CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen inzake Begroting 2023.pdf

Gemeenteraad GHG 10 november 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 17: Begroting 2023 en Meerjarenbegroting 2024-2026 gemeente Hardinxveld-Giessendam - Raadsvoorstel7.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1.

2.

3.

4.

Op bladzijde 8 wordt onder het kopje rente gesproken over een lagere boekwaarde van de grondexploitaties. Dit lijkt in tegenspraak met de passage op bladzijde 107 waar vermeld staat dat de boekwaarde is toegenomen van 12 Mio naar 17 Mio. Graag enige uitleg. Antwoord: Het nadeel ontstaat doordat, ondanks een stijging van de boekwaarde, de boekwaarde naar verwachting in de jaren 2023-2026 lager ligt dan waar in de begroting 2022-2025, voor deze jaren van uit was gegaan. Ter nadere informatie: In de boekwaarden in de paragraaf grondbeleid zijn o.a. ook de anterieure overeenkomsten in de boekwaarde meegenomen hier worden geen rentelasten aan toegerekend. Bij het onderdeel beleidsbegroting komen de beleidsthema’s uit het coalitieakkoord terug. Terwijl veel beleidsmatige informatie (beleidsindicatoren- risico’s – verbonden partijen die beleid uitvoeren) in de financiële begroting per programma zijn geordend. Is het college voornemens in een volgende versie van de begroting, bijvoorbeeld 2024, te komen tot een integratie van beleidsthema’s en programma’s? Immers veel beleidsinformatie staat nu ten onrechte in de financiële begroting, terwijl de beleidsthema’s in de beleidsbegroting staan. Hiermee komt meer samenhang tussen thema’s en programma’s en wordt de leesbaarheid verhoogd.

Antwoord: Zoals in paragraaf 1.1 Inleiding is aangegeven is dit de eerste stap naar een gewijzigde begrotingsopzet. Daarbij hebben wij ervoor gekozen om eerst het beleidsdeel opnieuw vorm te geven. In het vervolg hierop gaan we ook aan de slag met de financiële programma's. De intentie is om dat richting de perspectiefnota 2024-2027 op te pakken. Op bladzijde 2 wordt aangegeven dat in de periode na het vaststellen van de begroting een bestuurlijke & ambtelijke evaluatie wordt uitgevoerd om te bezien hoe we de komende jaren nog scherper onze ambities kunnen plaatsen in de tijd. Waarom wordt deze evaluatie niet voor het vaststellen van de begroting uitgevoerd, immers dan pas krijgt de begroting echt waarde als sturingsmodel? Antwoord: De evaluatie betreft het proces om te komen tot de nieuwe opzet van de begroting. Aangezien de nieuwe opzet in de werkwijze ook voor de ambtelijke organisatie een flinke verandering inhoudt, willen we met hen het proces evalueren met het oog op de leer- en ontwikkelpunten voor een volgend begrotingsproces. Het college verneemt ook graag de mening van de gemeenteraad over de nieuwe opzet. Daarnaast gaat het er vervolgens om te bepalen hoe we de komende periode omgaan met ambities en uitdaging die op het pad van de gemeente komen. Daarom is de evaluatie op deze manier in de tijd uitgezet. Pag.

3: “Aanvullende financiële middelen voor realisatie van ambities uit het coalitieakkoord zijn in deze begroting nog niet voorzien. Zoals hierboven aangegeven gaan we aan de slag om onze ambities scherper in de tijd te plaatsen, wij brengen dan ook in beeld welke financiële middelen benodigd zijn”. Door deze uitspraak wordt de waarde van de begroting sterk in waarde gereduceerd, immers voorgenomen beleid en de benodigde middelen zijn niet verwerkt in deze begroting. Bent u het eens met deze veronderstelling?

Pagina 1

5.

6.

7.

8.

9.

Antwoord: Deze veronderstelling doet voorkomen alsof er geen middelen voor beleid vanuit het coalitieakkoord in de begroting zijn opgenomen. In de begroting zijn de ons nu bekende beleidsvoornemens al wel financieel vertaald. Op een aantal ambities is een nadere uitwerking nodig met het oog op de financiële vertaling (zoals bijvoorbeeld het project Huis van de Gemeente). Deze ambities zijn beleidsmatig wel opgenomen als onderzoeksthema, maar nog niet financieel vertaald. Lopende het begrotingsjaar zullen we met voorstellen komen waarbij dan de afweging gemaakt wordt tussen de benodigde investering en de beschikbare financiële middelen. Waarom hanteert de gemeente HG niet een prijsstijging raming CPB voor alle materiële budgetten? Dus niet alleen voor de uitbestedingsbudgetten, investeringen en onderhoudsvoorziening? Antwoord: Het verschil tussen de alle materiële budgetten en uitbestedingsbudgetten/investering/onderhoudsvoorzieningen bestaat uit hoofdzakelijk uit energiekosten en de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De stijging van de energiekosten hebben wij afzonderlijke geraamd in de begroting. Bij de gemeenschappelijke regelingen hebben we, zoals de Provincie voorschrijft, aansluiting gezocht bij de begrotingen 2023-2026 van de GR'en.

We krijgen wel signalen van de GR'en dat zij hun begroting 20232026 bij gaan stellen omdat de loon- en prijsinflatie hoger ligt dan waar zij bij het opstellen van hun begrotingen in het voorjaar van 2022 vanuit waren gegaan. In de begroting 20232026 hebben wij dit in de paragraaf 1.5 "Aanvullende ontwikkelingen" gemeld. Kan het college aangeven wanneer daadwerkelijk opvolging wordt gegeven aan de moties ‘’Ontstenen en vergroenen Raadhuisplein’’ en ‘’Bomen en zonnepanelen Betuwelijn en A15”’? Antwoord: Ten aanzien van Ontstenen en vergroenen Raadhuisplein: deze motie is onderdeel gemaakt van het onderzoek naar het Huis van de Gemeente. Dit omdat de buitenruimte niet los gezien wordt van het gebruik van de binnenruimte. Daarmee volgt opvolging van deze motie in principe ook het tijdspad van 'Het huis van de gemeente'. De motie 'Bomen en zonnepanelen Betuwelijn en A15' is meegenomen in de kaders voor inpassing voor ontwikkelaars die zich hebben gemeld met projecten voor beide uitwerkingsgebieden. Op dit moment zijn er nog geen projecten die zo concreet zijn dat het gaat over daadwerkelijke inpassing in het landschap. Pag. 18: Wat of wie zijn “voorveldpartners”? Antwoord: Hierbij kan worden gedacht aan Servanda, Humanitas Home Start, JongJGZ en alle lokale stichtingen en verenigingen. Pag. 21: Laatste zin. Gaat over statushouders.

Waarom staat er “proberen te voldoen”? Immers het is een wettelijke verplichting en moet dus uitgevoerd worden! Antwoord: De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar het aantal statushouders dat elke gemeente moet huisvesten: de gemeentelijke taakstelling. Deze taakstelling is/wordt steeds hoger en tegelijkertijd is er een krapte op de woningmarkt. De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft één woningcorporatie, waarbij de wachttijden op lopen en er minder woningen vrij komen waarmee de doorstroming stokt. Evenals in voorgaande jaren gaan we er van uit dat we in 2023 de taakstelling realiseren, echter met het voorbehoud dat dit mogelijk niet haalbaar is. Pag. 22: Hoe gaat het huurpuntensysteem voor koopwoningen er uit zien? Hoe gaat dit werken? Pagina 2

10.

11.

12.

13.

14.

Antwoord: Voor koopwoningen gaan we op basis van pilot verkennen wat de verschillende mogelijkheden zijn en hoe deze werken, kortom monitoring. De inzet is om woningen terecht te laten komen bij de juiste doelgroep. Om deze reden is er voor het project Pieter de Hooghstraat een pilot opgezet, naast de licentie voor de koopstartregeling, voor een voorrangsbeleid. Dit beleid is opgesteld om inwoners die al in de gemeente HardinxveldGiessendam wonen of werken voorrang te geven. Na evaluatie van de pilot bij de Pieter de Hoogh zullen we de gemeenteraad informeren over de uitkomsten. Pag. 35: Wat betekent: “Circulariteit beleidsmatig borgen waar opportuun”? Antwoord: Met opportuun wordt bedoeld dat bij beleid dat toch op wordt gesteld, én het logisch is hier circulariteit een plek in te geven, dat ook gebeurt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inkoop- of afvalbeleid. Pag,39: We zetten in op andere manieren van vervoer, zoals over water …… enz. Hoe wordt ingezet op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer tussen Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht en Gorinchem? Antwoord: De Merwede Lingelijn is en blijft de verbindende openbaar vervoer-schakel tussen de 3 genoemde gemeenten. Daarnaast kijken we naar andere mobiliteitsoplossingen om de bereikbaarheid te verbeteren. Pag.41: Waarom wordt in dit onderdeel over dienstverlening niet iets gezegd over het project “Stutten en Verstevigen”.

Immers dit is een belangrijk voorlopend project om de kwaliteit van de ambtelijke organisatie met betrekking tot processen en cultuur te verbeteren. Antwoord: Het project Stutten & Verstevigen is inderdaad een belangrijk project voor de dienstverlening. Onder het kopje 'Organisatieontwikkeling' op blz. 42 vindt u elementen uit Stutten & Verstevigen terug waaronder: (concern)sturing, coördinatie, dienstverlening, de 3 R'en: Rust, Regie en Relatie uit het Deloitte-rapport, het anticiperen op het aflopen van stutten en verstevigen in 2023 etc. Pag. 59: Waarom is de begroting voor Begrafenisrechten in 2023 zoveel hoger dan in 2022? Graag een cijfermatige onderbouwing. Antwoord: Het is niet zo dat de opbrengsten in 2023 hoger liggen dan in 2022. De opbrengsten in 2022 liggen incidenteel lager. Bij de najaarsnota 2022 is de raming incidenteel naar beneden bijgesteld. In de najaarsnota 2022 hebben wij hierover aangegeven: "De opbrengst van de begraafplaats is jaarlijks een schatting. Deze is gebaseerd op de inkomsten van de jaren daarvoor. We kunnen immers op geen enkele manier voorzien in het aantal begrafenissen dat plaats gaat vinden in het komende jaar.

Omdat in 2022 tot en met de maand augustus de werkelijkheid flink achterblijft op de raming maar in 2020 en 2021 werkelijke opbrengst in lijn lag met de toenmalige raming (welke in lijn lagen met 2022), gaan we uit van een incidentele bijstelling van de opbrengst". Pag. 113: Wanneer wordt de kwaliteit van de dienstverlening zoals die bij de Service Gemeente Dordrecht wordt ingekocht geëvalueerd? Dit om te bepalen of de geleverde kwaliteit opweegt tegen de kosten die gemaakt worden. Antwoord: De gemeenten hebben met de gemeente Dordrecht de afspraak gemaakt dat er na 2 jaar wordt geëvalueerd. Dit is de bestaande afspraak die werd beschreven in de raadsinformatienota van 1 juni 2021. Verder is afgesproken: "De start (van de Servicegemeente) per 1 januari 2022 betekent een afnameperiode van

Pagina 3

4 jaar voor van alle producten en diensten die nu worden afgenomen in de huidige basispakketten. Dat wil zeggen: ten opzichte van nu een ongewijzigde situatie. Daaraan wordt een evaluatie gekoppeld op initiatief van Dordrecht gericht op inhoudelijke bijsturing na twee jaar, waarbij de aspecten van die evaluatie en de follow-up daarvan worden bepaald in het ONS-D. Daarnaast vindt jaarlijkse monitoring en rapportage door Dordrecht plaats met als nulmeting (basis) de begroting 2021".

Pagina 4

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Blz. 5 bullet 5. Waarom zijn de budgetten van 2024 niet gebudgetteerd t.o.v. 2023? Het is niet waarschijnlijk dat er geen sprake zal zijn van inflatie in 2023. Antwoord: Mede gelet op het lastig voorspellen van de toekomstige inflatiepercentages, stellen wij de begroting op tegen constante prijzen. Hetgeen overigens in gemeenteland een veel gebruikte lijn is. Wij houden aan de lastenkant geen rekening met loon- en prijsinflatie, hier staat tegenover dat wij ook aan de batenkant ook geen rekening houden met inflatiepercentages. blz 5. bullet 6. Hoe zijn de percentages van 5 en 10% bepaald? Is daar een onderbouwing voor? Antwoord: De inflatiepercentages zijn op dit moment onzeker. De percentages betreffen een eigen inschatting, waarbij zoveel mogelijk is gekeken naar landelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld CBS inflatiepercentages). blz. 5 bullet 9. Waarom is voor de cao de septembercirculaire niet als uitgangspunt genomen? Antwoord: Voor de begroting is de meicirculaire altijd het uitgangspunt. De effecten van de septembercirculaire zijn te laat bekend om deze nog in te passen in de begroting, het begrotingsproces is dan al in een te ver gevorderd stadium. blz 5 bullet 11. Op de kapitaalmarkt is de rente voor een 10 jaar lopende lening 2,4%. Is het gehanteerde % wel realistisch. De rente zal de komende periode eerder stijgen dan dalen.

Antwoord: In de begroting is het rentepercentage opgenomen zoals dat bij het cijfermatig opstellen van de begroting bekend was. Dit was medio 2022 en toen was het percentage ongeveer gelijk aan wat is benoemd. Doordat o.a. de rente doorwerkt in andere doorrekeningen is latere aanpassing zeer bewerkelijk en vindt daardoor niet plaats. blz 5. bullet 12: Is het onder de huidige omstandigheden verstandig om leningen met een looptijd korter dan een jaar te sluiten? Deze zijn hoger dan langlopende. Antwoord: De rente op kortlopende leningen is inderdaad hoger dan langlopende leningen. Daarom opteren wij ook voor een langere looptijd. Overigens zijn kasgeldleningen op dit moment voordeliger dan kortlopende leningen. Daarbij merken wij op dat het College recent het besluit heeft genomen om een langlopende lening ad maximaal € 7,5 miljoen af te sluiten om qua rentepercentage rust in de begroting te krijgen. blz. 7 2b punt 1. De genoemde loonstijging van 3% lijkt ons aan de lage kant. Kunt u deze onderbouwen? Antwoord: Deze daadwerkelijke loonstijging is gebaseerd op de huidige CAO afspraken, aangegeven is dat deze circa 3% bedraagt. 1,5% was de verhoging per 1 december 2021, daarnaast zijn de salarissen per 1 april 2022 met 2,4% verhoogd (effect voor 2022 = 1,8%). 1,5% + 1,8% is circa 3%. Zelfde onderdeel punt 2.

Hoe lang is de gemeente aansprakelijk voor een wachtgeldverplichting? De toelichting doet vermoeden dat de ontstane verplichting te maken heeft met de wisseling in het College. Dan is het bedrag of de voorziening wel heel gemakkelijk te herleiden. Hoe zit dat met de AVG?

Pagina 5

Antwoord: Voor bestuurders is de wachtgeldverplichting afhankelijk van de zittingsduur en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Daarbij gelden voor ambtenaren die wethouder worden ook nog eens terugkeerrechten. Dit maakt het dat in zijn algemeenheid niet direct een wachtgeldverplichting behoeft te ontstaan. In het geval van de wisseling in het college is dat in dit geval wel aan de orde, waarbij naar onze mening geen vraagstuk hoeft te liggen met de AVG. Er wordt geen persoonlijke informatie gedeeld. Overigens kan de wachtgeldverplichting eindigen bij het vinden van een andere werkgever of bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. 8. Blz. 8 punt 3.2 en 3.3.. De indexaties van de SG Drechtsteden GGD lijkt ons wat hoog t.o.v. de anderen. Kunt u dit toelichten? Antwoord: De ramingen in onze begroting hebben we afgestemd met de definitief door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting van DGJ en de Service Gemeente Dordrecht. Op onderdelen zijn de bijdragen verhoogd. 9. Blz. 8 punt 5. M.b.t. de OZB vragen wij ons af welke peildatum gehanteerd is? De prijzen van de woningen stabiliseren. Antwoord: De bijstelling hangt samen met de hogere opbrengst die reeds in 2022 wordt geconstateerd. Zie hiervoor ook de najaarsnota.

Daarbij is de waardepeildatum 1-1-2021, maar omdat wij werken met een indexatie zal bij stijgende prijzen het OZB-percentage dalen en bij dalende prijzen omgekeerd. Dit om te voorkomen dat stijging/daling van de opbrengst afhankelijk is van de prijsontwikkeling. De indexatie is overigens gebaseerd op de gemiddelde woningwaarde. 10. Blz 9. De raming van de koten jeugdzorg van gemeente wijken vanaf 2023 behoorlijk af van de provincie. Hoe verklaart u dat? Waarom wordt de begroting pas in 2026 bijgesteld? Antwoord: Gemeenten mogen in de jaren 2024 t/m 2026 de incidentele middelen die zijn toegevoegd aan het gemeentefonds, meenemen in hun meerjarenraming. De ramingen 2024 -2026 waren nog gebaseerd op eerdere richtlijnen; 75% van de incidentele middelen van 2023. Op basis van de actuele richtlijnen heeft De Provincie zowel voor de extra middelen als de besparingen aanpassing gedaan. Dit leidt tot een voordeel voor de jaren 2024 en 2025 en een nadeel voor de jaren daarna. 11. Blz 9 punt 4.Hierin staan twee opties om structureel te investeren: een tweede BOA of investeren in indirecte capaciteit.

Is hier een afweging gemaakt met het oog op de veiligheid en is op basis daarvan gekozen voor een extra BOA? Antwoord: Ja, daarnaast zijn de volgende afwegingen ook meegenomen om te kiezen voor een tweede BOA: - De huidige werkdruk die er bij onze BOA ligt - De eigen veiligheid van onze BOA - Het kunnen vervangen/aflossen van elkaar - Meer kunnen investeren aan de preventie, door actievere bijdrage te kunnen leveren aan (integrale)controles 12. Blz. 19 Balans tussen zorgvragen. Kunt u voorbeelden geven van het landelijk aandacht blijven vragen? Welke acties onderneemt het College? Bij dit onderdeel Wat gaan we doen in 2023, eerste bullet: dit is geen voornemen maar een constatering. Wat gaan we hier specifiek doen? Antwoord: Vanuit de regio vragen wij gezamenlijk aandacht voor bepaalde onderwerpen, zoals het resultaatgericht beschikken, jeugdzorggelden e.d. We doen dit via de afgevaardigde Pagina 6

13.

14.

15.

16.

17.

regiowethouders die aan tafel zitten bij de VNG en het rijk. In onze regio-overleggen dragen wij deze onderwerpen aan. Op deze manier wordt onze regio en onze gemeente vertegenwoordigd. Een andere visie op zorg: Onze visie sociaal domein is hierin leidend. We zullen op beleidsniveau en uitvoeringsniveau keuzes moeten maken. Deze keuzes maken we aan de hand van data en onze gesprekken met maatschappelijke partners. In de overige bullets op p.19 worden concrete voorbeelden beschreven van wat we gaan doen. Blz. 23 eerste bullet. Worden bij het bouwberaad ook de woningbouwvereniging en huurdersraad uitgenodigd? Antwoord: Het Bouwberaad Hardinxveld-Giessendam is een verband waarin wij als gemeente periodiek samenkomen met ontwikkelende partijen (particuliere ontwikkelaars en woningcorporatie/woningbouwvereniging Fien Wonen). De huurdersraad is geen ontwikkelende partij maar een stichting die gevraagd en ongevraagd advies geeft aan de woningcorporatie. Kortom zij worden niet uitgenodigd, zij kunnen zich voor vragen/opmerkingen/input wenden tot de woningcorporatie. blz. 25 Leefbaarheid. In de laatste zin van de eerste alinea staat dat Buurttoezicht belangrijke oren en ogen heeft en dat digitale platforms worden gestimuleerd. Is er een overzicht hoe dit de afgelopen jaren gewerkt heeft? IS het effect meetbaar? Antwoord: Op de eerste vraag: Ja dit overzicht is er.

Buurttoezicht levert weekrapporten op die zij delen met de gemeente. Daarnaast heeft Buurttoezicht maandelijks overleg met de gemeente en politie waarbij de ontwikkelingen worden besproken. Op de tweede vraag: Ja door deze weekrapporten en FIXI meldingen te evalueren blz. 26 Evenementen en Horeca. De derde bullet spreekt van een inhaalslag. Wat is niet in te halen en hoe is de achterstand ontstaan? Antwoord: De horecavergunningen zijn bijna allemaal verlopen. Wegens tekort aan capaciteit was dit nog niet opgepakt. In 2023 gaan we de inhaalslag maken. blz. 26 Digitale criminaliteit en ondermijning. Zijn er cijfers over ondermijning in Hardinxveld en om welke soort het gaat? Antwoord: Er is een pand gesloten op basis van het voor handen hebben van spullen om hennepkwekerijen mee te bouwen en ook een waarschuwing uitgedeeld door de gemeente omdat er in een woning illegale prostitutie plaats vond. Op ons gemeentelijke ondermijnings mailadres zijn er drie meldingen binnen gekomen en via Meld Misdaad Anoniem 3 meldingen. Deze gaan van oplichting tot illegale huisvesting en van drugsdealen tot illegale prostitutie. Verder zijn er via partners sinds juli zo een 25 meldingen binnen gekomen. Maandelijks lopen wij deze meldingen uit door het bezoeken van bedrijfspanden, BRP controles en als wij niets kunnen met meldingen zetten wij deze uit naar de juiste instantie.

Ook komen er veel meldingen binnen over horizontale fraude via Whatsapp en Marktplaats. blz. 27 Bevolkingszorg/crisisbeheersing. Onlangs zijn er oefeningen gehouden. Welk beeld komt hieruit naar voren? Zijn wij voorbereid? Antwoord: Door de coronacrisis is er een achterstand opgelopen op het gebied van Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). Daarnaast is er veel verloop geweest van personeel, waardoor nieuwe collega’s getraind moeten worden voor een (neven)crisisfunctie. Dit heef vanuit zowel onze gemeente als de regionale crisisorganisatie van Bevolkingszorg prioriteit. Lokaal hebben we op zaterdag 8 oktober onze gemeente als gastgemeente aangeboden voor een landelijke veiligheidsoefening. De komende periode staan er meerdere OTO-activiteiten

Pagina 7

18.

19.

20.

21.

22.

23.

gepland en worden nieuwe collega’s opgeleid voor een (neven)crisisfunctie. Dit alle met als gemeente weerbaar te zijn als er een crisis uitbreekt. De samenwerking tussen de lokale crisisorganisatie en de regionale crisisorganisatie borgt ten allen tijden dat we paraat staan als er een crisis optreed. blz. 28 Voorlichting. Waarom starten we de voorlichting over vuurwerk al niet in 2022? Antwoord: Dit jaar zijn/worden er ook vuurwerkvoorlichtingen gehouden door HALT op het primair en het voortgezet onderwijs. Daarnaast hebben wij hier ook aandacht voor via onze gemeentelijke mediakanalen. In 2023 wordt dit voortgezet. blz. 33. Groenbeheerplan, tweede bullet. Wat moeten we ons voorstellen bij renoveren van bomen? Wat is het effect hiervan? Antwoord: De bomen worden vervangen omdat ze ziek zijn (Venusstraat en Houweningeweer), of slecht groeien door gebrek aan ondergrondse groeiruimte (Nieuweweg). Door het vervangen van de aftakelende bomen wordt de boomstructuur verbeterd en versterkt. blz. 35 Duurzaamheid en klimaatadaptatie, bullet 5. Is er al een Energie Contactfunctionaris? Antwoord: Antwoord: Deze functie is belegd bij de medewerker Duurzaamheid. De rol van Energie Contactfunctionaris is onderdeel van zijn takenpakket, maar dat takenpakket beperkt zich niet tot die rol alleen. blz. 39.Andere vervoersvormen, tweede bullet. Wat is de stand van zaken mb.t.

de waterbus? Antwoord: De capaciteitsproblemen bij de Waterbus worden minder. Het toegezegde onderzoek naar de vervoerwaarde van het uitbreiden van de lijnvoering richting Hardinxveld-Giessendam is uitgesteld. De verwachting is dat dit eerder in 2024 dan in 2023 zal worden opgestart. Blz. 41. Mensen boven regels. Wie kan daar iets op tegen hebben? Maar hoe meten we of de doelstellingen ook bereikt worden? Hoe zit het met de klachtenafhandeling? Antwoord: Mensen boven regels is niet zo zeer een meetbare doelstelling maar meer een kwestie van houding en gedrag van onze medewerkers in hun interactie met inwoners, ondernemers en instellingen. Het gaat er bij mensen boven regels om dat wij ons beleid en onze regelgeving niet op de eerste plaats zetten en het bij ons antwoord laten bij een mededeling of besluit daarover. Bij (aan)vragen gaan we eerst het gesprek aan. In de eerste plaats om te beoordelen of we de vraag goed hebben verstaan, en in de tweede plaats om eventuele achterliggende vragen in beeld te krijgen. Zo hebben we een voldoende beeld om onze beantwoording goed vorm te geven en we rekening kunnen houden met alle feiten en omstandigheden. Ons beleid en regelgeving houden we in stand en maken we daar waar dat kan passend op de goed verkende en individuele omstandigheden.

Daarmee zetten we in op een wellicht niet altijd gewenst maar wel begrijpelijk, transparant en gemotiveerd antwoord. Ten aanzien van de klachtenafhandeling zijn er twee sporen te benoemen: daar waar sprake is van een formele klacht wordt deze behandeld en afgedaan volgens de daarover afgesproken regelgeving (klachtenprotocol/-reglement). Daarnaast (tweede spoor) gaan wij voor zover mogelijk en gewenst over informele klachten met betrokkenen in gesprek. Daarmee geven wij enerzijds aan dat we deze signalen serieus nemen en gebruiken we deze klachten anderzijds ook om onze dienstverlening te verbeteren. blz. 50. Tabel. Klopt het dat programma 13 ontbreekt? Wat is de landelijke trend m.b.t. de belastingdruk? Hoe kan de Raad dit controleren? Kunt u voortaan een overzicht toevoegen? Voor nu zoude we graag een actueel overzicht ontvangen.

Pagina 8

24.

25.

26.

27.

28.

29.

Antwoord: Programma 13 betreft het Programma Financiering en Algemene Dekkingsmiddelen en is terug te vinden op pagina 139. De belastingdruk is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen (van pagina 59), waarbij op pagina 62 het vergelijk met de regiogemeenten en onze landelijke positie wordt weergegeven. Blz. 59 overzicht. Is er bij de afvalstoffenheffing al rekening gehouden met de gevolgen van Diftar? Antwoord: De opbrengst is gebaseerd op de opbrengt van 2022. In de gemeenteraadsvergadering van 15 december 2022 worden de tarieven voor 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierbij zal nog geen rekening worden gehouden met de gevolgen van Diftar. Blz. 66. Hoe is het bedrag van de vrij besteedbare reserve bepaald? Is er een benchmark voor de totale weerstandscapaciteit? Hoe kunnen we bepalen of die van onze gemeente goed is t.o.v. anderen? Antwoord: De vrij besteedbare reserve is bepaald op basis van de huidige stand van de algemene reserve en de reserve sociaal domein en de verwachte toekomstige bestedingen. Er is voor zover bij ons bekend geen benchmarkt voor weerstandscapaciteit, waardoor wij ook geen oordeel kunnen geven of onze capaciteit goed is t.o.v. van andere gemeenten. Wel willen wij hierbij opmerken dat de weerstandscapaciteit altijd in samenhang met de ingeschatte risico's moet worden bezien (weerstandsratio).

Belangrijk voor onze gemeente is dat onze weerstandscapaciteit van voldoende omvang is om onze risico's af te dekken. Blz. 76. Tabel. Hoe zijn de bedragen van doteren en onttrekkingen te herleiden? Antwoord: De onttrekkingen bestaan uit de afschrijvingslasten van investeringen waarover wordt afgeschreven en de uitgaven aan investeringen waarover niet wordt afgeschreven. De dotatie wordt gebaseerd op een onderliggend plan van toekomstige uitgaven. Dit plan wordt zoals in de begroting aangegeven in 2023 geactualiseerd. In de begroting is geen zichtbare relatie met dit onderliggende plan. Blz. 77. Tabel bruggen. De afschrijvingslasten nemen af. Heeft dat te maken met de leeftijd van de bruggen, de staat van onderhoud? Antwoord: De afschrijvingslasten nemen af doordat investeringen vanuit het verleden volledig zijn afgeschreven. blz. 80 Groen beleidsplan. Waarom dat van september 2007? Er is toch een geactualiseerd plan van 2022? Antwoord: Correct. De datum dient te worden aangepast naar 21 april 2022. blz. 101 onderaan bij stikstof. Welk risico loopt de gemeente nu m.b.t. de lopende plannen in Oog en Westwijk met het oog op de wetgeving? Antwoord: In principe geen. Zowel de Blauwe Zoom als ’t Oog (woningen) maken gebruik van de registratie stikstof. Als gevolg hiervan is destijds een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) verleend.

Zowel de bouw- als de gebruiksfase worden gecompenseerd door de verlaging van de snelheid op de snelwegen destijds. De bouwvrijstelling waarover nu een uitspraak door de Raad van State is gedaan kwam later. Wel is het zo dat er voor beide projecten nog geen onherroepelijk bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning voor het hele ontwikkelgebied is. Een actuele stikstofberekening is altijd een onderdeel van deze procedures. Binnenkort volgt een actualisatie van de zogenoemde Aerius-calculator, maar de verwachting is dat de eerder verleende Wnb-vergunning nog steeds volstaat. Kanttekening hierbij is dat de ontwikkeling van bedrijventerrein 't Oog niet onder de verleende Wnbvergunning valt. Bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor de kavels op Pagina 9

30.

31.

32.

33.

34.

bedrijventerrein 't Oog is eveneens een actuele stikstofberekening nodig. Het is op voorhand niet precies te zeggen welke gevolgen de uitspraak van de Raad van State betekent. De berekening is namelijk maatwerk per bedrijf. De uitkomsten van deze berekening moeten uitwijzen of er geen belemmeringen zijn of dat er toch aanvullende maatregelen genomen dienen te worden. blz. 125. Lasten en baten. Is hier al rekening gehouden met de nieuwbouw aan de Pietersweer? Antwoord: Voor zowel de Ichthus als de Driemaster zijn afgelopen periode onderzoeken gedaan naar gezamenlijke nieuwbouw aan de Pietersweer. In de begroting is hier al gedeeltelijk rekening gehouden door middelen te reserveren in de reserve Scholenbouw ca., omdat deze middelen naar verwachting ontoereikend zijn, komt het college met een voorstel voor de dekking van de totale lasten. blz. 135. OZHZ. Uit de tweede paragraaf kan je opmaken dat onze gemeente het risico loopt extra te moeten bijdragen omdat anderen niet structureel hun jaarprogramma financieren. Klopt die conclusie? Antwoord: Die conclusie klopt deels. Het is niet zo dat enkele andere deelnemende gemeenten hun jaarprogramma niet structureel financieren, maar wel dat er een incidentele component in zit die naar verhouding relatief groot is ten opzichte van de structurele component.

Het is nu niet aan de orde dat dit om een aanvullende bijdrage van onze gemeente vraagt. Wel kunnen stijgende inhuurlasten, als gevolg van incidentele financiering, uiteindelijk leiden tot een hoger uurtarief voor de uit te voeren taken. Dit werkt vanzelfsprekend door in het jaarprogramma voor onze gemeente. blz138. Staatje beleidsindicatoren woonlasten. Bij de laatste twee staat als waarde gemeenten< 25.000 inwoners 0. Dat lijkt ons niet juist. Antwoord: De informatie die wij in de begroting opnemen is afkomstig van de website: https://www.waarstaatjegemeente.nl/ Doordat de informatie bij het opstellen van de begroting nog niet beschikbaar was is hier 0 euro opgenomen. BBV: Maakt de genoemde actuele prognose inmiddels ook deel uit van deze programmabegroting? Antwoord: Over deze vraag is telefonisch contact geweest met de fractie van de ChristenUnie. De vraag blijkt betrekking te hebben op de paragraaf Grondbeleid en dan met name de basis waarom de prognose is gebaseerd. De prognose is gebaseerd op het MPG 2020-2021, zoals vastgesteld in de gemeenteraad van 23 juni 2022. Het tMPG is door het college vastgesteld op 1 november 2022 en zal ter kennisgeving aan de gemeenteraad worden aangeboden. De financiële uitkomsten van het tMPG zijn gelijk aan het MPG. blz. 162/163. Hier staat voor EUR 9,1 miljoen investeringen in 2023. Het lijkt ons sterk dat dit in 2023 haalbaar is.

Wat zijn de prioriteiten? Antwoord: Wij zijn het met u eens dat de ambitie uit de kredietenstaat hoog is. Het gaat hier echter om het beschikbaar stellen van de kredieten. In de begroting zelf anticiperen we op de realisatie door o.a. in de geprognosticeerde balans een realisatiegehalte van 40% in het jaar te hanteren en 60% in het volgend jaar. Om meer evenwicht te krijgen in ambitie en realisatie zal in de komende periode en ook richting de volgende begroting nadrukkelijker worden bekeken wanneer een investering tot realisatie kan komen. Hiermee hopen wij het stuwmeer aan investeringen in de tijd meer in evenwicht te brengen.

Pagina 10

Geen vragen ontvangen.

Pagina 11

1.

2.

3.

4.

5.

Blz. 7. Er wordt in de begroting uitgegaan van een % van 4% loonstijging. Gezien het laatste bod vanuit de werkgevers van 4% is het dan niet realistischer om van een hoger % uit te gaan? Antwoord: Het percentage van 4% is ontleend aan de gehanteerde uitgangspunten uit de meicirculaire gemeentefonds 2022. De inzet van de vakbonden is inderdaad hoger dan deze 4%, maar wij hebben voorlopig gemeend om het percentage van 4% te handhaven. Dat is op dit moment ook nog de inzet vanuit de werkgevers, waarbij wij menen dat het geen goed signaal is als we daarvan afwijken. Tegelijkertijd is er het risico dat het percentage hoger uitvalt en dit hebben wij dan ook opgenomen in de paragraaf 1.5 Aanvullende ontwikkelingen. Blz. 9. De verwachte exploitatiebijdrage aan Riveer wordt verhoogd, o.a. door gestegen brandstofprijzen. Zijn de verwachtingen dat de komst van de elektrische pond hier nog iets aan veranderen (ten positieve of negatieve)? Antwoord: De exploitatie van elektrisch varen is, ondanks de gestegen prijzen voor elektriciteit, goedkoper dan door blijven varen met dieselschepen. Blz. 24. Welke gevolgen heeft de uitstel van de omgevingswet voor de programmabegroting? Antwoord: We monitoren continu de opgaven afgezet tegen de (nieuwe) datum van inwerkingtreding in combinatie met de financiële middelen en komen via de weg van de P&C-cyclus tot (eventuele) voorstellen.

Zo wordt nu een slotwijziging voorbereid om tot overheveling van financiële middelen te komen naar het jaar 2023. Blz. 24 / 25. Ik mis hier de bibliotheek, wordt wel gesproken over het Huis van de gemeente, maar ik zou graag ook wat concreter willen horen hoe evt. de bieb hierin meegenomen wordt. Antwoord: Met diverse maatschappelijke partners worden gesprekken gevoerd naar de mogelijkheden om deel uit te maken van het Huis van de Gemeente. Op dit moment wordt door middel van een functioneel programma van eisen van de maatschappelijke partners onderzocht naar de mogelijkheden in inpassing in het Huis van de Gemeente. De bibliotheek is één van de maatschappelijke partners. Blz. 25. Specifiek worden de doorontwikkeling van de sporthal De Wielewaal en het groot onderhoud van De Duikelaar genoemd. Wat is de focus in de doorontwikkeling van de Sporthal de Wielewaal en wat is de insteek voor het overige bezit in 2023 en verder? Antwoord: Eind november 2022 wordt het onderzoeksrapport over de doorontwikkeling van de sporthal De Wielewaal opgeleverd. Hierin krijgen we informatie over de positie van de sporthal, bruikbaarheid en of het voorziet in de behoefte voor nu en in de toekomst. Een visie voor de sporthal De Wielewaal is onder andere afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoeksrapport.

De insteek voor het overige bezit zal in het nog op te stellen beheerplan/nota maatschappelijk vastgoed aan het college en raad worden voorgelegd. Pagina 12

6.

7.

8.

Blz. 32. Wat betreft een wandelpad bij de Nieuwe Boezem, klopt het dat de raad hierin eerst meegenomen wordt of het wenselijk is dat er een wandelpad komt. Antwoord: Om met de ontwikkeling van de Nieuwe Boezem een wandelpad aan te leggen is een wens van het college. De bedoeling is dat dit wandelpad een extensief karakter krijgt zodat ook onze inwoners kunnen genieten van dit gebied. E.e.a. is ook afhankelijk van het draagvlak van de omgeving en inzet van het Waterschap. De gemeenteraad wordt meegenomen in de voortgang van het project. Op blz. 36 wordt over het duurzamer maken van gemeentelijke gebouwen gesproken en op blz. 81 en blz. 82 wordt het meerjarenonderhoudsplan gebouwen toegelicht. Het betreft hier maatschappelijk vastgoed. U spreekt in de speelruimte op blz. 82 over: Komen tot een weloverwogen, praktisch en breed gedragen speelruimtebeleid voor de komende 10 jaar. Onder deze gebouwen vallen gebouwen met A en A+ label, zoals gemeentehuis en ABS kantorenruimte. Echter ook gebouwen als sporthal Wielewaal, De Keet en Bibliotheek. 1. Bent u het met ons eens dat bij deze gebouwen eerder de vraag gesteld moet worden of zij wel nog onderhouden moeten worden? 2. Bent u het met ons eens dat b.v. een bibliotheek beter zo snel mogelijk in het gemeentehuis ondergebracht moet worden? 3.

Kortom bent u het met ons eens dat deze gebouwen in het kader van aanpassing aan de duurzaamheidseisen veel te kostbaar worden? Antwoord: 1. De vraag of er aan enkele gebouwen nog wel onderhoud moet plaatsvinden wordt wel degelijk gesteld. Totdat duidelijk is wat de toekomst perspectief van deze gebouwen zijn, wordt het onderhoud aangehouden waarbij de veiligheid, bruikbaarheid en wettelijke eisen gewaarborgd worden. 2. Op dit moment wordt er onderzocht naar de mogelijkheden om de bibliotheek onderbrengen in het gemeentehuis (huis van de gemeente) 3. Met de verduurzaming van het vastgoed wordt goed gekeken naar de resterende levensduur van het vastgoed, bruikbaarheid, behoefte, de instandhoudingskosten, de kosten van het verduurzamen en nieuwbouwkosten. Op basis van deze punten zal het college en raad worden geadviseerd of dat een gebouw wel of niet moet worden verduurzaamd. Blz. 42. Onder ‘Organisatieontwikkeling’ wordt gesproken dat door signalen vanuit de samenleving en uit dat onderzoek blijkt dat de bereikbaarheid niet naar wens scoort. Kan toegelicht worden wat hier tot nu toe mee is gedaan en of er al concrete acties zijn voor 2023? Antwoord: Begin 2022 hebben wij door een externe partij (Telan) een onderzoek laten uitvoeren naar onze telefonische en e-mail bereikbaarheid.

Gebleken is dat onze organisatie niet altijd goed bereikbaar is of dat er niet in alle gevallen wordt teruggebeld of gemaild. Door het onderzoek kon per team worden bepaald wat de scores zijn. Dit is organisatiebreed teruggekoppeld tijdens een organisatiebijeenkomst. Daarnaast is er inmiddels een bijeenkomst met acht teams in combinatie met het team klantcontactcentrum (KCC) georganiseerd waarin ervaringen zijn gedeeld: Hoe organiseer ik mijn (team) bereikbaarheid, hoe maak ik gebruik van de mogelijkheden van team KCC. Dergelijke bijeenkomsten worden de komende maanden meer georganiseerd. Organisatiebreed is de actie "maak werk van bereikbaarheid" uitgezet. Daarin wordt elke medewerker uitgenodigd en begeleid om zijn persoonlijke profiel (waar werk ik, wat doe ik en hoe ben ik via diverse kanalen goed bereikbaar) correct en volledig te vullen.

Pagina 13

Wat betreft e-mail bereikbaarheid is afgesproken dat alle inkomende mail direct wordt doorgezonden aan ons team KCC (dat werd eerst centraal via de regio gedaan). Door deze werkwijze en de kennis die ons team KCC heeft, komen e-mails snel op de juiste plek terecht, waardoor een correcte en vlotte beantwoording wordt bevorderd. 9. Blz. 42/43. Algemene vraag n.a.v. het onderdeel ‘Organisatieontwikkeling’; er wordt ingezet op ontwikkeling van de medewerkers. Ligt er een Strategische personeelsplanning aan ten grondslag, waarin vragen aan de orde komen als welke formatieplaatsen hebben we als gemeente, welke medewerkers hebben we (op deze plekken), welke uitdagingen zijn er (te verwachten) voor de organisatie en wat hebben we nodig (o.a. qua ontwikkeling) om toekomstbestendig te zijn? Antwoord: Er wordt ingezet op de ontwikkeling van de medewerkers door (vrijwillige) deelname aan het in beeld brengen van de persoonlijke krachten en onbenutte talenten. Dat doen we door middel van inzet van het ODIN kompas, een instrument waarmee ambities en vaardigheden in beeld kunnen worden gebracht. Dit instrument kan ook op teamniveau worden ingezet, waarmee de organisatie zijn dienstverlening kan versterken.

Bijvoorbeeld bij werving en selectie van nieuwe medewerkers waarbij het gaat om vragen als: wat ontbreekt in het team, waar hebben we behoefte aan? Hoewel wij als gemeentelijke organisatie zicht hebben op onze formatieplaatsen en de bezetting daarvan, willen we tegelijk ook flexibel kunnen inspelen op vragen vanuit bestuur, organisatie en samenleving en willen we ons gemakkelijk en snel kunnen organiseren rond nieuwe opgaven die op ons afkomen. Tegelijk brengen we op dit moment in kaart hoe wij ons toekomstgericht en bestendig kunnen organiseren als vervolg op de periode waarin wij bezig zijn (geweest) met het programma van stutten en verstevigen. Met dat programma bevinden wij ons tot en met het eerste halfjaar van 2023 in de afrondende fase. Bovenstaande houdt in dat we geen gebruik maken van het instrument strategische personeelsplanning. 10. Blz. 64. Wat wordt verstaan onder dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn? en hoe komt het dat de kostendekkendheid hiervan maar 18% is. Antwoord: Voor de indeling van de legesverordening hanteren wij de indeling zoals deze door de VNG wordt voorgeschreven: ▪ Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening (paspoorten, rijbewijzen, etc.) ▪ Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning (o.a.

bouw- of aanlegactiviteiten) ▪ Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese Richtlijn (EDR) en niet vallend onder hoofdstuk 2. Een vergunningstelsel valt alleen onder de EDR als het vergunningstelsel specifiek is gericht op dienstverrichters of dienstverleners. Een algemeen vergunningstelsel (bijv. de omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten) valt niet onder de EDR omdat dit zich niet uitsluitend richt op dienstverrichters/dienstverleners, maar ook op particuliere burgers. Alle modelverordeningen zijn door de VNG gescreend op toepassing van de EDR. Daaruit is een aantal vergunningstelsels naar voren gekomen, die onder de EDR vallen. Deze zijn ‘afgezonderd’ in hoofdstuk 3 van de tarieventabel leges. De kostendekkendheid in de begroting 2023 ligt in lijn met voorgaande jaren: 2022: 18%, 2021: 11% en 2020: 8%. De kosten bestaan grotendeels uit de inzet van personeel (91%). Het kostendekkend maken van de tarieven zou betekenen dat voorzieningen onder druk komen te staan.

Pagina 14

11. Blz. 71. Er wordt gesproken dat bij uitval op eenmansposten externe inhuur voor hoge kosten zorgt. Wat wordt er gedaan om deze posten minder kwetsbaar te maken? En graag zouden we willen horen of hier niet nog meer in Drechtstedenverband georganiseerd / ingehuurd kan worden, wat hopelijk tot iets lagere kosten leidt. Antwoord: Het is niet eenvoudig om in een kleine organisatie eenmansposten minder gevoelig te maken voor kwetsbaarheid. Bij uitval onderzoeken we eerst oplossingen die goedkoper zijn dan inhuur, zoals inzet via een tijdelijke arbeidsovereenkomst of tijdelijke inzet van collega's uit Drechtstedenorganisaties via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) of detachering. Soms is inhuur niet te vermijden door de overspannen arbeidsmarkt. Toch zijn we er in veel gevallen in geslaagd posities vast in te vullen en blijven we er naar streven om inhuur zoveel mogelijk om te zetten naar vast. We zijn permanent met onze partners in de regio in gesprek om daar waar gezamenlijk kansen liggen deze ook te benutten. Ook werken we samen met de servicegemeente Dordrecht om hun medewerkers aan de bedrijfsvoeringskant (HRM, Juridisch, ICT) meer in onze eigen organisatie (dus dicht op het werk) in te zetten. Daarnaast detacheren wij op onze beurt ook medewerkers in de regio of bij een collega-gemeente. 12. Blz. 98.

Klopt het dat er op dit moment geen bovenwijks beleid is voor project Middenwetering? Zo ja, waarmee en hoe worden grote uitgaven in de openbare ruimten in dit project betaald? Antwoord: Bovenwijks beleid is niet nodig om meerplans kostenverhaal te plegen. Het is de intentie dat op termijn de gehele ontwikkeling Middenwetering mee betaald aan de hoofdinfra. De rest is opgenomen in de begroting van de gemeente voor verlegging van de Nieuweweg. Vooralsnog is het niet de bedoeling dat plannen die geen onderdeel uitmaken van de Middenwetering mee betalen aan de wegomlegging. 13. Blz. 101. Wat voor gevolgen heeft de uitspraak deze week voor de projecten ' T Oog en de Blauwe Zoom, waar tot nu toe ontheffing voor was. Antwoord: In principe geen. Zowel de Blauwe Zoom als ’t Oog (woningen) maken gebruik van de registratie stikstof. Als gevolg hiervan is destijds een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) verleend. Zowel de bouw- als de gebruiksfase worden gecompenseerd door de verlaging van de snelheid op de snelwegen destijds. De bouwvrijstelling waarover nu een uitspraak door de Raad van State is gedaan kwam later. Wel is het zo dat er voor beide projecten nog geen onherroepelijk bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning voor het hele ontwikkelgebied is. Een actuele stikstofberekening is altijd een onderdeel van deze procedures.

Binnenkort volgt een actualisatie van de zogenoemde Aerius-calculator, maar de verwachting is dat de eerder verleende Wnb-vergunning nog steeds volstaat. Kanttekening hierbij is dat de ontwikkeling van bedrijventerrein 't Oog niet onder de verleende Wnbvergunning valt. Bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor de kavels op bedrijventerrein 't Oog is eveneens een actuele stikstofberekening nodig. Het is op voorhand niet precies te zeggen welke gevolgen de uitspraak van de Raad van State betekent. De berekening is namelijk maatwerk per bedrijf. De uitkomsten van deze berekening moeten uitwijzen of er geen belemmeringen zijn of dat er toch aanvullende maatregelen genomen dienen te worden. 14. Op blz. 119 wordt gesproken over een hogere bijdrage voor exploitatiekosten door brandstofprijzen. 1. Hebt u zicht op de extra kosten die dat met zich meebrengt? 2. Er wordt overgegaan op elektrisch varen. Vallen dan de brandstofkosten weer terug op termijn?

Pagina 15

Antwoord: 1. Het afgelopen jaar is niet alleen de prijs van elektra sterk gestegen, maar ook de dieselprijs. Op pagina 39 wordt aangegeven dat de bijdrage in exploitatie naar verwachting € 27.500 hoger uitvalt. 2. Als de brandstofkosten in de toekomst lager worden, zal dit een gunstig effect hebben op de exploitatie van de veerdienst. Er zal altijd een tekort in de exploitatie blijven bestaan. Het exploitatietekort wordt opgebracht door de 3 oevergemeenten volgens de verdeling 45-45-10.. Als door lagere brandstofkosten het exploitatietekort lager wordt, hoeven de oevergemeenten ook minder bij te dragen.

Pagina 16

1.

2.

3.

4.

Bladzijde 8, paragraaf 3.3: Er is een structurele budgetverhoging van 200.000 euro. Wat is de onderbouwing en samenstelling hiervan? Antwoord: Het bedrag is ontleend aan een geactualiseerde begroting van Service Gemeente Dordrecht, waarmee dienstverleningsovereenkomsten zijn afgesloten. De onderbouwing bestaat uit indexaties, zoals wij die zelf ook voor onze eigen begroting hanteren. Daarbij is voor CAOeffecten 4% gehanteerd en een index voor de overige kosten. Overigens was deze actualisatie op het moment van het opstellen van de perspectiefnota 2023-2026 nog niet beschikbaar. Bladzijde 9, paragraaf 4 m.b.t. BOA: Zijn de 32.000 euro voor de BOA gelabelde rijksmiddelen? Is dit afdoende? Antwoord: In de meicirculaire 2022 zijn middels een Decentralisatie Uitkering (DU) structureel middelen vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid om onder meer de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Hoewel deze middelen via de algemene uitkering vrij aanwendbaar zijn, zijn deze met de programmabegroting 2023-2026 alsnog geoormerkt. Het structurele bedrag van € 32.000 biedt ons de mogelijkheid om een BOA aan te nemen op basis van 16 – 18 uur per week. Of dit afdoende is zal blijken als deze tweede BOA eenmaal werkzaam is voor onze gemeente. Bladzijde 71, bedrijfsvoering m.b.t.

eenmansposten: Denkende aan het rapport Deloitte: kunt u aangeven hoever u bent om deze risico’s te ondervangen? Antwoord: Binnen een gemeente van de omvang van de gemeente Hardinxveld-Giessendam is het onvermijdelijk dat er een aantal eenmansposten zijn. Te noemen zijn een juridisch medewerker en een medewerker Informatiebeveiliging en Privacy. Binnen onze organisatie proberen wij de risico's op o.a. deze eenmansposten zo goed mogelijk af te dekken. Dit doen we bijvoorbeeld door inzet vanuit de regio. Desondanks blijft er een groter risico op deze posten bijvoorbeeld ingeval van langdurige ziekte. Bladzijde 87, risicobeheer, tabel opgenomen geldleningen: Er staat 12.500.000 euro dat is opgenomen als restant geldlening. Bent u het met ons eens dat deze gelden zonder bestemming in principe een P.M. post horen te zijn? Dit geld wordt begroot voor 2023, welke bestemming heeft u voor ogen? Antwoord: In de afgelopen jaren heeft op de leningen geen herfinanciering, maar alleen aflossing plaatsgevonden. Dit is ook terug te zien in de omvang van de leningen per 31 december 2021. Omdat we in de komende periode voor grotere investeringen staan is het onvermijdelijk om leningen aan te trekken. Genoemde € 12,5 miljoen is ontleend aan de gevraagde kredieten voor 2023 en verder.

Een aan te trekken lening inclusief de hoogte stellen wij afhankelijk van de daadwerkelijke behoefte aan langlopende financiering. Ook vanwege de renteontwikkeling heeft het College recent het besluit genomen om nog dit jaar een lening van maximaal € 7,5 miljoen af te sluiten. Dit ligt dus lager dan genoemde € 12,5 miljoen.

Pagina 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/717/documents/23560