Bestemmingsplan Spindermolen (RO-BP-622.145.40) november 2023.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
20
Artikel 11 11.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Een gebruik in strijd met de in het plan gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken bepaalde, is in ieder geval: a. het gebruik van onbebouwde gronden als stand- of ligplaats van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
21
Artikel 12
12.1
Algemene aanduidingsregels
Vrijwaringszone - Laagvliegroute
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - Laagvliegroute' gelden de volgende aanvullende regels: 12.1.1 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de bouwregels bij de andere bestemmingen (3 tot en met 38) geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - Laagvliegroute' de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer mag bedragen dan 30 m boven NAP. 12.1.2 Omgevingsvergunning voor afwijken Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 12.1.1 voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, conform de bouwregels op grond van de betreffende bestemming, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de laagvliegroute. 12.1.3 Voorwaarden omgevingsvergunning Alvorens de onder 12.1.2 bedoelde omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de betreffende beheerder van de straalverbinding.
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
22
Artikel 13 13.1
Algemene afwijkingsregels
Omgevingsvergunning om af te wijken van bij het plan aangegeven regels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 15% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; e. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m, voor zover de bestemming niet in een afwijking voorziet. 13.2
Voorwaarden afwijking
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.1, kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
23
Artikel 14 14.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijzigingen
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven; b. de belangen van de eigenaren en gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
24
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 15 15.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
25
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Spindermolen'.
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
26
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan ‘Spindermolen’ Regels Vaststelling
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging
SBI-CODE 2008 nr
OMSCHRIJVING
01
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
016
0
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
016
2
- algemeen (o.a. loonbedrijven), b.o < 500 m²
B
016
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. < 500 m²
B
KI-stations
B
0162
CATEG ORIE
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
101, 102
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
101
6
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m²
B
1052
2
Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m²
B
1071
1
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, charge-ovens, v.c.< 7.500 kg B meel/week
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
10821
3
- Cacao- en chocoladefabrieken- vervaardigen van chocoladewerken met B p.o. < 200 m²
10821
6
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m²
B
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
B
1102 1104 13
t/m -
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
139
Vervaardiging van textielwaren
B
139, 143
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
B
14
-
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
141
Vervaardiging kleding van leer
B
141
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
C
16
-
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
162
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 B m2
162902 58
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken -
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN OPGENOMEN MEDIA
B EN
REPRODUCTIE
VAN
581
Uitgeverijen (kantoren)
A
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
B
Grafische afwerking
A
1814
A
1814
B
Binderijen
B
1813
Grafische reproductie en zetten
B
1814
Overige grafische activiteiten
B
182
Reproductiebedrijven opgenomen media
A
20
-
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN
2120
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN
231
Glasbewerkingsbedrijven
C
B
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
232, 234
1
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
237
0
Natuursteenbewerkingsbedrijven:
237
2
- zonder breken, zeven en drogen p.o. < 2.000 m²
B
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
B
2391 25
-
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)
251, 331
1a
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2
255, 331
B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2
B
B B
2562, 3311 2
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2
B
259, 331
B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2
B
26, 28, 33
-
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
26, 32, 33
-
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
26, 32, 33
A
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. B reparatie
31
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
A
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
B
322
Muziekinstrumentenfabrieken
B
32991
Sociale werkvoorziening
B
35
-
PRODUCTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
35
C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
B
35
C1 - < 10 MVA
35
D0 Gasdistributiebedrijven:
35
D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A
A
35
D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C
B
35
E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
35
E2 - blokverwarming
36
-
36
B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
36
B1 - < 1 MW
41, 42, 43
-
BOUWNIJVERHEID
41, 42, 43
3
Aannemersbedrijven met werkplaats, b.o. < 1000 m2
45, 47
-
HANDEL/REPARATIE VAN BENZINESERVICESTATIONS
451, 454
452,
B
B
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER
B
AUTO'S,
B MOTORFIETSEN;
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
B
Autobeklederijen
A
45205
Autowasserijen
B
453
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
B
45204
46
B
-
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
461
Handelsbemiddeling (kantoren)
A
4634
Grth in dranken
C
4635
Grth in tabaksproducten
C
4636
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
C
4637
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen
C
464, 46733
Grth in overige consumentenartikelen
C
46499
0
Grth in vuurwerk en munitie:
46499
1
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton
4673
0
Grth in hout en bouwmaterialen:
5153
1
- algemeen
C
4673
2
- indien b.o. =< 2000 m2
B
5153.4
4
zand en grind:
46735
6
- indien b.o. =< 200 m²
4674
0
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
5154
1
- algemeen
C
4674
2
- indien b.o. =<2.000 m²
B
C
B
4676 466
Grth in overige intermediaire goederen 2
466, 469
Grth in machines bouwnijverheid
en
apparaten,
C exclusief
machines
voor
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
de C C
47
-
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
47
A
Detailhandel voor zover n.e.g.
A
471
Supermarkten, warenhuizen
B
4722, 4723
Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken
A
4724
Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel
A
4773, 4774
Apotheken en drogisterijen
A
4778
Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt
A
952
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
A
55
-
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING
5510
Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra
A
561
Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, A viskramen e.d.
563
1
Café's, bars
A
563
2
Discotheken, muziekcafé's
B
5629
Kantines
A
562
Cateringbedrijven
B
49
-
493 494
VERVOER OVER LAND Taxibedrijven
1
495
B
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), b.o. =< C 1.000 m² Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
B
50, 51
-
VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT
50, 51
A
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
52
-
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
5221
1
Autoparkeerterreinen, parkeergarages
C
5222
Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)
A
791
Reisorganisaties
A
5229
Expediteurs, cargadoors (kantoren)
A
53
-
531, 532 61
A
A
POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten
C
Telecommunicatiebedrijven
A
61
B0 zendinstallaties:
61
B2 - FM en TV
64, 65, 66
-
FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN
64, 65, 66
A
Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
41, 68
-
VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED
41, 68
A
Verhuur van en handel in onroerend goed
77
-
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, ROERENDE GOEDEREN
B
B
A MACHINES,
ANDERE
7711
Personenautoverhuurbedrijven
B
7712, 7739
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)
C
773
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen
C
772
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
C
62
-
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
62
A
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
A
58, 63
B
Datacentra
B
72
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
722
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
63, 69t/m71, 73, 74, 77, 78, 80t/m82
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
63, 69t/m71, A 73, 74, 77, 78, 80t/m82
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren
A
74203
Foto- en filmontwikkelcentrales
C
82992
Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
A
84
-
OPENBAAR BESTUUR, VERZEKERINGEN
84
A
Openbaar bestuur (kantoren e.d.)
A
Brandweerkazernes
C
8425 85
-
OVERHEIDSDIENSTEN,
A
SOCIALE
ONDERWIJS
852, 8531
Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs
B
8532, 855
Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs
B
854,
86
-
GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG
8621, 8622, 8623
Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
A
8691, 8692
Consultatiebureaus
A
871
1
Verpleeghuizen
B
8891
2
Kinderopvang
B
37, 38, 39
-
MILIEUDIENSTVERLENING
3700
B
rioolgemalen
94
-
DIVERSE ORGANISATIES
B
941, 942
Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)
A
9491
Kerkgebouwen e.d.
B B
94991
A
Buurt- en clubhuizen
59
-
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE
5914
Bioscopen
C
9004
Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen
C
8552
Muziek- en balletscholen
B
85521
Dansscholen
B
9101, 9102
Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.
A
931
0
Zwembaden: overdekt
C
931
A
Sporthallen
B
931
B
Bowlingcentra
B
931
0
Schietinrichtingen:
931
2
- binnenbanen: boogbanen
A
931
F
Sportscholen, gymnastiekzalen
B
9200
Casino's
C
92009
Amusementshallen
B
96
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
96013
A
Wasverzendinrichtingen
B
96013
B
Wasserettes, wassalons
A
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
A
Begrafenisondernemingen: uitvaartcentra
A
Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden
B
Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
A
9602 9603
0
9313, 9604 9609
B
VERBEELDING
Plangebied Plangrens
Enkelbestemmingen G
Groen
M
Maatschappelijk
Gebiedsaanduidingen vrijwaringszone - laagvliegroute
Functieaanduidingen
V-VB
Verkeer - Verblijfsgebied
WA
Water
begraafplaats
(bp)
Bouwvlakken bouwvlak
Dubbelbestemmingen WR-A9
Waarde - Archeologische verwachting 9
WS-WS
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
Maatvoeringen
G
2%
maximum bebouwingspercentage (%)
5
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
7
WR-A9
VERKLARINGEN (bp)
bestaande bebouwing, kadastrale- en topografische gegevens
V-VB
BGT/BRK 18 september 2022
Vaststelling OVERLEG
M
Gemeente Hardinxveld-Giessendam
WA TERINZAGELEGGING ONTWERP
2%
5
Bestemmingsplan
VASTGESTELD
7
Spindermolen IDN
GEWIJZIGD .
*
WS-WS
NL.IMRO.0523.BP2022SPINDERMOLEN-VA01
WERKNR.
622.145.40
SCHAAL
1:500
N
FORMAAT
A3
. WS-WS
PROJECTMAP J:\622\145\40\3 Projectresultaat\verbeelding\dwg
BESTAND
november 2023
DATUM GETEKEND
RO-BP-62214540-VB-ON1.dwg
gj
BLAD
KuiperCompagnons Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap BV City & Regional Planning, Urban Design, Architecture, Landscape
Postadres: Postbus 13042 3004 HA Rotterdam Bezoekadres: Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam Telefoon: 010 433 00 99 DATUM PLOT USER
3-10-2022 GJacobson
E-mail: kuiper@kuiper.nl Internet: www.kuiper.nl
BIJLAGENBOEK
Bijlage 1 Ecologische quickscan, Van der Goes en Groot, 23 september 2022
Spindermolen te HardinxveldGiessendam
G&G-advies QS2022-200
Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Spindermolen te HardinxveldGiessendam Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
R. Mengers
2022
Opdrachtgever Gemeente Hardinxveld-Giessendam
G&G-advies QS2022-200
Datum Versie
23 september 2022 V1
Gecontroleerd door: J. Louwe Kooijmans De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
3
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 6
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 7
1.4
Werkzaamheden ...................................................................................................... 7
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 8
Methode
9
2.1
Soorten .................................................................................................................... 9
2.2
Gebieden................................................................................................................ 10
Beschermde soorten Wnb
11
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 11
3.2
Beschermde soorten.............................................................................................. 13 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 13 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 13 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 13 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 14 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 17 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 18 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 20
3.3
4
5
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 22
Effectbeoordeling en maatregelen
23
4.1
Vogels..................................................................................................................... 23
4.2
Vleermuizen ........................................................................................................... 25
4.3
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 25
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
27
5.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 27
5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 27
5.3
Weidevogelgebieden ............................................................................................. 28
5.4
Houtopstanden ...................................................................................................... 28
5.5
Overige relevante wetgeving................................................................................. 28
5.6
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 29
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
4
6
Conclusies
30
6.1
Beschermde soorten Wnb .....................................................................................30
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................31
6.3
Zorgplicht ...............................................................................................................32
6.4
Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................32
7
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
34
8
Bijlagen
36
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie aan de Spindermolen te HardinxveldGiessendam her in te richten. Hardinxveld-Giessendam ligt in de gelijknamige gemeente in de provincie Zuid-Holland. De voorgenomen plannen omvatten verschillende onderdelen, waarvan een deel facultatief zijn. Zie Figuur 1 voor een weergave van het plangebied op een luchtfoto en in een plantekening. Aangaande het uitbreiden van de begraafplaats is door Van der Goes en Groot eerder een quickscan uitgevoerd (DE BEER, 2019). Ten opzichte van dit eerdere onderzoek is het plangebied uitgebreid. Ook zijn er ter plekke, opvolgende aan de eerdere quickscan, enkele werkzaamheden uitgevoerd, zoals het dempen van een deel van de watergang die door het plangebied heen liep en het kappen van enkele bomen. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van de gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten.
Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
6
De ligging van het plangebied (rood omlijnd). Links: ingetekend op een luchtfoto. Rechts: plantekening.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
7
Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt in de bebouwde omgeving van HardinxveldGiessendam. Het plangebied is rondom omgeven door bebouwing. Aan de westzijde betreft dit de begraafplaats, in de andere windrichtingen betreft het woonwijken. Aan de zuidgrens van het plangebied loopt een gegraven parkachtige watergang, de Middenwetering, die een klein natuurgebied ‘Het Wiel’ verbindt met water ten oosten van Hardinxveld-Giessendam. Aangrenzend aan dit wiel loopt het riviertje De Giessen. Even ten noorden, op ongeveer 300 meter van het plangebied loopt een spoorlijn. Noordelijk daarvan bevindt zich een uitgebreid agrarisch veenweidegebied. Ten zuiden loopt de snelweg A15 op ongeveer 400 meter. Ten zuiden daarvan loopt de Beneden Merwede. Ten zuiden van de A15 ligt een strook die onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. Aangrenzend daaraan ligt Natura 2000 gebied Biesbosch.
1.4
Werkzaamheden De werkzaamheden het uitbreiden van de ‘Algemene begraafplaats Neder Hardinxveld’, het opnieuw bestraten van een deel van de Spindermolen, het creëren van parkeerplaatsen aan de oostelijke zijde van de Spindermolen en het mogelijk creëren van parkeerplaatsen aan de westzijde van het plangebied al naar gelang daar behoefte aan is. Bij de werkzaamheden zal geen bebouwing worden gesloopt. Wel zullen er delen van de aanwezige begroeiing worden verwijderd, inclusief het kappen van een aantal bomen. Van een aantal bomen binnen het plangebied is de wens om deze te verwijderen afhankelijk van het wel of niet aanleggen van parkeerplaatsen op die plekken. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond, het kappen en rooien van struiken en/of bomen. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt en gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
8
Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, verandering van microklimaat, licht of de belemmerende werking van steigers, verstoring optreden van (beschermde) soorten.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
2
9
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2012-2022). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §3.2.4).
Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
10
Potentiebeoordeling Het plangebied is op 12 september 2022 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.
→https://www.nvwa.nl/
onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten
Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.natura2000.nl/ Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: Zuid Holland: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
3
11
Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen Bebouwing In het plangebied zelf is geen bebouwing aanwezig. Direct aangrenzend aan het plangebied is op verschillende plekken wel bebouwing aanwezig in de vorm van een bedrijfspand nabij de begraafplaats, verschillende blokken met rijtjeswoningen en een bungalow. Vanwege de nabijheid tot het plangebied worden opvallende zaken kort beschreven. In met name de bebouwing van Spindermolen 42A, Geemansweer 52, Pauwtjesmolen 83 en 76 zijn direct langs de rand van het plangebied dakranden aanwezig waaronder kieren aanwezig zijn. Daarnaast zijn bij Spindermolen 42A ook open stootvoegen zichtbaar. Bosschages Binnen het plangebied zijn verschillende bosschages aanwezig in de vorm van lage plantsoenranden, kleine plantsoentjes, onderhouden heggen en stroken met grotere struiken. Het betreft algemene soorten kenmerkend voor groen/plantsoenen in stedelijk gebied. In met name de strook met grotere struiken die de begraafplaats afscheidt van de omgeving zijn enkele kleinere nesten aanwezig die afgelopen broedseizoen in gebruik zijn geweest door soorten als Houtduif, Turkse tortel of Merel. Bomen Binnen het plangebied zijn enkele tientallen bomen aanwezig, waarvan een deel ook op de planning staat om gekapt te worden. In geen van deze bomen zijn holtes of spleten waargenomen.
In één Zomereik in het noordelijke deel van het plangebied is een groot nest waargenomen. Verder zijn er geen grote nesten waargenomen in de aanwezige bomen in het plangebied. De waargenomen bomen betreffen Zomereik, een esdoornsoort, Beuk, Haagbeuk, Hazelaar, iepensoort en acacia. Bermen Een deel van het plangebied bestaat uit kort gemaaide grasvelden, met name aan de zuidzijde langs de randen van de aangrenzende watergang. In de zuidwesthoek is een kleine ruigtestrook aanwezig
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
12
die daar is ontstaan na eerdere werkzaamheden aan de zuidzijde van de begraafplaats. Wateren en oevers In het plangebied zelf is qua water enkel een restant van een eerder gedempte watergang aanwezig, nabij de brug vanaf de parkeerplaats naar de begraafplaats. Dit betreft een afgesloten stukje water met steile oevers en een beschoeiing aan één zijde. Er ligt een laag kroos langs de randen. Verder is er enkel aan de zuidzijde een doorlopende watergang aanwezig. Deze valt echter net buiten het plangebied. Dit betreft een watergang met kenmerken voor parkachtige terreinen in een bebouwde omgeving. Het betreft een maximaal 10 meter brede watergang, vrij ondiep, met voornamelijk submerse begroeiing bestaande uit Gele plomp. De oevers bestaan grotendeels uit kort gemaaid gras. Enkel langs de zuidzijde van de begraafplaats is een smalle enigszins verruigde oever aanwezig. De oevers zijn niet beschoeid maar wel enigszins steil.
Impressies vanuit verschillende hoeken van het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
3.2
Beschermde soorten
3.2.1
Planten
13
Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt voor het grootste deel te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Een klein deel van het plangebied betreft braakliggende grond die is overgebleven bij eerdere werkzaamheden. Op een dergelijke ondergrond kunnen andere soorten voorkomen. Maar hier is de bodem te veel gestoord en gewoeld om geschikt te zijn voor beschermde flora.
3.2.2
Vissen Aangetroffen soorten Grote modderkruiper is enkele malen aangetroffen ten noorden van het plangebied, in het veenweidegebied ten noorden van het spoor. Verder zijn er in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied Omdat geen sprake is van goed ontwikkelde submerse vegetatie in combinatie met geïsoleerde, verlandende wateren in het plangebied, wordt het voorkomen van Grote modderkruiper uitgesloten.
3.2.3
Amfibieën Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden Heikikker, Poelkikker, Kamsalamander en Rugstreeppad waargenomen (NDFF 2012-2022). Al deze soorten betreffen beschermde soorten die worden genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). De waarnemingen van Heikikker zijn allen gedaan in het veenweidegebied ten noorden van de bebouwing van HardinxveldGiessendam. Poelkikker is éénmaal waargenomen in het veenweidegebied ten noorden van het plangebied en éénmaal in de Biesbosch ten zuiden van de Beneden Merwede. Kamsalamander is enkele keren waargenomen ten zuidoosten van het plangebied, onder de A15. Rugstreeppad werd enkele malen waargenomen ten noorden van het plangebied, boven de spoorbaan. Eénmaal is de soort waargenomen in een vijver in een park aan de westzijde van Hardinxveld-Giessendam op ongeveer 1 kilometer van het plangebied (NDFF 2012-2022).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
14
Potentie plangebied Het plangebied levert mogelijk geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander, Bruine kikker of Groene kikker (bastaardkikker en/of Meerkikker). In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. De dieren kunnen wegkruipen onder opgeslagen materialen, stronken en takken of in verlaten muizenholen en dergelijke. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2. Voor Heikikker is het plangebied niet geschikt. De soort komt eigenlijk niet voor rondom infrastructuur en bebouwde gebieden, waarmee het plangebied als ongeschikt kan worden beoordeeld. Ook voor Poelkikker is het plangebied niet geschikt als leefgebied. De soort leeft voornamelijk in bos- en heidegebieden, poelen, vennen en uiterwaarden. Het aanwezige habitat in het plangebied is niet geschikt voor deze soort. Kamsalamander komt voornamelijk voor in uiterwaarden van grote rivieren, beekdalen en op landgoederen, vrijwel enkel in visvrije wateren. Het habitat bevat vaak bos, houtwallen of struweel. Een dergelijke combinatie van habitat is in het plangebied niet aanwezig, waarmee het plangebied als ongeschikt voor deze soort kan worden gezien.
Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. In het plangebied ligt geen onbeschaduwd, geïsoleerd, ondiep water met lage omliggende vegetatie dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. Ook ligt het plangebied geïsoleerd door bebouwing, een spoorlijn, snelweg en brede wateren. Ook is er geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort. Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het niet te verwachten dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. Het plangebied is te veel geïsoleerd door dichte bebouwing, brede watergangen, wegen en een spoorlijn en de soort moet daarom te veel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken.
3.2.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
15
categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Ekster (cat. 5), Koolmees (cat. 5), Zwarte kraai (cat. 5), Kauw, Merel, Houtduif en Turkse tortel. Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Turkse tortel, Winterkoning of Heggenmus. In het water aan de randen van het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. Het is mogelijk dat in één van de Zomereiken, waar een groter nest is waargenomen, categorie 5-soort Ekster tot broeden komt. Twee Eksters werden ook in de omgeving van dit nest gezien. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Huismus, Gierzwaluw, Ransuil, Slechtvalk, Sperwer, Roek en verschillende in bomen en enkele in/op bebouwing broedende roofvogels en uilen vastgesteld (NDFF 2012-2022). Huismus en Gierzwaluw broedt in de nabije stedelijke omgeving/woonwijken op ongeveer 400 meter van het plangebied (NDFF 2012-2022). Ransuil heeft ook gebroed binnen de bebouwde kom op ongeveer 1 kilometer afstand tot het plangebied.
Van Slechtvalk is een broedpaar bekend aan de westzijde van Hardinxveld-Giessendam op minimaal 500 meter van het plangebied. Sperwer is bekend met een broedpaar in verschillende bebouwde gebieden in de omgeving van Hardinxveld-Giessendam. In het verleden broedde een Roekenkolonie in een rij populieren aan de rand van het plangebied. De betreffende bomen, vallend buiten het plangebied, zijn in 2021 gekapt als onderdeel van de werkzaamheden aan de begraafplaats. De nesten zijn onder een ontheffing voor de Wet natuurbescherming verplaatst naar een andere rij populieren in de buurt. Sinds de verplaatsing zijn geen broedgevallen meer waargenomen in of om het plangebied. De meeste bekende overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betreffen overvliegende (trek)vogels of soorten die broeden in andere biotopen zoals bebouwing en bos in de omgeving (NDFF 2012-2022). De soorten broeden niet in de directe omgeving van het plangebied. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het aanwezige grote nest in de Zomereik in het noordelijke deel van het plangebied kan mogelijk in gebruik zijn of worden genomen door
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
16
een soort met een jaarrond beschermd nest, zoals Ransuil of Sperwer. Vanwege de afwezigheid van bebouwing in het plangebied is het niet mogelijk dat Huismus, Gierzwaluw en/of Slechtvalk binnen het plangebied broeden. Het is wel mogelijk dat Gierzwaluw tot broeden komt in bebouwing langs de randen van het plangebied. Het betreft dan met name de bebouwing die met de kopse kant langs het plangebied staat, zie Figuur 2. Vanwege de nabijheid tot het plangebied zal Gierzwaluw daarom meegenomen worden in de beoordeling. Met name voor Huismus is er aan de randen van het plangebied ook geschikt leefgebied aanwezig in de tuinen van de verschillende woningen. Het biotoop in het plangebied biedt minder potentie voor Huismussen vanwege het ontbreken van essentiële onderdelen daarvan, zoals zandige plekken en voederplaatsen. Het plangebied biedt onder andere vanwege het ontbreken van deze elementen geen essentieel leefgebied voor de Huismus. Voor Gierzwaluw is er geen relevant leefgebied aanwezig binnen het plangebied. Enkel de woningen langs de randen kunnen gebruikt worden als broedplek. Voor Slechtvalk is er geen geschikte broedlocatie in de bebouwing nabij het plangebied aanwezig. Het is wel mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Roek, en Slechtvalk.
Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.
Weergave van locatie van groot nest in Zomereik.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
3.2.5
17
Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek werden geen grondgebonden zoogdieren op sporen daarvan waargenomen. Rond het plangebied zijn in het verleden Bever, Bunzing, Das, Waterspitsmuis en Noordse woelmuis waargenomen (NDFF 20122022). Das, Waterspitsmuis zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Noordse woelmuis en Bever zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Bunzing is beschermd als ‘andere soort’, maar is in Zuid-Holland vrijgesteld bij uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (zie Bijlage 1.2.1). Das is éénmaal waargenomen in de omgeving van het plangebied, in het deel van de Biesbosch ten zuiden van de Beneden-Merwede. Waterspitsmuis is éénmaal waargenomen in de Biesbosch ten zuiden van de Beneden-Merwede. Ook Noordse woelmuis is enkel éénmaal waargenomen in de Biesbosch ten zuiden van de Beneden-Merwede. Bever wordt vaak waargenomen langs de Beneden-Merwede en in het deel van de Biesbosch ten zuiden daarvan. Er zijn geen waarnemingen bekend in Hardinxveld-Giessendam ten noorden van de A15 waar het plangebied is gelegen. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen.
Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Ook is het mogelijk dat incidenteel kleine marterachtigen, zoals Bunzing, die elders verblijven, in het plangebied voorkomen. Gezien de grootte en geschiktheid betreft het geen essentieel deel van hun leefgebied. Ook voor deze soorten geldt dat ze in Zuid-Holland zijn ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Noordse woelmuis en de Waterspitsmuis. De benodigde levensvoorwaarden zijn hiervoor niet aanwezig. Het terrein is te droog en een vochtige kruidenrijke oevervegetatie nabij schoon en helder water ontbreekt. Daarnaast zijn de enige waarnemingen van deze soorten gedaan ten zuiden van de Beneden-Merwede, waarmee ze zowel een grote rivier, een snelweg en een deel van de bebouwde kom zouden moeten passeren om bij het plangebied te komen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
18
Das komt voor zover bekend niet voor in deze omgeving ondanks dat de soort in het verleden éénmaal is waargenomen. Daarnaast is het plangebied niet geschikt voor de soort vanwege overmatige verstoring door mensen en huisdieren en afwezigheid van voldoende geschikt leefgebied. Bever is een veelvoorkomende soort in het onderzochte gebied. De soort is echter binnen dit onderzoeksgebied nooit waargenomen boven de A15 waar het plangebied ligt. Ook is de soort niet waargenomen in het deel van de Giessen dat nabij gelegen is. Op basis van de te nemen barrières, met name de A15, en ongeschiktheid van het plangebied vanwege te grote verstoring en afwezigheid van geschikte bosschages kan de soort uitgesloten worden in het plangebied.
3.2.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn 3 soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2012-2022). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Er zijn geen relevante waarnemingen (zoals bijvoorbeeld verblijven, kolonies, foerageergebieden of vliegroutes) bekend van vleermuizen in het plangebied zelf of in de directe omgeving ervan (NDFF 20122022). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken.
Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. In het plangebied kunnen geen gebouwbewonende vleermuizen verblijven omdat ter plaatse geen bebouwing aanwezig zijn. In de aanwezige bomen zijn geen geschikte holtes of spleten waargenomen, waardoor ook in bomen verblijvende vleermuizen niet in het plangebied kunnen verblijven.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200
Spindermolen te Hardinxveld-Giessendam
19
Weergave van bebouwing langs de randen van het plangebied met potentie voor vleermuizen (rode markeringen).
Het is wel mogelijk dat er gebouwbewonende vleermuizen verblijvend aanwezig zijn in de gebouwen aangrenzend aan het plangebied, zoals het pand van de uitvaartonderneming en enkele woningen langs de oostgrens van het plangebied. De spleten en gaten bevinden zich in de spouwmuur, achter boeidelen en/of beplating, onder dakpannen, achter dakgoten en dergelijke. Te denken valt aan gebouwbewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Ondanks dat deze gebouwen buiten het plangebied liggen worden ze wel meegenomen in de beoordeling. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. De aan de zuidrand gelegen watergang die oost-west loopt kan onderdeel zijn van een foerageerroute voor vleermuizen die het Wiel ten westen verbindt met de weilanden ten oosten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2022-200