Bijlage 0 Totaaloverzicht Verbonden partijen.pdf
Tekst van het document
Totaaloverzicht verbonden partijen Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de zienswijzemogelijkheid op de P&C-producten van een verbonden partij. In onze Nota verbonden partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen hierop in te dienen. Recent hebben de gemeenschappelijke regelingen hun jaarrekening 2025 en ontwerpbegroting 2027 toegestuurd. In sommige gevallen zijn daar ook aanvullende stukken over 2026 toegevoegd (voorjaarsbrief en/of begrotingswijzigingen). In dit overzicht treft u een samenvoeging van de opgestelde zienswijzen. Ook is er een toelichting opgenomen bij verbonden partijen waar geen zienswijzen op is ingediend. Bij het wel of niet indienen van een zienswijze is rekening gehouden met de risicoclassificatie vanuit de Nota verbonden partijen en gemeentelijke begroting (zie hieronder) en actuele ontwikkelingen. Risicoclassificatie1
1 Dit overzicht is ontleend aan de laatst vastgestelde Nota verbonden partijen. Serviceorganisatie Jeugd
is geïntegreerd in de Dienst Gezondheid en Jeugd ZHZ en de GR Drechtsteden betreft met ingang van 2022 de GR Sociaal. Bij de actualisatie van de Nota verbonden partijen in 2026 zal de risicoclassificatie worden herijkt. 1
Overzicht zienswijzen en termijnen
1.GR Sociaal – Zienswijze Leeswijzer De gemeenteraad wordt in deze zienswijzeronde niet alleen uitgenodigd te reageren op de reguliere Planning‑ & Control‑documenten, maar ook op een aantal voorgestelde ombuigingsmaatregelen. Om de leesbaarheid te vergroten, maken wij in deze zienswijze onderscheid tussen beide onderdelen. In het eerste deel van deze zienswijze gaan wij in op de concept‑jaarrekening 2025, de voorjaarsbrief 2026 en de begroting 2027. Het tweede deel van de zienswijze is specifiek gericht op de voorgestelde ombuigingsmaatregelen. Per maatregel geven wij onze standpunten mee, waaronder zorgen, aandachtspunten en randvoorwaarden. Deel 1: Zienswijze op jaarrekening 2025, de voorjaarsbrief 2026 en de begroting 2027 Algemeen In eerdere zienswijzen hebben wij meermaals onze zorgen geuit over de betaalbaarheid van het sociaal domein. Naast het zogenoemde ‘ravijnjaar’ constateren wij dat de gemeentelijke bijdrage aan de GR Sociaal ieder jaar fors stijgt. Hoewel indexaties hier deels een verklaring voor vormen, moeten wij vaststellen dat de door u ingezette ombuigingsmaatregelen tot zover niet hebben geleid tot een vermindering van deze kostenstijging. Daarnaast zijn wij onaangenaam verrast over het uitblijven van de beoogde ombuigingen.
Uit uw jaarstukken 2025, de voorjaarsbrief 2026 en de begroting 2027 maken wij op dat u een groot deel van de ombuigingen uit de Bestuurlijke Opdracht ‘Een toekomstbestendig Sociaal Domein’ loslaat. Dit staat in contrast met uw Najaarsbrief 2025, waarin nog werd aangegeven dat de uitvoering van deze maatregelen volgens verwachting verliep. Hoewel de omvang van de ombuigingen eerder al naar beneden was bijgesteld, komt deze ontwikkeling voor ons onverwacht, vooral omdat een duidelijke toelichting ontbreekt. Dit vinden wij des te opvallender, omdat wij als gemeenteraad hier in eerdere zienswijzen en bestuurlijke overleggen herhaaldelijk aandacht voor hebben gevraagd. Daarnaast signaleren wij dat ook andere gemeenteraden in hun zienswijzen vergelijkbare zorgen hebben geuit over het gebrek aan inzicht in de gemaakte keuzes en de actuele stand van zaken rondom de ombuigingsmaatregelen. Desondanks blijft een nadere toelichting nog altijd uit. Jaarrekening 2025 Uw jaarverslag laat zien dat u in 2025 onverminderd heeft ingezet op de dienstverlening vanuit de verschillende wetten in het sociaal domein. Wij willen onze dank en waardering uitspreken voor de inzet van uw medewerkers in de afgelopen periode. In een tijd waarin de GR Sociaal met de nodige uitdagingen te maken heeft, blijven uw medewerkers zich dagelijks inzetten voor onze inwoners.
U geeft aan geen verzoek te doen voor een resultaatsbestemming. Wij kunnen ons hierin vinden. Voorjaarsbrief 2026 De Voorjaarsbrief 2026 leidt tot een wijziging (verhoging) van de lasten en baten met € 20,1 mln. ten opzichte van de actuele Begroting 2026. U stelt dat deze verhoging bijna geheel gedekt kan worden uit aanvullende compensatie van het Rijk en compensatie vanuit DVO’s.
2
De grootste wijziging van lasten en baten zien we op het onderdeel Inkomensondersteuning. Wij vinden het terecht dat u voor 2026 een realistischere doelstelling hanteert aangaande de uitstroom van bijstandsklanten. Immers, we hebben de afgelopen jaren, en in het bijzonder in onze gemeente, gezien dat uitstroom erg lastig is gebleken. Desondanks vragen wij u zich onverminderd in te spannen voor het stimuleren van uitstroom uit de bijstand, zodat grote tekorten op de BUIG-middelen, zo veel mogelijk worden voorkomen. Begroting 2027 Opgave Bestaanszekerheid Binnen de meerjarenbegroting blijft de ontwikkeling van de inkomensondersteuning voor ons een belangrijk financieel aandachtspunt. Wij zien dat de inzet op bestaanszekerheid de afgelopen jaren is versterkt, onder meer door de doorontwikkeling van bestaanszekerheidsgesprekken en een proactieve uitvoering van het minimabeleid, waardoor meer inwoners zijn bereikt. Dat het gebruik van minimaregelingen zich inmiddels stabiliseert, beschouwen wij als een logische ontwikkeling na deze intensieve inzet. Tegelijk constateren wij dat deze stabilisatie mede samenhangt met een blijvend hoog beroep op de bijstand. Dit benadrukt voor ons het belang van blijvende gezamenlijke aandacht voor preventie, vroegsignalering en het versterken van de financiële zelfredzaamheid van inwoners.
Opgave Ontwikkelen naar werk De herziene Participatiewet (Participatiewet in Balans) geeft een breder perspectief op participatie, waarbij de directe focus niet langer uitsluitend gericht is op betaald werk. Toch weten we vanuit de data dat er in Hardinxveld-Giessendam nog een relatief grote groep inwoners in de bijstand verkeert (ongeveer 30%), waarvan u inschat dat zij, eventueel met de nodige ondersteuning, bemiddelbaar zijn naar werk. Zoals al eerder aangegeven bij de reflectie op de Voorjaarsbrief, vragen wij u dan ook met klem zich te blijven inzetten op deze groep. Opgave Zorgen voor Ondersteuning Op individuele begeleiding laat de begroting GR Sociaal 2027 een forse stijging zien in lasten. U stelt dat het gaat om een autonome groei van klanten. We zien steeds vaker complexere, meervoudige problematiek die om een zwaardere indicatie vraagt. Met de beweging Wmo naar de voorkant bij lichtere vormen van begeleiding hopen we de toename te dempen. Ons sociaal team probeert mee te buigen in de complexere (psychische) problematiek bij inwoners waarmee zij en ook de Wmo geconfronteerd wordt. Zo is onlangs bij de invulling van een ontstane vacature op maatschappelijk werk expliciet voor gekozen om een nieuwe medewerker met GGZ-expertise aan te trekken.
De goede samenwerking en afstemming tussen het sociaal team en de Wmo-consulenten bij hulpvragen hopen we met u voort te zetten. We zijn blij om te lezen dat de GR Sociaal de gemeenteraden betrekt bij een nieuwe invulling van reablement, ook al is de toekomst van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp binnen de Wmo nog onzeker. In de Voorjaarsnota van het Rijk staat wordt al rekening gehouden met de afschaffing van de huishoudelijke hulp per 1 januari 2029. In de meicirculaire wordt deze mutatie verwerkt. Daarnaast is de invoering van de eigen bijdrage in de Wmo door het Rijk uitgesteld naar 1 januari 2028. We zien hierbij het risico dat het verschil tussen de bijdragen van het Rijk en onze kosten nog verder toeneemt. Wij vragen u om de effecten van de landelijk voorgenomen maatregelen voor onze regio vroegtijdig door te rekenen, waar mogelijk al in de begroting te verwerken en ons hierover proactief te informeren. Deel 2: Maatregelen en ombuigingen Algemeen In uw aanbiedingsbrief heeft u aangegeven dat u door het Algemeen Bestuur bent verzocht om tot alternatieve maatregelen te komen ter grootte van tenminste € 6,6 mln. en deze in beeld te brengen. U verzoekt ons om in onze zienswijze aan te geven in welke maatregelen wij ons kunnen vinden. Deze worden via een begrotingswijziging in de begroting 2027 van de GR Sociaal verwerkt.
U stelt daarbij voor om voor begrotingswijzigingen die leiden tot een verlaging van de begroting, geen zienswijzeprocedure toe te passen zodat deze tijdig kunnen doorwerken in de gemeentelijke begrotingen. Zorgen over nieuw voorgestelde ombuigingen 3
De voorgestelde ombuigingen roepen bij ons drie belangrijke aandachtspunten op. Allereerst stellen wij vast dat het verzoek van het Algemeen Bestuur om een maatregelenpakket ter waarde van € 6,6 miljoen impliceert dat gemeenten nog steeds een deel van de oorspronkelijk beoogde ombuigingen zelf moeten opvangen. Daarnaast hebben wij twijfels of de voorgestelde maatregelen in de praktijk daadwerkelijk zullen leiden tot de beoogde besparingen. Verder zien wij dat een deel van de maatregelen vraagt om aanvullende investeringen op lokaal niveau, terwijl het de vraag is of daar in voldoende mate rekening mee is gehouden. Tot slot constateren wij dat de nadruk van de voorgestelde maatregelen voornamelijk lijkt te liggen op de dienstverlening aan inwoners, en in mindere mate op besparingsmogelijkheden binnen de huidige begroting of op het gebied van de bedrijfsvoering. In sommige gevallen zal het versoberen van dienstverlening leiden tot minder apparaatslasten. We zien graag dat u inzichtelijk maakt wat de effecten van de ombuigingsmaatregelen zijn op de apparaatslasten. Wij verzoeken u om op deze punten te reageren en toe te lichten op welke wijze u deze zorgen denkt weg te nemen.
Begrotingstechnische maatregelen zijn voorliggend Wij vinden het van belang om maatregelen met een negatieve impact op onze inwoners als laatste toe te passen en te starten met begrotingstechnische maatregelen en maatregelen gericht op de bedrijfsvoering van de GR Sociaal. We constateren dat deze maatregelen primair gericht zijn op financiële beheersbaarheid en ramingsdiscipline in een periode van grote onzekerheden, waaronder landelijke beleidsontwikkelingen. We onderkennen dat een deel van de maatregelen is gebaseerd op aannames en verwachtingen, waarvan de uiteindelijke effecten zich in de praktijk moeten bewijzen. Dit brengt een risico met zich mee dat de financiële uitkomsten anders kunnen zijn dan nu geraamd. Vanuit versterkt eigenaarschap van de GR Sociaal achten wij het daarom passend dat wij, als gemeenten, dit gezamenlijk en transparant ondervangen. We spreken ons uit dat we als deelnemende gemeente: Vanaf 2027 in onze begroting expliciet aandacht besteden aan het risicoprofiel van de GR Sociaal; Dit, waar nodig, vertalen naar een verhoogde risico-inschatting in de paragraaf weerstandsvermogen. Hieronder schetsen wij een aantal maatregelen waarvan we u verzoeken deze te verwerken in de meerjarenraming van de GR Sociaal. 1.
De meerjarige groei van de begroting van de GR Sociaal vanaf 2027 te laten aansluiten bij de verwachte groei van de rijksinkomsten voor gemeenten, waarbij 2027 als nullijn wordt gehanteerd 2. Vanaf 2027 een structurele stelpost ‘vangnet Participatiewet’ op te nemen in de begroting van de GR Sociaal 3. De structurele inzet van ESF-subsidies expliciet op te nemen aan de baten- én aan de lastenzijde van de begroting van de GR Sociaal 4. Vanaf 2027 structureel middelen op te nemen in de begroting van de GR Sociaal ten behoeve van SRoI ter hoogte van 1% van het geraamde maatschappelijke effect (€33 mln), jaarlijks oplopend met 1% 5. Vanaf 2027 in de meerjarenraming van de GR Sociaal uit te gaan van gelijkblijvende aantallen van Wmo-cliënten in plaats van een autonome volumegroei Reactie op de voorgestelde maatregelen In de onderstaande tekst geven wij per maatregel aan wat ons standpunt is en welke nadere uitwerking eventueel nodig is. Wij hanteren de volgende duiding: • ‘Akkoord’: wij stemmen in met het verder uitwerken van de ombuiging en deze in de juiste besluitvormingsroute te zetten (gemeenten, AB, DB, DT van de SDD). • ‘Vooralsnog niet akkoord’: er is eerst meer inzicht nodig in de impact op de doelgroep, de haalbaarheid en/of mogelijke besparing.
4
•
‘Niet akkoord’: wij stemmen niet in met verdere uitwerking vanwege de ingrijpende gevolgen voor de doelgroep of omdat de besparing (zeer) beperkt is in verhouding tot de impact van de maatregel. Enkele ombuigingen zijn al van toepassing in onze gemeente en leiden daarom niet tot aanvullende besparingen
•
Ombuigingsvoorstellen Nummer
Maatregel
Ons standpunt
Bestaanszekerheid Versterken
1
2 3 4 5 6 7 8 9 10
Extern budgetbeheer (Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid BB) Verlagen inkomensgrens naar 110% WSM (Persoonlijk Minimabudget) Referteperiode naar 2 jaar (Persoonlijk Minimabudget) Hoogte 35% WSM (Persoonlijk Minimabudget) Stoppen met subsidiëren bureaukosten SUN Drechtsteden (zie samenhang met maatregel 17) Hanteren van een drempelbedrag bij de bijzondere bijstand Stoppen met extra bedrag voor kinderen tot 18 jaar (Persoonlijk Minimabudget) Medische kosten (Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid BB) Stoppen met regeling tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Eigen bijdrage peuteropvang (Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid BB)
11
Collectieve zorgverzekering minima: Vermogensgrens hanteren (met behulp van BIDN)
12
Collectieve zorgverzekering minima: Inkomensgrens verlagen van 130% naar 120%
13
Stoppen of aanpassen inkomensvermogensgrens collectieve zorgverzekering minima (zie ook maatregel 11 en 12)
Akkoord - Onze voorkeur is om deze maatregel uitsluitend toe te passen op nieuwe aanvragen en wij vragen nadrukkelijk aandacht voor heldere en tijdige communicatie richting inwoners. Reeds van toepassing in onze gemeente; geen ombuiging Reeds van toepassing in onze gemeente; geen ombuiging Reeds van toepassing in onze gemeente; geen ombuiging Niet akkoord Niet akkoord Reeds van toepassing in onze gemeente; geen ombuiging Niet akkoord Reeds van toepassing in onze gemeente; geen ombuiging Niet akkoord Akkoord - We verzoeken u deze maatregel nader te preciseren. Als een voor ons acceptabele vermogensgrens tot een substantiële besparing leidt, zijn we voor deze maatregel. Vooralsnog niet akkoord - Nadere uitwerking nodig wat betreft de impact van deze maatregel op chronisch zieken en inwoners met een handicap. Niet akkoord met stoppen - Wij verzoeken u te onderzoeken of het bij een nieuwe aanbesteding mogelijk is om een beperkter aanbod onderdeel te laten zijn van de collectieve zorgverzekering, zodat op een later moment eventueel kan worden gekozen voor een beperkter aanbod.
5
14
15
Terugwerkende kracht van zes maanden naar drie maanden (Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid BB) Persoonlijk minimabudget (PMB) als voorliggende voorziening voor bijzondere bijstand voor woninginrichting
Akkoord
Niet akkoord
16
Vermogenstoets vereenvoudigen en vermogensgrens verlagen voor bijzondere bijstand
Akkoord met het vereenvoudigen van de vermogensgrens; niet akkoord met het verlagen van de vermogensgrens. Wij horen graag welke besparing wordt gerealiseerd bij uitsluitend het doorvoeren van deze vereenvoudiging.
17
Stoppen met (stortingen in) het Sociaal Leenfonds (zie samenhang met maatregel 5)
Niet akkoord
18
19
Akkoord - Wij merken hierbij wel op dat Werken met afwijkende toekennings- en nadere uitwerking nodig is, met name ten draagkrachtperiodes bij bijzondere aanzien van de doelgroepen waarop deze bijstand. maatregel van toepassing is. Akkoord - Wij ontvangen hierbij graag Ambtshalve verstrekken minimabudget inzicht in de gevolgen van deze maatregel op de formatie van uw organisatie.
Ontwikkelen naar Werk 20
Loonkostenpremie uitbreiden
Akkoord
21
Baanbonus uitbreiden
Akkoord
22
Inzet Werk Ontwikkelpunt (WOP) voor uitvoering Module Arbeidsmarkt en Participatie
Akkoord - Voorwaarde is wel dat deze uitbreiding van taken van het MAP niet strijdig is met de toekomstige plannen van Drechtwerk.
23
Bemiddelen bij de poort
Akkoord
24
Doorrekenen Nuggers-beleid
25
Stoppen met de ik-doe-mee-premie
26
Stoppen met subsidie aan Stichting MBO
27 28
29
Stoppen met het Regionaal Welkomstprogramma Inburgeraars Inzet WOP voor uitvoering participatiedeel van de Z-route Doortrekken Vroege Start
Dit is een voorstel waarvan wij hebben begrepen dat het AB van de GR Sociaal het Nuggers-beleid reeds heeft vastgesteld. We vragen u de financiële uitwerking van dit beleid te implementeren. Vooralsnog niet akkoord - We vragen u de impact van deze ombuiging op de doelgroep nader te onderzoeken. Vooralsnog niet akkoord - We vragen u eerst om meer inzet op het laten renderen van deze subsidie. Niet akkoord Akkoord Akkoord – U geeft aan dat de voorinvestering gedekt zou kunnen worden vanuit huidige reserves van de SPUK Inburgering. Dit is wel voorwaarde voor ons, 6
gezien de schaarse middelen bij gemeenten. Zorgen voor Ondersteuning
30
31
32 33 34
35
36
Scootmobiel als algemene voorziening verstrekken i.p.v. als maatwerkvoorziening
Invulling geven aan reablement binnen de HO door middel van inzet ergotherapeut Invulling geven aan reablement binnen de HO door middel van inzet huishoudcoach Invulling geven aan reablement binnen de HO door middel van Powerful Ageing Maximaliseren gebruik technologie/ slimme woninginrichting bij huishoudelijke ondersteuning Afspraken maken met woningcorporaties over woningaanpassingen t.b.v. het gehele complex Arbeidsmatige en ontwikkelgerichte dagbesteding gedeeltelijk vervangen door participatieplekken
Akkoord - De besparing bij de GR Sociaal wel leidt tot kosten voor de gemeente (menskracht en middelen). We verzoeken u om samen met ons te onderzoeken hoe deze uitvoering het meest efficiënt geborgd kan worden en welke rol de GRS kan spelen in dit proces.
Akkoord - De drie maatregelen moeten in samenhang worden bekeken. We kijken uit naar de beeldvormende sessie over dit onderwerp in de gemeenteraad.
Akkoord
Akkoord
Akkoord
37
Wasservice als algemene voorziening inrichten
Vooralsnog niet akkoord - Wij zien graag dat u met gemeenten onderzoekt of dit een haalbare maatregel is. De financiële effecten zijn nog niet helder.
38
Pgb tarief voor ondersteuners uit het netwerk baseren op het minimumloon
Akkoord.
Deelscootmobiel/ scootmobielpool als algemene voorziening in het leven roepen
Vooralsnog niet akkoord - Wij zien dit als een toekomstbestendige en duurzame oplossing voor de verstrekking van scootmobielen, maar deze dient wel nader te worden uitgewerkt. Nog onvoldoende zicht op mogelijke besparingen.
39
40 41
Huishoudelijke ondersteuning gebiedsgericht inrichten (Meer) gebruik maken van het regresrecht (artikel 2.4.3 Wmo)
Niet akkoord Akkoord
42
Intensiveren WMO toezicht
Dit is een voorstel waarvan wij hebben begrepen dat dat het AB van de GR Sociaal deze maatregel reeds heeft goedgekeurd.
43
Nieuw planningssysteem Stroomlijn
Deze maatregel is reeds actief.
7
Tot slot Afsluitend vragen wij u onze zienswijze op de P&C stukken alsmede op de ombuigingsmaatregelen te betrekken bij de behandeling in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 9 juli 2025.
2.Dienst Gezondheid & Jeugd – Zienswijze Jaarstukken 2025 Algemeen Allereerst willen wij u complimenteren met uw inzet in het afgelopen jaar. Het was een intensieve periode, gekenmerkt door uiteenlopende uitdagingen binnen zowel het publieke gezondheidsdomein als het sociaal domein. Deze uitdagingen hadden niet alleen betrekking op financiën en personele capaciteit, maar werden ook beïnvloed door bredere maatschappelijke ontwikkelingen. De toenemende complexiteit van hulpvragen, de groeiende prestatiedruk en de voortschrijdende individualisering zorgen voor extra belasting. Tegelijkertijd vraagt de uitvoering van plannen die gericht zijn op het doorbreken van deze trends om tijd en inspanning. De onderdelen GGD, LVS en Veilig Thuis sluiten het jaar af met een resultaat van € 2,0 miljoen. U heeft over 2025 een positief jaarrekeningresultaat en vraagt om het als volgt te bestemmen: a. € 1.415.493 uit te keren aan de deelnemende gemeenten. b. € 486.502 te storten in een te vormen bestemmingsreserve ten behoeve van de Covid campagne. c. € 11.647 terug laten vloeien naar de bestemmingsreserve vitaliteit. d. € 81.174 terug laten vloeien naar de bestemmingsreserve informatiehuishouding. Het stemt ons tevreden dat het jaarresultaat positief is. Met deze bestemming gaan wij akkoord.
GGD U voorziet extra kosten voor de Covid-campagne vanwege de verwachte lagere vergoeding per vaccinatieprik komende jaren, maar ook de geografische spreiding en de sluiting van de Papendrechtsebrug. We missen een financiële paragraaf over de inzet van de niet-bestede Rijksmiddelen. We gaan ervan uit dat de nieuwe bestemmingsreserve toereikend zal zijn voor de genoemde activiteiten. Veilig Thuis De jaarrekening van Veilig Thuis 2025 laat zien dat de organisatie hard werkt aan het verbeteren van haar taken. De gemeente waardeert deze inzet, maar ziet dat de werkdruk al lange tijd hoog blijft. Om het werk ook in de toekomst goed te kunnen blijven doen, zijn duidelijke keuzes en gezamenlijke afspraken nodig. Een belangrijk punt is het implementatieplan, waarin staat hoe veranderingen moeten worden doorgevoerd. In de toelichting wordt vooral benadrukt dat gemeenten en partners tijd nodig hadden om dit uit te voeren. De gemeente vindt echter dat dit een gedeelde verantwoordelijkheid is. Ook de planning en interne processen van Veilig Thuis zelf hebben invloed gehad op de voortgang. Daarom vragen wij om een evenwichtiger beschrijving van het proces. Daarnaast is het belangrijk om realistische verwachtingen te hebben over wat er in 2025 zichtbaar kon veranderen, omdat de tijd voor uitvoering beperkt was.
Tot slot scoren sommige indicatoren opnieuw rood, maar er is wel inhoudelijke vooruitgang. De gemeente wil dat deze ontwikkeling duidelijker wordt weergegeven, bijvoorbeeld door cijfers over meerdere jaren te vergelijken, zodat bestuurders beter kunnen zien waar verbetering plaatsvindt en waar nog stappen nodig zijn. Service Organisatie Jeugd (SOJ) Allereerst dank voor uw inzet. In 2025 zag de Service Organisatie Jeugd (SOJ) zich voor meerdere uitdagingen gesteld waaronder het verbeterprogramma Beschikbare- en betaalbare jeugdhulp. Dit heeft geleid tot een lijst van maatregelen die een besparingspotentieel op konden leveren. Aan de hand van die lijst konden gemeenten kiezen welke maatregelen op te nemen zodat de SOJ het 8
besparingspotentieel kon verwerken in de begroting van de SOJ. Het viel de gemeente op dat het overgrote deel van deze maatregelen betrekking had op lokale hervormingen/aanpassingen die al door onze gemeente werden uitgevoerd. Mogelijk is dit de oorzaak waarom de gemeente de afgelopen jaren ruimschoots onder de door de SOJ voorgestelde begroting weet te blijven. Dit bevestigt ook onze visie dat lokaal beleid het meeste effect heeft op het beschikbaar en betaalbaar houden van jeugdhulp. De gemeente is zich er daarnaast van bewust dat gedegen contractbeheer, advies en informatievoorziening de pijlers zijn waardoor dit mogelijk is en ons lokaal team goed kan functioneren. Ten slotte juicht de gemeente de rechtmatigheidsonderzoeken bij jeugdhulporganisaties toe. De SOJ is hier in 2025 mee gestart en de gemeente voorziet dat dit tot een kwaliteitsverbetering van de jeugdhulpaanbieders zal opleveren in de regio. Conceptbegroting 2027 Algemeen U gaf eerder aan de indexering op de lonen in de definitieve begroting 2027 aan te passen van 5,7% naar 4,2%. Het is goed om te zien dat dit inmiddels in een nieuwe aangereikte conceptbegroting is verwerkt. Wel is het in het vervolg wenselijk om wijzigingen integraal door te voeren en in de periode van het opstellen van zienswijzen de conceptbegroting niet tussentijds te wijzigen.
GGD Bijstelling suïcidepreventie Bedankt voor uw inzet om te komen tot een regionaal plan suïcidepreventie samen met gemeenten. Inhoudelijk zien we graag de preventieve inzet van de GGD en gemeenten op het gebied van mentale gezondheid gekoppeld aan het regionale plan suïcidepreventie. U vraagt om in te stemmen met de neerwaartse bijstelling van de post suïcidepreventie met € 49.143 op basis van de daadwerkelijke Rijksbijdragen en de afroming van 10 procent voor de lokale inzet voor gemeenten. Dit voldoet aan de afspraak van de budget-neutrale implementatie. Wij stemmen hiermee in. Jeugdgezondheidszorg na 2027 Als gemeenten bereiden wij de besluitvorming voor over de uitvoering van het basistakenpakket per 1 januari 2028. Mogelijk heeft dit financiële consequenties. Belangrijk is om hier scherp op te zijn in de begroting 2028 en verder. OGGZ In uw aanbiedingsbrief vraagt u om zienswijze op twee voorgestelde besluiten van het AB die betrekking hebben op de OGGZ. U vraagt voor 2027, zoals in 2026 ook het geval was, incidenteel extra financiering van €149.721 voor de OGGZ, specifiek het Meldpunt Zorg en Overlast (Meldpunt Z&O). Wij kunnen daar mee instemmen. In het kader van de herdefiniëring van de OGGZ-taken is gebleken dat het aantal en de complexiteit van meldingen is toegenomen.
Lokaal zien we dit ook terug, daarom investeren we nadrukkelijk in de versterking van onze lokale uitvoering, onder meer door de inzet van de Wijk-GGD en borging van GGZexpertise in ons Sociaal Team. Door meldingen via het Meldpunt Z&O - in samenhang met onze lokale uitvoering - tijdig en integraal op te volgen, kunnen ernstige negatieve gevolgen voor kwetsbare inwoners en hun leefomgeving zo veel mogelijk worden voorkomen. Wij gaan er vanuit dat de OGGZ zich inspant in de doorontwikkeling van het Meldpunt Z&O, waardoor een structurele uitbreiding van fte na 2027 niet langer noodzakelijk zal zijn. Onze gemeente kan inhoudelijk instemmen met het omzetten van de DVO-bedragen naar de inwonerbijdrage voor de taken Procesregie en Wet verplichte GGZ (WvGGZ). Het betreft wettelijke taken met een structureel karakter welke u in een uniform basispakket via de inwonerbijdrage wil opnemen. We constateren dat het financieel kader nog in ontwikkeling is. De nieuwe, door de GGD 9
opgestelde, rekenmodule vormt een belangrijke stap richting transparantie en uniformiteit. De gemeenten hebben de onderliggende documenten inmiddels ontvangen en maken een nadere analyse. Uit de eerste analyse blijkt dat de voorgestelde systematiek tot herverdeeleffecten tussen gemeenten leidt. Als er voor gemeenten financiële consequenties zijn, vraagt dit om een zienswijzeprocedure bij de raden. Wmo-toezicht We lezen dat u met gemeenten werkt aan een gezamenlijk richtinggevend kader voor Wmo-toezicht, gericht op duurzame borging van kwaliteit en rechtmatigheid. Onderdelen van het Wmo-toezicht zijn tevens belegd bij de GR Sociaal. We vragen u om kritisch met de gemeenten en GR Sociaal te kijken naar de invulling van het Wmo-toezicht. In het kader van efficiency en de huidige beperkte middelen bij gemeenten, rijst de vraag hoe noodzakelijk het nog is om het Wmo-toezicht over twee uitvoeringsorganisaties te verdelen. Veilig Thuis Ook voor 2027 constateren wij dat de druk op Veilig Thuis onverminderd hoog blijft. Wij begrijpen dat de eerder toegekende tijdelijke uitbreiding van 4,5 fte nog steeds noodzakelijk is om de wettelijke taken zorgvuldig te kunnen uitvoeren. De gemeente stelt daarom ook voor om voor 2027 4,5 fte incidenteel te financieren.
Tegelijkertijd lezen we in de concept Begroting 2027 dat als het aantal meldingen niet afneemt structurele financiering onontbeerlijk zal zijn. De gemeente begrijpt deze zorg maar vindt het essentieel eerst de uitkomsten van de implementatielijnen en het onderzoek van Q-consult af te wachten om verdere vormen van financiering te bepalen. Veilig Thuis heeft Q-Consult gevraagd om te komen tot een hernieuwd rekenmodel voor de benodigde capaciteit van Veilig Thuis. Q-Consult is een partij die hier veel ervaring mee heeft opgedaan in andere regio’s en op basis daarvan ook een landelijke benchmark bijhoudt. De gemeente begrijpt dat dit meer inzicht zal geven. Daarbij merkt de gemeente op dat uit rapportages uit 2023 & 2024 van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) blijkt dat landelijk alle Veilig Thuis-organisaties onderbezet zijn en dat geen enkele VT-organisatie al zijn wettelijke termijnen haalt. Er is geen indicatie dat dit op termijn zal wijzigen. Dit roept de vraag ook op of het opplussen van capaciteit de oplossing zal zijn. Om die reden hecht de gemeente zoveel waarde aan de ontwikkeling van de implementatielijnen. Mogelijk kunnen deze leiden tot een efficiëntie- en effectiviteitsslag waardoor het zwaartepunt niet of minder komt te liggen op formatie.
Daarnaast spreekt de gemeente de zorg uit dat de opdrachtverstrekking van Q-consult op initiatief van Veilig Thuis tot stand is gekomen. Het Algemeen Bestuur van de DG&J is hierin gekend maar heeft niet expliciet akkoord gegeven. Mogelijk dat dit effect zal hebben in hoeverre de conclusies van het onderzoek van Q-consult regionaal worden gedragen. Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Als basis wordt het jaar 2019-2020 als uitgangspunt genomen. De ontwikkeling van forse stijging naar stabilisering en daling in de laatste schooljaren is niet meegenomen. Deze positieve ontwikkeling wordt echter niet benoemd in de toelichting op pagina 21 van de begroting 2027. Wij vinden het van belang dat deze trend wordt meegenomen in het narratief, omdat dit inzicht geeft in de effectiviteit van het beleid en relevant is voor de onderbouwing van de inzet en middelen. Daarnaast is het van belang dat als de evaluatie van de bestuursopdracht leidt tot een aanpassing van de begroting, dit tijdig met de gemeenten wordt gecommuniceerd. Als laatste vragen wij aandacht voor de nieuwe Wet terugdringen schoolverzuim, die naar verwachting per 1 januari 2027 in werking treedt. Wij worden graag tijdig geïnformeerd als de nieuwe wet gevolgen heeft voor onze wettelijke taak op leerplicht en voortijdig schoolverlaten.
We vragen aandacht voor het gevraagde bedrag van 2,8 miljoen in de regio voor de inzet van 15,5 fte leerplichtconsulenten. Wij realiseren ons dat er overheadkosten zijn, maar het verschil tussen de
10
daadwerkelijke inzet en het bedrag voor 10 gemeenten is aanzienlijk. Wij vragen u om inzichtelijk te maken hoe de overheadskosten binnen de DG&J zijn opgebouwd. Serviceorganisatie Jeugd De concept begroting 2027 van de SOJ gaat uit van een gemeentelijke bijdrage van € 6,1 miljoen voor de gemeente Hardinxveld‑Giessendam. Deze bijdrage stijgt ten opzichte van 2026 voornamelijk door bijgestelde indexeringen over 2026, indexeringen voor 2027 en de uitkomsten van het kostprijsonderzoek. De maandrapportage van de SOJ tot en met maart 2026 laat echter een aanzienlijk lagere prognose voor 2027 zien, te weten: € 5,6 miljoen. Waarbij, zoals wij hebben begrepen, rekening is gehouden met de hierboven aangehaalde indexeringen en de effecten van het kostprijsonderzoek. De afgelopen jaren blijkt structureel dat de werkelijke uitgaven lager uitvallen dan de door SOJ geraamde begroting. Daarnaast heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam zelf maatregelen doorgevoerd die kostenbesparend bleken te zijn. Dit in ogenschouw nemend en de werkelijke kosten over 2025 van € 5,3 miljoen, stellen wij voor om in de begroting 2027 en volgende jaren uit te gaan van een bijdrage van de gemeente Hardinxveld-Giessendam van € 5,6 miljoen. Wij stemmen in met de voorgestelde verbetermaatregelen op het gebied van contractmanagement.
Echter lijkt het ons niet realistisch om de financiële besparingen van het Mockingbird-model al in 2027 in te boeken. De businesscase die het bureau AEF medio 2025 specifiek voor deze ontwikkeling heeft gemaakt, benadrukt dat los van gewenste maatschappelijk ontwikkelingen, het financiële rendement pas na een paar jaar zichtbaar zal zijn. Inhoudelijk staan wel volledig achter deze ontwikkeling en gaan we akkoord met deze verbetermaatregel. Gezien de hoogte van de bijdrage die de gemeente Hardinxveld-Giessendam voorstelt, zien wij er verder vanaf om de besparingsmaatregelingen die door de SOJ zijn voorgesteld verder in de begroting te verwerken. Anders worden deze ombuigingen tweemaal verwerkt in onze lokale begroting.
3.Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid – Zienswijze Jaarrekening 2025 Wij spreken onze waardering uit voor de inzet van de VRZHZ in een jaar waarin de veiligheidsopgaven wederom omvangrijk en complex waren. De jaarrekening laat zien dat de organisatie onder toenemende druk blijft presteren op het gebied van crisisbeheersing, brandweerzorg en maatschappelijke weerbaarheid. Daarbij waarderen wij de inzet op samenwerking binnen en buiten de regio, onder andere op het gebied van weerbaarheid en samenwerking met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Daarnaast zien wij dat het resultaat over 2025 deels wordt ingezet voor reserves ten behoeve van crisisbeheersing, informatievoorziening en groot onderhoud. Wij begrijpen de noodzaak hiervan, mede gezien de accountantssignalering rondom het MJOP. Tegelijkertijd vinden wij het van belang dat voor het groot onderhoud wordt toegewerkt naar een duidelijke en structurele voorziening, zodat helder is welke onderhoudslasten en investeringen in de komende jaren worden verwacht en op welke wijze deze financieel worden gedekt. Wij vragen de VRZHZ om gemeenten blijvend mee te nemen in de ontwikkeling van deze dossiers, waaronder de toekomstige onderhoudslasten en de financiële consequenties van huisvestingsvraagstukken.
Weerbaarheid en maatschappelijke ontwikkelingen De gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam onderschrijft het belang van het programma weerbaarheid. De huidige geopolitieke ontwikkelingen, toenemende afhankelijkheden van vitale infrastructuur en de impact van klimaatverandering vragen om een weerbare samenleving en een goed voorbereide crisisorganisatie. Positief vinden wij dat de VRZHZ hierin nadrukkelijk samenwerkt met gemeenten, netbeheerders, waterschappen, Defensie en andere partners.
11
Wij vinden het daarbij van belang dat de regionale en lokale inspanningen goed op elkaar blijven aansluiten. Met name op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid, noodsteunpunten, crisiscommunicatie en bedrijfscontinuïteit zien wij een belangrijke gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wij vragen de VRZHZ om gemeenten hierin actief te blijven ondersteunen en tegelijkertijd oog te houden voor de uitvoerbaarheid op lokaal niveau. Financieel perspectief en druk op de organisatie Wij constateren dat de begroting 2027 uitgaat van de bestuurlijk afgesproken nullijn, maar tegelijkertijd laat zien dat de druk op de organisatie en de financiële positie toeneemt. In de begroting wordt onder andere gewezen op stijgende kosten, druk op vrijwilligers, infrastructurele werkzaamheden en onzekerheden rondom de BDuR-middelen. Wij herkennen de zorgen rondom de toenemende infrastructurele werkzaamheden binnen en rondom de regio. De geplande werkzaamheden aan onder andere bruggen, tunnels en provinciale wegen kunnen impact hebben op de bereikbaarheid van hulpdiensten en daarmee op de uitvoerbaarheid van operationele taken. Wij vinden het van belang dat de VRZHZ dit onderwerp blijvend nadrukkelijk adresseert, samen met betrokken wegbeheerders en partners, zodat de operationele slagkracht en aanrijtijden zoveel mogelijk geborgd blijven.
Wij begrijpen dat de veiligheidsregio voor complexe keuzes staat. Tegelijkertijd vragen wij aandacht voor het structureel beheersbaar houden van de gemeentelijke bijdragen. Juist gemeenten staan de komende jaren eveneens voor forse financiële uitdagingen. Wij vragen de VRZHZ daarom om blijvend kritisch te kijken naar prioritering, fasering en mogelijke efficiencyvoordelen, onder andere door regionale samenwerking en gezamenlijke bedrijfsvoering. Daarnaast vragen wij de VRZHZ om gemeenten tijdig te informeren wanneer ontwikkelingen aanleiding geven om af te wijken van de financiële uitgangspunten uit het beleidsplan 2026-2029. Vrijwilligheid en toekomstbestendige brandweerzorg Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de aandacht voor toekomstbestendige brandweerzorg en de toenemende druk op de paraatheid van vrijwilligers. Wij herkennen het belang van vrijwilligers voor de brandweerzorg in onze regio en begrijpen dat landelijke ontwikkelingen, waaronder de deeltijdrichtlijn, hierin extra onzekerheden veroorzaken. Wij vinden het van belang dat de VRZHZ zich samen met andere veiligheidsregio’s en het Rijk blijft inzetten voor een toekomstbestendig en uitvoerbaar stelsel van vrijwilligheid, zodat de paraatheid en kwaliteit van de brandweerzorg ook in de toekomst geborgd blijven.
Conclusie De gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam spreekt waardering uit voor de inzet van de VRZHZ en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de uiteenlopende veiligheidsopgaven binnen de regio. Tegelijkertijd vragen wij blijvende aandacht voor de uitvoerbaarheid van de groeiende opgaven, de financiële houdbaarheid op lange termijn, de bereikbaarheid van hulpdiensten binnen de regio en de belasting van de organisatie. Wij vertrouwen erop dat de VRZHZ gemeenten actief betrokken blijft houden bij de verdere ontwikkelingen rondom weerbaarheid, financiële vraagstukken, infrastructurele bereikbaarheid en toekomstbestendige brandweerzorg en zien uit naar de voortzetting van de constructieve samenwerking.
4.Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid – Zienswijze Jaarstukken 2025 Wij spreken onze waardering uit voor de werkzaamheden die OZHZ in 2025 heeft uitgevoerd voor zowel de milieu- als de bouwtaken in Hardinxveld-Giessendam. Wij zijn tevreden over de samenwerking
12
tussen de gemeente en de omgevingsdienst en zien uit naar de resultaten van de evaluatie overdracht bouwtaken die dit jaar plaatsvindt. Het jaar is met een positief resultaat afgesloten van € 1.756.000. Wij stemmen in met het voorstel om dit deels (€ 600.000) te bestemmen voor archiefbewerking op voorwaarde dat dit jaar aan de deelnemers worden gerapporteerd over de inzet van deze gelden. Daarmee ontvangen wij nog een bedrag van € 48.828. Ontwerpbegroting 2026 Taakstelling ombuigingen Gemeente Hardinxveld-Giessendam waardeert het dat OZHZ de taakstelling van 5% ombuigingen grotendeels heeft gerealiseerd. Er resteert nog een ombuigingsopgave van 1%. Als mogelijke invulling noemt u onder meer het onderbrengen van extra omgevingstaken van andere gemeenten bij OZHZ. Wij begrijpen deze suggestie, maar wijzen er tegelijkertijd op dat, na de relatief recente overdracht van bouwtaken in Hardinxveld-Giessendam, zorgvuldigheid is geboden bij verdere taakuitbreiding. Te snelle groei van de taakuitbreiding brengt financiële en organisatorische risico’s met zich mee. Wij roepen u op om dit jaar met een concreet plan van aanpak te komen om te voldoen aan de resterende ombuigingsopgave van 1%.
Expertise en advies Volgend uit de vernieuwde missie, visie en strategie positioneert OZHZ zich meer en meer als brede expertisedienst in het ruimtelijk domein, onder meer op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. In lijn met onze eerdere zienswijzen benadrukken wij het belang van een goede wederzijdse aanvulling en meerwaarde naast al bestaande gemeentelijke inzet. Bedrijfsvoering Drechtsteden Terecht wijst u op het nieuwe dienstverlenings- en financieringsmodel van Bedrijfsvoering Drechtsteden als een substantieel financieel risico. Wij verzoeken u de deelnemers proactief, via diverse gremia, op de hoogte te houden over ontwikkelingen op dit thema en de financiële impact daarvan. Wij vragen u tot slot ons tijdig te informeren als de meerjarenbegroting afwijkende vooruitzichten laat zien en daarbij aan te geven welke beheersmaatregelen genomen kunnen worden.
5.Gevudo/HVC – Geen zienswijze Jaarstukken 2025 Het jaar is afgesloten met een resultaat van nihil. De uitgekeerde provisie aan de deelnemende gemeenten viel in 2025 € 99.000 lager uit door verwatering van aandelen en de werkelijke schuldontwikkeling bij HVC. Het bestuur van Gevudo heeft geconstateerd dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Begroting 2027 De begroting Gevudo 2027 is cijfermatig nagenoeg identiek aan de begroting 2026. De gemeente Hardinxveld-Giesendam ontvangt voor garantstelling lening HVC in 2027 een provisie van circa €30.000,00
6.Waardlanden – Zienswijze Jaarstukken 2025 en resultaatbestemming Wij zijn blij om te lezen dat u ook 2025 heeft afgesloten met een positief resultaat van € 267.000 voor de mutaties in de reserves en € 342.000 na mutaties in de reserves. Met de toevoeging van het hele rekeningresultaat 2025 aan de algemene reserve komt het ratio weerstandsvermogen op 1,01. Dit is
13
conform het besluit van uw bestuur om te streven naar een weerstandsratio van 1.0, waarmee we in de beoordelingstabel van de VNG in de categorie ‘voldoende’ vallen. Conceptbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 Ten aanzien van de begroting zijn we enigszins verast. Wij zien in dat deze voorgestelde verhoging van de begroting noodzakelijk is, maar de behoorlijke tariefstijging ligt boven het algehele inflatieniveau en zorgt voor verdere lastenverzwaring van onze burgers. Door uw organisatie is gekeken naar de noodzaak van personeelsuitbreiding, het uitoefenen van kerntaken, indexaties en overige kosten. Gelet op de complexiteit en de steeds toenemende eisen in de afvalbranche, is het logisch dat de organisatie van Waardlanden behoefte heeft aan uitbreiding van specifieke kennis. Wij zien in dat een organisatie als Waardlanden behoefte heeft aan een robuuste organisatie. Maar deze moet wel steeds in verhouding blijven staan met de (kern)taken die een relatief kleine GR als Waardlanden voor de deelnemende gemeenten uitvoert. Via deze zienswijze dragen wij Waardlanden op om voortdurend de samenwerking met andere overheden en collega ondernemingen uit de branche op bijvoorbeeld het gebied van ICT, inkoop, juridische zaken te zoeken en via samenwerking schaalvoordeel en efficiëntie te bereiken.
Samenvattend zijn wij tevreden dat 2025 met een positief resultaat is afgesloten en zien we uit naar verdere voorstellen en besluitvorming om de organisatiekosten Waardlanden binnen de perken te houden. Ook verwachten wij dat u ons op de hoogte houdt wat de behaalde resultaten zijn van de door u voorgestelde investeringen in extra personeel.
7.Bureau Openbare Verlichting (BOVL) – Geen zienswijze Jaarstukken 2025 Financieel is over 2025 een voordelig resultaat gerealiseerd van € 62.875 BOVL stelt voor het voordelige resultaat 2025 als volgt te bestemmen: 1. Aanvullen van weerstandsvermogen € 17.189 2. 0-meting inventarisatie areaal € 45.686
1. Aanvullen van weerstandsvermogen € 17.189 In de financiële verordening is in artikel 11, lid 1 opgenomen dat het gewenste weerstandsvermogen in de vorm van een algemene reserve 30% dient te bedragen van het totaal aan de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen per lichtobject. Door het weerstandsvermogen met €17.189 aan te vullen wordt het gewenste weerstandsvermogen bereikt. 2. 0-meting inventarisatie areaal € 45.686 De kwaliteit van de beschikbare beheerdata is door de vele mutaties niet meer volledig. Door een eenmalige inventarisatie van het gehele areaal zal de kwaliteit van de beheerdata weer op het gewenste -niveau komen. Hierdoor zal het beheer nog efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Begroting 2027 BOVL stelt in deze begroting voor de bijdrage van de gemeente voor 2027 vast te stellen op €12,60 per lichtmast. Dit is een verhoging van 4% ten opzicht van het huidige tarief van €12,10 dat ook al in 2025 werd gehanteerd. De tariefsverhoging is noodzakelijk vanwege loonstijgingen volgens het geldende CAO.
8.SVHW – Geen zienswijze Jaarstukken 2025 De Jaarrekening 2025 sluit per saldo met een positief resultaat van € 2.476.000. De totale lasten 2025 bedragen € 15.642.000 ten opzichte van € 17.426.000 begroot. De totale opbrengsten 2025 bedragen € 17.911.000 aangevuld met een onttrekking aan de reserve van € 207.000 (opgeteld € 18.118.000) ten 14
opzichte van € 17.426.000 begroot. In de najaarsnota 2025 werd een voordelig resultaat verwacht van € 1.353.000. Dit leidt tot een verschil van € 1.123.000. Dit verschil wordt in belangrijke mate veroorzaakt door: • Er is sprake van een vrijval van twee voorzieningen: spaarverlof (€ 124.000) en dubieuze debiteuren (€ 97.000). • Er zijn inkoopvoordelen behaald op beeldmateriaal, controle van belastingen en telefonie, die in de praktijk meer mee bleken te vallen dan gedacht voor € 173.000. • Er zijn voor afwikkeling van de toeslagaffaire fors meer dossiers in behandeling genomen dan bij de Najaarsnota was ingeschat en tevens zijn de ex-partners van de mogelijk gedupeerden toegevoegd aan de aanpak KOTA (€ 130.000). • Er zijn minder proceskosten doordat het aantal gegronde NCNP bezwaren aanzienlijk lager was dan gebruikelijk en ook het aantal toegekende beroepen meeviel (€ 213.000). • De portokosten voor het versturen van de aanslagen zijn lager gebleken dan was verwacht, onder andere door het ontbreken van een bijsluiter. Dit heeft ervoor gezorgd, dat het te versturen gewicht lager was, waardoor het SVHW een lager tarief per aanslag heeft betaald (€ 304.000). • Diverse kleinere posten zoals onvoorzien, rentebaten en overige opbrengsten.
Het Dagelijks Bestuur van SVHW heeft voorgesteld om het voordelige resultaat van € 2.526.000 als volgt te bestemmen: • een bedrag van € 1.050.000 te doteren aan een bestemmingsreserve kapitaallasten (nieuw te vormen); • € 1.426.000 euro als resultaatuitkering aan de deelnemers uit te keren pro-rato verdeeld op basis van de daadwerkelijke deelnemersbijdrage over 2025. Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam komt dit neer op ca € 23.500. 1e Begrotingswijziging 2026 In de 1e begrotingswijziging 2026 van SVHW is rekening gehouden met het volgende: • Lagere (overige) personeelskosten i.v.m. in te vullen vacatures. Dit levert een incidenteel voordeel van € 646.000. • Indexering materiële en personele budgetten. Dit levert een structureel nadeel op van € 87.000 • Lager kosten aanslagen. Dit levert een structureel voordeel op van € 272.000. • Een structurele verhoging van de dwangbevelkosten ad € 79.000 • Lagere structurele proceskosten mede door terugdringing hoeveelheid NCNP bezwaren ad € 403.000 • Daarnaast een structurele verlaging van telefoonkosten ad € 71.000. • Eenmalig lagere afschrijving door onterecht opgenomen afschrijving op een volledig afgeschreven actief. Dit levert een incidenteel voor van € 82.000. • Enkele kleinere bijstellingen. Per saldo resulteren deze structurele bezuinigingen (€ 451.000) en incidentele (€ 728.000) bezuinigingen.
Doordat onze gemeente onder meer aanslagregels kent stijgen onze kosten, in tegenstelling met de andere deelnemers met ca € 13.000 ten opzichte van de begroting 2026. Begroting 2027 In de begroting 2027 van de SVHW is rekening gehouden met de volgende indexeringen • De kosten aanslagen zijn lager dan begroot. Dit is met name, omdat het gewicht van de enveloppen lager is. Er worden geen bijsluiters meer verzonden en we betalen binnen het nieuwe contract een lager tarief bij tijdige aanlevering van bestanden. Door tijdig aan te leveren kunnen de kosten structureel worden verlaagd met € 272.000 en kan deze post worden afgeraamd.
15
•
•
•
• •
Er is een substantiële stijging in het gemiddelde bedrag van een dwangbevel, terwijl het aantal dwangbevelen nagenoeg gelijk blijft. Het aantal beslagleggingen van 2023 en 2025 is nagenoeg gelijk, maar doordat het tarief in 2025 40 euro hoger is dan in 2023 is er meer opbrengst. Het aantal exploten is ook toegenomen ten opzichte van 2023. Dat leidt naast een hogere opbrengst invorderingskosten ook tot extra kosten voor de deurwaarder. Hieruit volgt een structurele verhoging van kosten voor dwanginvordering met € 79.000. In de jaarrekening 2025 zijn de proceskosten aanzienlijk lager uitgevallen dan begroot en ook in voorgaande verslagjaren is uitgegeven. Hier ligt een aantal ontwikkelingen aan ten grondslag. Allereerst is in de belastingwet de proceskostenvergoeding voor NCNP-bezwaren verlaagd met een factor 25%, waardoor de kosten dalen. Daarnaast is het percentage gegronde bezwaren van NCNP-bureaus ook aanzienlijk gedaald en dus het recht op deze vergoeding. Voor 2026 verwachten we tenslotte dat het aantal NCNP bezwaren zal dalen, omdat enkele grotere NCNPbureaus hebben aangegeven dat ze geen of minder bezwaren aanleveren. In die zin lijkt het rijksbeleid om de proceskostenvergoeding te verlagen mede bij te dragen aan het terugdringen van de hoeveelheid NCNP bezwaren. Door deze ontwikkelingen ramen we vanaf 2026 de proceskosten met € 403.000 af. Dit doen we structureel.
Uiteraard hebben eventuele toekomstige groei of krimp van NCNP bezwaren effect op deze kosten. We melden dit tijdig bij het Algemeen Bestuur als dit speelt. Als gevolg van een scherpe aanbesteding in 2024 en de werkelijke uitgaven in 2025 worden de kosten voor de telefoonsoftware voor het klant contactcentrum (KCC) structureel bijgesteld met € 71.000. De controle op enkele belastingen is de afgelopen jaren efficiënter ingezet en leidt tot een jaarlijkse besparing van € 15.000. De post kantoorkosten wordt met € 26.000 opgehoogd gelet op o.a. de stijgende contributiekosten voor bijvoorbeeld deelname aan landelijke branche gerichte organisaties als de LVLB en LLBP (Landelijke Vereniging Lokale Belastingen en Landelijke Lokale Belasting Processen) en ESBL (Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden).
Per saldo zijn de totale lasten (€ 16.476.000) in de eerste begrotingswijziging 2026 € 1.068.000 lager dan in de begroting 2026 (€ 17.544.000). Dit geeft per saldo een verschil van € 1.423.000 ten opzichte van de kadernota 2027. Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.320.000) in de begroting 2027 € 399.000 lager dan in de meerjarenbegroting 2026 (de totale lasten in de meerjarenbegroting 2026 waren voor 2027 € 17.719.000. Ten opzichte van de bedragen in de kadernota zijn de totale lasten in de begroting 2027 € 1.126.000 lager uitgekomen (de totale lasten in de kadernota waren € 18.446.000. De deelnemersbijdrage neemt toe met € 955.000 hetgeen een toename is van 6,0% ten opzichte van de gewijzigde begroting 2026. Ten opzichte van de primaire begroting 2026 is sprake van een stijging van € 224.000 (1,31%). Voornoemde leidt voor onze gemeente tot een toename van de bijdrage van € 18.000 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2026. In de tabel hieronder is een samenvatting van de effecten op totaalniveau te zien:
16
9.Overige deelnemingen Vanuit de overige verbonden partijen leest u hieronder meer actuele informatie. OASEN NV De jaarrekening 2025 is nog niet beschikbaar. Er vinden geen dividenduitkeringen plaats. NV Bank Nederlandse Gemeenten De nettowinst van BNG Bank over 2025 bedraagt € 172 miljoen (2024: € 294 miljoen). De aandeelhouders hebben tijdens de Algemene Vergadering op 23 april 2026 ingestemd met het voorstel om 50% (2024: 50%) van de beschikbare winst na belasting en na aftrek van de compensatie voor de verschaffers van hybride kapitaal uit te keren. Dit komt neer op een dividendbedrag van € 79 miljoen (2024: € 140 miljoen). Het dividend bedraagt € 1,41 per aandeel van nominaal € 2,50 (2024: € 2,51). Voor onze gemeente betekent dit een dividend van € 44.212 (2025 € 78.704). In de primaire begroting 2026 is rekening gehouden met € 71.500. Via de halfjaarrapportage 2026 wordt dit naar beneden bijgesteld naar € 44.200. Stedin Holding NV In het jaarverslag 2025 van Stedin is opgenomen dat aan de algemene vergadering van aandeelhouders wordt voorgesteld te besluiten tot een dividenduitkering van € 72,0 miljoen. Dit betekent een uitkering van € 12,67 per aandeel (2024: € 8,86 per aandeel)., gebaseerd op het aantal gewone aandelen uitstaand per 31 december 2025 (5.684.687 aandelen). Voor onze gemeente betekent dit dat ca € 285.000 (2025 ca € 199.305) dividend wordt ontvangen.
De raming bedraagt € 160.380 waarmee de raming via de P&C-cyclus met € 124.500 naar boven zal
17
worden bijgesteld. In meerjarenperspectief hebben wij overigens het dividend Stedin gebaseerd op de verwachte ontwikkeling (zie begroting 2026) Dit komt neer op € 250.000 structureel.
18