CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afvalstoffenverordening Hardinxveld-Giessendam 2024.pdf

Gemeenteraad GHG 14 december 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 8: Vaststellen Afvalstoffenverordening 2024 - Raadsvoorstel7.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afvalstoffenvferordfening gfemfefentfe Hardinxvfeld-Gifessfendam 2024 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giesendam 2024 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van .. november 2024; gelet op de artielen 0.23, eerste lid, 0.24, tweede lid, 0.25 en 0.26, eerste lid van de Wet milieubeheer; reiening houdend met het beleidsplan Aanpai ‘Van afval- naar grondstofnzamelingg (VANG) en de wijziging hierop zoals verwoord in de Strategienota 'Samen voor een afvalvrije en schone gemeente'; besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenvferordfening gfemfefentfe Hardinxvfeld-Gifessfendam 2024

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikfel 1: Dfefinitifes In deze verordening wordt mede verstaan onder: a. Andferfe inzamfelaars: de irachtens artiel 3, tweede lid, aangewezen personen en instantes, belast met het afzonderliji inzamelen van categorieën huishoudelijie afvalstofen; b. Gfebruikfer van fefen pfercfefel: degene die in de gemeente feiteliji gebruii maait van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artiel 0.22 van de Wet milieubeheer een verplichtng tot het inzamelen van huishoudelijie afvalstofen geldt; c. Inzamfeldifenst: de in artiel 3, eerste lid, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijie afvalstofen; d. Inzamfelfen: de actviteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstofen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feiteliji ophalen en innemen daarvan; e. Inzamfelmiddfel: een voor de inzameling van afvalstofen bestemd hulp- of bewaarmiddel; f. Inzamfelplaats: daartoe op grond van artiel 5 aangewezen plaats; g. Inzamfelvoorzifening: een voor de inzameling van afvalstofen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaatst behoeve van meerdere huishoudens; h. Pfercfefel: perceel waar geregeld huishoudelijie afvalstofen iunnen ontstaan; i.

Tfer inzamfeling aanbifedfen: de wijze van overdragen van afvalstofen aan een inzamelende persoon of instante, inclusief het achterlaten van afvalstofen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instante geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; j. Wfet: Wet milieubeheer; i. Zwferfafval: huishoudeliji afval van zeer beperite omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigaretenpeuien, iauwgom, plastc beiertjes, bliijes, verpaiiingsmateriaal en etenswaren, dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet bestemd voor zijn, of door indirect toedoen of nalatgheid van mensen op die plaatsen is terechtgeiomen.

Artikfel 2: Dofelstfelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatg beheer van afvalstofen.

Hoofdstuk 2. INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Artikfel 3: Aanwijzing inzamfeldifenst fen andferfe inzamfelaars . Als inzameldienst belast met het inzamelen van huishoudelijie afvalstofen wordt aangewezen: de Reinigingsdienst Waardlanden. 2. Burgemeester en wethouders iunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijie afvalstofen inzamelt. Artikfel 4. Rfegulfering van andferfe inzamfelaars . Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijie afvalstofen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artiel .5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet. 2. Burgemeester en wethouders iunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschrifen verbinden en beperiingen stellen. Paragraaf 4. .3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positeve fcteve beschiiiing bij niet tjdig beslissen) is niet van toepassing. Artikfel 5. Aanwijzing van inzamfelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschiiiing gestelde plaats binnen de gemeente waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijie afvalstofen, met inbegrip van grof huishoudeliji afval, achter te laten. Artikfel 6.

Algfemfenfe vferbodfen . Het is verboden huishoudelijie afvalstofen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artiel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artiel 4, eerste lid; of; c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, als bedoeld in artiel 5. 2. Het is verboden inzamelvoorzieningen te beirassen of te beiladden, hierop aanplaibiljeten of andere geschrifen, aaeeldingen of aanduidingen aan te brengen, met iali, irijt, teer of een ileur- of verfstof enige aaeelding, leter, cijfer of teien aan te brengen of te laten aanbrengen. 3. De verboden in lid 2 gelden niet wanneer degene die de handeling verricht in het bezit is van toestemming van de rechthebbende of wanneer er gehandeld wordt irachtens weteliji voorschrif. 4. De houder van de in het derde lid bedoelde toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. Artikfel 7. Inzamfeling . Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen die afzonderliji door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequente

van de inzameling van eli van deze bestanddelen, en over de locates van deze inzameling bij of nabij eli perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen worden afzonderliji ingezameld: a. bioafval en etensresten; b. (grof) huishoudeliji restafval; c. plastc verpaiiingen, blii en drinipaiien; d. papier en iarton; e. verpaiiingsglas; f. textel; g. ilein chemisch afval en andere gevaarlijie stofen; h. eleitrische en eleitronische apparaten; i. bouwafval, sloopafval, gips, puin; j. grof tuinafval; i. hout (A, B en C); l. asbest en asbesthoudend afval; m. banden; n. dai afval; o. geëxpandeerd polystyreenschuim; p. iadavers van gezelschapsdieren; q. harde iunststofen; r. metalen; s. matrassen; t. vlaiglas; u. grond; v. brandblussers en druihouders; w. frituurvet en baiolie. x. overige door de burgemeester en wethouders aangewezen afvalstofen. 3. In afwijiing van het tweede lid iunnen burgemeester en wethouders in het belang van een doelmatg afvalstofenbeheer de aanwijzing van afzonderliji in te zamelen huishoudelijie afvalstofen of fractes daarvan achterwege laten. Artikfel 8. Gfeschfeidfen aanbifeding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen, bedoeld in artiel 7, anders dan afzonderliji: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats, als bedoeld in artiel 5. 2.

In afwijiing van het eerste lid is het verboden de bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artiel 7 anders aan te bieden dan afzonderliji of gezamenliji met de bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen, genoemd in artiel 7, derde lid. 3. Burgemeester en wethouders iunnen nadere regels stellen. Deze regels iunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikfel 9: Dagfen fen tijdfen voor hfet tfer inzamfeling aanbifedfen Het is verboden huishoudelijie afvalstofen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tjden. Deze iunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikfel 10. Wijzfe fen plaats van aanbifeding . Het is verboden huishoudelijie afvalstofen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over het gebruii van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afoop van de bepaalde dag en tjden, bedoeld in artiel , buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders iunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels iunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

Hoofdstuk 3. BEDRIJFSAFVALSTOFFEN Artikfel 11. Inzamfeling bfedrijfsafvalstoffen door inzamfeldifenst . Burgemeester en wethouders iunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstofen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artiel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling irachtens Verordening Afvalstofenheeng gemeente Hardinxveld-Giessendam verschuldigde heeng is voldaan. Artikfel 12. Aanbifeding tfer inzamfeling van bfedrijfsafvalstoffen . Het is verboden anders dan in overeenstemming met artiel bedrijfsafvalstofen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artiel 5, achter te laten. Artikfel 13. Rfegfeling van inzamfeling van bfedrijfsafvalstoffen . Het is verboden bedrijfsafvalstofen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tjden, wijzen en plaatsen van inzameling van de irachtens artiel aangewezen bedrijfsafvalstofen. 2. Burgemeester en wethouders iunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstofen. Deze regels iunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels iunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

Hoofdstuk 4. ZWERFAFVAL EN OVERIGE Artikfel 14: Dumpingsvferbod . Het is verboden zonder ontheeng van burgemeester en wethouders, buiten een inrichtng, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaien, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijie afvalstofen of bedrijfsafvalstofen in overeenstemming met deze verordening; b. het (thuis) composteren van huishoudeliji bioafval op het perceel waar dit is ontstaan;

c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstofen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstofen, stofen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artiel van de Wegenverieerswet 4; d. handelingen die zijn verboden bij of irachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemiwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artiel onbeiend is, wordt de persoon tot wie de aangetrofen afvalstof, stof of voorwerp ian worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artiel. Artikfel 15: Zwferfafval in dfe opfenbarfe ruimtfe . Het is verboden zwerfafval, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbaiien of andere middelen ter inzameling van deze afvalstofen. 2. Reclamedruiweri, ander promotemateriaal en de verpaiiing daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betrefende omgeving onder het publiei verspreidde. 3. Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstofen of inzamelmiddelen te doorzoeien of te verspreiden, te vernielen, te beschadigen, omver te werpen of te schoppen of deze anderszins te behandelen. Artikfel 16. Zwferfafval rondom inrichtingfen .

Degene die een inrichtng drijf waar eet- of driniwaren worden veriocht die ter plaatse iunnen worden genutgd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichtng, van een steeds voor gebruii door het publiei beschiibare en tjdig geleegde afvalbai of soortgeliji middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichtng drijf verwijdert zo vaai als nodig etenswaren, verpaiiingen, afval of andere materialen, die ienneliji uit de inrichtng aaomstg zijn of voor de inrichtng zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichtng. Artikfel 17. Afval fen vferontrfeiniging op dfe wfeg . Het is verboden een weg, bedoeld in artiel van de Wegenverieerswet 4, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstofen, stofen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werizaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werizaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verieer of de bescherming van het wegdei te verzeieren. Artikfel 18. Gfefen opslag van afval in dfe opfen lucht . Het is verboden afvalstofen op een voor het publiei waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichtng als bedoeld in artiel .

van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijie afvalstofen. Artikfel 19: Ontdofen van autowrakkfen Het is verboden zich te ontdoen van een autowrai dat aaomstg is van een perceel, anders dan door afgife aan een inrichtng als bedoeld in artiel 6 van het Besluit beheer autowraiien.

Hoofdstuk 4a. Kadavfers van gfezfelschapsdiferfen

Artikfel 19a. Kadavfers van gfezfelschapsdiferfen . Voor de toepassing van dit artiel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar iadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld. 3. Van ingezamelde iadavers wordt aangife gedaan bij Rendac Son B.V. De iadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of irachtens artiel 3. van de Wet dieren. 4. Uiterliji op de eerste weridag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetrofen, geef de houder van het iadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats of aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid. 5. Tot het tjdstp van afgife bewaart de houder het iadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 6. Het vierde lid is niet van toepassing op het iadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschiiiing staat van de houder van het iadaver of dat uiterliji de eerste weridag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is eriend op grond van artiel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 06 /200 /EG.

Hoofdstuk 5. Handhaving fen tofezicht Artikfel 20. Strafbarfe ffeitfen . Overtreding van het bij of irachtens de artielen 4, 6, 8 tot en met 0 en 2 tot en met bepaalde en de daarbij gegeven voorschrifen en beperiingen, is een straaaar feit als bedoeld in artiel , van de Wet op de economische delicten.

a

Artikfel 21: Tofezichthoudfers . Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of irachtens deze verordening zijn belast de irachtens artiel 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen ambtenaren alsmede de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

Hoofdstuk 6. Ovfergangs-fen slotbfepaling Artikfel 22. Wijzigingfen als gfevolg van dfe Omgfevingswfet fen ovfergangsrfecht Op het tjdstp waarop de Omgevingswet in weriing treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artiel 4, tweede lid, onder d, wordt WWaterwet” vervangen door WOmgevingswet”; b. in artiel 6 vervallen de aanduiding W .” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c. in artiel 8 vervalt Wen buiten een inrichtng als bedoeld in artiel . van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artiel wordt toegevoegd WHet verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstofen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; d. in artiel wordt Wanders dan door afgife aan een inrichtng als bedoeld in artiel 6 van het Besluit beheer autowraiien” vervangen door Wanders dan door afgife aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowraiien of wraiien van tweewielige motorvoertuigen” e. in artiel 2 wordt na WWet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd Wof artiel 8.6 van de Omgevingswet”. Artikfel 23. Intrfekking oudfe vferordfening

De Afvalstofenverordening gemeente Hardinxveld-Giessendam 20 4 wordt ingetroiien. Artikfel 24. Inwferkingtrfeding fen citfefertitfel . Deze verordening treedt in weriing met ingang van januari 2024 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstofenverordening gemeente HardinxveldGiessendam 2024

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van datum

de grifer,

de voorziter,

TOELICHTING ALGEMEEN DEEL 1.Inlfeiding Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatg afvalstofenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt geieien dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat beteient duurzaam omgaan met natuurlijie hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstofen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiien en optmalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenliji belang. Gemeenten werien mee in het Programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) om te iomen tot een vermindering van het restafval per persoon per jaar en om een verbetering te bereiien van de iwaliteit van afvalscheiding en inzameling. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein. 2. Hoofdlijnfen van dfe vferordfening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijie afvalstofen) en bedrijven (iantoren, winiels, dienstverleners) waar die afvalstofen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtiomen. De verordening bevat regels over huishoudeliji afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte.

Huishoudfelijkfe afvalstoffen Wat betref huishoudelijie afvalstofen heef het gemeentebestuur de wetelijie taai om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijie afvalstofen door middel van de inzameldienst die daartoe in deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taai wordt de gemeente in de praitji in toenemende mate ondersteund door het initatef van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudeliji afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welie bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ooi gescheiden moeten worden ingezameld. Bfedrijfsafvalstoffen Wat betref bedrijfsafvalstofen is de afvalscheiding door iantoren, winiels en diensten (hierna: KWD) binnen de gemeente van belang. De inzameling van dergeliji bedrijfsafval ian plaatsvinden door de inzameldienst maar ooi door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstofen is in belangrijie mate op Rijisniveau geregeld door de Wet milieubeheer (hierna: Wm) en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat eniele aanvullende regels die van belang zijn indien de inzameling van de inzameldienst aan de orde is of die de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstofen in de openbare ruimte betrefen.

Afval in dfe opfenbarfe ruimtfe Wat betref het afval in de openbare ruimte is het belang van het vooriomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar ian ooi ontstaan uit huishoudeliji afval, bijvoorbeeld als dat verieerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudeliji afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval iomt ooi in de openbare ruimte terecht via het publiei rondom winiels, eet- en drinigelegenheden, evenementen of reclame- en promotecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Grondslag De verordening geef uitvoering aan de verplichtng van artiel 0.23 van de Wm, waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstofenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de APV voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstofenverordening opgenomen in deze verordening.

Hfet gfemfefentfelijkfe Afvalstoffenbfelfeidsplan Het plan gaat uit van een nieuwe inzamelwijze waarmee de gemeente milieuwinst wil bereiien door hergebruii van grondstofen en een vermindering van de hoeveelheid restafval. Het bovenliggende doel is om op landeliji niveau in 2050 een circulaire samenleving te hebben. 3. Wfettfelijkfe bfegrippfen In het belang van de eenvoud maait deze verordening slechts in beperite mate gebruii van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen defnites van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artiel . van de Wm zijn gedefnieerd. Deze begrippen gelden al onveriort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw defnites voor in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefnieerde begrippen die ooi in deze verordening worden gebruiit zijn afvalstofen, huishoudelijie afvalstofen of bedrijfsafvalstofen. Ter bevordering van de leesbaarheid zijn in deze verordening echter wel eniele begripsbepalingen opgenomen, waaronder ‘ter inzameling aanbiedeng, ‘zwerfafvalg en ‘inzamelmiddelg. In aanvulling op het begrip ‘inzameleng geldt de onderstaande aanvulling.

Wat betref de huishoudelijie afvalstofen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts ian geschieden door aangewezen inzameldiensten en, anderzijds, dat door gebruiiers van de percelen waar huishoudelijie afvalstofen ontstaan, deze afvalstofen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschiiiing gestelde plei. Inzameling of het aanbieden ter inzameling door of aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welie wijze dat plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijie bestanddelen van afval zoals bioafval (voorheen GFT afval) of papier en iarton en over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In schema is de terminologie van artiel 0.24 van de Wm en artiel . van de Wm dus als volgt gebruiit t.a.v. de huishoudelijie afvalstofen: Dfe gfebruikfer van fefen pfercfefel

Dfe inzamfeldifenst of inzamfelaar

Overdragen (aan een inzamelaar)

Innemen (door een inzamelaar)

Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)

Inzameling (via de betrefende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst

Achterlaten op een ter beschiiiing gestelde plaats

Inzamelplaats

Uitvoferingsbfesluit van burgfemfefestfer fen wfethoudfers De verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels aan burgemeester en wethouders over de volgende onderwerpen:  Nadere regels over het inzamelen van huishoudelijie afvalstofen artiel 3, derde lid;  Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisates als inzamelaars (artiel 4, eerste lid);  Regels over afzonderlijie bestanddelen (geclausuleerd), frequente en locate van inzameling (artiel 7 lid 3);  Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijie afvalstofen (artiel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijie afvalstofen, of over fractes waarvan vermenging is toegestaan;

 Regels over het gebruii van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artiel 0);  Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstofen (artiel 3).  Daarnaast is spraie van nadere besluitvorming door burgemeester en wethouders die striit genomen geen algemeen verbindende voorschrifen inhouden maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen iunnen worden in het Uitvoeringsbesluit van burgemeester en wethouders. Deze besluitvorming gaat over:  De dagen en tjden waarop de inzameling van huishoudelijie afvalstofen plaatsvindt (artiel );  De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artiel 2 ).

ARTIKELSGEWIJS Artikfel 1. Dfefinitifes Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruii van dit begrip in de verordening teliens moet worden meegelezen. Het gaat immers teliens om percelen waar huishoudelijie afvalstofen iunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met de artielen 0.2 en 0.22 van de Wm, waarin spraie is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijie afvalstofen Wbij eli binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstofen geregeld iunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan ian niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 8 september , nr. 275 7, BNB /333, is een perceel een plaats waar huishoudelijie afvalstofen geregeld binnen een partculiere huishouding iunnen ontstaan. Slechts dan is geen spraie van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaai dat blijiens indeling en inrichtng niet is bestemd voor het voeren van een partculiere huishouding waarin geregeld huishoudelijie afvalstofen iunnen ontstaan. Dit zal teliens naar de feiten en het spraaigebruii bepaald moeten worden.

Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 0 juli 20 5 (ECLI:NL:HR:20 5: 773) ion ooi een woonruimte in een zorgcentrum een partculiere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijie afvalstofen iunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag augustus 20 4, ECLI:NL:GHDHA:20 4:2862). Artikfel 2. Dofelstfelling In dit artiel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wetelijie grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve teliens in dat iader moeten plaatsvinden. Doelmatg afvalstofenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstofenbeheer is gedefnieerd in de Kaderrichtlijn afvalstofen als volgt: inzameling, vervoer, nutge toepassing en verwijdering van afvalstofen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluitng en met inbegrip van actviteiten van handelaars of maielaars. Artikfel 3. Aanwijzing van dfe inzamfeldifenst In het eerste lid wordt de Reinigingsdienst Waardlanden aangewezen als inzameldienst die is belast met de inzameling van huishoudelijie afvalstofen. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artielen 0.2 en 0.22 van de Wm op de gemeenteraad en burgemeesters en wethouders. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praitsche uitvoering geven.

In het tweede lid wordt een grondslag gegeven voor burgemeester en wethouders om nadere regels te stellen over het inzamelen van huishoudelijie afvalstofen. Artikfel 4. Rfegulfering van andferfe inzamfelaars Dit artiel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogeliji is huishoudelijie afvalstofen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen mogen inzamelen.

Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschiiiing, waaraan op grond van het tweede lid voorschrifen en beperiingen iunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als spraie zou zijn van niet tjdig beslissen. Ten tweede iunnen burgemeester en wethouders bepaalde personen of organisates vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, onder b, is mogeliji gemaait dat er met generieie vrijstellingen ian worden gewerit voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisates of personen die bestanddelen huishoudelijie afvalstofen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtngen bestaan tot inname van afgedanite producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijiheid. Vanzelfspreiend ian daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua iaraiter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisates die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taai om huishoudeliji afval in te zamelen. Deze aanwijzing heef – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het iaraiter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht. Artikfel 5.

Aanwijzing van inzamfelplaats Op deze plaats wordt afzonderliji geregeld dat op ten minste een plaats ooi buiten iantooruren of in het weeiend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijie afvalstofen achter te laten. Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artiel 7 geboden mogelijiheid om niet teliens per weei en bij eli perceel in te zamelen. Ingevolge artiel 0.26, tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschiiiing gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen iunnen worden achtergelaten. Het onderscheidt zich dus als locate waar huishoudelijie afvalstofen in een inzamelmiddel, zoals een vuilniszai, een minicontainer of een afvalemmer naar toe worden gebracht, van een inzamelvoorziening, zoals een boven- of een ondergrondse container, waarin collectef huishoudelijie afvalstofen iunnen worden achtergelaten met het oog op de inzameling daarvan. Artikfel 6. Algfemfenfe vferbodfen Dit artiel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijie afvalstofen niet anders mag geschieden via de ianalen die daarvoor in de artielen 3, 4 en 5 zijn aangewezen. Dit tot de gebruiiers van percelen waar huishoudelijie afvalstofen geregeld iunnen ontstaan gerichte verbod is de ieerzijde van de in die artielen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte verbod.

Artikfel 7. Afzondferlijkfe inzamfeling Dit artiel regelt welie bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen afzonderliji moeten worden ingezameld, met welie frequente en op welie locate. Deze locate ian zijn bij eli perceel, nabij eli perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Artiel 0.2 van de Wm schrijf voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per weei de huishoudelijie afvalstofen worden ingezameld eli binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstofen geregeld iunnen ontstaan. Grove huishoudelijie afvalstofen zijn daarvan uitgezonderd. Bioafval moet volgens dit artiel verplicht afzonderliji wordt ingezameld. De gemeenteraad ian volgens artiel 0.2 , derde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderliji inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen. Deze vrijheid is ingeperit door artiel 3 van de Regeling afgedanite eleitrische en eleitronische apparatuur. Dat verplicht gemeenten ertoe om afgedanite eleitrische en eleitronische apparatuur van partculiere huishoudens gescheiden in te zamelen. Bij de uitoefening van de bevoegdheden met betreiiing tot afvalstofen dient het gemeentebestuur bovendien reiening te houden met het Landeliji afvalbeheersplan (hierna: LAP). In het LAP zijn

bestanddelen huishoudelijie afvalstofen benoemd, die door de consument gescheiden dienen te worden. In het Landelijie afvalbeheerplan 3 (hierna: LAP-3). De in artiel 7 lid 2 genoemde bestanddelen van huishoudeliji afval worden genoemd in het LAP-3. Op grond van artiel 0.26 van de Wm ian de gemeenteraad in het belang van een doelmatg beheer van huishoudelijie afvalstofen bij de Afvalstofenverordening afwijien: a. van de inzameling bij eli perceel (bepaald mag worden nabij eli perceel); b. van de frequente van eenmaal per weei (bepaald mag worden met welie regelmaat bij de verordening); c. van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijie afvalstofen worden ingezameld); d. van de afzonderlijie inzameling van bioafval (bepaald mag worden dat bestanddelen bioafval afzonderliji worden ingezameld); e. en bepaald mag worden dat bioafval met andere daarbij aangewezen bestanddelen van huishoudelijie afvalstofen afzonderliji van het overige huishoudelijie afval wordt ingezameld. Een Afvalstofenverordening die één van deze mogelijiheden benut dient te worden voorbereid met toepassing van de inspraaiverordening die op grond van artiel 50 van de Gemeentewet is vastgesteld (artiel 0.26 van de Wm).

Indien toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe ter beschiiiing gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijie afvalstofen. Dat laatste is geregeld in artiel 5 van deze verordening. De frequente waarmee deze gescheiden inzameling plaats vindt is voor de afzonderlijie afvalstofen minder dan eenmaal per weei. Indien de frequente lager is dan eenmaal per weei, is de gemeentelijie inspraaiverordening van toepassing en is artiel 5 van de verordening verplicht. Dit vloeit voort uit artiel 0.26, tweede lid, en artiel 0.27 van de Wm. De beleidswijzigingen zijn voorgelegd aan belanghebbenden. De ontwerp Afvalstofenverordening en het Uitvoeringsbesluit zijn vanaf 8 november 2020 gedurende een termijn van 6 weien ter inzage gelegd. Belanghebbenden hebben de mogelijiheid gehad om gedurende deze periode zienswijzen in te dienen over de gewijzigde inzamelmethoden en -frequentes. Er zijn gedurende deze periode geen zienswijzen ingediend. Het regelen van de frequente en locate inzameling wordt in beginsel overgelaten aan burgemeester en wethouders. De raad bepaalt wel welie bestanddelen in ieder geval afzonderliji ingezameld dienen te worden. Tenzij het college in het belang van een doelmatg afvalstofenbeheer, zoals bijvoorbeeld een operatonele nascheiding, bepaalde bestanddelen achterwege wenst te laten.

Dit is onder meer van belang omdat artiel 8 aan burgers het verbod oplegt om die bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden. Artikfel 8. Gfeschfeidfen aanbifeding Dit artiel regelt de ieerzijde van artiel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ooi gescheiden worden aangeboden. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen iunnen door burgemeester en wethouders in de nadere regels op grond van artiel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het iader van de handhaving houvast te bieden (welles/nietes-lijst). Ooi ian van de vrijstellingsmogelijiheid gebruii worden gemaait om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fractes) van de bestanddelen mogen vooriomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het bioafval vooriomt. Artikfel 9. Tijdstip van aanbifeding De tjdstppen voor de inzameling worden door burgemeester en wethouders bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene streiiing. Artikfel 10. Wijzfe fen plaats van aanbifeding

Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastc afvalzai. Inzamelvoorzieningen dienen het collectef ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijicontainer, voor het inzamelen daarvan. Op grond van dit artiel iunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ooi iunnen hier regels worden gesteld over het gebruii van inzamelvoorzieningen. Artikfel 11. Inzamfeling bfedrijfsafvalstoffen door inzamfeldifenst De inzameldienst ian ooi bedrijfsafvalstofen (of bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstofen) inzamelen. Anders dan bij huishoudelijie afvalstofen geldt voor bedrijfsafvalstofen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van bedrijfsafvalstofen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden actviteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. In de praitji gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gereiend tot het huishoudeliji afval). Artikfel 12. Aanbifedfen tfer inzamfeling van bfedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijie inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstofen aanbieden aan de inzameldienst. Artikfel 13.

Rfegfeling van inzamfeling van bfedrijfsafvalstoffen Het college ian, net als bij huishoudelijie afvalstofen, regels stellen over de wijze waarop de afvalstofen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstofen ian worden gevonden in artiel 0.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichtng zegt hierover: WTen aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstofen of gevaarlijie afvalstofen mogen ooi in het belang van de bescherming van het milieuregels worden gesteld. Blijiens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is irachtens artiel 0.48 Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfspreiend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benuten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de marit.” Het is dus mogeliji om in het belang van het milieu bepaalde dagen te iunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstofen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperiing of voorioming van geluidhinder of aanzuigende weriing of om riten zoveel mogeliji te combineren. Dit artiel ian met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstofen in een (historisch) centrum. Uiteraard iunnen deze regels voor alle betroiien inzamelaars die bedrijfsafvalstofen ophalen. Artikfel 14.

Dumpingsvferbod Dit artiel heef primair een milieubeschermende functe en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stofen op of in de bodem zodanig iunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemiwaliteit van toepassing is. In het eerste lid worden bewust de termen stof en voorwerp gebruiit en niet alleen de term afvalstof, omdat niet altjd duideliji is of de desbetrefende stofen of voorwerpen afvalstofen zijn. In artiel 0.25, onder a, van de Wm is de mogelijiheid voor het opnemen van een dergeliji artiel in de Afvalstofenverordening. Artikfel 15. Zwferfafval in dfe opfenbarfe ruimtfe Op grond van artiel 0.25, onder a en b, van de Wm iunnen gemeenten in hun Afvalstofenverordening de zwerfafvalproblematei regelen. Er is spraie van facultatef medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wetelijie plicht. Eerste lid Dit lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te iomen en waarvoor afvalbaiien of

voorzieningen zijn om zich daarvan ter pleiie te ontdoen (voor zover van zeer beperite omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdruiieliji uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezete inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per defnite om afvalstofen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijie afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2. Derde lid Het begrip zwerfafval zelf behoef geen verdere defnite nu de redacte blijit dat van zwerfafval spraie is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, etc. De redacte brengt ooi mee dat doorzoeien op een manier die geen zwerfafval veroorzaait, bijvoorbeeld door morgensterren, niet onder het verbod valt. Artikfel 15a: Ongfeadrfessfeferd rfeclamfewferk fen huis-aan-huisbladfen Artiel 5a heef als doel om de verspreiding van ongewenst druiweri, en daarmee uiteindeliji afval, te vooriomen. De grondslag voor dit artiel is artiel 0.23 van de Wm. In het eerste lid zijn de defnites opgenomen met het onderscheid tussen ongeadresseerd reclamedruiweri voor commerciële doeleinden en huis-aan-huisbladen of druiweri van niet commerciële organisates, waaronder ooi politeie partjen.

Met ongeadresseerd reclamedruiweri wordt in deze verordening bedoeld al het reclamedruiweri dat zonder adres wordt aangeboden. Onder deze defnite vallen alle aanduidingen zonder toevoeging van een feiteliji adres, zoals bijvoorbeeld Waan de bewoners van dit pand of gebouw”. De gemeente iiest voor dit onderscheid omdat huis-aan-huisbladen en pamfeten een belangrijie functe vervullen voor onder meer de nieuwsverspreiding op loiaal niveau en de sociale cohesie in de buurt. Daarbij hebben deze bladen een lage frequente. In de defnite van huis-aan-huisblad is aangesloten bij de landelijie norm van de Stchtng Reclamecode van 0% aan buurtgerichte redactonele inhoud. In hfet twfefedfe lid is bepaald dat huis-aan-huisbladen bezorgd mogen worden bij een perceel (een woning, bedrijf of woonschip), tenzij de ontvanger onmisienbaar duideliji heef gemaait deze bladen niet te willen ontvangen. Met de iomst van nee-nee-, ja-ja- en nee-ja-brievenbusstciers iunnen bewoners hun voorieur ten aanzien van de ontvangst van commercieel reclamedruiweri en/of de huis-aan-huisbladen ienbaar maien (zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020: 528).

In het derde lid is bepaald dat de gemeente bezorging van ongeadresseerd reclamedruiweri uitsluitend toestaat als de ontvangende bewoner of gebruiier van een perceel (een woning, bedrijf of woonschip) onmisienbaar – met een ja-ja stcier – duideliji heef gemaait dat hij het ongeadresseerde reclamedruiweri wil ontvangen. Daarbij gaat het niet alleen om de bezorging maar ooi om het laten bezorgen. De adverteerders dienen zich ooi aan dit zogenoemde opt-in systeem te houden (zie Gerechtshof Amsterdam 24 september 20 , ECLI:NL:GHAMS:20 :3423).

Tabfel 1: Ovferzicht wannfefer bfezorging gfewfenst is fen dus mag gfeschifedfen Ovferzicht stickfers Ongfeadrfessfeferd Ongfeadrfessfeferdfe huis-aanrfeclamfedrukwferk gfewfenst huisbladfen gfewfenst ja-ja stickfer ja ja gfefen stickfer nee ja of nfefe-ja stickfer nfefe-nfefe stickfer nee nee Artikfel 16. Zwferfafval rondom inrichtingfen Dit sluit aan bij artiel 2. 3 van het Actviteitenbesluit milieubeheer, maar is meer toegespitst op de problematei van zwerfafval en wijit daarom op een aantal punten van dat artiel af. Het dient ter aanvulling van het Actviteitenbesluit milieubeheer.

Na inweriingtreding van de Ow vervalt het Actviteitenbesluit Milieubeheer. De in het tweede lid van dit artiel geregelde materie is dan opgenomen in het tjdelijie deel van het omgevingsplan. In artiel 22 is om die reden een wijziging van dit artiel opgenomen, die in weriing treedt als de Ow in weriing treedt. Artikfel 17. Afval fen vferontrfeiniging op dfe wfeg Het gaat in dit artiel met name over laden, lossen en vervoeren. Het artiel bevat een gebod om de veroorzaaite verontreiniging op te ruimen. Mocht aan dit gebod geen gehoor gegeven worden, dan is spraie van een overtreding die straaaar is gesteld op grond van artiel 20. Daarnaast is er de mogelijiheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Dit ian inhouden dat de gemeente de verontreiniging zelf opruimt en de iosten daarvoor op de overtreder verhaalt. Artikfel 18. Opslag van afval in dfe opfen lucht Kern van dit artiel is opslag van huishoudelijie afvalstofen, het gaat niet op het bewaren van afvalstofen voor aanbieding tjdens de eerstvolgende inzameling daarvan. Er is geen behoefe aan een mogelijiheid van ontheeng, nu een vrijstelling ian worden verleend op grond van artiel 8, bijvoorbeeld voor gebieden waar vanwege de bouw uit de jaren 70 geen ruimte is voor het houden van minicontainers. Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast ian spraie zijn van reuioverlast. Artikfel 19.

Ontdofen van autowrakkfen Hierin is de afgife van autowraiien door huishoudens geregeld. Op grond van artiel 6 van het Besluit beheer autowraiien (hierna: BBA) moeten gemeenten in hun Afvalstofenverordening bepalen dat een autowrai, zijnde een huishoudeliji afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontage bedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestgd (onder striite voorwaarden). Op grond van artiel 7 van het BBA worden autowraiien, aaomstg van huishoudens uitdruiieliji uitgezonderd van de gemeentelijie zorgplicht voor de inzameling van huishoudeliji afval. Artikfel 19a. Kadavfers van gfezfelschapsdiferfen Dit artiel betref de inzameling van iadavers van gezelschapsdieren. Het eerste lid regelt wat onder gezelschapsdier moet worden verstaan. Tot de gezelschapsdieren worden gereiend onder meer honden, iaten, inaagdieren, iooi- en volièredieren, duiven en vissen. Konijnen, iippen, ialioenen, iwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten behoren eveneens tot deze categorie indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is, zoals de (commerciële) producte van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden. Het artiel heef geen betreiiing op hobby- en landbouwhuisdieren zoals runderen, paarden, schapen, (dwerg)geiten, hangbuiizwijnen, variens en herten.

De gemeente draagt zorg voor de verweriing en verwijdering van iadavers van gezelschapsdieren. De iadavers zijn een bijzondere vorm van afvalstofen, die op grond van de Wet dieren nadere regeling behoeven. De grondslag voor deze nadere regeling is deels gelegen in artiel 0.23 van de Wet milieubeheer, en voor het overige in artiel 3.5 van de Wet dieren. De Wet dieren verplicht de gemeente diegene aan te wijzen die met de inzameling van iadavers is belast (tweede lid). Deze draagt dan zorg voor de overdracht van de iadavers van gezelschapsdieren aan Rendac Son B.V. Deze verwerier is door de minister van Landbouw, Natuur en Voedseliwaliteit aangewezen op grond van artiel 3.3, eerste lid, van de Wet dieren. In het vierde tot en met zesde lid zijn de verantwoordelijiheden en plichten van de houder van een iadaver van een gezelschapsdier opgenomen. De houder (meestal de eigenaar) is ervoor verantwoordeliji dat het iadaver wordt verwijderd. Op grond van de Wet dieren ian de houder het dier op eigen terrein begraven, of afgeven aan een van de eriende dierencrematoria of dierenbegraafplaatsen. In dat geval gelden de bepalingen in het vierde lid niet voor de houder op grond van het zesde lid. Als de houder van die mogelijiheid geen gebruii maait, dan moet de houder het iadaver afgeven aan

degene die de inzameling daarvan doet. Deze afgife vindt plaats uiterliji op de eerste weridag nadat de houder het overlijden heef geconstateerd. Tot het moment van afgife wordt het iadaver zodanig bewaard dat er geen vermenging met ander materiaal ian plaatsvinden (vijfde lid). Artikfel 20. Strafbarfe ffeitfen Spreeit voor zich. Artikfel 21. Tofezichthoudfers Deze systematei volgt uit artiel 8. a van de Wm en artiel 5. 0, derde lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikfel 22. Wijzigingfen als gfevolg van dfe Omgfevingswfet fen ovfergangsrfecht De inweriingtreding van de Ow is voorzien op januari 2023. Hierbij worden tevens wijzigingen in de Wm aangebracht die van invloed zijn op deze verordening. In artiel 4, tweede lid, onder d, zijn weten opgenomen die voorrang hebben op het verbod, genoemd in het eerste lid van dat artiel. Op grond van hoofdstui 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet blijf aan de Wet bodembescherming en het Besluit bodemiwaliteit enige weriing toeiomen. In het onderdeel moet ‘Waterwetg vervallen en ‘Omgevingswetg worden toegevoegd. Voor de materie geregeld in artiel 6, tweede lid, geldt dat deze is opgenomen als onderdeel van de zogenoemde bruidsschat (artiel 7.

van het Invoeringsbesluit Omgevingswet) die een onderdeel uitmaait van het tjdelijie deel van het omgevingsplan van de gemeente (artiel 22.53 in paragraaf 22.3.3 Zwerfafval van de bruidsschat behorende bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet). Het tweede en derde lid iunnen om die reden vervallen. De verplichtng om voor een afvalbai zorg te dragen, bedoeld in het eerste lid, blijf wel bestaan. Voor de artielen 8 en houdt de inweriingtreding van de Ow in dat het begrip inrichtng in de Wm vervalt. Dat vergt een beperite aanpassing in deze verordening. Voor artiel 2 geldt dat toezichthouders aangewezen iunnen worden op grond van artiel 8.6 van de Ow. De Wabo vervalt weliswaar, maar op het moment van de inweriingtreding van de Ow zijn niet meteen alle toezichthouders die op grond van die wet zijn aangewezen opnieuw aangewezen. De verwijzing naar de Wabo ian dus blijven staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/796/documents/27600