Bijlage 1 Quickscan flora en fauna, Ecoresult, 28 augustus 2020.pdf
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte
Plangebied: Woonarken, Hardinxveld-Giessendam Opsteller(s): M.J.A. van der Neut
Quickscan flora en fauna In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel Opsteller(s)
Plangebied: Woonarken, HardinxveldGiessendam M.J.A. van der Neut
Datum
28-08-2020
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20200827v01
Aantal pagina's
42
Opdrachtgever
Kingfisher Natuurprojecten
Contactpersoon
E. Teijgeler
Collegiale toets
L. Boon
Wijze van citeren
Neut, M.J.A. van der. 2020. Quickscan flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Woonarken, HardinxveldGiessendam. Rapportkenmerk ER20200827v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding........................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................................... 5 1.2 Doel........................................................................................................................................ 5 1.3 Onderzoeksmethodiek............................................................................................................ 5 1.4 Leeswijzer............................................................................................................................... 6 2 Toelichting onderzoekskader........................................................................................................9 2.1 Wet natuurbescherming.........................................................................................................
9 2.1.1 Bescherming van gebieden..............................................................................................9 2.1.2 Bescherming van soorten.................................................................................................9 2.1.3 Bescherming van houtopstanden...................................................................................10 2.2 Omgevingsverordening........................................................................................................11 3 Omschrijving plangebied........................................................................................................... 13 3.1 Algemeen............................................................................................................................. 13 3.2 Beschrijving.......................................................................................................................... 14 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen...............................................................................................16 3.4 Planning................................................................................................................................
17 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden...........................................................................19 4.1 Wet natuurbescherming.......................................................................................................19 4.1.1 Natura 2000-gebieden....................................................................................................19 4.2 Verordening ruimte............................................................................................................... 20 4.2.1 Natuurnetwerk Nederland...............................................................................................20 4.2.2 Strategische reservering natuur......................................................................................20 4.2.3 Belangrijk weidevogelgebied..........................................................................................21 5 Beschermde houtopstanden......................................................................................................23 6 Onderzoeksresultaten beschermde soorten..............................................................................25 6.1 Soorten Vogelrichtlijn............................................................................................................
25 6.1.1 Bronnenonderzoek..........................................................................................................25 6.1.2 Verkennend veldonderzoek............................................................................................25 6.1.3 Effectbeoordeling en toetsing.........................................................................................27 6.2 Soorten Habitatrichtlijn..........................................................................................................28 6.2.1 Bronnenonderzoek..........................................................................................................28 6.2.2 Verkennend veldonderzoek............................................................................................28 6.2.3 Effectbeoordeling en toetsing.........................................................................................30 6.3 Nationaal beschermde soorten............................................................................................31 6.3.1 Bronnenonderzoek NDFF...............................................................................................31 6.3.2 Verkennend veldonderzoek............................................................................................31 6.3.3 Effectbeoordeling en
toetsing.........................................................................................32 7 Conclusies en aanbevelingen....................................................................................................35 7.1 Aanleiding............................................................................................................................. 35 7.2 Beschermde gebieden.........................................................................................................35 7.2.1 Wet natuurbescherming..................................................................................................35 7.2.2 Verordening ruimte..........................................................................................................35 7.3 Bescherming van houtopstanden.........................................................................................36 7.4 Beschermde soorten............................................................................................................
36 7.4.1 Soorten Vogelrichtlijn......................................................................................................36 7.4.2 Soorten Habitatrichtlijn....................................................................................................36 7.4.3 Nationaal beschermde soorten.......................................................................................37 8 Geraadpleegde bronnen............................................................................................................ 39 8.1 Internet................................................................................................................................. 39 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied.............................................................................................41
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van Kingfisher Natuurprojecten heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Woonarken, te Hardinxveld-Giessendam. De aanleiding betreft een bestemmingsplanwijziging van bestemming ‘groen’ naar ‘wonen’. Zie verder hoofdstuk 3.3. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld dient te worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel
Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: • Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur). In het kader van de Omgevingsverordening ZuidHolland.
1.3
Onderzoeksmethodiek •
1
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 21-08-2020 door M. van der Neut, ecologisch deskundige1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied is – daar waar
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect=true
5
•
nodig – met hulp van een verrekijker onderzocht. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. De tabellen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Afbeelding 7). Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. Voorliggende quickscan heeft een geldigheid van maximaal 3 jaar na uitvoering van het onderzoek.
Afbeelding 1. Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen op 25-08-2020 zijn gezocht (Bron: https://www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal).
•
1.4
Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie en gemeente ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd aan actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
Leeswijzer
In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend 6
onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het plangebied ten tijde van het oriënterend veldbezoek.
7
2
Toelichting onderzoekskader
2.1
Wet natuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet2. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1
Bescherming van gebieden
De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2
Bescherming van soorten
De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen3.
2 3
www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
9
Be sc he rm ingsre gim e soort e n V oge lric ht lijn § 3 .1 Wnb Art 3.1lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Be sc he rm ingsre gim e Be sc he rm ingsre gim e soort e n H a bit a t ric ht lijn § N a t iona a l be sc he rm de 3 .2 Wnb soort e n (a nde re soort e n) § 3 .3 Wnb Art 3.5 lid 1 Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten in hun Het is verboden soorten natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1lid 3 Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen Het is verboden eieren van en deze onder zich te hebben. dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het bepaalde bij en krachtens deze paragraaf, met uitzondering van artikel 4.6, heeft geen 10
betrekking op: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: • wegbeplantingen; • beplantingen langs waterwegen, en • eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: • ten minste eens per tien jaar worden geoogst; • bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.
2.2
Omgevingsverordening
In de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd. Onderdeel van de beschermd gebieden in de Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Omgevingsverordening zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe wat inhoud dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben. Deze waarden zijn vastgelegd als de “wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. Elke provincie heeft zelf de regie over de invulling van deze kenmerken en waarden. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Zuid-Holland niet van toepassing. Provincies zijn vrij dit nader in te vullen. Naast het NNN kunnen provincies gebieden planologisch beschermen. In de provincie Zuid- Holland betreft dit Belangrijk weidevogelgebieden en de Strategische Reservering Natuur. In sommige provincies zijn deze gebieden vervlochten binnen het kader van het 11
NNN en geldt hiervoor eenzelfde toetsingskader.
12
3
Omschrijving plangebied
3.1
Algemeen
Het onderzoeksgebied betreft een ruig begroeid terrein met vier woonarken in het zuiden van Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam, provincie Zuid-Holland, zie Afbeelding 1. Als plangebied wordt in voorliggende quickscan de locatie van de vier woonarken aangehouden.
Afbeelding 2. Ligging onderzoeksgebied en plangebied, zie voor regionale ligging kaartinzet rechtsonder (Bron: PDOK).
13
3.2
Beschrijving •
Het plangebied betreft, zoals gezegd, een viertal locaties met drooggevallen woonarken, zie Afbeelding 3. Deze woonarken zijn opgebouwd uit houten gevellatten en kennen een golfplaten of dakpannen dak. De woonarken zijn gelijkvloers en kennen geen schoorsteen. Afwatering vindt plaats via uitpandige regenpijpen en dakgoten.
Afbeelding 3. Een van de vier drooggevallen woonarken (Foto: M. van der Neut | Ecoresult B.V.).
• •
•
14
Het omliggende terrein (onderzoeksgebied) is omheind en niet vrij toegankelijk. In het onderzoeksgebied bevinden zich diverse houten schuurtjes, containers en overkappingen. Tevens zijn hier stapels hout, stenen, tegels en pallets aanwezig. Verder bevinden zich in de tuinen een trampoline, kleine waterpartij, bijenkasten en tuinmeubilair. De verschillende tuinen worden van elkaar gescheiden door tuinhekjes, heggen en kippengaas. Rond de woonarken bestaat het groen vooral uit tuinbeplanting zoals diverse rozen en hortensias. De meest westelijke tuin is zeer ruig begroeid met opslag van braam, guldenroede, brandnetel, meidoorn en grote klit en een ondergroei van vijfvingerkruid, bosaardbei, hondsdraf, gewone brunel, zilverschoon en smalle weegbree. De overige tuinen kennen een minder weelderige begroeiing en bestaan
•
•
•
• •
voor grote delen uit gazon met riet en enkele fruitbomen. In het westelijk deel van het onderzoeksgebied bevindt zich een kleine boomgaard met appel-, peren- en pruimenbomen. Naast deze fruitbomen zijn in het plangebied vooral schietwilg, gewone es en zwarte els als bomen aanwezig. De directe omgeving van het onderzoeksgebied bestaat uit een rioolwaterzuivering en een industrieterrein behorende tot een voormalige ijzergieterij. Verder ligt de Rijksweg A15 ten noorden en de Beneden Merwede ten zuiden van het plangebied. Enig open water in het onderzoeksgebied vormt een plastic waterbak en een kleine verlandingsvijver. Overig open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc.) zijn afwezig binnen het plangebied. Noemenswaardige ondergrondse ruimten zijn voor zover vast kunnen stellen afwezig. Verlichting bestaat vooral uit woonverlichting in en rond de woonarken.
Bijlage 1 bevat een uitgebreide foto-impressie van het onderzoeksgebied, hier wordt een algemene indruk van de bebouwing gegeven en er wordt ingezoomd op relevante details voor beschermde soorten.
Afbeelding 4. Sterk begroeid achterterrein van meest westelijk gelegen tuin (Foto: M. van der Neut | Ecoresult B.V.).
15
Afbeelding 5. Tuin met overwegend gazon en enkele fruitbomen (Foto: M. van der Neut | Ecoresult B.V.).
3.3
Voorgenomen ontwikkelingen
De voorgenomen ontwikkeling betreft een bestemmingsplanwijziging van bestemming ‘Groen’ naar ‘Wonen’, waarbij, de bebouwing (woonarken), vegetatie en bomen binnen het plangebied blijven behouden. Ontwikkelingen als gevolg van deze wijziging zijn niet voorzien. In Afbeelding 6 geven de vier rode vierkanten de bouwvlakken van de woonarken aan waarvan de bestemming van ‘Groen’ naar ‘Wonen’ wijzigt.
16
Afbeelding 6. Uitwerking bouwvlakken woonarken aangegeven met rode vierkanten (Bron: Opdrachtgever).
3.4
Planning
De planning van de ontwikkeling is ons op dit moment niet bekend.
17
4
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
4.1
Wet natuurbescherming
4.1.1
Natura 2000-gebieden
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Biesbosch op circa 480 meter ten zuiden van het plangebied, zie Afbeelding 10. Invloeden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied niet in gevaar brengen. Ter hoogte van het plangebied zijn in de Biesbosch stikstofgevoelige habitats aanwezig. Dit betreffen de hooilanden en stroomdalgraslanden op de oostpunt van de Sliedrechtse Biesbosch. Denk daarbij aan ‘t Kraaiennest, de Thomaswaard, Kop van de Oude Wiel en de Hengstpolder. Deze stroomdalgraslanden vormen botanisch gezien de meest waardevolle terreinen van de Biesbosch en herbergen op nationale en Europese schaal zeldzame plantensoorten die kenmerkend zijn voor fluviatiele milieus. Voorbeelden van dergelijke plantensoorten zijn rode bremraap, weidekervel, sikkelklaver, grote bevernel, ruige weegbree en noords walstro.
19
Afbeelding 7. Ligging plangebied (rode contour) ten opzichte van Natura 2000-gebied Biesbosch (lichtgroen) en in dit gebied voorkomende stikstofgevoelige habitats (paars) (Bron: Aerius-calculator).
4.2 4.2.1
Verordening ruimte Natuurnetwerk Nederland
Ter hoogte van het plangebied behoort de noordoever van de Beneden Merwede tot het Natuurnetwerk Nederland, zie Afbeelding 8. Deze oever bevindt zich op 30 meter ten zuiden van het plangebied en bestaat voornamelijk uit wilgenbos en rietmoeras. De bermen langs de N214 vormen de dichtstbij gelegen ecologische verbindingszone op een afstand van 3,7 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Aangezien het plangebied niet overlapt met het NNN-gebied of met een ecologische verbindingszone hoeft geen rekening gehouden te worden met externe effecten op deze gebieden. Aanvullend onderzoek is niet nodig en een ontheffing op de omgevingsverordening is niet noodzakelijk.
4.2.2
Strategische reservering natuur
Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Strategische reservering natuur bevindt zich op 10,3 kilometer afstand ten noordwesten van het plangebied. Het betreft een smalle strook 20
land gelegen aan de dijkvoet van de zuidelijke dijk van de Groote of Achterwaterschap tussen de Boezems Kinderdijk in het westen en de Donkse Laagten in het oosten. Op basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke kenmerken en waarden van bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. Een vergunning op de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk.
4.2.3
Belangrijk weidevogelgebied
De Polder Giessen-Nieuwkerk vormt het dichtstbijzijnde Belangrijk weidevogelgebied op 2,3 kilometer ten noordoosten van het plangebied, zie Afbeelding 8. Op basis van deze afstand van dit gebied tot het plangebied en de kleinschalige ontwikkeling valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke kenmerken en waarden van bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. Een vergunning op de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk.
Afbeelding 8. Ligging plangebied (rode contour) ten opzichte van N2000, Natuurnetwerk Nederland, Strategische reservering natuur en Belangrijk weidevogelgebied (Bron: pzh.maps.arcgis.com/apps/ webappviewer).
21
5
Beschermde houtopstanden
Er zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij (of een deel ervan) verwijderd worden. Het onderzoeksgebied bevindt zich net buiten de bebouwde kom van Hardinxveld-Giessendam, zie Afbeelding 9. In dit geval wordt de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet overtreden.
Afbeelding 9. Ligging plangebied en onderzoeksgebied ten opzichte van bebouwde kom Hardinxveld-Giessendam.
23
6
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
6.1
Soorten Vogelrichtlijn
6.1.1
Bronnenonderzoek
6.1.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna
Soorten Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Soortgroep Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen
Tabel 2. Vogels met jaarrond beschermde nesten tot een afstand van 5 km tot het plangebied. Bron: NDFF – 25/08/2020.
6.1.2
Verkennend veldonderzoek
6.1.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Het plangebied (vier bouwvlakken) is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van diverse vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. De hier aanwezige woonarken zijn ongeschikt voor gebouwbewonende vogels, zoals huismus, gierzwaluw en kerkuil. De bebouwing is te laag (enkel begane grond) en bevat geen geschikte invliegopeningen of ruimtes onder dakpannen of achter boeiboorden. Tevens vormen de 25
hoge bomen en struiken er voor dat er rond de genoemde bebouwing geen vrije aanvliegroute aanwezig is. Tevens zijn de schuren en containers in het onderzoeksgebied ongeschikt voor gebouwbewonende vogelsoorten wegens het ontbreken van geschikte gaten, spleten en andere invliegopeningen, zie Afbeelding 10.
Afbeelding 10. Op het achterterrein aanwezige schuur welke wegens een gebrek aan dakpannen en invliegopeningen ongeschikt is voor gebouwbewonende vogelsoorten (Foto: M. van der Neut | Ecoresult B.V.).
Verder heeft grote gele kwikstaart zijn broedgebied langs beken en rivieren4 in het zuiden en oosten van Nederland en kan redelijkwijs worden uitgesloten op basis van het ontbreken van dergelijke plaatsen in en rond het plangebied. Voor ooievaar zijn tevens geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig, zoals een kunstnest op het dak of broedpaal5. Slechtvalk broedt in stedelijke omgeving in nestkasten op hoge bebouwing, een situatie die afwezig is in het plangebied. Ook is het plangebied ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil, roek, wespendief en zwarte wouw worden uitgesloten van aanwezigheid.
4 5
26
Sovon.nl Sovon.nl
6.1.2.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5)
Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het onderzoeksgebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, zoals spreeuw, pimpelmees en zwarte roodstaart.
6.1.2.3
Algemene broedvogels
Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. De struiken en bomen binnen het onderzoeksgebied vormen voor deze soorten een geschikte nestplaats, zie Afbeelding 11. Dit betreft soorten als kauw, houtduif, winterkoning en merel.
Afbeelding 11. Ruige bosschage aan de zuidrand van het plangebied tegen de dijkvoet van de dijk van de Beneden Merwede.
6.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
6.1.3.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Het onderzoeksgebied is ongeschikt voor jaarrond beschermde vaste rust- en 27
verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vogels. Geschikte bebouwing en bomen ontbreken. Met de ontwikkelingen gaat er geen essentieel functioneel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Aanvullend (veld)onderzoek naar deze vogelsoorten is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig.
6.1.3.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) en algemene
vogels
Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (pimpelmees, ekster, grote bonte specht) en algemene vogels (roodborst, winterkoning en merel). Ontwikkelingen als gevolg van de bestemmingsplanwijziging worden echter niet voorzien. Negatieve effecten op de vogels met niet-jaarrond beschermde nesten en algemene vogels kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
6.2
Soorten Habitatrichtlijn
6.2.1
Bronnenonderzoek
Soorten Soortgroep Bever Zoogdieren Gewone dwergvleermuis Zoogdieren – Vleermuizen Gewone grootoorvleermuis Zoogdieren – Vleermuizen Ruige dwergvleermuis Zoogdieren – Vleermuizen Meervleermuis Zoogdieren – Vleermuizen Rosse vleermuis Zoogdieren – Vleermuizen Heikikker Amfibieën Kamsalamander Amfibieën Poelkikker Amfibieën Platte schijfhoren Weekdieren Rugstreeppad Amfibieën Rivierrombout Libellen Tabel 3: Habitatrichtlijnsoorten tot een afstand van 5 km tot het plangebied. Bron: NDFF – 25/10/2020.
6.2.2
Verkennend veldonderzoek
6.2.2.1
Vleermuizen
De bebouwing in het plangebied (woonarken) en het onderzoeksgebied (schuren, containers en andere overkappingen) is ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor 28
gebouwbewonende vleermuizen. De woonarken en overige bebouwing kennen geen geschikte gaten, spleten of scheuren die voor vleermuizen als verblijfplaats kunnen dienen, zie Afbeelding 12. Dergelijke verblijfplaatsen bevinden zich veelal in spouwmuren, onder dakpannen, achter boeiboorden en nabij schoorstenen. Deze elementen ontbreken in het plangebied. Bovendien zijn de woonarken vrij laag en daardoor minder geschikt voor vleermuizen. Voor boombewonende vleermuizen (rosse vleermuis, watervleermuis) is het plangebied in potentie geschikt. Vanwege de dichte begroeiing was het tijdens het veldbezoek niet mogelijk om alle bomen op boomholten te controleren. In het kader van de huidige ontwikkelingen blijven de huidige bomen echter behouden en daarmee ook de potentiële verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Voor vleermuizen is er sprake van niet-essentieel leefgebied (foerageergebied), er zijn in de nabije omgeving voldoende alternatieven aanwezig.
Afbeelding 12. Woonarken in plangebied, welke ongeschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuizen (Foto: M. van der Neut | Ecoresult B.V.).
6.2.2.2
Overige Habitatrichtlijn soorten
Het onderzoeksgebied is ongeschikt voor overige Habitatrichtlijnsoorten die volgens het bronnenonderzoek in de omgeving aanwezig zijn, namelijk diverse soorten amfibieën, bever, platte schijfhoren en rivierrombout. In het onderzoeksgebied is geen geschikt open water aanwezig. Vaste verblijf- en voortplantingsplaatsen van de genoemde soorten zijn daarom 29
uitgesloten. Bever en rivierrombout komen ter hoogte van het onderzoeksgebied voor langs de oever van de Beneden Merwede. Gezien de huidige ontwikkelingen blijft de oever in huidige situatie behouden. Wanneer de wezenlijke waarde en kwaliteit van de oever als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling onveranderd blijven, is naar beide soorten geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien dit wel het geval is, dient een herbeoordeling naar de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op bever en rivierrombout plaats te vinden. Geschikte poelen, vijvers en plassen voor heikikker, poelkikker en kamsalamander ontbreken in het onderzoeksgebied. Verder komt platte schijfhoren voor in schone watergangen met een uitbundige watervegetatie. Dergelijk habitat is in het onderzoeksgebied afwezig. De waterbak is voor de hierboven genoemde soorten ongeschikt wegens het onnatuurlijke karakter en de afwezigheid van enige (water)vegetatie.
Afbeelding 13. Voor beschermde soorten ongeschikte waterbak in het plangebied (Foto: M. van der Neut | Ecoresult B.V.).
6.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
In deze effectbeoordeling worden uitsluitend de Habitatrichtlijnsoorten behandeld waarvoor het onderzoeksgebied – op basis van dit oriënterende onderzoek – potentie biedt. In dit geval is enkel potentie voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig. De ruimtelijke ontwikkeling voorziet echter niet in bomenkap. Wanneer dit verandert dient een aanvullende bomencheck plaats te vinden om de te kappen bomen te controleren op de aanwezigheid van voor boombewonende vleermuizen geschikte holten en gaten. Potentie voor overige Habitatrichtlijnsoorten is in het onderzoeksgebied afwezig. 30
6.3
Nationaal beschermde soorten
6.3.1
Bronnenonderzoek NDFF
Soort Aardmuis Bastaardkikker Boommarter Bosmuis Bruine kikker Bunzing Das Dwergmuis Egel Gewone pad Grote modderkruiper Grote vos
Soortgroep Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Vissen Dagvlinders
Vrijstelling Ja Ja Nee Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Nee Nee
Soort Haas Hermelijn Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Meerkikker Ree Rosse woelmuis Steenmarter Veldmuis Vos Wezel
Soortgroep Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Zoogdieren Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Vrijstelling Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja
Tabel 4. Nationaal beschermde soorten tot een afstand van 5 km tot het plangebied. Bron: NDFF – 25/10/2020.
6.3.2
Verkennend veldonderzoek
6.3.2.1
Grondgebonden zoogdieren
Het onderzoeksgebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten zoogdieren waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de egel en verschillende soorten muizen. Steenmarter wordt in het onderzoeksgebied niet verwacht. Sporen zoals latrines ontbreken en er zijn geen grondholen of andere ruimtes aanwezig welke geschikt zijn voor steenmarter. De bebouwing kent tevens geen rommelzolders of andere plekken die door steenmarter als verblijfplaats kunnen worden gebruikt. Daarnaast ontbreken gaten en scheuren in de woonarken en schuren waardoor zij ontoegankelijk zijn voor steenmarter. De directe omgeving van de woonarken is wel geschikt als foerageergebied, maar wordt niet als essentieel beoordeeld. Verder is binnen het onderzoeksgebied niet-essentieel leefgebied voor grondgebonden zoogdiersoorten waar een vrijstelling voor geldt (diverse algemene (spits)muissoorten, bunzing, wezel, egel en konijn) aanwezig. Er is genoeg alternatief leefgebied aanwezig in de nabije omgeving voor deze soorten. Het onderzoeksgebied is niet geschikt als potentieel essentieel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waar geen vrijstelling voor van toepassing is. Verblijfplaatsen van boommarter en das kunnen op basis van habitatvoorkeur redelijkerwijs worden uitgesloten vanwege het ontbreken van grote bosschages in het 31
onderzoeksgebied. Daarnaast bevindt het onderzoeksgebied zich buiten het bekende verspreidingsgebied van beide soorten.
6.3.2.2
Dagvlinders
Het onderzoeksgebied is ongeschikt voor grote vos. De soort komt vooral voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen en heeft als waardplanten iep en zoete kers. Dit beschreven habitat en deze waardplanten zijn in het onderzoeksgebied afwezig.
6.3.2.3
Amfibieën en vissen
Het onderzoeksgebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de bruine kikker en gewone pad. Aanwezigheid van hazelworm, levendbarende hagedis, alpenwatersalamander en grote modderkruiper is uitgesloten in het onderzoeksgebied wegens de afwezigheid van geschikt habitat in de vorm van open water, heidevelden, stuifzanden en grote bosschages.
6.3.2.4
Vaatplanten
Beschermde plantensoorten zijn tijdens het verkennend veldonderzoek niet aangetroffen. Ook wordt niet verwacht dat zij in het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Binnen het onderzoeksgebied zijn bossen, zeeduinen, voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig6. Op basis hiervan, de zeldzaamheid en bekende verspreiding van deze soorten is de aanwezigheid in het onderzoeksgebied op voorhand uit te sluiten. Tijdens het veldbezoek werd geen muurvegetatie aangetroffen.
6.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
In het onderzoeksgebied bestaat geen potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van Nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Wel is het onderzoeksgebied geschikt als niet-essentieel foerageergebied voor steenmarter. Er is nog voldoende alternatief habitat aanwezig rondom het onderzoeksgebied. Bovendien worden er in het onderzoeksgebied geen ruimtelijke ontwikkelingen voorzien. De Wet natuurbescherming wordt derhalve niet overtreden. Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt als egel, (spits)muizen, gewone pad en bruine kikker. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt ten alle tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoals egel, (spits)muizen, gewone pad en bruine kikker zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien 6
32
www.vlinderstichting.nl
zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
33
7
Conclusies en aanbevelingen
7.1
Aanleiding
In opdracht van Kingfisher Natuurprojecten heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Woonarken, te Hardinxveld-Giessendam. De aanleiding betreft de legalisering van vier drooggevallen woonarken ten gevolge van een bestemmingsplanwijziging van bestemming ‘groen’ naar ‘wonen’. Zie verder hoofdstuk 3.3. Deze ontwikkeling kan schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld dient te worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
7.2 7.2.1
Beschermde gebieden Wet natuurbescherming
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Biesbosch op 480 meter ten zuiden van het onderzoeksgebied. Invloeden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen. Negatieve effecten omtrent stikstofdepositie kunnen op basis van de aard van de activiteiten worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden.
7.2.2
Verordening ruimte
In de provincie Zuid-Holland is geen sprake van externe effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van NNN gebieden7. Gezien het onderzoeksgebied niet overlapt met NNN gebied hoeft er geen rekening gehouden te worden met externe effecten op deze gebieden. Aanvullend onderzoek is niet nodig en een ontheffing op de omgevingsverordening is niet noodzakelijk. 7
Verordering ruimte, provincie Noord-Brabant.
35
7.3
Bescherming van houtopstanden
Het onderzoeksgebied bevindt zich buiten de bebouwde kom en er zijn geen werkzaamheden gepland waarbij houtopstanden groter dan 10 are of 20 bomen in een rij of een deel ervan verwijderd worden. In dit geval wordt de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet overtreden.
7.4
Beschermde soorten
7.4.1
Soorten Vogelrichtlijn
7.4.1.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Het onderzoeksgebied is ongeschikt voor jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouw- en boombewonende vogels. Geschikte bebouwing en bomen ontbreken. Daarnaast gaat met de ontwikkelingen geen essentieel functioneel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig.
7.4.1.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) en algemene
vogels
Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (pimpelmees, ekster, grote bonte specht) en algemene vogels (roodborst, winterkoning en merel). Ontwikkelingen als gevolg van de bestemmingsplanwijziging worden echter niet voorzien. Negatieve effecten op de vogels met niet-jaarrond beschermde nesten en algemene vogels kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
7.4.2
Soorten Habitatrichtlijn
7.4.2.1
Vleermuizen
Het onderzoeksgebied is in potentie enkel geschikt voor boombewonende vleermuizen. In het kader van de bestemmingsplanwijziging gaan er echter geen verblijfplaatsen van deze vleermuizen verloren. Wanneer dit onverhoopt veranderd dient een herbeoordeling plaats te vinden en eventueel een aanvullend veldbezoek om de te kappen bomen op eventuele geschikte holten en scheuren te controleren. Verder is er voor vleermuizen sprake van nietessentieel leefgebied (foerageergebied). In de nabije omgeving zijn voldoende alternatieven aanwezig. 36
7.4.2.2
Overige Habitatrichtlijnsoorten
Voor overige Habitatrichtlijnsoorten is het onderzoeksgebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitats. Aanvullende onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk, mits de oever van de Beneden Merwede in huidige staat behouden blijft.
7.4.3
Nationaal beschermde soorten
In het onderzoeksgebied bestaat geen potentie voor Nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt als egel, (spits)muizen, gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt ten alle tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals egel, (spits)muizen, gewone pad en bruine kikker zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
37
8
Geraadpleegde bronnen
8.1
Internet
Beschermde gebieden • Verordening ruimte provincie Noord-Brabant • Natuurbeheerplan Noord-Brabant: https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/natuur/natuurnetwerk-nederland-(voorheen-ehs)/natuurnetwerk-brabant(nnb) Nationale Databank Flora en Fauna • https://ndff-ecogrid.nl/ Natuurwetgeving en kennisdocumenten • http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01#Hoofdstuk2 • www.rvo.nl • https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart • http://pdokviewer.pdok.nl Vleermuisprotocol 2017 • http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol Soortinformatie • Soortenbank: http://www.soortenbank.nl/ • NDFF Verspreidingsatlas – https://www.verspreidingsatlas.nl/ • Vleermuizen – http://www.vleermuis.net/ • Zoogdieren – http://www.zoogdiervereniging.nl/ • Amfibieën – http://www.ravon.nl/ • Vlinders – https://www.vlinderstichting.nl/
39
Bijlage 1
Foto-impressie plangebied
Afbeelding kleine boomgaard in westelijk gedeelte onderzoeksgebied.
Afbeelding impressie onderzoeksgebied
41
Afbeelding impressie onderzoeksgebied
Afbeelding ruigte op achterterrein met op achtergrond een overgroeide container.
42