Beantwoording technische vragen T@B over raadsvoorstel Programmabegroting 2026-2029.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
Programmabegroting 2026-2029
Naam steller: Partij:
Arie de Rooij T@B
Categorie:
Technische vragen over geagendeerde stukken
Vraag 1: Pagina 6: Waarom is gekozen voor peildatum januari 2025 voor inwonersaantal? Het CBS aantal per september is 19.398. September wordt ook gebruikt bij de overige parameters. Reactie college Het aantal inwoners gebruiken wij onder andere voor de bepaling van enkele voorgeschreven beleidsindicatoren (formatie, bezetting en apparaatskosten per inwoner, zie pagina 99 van de begroting). Voor de vergelijkbaarheid met andere gemeenten is januari voorafgaande aan het begrotingsjaar het uitgangspunt. De overige parameters gebruiken we niet voor de vergelijking met andere gemeenten, hier nemen we de meest actuele informatie om een zo reëel mogelijke begroting op te stellen. Vraag 2: Pagina 7/8: “Knop toevoegen van inkomsten” Het college geeft aan dat het onvermijdelijk is om de “knop toevoegen van inkomsten” in te zetten, en dat de eerste verhoging vooral begrotingstechnisch is. In het overzicht op pagina 8 zijn de OZBopbrengsten van 2026 t/m 2029 weergegeven. Betreft dit de extra opbrengsten die voortkomen uit de verhoging van de OZB? Reactie college Het gaat in de laatste regel voor het eindsaldo inderdaad om extra opbrengsten ten opzichte van de huidige begroting. Vraag 3: Pagina 7/8: Het is op dit moment niet goed te herleiden wat precies de oorzaak en omvang is van de stijgende OZB-opbrengsten. In het overzicht worden meerdere bedragen onder de noemer OZB genoemd.
Kunt u toelichten welke bedragen de reguliere groei (zoals areaaluitbreiding of indexatie) betreffen, en welke bedragen daar bovenop komen? Reactie college In het overzicht op pagina 8 zijn de volgende stappen gezet: 1. OZB-verhoging zoals opgenomen in de PPN 2026-2029 is overgenomen in de tabel als vertrekpunt. 2. Elimineren OZB-verhoging PPN 2026-2029. De reden hiervan is om eerst het totaalbeeld van de begroting te schetsen als gevolg van alle andere mutaties (kostenverhogend én kostenbesparend). 3. Aansluiting naar huidig saldo: hier is een berekening gemaakt wat de extra opbrengst is als we rekenen met de verwachte waardestijging in 2026, maar nog zonder extra opbrengst in lijn met de PPN 2026-2029. Dat is als volgt gedaan. Eerst is een nieuw tarief berekend: huidig tarief
plus reguliere indexatie van 3,3 minus verwachte waardestijging in 2026. Dat leidt tot een nieuw percentage. Dit nieuwe percentage is maal de totaal verwachte waarde in 2026 gedaan. Dit leidt tot een extra opbrengst. 4. Vervolgens is de extra opbrengst vanuit de PPN 2026-2029 opgenomen (laatste rij voor het eindsaldo). Om zo weer te geven dat het na alle genomen maatregelen de laatste draaiknop is die leidt tot een solide begroting.
1
2
3
4
Vraag 4: Welke scenario’s zijn doorgerekend voor het verhogen van de OZB? Reactie college Vanuit het voorkeursscenario vanuit de Perspectiefnota (PPN) 2026-2029 zijn er richting de begroting vier scenario's bekeken: 1. Geen extra OZB-verhoging en geen extra onttrekking uit reserves 2. Geen of beperkte OZB-verhoging in combinatie met extra onttrekkingen uit reserves in 2026 3. OZB-verhoging conform PPN zonder extra onttrekkingen uit de reserves 2026 (gekozen scenario voorliggende begroting) 4. OZB-verhoging conform PPN én extra onttrekkingen in 2026 uit de reserves (voorkeursscenario PPN 2026-2029) Scenario 1 zou betekenen dat een aantal gewenste (met name ruimtelijke) opgaven niet financieel vertaald kunnen worden en daarmee ook de komende jaren niet tot uitvoering kunnen komen. Daarmee is dit scenario voor het college afgevallen.
-2-
Scenario 2 is bij nadere beschouwing ook afgevallen. Dat heeft twee redenen. Allereerst zou dit betekenen dat we verder interen op de reserves. Gezien de financiële positie van onze gemeente, zoals aan de raad is gepresenteerd door Deloitte is het voor een stevig financieel fundament onverstandig om nog langer in te teren op de reservepositie. Ten tweede zou het niet of beperkt verhogen van de OZB meerjarig niet toereikend zijn in relatie tot onze opgaven. Scenario 4 was het vertrekpunt vanuit de perspectiefnota. Daarin was een extra verhoging van de OZB opgenomen én een onttrekking van €800.000 uit de reserves om alle kosten in 2026 te kunnen dekken. Op basis van de actuele cijfers is het niet noodzakelijk om beide maatregelen door te voeren. Gezien het feit dat we de afgelopen jaren een neergaande lijn hadden qua omvang van reserves, terwijl grootschalige investeringen uitbleven, is het wenselijk om de omvang weer toe te laten nemen. Dit gegeven en het feit dat OZB-inkomsten een structureel effect hebben, heeft ertoe geleid dat scenario 3 doorgevoerd is in de begroting. Vraag 5: Hoe verhoudt de beoogde OZB verhoging zich tot de omliggende gemeenten Reactie college Aangezien begrotingen en definitieve belastingverordeningen in omliggende gemeenten nog niet vastgesteld zijn is er op dit moment nog geen definitieve vooruitblik te geven als het gaat om onderlinge vergelijking.
Daarnaast is het per definitie lastig om gemeenten die niet hetzelfde zijn onderling met elkaar te vergelijken. Elke gemeente heeft een andere sociale en fysieke structuur, waardoor de algemene uitkering vanuit het Rijk ook anders uitvalt (de belangrijkste inkomstenbron van een gemeente). Ook de gemiddelde woningwaardes wijken onderling van elkaar af, waardoor de gemiddelde woonlasten vanzelfsprekend ook niet goed met elkaar te vergelijken zijn. Eerder is bij de beantwoording van de technische vragen rondom de Perspectiefnota 2026-2029 een tabel gedeeld met een overzicht van onze en omliggende gemeenten over de afgelopen jaren. Deze kan dus enkel gebruikt worden als terugblik. Vraag 6: Pagina 7 In de eerste alinea spreekt u over logische, welke logische ontwikkelingen? Daarnaast spreekt u over het vergroten van de armslag, waarom? Reactie college Logische ontwikkelingen in de zin dat het ontwikkelingen/opgaven zijn waarover de afgelopen besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden en/of besluitvorming de komende tijd op de planning staat. Denk aan de ontwikkeling van ’t Oog, scholenbouw, de ontwikkelingen in het centrum, Sporthal de Wielewaal, maar ook beheerplannen om bijvoorbeeld onze wegen en bruggen in goede staat te houden. Dat gaat niet zonder investeringen en daar is dus financiële armslag voor nodig.
Vraag 7: Pagina 8 Wat is de ratio om gunstig te mogen / kunnen lenen qua eigen vermogen? Reactie college In tegenstelling tot het bedrijfsleven zijn wij voor gunstige leningsvoorwaarden niet afhankelijk van een bepaalde vermogensratio. De gemeente betaalt een iets hogere rente dan de rijksoverheid, omdat de financiën van een gemeente impliciet door het rijk worden gegarandeerd via de Financiële verhoudingenwet (de wet Fido). Wel dient de gemeente zich te houden aan de regels in de wet fido. Belangrijke elementen in deze wet zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. In de paragraaf financiering in de begroting worden de laatste onderdelen toegelicht.
-3-
Vraag 8: Kunnen we als gemeente kapitaal aantrekken en zo ja, welk kapitaal? Reactie college Ja de gemeente kan kapitaal aantrekken. Het gaat hierbij alleen om kortlopende en langlopende financiering. Vraag 9: Pagina 11 Reconstructie Nieuweweg-Rivierdijk; hier staat uitvoering ten laste van Ontwikkelaar IJzergieterij; terwijl op pagina 111 € 491.605 wordt gereserveerd. Is dit dezelfde kruising? Reactie college De omschrijving in de begroting op pagina 11 is per abuis onjuist vermeld. Het woord ‘ontwikkelaar’ had ‘ontwikkeling’ moeten zijn. Het krediet IJzergieterij bestaat uit een deel dat bestemd is voor de herinrichting van de kruising Nieuweweg-Rivierdijk en een deel voor een kwaliteitsimpuls van het waterfront. Het betreft het inrichten van het gedeelte fietspad op de dijk naar en langs de IJzergieterij. Er is in dit verband eerder gesproken over de zogenaamde Merwedeboulevard gedachte. Het podium ter hoogte van de middelste woontoren van de IJzergieterij is hiervan het belangrijkste onderdeel. Dit project is ook onderdeel van bijdrage uit de Regiodeal. Vraag 10: Pagina 12 U zegt: We starten met de voorbereiding van de herinrichting spoorwegovergang indien eind 2025 besloten wordt tot deze herinrichting. Welke spoorwegovergang? Reactie college Dit is de spoorwegovergang bij Binnendams, kruispunt Spoorweg/Binnendams met de Parallelweg/Stationsstraat.
Vraag 11: Pagina 15 Er is een bedrag opgenomen voor een nieuw registratiesysteem. U zegt dat een partij zich teruggetrokken heeft en een andere partij tot een ander financieel kostenbeeld komt. Waarom is deze partij eruit gestapt? Reactie college We stonden op het punt over te stappen op hetzelfde systeem dat ook door andere teams in de regio wordt gebruikt, geleverd door Stichting Jeugdteams. In verband met de fusie tussen Stichting Jeugdteams en MEEVivenz heeft de stichting echter laten weten dat zij dit systeem niet aanbieden aan gemeenten die geen gebruik maken van hun dienstverlening. Vraag 12: Pagina 19 Wanneer kunnen we het eindresultaat van het kostendekkendheids onderzoek voor de reinigingsrechten en hondenbelasting verwachten? Reactie college Daar is op dit moment nog geen planning voor. Zodra hier meer zicht op is wordt de raad hierover geïnformeerd. Vraag 13: Pagina 21 Kunnen we de post onvoorzien schrappen? Deze post lijkt nooit aangesproken te worden. Reactie college -4-
Het is technisch mogelijk om de post te schrappen, er zijn geen richtlijnen die deze post voorschrijven. De post onvoorzien kan het college aanwenden voor uitgaven die onvoorzien, onontkombaar en onuitstelbaar zijn. In 2025 hebben wij deze post (€ 25.000) voor € 10.000 aangesproken voor de regionale regiegroep ombuigingen, bestaande uit de wethouders Financiën van de Drechtsteden. In de halfjaarrapportage 2025 bent u hierover geïnformeerd zie onder andere pagina 37. De post geeft het college de mogelijkheid om snel een besluit te kunnen nemen over de dekking van onvoorziene uitgaven. Vraag 14: Pagina 23 De personeelsomvang voldoet om wettelijke taken en lokale ambities uit te voeren, toch is het noodzakelijk om op een aantal vlakken het personeelsbestand uit te breiden met €318.757, welke vlakken zijn dit? Reactie college In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt aangegeven dat de ambtelijke organisatie grotendeels op orde is. Daarnaast wordt in de begroting verwezen naar het organisatieplan: In dit plan wordt aangegeven op welke wijze de organisatie ingericht moet zijn om uitvoering te kunnen geven aan het huidige taken- en ambitieniveau. Om het organisatieplan te kunnen uitvoeren en te zorgen voor een organisatie waarvan de basis op orde is, zijn hierin aanpassingen van het personeelsbestand opgenomen.
Het gaat daarbij om verschillende personele aanpassingen: het toevoegen van nieuwe functies, het uitbreiden van bestaande functies, en aanpassingen in inschaling en het afvoeren van een bestaande functie. Daarbij ligt, in lijn met de adviezen van Deloitte/DeReeder, het accent op het toevoegen van stuurrollen en het vergroten van het strategisch vermogen. Het gaat daarbij om 10 aanpassingen in het personeelsbestand die gezamenlijk een financieel effect van € 318.757 hebben. Vraag 15: Pagina 27 Kwijtscheldingsbedragen gaat naar €150.000, dit is in vergelijk met de afgelopen jaren een stevige verhoging. Hoe komt dit? Reactie college De kwijtscheldingsregeling wordt uitgevoerd door SVHW, op basis van de door ons vastgesteld verordening. In 2025 is reeds voor een bedrag van circa € 140.000 aan kwijtscheldingen verstrekt, waardoor we het bedrag voor 2026 hebben verhoogd in de begroting. Waar de exacte stijging door wordt veroorzaakt is lastig aan te geven, het is bijvoorbeeld mogelijk dat inwoners in het verleden onvoldoende bekend waren met de regeling of dat meer inwoners het financieel slechter hebben waardoor zij nu wel in aanmerking komen voor kwijtschelding. In de regelgeving heeft geen wijziging plaatsgevonden. Vraag 16: Pagina 28-29 Voor wat betreft de OZB lijkt het alsof er fouten staan in de tekst. Op blz. 29 staat 0,1077% in 2026 op blz, 28 staat dit in 2025.
Vervolgens op blz 28 staat dat de woonlasten in 2024 met 7,8% zijn gestegen maar dat moet 2025 zijn want in 2024 zijn ze met 2,8% gestegen, verwarrend voor de lezer. Kloppen deze constateringen? Hoe komt u aan het toegevoegde bedrag van €487.500? Reactie college In de gestelde vraag staan meerdere onderdelen. Hieronder vindt u per punt een antwoord. • Het tarief in 2025 voor woningen was in 2025 0,1077%. Dit tarief is vervolgens gecorrigeerd door inflatie (3,3%) en verwachte waardeontwikkeling (9,47%). Aangezien de waardeontwikkeling hoger is dan de inflatie zou het tarief in 2026 dalen naar 0,1007%. In dit tarief zit echter nog geen extra verhoging van de OZB. Er is gerekend met hoeveel procentpunten het percentage moet stijgen om de extra opbrengst van 243.750 (de helft van €487.500 verdeeld over woningen en niet-woningen). Dit is 0,0070271%. Dit is toegevoegd aan het percentage van 0,1007% wat er netto op uitkomt dat het percentage in 2026 hetzelfde is als in 2025. Dat is dus geen fout.
-5-
• •
De opmerking over de stijging van de woonlasten in 2024 en 2025 is terecht. In de betreffende tabel op p.28 staan de juiste percentages, maar in de tekstuele toelichting hierop is per abuis het jaar 2024 genoemd, terwijl dit 2025 had moeten zijn. Het toegevoegde bedrag van €487.500 is het bedrag wat opgenomen was in het voorkeursscenario van de PPN 2026-2029 om de financiële vertaling van alle opgaven te kunnen dragen.
Vraag 17: Pagina 30 Hoofdstuk 14 Markten is 79% kostendekkend. Op de markten staan ondernemers, waarom is deze post niet 100% kostendekkend. Reactie college De directe lasten en loonkosten zijn nagenoeg gelijk aan de totale baten van de markten. In de berekening van de kostendekkendheid houden wij rekening met een overheadpercentage over de totale loonkosten. Dit beïnvloedt de kostendekkendheid van de markt waardoor deze lager uitkomt. Vraag 18: Pagina 33 Algemene reserve: wat zijn specifieke gelabelde uitgaven? Reactie college Dit zijn middelen die aan de algemene reserve zijn toegevoegd via besluitvorming bij een P&C product (veelal bij de jaarrekening). Het betreffen middelen die in een jaar niet zijn uitgegeven, omdat de activiteit waar deze middelen voor bestemd waren niet zijn uitgevoerd. Deze middelen zijn benodigd in een volgend jaar en worden vooralsnog toegevoegd aan de algemene reserve. Als de activiteiten het jaar erop worden uitgevoerd worden de middelen aan de algemene reserve onttrokken. We spreken van gelabelde uitgaven omdat de middelen die we toevoegen alleen gebruikt mogen worden voor de activiteiten die in een ander jaar alsnog worden uitgevoerd. Vraag 19: Pagina 35 Risicomatrix, Leerlingenvervoer. Is het risico na de aanbesteding in september nog relevant? Reactie college Ja, dit blijft relevant. Leerlingenvervoer is een open-einde-regeling.
Dit houdt in dat op elk moment er een nieuwe leerling zich kan melden voor het leerlingenvervoer. Waarbij scholen dichtbij geen groot risico vormen, maar scholen verder weg gelegen zeker. Vraag 20: Pagina 36 Eenmansposten: Het college geeft aan dat de gemeente beschikt over een relatief groot aantal eenmansposten en dat dit een groot risico vormt. - Kan het college aangeven op welke beleidsterreinen of afdelingen deze eenmansposten zich bevinden? - Dit risico komt jaarlijks terug bij de begrotingsbehandelingen. Is dit intern besproken in het licht van de aanbevelingen van Deloitte en De Reeder, waarin wordt geadviseerd om de organisatie minder afhankelijk te maken van externe inhuur en individuele functies? - Welke rol kan de SGD (Service Gemeente Dordrecht) hierin spelen om de kwetsbaarheid te verminderen? Reactie college Er is niet specifiek aan te geven om welke posten dit gaat. Door de gehele organisatie heen is er namelijk sprake van specifieke werkgebieden, waarbij overname door werkzaamheden door collegamedewerkers beperkt mogelijk is. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan een weg- of rioolbeheerder en een beleidsmedewerker onderwijshuisvesting. Met name bij langdurige afwezigheid vraagt dit om externe inzet.
-6-
Ten aanzien van de aanbevelingen van Deloitte en De Reeder is hier blijvende aandacht voor, maar gezien de omvang van de organisatie niet altijd mogelijk. Overigens geldt daarbij ook dat op bepaalde vakgebieden het vinden van (geschikte) kandidaten blijvend moeilijk is. De vraag van over de rol van de SGD: daar waar mogelijk zoeken wij naar mogelijkheden om hierin samen te werken. Dat geldt overigens niet alleen voor de SGD, maar ook de Drechtstedengemeenten. Tegelijkertijd is de praktijk dat op de gebieden waar behoefte is aan (externe) inzet bij onze gemeente dit zich ook bij andere gemeenten dit zich voordoet. Vraag 21: Kunt u de indexatiecijfers van de afgelopen 3 jaar (2023, 2024, 2025) van de maatwerkvoorziening WMO geven? Reactie college Het indexatiecijfer verschilt per maatwerkvoorziening. De percentages verschillen namelijk per contract, omdat we in het ene geval te maken hebben met de CPI en in het andere geval met andere indexcijfers én CAO-wijzigingen. Maatwerkvoorziening 2023 Huishoudelijke 1-1-2023: ondersteuning 3% 1-3-2023: CAO wijziging 4,15%
2024 2,35% + CAO wijziging 7,88%
1-10-2023: CAO wijziging 7% Individuele begeleiding 1-1-2023 1-5-2024 en dagbesteding 4,75% 5,71%
2025 Toelichting Nieuw contract, Indexatie vond jaarlijks plaats.. Het nieuwe gewogen overall indexatiepercentage systematiek per jaar was 2,35% exclusief effecten van CAO wijzigingen gedurende de contractperiode. Nieuwe CAO afspraken zijn per betreffende datum aangepast en doorgerekend in de tarieven. 1-1-2025 4,91%
CAO wijzigingen inbegrepen
1-5-2023 2% Hulpmiddelen 13,10% 0% Aanpassingen keuken- 7,60% 3,80% badkamer Trapliften 0% 0% Plafondliften Nieuw contract 3% Woonvoorzieningen 10% 3,20%
3% Nieuwe contractering 14% 2,90% Nieuwe contractering Deurautomaten 10% 3,20% Nieuwe contractering Vervoer Drechthopper / Volgt begroting Volgt begroting Volgt begroting CAO wijzigingen inbegrepen Wijkhopper en jaarrekening en jaarrekening en jaarrekening Stroomlijn Stroomlijn Stroomlijn
Vraag 22: Pagina 41 Materiele Vaste Activa: Machines, apparaten en installaties begroot u €3.241.000 in 2026 in vergelijking met €390.000 in 2025. Kunt u dit grote verschil verklaren? Reactie college Het verschil wordt grotendeels veroorzaakt door de technische installaties voor het Huis van de Gemeente. Vraag 23: Pagina 42 Beheerplan Wegen: Wederom is door personele omstandigheden de vaststelling van het wegenbeheerplan opgeschoven naar medio 2026 terwijl u zegt dat het personeelsbestand op orde is. Kunt u dit toelichten? -7-
Reactie college Hoewel het personeelsbestand zoals in de begroting is aangegeven grotendeels op orde is, zijn er een aantal aandachtspunten. In dit geval is er sprake van een langdurig openstaande vacature. Er zijn door HR samen met het team al meerdere acties ondernomen om de functie ingevuld te krijgen. Ook op interim basis is de invulling slechts mogelijk gebleken met een parttime contract. Het regulier onderhoud op basis van weginspecties wordt uitgevoerd. Dat gebeurt binnen de beschikbare middelen. Daarmee is er echter helaas te weinig tijd/capaciteit om het beheerplan in 2025 af te ronden. Vraag 24: Pagina 51 Renteontwikkeling. Hier praat u over basispunten. Wat zijn basispunten en wat houdt dit in? Reactie college Een basispunt is een eenheid van 0,01% en wordt gebruikt om kleine veranderingen in rentes en andere financiële instrumenten uit te drukken. Eén procentpunt is gelijk aan 100 basispunten. Een basispunt is 0,01%. Een opslag van bijvoorbeeld 90 basispunten is dus 0,90%. Vraag 25: Pagina 53 Waarom wordt er reeds uitgegaan van een maximale lening van €8.6 miljoen? In de begroting 2025-2028 spreekt u over een nog aan te trekken lening van 10 miljoen. Waar is deze gebleven in de begroting van 2026-2029? Reactie college De € 8,6 miljoen is de beoogde projectfinanciering voor het Huis van de Gemeente.
Via periodieke actualisatie van de liquiditeitenplanning en de bijbehorende financieringsbehoefte wordt gemonitord of en wanneer er langlopende leningen moeten worden aangetrokken. Hierbij geldt ook de overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende een aantal kwartalen (zie ook beantwoording bij vraag 7). De € 10 miljoen hebben wij in 2024 conform de programmabegroting 2025-2028 aangetrokken verdeeld over 2 leningen van 5 miljoen. Deze leningen met laatste aflossing in 2074 en 2028 kunt u terugzien in het overzicht bovenaan pagina 53. Vraag 26: Pagina 74 Op pagina 74 staat MVA G18 – Zwembad Duikelaar e.o. als actief. Op pagina 83 staat MVA G18 Buitenzwembad e.o. geen boekwaarde en geen toelichting. Waarom niet? Daarnaast wordt over G18 als enige geen toelichting gegeven over de voortgang. Waarom niet? Reactie college Het project Buitenzwembad zit in de voorraad met MVA. Er is alleen op dit moment geen nieuwe particuliere initiatiefnemer om een buitenzwembad te ontwikkelen, aangezien de vorige initiatiefnemer zich vorig jaar heeft teruggetrokken. Het project staat nu op pauze, omdat de gemeente samen met Sliedrecht bezig is met de verkenning van een gezamenlijk zwembad. Zodra die verkenning is afgerond kan worden bezien of en hoe de ontwikkeling van de buitenzwembadlocatie naast de Duikelaar verder uitgewerkt dient te worden. Om die redenen staat het in de MVA.
Vraag 27: Pagina 100 2.5 Wat valt eronder de post ‘openbaar vervoer’ en kunt u hier een kostenverdeling van geven? Reactie college Buiten een gering bedrag aan kapitaallasten (circa € 500), betreft dit de bijdrage aan de gemeente Gorinchem voor de veerdienst. Vraag 28:
-8-
Pagina: 3.6 Overzicht beoogde incidentele en structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Wat is de ‘bestemmingsreverve voorzieningsniveau B-H veld’? Reactie college De bestemmingsreserve voorzieningsniveau B-H-veld is via de nota Reserves & Voorzieningen 2021 gevormd. Het doel van deze reserve was destijds: Tijdelijke huisvesting/inrichting van de Regenboogschool. De reserve wordt ingezet ter dekking van de kapitaallasten die horen bij de investering in de Regenboogschool. Vraag 29: Van 2018 tot 2024 viel de jaarrekening positief uit. Hoe schat het college het risico in als we voor 2026 de reguliere OZB verhoging doorvoeren en geen extra OZB verhoging doen? Reactie college Ons uitgangspunt is dat wij een reële begroting opstellen. Een positief jaarrekeningresultaat van het laatste jaar nemen wij, voor zover dit structureel is, mee bij het opstellen van de daar op volgende perspectiefnota. De perspectiefnota wordt vervolgens vertaald naar de begroting, waarbij tevens de structurele effecten van de Halfjaarrapportage worden betrokken. De begroting die nu voorligt is naar onze mening, op basis van de huidige financiële inzichten en de vele opgaven een reële begroting, waarbij een extra OZB verhoging nodig is van € 487.500. Zonder deze verhoging kunnen we geen sluitende begroting presenteren richting de Provincie en gaan we onder preventief toezicht vallen.
Het college vindt dit laatste onverantwoord en onnodig. Vraag 30: In de begroting staat dat de belastingdruk de nationale cijfers niet mag overstijgen. Hoe verhouden onze belastingcijfers zich tot de nationale cijfers? Reactie college Een graadmeter voor de ontwikkeling van de belastingdruk is het jaarlijks onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) naar de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten. Het COELO stelt een jaarlijkse ranking op, in 2025 stonden wij op plaats 230 van de 342 gemeenten (nummer 1 is goedkoopste en nummer 342 is de duurste gemeente). Vraag 31: Hoeveel extra opbrengst verwacht de gemeente precies van de OZB-stapeling tot 2028 en waar gaat dat geld concreet heen? De begroting noemt bedragen, maar de bestemming per jaar blijft onduidelijk. Reactie college De bestemming is nog niet specifiek opgenomen, omdat de gemeenteraad jaarlijks bij de perspectiefnota en vervolgens bij de begroting weegt waar geld aan uitgegeven mag worden en in welke mate daarvoor een OZB-verhoging noodzakelijk en wenselijk is. Met andere woorden bij de behandeling van de eerstvolgende perspectiefnota (juli 2026) wordt een actueel beeld gegeven en is de gemeenteraad aan zet om keuzes te maken. Dat kan praktisch betekenen dat de raad uitspreekt dat de stapeling in stand blijft, dan wel bijgesteld wordt of zelfs komt te vervallen.
Het college kan en wil hier niet op vooruitlopen. De reden om de meerjarige stapeling nu wel op te nemen is dat de stapeling van de opgaven meerjarig druk op de begroting legt. Daarnaast is het wenselijk om de reservepositie van de gemeente te verstevigen. Vraag 32: Hoeveel euro geeft de gemeente jaarlijks uit aan externe inhuur (inclusief Bedrijfsvoering Drechtsteden, IPM en andere inkoop)? Reactie college
-9-
Voor de totale kosten externe inhuur 2024 (3,3 miljoen) verwijzen wij naar de jaarrekening 2024 (pagina 184). Over 2025 verwachten wij op dit moment een totaal aan externe inhuurkosten van € 1,8 miljoen. Daarvan heeft een groot deel (circa €1,4 miljoen) te maken met inhuur gerelateerd aan projecten/investeringen (zoals IPM) en via dekking van SPUK (zoals Crisisopvang vluchtelingen Oekraïne). Vraag 33: Hoe borgt het college dat externe inhuur niet leidt tot hogere kosten en minder lokale betrokkenheid? Zeker bij projecten in de leefomgeving (centrum, ’t Oog) is lokale kennis cruciaal. Reactie college Met name als het gaat om projectleiders wordt doorgaans gekozen voor het betrekken van projectleiders via het Intergemeentelijk Projectmanagement (IPM). Dit is ook toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Het op deze manier werken levert een aantal voordelen op die aansluiten op het borgen van budgetsturing en lokale betrokkenheid. Deze ingezette capaciteit is zo een verlengstuk van de eigen organisatie. Daarbij worden projectleiders van IPM waar mogelijk op meerdere projecten ten behoeve van één gemeente ingezet, zodat zij doorgaans meerdere jaren in een gemeente werkzaam zijn.
Omdat de projectleiders van IPM aan de regio verbonden zijn, bouwen ze lokale kennis op, behouden we hen vanuit goed werkgeverschap voor de regio en daarmee de gemeenten en kunnen zij onderling aan kennisdeling doen. Zo maken de via IPM betrokken projectleiders in die zin regulier onderdeel uit van de gemeentelijke organisatie. Tot slot is er doorgaans sprake van een projectgroep met daarin ‘vaste’ ambtelijke vertegenwoordiging, en daarmee ook op die manier de borging van lokale kennis en contacten. Vraag 34: Slotopmerking: Als wij het goed lezen, zorgt de verhoging van de OZB ervoor dat de begroting sluitend wordt voor alle daaropvolgende jaren. Klopt deze lezing, en kunt u aangeven in welke mate de sluitende begroting afhankelijk is van deze OZB-verhoging? Reactie college Het klopt inderdaad dat de verhoging van de OZB zorgt voor een meerjarig sluitende begroting. Op pagina 8 is het financieel beeld op hoofdlijnen gegeven. Hier ziet u dat het ‘saldo vóór verwerking OZB aanpassing en risicoparagraaf’ een negatief saldo laat zien. Er is in algemene zin geen afhankelijkheid tussen een OZB-verhoging en een sluitende begroting.
In de Perspectiefnota 2026-2029 zijn vijf draaiknoppen genoemd en geduid: - Taken niet, minder of anders uitvoeren - Investeringen in voorzieningen niet of later doen - Verhogen OZB (en/of andere inkomstenbronnen) - Risico gestuurd begroten - Inzet reserves en voorzieningen Vraag 35: OZB, De berekening van de OZB opbrengst is gedaan aan de hand van de prognose 2026 vanuit het SVHW (peildatum september 2025). Vraag: Als de waardeontwikkeling de komende jaren wijzigt, hoe wordt daar mee omgegaan? Reactie college Zie antwoord vraag 31. De waardeontwikkeling wordt jaarlijks betrokken bij het actuele beeld ten tijde van behandeling perspectiefnota en begroting. Op basis van actuele cijfers worden dus de keuzes jaarlijks voorgelegd aan de gemeenteraad. Vraag 36: Ravijnjaar: De Ravijnjaren waren het gesprek van de dag. Nu zegt men dat de effecten minder van invloed zijn dan vooraf werd gedacht en zijn woorden als ravijnjaar in die zin minder van toepassing. Hoe moeten we dit duiden? Reactie college - 10 -
Hoewel het mogelijk is om het ravijnjaar en de gewijzigde stand van zaken uitgebreid te duiden, beperken we het in deze beantwoording tot de hoofdlijn. Vanaf 2019 is de algemene uitkering met € 12,5 miljard gegroeid van € 30,9 miljard in 2019 naar € 43,9 miljard in 2024 (42%). Het Rijk heeft de systematiek van de algemene uitkering vanaf 2024 gewijzigd. Dit zou aanvankelijk met name in 2026 leiden tot een afname van circa €4 miljard in de uitkering naar de gemeenten. Het Rijk heeft dit door middel van circulaires inmiddels bijgesteld, mede vanwege grote druk vanuit de gemeenten. De algemene uitkering groeit alsnog licht in de komende jaren, zij het minder hard dan in de periode 2019-2025. Er kan dus niet echt meer gesproken van een ravijnjaar, zij het dat door de complexe herverdelingssystematiek het wel kan betekenen dat de ene gemeente minder profiteert van de compensatie dan de andere. In de Perspectiefnota 2026-2029 is in hoofdstuk 1 reeds een paragraaf opgenomen ten aanzien van het fenomeen ravijnjaar. Ook daar is aangegeven dat, met name door bijstellingen middels de meicirculaire, van het fenomeen ravijnjaar feitelijk geen sprake meer lijkt te zijn. Daarbij is wel aangegeven dat onze gemeente kwetsbaar is als wij als gemeente een te grote afhankelijkheid van de rijksuitkeringen kennen.
- 11 -