestuur zitting kan nemen. Op die manier heeft het Dagelijks Bestuur niet langer een meerderheid in het Algemeen Bestuur. Alle gemeenten kunnen zich hier in vinden, omdat het tegelijkertijd voorkomt dat zij op voorhand zijn uitgesloten van deelname in het DB, vanwege mogelijke problemen met een meerderheid qua stemmen. - 11 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Voor wat betreft de stemverhoudingen is er nog geen definitief voorstel uitgewerkt in deze notitie. De begeleidingscommissie heeft in meerdere sessies alle uitgewerkte modellen besproken, tegen het licht gehouden en belangen en argumenten gedeeld. Dit heeft geleid tot een voorkeur van 6 gemeenten (Alblasserdam, HardinxveldGiessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht) voor een model waarbij het stemgewicht gebaseerd is op inwoneraantal en voor 1 gemeente (Dordrecht) de voorkeur waarbij in het stemgewicht ook de omvang (financiële inbreng) een plek krijgt en minimaal dezelfde verhoudingen als in het huidige model terug komen.
Voorkeursmodel inwoneraantal 6 gemeenten: Het voorkeursmodel van Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht ziet er als volgt uit: Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft een gewogen stemrecht. Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen wordt bepaald door het aantal inwoners van de gemeente die het lid vertegenwoordigt. Hierbij geldt de volgende stemverdeling: a) b) c) d) e)
Een gemeente met minder dan 25.000 inwoners: 1 stem; Een gemeente met 25.000 of meer inwoners, maar minder dan 40.000 inwoners: 2 stemmen; Een gemeente met 40.000 of meer inwoners, maar minder dan 60.000 inwoners: 3 stemmen; Een gemeente met 60.000 of meer inwoners: 4 stemmen; Een gemeente met 100.000+ inwoners: 5 stemmen.
Bij de bepaling van het aantal inwoners, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de cijfers zoals deze door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn vastgesteld per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van aanvang van iedere zittingsperiode van de raden. Op basis van dit model komen de stemverhoudingen voor de deelnemende gemeenten er als volgt uit te zien: Gemeente Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht TOTAAL
Stemmen Algemeen Bestuur met 8 leden 1 5 (2 x 2,5) 1 2 2 2 3 16 (meerderheid 9)
In dit model heeft Dordrecht tenminste twee gemeenten nodig om tot een meerderheid te komen, Dordrecht of Zwijndrecht zijn ook nodig om überhaupt tot een meerderheid te komen. Bovendien staken de stemmen als Dordrecht en Zwijndrecht de ene kant kiezen en de andere 5 gemeenten de andere kant kiezen.
- 12 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN In de praktijk werkt het idealiter zo dat er niet gestemd hoeft te worden, maar er consensus of een ruime meerderheid is op de besluiten die voorliggen. Indien in dit model de uitkomst echter blijft hangen op 8 stemmen, is het voorstel officieel verworpen, althans voor zover er is gestemd in voltallige aanwezigheid3. Formeel moet bij een niet voltallige vergadering het stuk altijd eerst opnieuw in stemming worden gebracht in een nieuwe (voltallige) vergadering. Geadviseerd wordt om, zodra de stemmen staken, het stuk altijd opnieuw in een volgend AB te bespreken om alle inhoudelijke argumenten goed af te kunnen wegen. Op die manier wordt er recht gedaan aan de verdeelde opvattingen in de regio en wordt voor de heroverweging een zorgvuldig proces georganiseerd voor alle deelnemers.
Voorkeursmodel omvang en inwoneraantal 1 gemeente: In onderstaand model is het voorkeursmodel van Dordrecht uitgewerkt en zijn inwoneraantal en financiële inbreng samengevoegd tot een gewogen gemiddelde en wordt rekening gehouden met belangen langs de lijnen van inwoneraantal / omvang (financiële inbreng). Dit model heeft de voorkeur van gemeente Dordrecht: Gemeente Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht TOTAAL
Stemmen algemeen bestuur met 8 leden 6 48 (2x 24) 4 8 10 8 15 99 (meerderheid 50)
In dit model heeft Dordrecht 1 andere gemeente nodig om tot een meerderheid te komen. Dordrecht kan wel overstemd worden, maar dan zijn alle andere gemeenten nodig. Zoals al aangegeven hebben 6 gemeenten hun voorkeur uitgesproken voor 1 bepaald model. Gemeente Dordrecht heeft aangegeven dit model niet acceptabel te vinden, gelet op de inbreng en omvang die Dordrecht in de gemeenschappelijke regeling heeft. Zij pleit voor een model, waarin dit beter tot uitdrukking komt. Daarmee stelt zij een model voor dat OF gebaseerd is op een gewogen gemiddelde tussen inwoneraantal en omvang (financiële inbreng) OF minimaal hetzelfde is als de huidige stemverhoudingen in de Drechtraad, waarbij stedelijk gedefinieerd is als “Dordrecht”. De andere gemeenten erkennen de bijzondere positie van Dordrecht, maar een aantal geeft tegelijkertijd aan het bezwaarlijk te vinden als het stedelijk gebied, Dordrecht en Zwijndrecht, samen een meerderheid hebben. Diverse gemeenten geven eveneens aan dat het voorkeursmodel van de gemeente Dordrecht wat hen betreft in strijd is met het principebesluit, dat door de gemeenteraden is vastgesteld. Voor de volledigheid brengen we tot slot ook de huidige stemverhoudingen in de Drechtraad in beeld.
De Drechtraad is als volgt ingedeeld waarbij minimaal 50% moet instemmen met een voorstel, wat feitelijk betekent dat bv Dordrecht en Zwijndrecht samen, Dordrecht en Hendrik Ido Ambacht samen of Dordrecht en Papendrecht samen een meerderheid kunnen hebben:
3
E.e.a. volgt uit artikel 32 van de gemeentewet, dit artikel is van toepassing verklaard op gemeenschappelijke regelingen via artikel 22 in de Wgr.
- 13 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Gemeente Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld Giessendam Hendrik Ido Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht TOTAAL
Stemmen 89 477 89 134 133 115 167 1204 (helft = 602)
De voorzitter
De voorzitter van het gemeenschappelijk openbaar lichaam is zelfstandig een Bestuursorgaan, zoals ook de burgemeester dat is binnen de gemeente. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen (art. 13 lid 9 Wgr). Door de toevoeging “en uit” blijkt dat de voorzitter dus altijd een lid van het Algemeen Bestuur moet zijn. De voorzitter is van rechtswege lid van het Dagelijks Bestuur (art. 14 lid 1 Wgr) én ook de voorzitter van het Dagelijks Bestuur (art. 12 lid 3 Wgr). Uit de WGR volgt daarmee dus dat het Algemeen Bestuur de voorzitter aanwijst. In de GR tekst kunnen daartoe kaders worden meegegeven, waar het AB aan gebonden is. In de concepttekst GR Sociaal is opgenomen dat de voorzitter gekozen wordt uit de aangewezen leden van Dordrecht in het AB. Dit vanwege de omvang en inbreng van Dordrecht. Alle gemeenten zijn het in de basis eens met dit voorstel, waarbij enkele gemeenten wel aangeven dat e.e.a. samenhangt met het gekozen model voor de stemverhoudingen. Het is in die zin een integraal pakket aan keuzes.
Het vervolg
De komende periode zal bestuurlijk verder doorgesproken worden over bovenstaande, zodat in de definitieve tekst voor de GR één model kan worden opgenomen.
2.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal In hoofdstuk 3, 4 en 5 van de concepttekst GR zijn alle zaken rondom het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter opgenomen. De stemverhoudingen in artikel 10 zijn leeggelaten, gelet op bovenstaande.
- 14 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Onderdeel 3: Spelregels flexibiliteit om maatwerk te kunnen bieden 3.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie Maatwerk is één van de sleutelbegrippen in de vernieuwde samenwerking. Door de behoefte aan maatwerk, zal de samenwerking zo ingericht moeten zijn dat dit maatwerk makkelijker mogelijk is in de toekomst. In de hoofdlijnennotitie is als eerste contouren meegegeven dat er verschillende soorten van maatwerk zijn, namelijk maatwerk op individueel klantniveau, maatwerk in de gezamenlijke afspraken op beleid en uitvoering en maatwerk in de vorm van aanvullende afspraken boven op de gezamenlijke afspraken met consequenties op de bedrijfsvoering. Het bieden van maatwerk vraagt enerzijds om flexibiliteit in verband met toekomstige keuzes en anderzijds een goed proces van samenwerking in zowel de beleidsontwikkeling als uitvoering. Voorkomen moet worden dat er een vorm van cherrypicking ontstaat. We dragen uiteindelijk met elkaar de lusten én lasten van de regionale samenwerking. In het proces tot vorming van regionaal beleid zal in elk geval duidelijk gemaakt moeten worden waar ruimte is voor lokaal maatwerk of lokaal andere invullingen. Naast maatwerk wordt ook met elkaar naar meer experimenteerruimte en innovatiekracht gezocht. Enerzijds om het voor de inwoners consequent beter te maken en anderzijds om het sociaal domein in de toekomst betaalbaar te kunnen houden.
Met experimenten kunnen we ontdekken wat wel en niet werkt. Experimenten kunnen wellicht gepositioneerd worden als de optie maatwerk via een DVO, maar daarmee zijn we er niet. De kunst is om met elkaar de middelen te vinden voor deze experimenten én tegelijkertijd het inverdieneffect van het experiment (als dit er uiteraard is) te laten terugvloeien naar de deelnemers ervan. Een idee is om met gemeenten en de GR (en wellicht ook nog andere partijen in het sociaal domein) een apart innovatiebudget te creëren met specifieke afspraken over de besteding, de voorwaarden, de verantwoording, evaluatie en terugverdienmodel bij gebleken effect.
3.2 Input vanuit colleges en raden Alle colleges en raden omarmen het uitgangspunt dat maatwerk makkelijker mogelijk moet zijn en pleiten allemaal voor goede spelregels. Specifieke aandachtspunten die meegegeven zijn: Let op voor te veel verschil in regio; Begin daar waar de gemeenten elkaar vinden en kijk daarna pas naar eventuele verschillen (Hendrik Ido Ambacht); Maak duidelijk wat de financiële consequenties van lokale keuzes zijn en wanneer/waar de voordelen landen; Maak een link naar de afspraken over solidariteit en verdeelsleutels; Zorg voor een balans tussen maatwerk enerzijds en efficiënte uitvoering door een robuuste dienst/GR anderzijds; Geef duidelijkheid over experimenteerruimte. Werk het proces verder uit (ambtelijk en bestuurlijk) Gemeente Papendrecht geeft expliciet aan dat zij tevreden zijn over de uitvoering door de SDD en een beperking van maatwerk accepteren als dat noodzakelijk is voor het behouden van een efficiënte uitvoering.
3.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Op basis van de contouren en de input van de gemeenten zijn de spelregels flexibiliteit en maatwerk uitgewerkt waarmee ook ruimte wordt gemaakt voor innovatiekracht en lokale experimenten. Voordat we tot deze spelregels komen is het goed om eerst nader in te gaan op hoe de GR straks in de dagelijkse praktijk werkt. Vanuit die uitwerking komen vervolgens de spelregels aan bod. - 15 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Als het om de verdeling van bevoegdheden en taken gaat is het volgende van belang: A. Het kaderstellend beleid: voorbeelden zijn het beleidsplan Wmo, verordening Wmo, verordening Werk & inkomen, verordening persoonlijk minimabudget, beleidsplan schuldhulpverlening. B. De nadere regels: voorbeelden zijn het besluit Wmo of de nadere regels participatiewet C. Uitvoering inclusief beleidsregels. Hieronder valt o.a.: Inkoop (voorwaarden, wat, de afspraken) en contractmanagement Besluitvorming bij individuele aanvragen op de maatwerkvoorzieningen Kunnen beslissen op casusniveau Klachten behandelen en afhandelen van inwoners Bezwaar- en beroepszaken kunnen afhandelen Onderdeel A) Kaderstellend beleid Het kernbegrip hierbij is het in co-creatie samenwerken aan deze stukken tussen gemeenten en GR. Globale stappen in dit proces zijn: 1. Brede verkenning met alle gemeenten; 2. Gezamenlijke voorbereiding van de mogelijkheden (wat kan wel/ wat kan niet) en de gegevens (o.a. cijfers); 3. Verdiepende gesprekken met alle gemeenten gezamenlijk of individueel; 4. Formulering lokale uitgangspunten (door colleges met raden); 5. Samen werken aan beleid en komen tot een gezamenlijk stuk in co-creatie (SDD is penvoerder, conform het principebesluit wordt het beleid hieromtrent in de GR opgesteld en uitgevoerd); 6.
Bestuurlijke afstemming (deze vindt uiteraard ook aan de voorkant en tussendoor plaats, om input op te halen en uitgangspunten mee te kunnen nemen aan de voorkant en is vooral een lokaal proces); 7. Betrekken adviesraden; 8. Lokale besluitvorming en publicatie (via AB en eigen AB lid in route naar college en raad); 9. Inrichting op nieuwe beleid/implementatie (vooral GR aangelegenheid in de uitvoering).
Onderdeel B) Nadere regels
De stappen in dit proces zijn grotendeels gelijk aan onderdeel A. Het verschil zit hem voor onderdeel B in stap 8 de besluitvorming en publicatie. Afhankelijk van wat er met de bevoegdheden is gebeurd kan dit 2 kanten op gaan.
- 16 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN Onderdeel C) Uitvoering inclusief beleidsregels
De uitvoering is in bijna alle gevallen gedelegeerd naar de GR. Het bestuur van de GR kan voor die uitvoering regels opstellen. Het opstellen doen we op eenzelfde wijze als onderdeel A en B, in co-creatie. Vaststelling vindt plaats in het bestuur van de GR.
De gezamenlijke beleidsvoorbereiding en het periodiek beleidsoverleg wordt de komende periode ambtelijk verder uitgewerkt door gemeenten en SDD.
Inhoudelijke ambtelijke adviesgroepen Op dit moment kent de Drechtsteden in de ambtelijke structuur een Netwerk MT Sociaal en een RCO. Wij stellen voor om in de nieuwe structuur met 2 nieuwe vormen van ambtelijk overleg te gaan werken, te weten: 1. Een ambtelijk opdrachtgevend overleg: leden zijn een afvaardiging van alle deelnemende gemeenten én de GR Sociaal. Zij adviseren het Algemeen bestuur integraal over inhoudelijke stukken (al dan niet met financiële consequentie) die opgeleverd worden, waarmee richting gegeven wordt aan het sociaal domein en de taken die belegd zijn bij de GR Sociaal. Zij zijn daarmee een ambtelijk adviserend orgaan, rechtstreeks gekoppeld aan de GR. Zij hebben ook de rol om vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan over ontwikkelingen, toekomst en strategie. 2. Daarnaast stellen we een ambtelijk eigenarenoverleg voor. De 7 gemeenten nemen hier aan deel, de GR is adviseur. In dit overleg komen zaken vanuit de P&C cyclus aan orde, zoals de begroting, bestuursrapportage en jaarrekening. Het eigenarenoverleg adviseert aan het Dagelijks bestuur. Het DB brengt de stukken daarna richting gemeenten (zienswijze) en vervolgens voor vaststelling naar het algemeen bestuur.
Los van deze ambtelijke advisering zijn er ook in de praktijk medewerkers van gemeenten en GR gezamenlijk aan het werk om inhoud af te stemmen, in co-creatie aan stukken te werken en periodiek in gesprek te gaan over allerlei ontwikkelingen op inhoud. Dit zijn zogezegd inhoudelijke werkgroepen. In bijlage 3 is een overzicht te vinden van de huidige gremia in de GR Drechtsteden en de nieuwe gremia in de GR Sociaal.
Spelregels maatwerk
In de dagelijkse praktijk is er vervolgens maatwerk mogelijk op verschillende niveaus. Daarbij is van belang om vast te leggen dat alle gezamenlijke afspraken van de 7 gemeenten worden vastgelegd in de GR op een eenduidige en overzichtelijke manier. Dit gemeenschappelijke takenpakket vormt de kern van de gemeenschappelijke regeling. We leggen daarin alleen het noodzakelijke vast, onnodige details worden vermeden. We spreken vervolgens met elkaar af hoe we om gaan met de verschillende vormen van maatwerk. Dit ziet er als volgt uit: - 17 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
In het gemeenschappelijke takenpakket kan er een maatwerkwens per gemeente zijn > de paarse route; Er kunnen ook al dan niet tijdelijk in de vorm van bijvoorbeeld projecten extra taken worden afgesproken, boven op het gemeenschappelijke takenpakket ten gunste van deze taak > de groene route; Ook op uitvoeringsniveau, het hoe, is maatwerk mogelijk > de blauwe route; Gemeenten en andere organisaties kunnen tevens aparte afspraken maken in de vorm van een DVO. Een DVO kan worden afgesloten met 1 of meer gemeenten (maar niet alle 7, want dan hoort het in het gemeenschappelijke takenpakket), maar ook met andere organisaties. Dit is de oranje route. Met name de paarse route is nieuw. Immers, in de huidige GR-D worden alle kaders eenduidig voor alle gemeenten door de Drechtraad vastgesteld, dit gebeurt straks door de lokale raden. Zoals al aangegeven blijft (enige) harmonisatie voor de robuustheid en efficiëntie van de GR Sociaal daarin van belang. In bijlage 2 treft u per route een nadere uitwerking met voorbeelden aan. Gemeenten geven aan blij te zijn met de uitwerking, het geeft voldoende handvatten. Enkele andere gemeenten waarschuwen voor teveel verschil, ook in de paarse route, en vragen om een gedegen proces bij de beoordeling van maatwerkvragen, zodat de robuustheid en kwaliteit in de GR Sociaal niet verloren gaan.
De uitgewerkte routes met voorbeelden geven een eerste beeld van hoe het op papier straks kan werken. Dit vraagt de komende periode nadere uitwerking met gemeenten, zowel op proces als op inhoud. Vragen als “hoe werkt dit dan straks, waar liggen de behoeften, wat betekent dit voor de GR en voor inwoners en wat kan straks wel of niet” zijn onderdeel van deze verdere uitwerking. Ook een proeftuin of test, waarin bestuurlijk (wethouders) geoefend wordt met dergelijke processen en gesprekken behoort tot de mogelijkheden bij het vervolg. Zo zorgen we voor een steeds beter beeld bij alle betrokkenen.
3.4 Verwerking in de concepttekst GR Sociaal De verwerking van bovenstaande is op hoofdlijnen in de concepttekst GR verwerkt in de overwegingen, artikel 4 en 5. Het proces hoeft niet in de GR tekst opgenomen te worden, maar de termen maatwerk en flexibiliteit zijn in de tekst benoemd. In artikel 5 lid 3 en lid 4 is een uitvoeringstoets door de GR Sociaal opgenomen. Eventuele verschillen in verordeningen, andere algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels die aansluiten op lokale wensen en behoeften worden op die manier uitgewerkt voor wat betreft de consequenties voor de bedrijfsvoering en uitvoering van de GR Sociaal én de consequenties voor de inwoners. In de uitwerking in bijlage 2 is ook aangegeven, dat bij risico’s voor de bedrijfsvoering van de GR Sociaal het bestuur van de GR vroegtijdig betrokken wordt in de verschillen en gevolgen (vanuit hun rol als eigenaar van de GR). Dit laatste leggen we vast in het reglement van orde van het bestuur. Tot slot leidt het algemeen bestuur de stukken door naar de lokale route, dus ook op die manier zien zij vroegtijdig eventuele verschillen en gevolgen. - 18 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Onderdeel 4: Spelregels toetreding, wijziging & (gedeeltelijke) uittreding 4.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie In de hoofdlijnennotitie is dit onderdeel nog niet aan bod gekomen, wel is aangegeven dat in de concepttekst nadrukkelijk aandacht besteed zal worden aan het toekomstige perspectief van uitbreiding en toetreding van andere gemeenten of onderdelen.
4.2 Input vanuit colleges en raden Gemeenten delen de intentie om aandacht te besteden aan het toekomstige perspectief van uitbreiding en toetreding van andere gemeenten of onderdelen. Hendrik Ido Ambacht geeft hierover expliciet het volgende mee: in de eerste plaats kan op deze manier invulling worden gegeven aan de afspraak om in de toekomst de Regeling Drechtwerk toe te voegen aan de nieuwe GR sociaal. In de tweede plaats biedt een dergelijke passage ruimte en mogelijkheden voor de toekomst om te bezien in hoeverre ook een andere regeling als de DG&J aangesloten kan worden op de nieuw op te stellen GR.
4.3 Nadere invulling in de gemeenschappelijke regeling Gekeken is welke regelingen er al bestaan in het land, welke afspraken de huidige regeling al kent en welke jurisprudentie er is over met name uittreding. Op basis hiervan zijn de artikelen in de concepttekst GR volledig geactualiseerd naar een nieuwe systematiek, die zoveel als mogelijk aan de voorkant duidelijk maakt hoe het proces van uittreden eruit ziet en hoe de gevolgen duidelijk worden voor alle betrokkenen. In artikel 35 wordt een risico-opslag benoemd. Op dit moment wordt nog onderzocht wat een passend percentage is. Daarom is hier voor nu nog geen invulling aangegeven met een concreet getal. Er is verder bewust gekozen om de GR de naam GR Sociaal te geven (zonder Drechtsteden), zodat andere gemeenten of andere publiekrechtelijke lichamen ‘makkelijker’ kunnen instappen. Verder is gekozen voor de afbakening “sociaal domein”, zodat ook dit breed de lading dekt.
4.4 Verwerking in de concepttekst GR Hoofdstuk 10 van de concepttekst GR gaat in op de regels rondom toetreding (artikel 33), wijziging (artikel 39) en (gedeeltelijke) uittreding (artikel 34 – 38). Tot slot is in artikel 40 e.e.a. opgenomen over eventuele opheffing.
- 19 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN
Onderdeel 5: Financiële kaderstelling & consequenties 5.1 Contouren uit de hoofdlijnennotitie In de hoofdlijnennotitie zijn algemene contouren opgenomen over de financiële consequenties. Daarbij zijn de belangrijkste punten: Voor gemeenten is de verdeling van kosten over deelnemende organisaties in de GR een belangrijk aandachtspunt. Een transparante en faire verdeling wekt vertrouwen en voorkomt “scheve gezichten” tussen deelnemers. Kostenverdeling is primair een bestuurlijk vraagstuk. Als vervolg op de ontwikkeling van een nieuw financieel kader GRD/SDD is voorzien om de huidige verdeelsleutels tegen het licht het houden. In 2021 loopt er een apart project op dit onderwerp in de regio met de opdracht om te komen tot “een nieuwe set aan verdeelsleutels voor de gemeentelijke bijdragen aan GRD/SDD die gebaseerd is op eenduidige principes en die breed draagvlak heeft bij de betrokken gemeenten". Het traject loopt bewust los van de transitie GR, zodat structuur en principiële inhoud niet vermengen. Een wijziging van kostenverdeling staat bovendien volledig los van de te kiezen (of te behouden) rechtsvorm. Afhankelijk van de mate van herverdeeleffecten zal dan ook een besluit worden voorgelegd hoe en in welk tempo de financiële herverdeling in de respectievelijke begrotingen wordt opgenomen.
De uitkomst van dit traject zal in elk geval zijn weerslag krijgen in de begrotingscyclus 2023 van de nieuwe GR die start in november 2021. Met name bij de behandeling van de jaarlijkse begroting is het van belang dat er breed draagvlak is voor de wijze waarop de kosten van de gemeenschappelijke regeling (GR) aan de deelnemers wordt toebedeeld. Het helpt bestuurders om met een regionale blik naar de organisatie en haar dienstverlening te kijken in plaats van te focussen op lokale effecten. Bij de transitie is een van de financiële vraagstukken wat de sturingsprincipes (lokaal aan de knoppen draaien) voor effect hebben op de lokale begrotingen van de gemeenten. Met andere woorden: wat gebeurt er wanneer een gemeenteraad ervoor kiest om bijvoorbeeld het persoonlijk minimabudget te verlagen? De financiële effecten hiervan moeten landen in de lokale begroting (inverdieneffect). Wat hiervoor verder nodig is, hoe dit werkt met de vernieuwde samenwerking en wat dit verder in detail betekent, wetende dat het 2 aparte sporen zijn, werken we de komende periode verder uit. Voorgaande periode is door gemeenten en de SDD veel inzet gepleegd op het aanpassen van de P&C cyclus van de SDD. Met name is de aandacht gericht op onderdelen als reëel ramen, het ontschotten en inzichtelijk maken van de kostenverdeling.
Het doel hierbij is om meer inzicht te krijgen op de (meerjarige) baten en lasten, doelstellingen en de te leveren prestaties. Met de vorming van de GR sociaal wordt de ingezette weg op de genoemde onderdelen onverminderd doorgezet.
5.2 Input vanuit colleges en raden Tijdens de behandeling van de hoofdlijnennotitie zijn er voornamelijk vragen gesteld over de financiële consequenties en is verzocht om een concretere uitwerking. Belangrijke punten zijn:
Maak inzichtelijk hoe de lokale kaderstelling er concreet uit gaat zien. Wat zijn de financiële consequenties van lokale keuzes en wanneer en waar landen de financiële voordelen? Wat betekent dit voor de afspraken over solidariteit en verdeelsleutels? - 20 -
DE INVULLING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SOCIAAL IN DE DRECHTSTEDEN