Bestemmingsplan IJzergieterij.pdf
Tekst van het document
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘IJzergieterij’ Vaststelling
December 2020
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘IJzergieterij’ Vaststelling
werknummer: 618.146.60 datum: december 2020 bestand: J:\618\146\30\3.Projectresultaat
Procedureoverzicht Fase
Datum
Ontwerp
mei 2020
Vaststelling
december 2020
KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Bestemmingsplan ‘IJzergieterij’ Toelichting
December 2020
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................ 4 1.2 Ligging van het plangebied ................................................................................. 4 1.3 Vigerende plannen .............................................................................................. 4 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................... 5 2 GEBIEDSBESCHRIJVING .......................................................................................... 6 3. PLANBESCHRIJVING ................................................................................................ 7 3.1 Algemeen ............................................................................................................ 7 3.2 Stedenbouwkundig programma van eisen .......................................................... 7 3.3 Plansystematiek .................................................................................................. 9 4. BELEIDSKADER .......................................................................................................
11 4.1 Rijksbeleid ......................................................................................................... 11 4.2 Provinciaal beleid .............................................................................................. 11 4.3 Regionaal beleid ................................................................................................ 16 4.4 Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 17 4.5 Ruimtelijke structuur .......................................................................................... 21 5 WATER ...................................................................................................................... 22 5.1 Inleiding ............................................................................................................. 22 5.2 Kader ................................................................................................................. 22 5.3 Onderzoek ......................................................................................................... 24 5.4 Conclusie ........................................................................................................... 29 6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ...............................................................
30 6.1 Archeologie ....................................................................................................... 30 6.2 Cultuurhistorie ................................................................................................... 33 7. MILIEUASPECTEN ................................................................................................... 34 7.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................. 34 7.2 Akoestisch onderzoek ....................................................................................... 35 7.3 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 38 7.4 Externe veiligheid .............................................................................................. 40 7.5 Milieuhinder bedrijven ....................................................................................... 47 7.6 Flora en Fauna .................................................................................................. 49 7.7 Bodem ............................................................................................................... 54 7.8 Verkeer ..............................................................................................................
58 7.9 Duurzaamheid ................................................................................................... 60 7.10 Overige belemmeringen .................................................................................... 62 8 JURIDISCHE OPZET ................................................................................................ 63 8.1 Inleiding ............................................................................................................. 63 8.2 Toelichting op de regels .................................................................................... 63 9 OVERLEG EN INSPRAAK ........................................................................................ 67 9.1 Overleg en inspraak .......................................................................................... 67 9.2 Ontwerpfase ...................................................................................................... 67 9.3 Vaststellingsfase ............................................................................................... 67 10 UITVOERBAARHEID ................................................................................................ 68 10.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .....................................................................
68 10.2 Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................ 68 10.3 Handhavingsaspecten ....................................................................................... 68
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Stedenbouwkundig Programma van Eisen, SpaceValue, 25 juni 2019 Bijlage 2: Quickscan flora en fauna, Ecoresult, 2 september 2020 Bijlage 3: Aanvullend vleermuisonderzoek, NWC, november 2017 Bijlage 4: Nader ecologisch onderzoek, Kingfischer natuurprojecten, 8 oktober 2020 Bijlage 5: Onderzoek stikstofdepositie, SWECO, 8 december 2020 Bijlage 6: Archeologisch onderzoek IDDS, 30 september 2013 Bijlage 7: Onderbouwing hogere waarden Wgh, KuiperCompagnons, 26 september 2018 Bijlage 8: Onderzoek externe Veiligheid, KuiperCompagnons, 1 september 2020 Bijlage 9: Actualiserend en nader bodemonderzoek, Grondslag BV, 14 april 2020 Bijlage 10: Verkeerskundig onderzoek, GraaffTraffic, 16 mei 2018 Bijlage 11: Actualisatie verkeerskundig onderzoek, GraaffTraffic, 1 september 2020 Bijlage 12: Aanmeldnotitie m.e.r., KuiperCompagnons, 8 december 2020 Bijlage 13: Waterhuishoudkundig plan, KPM Civiel, 29 oktober 2020 Bijlage 14: Explosievenrapportage, BeoBom, 13 maart 2020 Bijlage 15: Nota inspraak en overleg voorontwerpbestemmingsplan Bijlage 16: Geuremissie RWZI, Waterschap Rivierenland, 1 mei 2017 Bijlage 17: Bezonningsstudie, DeZwarteHond, 1 september 2020 Bijlage 18: Second opinion archeologisch onderzoek, Vestigia, 4 september 2020 Bijlage 19: Advies omgevingsveiligheid, Veiligheidsregio ZHZ, 20 juli 2020 Bijlage 20: Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
Afbeelding 1.1: ligging van het plangebied op grotere schaal
Afbeelding 1.2: ligging plangebied in relatie tot directe omgeving
4
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding De IJzergieterij is een (voormalige) bedrijfslocatie gelegen tussen de A15 en Beneden-Merwede. Het wordt momenteel nog deels gebruikt als bedrijventerrein, maar reeds lange tijd bestaat het voornemen om de locatie te transformeren tot een woongebied. In de structuurvisie van de gemeente HardinxveldGiessendam wordt de IJzergieterij aangemerkt als potentiële woningbouwlocatie. De Rivierdijk en oever van de Beneden-Merwede ter plaatse worden genoemd als kansrijk om meer recreatieve voorzieningen mogelijk te maken. Na het opstellen van de nota met randvoorwaarden is in 2016 gestart met het opstellen van een ontwikkelplan. Dit ontwikkelplan heeft geleid tot een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) voor de locatie. Dit SPvE vormt de basis voor het voorliggende bestemmingsplan dat de ontwikkeling van het nieuwe woongebied in juridisch-planologische zin mogelijk maakt. Naast de nieuwe woonwijk, omvat het bestemmingsplan ook de bestaande woningen tussen de IJzergieterij en de Rivierdijk. Voor de gronden ten westen van de voormalige bedrijfslocatie – met een aantal woonarken – wordt een separaat bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging van het plangebied Het voorliggende plangebied is aan de zuidoostzijde van Hardinxveld-Giessendam gelegen, vrijwel direct grenzend aan de Beneden-Merwede. Het plangebied wordt aan de noord(west)zijde begrensd door de Rivierdijk met direct daarachter de A15. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de percelen aan de Rivierdijk. Het gebied met een aantal drooggevallen woonarken, en daarachter de rioolwaterzuiveringsinstallatie, vormt de begrenzing aan de westzijde van het plangebied.
1.3
Vigerende plannen Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert momenteel het bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’, door de gemeenteraad vastgesteld op 30 maart 2017. Daarin is het plangebied voorzien van de bestemmingen ‘Bedrijf - 2’, ‘Wonen’ en ‘Groen’. Tevens zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 8’ en ‘Waterstaat - Waterkering’ opgenomen in het gebied.
Afbeelding 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
5
1.4
Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit 10 hoofdstukken. Na deze inleiding is in hoofdstuk 2 ingegaan op de context van het plangebied en de bestaande situatie. In hoofdstuk 3 wordt het plan beschreven aan de hand van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen en wordt beschreven hoe specifieke aspecten zijn vertaald in de planregels. Hoofdstuk 4 geeft het relevante beleid op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weer. De Hoofstukken 5 t/m 7 gaan in op de onderzoeksaspecten water, archeologie en de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. De hoofdstukken 9 en 10 gaan over de het proces en uitvoerbaarheid.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
6
2
GEBIEDSBESCHRIJVING Ruimtelijke context Hardinxveld-Giessendam is een gemeente in Zuid-Holland. De Rivierdijk die langs het plangebied loopt, sluit aan op de Peulenstraat-zuid. De Peulenstraat-zuid is onderdeel van het oude lint van HardinxveldGiessendam en vormt de route naar het nabijgelegen centrum. Hoewel Hardinxveld-Giessendam aan de Beneden-Merwede is gelegen, zorgt de A15 voor een grote fysieke barrière. Het overgrote deel van het dorp ligt afgesloten van de rivier. Met de ontwikkeling van de IJzergieterij wil de gemeente Hardinxveld-Giessendam de sprong over de A15, naar de Merwede maken. Op deze manier wordt er een nieuwe verbinding tussen het dorp met de rivier gerealiseerd. De nieuwbouw sluit aan op de dijk, waarmee een Merwede-boulevard ontstaat die HardinxveldGiessendam een nieuw gezicht aan de rivier geeft. Bestaande situatie Het plangebied ligt aan de rivier de Beneden-Merwede. Het gebied is deels in gebruik als bedrijventerrein en de bebouwing is sterk verouderd. De gronden waar de voormalige IJzergieterij stond zijn in eigendom van de ontwikkelaar en bedragen in totaal circa 2,7 hectare. Het naast gelegen ‘woonarken gebied’ wordt niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Voor dit gebied wordt een separaat bestemmingsplan opgesteld. De bestaande woningen aan de Rivierdijk blijven behouden.
Om een goed beeld te schetsen van de huidige en toekomstige situatie zijn deze woningen meegenomen in het bestemmingsplan, waarbij de geldende rechten uit bestemmingsplan “Hardinxveld-Giessendam – Bebouwd Gebied” zijn overgenomen.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
7
3.
PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk worden de belangrijkste uitgangspunten voor voorliggend bestemmingsplan verwoord. De uitgangspunten volgen uit de analyse van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen, opgesteld door SpaceValue, vastgesteld op 25 juni 2019.
3.1
Algemeen Door de IJzergieterij te transformeren naar woongebied gaat het gebied een schakel vormen tussen het dorpscentrum van Hardinxveld-Giessendam en de Beneden-Merwede. Aan de zuidrand van de locatie wordt een waterfront ontwikkeld, met appartementengebouwen georiënteerd op de rivier. In het binnengebied wordt een compact stratenpatroon gemaakt wat haaks op de dijk ligt. Hierdoor krijgen ook de grondgebonden woningen een oriëntatie op het water. Elke woonstraat sluit aan op een centrale openbare ruimte op dijkniveau (‘het podium’). Dit podium koppelt woningen en eventuele horeca in de plint van de appartementencomplexen aan de fietsroute over de dijk en trappen naar het water.
3.2
Stedenbouwkundig programma van eisen Hoofdstructuur en bouwvelden Er worden drie ‘bouwvelden’ gemaakt van circa 46 meter diep. De tussenliggende straten hebben een profiel van circa 11,5 meter waarin de rijbaan, parkeren en loopstroken zijn opgenomen.
Bouwvelden Bron: Spacevalue
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
8
Hoofdopzet infrastructuur ten behoeve van auto en parkeren Bron: Spacevalue
Infrastructuur Voor de ontsluiting van het gebied worden de straten die haaks op de dijk staan gekoppeld door een straat achter de appartementen. Langs de west- en oostflanken wordt een parkeerlaag onder de appartementen ontsloten die deels openbaar toegankelijk is. Het gebied wordt ontsloten via de Rivierdijk en de Peulenstraat-zuid. De Rivierdijk en Peulenstraat-zuid zijn erftoegangswegen c.q. wegen met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/u. De wegen worden in twee richtingen bereden. De aansluitingen op de Rivierdijk aan de west- en de oostzijde worden aan de zuidzijde verbonden. Deze lus zorgt voor een ontlasting van het gedeelte Rivierdijk daar tussen. De Rivierdijk en de Peulenstraat-zuid gaan richting het centrum van Hardinxveld-Giessendam en richting de A15. De bestaande aansluiting van de Rivierdijk met de Nieuweweg dient aangepast te worden om de toenemende verkeersbewegingen richting de A15 af te kunnen wikkelen. De uitgevoerde verkeersonderzoeken wijzen uit dat de Rivierdijk en Peulenstraat-zuid voldoende ruimte bieden voor de afwikkeling van het verkeer na aanleg van het plan de IJzergieterij. Langzaam verkeer maakt ook gebruik van deze ontsluiting, gecombineerd met een netwerk van paden met verbindingen naar het water.
Parkeren wordt gerealiseerd in de vorm van parkeren op eigen terrein, langsparkeren in de woonstraten en een aantal parkeerkoffers tussen de woningen, in de bouwvelden die worden ontsloten vanuit de lussen. Water Het uitgangspunt is dat het hemelwater binnen het plan- en projectgebied en afstromend hemelwater van de bestaande kavels ondergronds zal worden geborgen. In combinatie met de rioolleidingen voor hemelwater zorgt dit systeem voor voldoende berging in het gebied. De appartementen en het podium
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
9
liggen hoger dan de dijk, het hemelwater van de verharding op het podium wordt rechtstreeks geloosd op de rivier. Hierdoor wordt het binnendijkse gebied ontlast. Het plangebied komt hoger te liggen dan de bestaande omgeving. Het terrein wordt in zijn geheel opgehoogd als saneringsmaatregel en om te voldoen aan de eisen die gelden in de nabijheid van de dijk. Het hemelwatersysteem wordt zo aangelegd dat overlast voor de laagste delen niet zal optreden. In de waterparagraaf wordt hier nader op ingegaan. Bouwhoogten Ter plaatse van de grondgebonden woningen is de maximale bouwhoogte 2 bouwlagen met een kap. Ter plaatse van noordwesthoek van het gebied is het mogelijk om een maximale bouwhoogte van 3 bouwlagen met een kap te realiseren. Aan de zuidrand hebben de appartementengebouwen een naar het ‘podium’ oplopende hoogte De appartementengebouwen hebben een oplopende hoogte en verlopen van 3 bouwlagen naar maximaal 6 bouwlagen. Wonen In het plangebied zullen maximaal 150 woningen gerealiseerd worden. Dit zullen verschillende typologieën zijn, waarbij appartementen aan de dijk zijn gesitueerd en de eengezinswoningen (rijwoningen, twee-onder-een-kap, vrijstaand) in het binnengebied. De rij- en hoekwoningen kennen verschillende prijscategorieën, van goedkoop tot middelduur. De tweeonder-een-kap en vrijstaande woningen liggen in de categorie duur.
De appartementen variëren in oppervlak van circa 80 m2 oppervlak tot 170 m2 gebruiksoppervlakte, met grote penthouses van ca 250 m2 in de toplaag. De prijsrange van de appartementen variëren van middelduur tot duur. Overige niet-woonfuncties Naast het woningbouwprogramma is er een ambitie om enkele publiekstoegankelijke functies te realiseren, zoals een horecavoorziening met terras of commerciële dienstverlening. Deze functies zullen worden toegevoegd in de plint van de appartementengebouwen. Daarnaast is de oever van de rivier interessant als mogelijke aanmeerplek voor de Waterbus en/of het voetveer. Parkeren Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, in de straat en in een gebouwde parkeervoorziening onder de appartementen. Op het aspect parkeren wordt nader ingegaan in paragraaf 7.8. 3.3
Plansystematiek In hoofdstuk 8 wordt uitgebreid ingegaan op de juridische regeling. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de plansystematiek en wijze van bestemmen, voor zover deze een directe relatie heeft met het SPvE en de verkavelingsopzet. Bouwvelden met bouwstroken Het plan gaat uit van bestemmingsvlakken die aansluiten op de woonvelden uit het SPvE. Binnen de bestemmingsvlakken zijn woningen, maar ook groen, openbare ruimten, achterpaden en parkeervoorzieningen mogelijk. Hiermee vormt het bestemmingsplan een helder ruimtelijk kader waarin de hoofdstructuur is vastgelegd, maar waarin binnen de bestemming wonen een flexibele invulling mogelijk is. Binnen de bestemming wonen zijn bouwstroken opgenomen. Binnen iedere strook is een aantal woningen opgenomen. Het type woningen staat niet vast. Alle vormen van grondgebonden woningen – vrijstaand, geschakeld, twee-aan-een-gebouwd en aaneen gebouwd – zijn toegestaan. De diepte van Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
10
de bouwstrook is circa 12 meter, waarmee ieder woningtype binnen het bouwvlak te realiseren is. Het vastleggen van het aantal woningen zorgt dat de opzet van het plan aansluit bij de verkaveling uit de bouwveldenkaart. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de toekomstige situatie aansluit bij de akoestische en verkeerskundige berekeningen die zijn uitgevoerd. Deze berekeningen hebben betrekking op een groot aantal andere milieuonderzoeken, zoals naar luchtkwaliteit en stikstof. Door het opnemen van het maximaal aantal woningen wordt voorkomen dat een te grote wijziging in het plan leidt tot een andere milieukundige situatie. Met een afwijking zijn grotere wijzigingen wél toegestaan, op voorwaarde dat de milieukundige situatie opnieuw wordt bekeken. Woonbestemmingen In de opzet is uitgegaan van twee (nieuwe) woonbestemmingen: Wonen – 1 en Wonen – 2. Daarnaast wordt voor de bestaande woningen de bestemming ‘Wonen’ overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied’. Dit heeft te maken met de niveauverschillen in het plan. De grondgebonden woningen krijgen de bestemming Wonen – 1, waarbij een maximale bouwhoogte van 11,5 meter is gekoppeld aan het peil van het straatniveau. Hetzelfde peil geldt voor de bestaande woningen.
In het noordwesten van het plangebied is binnen de bestemming Wonen – 1 een incidenteel appartementengebouw gepland, met een bouwhoogte van maximaal 14 meter. Voor de appartementen (maximale hoogte 21 meter) (Wonen – 2) is uitgegaan van een peil dat 1 meter boven de (huidige) kruin van de dijk ligt. Hiermee wordt de hoogte gekoppeld aan de hoogte van het podium en wordt voorkomen dat een toekomstige dijkverhoging het zicht op de Merwede ontneemt. De parkeerbak en de onderste laag van de appartementen op de buitenste hoeken van het complex bevinden zich daarmee onder het maaiveld; maar op hoogte van het maaiveld van Wonen – 1.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
11
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Mobiliteit (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. Wel is in het Barro een zone opgenomen voor de MIRT A15, welke het plangebied raakt. MIRT-Verkenning A15 Papendrecht-Gorinchem In 2017 is een verkeersbrede studie gedaan naar de gehele A15 vanaf Rotterdam tot aan de Duitse grens. Het traject Papendrecht-Gorinchem kwam naar voren als traject met de meeste filekiemen. De weg kent hier nu al dagelijks vertragingen die naar verwachting in de toekomst nog veel groter worden. Door de hoge filedruk zijn er ook veel ongevallen. In de MIRT-Verkenning A15 Papendrecht-Gorinchem wordt een oplossing gezocht om de doorstroming en de verkeersveiligheid te verbeteren op de A15 ten westen van de aansluiting Sliedrecht-West tot en met de aansluiting Arkel, ten oosten van knooppunt Gorinchem.
Ten behoeve van de mogelijke maatregelen die volgen uit de MIRT-verkenning is ter hoogte van het plangebied aan beide zijden van de A15 een reserveringszone opgenomen. Dit reserveringsgebied geldt voor de mogelijke uitbreiding van een hoofdweg of delen daarvan. Dit zou kunnen betekenen dat de A15 in de toekomst dichter bij het plangebied komt te liggen. In de regels van dit bestemmingsplan is hiervoor een regeling getroffen.
4.2
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
12 • • •
De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.
Ad. 1
Ruimtelijke hoofdstructuur
Ad. 2
Omgevingsbeleid: ambities en sturing
De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Ad. 3
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingskwaliteit
Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
13
Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – rivierklei/veen. Richtpunt is dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar wordt gehouden. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als ‘Veen(weide)landschap’. Richtpunten in veenlandschappen zijn: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen.
Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Daarnaast ligt er naast het plangebied een dijklint en een rivierdijk. Voor dijklinten gelden de volgende richtpunten: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. • Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. • Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.
En voor rivierdijken geldt: • Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders. • Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers. Het stedenbouwkundig plan sluit voor zover mogelijk aan bij de kenmerkende landschapselementen uit het veenlandschap. Er wordt geen nieuwe bebouwing of bouwwerken in een veenweidepolder gebouwd. Daarnaast blijft het naastgelegen lint in takt en wordt hier zoveel mogelijk op aangesloten. Met openingen in de bebouwing wordt het doorzicht vanaf de dijk op het achterliggende landschap behouden.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
14 In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’ en als ‘Stadsen dorpsrand). Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • • •
• • • •
Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogte in de omgeving legitiem. Het pand wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
De hoogteaccenten in het plan zijn zorgvuldig gekozen en er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld welke inzicht geeft in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid. De ontwikkeling draagt bij aan de overgangskwaliteit van de stadsrand door de verbinding tussen de dijk en de rest van HardinxveldGiessendam te versterken. In de laag van de beleving is de groenstrook op de dijk opgenomen als ‘Natuurgebied’. De provincie richt zich hier op het behouden of herstellen van de wezenlijke natuurkenmerken en waarden van een gebied. Toegankelijkheid en gebruik moeten in evenwicht zijn met de ecologische draagkracht ter plaatse. Tevens is de Rivierdijk ten noorden van het plangebied aangeduid als ‘Fiets- en wandelroute’. Hier wordt toegezien op het voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties. Ad. 4
Beleidskeuzes
De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 7 verder Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
15
uiteengezet en afgewogen. Voorgenomen ontwikkeling draagt dus bij aan sommige provinciale opgaven en vormt geen belemmering voor de andere provinciale opgaven. Programma Ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan in het Programma Ruimte. Conclusie De ontwikkeling van de IJzergieterij past binnen het provinciale beleid. Het beleid van de provincie ZuidHolland vormt zodoende geen belemmering voor de ontwikkeling. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.
Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een woongebied of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan.
Afbeelding 3.1: uitsnede Programma Ruimte (Kaart 1).
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
16
Behoefte De beoogde ontwikkeling maakt de realisatie van maximaal 150 woningen mogelijk. De realisatie van 150 woningen is regionaal afgestemd. De provincie is akkoord dat het plan in het woningbouwprogramma "categorie 1" komt. Daarmee wordt voorzien in de behoefte. Bestaand stedelijk gebied De beoogde ontwikkeling is gelegen in bestaand stedelijk gebied (bebouwde ruimte). Hierdoor voldoet de ontwikkeling aan de eis zoals gesteld door de ladder voor duurzame verstedelijking. 4.3
Regionaal beleid Beleid Waterschap Rivierenland In de brochure “Partners in Water” is het beleid van het waterschap Rivierenland verwoord. De brochure gaat in op de inhoud van de watertoets en behandeld de volgende thema’s: • Waterneutraal inrichten; • Schoon inrichten; • Veilig inrichten; • Bijzondere wateren en voorzieningen. Ten aanzien van het thema Waterneutraal inrichten wordt ingegaan op de benodigde waterberging bij verschillende projecten. Voor projecten tot 1.500 m2 aan extra verharding mag de compensatie via een waterbergingsbank worden gerealiseerd. Als dat niet mogelijk is of als de verharding met meer dan 1.500 m2 toeneemt of als de ontwikkeling is gelegen buiten stedelijk gebied, zoals in voorliggend plan, dan moet de benodigde waterberging in principe binnen het plangebied worden gerealiseerd. Het Waterschap heeft het beleid en beheer van de primaire en van de regionale waterkeringen vastgelegd in het ‘Waterbeheerplan 2016 – 2021’. Het beleid bevat onder meer beschermingszones voor regionale waterkeringen. In de waterparagraaf (hoofdstuk 5) wordt inhoudelijk op het thema water ingegaan. Groeiagenda Drechtsteden Voor krachtige, economische groei in de Drechtsteden blijft de regio stevig inzetten op een goede bereikbaarheid, goed wonen en werken. Daarom is door de colleges en het Drechtstedenbestuur de ‘Groeiagenda 2030’: Goed leven in de Drechtsteden opgesteld.
In totaal willen de Drechtsteden doorgroeien naar een gebied van meer dan 300.000 inwoners, met 30.000 nieuwe banen en 25.000 nieuwe woningen. Hiermee wil de regio zorgen voor een goed leven in de Drechtsteden en een bijdrage leveren aan een sterker Nederland. Daarnaast heeft de Regio Drechtsteden-Gorinchem onlangs een Regio Deal ontvangen. De Regio Deal van 22,5 miljoen euro is bedoeld om onder andere het onderwijs beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt in het gebied. Maar ook is de Regio Deal-subsidie voor verbetering van oevers, woningbouw en om bedrijven te laten innoveren. In de groeiagenda zijn een aantal concrete thema’s benoemd waar de komende jaren kansen en mogelijkheden voor economische groei. Een daarvan is het creëren van ‘goed wonen’: de regio wil doorgroeien naar meer dan 300.000 inwoners met een evenwichtige verdeling in woonsegmenten, duurzame, gezonde woongebieden, benutting van unieke gebiedskwaliteiten, de transformatie van kwetsbare wijken, interactiemilieus in de binnenstad en een compleet voorzieningenaanbod.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
17
Met de ontwikkeling van woongebied ‘De IJzergieterij’ wordt ruimte geboden aan nieuwe de regionale groeiopgave, met aandacht voor de bestaande gebiedskwaliteit en duurzaamheid. Hiermee wordt bijgedragen aan het vergroten van het kwalitatief woningaanbod in de Drechtsteden. Regionale woonvisie Met de Drechtstedelijke Groeiagenda 2030 wil de regio naar een integrale aanpak van wonen, werken, recreëren, onderwijs en bereikbaarheid. De ‘Woonvisie 2017 – 2031’ beoogt hieraan een inspirerende en uitnodigende bijdrage te leveren. De woonvisie beschrijft dat de gunstige ligging, goede bereikbaarheid, de hoge concentratie MKB en de aanwezigheid van een aantal internationale spelers in de maritieme sector, de Drechtsteden tot een interessant werkgebied maken met een goede uitgangspositie voor toekomstige economische ontwikkeling. Ondanks deze hoge potentie worden deze kwaliteiten nog niet altijd voldoende benut. De WOZ-waarde van bestaande woningen is laag. Kwalitatief hoogwaardige woningbouwlocaties langs het water of nabij stedelijke voorzieningen komen nog onvoldoende tot ontwikkeling. Huishoudens met een hoger inkomen, die wel in de Drechtsteden zouden willen wonen, kiezen hierdoor eerder voor andere regio’s. Sociaaleconomisch blijven de Drechtsteden achter. De agglomeratiekracht wordt onvoldoende benut.
De eerdergenoemde goede bereikbaarheid staat onder druk als gevolg van de toename van het verkeer met name op de A15, de A16 en de N3. In de woonvisie zijn 20 kernpunten opgenomen. Hiermee willen de Drechtsteden zich positioneren als 'de Drechtsteden voor Rotterdam', en een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, een traditioneel Hollandse stad, wil wonen. De kernpunten richten zich onder andere op een groei van het aantal huishoudens en woningen en het zoeken naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen. Uit de woningbehoeftetabel blijkt dat er met name behoefte is aan koopwoningen in het duurdere segment, om zo een meer evenwicht samengestelde bevolking te realiseren. Daarnaast is er behoefte aan meer groen- en blauw- stedelijk, dorps en landelijk wonen. Met de ontwikkeling van de IJzergieterij wordt ingespeeld op de regionale groeiopgave. Er worden met name woningen gerealiseerd in een groen stedelijk woonklimaat. 4.4
Gemeentelijk beleid Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 De gemeentelijke structuurvisie, die op 19 februari 2015 is vastgesteld, is een ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter die integrale keuzes bevat voor de hoofdlijnen van beleid voor de komende periode. De structuurvisie bouwt voort op de Visie Hardinxveld-Giessendam, die op 22 maart 2012 na een zeer interactief traject met de bevolking is vastgesteld. De structuurvisie vertaalt deze visie naar de ruimtelijke ontwikkeling van HardinxveldGiessendam. De structuurvisie, die vooruitkijkt tot 2030, is eveneens een integraal document en heeft als doel om de verschillende belangen, bijvoorbeeld tussen landschap, woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en werkgelegenheid zorgvuldig af te wegen. De structuurvisie biedt een kader waarin aanspraken op de ruimte kunnen worden afgestemd en gecombineerd. Deze structuurvisie is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke en sociale kwaliteiten. Daarnaast is de structuurvisie gericht op het versterken en behouden van de leefbaarheid.
In de structuurvisie wordt gestuurd op ruimtelijke structuren: waar gebeurt wat, op welke manier, op welk moment en waarom? De structuurvisie is bedoeld om voor de langere termijn ruimtelijke samenhang tot stand te brengen en bezit daarom een zekere mate van globaliteit en abstractie. Het Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
18
vormt de basis voor het toekomstig beleid; ter uitwerking van de structuurvisie kunnen gebiedsvisies, masterplannen en bestemmingsplannen worden opgesteld en concrete (plan)ontwikkelingen in gang worden gezet. Op de woningmarkt van Hardinxveld-Giessendam is sprake van een beperkte doorstroming. Op 27 juni 2019 heeft de raad de Lokale paragraaf Wonen vastgesteld. Eén van de belangrijke speerpunten hierin is het behouden van jongeren. Dit is van belang voor de leefbaarheid in de kernen, voor de kenmerkende sociale cohesie van Hardinxveld-Giessendam en voor het behoud van werkgelegenheid. Om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, zet de gemeente waar mogelijk en gewenst in op herstructurering van bestaande wijken. Naast de grote uitbreidingslocaties komen er met regelmaat (inbreidings)locaties vrij, bijvoorbeeld door het uitplaatsen van hinderlijke bedrijvigheid. In en rond het centrum van Hardinxveld-Giessendam liggen een aantal locaties die aantrekkelijk zijn om te wonen, maar nu nog worden bezet door milieuhinderlijke bedrijven. Deze bedrijven passen niet meer in een woongebied. Ze veroorzaken overlast door de bedrijfsactiviteiten of het vrachtverkeer of ze ondervinden zelf hinder doordat uitbreidingsmogelijkheden ontbreken. Waar mogelijk werkt de gemeente mee aan deze verplaatsingen waarbij op de vrijgekomen locaties woningbouw kan worden mogelijk gemaakt.
De gemeente houdt een deel van haar plancapaciteit beschikbaar voor deze kwalitatieve verbeteringen. Het gebied van de IJzergieterij is zo’n locatie.
Afbeelding 3.2: uitsnede deelkaart ‘Werken’ uit de Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 (het globale plangebied is rood omcirkeld).
In de structuurvisie wordt het gebied van de IJzergieterij aangewezen als herstructureringsgebied. In de visie wordt geconstateerd dat er opvallend weinig woonbebouwing in Hardinxveld-Giessendam een relatie heeft met de rivier. De locatie IJzergieterij wordt genoemd als kansrijke locatie om opnieuw een relatie te maken tussen het woongebied van Hardinxveld-Giessendam en de Merwede. Als er in het stedelijk gebied van de gemeente een plek is voor hoogbouw, dan is het op de voorliggende locatie. Hoogbouw sluit aan op de grote schaal van de rivier, de snelweg en de gebouwen van de scheepswerven. De locatie heeft wat betreft de ligging ten opzichte van de A15 geen onoplosbare randvoorwaarden en een perfecte oriëntatie op het zuiden en het landschap. Daarbij zal zeker aandacht moeten zijn voor de milieugevolgen van de rioolwaterzuivering, en veiligheidsaspecten rond de Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
19
Merwede. In de berekening van de woningbouw capaciteit wordt er uitgegaan van 150 woningen die in het gebied gerealiseerd kunnen worden. In bovenstaande afbeelding is de ontwikkellocatie aangeduid. Volgens de Visie 2030 is het gebied aangewezen als zoekgebied voor een woon-werklandschap. Hiermee sorteert de gemeente voor op de ontwikkeling van het voorliggende gebied. Verkeersbeleid In 2012 is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van dit plan is het vastleggen van het beleid op het gebied van verkeer en vervoer in de gemeente Hardinxveld-Giessendam voor de periode 2012 tot 2022, dat aansluit bij de ambities en speerpunten die de gemeente heeft, maar tevens past binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. Deelaspecten van het beleidsterrein verkeer en vervoer en raakvlakken met andere beleidsterreinen worden in dit plan bij elkaar gebracht, wat resulteert in een integrale visie op verkeer- en vervoerbeleid in de gemeente HardinxveldGiessendam. Om uitvoering te geven aan het opgestelde gemeentelijke beleid wordt het plan vergezeld van een uitvoeringsprogramma met daarin maatregelen en projecten. Voor de ontsluiting van het gebied worden de straten die haaks op de dijk staan gekoppeld door een straat achter de appartementen.
Langs de west- en oostflanken wordt een parkeerlaag onder de appartementen ontsloten die deels openbaar toegankelijk is. Het verkeer wikkelt zich af via de Peulenstraat-zuid en de Rivierdijk richting het centrum en de A15. De bestaande aansluiting van de Rivierdijk met de Nieuweweg dient aangepast te worden om de toenemende verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. Uit onderzoek blijkt dat vanwege de toename van verkeer er maatregelen moeten worden genomen om te zorgen voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer, met name voor de kwetsbare verkeersdeelnemers ( fietsers en voetgangers). Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn de aansluiting van de Rivierdijk met de Nieuweweg en de inrichting van de Rivierdijk ter plaatse van de locatie IJzergieterij. Een optie is bijvoorbeeld een aanpassing van de kruising van de Rivierdijk met de Nieuweweg door middel van het aanbrengen van een zogenaamd ‘middeneiland’. Parkeren wordt gerealiseerd door middel van langsparkeren in de woonstraten en een aantal parkeerkoffers in de bouwvelden die worden ontsloten vanuit de lussen. Langzaam verkeer maakt ook gebruik van deze ontsluiting, gecombineerd met een netwerk van paden met verbindingen naar het water. Voor een veilige en herkenbare weginrichting is het belangrijk dat alle wegen zoveel mogelijk worden ingericht conform de Essentiële HerkenbaarheidsKenmerken (EHK).
Volgens de principes van Duurzaam Veilig moet een weggebruiker bijna als vanzelf het gewenste gedrag op een bepaald type weg vertonen. De EHK maken de wegcategorieën voor de weggebruiker beter herkenbaar. Groenbeleidsplan Het groenbeleidsplan vormt de basis voor het gemeentelijk groenbeleid op de langere termijn. In het plan zijn randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd die dienst kunnen doen als toetsingskader waar het gaat om belangenafwegingen tussen het groen enerzijds en andere aspecten anderzijds. Het plan is richtinggevend en heeft een vergelijkbare status als andere gemeentelijke beleidsplannen. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan. Voor het plangebied zijn in het Groenbeleidsplan geen concrete uitgangspunten opgenomen.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
20
Bomenbeleidsplan en Groene Kaart Het bomenbeleidsplan (en de daarbij behorende Groene Kaart) vormt een uitwerking van het Groenbeleidsplan en geeft invulling aan de wens om de bomenverordening te vereenvoudigen. Op de Groene Kaart zijn de bomen die zich binnen de belangrijkste boomstructuren van de gemeente bevinden en bomen met een bijzondere status opgenomen. De laatstgenoemde bomen staan op de lijst waardevolle bomen. Voor het plangebied zijn in het Bomenbeleidsplan en op de Groene Kaart geen concrete uitgangspunten opgenomen.
Afbeelding 3.3: uitsnede Groene Kaart
In het plangebied zijn geen waardevolle bomen of houtopstanden aanwezig. Het bomenbeleidsplan vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. Stedelijk Waterplan In 2003 hebben gemeente en waterschap een stedelijk waterplan voor Hardinxveld-Giessendam opgesteld. Na vaststelling van het waterplan in 2003 zijn diverse projecten gestart. Deze projecten zijn inmiddels allemaal afgerond. In 2010 en 2011 hebben de gemeente en het waterschap het waterplan geëvalueerd, en zijn tot de conclusie gekomen dat de doelen uit het plan zijn behaald. Het voorliggende bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om beherende maatregelen uit te voeren. Bovendien wordt voorzien in voldoende mogelijkheden voor waterberging (zie waterparagraaf).
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
21
4.5
Ruimtelijke structuur Ontstaansgeschiedenis De gemeente Hardinxveld-Giessendam maakt deel uit van de Alblasserwaard. De authentieke structuur van het landschap is vaak rechtstreeks te herleiden tot de periode van de Middeleeuwse veenontginningen. Het slagenlandschap van de Alblasserwaard, dat zich manifesteert als een open en weidse polder, werd en wordt nog steeds voornamelijk gebruikt als agrarisch productiegebied in de vorm van veenweiden. Het gebied heeft daarom in cultuurhistorisch opzicht een grote waarde. Hardinxveld en Giessendam behoren tot de oudste ontginningscentra van de Alblasserwaard. Vanuit de oeverwal aan de benedenloop van het veenriviertje de Buiten-Giessen zijn in noordwestelijke richting de afwateringssloten gegraven. Aangenomen wordt dat het gebied rond Hardinxveld-Giessendam al in 1270 geheel is ontgonnen. Archeologische vondsten op de oevers van de Buiten-Giessen geven aan dat de eerste intensieve bewoning al plaatsvond in de 11e eeuw. Deze bewoning heeft zich ontwikkeld langs de (Buiten-)Giessen en heeft geleid tot de karakteristieke lintbebouwing op de oeverwallen: een reeks boerderijen die het ontgonnen land aan de achterzijde gebruikten voor agrarische productie. In de loop de eeuwen is de ruimte tussen de boerderijen en de Buiten-Giessen ingevuld met bebouwing.
Door inklinking van de polders en verzanding van de rivier ontstond de noodzaak om het ontgonnen land te beschermen tegen overstromingen bij hoogtij. De rivier de Merwede werd bedijkt en in de Giessen werd een dam aangelegd om Giessendam buiten de getijden van de rivier te houden: Giessendam was een feit. Hardinxveld-Giessendam maakt deel uit van een langs de rivier gelegen ‘verstedelijkingsreeks’ vanaf Gorinchem tot aan Rotterdam. De ontwikkeling van deze ‘bandstad’ kan gerelateerd worden aan de aanleg van de infrastructuur aan het eind van de 19e en in de loop van de 20e eeuw. De belangrijke economische aders zijn de spoorlijn, de auto(snel)wegen en de Merwede. De kernen hebben zich vanaf hun ontstaan in de 13e eeuw tot de 20e eeuw nauwelijks ontwikkeld. Er heeft voornamelijk verdichting plaatsgevonden in de lintbebouwing. De industrialisatie en de mobiliteitstoename hebben Hardinxveld en Giessendam in de 20e eeuw explosief doen groeien. De kernen van Giessendam en Neder-Hardinxveld zijn aan elkaar gegroeid, terwijl Boven-Hardinxveld een kleine afzonderlijke kern is gebleven. In 1957 zijn de gemeenten samengevoegd tot de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De historische ontwikkeling is nog steeds goed waarneembaar en bepaalt in grote mate het karakter van de gemeente.
Hardinxveld-Giessendam heeft zich in de laatste decennia van de 20ste eeuw voornamelijk in westelijke richting uitgebreid met de woonwijken West I en II en De Blauwe Zoom. Het gebied rond de IJzergieterij wordt gedomineerd door de Merwede, langs de rivier is veel watergerelateerde bedrijvigheid te vinden.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
22
5
WATER
5.1
Inleiding Op grond van de “Handreiking Watertoets 2; samenwerken aan water in ruimtelijke plannen” alsmede artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij het opstellen van bestemmingsplannen in een vroegtijdig stadium overleg plaats te vinden met de betrokken waterbeheerder. Daarnaast worden initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen verplicht “een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding” (3.1.6. eerste lid, sub b Besluit ruimtelijke ordening) op te nemen in de toelichting van bestemmingsplannen. Dat betekent dat elk plan moet worden voorzien van een zogenoemde “waterparagraaf”, die tenminste de volgende elementen bevat: • een omschrijving van de te verwachten effecten van de ruimtelijke ingreep op de waterkeringszorg en de waterhuishouding. Het inundatierisico en de consequenties voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de riolering worden behandeld; een beschrijving van de wijze waarop de initiatiefnemer het wateradvies van de waterbeheerder(s) heeft verwerkt. Indien wordt afgeweken van het wateradvies dient daarvoor een motivering te worden opgenomen; • een beschrijving van de wijze waarop het wateradvies vertaald wordt naar de regels en de verbeelding geometrische plaatsbepaling.
5.2
Kader Europees en rijksbeleid Nationaal Waterplan De waterplannen geven het landelijke, respectievelijk regionale (strategische) waterbeleid weer. Voor het rijk is dit vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP). Het NWP geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP is op 10 december 2015 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd- watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en toonaangevend voorbeeld in de wereld.
Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: 1. integraal waterbeheer: het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet)water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen; Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
23
2. afwenteling voorkomen: het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Om afwenteling te voorkomen, maken beheerders onderling afspraken over acceptabele hoeveelheden en de kwaliteit van het te ontvangen water. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de tritsen vasthouden-bergen-afvoeren en schoonhouden-scheiden-schoonmaken, deze verantwoordelijkheid geldt tevens voor de toekomstige perceeleigenaren; 3. ruimte en water verbinden: bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Het doel is dat de scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of elkaar versterken. Met deze aanpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten.
De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. De waterschappen hebben een bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen voor grondwateronttrekkingen, bemalingen en infiltraties, met uitzondering van onttrekkingen voor drinkwater, koude en warmteopslag en grote industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Gemeenten hebben verdergaande taken en bevoegdheden in het kader van de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater in de riolering en voor hemelwater en grondwater. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid Op 29 juni 2016 is het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 in werking getreden. Het plan is een herziening van het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015. Op grond van artikel 4.8 Waterwet dient het waterplan eens in de zes jaar door Provinciale Staten te worden herzien.
Het Hoofdlijnenakkoord 2015 – 2019 van het college van Gedeputeerde Staten schetst de ambitie om beleid zo veel mogelijk integraal vorm te geven en te anticiperen op de visie die ten grondslag ligt aan de Omgevingswet. Specifiek voor het regionale waterbeleid is hieraan voldaan met de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) en de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water. Dit maakt een volledig nieuw regionaal waterplan overbodig. Het planherzieningsbesluit bevat geen nieuw beleid. Het verwijst naar de diverse vastgestelde beleidsdocumenten waarin het waterbeleid inmiddels geactualiseerd is opgenomen. Verder benoemt het besluit op welke onderdelen het beleid van het Provinciaal waterplan Zuid-Holland 2010 - 2015 van kracht blijft. Het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 en het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015.
Bestemmingsplan “IJzergieterij” Toelichting Vaststelling
24
Beleid waterbeheerder De waterbeheerder ter plaatse van het plangebied is het Waterschap Rivierenland. Daarnaast is de Beneden Merwede inclusief de buitendijks gelegen gronden in beheer bij Rijkswaterstaat. Het Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland heeft in november 2015 het Waterbeheerplan 2016-2021 vastgesteld. De doelen in de planperiode zijn onderverdeeld in drie thema’s: waterveiligheid, watersysteem en waterketen. Waterveiligheid gaat over maatregelen aan dijken en het beheer hiervan. Tevens is het waterschap verantwoordelijk voor voldoende en schoon water in het gehele watersysteem. Er wordt gezorgd voor de aan- en afvoer van water, een goed waterpeil en goede grondwatercondities. Het derde thema hangt hier nauw mee samen, het zuiveren van het water in de waterketen. Daarnaast is het doel dat in 2027 de KRW-doelstellingen voor de waterkwaliteit worden gehaald. Hiervoor is het nodig in de periode 2016 tot en met 2021 een groot aantal maatregelen te treffen om vooral de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Ook het stedelijk gebied zal klimaatbestendig moeten worden gemaakt. Samen met de gemeenten wordt in de planperiode verder ingegaan op de ingeslagen weg om het waterbergend vermogen van stedelijk water te vergroten en de waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast geeft het Waterschap met de gemeenten verder vorm aan de samenwerking in de afvalwaterketen.