Beantwoording technische vragen raadsvoorstel Vaststellen Programmabegroting 2025-2028.pdf
Tekst van het document
Beantwoording Technische vragen over Begroting 2025-2028 Nr.
Fractie Vraag
Antwoord
1.
T@B
Blz. 5: Op 1 januari 2024 was de formatie 131,19 FTE. Op 1 januari 2023 was dit 119,21 FTE. Sommige projecten zoals doorontwikkeling sporthal de Wielewaal (zie toezegging juli 2023) hebben mede door personeelstekort volgens u (zie beantwoording Art. 12 vragen van de T@B d.d. 27 augustus 2024) geen doorgang kunnen vinden in 2023. Hoe verklaart u die stijging van het aantal FTE in combinatie met het argument dat er personeelstekorten zijn waardoor bepaalde zaken stagneren?
De stijging van het aantal fte's hangt voornamelijk samen met het in dienst nemen van medewerkers voor het sociaal team. Voorheen werden deze via dienstverleningsovereenkomsten ingehuurd. Daarbij is een toename van 2,45 fte naar 11,81 fte. Op het specifieke punt dat wordt benoemd (beleid) is geen toename van personeel en dus van extra capaciteit.
2.
T@B
Blz. 18: Wat bedoelt met ‘we ondersteunen sportverenigingen’?
De sportverenigingen worden ondersteund door de beleidsadviseur sport en de verenigingsadviseur. De beleidsadviseur sport is de contactpersoon voor de sportverenigingen op het gebied van gemeentelijk beleid. In 2025, net als in 2024, wordt er ingezet op het verbeteren van de relatie met de sportverenigingen, onder andere door de organisatie van het sportcafé (twee keer per jaar) en de aanwezigheid bij het verenigingsoverleg. Daarnaast worden de verenigingen betrokken bij de ontwikkelingen rondom de projecten uit de prioriteringsopdracht. De verenigingsadviseur van Team Sportservice onderhoudt contact met bestuurs- en commissieleden van sportverenigingen. Vanuit deze relatie biedt de verenigingsadviseur ondersteuning bij vraagstukken of verbindt hij de verenigingen met de benodigde hulp. Daarnaast neemt de verenigingsadviseur de sportverenigingen mee in, verbindt hen met, en ondersteunt hen bij actuele thema's (lokaal, regionaal en/of landelijk).
1
3.
T@B
4.
T@B
5.
T@B
6.
T@B
Blz. 41: U noemt eenmansposten die een risico vormen. Daardoor volgt meestal een beroep op derden om de voortgang van zaken niet in het gedrang te laten komen op het moment dat er iemand uitvalt. Kunt ons vertellen om welke functies/posten dit gaat? Blz. 53: Voor de sportvelden is op dit moment nog geen beheersplan. In 2024 zou een sportbeheer-plan worden opgesteld. Kunnen wij dit nog verwachten in 2024? Blz. 79/80: Quote “Partijen proberen er minnelijk uit te komen, eind 2023 is gebleken dat dat niet gaat lukken. Momenteel wordt uitgezocht hoe sterk de gemeentelijke casus is in geval van een rechtszaak.” Wat is de stand van zaken van deze casus? Wat zijn de risico’s voor de gemeente als er geen overeenstemming bereikt wordt? Blz. 101: Onderdeel vitaal en sociaal, pagina 5.2 sportaccommodaties; Sinds de programmabegroting 2023-2026 zijn de lasten om en nabij €2.027.000. De baten stijgen in 2025-2028 van €652.900 naar €740.726, een stijging van 13.5%. Waarom worden sportaccommodaties zo hoog geïndexeerd terwijl de lange termijn lasten de komende jaren gelijk blijven aan eerdere begrotingen?
De omvang van een gemeente zoals Hardinxveld-Giessendam betekent dat er op meerdere plekken functies zijn die als kwetsbaar zijn aan te merken. Dit heeft te maken met de benodigde deskundigheid, die niet altijd door collega's van een team kunnen worden opgevangen. Voorbeelden hiervan zijn wonen en cultuur. Het opstellen van het beheerplan sportvelden vraagt meer tijd dan van te voren is ingeschat. Het vaststellen is voorzien voor 2025. Wij zijn hiermee bezig en komen op korte termijn hierop bij u terug.
De ontwikkeling van lasten en de baten zullen nooit 1:1 lopen met elkaar. Dit komt enerzijds doordat wij bij de inflatie uitgaan de consumentenprijsindex van het voorvoorgaande jaar (t-2). Anderzijds kan de ontwikkeling van de lasten een afwijkend patroon laten zien ten opzichte van het inflatiepercentage, zo kunnen de afschrijvingsen rentelasten afwijken afhankelijk van de hoeveelheid investeringen dat wordt gedaan. De stijging van de inkomsten betreft niet alleen de indexering van de tarieven. Er is ook sprake van groei doordat er meer gebruik wordt gemaakt van de accommodaties. Zo zijn bijvoorbeeld de inkomsten bij de perspectiefnota 2025-2028 verhoogd met € 64.000 als gevolg van de aanschaf van het geautomatiseerde reserveringssysteem (pagina 18 perspectiefnota 2025-2028). De toegepaste indexering in 2024 is conform de uitgangspunten 8% geweest, evenals voor de andere opbrengsten. Bij de lasten hebben we een verdere vereenvoudiging toegepast bij de doorverdeling van de salariskosten van de teams leefomgeving en samenleving. Als de tijdsbesteding van een team aan taakveld onder de 5% ligt hebben wij, om de administratieve handelingen terug te dringen, deze in de begroting niet ten laste van het taakveld gebracht. In de voorgaande begrotingen bedroeg dit nog een bedrag van circa € 70.000. Hierdoor laten de lasten nu een gelijkblijvend verloop zien.
2
7.
CU
blz. 7 OZB. Het besluit tot indexering nemen we pas in december. Wij stemmen dus nog niet in met de hier genoemde indexatie als wij de begroting vaststellen?
Het is correct dat OZB tarieven en hiermee het besluit tot indexering vaststellen in de raadsvergadering van 19 december 2024. In de praktijk is de afgelopen jaren gebleken dat de tarieven/indexering altijd conform de uitgangspunten in de perspectiefnota/begroting worden besloten. Zoals op pagina 7 van de begroting aangegeven verwerkten we de effecten van de indexering pas in de perspectiefnota (voorjaarsnotadeel) van het volgende jaar. Gelet op het begrotingstekort stellen wij u voor om er in de huidige begroting al rekening mee te houden. Het gevolg is wel dat als de gemeenteraad in december 2024 besluit om de tarieven lager vast te stellen dit een negatief effect heeft op het begrotingssaldo voor 2025 en volgende jaren.
8.
CU
blz. 10 Loon- en prijsontwikkelingen bij GR-en. Is er Dit betreft de toereikendheid van de opgenomen loon- en prijsontwikkeling. Deze zal al meer bekend over de ontwikkelingen en zo ja, kunt pas in de loop van 2025 bekend zijn. Voor de loonontwikkeling hangt dit namelijk samen u een korte toelichting geven? met de nieuwe CAO vanaf 1 april 2025, waarvoor de onderhandelingen in de komende maanden zal plaats vinden.
9.
CU
blz. 17 Bouwen, wonen & projecten. Onder opgaven 2025 derde bullet. Kunt u deze tekst nader toelichten? Wat houdt deze woon-zorganalyse in en hoe wordt de zorganalyse hierin meegenomen?
Met de woonzorganalyse worden de behoeften en opgaven op het gebied van wonen en zorg voor diverse aandachtsgroepen in onze gemeente in beeld gebracht. Gekeken wordt naar de huidige situatie (welke woonzorg-voorzieningen zijn al aanwezig) en de te verwachten toekomstige behoeften, trends en ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg. Voorbeelden van "aandachtsgroepen" zijn ouderen met een zorgvraag, lichamelijk of verstandelijk gehandicapten en kwetsbare jongeren. De woonzorganalyse vormt samen met het eerder in 2024 gehouden (regionaal) woningbehoefteonderzoek input voor het op te stellen volkshuisvestingsprogramma, inclusief een visie op wonen en zorg. (Het "volkshuisvestingsprogramma" is de nieuwe vorm en benaming van het gemeentelijk beleid op het gebied van wonen en zorg).
10.
CU
blz. 19 Bereikbaarheid, opgaven 2025 derde bullet. Wat houdt het herzien van de wegsleepverordening in? Wordt deze strenger?
Onze wegsleepverordening dateert uit 2013. Om ons instrumentarium op orde te houden is het verstandig om na een aantal jaren te beoordelen of deze nog up-to-date is. Worden de afspraken nageleefd, voldoet de regeling nog aan de huidige wetgeving. Het is niet de intentie om de regeling op voorhand strenger te maken.
3
11.
CU
blz. 21 Regionale samenwerking en participatie, opgaven 2025. Komt er een plan/nota naar de Raad voor het vaststellen van de RSD?
De ruimtelijke strategie is geen nieuwe visie voor de ruimtelijke toekomst van de Drechtsteden, maar gaat zoals het woord strategie al zegt vooral in op het ‘hoe’. Daarbij ligt de focus op integrale samenhang van bestaande opgaven en projecten en wat dat betekent voor lobby richting medeoverheden en de samenwerking tussen gemeenten en andere partners. Omdat het dus gaat om het ‘hoe’ zal het stuk door de colleges van de zeven Drechtstedengemeenten vastgesteld worden. Tegelijkertijd is het wel van belang dat er een goede wisselwerking ontstaat tussen de regionale strategie en lokaal beleid, zoals de op te stellen Omgevingsvisie. De raad zal daarom op de hoogte worden gehouden van dit traject en het product zal na afronding met de raad gedeeld worden. Afronding is beoogd in het eerste kwartaal van 2025. Een en ander is ook toegelicht op de raadsoploop van 10 september 2024.
12.
CU
Blz. 23 Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Laatste alinea. Is deze nieuwe financieringssystematiek nadeliger t.o.v. de huidige? Kunt u aangeven wat het verschil concreet inhoudt?
De nieuwe financieringssystematiek is niet persé nadeliger. De oude financieringssystematiek van "Trap-op-trap-af" waarbij de hoogte van de Rijksuitgaven gekoppeld werden aan de hoogte van het accres van de algemene uitkering heeft plaats gemaakt voor de koppeling van het bruto binnenlands product (bbp) aan de algemene uitkering van gemeenten. Dit laatste geeft een rustiger begrotingsbeeld. Forse schommelingen door de jaren heen worden zo vermeden. De volumeontwikkeling wordt immers gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopend jaar, waardoor de fondsen reëel op niveau blijven. Het besluit tot het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats.
13.
CU
blz. 30 het overzicht. Voor Bedrijfsinvesteringszone staat in rekening 2023 en begroting 2025 € 0 en in primitieve begroting € 70k. Wat is dit bedrag en is het in 2024 ok besteed?
Met de komst van het ondernemersfonds in 2022 is de bedrijveninvesteringszone (BIZ) Nieuweweg opgeheven. In de primitieve begroting 2024 was dit nog niet aangepast, vandaar dat er nog €70.000 in de tabel staat. Bij de perspectiefnota 2025/voorjaarsnota 2024 is dit gecorrigeerd. In 2024 is er geen heffing opgelegd en zijn er ook geen uitgaven gedaan.
4
14.
CU
OZB: Deze stijgt t.o.v. de begroting 2024 met 23% en De stijging kent meerdere oorzaken. Het verschil tussen rekening 2023/primitieve t.o.v. de realisatie 2023 17%. Kunt u ons een begroting 2024 enerzijds en de begroting 2025 anderzijds komt onder andere door de toelichting/onderbouwing toesturen? inflatiepercentages. De verwachte opbrengst ligt in 2025 hoger doordat deze opbrengst inclusief de indexering van 2024 (8%) en indexering 2025 (5,8%) is. Daarnaast is er sprake van areaal uitbreiding, de verwachte opbrengst over 2025 is inclusief de gerealiseerde areaal uitbreiding in 2023 en 2024. Bij het opstellen van de begroting gaan we altijd terughoudend om met de areaaluitbreidingen. Bij de primitieve begroting 2024 hadden we nog geen rekening gehouden met de areaaluitbreidingen over 2023, deze waren gemeld in de najaarsnota 2024, maar zijn pas financieel vertaald in de begroting 2024 bij de perspectiefnota, hierdoor liggen in het overzicht de opbrengsten bij de rekening 2023 hoger dan bij de primitieve begroting 2024.
15.
CU
Begrafenisrechten blijven gelijk. Echter voor 24 oktober staat een voorstel geagendeerd om de leges te verhogen. Is de oorzaak dat deze nota al ver voor het voorstel voor de begraafplaats Spindermolen is opgesteld?
De effecten van het voorstel over de begraafplaats Spindermolen, die voor 24 oktober 2024 stond geagendeerd, zijn nog niet verwerkt in de begroting 2025, dit doen we pas na de besluitvorming op 24 oktober 2024. In het voorstel over de tarieven voor 2025, raadsvergadering 19 december 2024, worden de effecten van het voorstel meegenomen.
16.
CU
blz. 31 Overzicht kwijtschelding. Deze neemt in 2024 en 2025 weer toe. Is aan te geven waar dit aan ligt? Stijgt het aantal uitkeringen of nemen de lasten toe?
De kwijtscheldingen hangen samen met de belastingen die door SVHW worden uitgevoerd. Op dit moment hebben wij qua geld inzicht in de stand over het 1e halfjaar. Deze bedraagt € 103.000. Op basis van de uitkomsten 2023 is de verwachting dat op jaarbasis dit € 115.000 wordt. Het aantal over 2024 is over het 1e halfjaar ca 185. De toetsing op kwijtschelding wordt ook door SVHW gedaan, waarbij de vastgestelde normen worden gehanteerd. Een relatie met het aantal uitkeringen is bij ons niet bekend.
17.
CU
blz. 33. Hoe zien deze overzichten eruit als we uitgaan van de begroting 2025?
Deze informatie ontlenen wij aan het COELO en is pas in de loop van 2025 bekend. De tarieven over 2025 moeten namelijk nog worden vastgesteld.
5
18.
CU
blz. 36 overzicht. Waarom een p.m. bij de onbenutte belastingcapaciteit? Kunt u een (geschat voorlopig) bedrag geven? Dat geeft ons meer inzicht.
De onbenutte belastingcapaciteit hangt samen met de richtlijnen voor toelating tot artikel 12 en zijn vastgelegd in de Financiële verhoudingswet. Oftewel voordat aanspraak kan worden gemaakt op extra middelen vanuit het Rijk (artikel 12), moet eerst gekeken worden of er zelf voldoende belasting wordt opgelegd. Voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is de WOZ-waarde van onze gemeente en het landelijk gemiddelde OZB percentage van belang. Deze informatie is voor 2025 nog niet beschikbaar, de ontwikkeling is ook lastig in te schatten, mede omdat de hoogte van de OZB tarieven een aangelegenheid is van elke individuele gemeente.
19.
CU
blz. 38 leerlingenvervoer. Daar staat dat de stijging van de kosten voornamelijk door het VO wordt veroorzaakt. Waarom juist het VO? Wat veroorzaakt deze stijging?
Het gaat over leerlingenvervoer naar het Speciaal onderwijs van het VO (VSO). In de regio zien we wachtlijsten met als gevolg dat leerlingen verder weg naar school gaan. De VO-scholen zijn bezig met inclusieve lesplaatsen om zo doorverwijzing naar het speciaal onderwijs in het VO te verminderen.
20.
CU
blz. 39 achtste regel van boven. Hier staat dat er een groot risico op voldoende woningen is. Moet dat niet onvoldoende zijn? Kunt u een indicatie geven van het bedrag dat met de teruggave van de SPUK-gelden is gemoeid?
Hier moet inderdaad ‘onvoldoende’ staan. Er kan geen indicatie gegeven worden over het bedrag dat eventueel teruggevorderd wordt. Op dit moment lopen we op schema met het vervullen van de taakstelling, hierbij is het tekort van 2023 meegerekend. Als we in 2024 kunnen voldoen aan de taakstelling, inclusief het tekort van 2023, dan is er een grote kans dat er geen teruggave van de SPUK wordt gevraagd door het Rijk.
21.
CU
blz. 40 tweede alinea over de wmo. Wat kunnen we hieraan doen? De stelling dat door nauwlettend volgen van het risico dit risico op gemiddeld wordt geacht doet vermoeden dat we als gemeente hierop invloed hebben.
Met de begroting, voorjaarsbrief en najaarsbrief van de GR Sociaal volgen we de budgetten van de Wmo. Op deze momenten informeert de GR Sociaal ons over eventuele begrotingswijzigingen naar aanleiding van het gebruik van de maatwerkvoorzieningen. Waar nodig stellen we kritische vragen. We kunnen als gemeente slechts beperkt sturen op de kostprijs en het gebruik van Wmo maatwerkvoorzieningen. Met de herijking van de Wmo in 2023 zijn de spelregels voor het toekennen van maatwerkvoorzieningen aangescherpt, waar dat kon binnen de mogelijkheden van de wet. Het aantal toekenningen per jaar kan niet worden gelimiteerd (openeinderegelingen). Zodoende is de invloed op de uitgaven Wmo beperkt en het risico op budgetoverschrijvingen gemiddeld groot.
6
22.
CU
blz. 41 Rentelasten. Kunt u toelichten waarom het herfinancieren dan wel aantrekken van nieuwe leningen tot een hoger rentepercentage leidt? De trend is toch juist dalend?
Dit komt omdat de leningen die we herfinancieren zijn afgesloten met een lager percentage als het percentage waarvoor we nu naar verwachting een nieuwe lening kunnen afsluiten. Op pagina 57 is een overzicht opgenomen van de leningen en de daarbij behorende rentepercentages.
23.
CU
blz. 49 Overzicht baggeren. Gaarne ontvangen we een toelichting op de hoge kapitaallasten.
Zoals in het overzicht wordt aangegeven zijn hier de kosten opgenomen vanuit het product Waterlossingen en sloten. Op dit product worden naast de kosten voor het baggeren ook de kapitaallasten van enkele investeringen opgenomen, het betreft hier voornamelijk de investering “aanpak Wateroverlast 2015” uit 2015.
24.
CU
Het opstellen van de actualisatie van het bomenbeleidsplan vraagt meer tijd dan van tevoren is ingeschat. Het vaststellen is voorzien voor 2025.
25.
CU
26.
CU
27.
CU
28.
CU
blz. 53 de actualisatie van het bomenbeleidsplan staat voor 2024. Wanneer kunnen we dat tegemoet zien? blz. 73 MJP Grondzaken. Laatste zin tweede alinea. Boven Hardinxveld moet Giessendam West zijn? blz. 75. Laatste alinea Omgevingswet. Zijn er al bijdragen gevraagd aan de ontwikkelaars en zo ja, zijn deze dan kostendekkend? blz. 76 MVA G21. Inclusief locatie Ichthus betreft de Pauwtjesmolen? blz. 78 t/m 83. Dit betreft oude informatie, hierin is niets over 2024 vermeld. Kunnen wij een actueel overzicht ontvangen?
Dat klopt inderdaad. Dit is in de definitieve (digitale) versie aangepast. Een bijdrage moet worden gevraagd op basis van beleid. Dat is er nu (nog) niet. Er zijn dan ook geen bijdragen gevraagd. Dat klopt Bij de begroting wordt normaliter het meest actuele overzicht meegestuurd. Vlak daaropvolgend volgt het t-MPG. In het t-MPG zit de laatste informatie per project. Op korte termijn ontvangt u het t-MPG.
7
29.
30.
CU
CU
blz. 95. Aantal niet-sporters ligt vrij hoog in onze gemeente. Wij nemen aan dat dit alleen gaat over degene die sporten binnen verenigingsverband?
De gezondheidsmonitor hanteert een breed begrip in de categorie sport & bewegen. Hierbij wordt gekeken naar sport & bewegen binnen en buiten verenigingsverband.
blz. 116. Veerdiensten. Om welke waterbus gaat het hier? Kloppen de bedragen nog wel, of komen deze uitgaven nog in q4?
Bij waterbus gaat het om een nieuwe steiger bij de IJzergieterij. Het gaat om het doortrekken van lijn 23 van Sliedrecht naar Hardinxveld-Giessendam. Hiervoor is jaren geleden een investering van € 300.000 opgenomen en een verwachte subsidie van € 200.000. Netto is een investering van € 100.000 opgenomen in de begroting.
Voldoet aan beweegrichtlijn: Percentage personen dat voldoet aan de beweegrichtlijn. Personen vanaf 18 jaar dienen minstens 150 minuten per week matig intensieve inspanning te verrichten verspreid over diverse dagen zoals wandelen en fietsen en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. In de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 is de zogeheten Short Questionnaire to Assess Health enhancing physical activity (SQUASH) opgenomen. Deze vragenlijst is ontwikkeld door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en beoogt een volledig beeld te leveren van de lichamelijke activiteit. Gevraagd wordt naar frequentie duur en intensiteit van de diverse deelvormen van lichamelijke activiteit.
8
31.
CU
blz. 122. Het verloop van de reserves en voorzieningen wekt de indruk dat het ravijnjaar hier nauwelijks of geen gevolgen heeft. Kunt u dit toelichten?
Dit is correct. Het ravijnjaar heeft effect op het begrotingssaldo, voornamelijk omdat de inkomsten vanuit het Rijk lager uitvallen. Vooralsnog hebben we niet besloten om het tekort (deels) op te vangen door de inzet van reserves of voorzieningen, hierdoor heeft het ravijnjaar geen invloed op het verloop overzicht van de reserves en voorzieningen. Wij vinden het overigens niet verstandig om reserves en voorzieningen in te zetten om de begrotingstekorten op te vangen, omdat ons begrotingstekort structureel is en de inzet van reserves en voorzieningen incidenteel is.
32.
SGP
Blz.8 Welke onderdelen/kosten vormen samen de Apparaatskosten?
Onder de apparaatskosten vallen de personele kosten plus de kosten van de zogenaamde overheadkosten. In grote lijnen is de opbouw als volgt (x € 1.000): - Salarissen en inhuur (inclusief overhead) 12.878 - Overige goederen en diensten (overhead) 1.001 - Dotaties voorzieningen (overhead) 255
33.
SGP
19 In de tabel staat ‘100 Sociaal domein’ en ‘105 Sociaal domein’. Wat is het verschil hiertussen en kan dit (alsnog) aangepast worden naar één programma?
Product 100 heeft voornamelijk te maken met participatie en product 105 met Wmo, Jeugd en Volksgezondheid. We zullen bekijken of de omschrijvingen hierop aangepast kunnen worden.
34.
SGP
19/92 Voor 2025 en verder zijn bij Duurzaamheid opvallend lagere lasten begroot ten opzichte van 2023 en 2024. Kan dit toegelicht worden?
Het blijkt dat in de tabellen een aantal vergelijkende bedragen (jaarrekening 2023 en begroting 2024) foutief in de tabellen zijn overgenomen. Met name de bedragen vanaf product 136 duurzaamheid blijken een regel te laag te staan. Dit is in de definitieve (digitale) versie aangepast.
9
35.
SGP
22 De begroting voor 2025 toont een positief bedrag bij Kapitaalslasten, terwijl dit voor 2023 en in het bijzonder in 2024 nog een aanzienlijke negatieve post betreft. Kan dit toegelicht worden? Voor 2026 en 2027 is weer een negatieve post opgenomen en voor 2028 een plus. Wat is de lijn/trend?
Op dit product 215 Kapitaallasten worden de rentelasten geraamd en doorbelast (conform BBV als negatieve uitgaaf) naar de producten. Als uitgangspunt van de doorbelasting gelden de boekwaarden van de investeringen per product per 1-1. De doorbelasting vindt plaats tegen het zogenaamde renteomslagpercentage. Doordat we dit percentage afronden ontstaat er in de begroting 2025 een klein resultaat. Op pagina 60 is een toelichting gegeven op bovenstaande. Hier is te zien dat het saldo € 12 bedraagt hetgeen, buiten een afronding, overeenkomst met het saldo € 13 op pagina 22. Bij de begroting 2024 staat er een hoger saldo (€ 237), dit komt doordat bij de perspectiefnota 2025-voorjaarsnota 2024 het budget voor de rentelasten verhoogd en de doorbelasting naar de producten nog niet heeft plaatsgevonden. Deze doorbelasting kon toch nog niet plaatsvinden, omdat de jaarrekening 2023 en hiermee de definitieve vaststelling van de boekwaarden per 1-1-2024 nog niet was afgerond. In de najaarsnota 2024 hebben de doorbelasting verwerkt. Na vaststelling van de najaarsnota 2024 bedraagt het saldo € 13. De lijn/trend is dat het saldo zeer beperkt is.
36.
SGP
De maatstaf inwoners op zich is goed voor € 375 per inwoner. Deze maatstaf werkt echter ook op diverse andere maatstaven, gewichten en entiteiten door. Denk bijvoorbeeld aan: Aantal jongeren, aantal ouderen, aantal woningen, uitkeringsgerechtigden, etc. De grens van 19.000 inwoners leidt daarmee op diverse clusters tot een hogere algemene uitkering.
37.
SGP
38.
SGP
23 Op bladzijde 23 wordt onder de algemene uitkering gesproken over verdeelmaatstaven. Er zijn ongeveer 50 verdeelmaatstaven en één daarvan is het aantal inwoners. Hoe nadelig, dan wel voordelig, is het feit dat wij een gemeente zijn van 19.000 inwoners? 30/92 Er staat een grote stijging van de havengelden geprognosticeerd; van 32.000 naar 67.000. Vanwaar deze stijging? Dit lijkt niet aan te sluiten bij de tabel op blz. 9 waar voor baten 34.000 is opgenomen. 31 Onderaan wordt genoemd dat het aantal kwijtscheldingen toegenomen, met als reden ‘financieel economische crisis’. Kan dit verder toegelicht worden?
Het blijkt dat bij het samenstellen van de tabel de opbrengsten rondom wegen, straten en pleinen en de verkeersvoorzieningen (€ 32.000) hierin zijn meegeteld. Het juiste bedrag moet € 35.000 zijn. Dit is in de definitieve (digitale) versie aangepast.
Een aantal jaren terug is het aantal bijstandsgerechtigden toegenomen. Deze groep, die in deze context hier wordt genoemd, heeft een zodanig inkomen dat ze onder de toetsingscriteria voor kwijtschelding vallen. Daarnaast vallen ook andere groepen vanwege de hoogte van inkomen en vermogen hier onder.
10
39.
SGP
33 Is er al een inschatting te maken voor wat de werkelijke kosten voor 2025 gaan worden voor Diftar/de afvalstoffenheffing? € 22 wat het COELO voor 2024 rekent, lijkt erg weinig.
Bij de vaststelling van de tarieven voor 2024, in de gemeenteraad van december 2023, zijn wij uitgegaan van een variabel deel (diftar) € 42 en een vast deel € 322. Zoals op pagina 33 aangegeven is niet duidelijk waar bij de COELO gegevens rekening mee is gehouden (dit is ook toegelicht in de Ontmoeting van 17 oktober). In de 1ste halfjaarcijfers van Waardlanden, die nog door het bestuur moeten worden vastgesteld, is wel een verandering in het afvalgedrag van inwoners zichtbaar. Doordat het halfjaarcijfers zijn is het nog te vroeg om hier definitieve (financiële) conclusies uit te trekken richting 2025. Bij het voorstel voor de tarieven voor 2025, gemeenteraad december 2024), zullen wij ons voornamelijk baseren op de door de gemeenteraad vastgestelde begroting 2025 van Waardlanden. Bij de bepaling van het variabel deel zullen wij het aanbodgedrag in 2024 van de inwoners betrekken.
40.
SGP
34 en 35. Op bladzijde 34 en 35 wordt een toelichting gegeven op de legesverordening met de diverse onderwerpen. Verreweg de meeste zijn niet kostendekkend. Is op een aantal onderwerpen te sturen op hogere kostendekkendheid, of niet?
Bij een aantal tarieven zijn wij gebonden aan door het Rijk opgelegde maximale tarieven, hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de leges voor rijbewijzen, identiteitskaarten en paspoorten. Hier hanteren wij het maximaal toegestane tarief. Bij de overige tarieven hanteren we het uitgangspunt: de consumentenprijsindex van het voor-voorgaande jaar (t-2), zie ook pagina 5 van de begroting 2025. De indexering van de tarieven voor 2025 (5,8%) is nog niet in de kostendekkendheidsoverzichten verwerkt, omdat deze tarieven in de gemeenteraadsvergadering van december worden vastgesteld. De kostendekkendheid kan worden verhoogd door de tarieven met meer dan de consumentenprijsindex te verhogen. Hiermee gaan we wel onze inwoners meer in rekening brengen. Daarnaast kan de kostendekkendheid worden verhoogd door de lasten te verlagen. Bij de meeste tarieven betreffen de lasten personeelslasten en een opslag voor overhead. Wij streven er altijd naar om de kosten zo laag mogelijk te houden, diverse producten zijn echter arbeidsintensief. Vooralsnog zien wij geen mogelijkheden om de lasten verder te verlagen.
11
41.
SGP
42.
SGP
43.
SGP
44.
SGP
38/39/40/41 Voorbeelden van maatregelen die genomen worden zijn: Zijn er voorbeelden te geven van maatregelen die - Meerogenbeleid bij het beschikken van jeugdhulp (Jeugdwet) of lokaal genomen kunnen worden om grip te krijgen op maatwerkvoorziening (Wmo) de uitgaven binnen de Participatiewet, WMO en - Versterken samenwerking sociaal team met partners in de sociale Jeugdwet? basis/maatschappelijk voorveld zodat ondersteuning wordt afgeschaald waar dat kan. - Professionals van het sociaal team doen meer ‘eigen inzet’ in plaats van het beschikken van jeugdhulp (Jeugdwet) of maatwerkvoorziening (Wmo) - Inzet van nieuwe methodieken. Voorbeeld: inzet van de Top3-methodiek in casuïstiek van onveiligheid in huishoudens, waardoor zorgverzwaring met de bijkomende kosten voorkomen kan worden. 40 Deze budgetten zijn aan de orde gekomen bij de behandeling van de herijking Wmo in “De budgetten voor de WMO worden nauwlettend 2023. Indien gewenst kunnen de budgetten voor de Wmo verder besproken worden in gevolgd.” Worden deze ook besproken in de de werkgroep sociaal domein. werkgroep? 41 In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een De opschalingskorting vanaf 2026 wordt geschrapt. structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt.
Voor onze gemeente betekende dit Wat betekent dit voor de gemeente Hardinxveld met een structurele verhoging van het accres met 592K met ingang van 2026. Deze is in de onze omvang? meicirculaire 2024 verwerkt. 74/75 Op bladzijde 74 wordt vermeld dat de gemeente tot een heroverweging van het bovenwijks beleid moet komen en op bladzijde 75 staat dat dat een bovenwijks beleid indien gewenst wordt opgesteld. Wanneer volgt deze heroverweging en hoe wordt de raad hierin meegenomen?
Naar aanleiding van de onlangs door de raad aangenomen motie vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheid/wenselijkheid van het instellen van een Vereveningsfonds sociale woningbouw. Begin 2025 worden de uitkomsten van dit onderzoek aan de raad voorgelegd. Daarbij zal ook worden ingegaan op de verschillende onderdelen van kostenverhaal onder de Omgevingswet (voorheen: bovenwijkse kosten/bovenwijks beleid) en de keuzemogelijkheden in dat kader.
12
45.
SGP
97 Wat wordt hier verstaan onder volkshuisvesting? Waar komt deze fikse toename in negatief saldo (t.o.v. 2023) vandaan?
Onder dit product vallen woonruimteverdeling en woonwagenzaken. De grootste kostenpost hier betreft de doorbelasting van kosten van het team Ruimte. De stijging hangt samen met een gewijzigde kostenverdeling, waarbij het aantal producten (raming en realisatie) is teruggebracht naar de grootste posten. Dit leidt op een aantal producten tot een daling van de doorbelasting en andere, waaronder deze, tot een stijging. Op totaalniveau van de exploitatie blijft de doorbelasting overigens gelijk.
46.
SGP
97 De lasten voor Ruimtelijke ontwikkeling worden fors minder negatief begroot (t.o.v. 2023). Wat ziet hierachter?
In 2023 (realisatie) is onder deze post de implementatie van de omgevingswet opgenomen (ca. € 480.000) en is de afrekening van de anterieure overeenkomsten verwerkt. Deze laatsten zijn tussentijds moeilijk op de exploitatie te ramen. Voor de begroting 2024 zijn onder omgevingswet extra kosten geraamd voor het omgevingsplan en omgevingsvisie (totaal € 402.000). Vanaf 2025 is hiervoor een lager bedrag geraamd (€ 250.000).
47.
SGP
100 Wat wordt precies allemaal verstaan onder ‘Samenkracht en burgerparticipatie’ bij punt 6.1?
Conform de BBV-voorschriften vallen onder deze categorie: algemene voorzieningen (waarvoor geen individuele beschikking van de gemeente nodig is) gericht op participatie. Voor onze gemeente betekent dit dat het grootste deel van de lasten bestaat uit een deel van de MAG budget en personele inzet.
48.
SGP
117 Wat is de reden dat in 2025 geïnvesteerd moet worden in een nieuwe geluidsinstallatie voor de raadszaal à 68.000? Is dit niet beter mee te nemen in de plannen voor het Huis van de Gemeente?
Het presidium heeft gevraagd een investeringsplan op te stellen zodat er voldoende geld beschikbaar is zodra de huidige installatie vervangen moet worden. Nader onderzoek heeft opgeleverd dat dit niet in meerjarenonderhoudsplan van het gemeentehuis is opgenomen. Daarom moet hiervoor een aparte investering worden opgenomen. Vervanging is pas aan de orde als de installatie niet meer functioneert.
13
49.
SGP
121-124 Bij het overzicht van reserves en voorzieningen over de jaren 2025 t/m 2028 blijven bij Wegen, Duurzame vastgoed en Ruimtelijke ontwikkelingen de bestemmingsreserve over de jaren heen nagenoeg gelijk. Kan worden aangegeven waar deze reserves (potentieel) voor kunnen worden aangewend en zijn deze reserves reëel?
Algemeen Voor de doelstellingen van de diverse reserves en voorzieningen wordt verwezen naar de nota reserves en voorzieningen (raad 16 december 2021). Daarnaast wordt in de toelichting op de reserves en voorzieningen in de jaarrekening de doelstelling benoemd. Reserve wegen Deze reserve is gekoppeld aan het beheerplan wegen. Daarbij wordt jaarlijks een bedrag toegevoegd op basis van een meerjarig beeld (20 jaar). De onttrekking betreffen de afschrijvingslasten op de investeringen. Op basis van het nieuw vast te stellen beheerplan zal bezien worden of de jaarlijkse dotatie toereikend is. Reserve duurzaamheid vastgoed Deze reserve is gevoed vanuit de opbrengsten Eneco-gelden en is bestemd voor de investeringen op het gebied van duurzaamheid in het gemeentelijk vastgoed. In de prioritering van de projecten wordt deze reserve per gemeentelijk pand, zoals het Huis van de Gemeente, meegenomen. Reserve Ruimtelijke ontwikkelingen Ook deze reserve is gevormd vanuit de opbrengsten Eneco-gelden en bestemd voor met name de realisatie van de Nieuweweg-Noord. Deze investering zal worden geactiveerd en de afschrijvingslasten zullen hieraan worden onttrokken.
50.
SGP
Overig In de begroting wordt de WKR, Werkkostenregeling, niet apart genoemd, toch een vraag hierover. Wanneer de vrije ruimte binnen de WKR overschreden wordt, brengt dit hoge belastingskosten met zich mee. Bij gemeenten drukken naast de eigen medewerkers ook kosten van de raad op deze vrije ruimte, wat het nog belangrijker maakt om er strak op te sturen. Is er de afgelopen jaren sprake van een overschrijding van de vrije ruimte, en zo ja, wordt erop gestuurd om de overschrijding van de vrije ruimte te beperken?
Een aantal jaren terug is de werkkostenregeling ingevoerd. Destijds is, mede vanwege het feit dat ook uitgaven voor de raad onder de vrije ruimte vallen, voorzien dat we de drempel zouden overschrijden. Destijds is gerekend met € 30.000. In de praktijk blijkt dat we rondom dit bedrag jaarlijks uitkomen. Daar waar mogelijk proberen we binnen de vrijgestelde onderdelen te opereren. Zo worden gemeentelijke activiteiten bij voorkeur georganiseerd op werklocaties. Voorbeelden hiervan zijn de Kerstbijeenkomsten, maar ook de nazomerborrel. Verder wordt ook gedurende het jaar gestuurd op het binnen de geraamde extra kosten te blijven. Concreet betekent dit dat we de vrije ruimte overschrijden, waarbij we met de uitgaven nauwlettend sturen om deze overschrijding zoveel mogelijk beperken.
14
51.
CDA
Op pagina 30 staan de Overige leges en andere rechten vermeld. Voor 2023 staat een opbrengst van 67 vermeld, voor de andere jaren slechts 1. Is er een verklaring voor dit grote verschil?
In de overige leges en andere rechten zijn de vergoedingen voor het leggen van kabels en leidingen (onderdeel wegen) opgenomen (€ 61.190). Deze zijn op voorhand niet goed te ramen en daarom in de primaire begroting op nihil gezet. De opbrengsten hangen samen met het herstel van het straatwerk. In de tabel blijkt dat het onderdeel voor deze leges abusievelijk is opgeteld bij de havengelden (zie vraag 37) In de definitieve (digitale) versie van de begroting zullen we dit aanpassen.
15
Beantwoording technische vragen raadsvoorstel n.a.v. presentatie ‘sluitende begroting’ in besloten deel voorafgaand aan de Ontmoeting d.d. 19-9 Nr.
Fractie Vraag
Antwoord
1.
SGP
De drie genoemde sporen zijn mogelijkheden voor een sluitende begroting en zijn sporen die we niet allemaal kunnen uitlopen voor het vaststellen van de begroting voor 2025. De sporen zijn tevens bedoeld als leidraad voor de komende jaren, omdat ook dan de gemeente behoorlijke financiële uitdagingen kent. Met deze sporen en met continue aandacht voor de werking van het P&C proces kijken we naar de komende financiële begrotingsjaren. Dat doen we zeker niet alleen vanuit financieel oogpunt, maar zeker ook vanuit capaciteit, uit te voeren taken en projecten, en ambities. Denk bijvoorbeeld ook aan de terugkerende prioritering als onderdeel van de P&C cyclus.
Na de presentatie stelde ik de vraag of al aangegeven kon worden ten laste van welke onderdelen de taakstelling komt. In de beantwoording noemde de directeur bedrijfsvoering Fardo Haagsma de volgende drie ‘sporen’: • • •
Interne organisatie. Inkomsten. Wat we wel en niet kunnen doen.
a)Wordt met ‘interne organisatie’ een bezuiniging op het a)Het is vooralsnog niet nodig om te bezuinigingen op de omvang van het personeel bedoeld? personeelsbestand. Wel is het zaak om steeds scherp te kijken wat er nodig is aan capaciteit en bijvoorbeeld bij iedere vacature die ontstaat, te bezien hoe b)Wordt met ‘interne organisatie’ een efficiëntieslag in deze kan worden ingevuld. processen (lean/budgetten beter benutten) bedoeld? b)In de afgelopen jaren is, mede door ontbrekende sturing, weinig aandacht besteed aan de inrichting van de organisatie. Het is de bedoeling om door de inrichting van de drie domeinen een efficiënte en effectieve sturing in richten. Daarbij hoort ook het beoordelen van de inrichting van processen en budgetten. De combinatie van capaciteit en ambities is daarbij een aandachtspunt zoals hierboven is beschreven.
16
2.
SGP
Bij de begrotingsbehandeling in 2022 had de SGP al een vraag gesteld over de strategische personeelsplanning, namelijk: "Blz. 42/43. Algemene vraag n.a.v. het onderdeel ‘Organisatieontwikkeling’; er wordt ingezet op ontwikkeling van de medewerkers. Ligt er een Strategische personeelsplanning aan ten grondslag, waarin vragen aan de orde komen als welke formatieplaatsen hebben we als gemeente, welke medewerkers hebben we (op deze plekken), welke uitdagingen zijn er (te verwachten) voor de organisatie en wat hebben we nodig (o.a. qua ontwikkeling) om toekomstbestendig te zijn?" In de antwoorden op deze technische vraag is te lezen dat “we als gemeentelijke organisatie zicht hebben op onze formatieplaatsen en de bezetting daarvan”, maar dat “we geen gebruik maken van het instrument strategische personeelsplanning..." Bij de perspectiefnota 2025-2028 (net voor het reces) heeft de SGP o.a. een vraag gesteld over de formatie: "Voor de formatie wordt uitgegaan van 129,2 fte excl. college (peildatum 1 januari jl.). In de PPN van 20242027 werd uitgegaan van 117,84 te excl. college (peildatum 1 januari 2023). Uit hoeveel fte zou idealiter de formatie van Hardinxveld-Giessendam bestaan, passend bij de grootte van de gemeente en de werkzaamheden?" Op die vraag kon toen geen kwantitatief antwoord gegeven worden.
a)In de begroting 2025 is het volgende opgenomen: Voor de formatie wordt uitgegaan van de formele sterkte per 1 januari 2024 131,19 fte (exclusief college). Dat is de formatie waar we voor komend jaar vanuit gaan. b)Zoals bij de beantwoording van vraag 1a is aangegeven, kijken we scherp naar vacatures en de invulling en verdeling van werkzaamheden. Er wordt nog niet gewerkt met een strategische personeelsplanning. Dit is een van de instrumenten die nog moet worden ingericht. c) De nieuwe functies van domeinmanagers ten behoeve van de sturing in de organisatie zijn inmiddels ingevuld via drie interne kandidaten. We zijn trots op de kracht en het talent in onze organisatie. Momenteel bereiden de domeinmanagers zich voor op de overdracht vanuit de functie die zij hadden en het verkennen van de nieuwe functie. Omdat dergelijke functies ontbraken in de organisatie, is het een behoorlijke opgave om de functie van domeinmanager goed vorm te geven. Ook dit bekijken we met de juiste mix van efficiëntie en effectiviteit en in het juiste tempo. Bepaald is dat we het jaar 2025 gebruiken als overgangsjaar voor de inrichting van deze sturingsrollen. Vooralsnog vangen we deze versteviging van de organisatie op binnen bestaande budgetten, juist omdat de precieze uitwerking in de domeinen nog wordt verkend.
Indien hier financiële consequenties uit voortkomen, worden deze aan de gemeenteraad voorgelegd.
Er zit een discrepantie tussen de beantwoording uit 2022 en 2024 (wel of geen duidelijkheid over formatie en wel of geen SPP). Vragen zijn daarom: a)Is er nu zicht op het gewenste aantal formatieplekken voor de organisatie voor de komende jaren en/of met welke formatie of bezetting wordt nu gerekend?
17
b)Wat wordt er nu aan strategische personeelsplanning gedaan? c)Kan toegelicht worden hoe de gecreëerde functies van domeinmanagers zijn opgevangen binnen de formatie en het personeelsbudget, omdat dit niet langs de raad hoefde?
18