CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025 - 2028 - ter vaststelling.pdf

Gemeenteraad GHG 24 april 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 13: Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025 - 2028 - Raadsvoorstel13.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit doen we vanuit het principe dat we weten dat de achterstand op de betaling van de zorgverzekering in bijna alle gevallen een indicatie is dat er problematische schulden zijn en curatieve schuldhulpverlening nodig is. Deze werkwijze zetten we ook in bij signalen van beslag op de uitkering. Brede inzet bestaanszekerheidsgesprek Zoals al onder vroegsignalering is vermeld zetten we het brede bestaanszekerheidsgesprek in en onderzoeken we hoe dit gesprek ook voor alle aanmeldingen Schuldhulpverlening verder vormgegeven kan worden. Het bestaanszekerheidsgesprek is een gesprek met inwoners met een uitkering waarin gekeken wordt hoe het met de inwoner gaat op allerlei leefgebieden (wonen, gezondheid, veiligheid, financiën etc.). Er wordt onder andere besproken of er sprake is van geldzorgen en/of schulden en of iemand wel alles ontvangt waar hij of zij voor in aanmerking komt. Daarbij wordt ook gekeken naar de achtergrond van de problemen. Er is bijvoorbeeld aandacht voor mentale problemen, het kunnen rondkomen met weinig middelen, eventuele verslavingsproblematiek etc. Vanuit de gezamenlijkheid verbinden we hierop met het sociaal team (welke ondersteuning kunnen zij bieden bij dit soort problemen) en met de Wmo voor bijvoorbeeld begeleiding. We besteden hier meer aandacht aan en wijzen actief door.

Samenwerking partners Niet alleen in het voortraject maar ook tijdens curatie is de samenwerking met vrijwilligersorganisaties en de keten (denk aan lokale informele partners, sociaal teams, Schuldhulpmaatje, Humanitas etc.) van belang. Zij melden inwoners soms ook aan, maar staan de inwoner ook bij met hulp en ondersteuning tijdens deze fase. Deze samenwerking blijft daarom onverminderd van belang. Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: Streven

Indicator

2025 (huidige realisatie en startpunt meting)

2029 (beoogd)

Schuldenrust

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Schuldenrust

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen

(nulmeting begin 2025 te doen = nieuwe activiteit)

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Schuldenrust

Gemiddelde schuld**

De gemiddelde schuld bedraagt € 36.019 (2023)

De gemiddelde schuld is gedaald naar € 30.000

*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op)

21 Denk aan ontsluiting van data, de ontwikkeling van een integraal schuldenoverzicht, een landelijke pauzeknop en de

doorontwikkeling van het schuldenknooppunt.

19

Voor perspectief zetten we de komende periode in op: Bereik en samenwerking Nog te veel mensen zoeken geen hulp bij het oplossen van hun schulden. De komende jaren is er dan ook wederom inzet op het vergroten van het bereik. We versterken de samenwerking met onze lokale partners door het werken op locatie uit te breiden en aanwezig te zijn op vindplaatsen zodat we gezamenlijk de situatie kunnen aanpakken. Dit is ook een speerpunt van het nieuwe kabinet op het gebied van armoede en schulden en geldt ook voor de samenwerking met de aanwezige partners op het SamenWerkplein. We breiden deze partners verder uit en maken concrete afspraken over hoe samen te werken bij individuele casussen. We ontlasten hierbij de inwoner door te zorgen voor warme overdrachten. Deze lijn trekken we door naar de samenwerking met beschermingsbewindvoerders. We vergroten onze regierol op schulden door de samenwerking met beschermingsbewindvoerders te verstevigen (het periodieke overleg voort te zetten en afspraken te bestendigen in een convenant ) en zodoende de doorstroom van schuldenbewind naar schuldhulpverlening te verbeteren. Hiermee lopen we vooruit op dit onderdeel van basisdienstverlening. Ter ondersteuning aan bovenstaande wordt er een leerlijn schuldhulpverlening ontwikkeld om de kennis over schuldhulpverlening zowel intern als bij externe partners en instellingen te vergroten.

De resultaten monitoren we via de metingen van het aantal nieuw gestarte trajecten. Aanpassingen in de dienstverlening • We intensiveren de begeleiding van inwoners tijdens de schuldhulpverleningstrajecten en zetten extra budgetcoaching en begeleiding in om inwoners een stabiele basis te geven. Dit doen we door meer gesprekken dan voorheen te voeren (ook telefonisch). Wat nodig is bepalen we per inwoner, in plaats van één geldende afspraak voor iedereen (maatwerk op de inwoner). We creëren hier ruimte voor door het proces aan te passen (zie ook onder schuldenrust). Zeker gezien de kortere aflosperiode is goede begeleiding essentieel om stabiliteit te bieden en terugval te voorkomen. Dit monitoren we zorgvuldig via het slagingspercentage van het stabilisatie- en het schuldregelingstraject. • Naast het succesvol afsluiten van schuldregelingstrajecten binnen de curatie, gaan we deze planperiode ook nadrukkelijker inzetten op het succesvol doorlopen van de minnelijke trajecten en daarmee inzetten op het voorkomen van uitval gedurende trajecten. • Zoals eerder aangegeven zet het kabinet in op het invoeren van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. De elementen hiervan worden aan de hand van het landelijke actieplan geïmplementeerd. Elementen die reeds gerealiseerd zijn van de basisdienstverlening bestendigen we.

Het gaat dan onder andere om het Convenant Lokale Overheid, laagdrempelige aanmelding, directe start begeleiding en het standaard aanbieden van een saneringskrediet. Indicatoren Met de volgende indicatoren volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken: Streven

Indicator

2025 (huidige realisatie en startpunt meting)

2029 (beoogd)

Perspectief

Nieuw gestarte trajecten

Perspectief

Slagingspercentage stabilisatietraject

Perspectief

Slagingspercentage schuldregelingstraject

Perspectief

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject

10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten** nulmeting begin 2025 te doen, nog niet eerder gemeten

20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459) In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject* afgesloten In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten** 85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond

* Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ** Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp-verklaring wordt afgegeven.

20

7. Nazorg Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject bieden wij nazorg, een cruciaal onderdeel van schuldhulpverlening. Nazorg is ook een vorm van preventie, gericht op het ondersteunen van inwoners bij het opbouwen van een schuldenvrij leven en het voorkomen van terugval. Nazorg is maatwerk en afhankelijk van de persoonlijke situatie en behoefte.

7.2 Wat doen we al? In Hardinxveld-Giessendam zijn de GR Sociaal en onze lokale welzijnsorganisatie (Thuisadministratie) betrokken bij nazorg. Nazorg is vormgegeven als een integrale maatwerkaanpak en wordt in samenwerking tussen de GR Sociaal en de welzijnsorganisatie uitgevoerd. In onderstaand blauw kader een toelichting op de huidige gezamenlijke werkwijze: De GR Sociaal bereidt inwoners tijdens het traject al voor op een goede uitstroom en eventuele nazorg. Dit start een half jaar voordat ze klaar zijn met het aflossen van hun schulden via het schuldregelingstraject. Samen met de inwoner wordt er een plan opgesteld waar gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Indien uit dit plan blijkt dat er behoefte is aan ondersteuning vanuit de keten, wordt de keten betrokken. Op deze manier wordt gezorgd voor een warme overdracht via een driegesprek tussen de inwoner, (lokale) partner en schuldhulpverlener. In de periode die volgt wordt er samen opgetrokken door de (lokale) ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien er wederom hulp tijdens of na afloop van nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit altijd beschikbaar.

Regionaal is gemeten in hoeveel gevallen er terugval is en iemand binnen 5 jaar zich opnieuw meldde. In 2023 bedroeg dit 21%. Er zijn, met uitzondering van cijfers uit een landelijk onderzoeksrapport uit 2015, geen betrouwbare cijfers beschikbaar over de mate van uitval van personen tijdens een schuldregeling of van terugval van personen tijdens en na afronding daarvan. De NVVK probeert wel jaarlijks bij haar leden vast te stellen hoe groot de uitval is, maar deze vraag wordt onvoldoende ingevuld om er analyses op uit te kunnen voeren. Eind 2015 heeft onderzoeksbureau SEO onder zestig gemeenten onderzoek gedaan naar de duurzaamheid van schuldentrajecten. Hieruit blijkt dat vier jaar na het geslaagd afronden van een schuldentraject, vier tot zeven procent opnieuw een betalingsachterstand heeft op nieuw afgesloten krediet. Negen tot zestien procent heeft een betalingsachterstand bij een zorgverzekeraar. Uit dit onderzoek bleek eveneens dat negentien procent van de mensen die in de periode 2009-2013 een schone lei had na afronding van een Wsnp-traject, in 2014 opnieuw betalingsachterstanden had op rekeningen, op een lopende lening, een hypotheek of de huur.

7.3 Wat streven we na voor de komende vier jaar? Nazorg is van cruciaal belang zodat inwoners schuldenvrij blijven. Zeker met de kortere doorlooptijd van schuldregelingen (van 36 naar 18 maanden). Niet iedereen heeft na 18 maanden al weer alles goed op de rit en maatwerk blijft nodig. De komende vier jaar streven we het volgende na: •

Schuldenvrij: Inwoners blijven duurzaam uit de schulden

Op het moment van schrijven van dit beleidsplan is de gezamenlijke werkwijze rondom nazorg recent gestart. Het eerste deel van de begeleiding door de schuldhulpverlener van de SDD wordt ingezet tijdens het schuldentraject. Als blijkt dat meer ondersteuning nodig is, wordt de lokale partner ingeschakeld en volgt een warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Indien blijkt dat tijdens of na afloop van nazorg meer hulp nodig is, is dit te allen tijde beschikbaar bij de GR Sociaal. Door het beperkte aantal schuldhulpverleningstrajecten en de duur hiervan, zijn in HardinxveldGiessendam nog geen nazorgtrajecten gestart bij de welzijnsorganisatie. We zetten de ingezette samenwerking de komende tijd voort en sturen bij waar nodig.

21

7.4 Wat gaan we daarvoor doen en hoe volgen we de resultaten? Gezamenlijk met de GR Sociaal en de welzijnsorganisatie zetten we ons de komende vier jaren in voor het volgende: •

Onderzoek oorzaken voortijdige beëindiging traject Bij voortijdige beëindiging van een traject onderzoeken we de oorzaken van de uitval. We analyseren welke factoren hieraan hebben bijgedragen en welke verbeteringen nodig zijn. In samenwerking tussen de GR Sociaal en de welzijnsorganisatie wordt bepaald welke aanvullende ondersteuning kan worden geboden om uitval te minimaliseren.

•

Monitoren en voorkomen recidive Monitoren van het aantal inwoners dat binnen drie jaar opnieuw schuldhulpverlening nodig heeft. Dit geeft inzicht in de omstandigheden van terugval (bijvoorbeeld bij bepaalde risicogroepen) en biedt daarmee aanknopingspunten voor gerichte preventieve acties.

Indicator Met de volgende indicator volgen we de komende vier jaar de beoogde resultaten die we met de ingezette activiteiten willen bereiken. De indicator wordt door de GR Sociaal gemeten, vandaar dat deze in een blauw kader staat: Streven

Indicator

Duurzaam

Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

2025 (huidige realisatie en startpunt meting) (nieuwe nulmeting)*

2029 (beoogd) Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

*Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

22

8. Financiering, monitoring en evaluatie 8.1 Financiering Dit beleidsplan past binnen de bestaande financiële kaders. De kosten voor de taken van de GR Sociaal worden verwerkt in de begroting en in de meerjarenraming van de GR Sociaal. Lokaal is in de begroting structureel budget opgenomen voor de vroegsignalering van betalingsachterstanden (medewerker betalingsachterstanden in het Sociaal Team). De Sociaal Raadslieden en de Thuisadministratie zijn vaste diensten van de welzijnsorganisatie en worden jaarlijks gesubsidieerd via de MAG. Het project Geldzorgen op de Werkvloer is een pilot in 2025 en wordt gefinancierd door middel van gelden uit de brede SPUK (Terugdringen gezondheidsachterstanden) en bestaande middelen ten behoeve van het minimabeleid. Vooralsnog wordt niet voorzien dat meer financiering benodigd is voor de zowel de regionale als lokale uitvoering van het beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028. De kosten kunnen echter wel beïnvloed worden door bijvoorbeeld wijziging van wet- en regelgeving, politieke keuzes, CAOontwikkelingen en een toe- of afname van het aantal inwoners met geldzorgen en/of schulden.

8.2 Monitoring en evaluatie Halverwege de looptijd van het beleidsplan vindt een tussenevaluatie plaats waarna de raad wordt geïnformeerd over de stand van zaken. Voor het totaaloverzicht is als bijlage 5 bij dit plan nogmaals een compleet overzicht van alle benoemde indicatoren in hoofdstuk 4 tot en met 7 toegevoegd. Het startpunt van de metingen genoemd in dit plan is 1 januari 2025 (tenzij expliciet anders vermeld).

De GR Sociaal rapporteert over de taken die zij uitvoert periodiek via de reguliere P&C-cyclus. Indien gemeenteraden meer informatie wensen is het uiteraard mogelijk dat de GR Sociaal op uitnodiging tijdens bijvoorbeeld een raadsavond meer informatie verstrekt en met de raadsleden inhoudelijk de diepte in gaat op de uitvoering van de taken, ontwikkelingen en trends. Klanttevredenheidsmetingen Naast reguliere monitoring en rapportages wordt doorlopend bij inwoners nagegaan hoe zij onze dienstverlening ervaren en of we het goed doen. De klanttevredenheidsmetingen worden momenteel doorontwikkeld tot een meting waarbij niet alleen wordt gemeten hoe de dienstverlening is ervaren, maar ook of we onze doelen bereiken en (publieke) waarde toevoegen. Hiervoor is een generieke set vragen ontwikkeld die zich richt op de vijf waarden die belangrijk zijn voor inwoners, te weten: mensgerichtheid, heldere dienstverlening, waarde toevoegen, betrokken medewerkers en toegankelijkheid. Wanneer landelijke ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving het noodzakelijk maken om wijzigingen in het curatieve gedeelte door te voeren loopt dit de route via het bestuur van de GR Sociaal. Voor zover dit financiële consequenties kent, worden deze vroegtijdig gemeld en via een zienswijzeprocedure (gemeenteraden) voorgelegd (al dan niet via de reguliere P&C-cyclus).

Gelet op de nieuwe (of gewijzigde) indicatoren in hoofdstuk 6 zal de GR Sociaal in 2025 ook het gemeentelijke dashboard actualiseren en aanpassen, zodat gemeenten makkelijk en snel bij de cijfers kunnen. Dat doen we in samenspraak met de gemeenten.

23

Bijlage 1 Regionale raadsavond 26 juni 2024 Lokaal is de volgende input meegenomen en verwerkt: • Integrale samenwerking en verbinding zoeken tussen voorzieningen op het gebied van armoede en schulden Zie de uitwerking hiervan in hoofdstuk 4 Preventie, onder doelstelling 'Verbinden'. • Stimuleer het vroegtijdig hulp zoeken Uitgewerkt in hoofdstuk 4 Preventie en hoofdstuk 5 Vroegsignalering. • Verbetering effectiviteit van vroegsignalering Zie hiervoor hoofdstuk 5 Vroegsignalering. • Zet in op verbetering van basisvaardigheden Zie hiervoor hoofdstuk 4 Preventie, aansluiten bij lokale aanpak laaggeletterdheid (basisvaardigheden) • Onderzoek de mogelijkheid voor lokale budgetcursussen Zie hiervoor hoofdstuk 4 Preventie, onderzoeken mogelijkheden lokale budgetcursus. • Investeer in samenwerking met religieuze organisaties (kerken, moskee) Zie hoofdstuk 4 Preventie, onder doelstelling 'Verbinden'. Regionaal is de volgende input meegenomen en verwerkt: • Schulden zijn onderdeel van een keten, heb hier aandacht voor. Deze input is verwerkt doordat het plan nadrukkelijk de gehele keten benoemt en in elk hoofdstuk aandacht besteed wordt aan de verschillende samenwerkingspartners. Tevens wordt bij curatie nadrukkelijk gekeken naar de oorzaken achter het ontstaan van schulden. • Focus niet enkel op het oplossen van schulden, maar kijk ook naar met schulden samenhangende problematiek.

Zie hiervoor hoofdstuk 6 Curatie. • Bied hulp zo laagdrempelig en dichtbij mogelijk aan Vanuit de GR sluiten we, zijn we aanwezig bij en breiden we in overleg met de gemeenten de vindplekken uit die het best passend en meest logisch zijn (met bijvoorbeeld aandacht voor de bibliotheek, verhuurders, sociaal teams en scholen). • Onderzoek wat inwoners met schulden beweegt Zie hiervoor hoofdstuk 8 Financiering, monitoring en evaluatie onder klanttevredenheidsmetingen. • Nazorg moet maatwerk zijn en start met nazorg gedurende het schuldentraject, niet erna Zie de uitwerking in hoofdstuk 7 Nazorg

24

Bijlage 2 Het wettelijk kader en stelsel van schuldhulpverlening Het stelsel rondom schulden kent een wettelijke kader van vier verschillende wetten, te weten: 1. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2012); 2. de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp 1998); 3. Beschermingsbewind op grond van problematische schulden en/of verkwisting (Schuldenbewind 2014); en 4. het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags 2021). De Wgs en de Wsnp betreffen de twee hoofdwetten en vormen het minnelijk (gemeentelijk) traject (Msnp) en het wettelijk traject (Wsnp). Zie ook figuur 1. De verantwoordelijkheid, toezicht op en uitvoering van deze wetten ligt versnipperd. Zo zijn er twee ministeries betrokken (Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Justitie & Veiligheid), gemeenten, de Rechtspraak en externe marktpartijen (bewindvoerders Wsnp en beschermingsbewindvoerders). De verschillende wetten staan met elkaar in verbinding maar deze verbinding is niet optimaal en behoeft verbetering. Zo is in principe de Wgs voorliggend aan de Wsnp maar zijn er uitzonderingen en is schuldenbewind bedoeld als flankerende dienstverlening met ondersteuning en doorstroom naar de minnelijke (gemeentelijke) of de wettelijke schuldsanering. Andere aanverwante wetgeving die van toepassing is, zijn o.a.

de Wet op het consumentenkrediet (Wck), de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Faillissementswet (Fw) en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). Naast bovengenoemd minnelijk en wettelijk traject heeft ook een aantal stelselpartijen een rol in het schuldhulpverleningssysteem. Naast degemeente gaat het om schuldeisers, schuldenaren en rechters en bijvoorbeeld beschermingsbewindvoerders, Wsnp-bewindvoerders, vrijwilligers en uiteraard de sociaal teams en overige samenwerkingspartners. Figuur 1: Routekaart schuldhulpverleningsstelsel

*Bron: Rijksoverheid IBO problematische schulden 2024

25

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De wettelijke bepalingen omtrent de gemeentelijke (minnelijke) schuldhulpverlening zijn terug te vinden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs is sinds 1 juli 2012 van kracht en verplicht gemeenten regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening waaronder nazorg. Dit houdt in dat er niet alleen aandacht moet zijn voor het oplossen of beheersbaar maken van de financiële problemen maar ook van de omstandigheden die hiermee verband houden. In 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uitgebreid met taken op het gebied van vroegsignalering. Het vroegtijdig signaleren en bereiken van inwoners met betalingsachterstanden dan wel (problematische) schulden is hiermee een wettelijke taak geworden voor gemeenten én vaste lastenpartners.22 Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4 Preventie en hoofdstuk 5 Wettelijke roegsignalering. De Wgs is een kaderwet. Gemeenten moeten in een beleidsplan vastleggen hoe zij binnen die kaders schuldhulpverlening bieden.

In dit beleidsplan, met een duur van ten hoogste vier jaar, moet worden aangegeven: - Welke resultaten beoogd worden; - Welke maatregelen genomen worden om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; - Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de wachttijd voor het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld; - Hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders, zorgverzekeraars, wateren energiebedrijven wordt vormgegeven; - Hoe schuldhulp in te richten voor gezinnen met inwonende kinderen. Kaders curatieve schuldhulpverlening Curatieve schuldhulpverlening wordt uitgevoerd aan de hand van de gestelde wettelijke kaders van de Wgs en de landelijke richtlijnen van de NVVK. Dit zijn landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, betalingsregelingen, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc.

Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd, zie ook bijlage 4 Kwaliteitseisen.

22 De vaste lastenpartners zijn energiemaatschappijen, drinkwaterleveranciers, zorgverzekeraars en verhuurders.

26

Bijlage 3 Fasen van schuldhulpverlening Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Met preventie wordt bedoeld het voorkomen van financiële problemen door van tevoren in actie te komen. Preventie kan ook worden ingezet om grotere financiële problemen of herhaling te voorkomen. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en hun financiën op orde kunnen houden. Dit doen we door te proactief te handelen en aandacht te hebben voor de achterliggende oorzaken van financiële problemen en schulden.

Vroegsignalering Vroegsignalering is het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en hulp hiervoor aanbieden. vroegsignalering is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot (problematische) schulden. Per 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd en door deze wetswijziging is vroegsignalering een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, energiebedrijven, verhuurders en drinkwaterbedrijven moet de gemeente inwoners met betalingsachterstanden benaderen en hulp aanbieden. De genoemde vaste lastenpartners zijn ook wettelijk verplicht om signalen van beginnende schulden te delen met gemeenten. Ook dienen deze partijen voorafgaand aan het delen van signalen actie te hebben ondernomen om in contact te komen en te kijken naar een passende oplossing met de inwoner.

Curatie Curatieve schuldhulpverlening is gericht op het stabiliseren en oplossen van schuldenproblematiek met als doel inwoners met (problematische) schulden te helpen aan een schuldenvrije én blijvende toekomst. Met problematische schulden wordt bedoeld, de situatie waarin te voorzien is dat iemand schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. 23 In ieder geval de situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling).

23 Definitie ‘problematische schuld’ van de NVVK.

27

Reguliere aanvraag en crisis De schuldhulpverlening start vervolgens binnen 10 werkdagen voor een reguliere aanvraag en binnen 3 werkdagen in het geval van een crisissituatie. Bij gezinnen met kinderen waarbij sprake is van een dreigende huisuitzetting wordt altijd direct actie ondernomen onverlet de omstandigheden. Voor wat betreft crisisinterventie zijn er naast de afspraken over vroegsignalering in de Drechtsteden tussen gemeenten, woningcorporaties, de Dienst Gezondheid & Jeugd en de GR Sociaal specifieke afspraken gemaakt voor dreigende huisuitzettingen. Voor afsluiting van gas, water en elektriciteit geldt landelijke wetgeving die verwerkt is in landelijke convenanten van de NVVK. Naast deze werkwijze kan er tevens door schuldhulpverlening een moratorium worden aangevraagd bij de rechtbank. Dit geeft de schuldhulpverlening de tijd om de hulpverlening en regeling op te zetten, waarbij er maximaal 6 maanden geen huisuitzetting of afsluiting mag plaatsvinden. Intake en oriëntatiefase De start is het intakegesprek waarin de hulpvraag, (schulden)situatie, motivatie en vaardigheden wordt vastgesteld. Het intakegesprek is de start van de oriëntatiefase. Deze is bedoeld om inzicht te krijgen in de financiële en persoonlijke situatie van de inwoner.

Ook wordt onderzocht of er sprake is van andere bredere problematiek en of andere flankerende hulpverlening of ondersteuning nodig is. Dit alles wordt vastgelegd in een plan van aanpak waarin helder wordt aangegeven welk traject er ingezet wordt, wat er nog nodig is of moet gebeuren en het tijdspad. Na de oriëntatiefase zijn er vier mogelijke vervolgopties: - Informatie en advies: Voor de inwoner die de situatie zelf kan oplossen of wanneer er geen specifiek aanbod kan worden gedaan. - Duurzame financiële dienstverlening: Voor het beheersbaar maken van de situatie en het voorkomen van escalatie wanneer een stabilisatietraject of schuldregeling (nog) niet mogelijk is. Dit biedt ook ondersteuning in situaties met weinig of geen perspectief op een schuldenvrije toekomst (bijvoorbeeld door fraudeproblematiek). - Budgetbeheer: Budgetbeheer is het (tijdelijk) beheren van de financiën van de inwoner, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden. - Voortraject voor schuldregeling (stabilisatietraject): Het stabilisatietraject dient als voorbereiding op een schuldregeling. Bij problematische schulden zonder verdere persoonlijke en/of financiële belemmeringen kan een schuldregeling worden ingezet. - 100% regeling: Een betalingsregeling waarbij de schulden volledig afbetaald kunnen worden.

Schuldregeling en aflossing: saneringskrediet of schuldbemiddeling De daadwerkelijke minnelijke schuldregeling volgt op het stabilisatietraject. Tijdens de schuldregeling wordt onderhandeld en geprobeerd overeenstemming te bereiken met de schuldeisers. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het aanbod, is de schuldregeling geslaagd en gaat de inwoner gedurende 18 maanden lang aflossen. Er zijn twee vormen van schuldregeling: (1) schuldbemiddeling en (2) saneringskrediet. Beide vormen zijn in de regel op basis van finale kwijting. Dat wil zeggen alleen het deel dat de inwoner kan aflossen wordt terugbetaald en de rest wordt kwijtgescholden. De voorkeur gaat uit naar saneringskrediet vanwege: minder administratieve lasten, snellere afhandeling en meer duidelijkheid en voordelen voor de inwoner en schuldeiser. De schuldeiser kan de boeken sluiten en de inwoner kan zich bijvoorbeeld weer direct aanvullend verzekeren bij de zorgverzekeraar. In 2024 is de verhouding in de Drechtsteden ongeveer 80% saneringskrediet en 20% schuldbemiddeling. Een saneringskrediet en schuldbemiddeling kennen beide een aflostermijn van 18 maanden en op beide varianten wordt het afkoopbedrag afgelost in deze periode. Bij beide trajecten is er begeleiding gedurende de aflosperiode in de vorm van periodieke gesprekken.

Het verschil is dat bij een schuldbemiddeling door de GR Sociaal gespaard wordt gedurende de 18 maanden aflossing en periodiek na hercontroles wordt uitbetaald aan schuldeisers. Bij een saneringskrediet wordt het overeengekomen afkoopbedrag direct uitbetaald aan de schuldeisers via het krediet. De inwoner lost vervolgens gedurende 18 maanden het saneringskrediet af.

28

Dwangakkoord en Wsnp Als een minnelijke schuldregeling mislukt, bijvoorbeeld door gebrek aan medewerking van de schuldeisers, wordt allereerst gevraagd aan schuldeisers om hun weigering te heroverwegen. Indien dit niet gebeurt kunnen er of dwangmiddelen vanuit de Faillissementswet ingezet worden als het dwangakkoord. In dat geval kan de rechter besluiten om de schuldeisers alsnog te dwingen mee te werken met de minnelijke schuldregeling. De laatste mogelijkheid is het indienen van het verzoek bij de Rechtbank om toegelaten te worden tot de Wsnp. Bij dit verzoek moet ook een ‘Wsnp- verklaring’ van de GR Sociaal worden ingediend. Daarmee wordt aangegeven dat een minnelijke schuldregeling niet mogelijk is. Om dreigende situaties als een huisuitzetting tijdens de periode van het verzoek tot toelating tot het wettelijk Wsnp-traject te voorkomen, kan bij de rechtbank een voorlopige voorziening worden aangevraagd. Tot het moment van de uitspraak mogen schuldeisers hun rechten niet uitoefenen. Gedurende dit hele proces kan budgetbeheer worden geboden: het (tijdelijk) beheren van de financiën van de klant, waardoor de betaling van de vaste lasten zeker gesteld worden.

Nazorg Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject wordt nazorg geboden. Nazorg is een essentieel onderdeel van de schuldhulpverlening met als doel de inwoner te ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, ervoor te zorgen dat de inwoner duurzaam uit de schulden blijft én terugval waar mogelijk te voorkomen. De memorie van toelichting van de Wgs plaatst nazorg in het kader van preventie, want door goede nazorg te bieden kunnen nieuwe financiële problemen voorkomen worden. Proces nazorg Zes maanden voorafgaand aan het einde van het schuldregelingstraject wordt reeds gestart met het gesprek over nazorg door hier aandacht voor te hebben tijdens het begeleidingstraject. De schuldhulpverlener stelt samen met de inwoner een plan van aanpak op waarbij gekeken wordt naar de persoonlijke en financiële situatie en de behoefte/noodzaak voor ondersteuning na afronding van het traject. Vervolgens betrekt de schuldhulpverlener, afhankelijk van de uitkomsten van het gesprek en de behoefte van de inwoner, de schuldenketen om te zorgen voor een warme overdracht. De eerste stap voor deze overdracht gebeurt via een driegesprek tussen schuldhulpverlener, schuldenketenpartner en inwoner. Schulden houden immers vaak verband met andersoortige problematiek, waardoor samenwerking en het inzetten van elkaars expertise essentieel is in de ondersteuning van kwetsbare inwoners.

In de periode die volgt zal er samen worden opgetrokken door de ketenpartner en de GR Sociaal om zorg te dragen voor een soepele en warme overdracht na afloop van het schuldregelingstraject. Afspraak is ook dat er altijd een waakvlam blijft. Indien hulp van de GR Sociaal tijdens of na afloop van de nazorg door de schuldenketen nodig is, is dit te allen tijde beschikbaar.

29

Bijlage 4 Kwaliteitseisen, juridische aspecten en wachttijden (curatie) Kwaliteitseisen De branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK) heeft kwaliteitsnormen ontwikkeld in de vorm van de gedragscodes schuldregelen, budgetbeheer en sociale kredietverlening. De SDD is lid van de NVVK en werkt conform diens gedragscodes. De SDD is sinds 2014 in het bezit van het NVVK-certificaat. De NVVK toetst eens per drie jaar met onafhankelijke auditoren de kwaliteit van dienstverlening van haar leden. Door de audit wordt zichtbaar gemaakt dat de leden aan alle uniforme en controleerbare kwaliteitseisen voldoen en dus kwalitatief goede schuldhulpverlening bieden. Bovendien betekent het lidmaatschap van de NVVK een kwaliteitskeurmerk door de uitgebreide audits die worden uitgevoerd. Juridische aspecten en wachttijden Sinds de invoering van de Wgs is de schuldhulpverlening een publieke taak en heeft deze een bestuursrechtelijk kader. Een besluit tot het doen van een aanbod of het afwijzen van een verzoek tot toelating tot schuldhulpverlening en de (tussentijdse) beëindiging van een schuldhulpverleningstraject vallen onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en worden kenbaar gemaakt met een beschikking. Op grond van de Awb kunnen de ontvangers van het besluit bezwaar (en beroep) aantekenen. De termijnen van de Awb gelden dus ook voor de schuldhulpverlening.

De inhoud van de dienstverlening (trajecten) is privaatrechtelijk geregeld. De afspraken met de inwoner worden contractueel in een overeenkomst vastgelegd. Er zijn allerlei landelijke regels en uitvoeringskaders op basis waarvan de gemeenten in Nederland de curatieve schuldhulpverleningstrajecten zoals de schuldregeling, budgetbeheer, stabilisatie of de doorgeleiding richting het wettelijke traject (Wsnp) uitvoeren. Voor de trajecten geldt dat deze specifiek zijn vormgegeven aan de hand van termijnen, afspraken met schuldeisers, convenanten, verbinding met andere wetgeving etc. Hieronder valt bijvoorbeeld de aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling, de inzet van dwangmiddelen in een schuldregeling uit de Faillissementswet en de berekening van de afloscapaciteit conform de Vrij te laten bedrag (VTLB) berekening van de Recofa (het landelijk overlegorgaan van rechter-commissarissen). De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening stelt eisen aan de wacht- en doorlooptijden. Voor het reguliere aanbod geldt een maximale wachttijd van 4 weken voor de periode tussen de melding en het moment dat de hulpvraag wordt vastgesteld via het eerste gesprek. De doelstelling die de GR Sociaal hiervoor hanteert is veel korter, namelijk een termijn van 10 werkdagen. voor wat betreft een crisissituatie mag er maximaal 3 werkdagen zitten tussen het moment van melding en het crisisgesprek.

In het geval van vroegsignalering gelden andere wachttijden. In de aangepaste Wgs is bepaald dat er maximaal 4 weken mag zitten tussen het moment waarop een inwoner aangeeft met de gemeente in gesprek te willen en het daadwerkelijke gesprek.

30

Bijlage 5 Totaaloverzicht van alle indicatoren Indicatoren gemeente en GR Sociaal: Streven

Indicator

2025 (begin)

2029 (beoogd)

Vroeger (Vroeg signalering)

Acceptatie hulpaanbod/Succesvol contact

(nulmeting, begin 2026)

Ten minste 10% meer succesvolle contact(pogingen)

Vroeger (Vroeg signalering)

Meer aangesloten vaste lasten partners

(nulmeting, begin 2026)

Ten minste 5% meer aangesloten vaste lasten partners

Schuldenrust (Curatie)

Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek

95% binnen 10 werkdagen*

Handhaven huidige indicator (95% binnen 10 werkdagen)

Schuldenrust (Curatie)

Proactieve dienstverlening voor bijstandsgerechtigden met zorgverzekeringsschulden en beslagleggingen

(nulmeting nieuwe activiteit)

80% van de doelgroep is benaderd en krijgt een hulpaanbod

Schuldenrust (Preventie/ curatie)

Gemiddelde schuld**

De gemiddelde schuld bedraagt € 36.019 (2023)

De gemiddelde schuld is gedaald naar € 30.000

Perspectief (Curatie)

Nieuw gestarte trajecten

10% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

20% meer inwoners met schulden hebben een hulpaanbod ontvangen ten opzichte van 2023 (1.459)

Perspectief (Curatie)

Slagingspercentage stabilisatietraject

In 75% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

In 90% van de gevallen wordt succesvol een stabilisatietraject afgesloten***

Perspectief (Curatie)

Slagingspercentage schuldregelingstraject

In 85% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstraject afgesloten****

In 90% van de gevallen wordt succesvol een schuldregelingstrajectaf gesloten****

Perspectief (Curatie)

Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk traject

Nulmeting, nog niet eerder gemeten

85% van de minnelijke trajecten wordt succesvol afgerond

Duurzaam (Nazorg)

Herinstroom (recidive) schuldhulpverlening binnen 3 jaar

(nieuwe nulmeting)*****

Maximaal 10% van de inwoners stromen opnieuw in.

31

*de wettelijke termijn bedraagt 4 weken **de gemiddelde schuld heeft een link met vroegsignalering én curatie. Bij curatie zegt deze indicatie met name iets over de snelheid van het proces (schulden lopen daarmee niet onnodig nog langer op) ***Stabilisatie: Onder een positieve afsluiting wordt verstaan: de schulden zijn afbetaald, er is een betalingsregeling getroffen, de schulden zijn geherfinancierd of overdracht naar schuldregeling. ****Succesvol schuldregelingstraject: Een schuldregeling is geslaagd als er een saneringskrediet wordt toegekend, een schuldbemiddeling wordt gestart of als een Wsnp verklaring wordt afgegeven. *****Het is een nieuwe nulmeting, omdat de meting tot nu toe altijd over binnen 5 jaar terugval ging. Doordat de curatie echter ingekort is naar 18 maanden kiezen we ervoor om ook de meting te verkorten naar 3 jaar, zodat dit beter aansluit en we sneller zicht hebben na uitstroom uit de kortere periode van schuldhulpverlening.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1042/documents/31606