Beantwoording technische vragen PRO over Rvst Verordening tegemoetkoming kinderopvang SMI.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal medische indicatie
Naam steller: Partij:
Benjamin van de Velde PRO
Categorie:
A. Technische vragen over geagendeerde stukken
Met teleurstelling moeten we constateren dan de beantwoording op onze aanvullende vragen over de Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal medische indicatie onvoldoende beeld en onderbouwing biedt. Daarom nog een aantal vragen. Vraag 1: Is er contact geweest met de VNG over waarom de VNG adviseert om de SMI tot einde basisschoolleeftijd te hanteren? Reactie college Er is geen afzonderlijk contact geweest met de VNG over dit specifieke punt. Het college heeft gebruikgemaakt van de door de VNG opgestelde handreiking Sociaal Medische Indicatie en deze betrokken bij de afwegingen, zoals ook is toegelicht in de adviesnota. Vraag 2: Zo ja weet en begrijpt het college waarom de VNG het desbetreffende advies hanteert? Reactie college Niet van toepassing. Vraag 3: Is het college op de hoogte dat de SMI een voorziening is die naast de tijd op school bestaat? En hoe ziet het college dit in het perspectief van de voorliggende verordening? Reactie college Het college is bekend met het feit dat de Sociaal Medische Indicatie een voorziening betreft die aanvullend kan zijn op het onderwijs. In eerdere beantwoording van schriftelijke vragen is toegelicht hoe dit uitgangspunt is meegewogen bij de beoordeling van aanvragen en bij de vormgeving van de voorliggende verordening.
Vraag 4: In geval van een aanvraag SMI wordt een inkomenstoets gedaan / is de hoogte van de toekenning afhankelijk van het inkomen. In hoeverre is er sprake van een inkomenstoets bij voorzieningen vanuit de gemeente / het Sociaal Team als het gaat om alternatieven voorzieningen voor SMI? Reactie college Voor de toegang tot de SMI wordt geen inkomens- of vermogenstoets gehanteerd; inkomen en vermogen vormen geen uitsluitingsgrond. Het inkomen kan wel worden betrokken bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding. Voor andere voorzieningen die vanuit de gemeente of het Sociaal Team
worden ingezet, wordt eveneens geen inkomens- of vermogenstoets toegepast bij de toegang tot deze ondersteuning. . Vraag 5: In hoeverre hanteert de gemeente / het Sociaal team een leeftijdsgrens bij het inzetten / toekennen van alternatieve voorzieningen voor SMI? Reactie college Voor alternatieve voorzieningen die door de gemeente of het Sociaal Team worden ingezet, wordt in algemene zin een leeftijdsgrens gehanteerd van 0 tot en met 18 jaar. Wanneer sprake is van jeugdhulp op basis van de Jeugdwet, kan in uitzonderlijke situaties gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden binnen de verlengde Jeugdwet. Vraag 6: Stelt de gemeente andere eisen aan het verstrekken van ondersteuning vanuit de SMI vergeleken met de alternatieve voorzieningen voor SMI zoals genoemd in eerdere beantwoording? En zo ja, welke verschillen zijn dit. Reactie college De gemeente stelt dezelfde kwaliteits- en procesvereisten aan ondersteuning via de SMI als aan alternatieve jeugdhulpvoorzieningen. Het belangrijkste verschil zit niet in strengere eisen, maar in de aard van de voorziening: SMI is een vangnetregeling voor kinderopvang, terwijl alternatieve voorzieningen gericht zijn op jeugdhulp. SMI is gericht op tijdelijke kinderopvang om ouders te ontlasten bij sociale of medische problemen met als doel een veilige plek voor het kind en ruimte voor herstel van de ouder.
Alternatieve jeugdhulp is gericht op behandeling, begeleiding of ondersteuning van het kind of gezin.
-2-