Beantwoording technische vragen SGP over Belastingverordeningen 2026.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
Belastingverordeningen 2026
Naam steller: Partij:
Henri van Bennekom SGP
Categorie:
A. Technische vragen over geagendeerde stukken
Vraag 1: In het voorstel staat onder de argumenten bij 1.3 over de afvalstoffenheffing het volgende beschreven: “De begroting van Waardlanden over 2026 bepaalt voor het grootste deel de tarieven over 2026. Wij stellen voor om de variabele tarieven voor 2026 gelijk te houden aan die van 2025. Uitgaande van een gemiddeld gebruik (7 x aanbieden 240 liter container of 28 x aanbieden vuilniszak alleen restafval of 84 x aanbieden vuilniszak restafval/pmd) is het jaartarief € 42. Voorgesteld wordt om het vaste tarief te verhogen naar € 374.” -Is het technisch mogelijk om het vaste tarief niet of minder te verhogen en juist het variabele tarief iets te laten stijgen, om zo de financiële prikkel te houden in het kader van ‘de vervuiler betaalt’? Reactie college Het is mogelijk om het variabele tarief te laten stijgen. Maar de opbrengst van het variabele deel wordt berekend aan de hand van de ledigingen van inwoners van het jaar 2024. Het afvalgedrag van inwoners veranderd en kan niet altijd hetzelfde zijn. De ledigingen laten zien dat dit alle kanten op kan gaan. Wij gaan uit van het gemiddelde gebruik van een inwoner. Door het verhogen van het variabele deel verhogen wij het risico dat de beoogde opbrengst niet gehaald wordt. De opbrengst bestaat op dit moment uit 90% vaste tarief en 10% uit het variabele deel.
Als deze verhouding wordt aangepast is het risico die de gemeente loopt voor de beoogde opbrengst groter. Hierdoor hebben wij gekozen om het variabele deel gelijk te houden en het vaste tarief te verhogen. Onlangs dat de bijdrage voor Waardlanden wordt verhoogd voor ons met 3,3%, verhogen wij het vaste tarief voor onze inwoners met 1,9%. Vraag 2: In het voorstel staat onder ‘Vervolg’ het volgende beschreven m.b.t. het Ondernemersfonds voor onbepaalde tijd voortzetten: “Aanpassing van tarieven of stopzetting van het fonds zal enkel plaatsvinden als daar aanleiding toe is. Dit zal in principe alleen gebeuren als ondernemers en andere eigenaren/gebruikers van nietwoningen in grote meerderheid dit verzoek doen. -Wat wordt verstaan onder ‘in grote meerderheid’? -Waarom wordt niet besloten om een overeenkomst aan te gaan voor een bepaalde (desnoods lange) periode met de optie van stilzwijgend verlengen, i.p.v. een overeenkomst voor onbepaalde tijd waarbij eventueel stopzetten bij nader inzicht, tegenvallende prestaties of vanwege verzoeken van andere eigenaren nagenoeg niet mogelijk lijkt. Reactie college In tegenstelling tot een bedrijfsinvesteringszone (BIZ) zijn er bij een ondernemersfonds geen specifieke voorschriften als het gaat om een draagvlakpeiling.
Een van de leidende principes om de grote meerderheid te meten is de aan- of afwezigheid van steun vanuit de ondernemersvereniging en andere georganiseerde verbanden, zoals de Stuurgroep Economische Visie. Daarnaast staat het individuele ondernemers vanzelfsprekend vrij om ook hun signalen bij het bestuur van het fonds en/of de gemeente neer te leggen. Als uit individuele signalen een patroon ontstaat en er een goede onderbouwing voor is, zou dit ook een reden kunnen zijn tot het nemen van stappen.
Wat betreft de looptijd. Het ondernemersfonds is nu vier jaar actief en heeft aantoonbare resultaten bereikt. Voortzetting voor onbepaalde tijd is daarmee een logische stap en ook afgesproken in het in 2021 afgesloten convenant tussen gemeente en de Stichting Ondernemersfonds HardinxveldGiessendam. In dit convenant zijn ook passages opgenomen over verantwoordelijkheden van het stichtingsbestuur en geschillenbeslechting. In de gevallen van nader inzicht, tegenvallende prestaties of vanwege verzoeken van eigenaren (mits breed gedragen) zijn er dus voldoende mogelijkheden om op dat moment een andere afweging te maken. Overigens zal bij positief raadsbesluit over voortzetting een lichte herziening van het convenant plaatsvinden. Waarborgen om bij gegronde redenen het fonds aan te passen of in het uiterste geval stop te zetten zullen hier (opnieuw) onderdeel van zijn. Bovendien blijft het heffen van Onroerendezaakbelasting inclusief de hoogte altijd een zelfstandige bevoegdheid van de raad. Vraag 3: Bij 1.1.4.4. van de tabel 'Vergelijk tarieven 2026 en 2025 raad' is € 206,60 opgenomen als tarief voor het gebruiken van een gemeentelijke trouwlocatie.
-Is dit voor het eerst? Werden hiervoor hier geen kosten voor gerekend en waarom nu dan wel? Reactie college Tijdens het opstellen van de verordeningen is ons opgevallen dat in de eerdere verordeningen de gemeentelijke locatie wel werd benoemd maar er geen tarief in de verordening stond maar in werkelijkheid werden er wel kosten in rekening gebracht. Afgelopen jaren waren de kosten hiervoor standaard € 200. Dit tarief is een aantal jaar niet verhoogd geweest. Dit jaar hebben we de trouwlocatie juist opgenomen in de verordening en deze gelijk verhoogd met 3,3%. Vraag 4: 1.19.5.2 gaat over een aanvraag tot het in exploitatie (mogen) nemen van gastouderopvang. Op d.d. 6 november heeft het college hieraan gelieerd een brief ontvangen van Gastouderbureau Kinderoase B.V. -Hoe kijkt het college inhoudelijk aan tegen deze brief? Het college heeft begrip voor het verzoek van gastouderbureau Kinderoase. Op dit moment worden de leges berekend op basis van het inspectievolume (aantal uren per inspectie). De GGD geeft aan dat een inspectie niet langer of korter duurt wanneer het gaat om een nieuwe gastouder op hetzelfde adres. Het college beschouwt deze opzet van de leges als redelijk, maar staat open voor een gesprek met Kinderoase om het verzoek nader te bespreken. -Heeft het college al gereageerd, en zo ja, hoe? Ja, het college heeft gereageerd.
Gastouderbureau Kinderoase is uitgenodigd voor een gesprek met de verantwoordelijke ambtenaar, dit gesprek zal begin 2026 plaatsvinden. Vraag 5: M.b.t. 1.18.5: -Kan een toelichting gegeven worden waarom het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken zo omhoog gaat (bijna 40%)? M.b.t. 1.18.5.1. t/m 1.18.5.8 -Kan een toelichting gegeven worden op de gehandicaptenparkeerplaats’? Zijn deze tarieven nieuw?
andere
tarieven
rondom
‘Aanwijzing
Reactie college
-2-
De beleidsregels voor het toewijzen van gehandicaptenparkeerplaatsen zijn herzien. Met deze nieuwe beleidsregels worden de regels voor het toewijzen van een iets soepeler. Dit is het moment om de leges inzichtelijker en kostendekkend te maken. Er wordt een andere manier van toedelen van de kosten voorgesteld, zodat inzichtelijker is voor welke onderdelen leges worden geheven. Dat leidt ertoe dat de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag, het beoordelen van de aanvraag, het maken van een beschikking en het publiceren van de beschikking hoger zijn. Als een gehandicaptenparkeerplaats wordt toegewezen, zijn de totale legeskosten juist fors lager dan voorheen. Onder de oude beleidsregels kwam het nog wel eens voor dat een aanvraag om een gehandicaptenparkeerplaats moest worden afgewezen. Daarom zijn de kosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag laag gehouden en werden deze kosten doorberekend als een plaats werd toegewezen. Met het nieuwe beleid verwachten we dat we minder hoeven af te wijzen. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk te maken kosten. Voor de aanvrager wordt het per saldo goedkoper. De belangrijkste wijzigingen van het beleid in relatie tot de legestarieven zijn: 1. Er kan nu ook voor een passagier een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken worden aangevraagd. 2. Voorwaarde is dat de passagier niet alleen gelaten kan worden.
Dat wordt beoordeeld door een onafhankelijke keuringsarts. Hiervoor wordt een bijdrage in de kosten gevraagd. 3. Voor de beoordeling van een aanvraag gaan we uit van het meest recente parkeeronderzoek in de gemeente. Dit is goedkoper. 4. Soms kan op basis van het parkeeronderzoek geen goede beoordeling plaatsvinden, dan kan alsnog aanvullend een telling worden gedaan. Daarvoor vragen we dan een bijdrage in de kosten. 5. Er kan ook een gehandicaptenparkeerplaats worden aangevraagd bij een werkadres. Dit kan zowel een algemene als een plaats op kenteken zijn. De kosten die hiermee verband houden, worden volledig doorberekend aan de werkgever/de organisatie. 6. De kosten voor het inrichten van de gehandicaptenparkeerplaats zijn berekend op basis van materiaalkosten en arbeidsuren.
-3-