CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraagformulier Uitgebreid VangnetUitkering 2025.pdf

Gemeenteraad GHG 11 juni 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 9: Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 20259.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.

Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Een gemeente maakt gebruik van dit formulier wanneer één van de volgende situaties van toepassing is: -

-

Voor een aanvraag voor het uitgebreide vangnet, waarbij een eigenrisicodrempel van 5% geldt. Hiervoor dient een gemeente over 2022, 2023 en 2024 voor minimaal twee van die jaren een tekort te hebben gehad van minstens 5%. Voor een aanvraag voor het reguliere vangnet (eigenrisicodrempel van 7,5%). Hiervoor dient een gemeente over 2023 en/of 2024 een vangnetuitkering te hebben ontvangen.

Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer een aanvraag wordt gedaan voor het uitgebreide vangnet.

Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.

Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025

1

De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden

2

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

3

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.

A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. 1. Instroom versus uitstroom. 2. De afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe 3. Gemeente-specifieke bijzonderheden bestandsopbouw 4. Ontwikkeling kosten voor Loonkostensubsidie. 5. Organisatieverandering Sociale Dienst Drechtsteden en toenemende personele uitdagingen in de uitvoering

B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. 1. Beperken van de instroom. 2. Bevorderen van uitstroom door werk. 3. Bevorderen van doorstroom. 4. Verbeteren van handhaving op rechtmatigheid. 5. Gerichte inzet op de doelgroep statushouders (waaronder Uitvoering Wet inburgering 2021 in de Drechtsteden). 6. Verkenning naar mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkering te verlagen. 4

7. Specifieke gemeentelijke initiatieven. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Terugkijken naar doelstelling in 2025: Bij de aanvraag vangnet uitkering voor 2024 was de doelstelling dat het uitkeringsbestand van Hardinxveld-Giessendam per 31 december 2025 zou dalen tot 216 inwoners met een bijstandsuitkering. Deze daling is niet bereikt. Op 31 december 2025 kende Hardinxveld-Giessendam 221 inwoners met een uitkering vanuit de Participatiewet (en 4 inwoners in de IOAW en: 2 inwoners in de IOAZ). Een totaal dus van 227. Dit is in lijn met de stijging van het bestand die veel gemeenten maakten en ook conform de landelijke ontwikkeling volgens de CPB-norm. Doelstelling in 2026 en verder: Voor het jaar 2026 is de ambitie bijgesteld naar het behalen van de CPB-norm. Op basis van de Macro Economische Verkenning 2026 is de CPB-norm op 0% vastgesteld. Dit houdt in dat de inzet is gericht op het handhaven van het bijstandsbestand per 31 december 2026 op een totaal van 216.

5

Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

6

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.

7

A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2).

A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

Gemeenten krijgen deels een budget op basis van historische gegevens (gerealiseerde uitgaven BUIG van twee jaar eerder) en deels op basis van eerder genoemde, jaarlijks bijgestelde objectieve criteria. De grootte van de gemeente speelt hierbij een rol. Gezien de omvang van de gemeente HardinxveldGiessendam, wordt het budget grotendeels bepaald op basis van historische gegevens. Sinds 2022 worden de uitgaven ten bate van loonkostensubsidies historisch verdeeld in plaats van objectief. Gemeenten die in de voorgaande vier jaar minimaal twee keer een tekort van 5% of meer hadden, krijgen een lagere eigen risicodrempel van 5% (in plaats van het reguliere 7,5%). Voor Hardinxveld-Giessendam gaat het hierbij om het volgende overzicht: Hardinxveld-Giessendam 2022 2023 2024 2025

Tekortpercentage -16,7% -20,4% -22,2% -19,2%

Drempel 7,50% 7,50% 7,50% 7,5% en/of 5,00%

Oorzaken voor eventuele tekorten op de BUIG kunnen – in theorie – zowel worden gevonden in (de componenten van) de verdeelsleutel, als in de ontwikkeling van het bestand aan bijstandsgerechtigden, de gemiddelde kosten voor een uitkering en het aantal inwoners dat loonkostensubsidie ontvangt ten opzichte van de landelijke trend in het betreffende jaar. Kleine gemeenten zijn in de praktijk gevoeliger dan grote voor deze landelijke ontwikkelingen, aangezien kleine aantallen bij hen relatief grotere impact hebben. In de praktijk zal het vaak een combinatie van beide factoren (verdeelmodel en bestandsontwikkeling) betreffen, waarbij de in het verdeelmodel gelegen factoren zo goed als niet te kwantificeren zijn. Wel opvallend is in dit kader, dat het binnen de Drechtsteden veelal de kleinere gemeenten zijn, waaronder Hardinxveld-Giessendam, die in de periode 2022 - 2025 tegen relatief hoge budgetoverschrijdingen aanlopen. Omvang van het tekort In 2025 is een Rijksuitkering van € 4.023.806 ontvangen terwijl de totale kosten op de BUIG bedroegen € 4.796.228. Hiermee ontstond we een tekort van 19,2%, te weten € 772.422. Met de berekening van de vangnetuitkering volgens het uitgebreide vangnet komt de gemeente Hardinxveld-Giessendam in aanmerking voor een geprognosticeerde tegemoetkoming van € 470.637.

Voor de historische ontwikkeling van het tekort wordt verwezen naar onderstaande tabel. 8

Lasten BUIG Baten BUIG Tekort voor VU

2022 2.684.937 2.299.839 -385.098

2023 3.330.967 2.764.296 -556.671

2024 4.083.723 3.342.041 -741.682

2025 4.795.519 4.023.806 -771.713

Rol en informatiepositie college De collegebevoegdheden in het kader van de Participatiewet (en de eerder genoemde aanpalende wetten) zijn gedelegeerd aan de GR Sociaal. Formele informatieverstrekking over de voortgang van de uitvoering geschiedt via de reguliere P&C-cyclus, maar ook via ambtelijke afstemming. Het feitelijke tekort op de BUIG voor 2025 is bepaald bij het opmaken van de jaarrekening 2025 door de GR Sociaal. Ambtelijk zijn de Drechtstedengemeenten als geheel (via het regionaal controllersoverleg) op de hoogte gesteld dat een aantal van hen mogelijk zou voldoen aan de criteria voor het aanvragen een vangnetuitkering. Op basis van de resultaten lopende het jaar 2025 was dit nog niet voorzien. Informatie over de bestandsontwikkeling in de Drechtsteden wordt geleverd via het gemeentedashboard, waarmee de informatiepositie van het college is geborgd en de betreffende gegevens ambtelijk en bestuurlijk kunnen worden geraadpleegd. Vanaf juli 2022 is gestart met een bestuurlijk en ambtelijk overleg waarin de bestandsontwikkeling en bijpassende maatregelen in Hardinxveld-Giessendam onderwerp van gesprek zijn. In het overzicht van maatregelen gaan we hierop in. In 2023 en 2024 zijn hierbij ook brede partnerbijeenkomsten gehouden, om meer gerichtere acties te kunnen ondernemen op specifieke lokale kenmerken.

Rol en informatiepositie Dagelijks Bestuur GR Sociaal Zoals eerder gesteld zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en belegd bij het Dagelijks Bestuur. Dit betreft ook het beleid en de sturing op de resultaten. Het beleid op het gebied van de Participatiewet is geharmoniseerd en daarmee voor alle gemeenten gelijk. In incidentele gevallen (bijvoorbeeld ten aanzien van pilots) wordt gemeente specifiek beleid gevoerd. Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam was dat in het kader van de Participatiewet in 2025 niet het geval. Binnen de GR Sociaal is de afgelopen jaren de informatiepositie versterkt, met de ontwikkeling van een online dashboard dat realtime de bestandsontwikkeling weergeeft. Hierdoor kan goed worden gemonitord hoe het uitkeringsbestand zich qua aantallen en opbouw ontwikkelt en welke factoren daarbij een rol spelen. Dit geldt zowel voor de instroom als de uitstroom. Tot op heden is dit echter nog niet gekoppeld aan realtime financiële monitoring. Financiële monitoring vindt periodiek plaats in de reguliere P&C-cyclus. Daarnaast is deze informatievoorziening sinds 2023 uitgebreid met tweejaarlijkse accountgesprekken.

Sturing op de in de begroting vastgestelde doelen en de geconstateerde voortgang vond in 2025 en de voorgaande jaren – mede gezien het geharmoniseerde beleid en de onderliggende financiële afspraken – primair plaats op Drechtstedenniveau. Ontwikkeling Bijstandsbestand De afgelopen jaren is er in de Drechtsteden sprake van een hogere instroom in de bijstand dan de uitstroom. De ontwikkeling in het bijstandsbestand in Hardinxveld-Giessendam van de afgelopen jaren wordt in onderstaande tabel weergegeven:

9

2022 Totaal bestand Participatiewet IOAZ IOAW Totaal instroom

2023 214 203 1 11 50

2024 194 187 2 6 60

2025 217 210 2 6 59

227 221 2 4 55

Als gevolg van deze hoge instroom is deze voor een wat langere periode nader geanalyseerd. Op het niveau van de Drechtsteden blijkt daarbij dat zich hierin een aantal verschuivingen plaatsvindt. Zo zien wij een duidelijke stijging in de instroom van de leeftijdscategorie tot 27 jaar, een lichte afname (in ons geval stabilisering) van de leeftijdscategorie van 27 tot 50 jaar en een afname van de leeftijdscategorie van 50 jaar en ouder. Op lokaal niveau doen zich daarbij uiteraard afwijkingen voor ten opzichte van het regionaal niveau. Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn deze ontwikkelingen over de afgelopen jaren in kaart gebracht en voor het jaar 2025 afgezet tegen de regionale cijfers. Dit geeft de volgende tabel:

18 - 27 27 - 50 >= 50

HG 2019 in % 9,30 72,09 18,60

HG 2022 in % 34,00 48,00 18,00

HG 2023 in % 21,67 48,33 30,00

HG 2024 in % 23,73 54,24 22,03

HG Drechtsteden 2025 in % 2025 in % 29,31 28,34 55,17 51,63 15,52 20,03

De huidige verhoudingen in instroom blijken ook als wij de duur van de uitkeringssituatie relateren aan de verschillende leeftijdscategorieën:

10

Hardinxveld-Giessendam:

* % mensen in bijstand dat parttime werkt / ** % mensen met loonkostensubsidie t.o.v. het aantal mensen in de bijstand (november 2025) / De cijfers zijn gemiddelden per jaar

Figuur Jaarkaart Divosa benchmark 2025 voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam

11

ONDERDEEL VERKLARING TEKORT 1e verklaring tekort BUIG: instroom versus uitstroom In de vorige paragraaf is een beeld geschetst van de ontwikkeling binnen het bijstandsbestand en met name op het vlak van leeftijdscategorieën. Als we nader kijken naar de belangrijkste redenen van de instroom in Hardinxveld-Giessendam ontstaat het volgende beeld: 2022 Verblijfsvergunnin g Einde werk of ziektewet Aanvulling parttime Verhuizing (binnen Drechtsteden) Einde WW Verhuizing (buiten Drechtsteden) Andere oorzaak Einde huwelijk/relatie Terug na PW

2023

2024

2025

13

12

20

17

4

9

5

11

4

1

3

6

2

6

5

5

6 6

2 5

6 7

4 3

6 4

9 4

2 1

2 2

0

2

2

0

In de afgelopen jaren vormt de instroom van statushouders de grootste categorie. De beschikbaarheid van geschikte woonruimte speelt hierbij een belangrijke rol, waarbij Hardinxveld-Giessendam ten opzicht van de regio Drechtsteden relatief meer van dergelijke woningen beschikbaar heeft. Daarnaast worden in Hardinxveld-Giessendam relatief veel statushouders-gezinnen geplaatst, vanwege de aanwezigheid van wat grotere sociale huurwoningen. Dit brengt een hogere uitkeringslast mee in vergelijking met het plaatsen van alleenstaanden. Het aandeel statushouders binnen de bijstand is in Hardinxveld-Giessendam dan ook toegenomen in de afgelopen jaren. Omdat het om een relatief kleine gemeente gaat met een beperkt aantal bijstandsgerechtigden, heeft een toename van het aantal statushouders een directe invloed op zowel het totale bijstandsbestand als op de bijbehorende kosten. Doordat de statushouders een inburgeringstraject moeten volgen van gemiddeld drie jaar beperkt dit hun mogelijkheden tot werk en participatie. Een bijkomende uitdaging is het tekort aan kinderopvang in de afgelopen jaren. Dit belemmert het verloop van inburgeringstrajecten, wat zowel de kandidaten als de gemeente als belemmerend ervaren. De uitstroom in de Drechtsteden was in de jaren 2023 en 2024 lager dan het landelijke gemiddelde.

Dit was een gevolg van de forse toename in de afstand tot de arbeidsmarkt van inwoners in de bijstand in combinatie met een organisatiewijziging binnen de GR Sociaal, die gepaard ging met een (tijdelijk) personeelstekort op uitvoerend niveau. Vanaf 2025 vertoont de uitstroom regionaal weer een lichte stijging, waarbij echter op lokaal niveau zich nog afwijkingen kunnen voordoen. Voor HardinxveldGiessendam vertoont de uitstroom het volgende beeld: 12

2022 Exogeen (divers) Handhaving Scholing Werk Totaal

2023 12 3 5 17 37

2024 12 9 1 24 46

2025 19 7 1 9 36

22 6 2 9 39

2e verklaring tekort BUIG: de afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe

De bovenstaande grafiek laat zien dat de samenstelling van de bijstandspopulatie sinds 2015 aan het veranderen is. Mensen die voorheen in aanmerking kwamen voor regelingen als de Wajong of de WSW, vallen nu vaak terug op de bijstand als zij er niet in slagen zelfstandig werk te vinden. Door de toenemende maatschappelijke complexiteit en de instroom van meer nieuwkomers groeit het aantal mensen dat afhankelijk is van bijstand gestaag. Wanneer deze afhankelijkheid langdurig wordt, vergroot dat de afstand tot de arbeidsmarkt. Om deze inwoners effectief te begeleiden richting werk, is intensieve ondersteuning noodzakelijk. De coronacrisis, wachtlijsten in de (geestelijke) gezondheidszorg en andere recente ontwikkelingen die voor extra stress zorgen – zoals de dalende koopkracht en de energiecrisis – hebben de situatie voor veel mensen verder verslechterd en hun kansen op werk nog kleiner gemaakt. 3e verklaring tekort BUIG: gemeente-specifieke bijzonderheden bestandsopbouw Opvallend in de gemeente Hardinxveld-Giessendam is dat de instroom van jongeren (18 – 27 jaar) aanzienlijk hoger (+ 20%) is dan in de regio Drechtsteden (+ 10%). Daarnaast zien we, in vergelijking met de andere Drechtsteden-gemeenten, relatief veel gehuwden/samenwonenden in de uitkering.

Daarnaast bestaat de bijstandspopulatie in Hardinxveld-Giessendam voor een groot deel uit mensen die al langdurig afhankelijk zijn van een uitkering. Veel van deze mensen hebben een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor uitstroom naar regulier of gesubsidieerd werk op korte termijn niet haalbaar is. Dit kenmerk sluit echter wel aan bij het beeld van de regio. 4e verklaring tekort BUIG: ontwikkeling kosten loonkostensubsidie. In het jaar 2022 vertoonde de loonkostensubsidie ten opzichte van het voorgaande jaar een opvallende stijging als gevolg van een wetswijziging rondom de vereenvoudiging van loonkostensubsidie per 1

13

januari 2022. Na 2022 ontwikkelt de loonkostensubsidie een stabiele licht stijgende lijn conform het regionale beeld. 5e verklaring tekort BUIG: Organisatieverandering en toenemende personele uitdagingen in de uitvoering waardoor moeilijker aan de prestaties kan worden voldaan. Zoals in alle werksoorten kampen ook gemeenten en Sociale Diensten met personele uitdagingen. Er is in 2024 relatief veel verloop geweest onder ‘consulenten Ontwikkelen naar werk’ die zich richten op de gemeentelijke inwoners in de bijstand. Dit verloop was mede een gevolg van de organisatorische wijziging per september 2023, waarbij de uitvoering gesplitst is in specifieke consulenten voor bestaanszekerheid en ontwikkelen naar werk, naast de gebiedsgerichte wijze van werken. Deze splitsing heeft geleid tot een zekere onderbezetting op het vlak van ontwikkelen naar werk. Ook heeft de organisatieverandering geleid tot overdrachtsmomenten en nieuwe processen. Ook in 2025 lukte het nog niet om alle vacatures in te vullen. A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

Op basis van het beeld van de afgelopen jaren zien wij dat het tekortpercentage voor HardinxveldGiessendam in 2025 iets is afgenomen ten opzichte van de voorgaande jaren. Met het op orde brengen van de uitvoerende capaciteit vanaf 2025 is de verwachting dat op het vlak van de inspanning gericht op uitstroom hier in de komende jaren een verdere verbetering in gang kan worden gezet. Zeker met de ontwikkelingen zoals geschetst onder het volgende deel van deze aanvraag worden verdere stappen gezet in zowel het verder verbeteren van de uitstroom als het uitvoeren van preventieve acties gericht op het beperken van de instroom. Deze inzet is o.a. gericht op het op de aanpak in het kader van (de vertraagde) Participatiewet in balans en de Wet Van School Naar Duurzaam Werk als de organisatorische doorontwikkeling.

14

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen. B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen Beheersmaatregelen (2022 - 2025) Drechtstedenbreed In de Drechtsteden zijn de bevoegdheden van het colleges overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GR Sociaal). Binnen deze regeling voert het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) een geharmoniseerd beleid. In de afgelopen periode lag de nadruk daarbij vooral op het realiseren van de participatiedoelstellingen binnen de Participatiewet. In de loop van 2025 wordt naast de veranderende participatie-inzet ook meer nadruk gelegd op beleid gericht op preventie van de instroom. Op basis van de veranderingen binnen het bijstandsbestand is daarbij de focus verschoven van het direct plaatsen van bijstandsgerechtigden naar het versterken van hun arbeidsmarktwaarde. De instroom van werkzoekenden met recente werkervaring nam af, waardoor het bestand steeds vaker bestond uit mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt: oudere bijstandsgerechtigden, een toenemend aandeel mensen met een niet-westerse achtergrond en klanten die al langdurig afhankelijk zijn van een uitkering. Momenteel zit ruim 70% van de uitkeringsgerechtigden in de Drechtsteden langer dan twee jaar in de bijstand; bijna de helft zelfs langer dan vijf jaar. Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de doelgroep een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft.

Gezondheidsproblemen – zowel fysiek als mentaal – vormen daarbij een belangrijke belemmering voor hun ontwikkeling richting arbeid. Omdat de groep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt binnen de bijstand groeit én hun problematiek complexer wordt, is het noodzakelijk om bestaande methodieken en instrumenten hier 15

beter op af te stemmen. Buiten de groeiende groep statushouders gaat het in de Drechtsteden om circa 5.000 mensen met lichamelijke en/of psychische klachten. Opvallend is bovendien de relatief grotere instroom in de afgelopen jaren van jongeren met complexe problematiek. Ook na de coronaperiode, die vooral op jongeren een aanzienlijke impact heeft gehad, zien we dat deze trend zich voortzet. Voor deze jongeren zijn intensievere en langdurigere begeleidingstrajecten nodig om richting werk te komen. Naast deze toenemende instroom van jongeren zien we dat er juist een lichte daling plaatsvindt onder de leeftijdsgroep van 27 tot 50 jaar en een grotere daling onder inwoners vanaf 50 jaar en ouder. Om op deze ontwikkelingen te anticiperen, is vanaf 2023 een verandertraject gestart dat in de jaren daarna is voortgezet. Dit traject sluit aan bij zowel de veranderende samenstelling van het bijstandsbestand als bij de landelijke plannen voor herziening van de Participatiewet (Participatiewet in Balans en Handhaving Sociale Zekerheid). De focus binnen dit traject ligt op inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, jongeren en statushouders. Op uitvoerend niveau heeft GR Sociaal de organisatiestructuur aangepast, met meer aandacht voor de deelnemende gemeenten en de eerdergenoemde doelgroepen.

Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere integratie van het sociaal ontwikkelingsbedrijf Drechtwerk binnen GR Sociaal; juridisch maakt Drechtwerk sinds 1 januari 2023 al deel uit van de regeling. Beleidsmatig zijn diverse initiatieven gestart om het instrumentarium van de Participatiewet beter te laten aansluiten bij de veranderende behoeften van inwoners. Binnen het verandertraject wordt ingezet op: 1. Het beperken van de instroom in de bijstand; 2. Het stimuleren van uitstroom naar werk; 3. Het bevorderen van doorstroom binnen werktrajecten; 4. Het handhaven van de rechtmatigheid van uitkeringen; 5. Gerichte ondersteuning van statushouders; 6. Het verkennen van mogelijkheden om de gemiddelde uitkeringskosten te verlagen; 7. Het toepassen van specifieke beheersmaatregelen per gemeente. Ad1. Het beperken van de instroom Tussen 2022 en 2025 werden in de regio verschillende stappen gezet om de instroom in de bijstand te beperken. 

Al vóór deze periode tekende zich een duidelijke trend af: voor veel bijstandsgerechtigden werd een directe plaatsing op de arbeidsmarkt steeds minder haalbaar. De samenstelling van de doelgroep veranderde, de problematiek werd complexer, en het werd duidelijk dat een andere 16

aanpak nodig was. In plaats van het zoeken naar snelle matches kwam het versterken van arbeidsmarktwaarde centraal te staan. Deze inzet werd verder versterkt door het samenvoegen van afdelingen Perspct en Start en Groei tot een nieuwe afdeling het Werk Ontwikkel Punt (WOP). Door de krachtenbundeling ontstond er meer ruimte om programma’s te ontwikkelen die aansluiten op de diversiteit van de doelgroep. Zo werden in 2023 de eerste nieuwe ontwikkelpaden gestart, waaronder een traject dat inwoners stap voor stap voorbereidt op werk in de kinderopvang. Vanaf 2024 werd de horizon verder verbreed. Nieuwe sectoren kwamen in beeld, en voor de bouwsector werd actief de samenwerking gezocht met Bouwmensen, dat ook een vestiging heeft in Hardinxveld-Giessendam. Hierdoor ontstonden nieuwe mogelijkheden voor inwoners om vaardigheden op te doen in een sector waar de vraag naar personeel groot is, maar waar tegelijkertijd specifieke kennis en praktijkervaring noodzakelijk zijn. In deze periode is ook stevig ingezet op regionale samenwerking om de instroom in de bijstand verder terug te dringen. Eveneens via het samenvoegen van verschillende afdelingen is het Regionaal Werkcentrum Drechtsteden (RWC) opgericht, waar inwoners via één centraal loket ondersteuning kunnen krijgen.

In 2023 zijn de eerste pilots voor het Regionaal Werkcentrum Drechtsteden uitgevoerd en zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop partijen samenwerken. Eind 2024 is het Werkcentrum volledig operationeel geworden, waarmee een belangrijke stap is gezet richting een toegankelijk en samenhangend regionaal dienstverleningsaanbod voor werkzoekenden en werkgevers. Met de openstelling van het Werkcentrum zien we bovendien dat de hulpvraag breder wordt. Steeds vaker melden zich inwoners die niet onder de Participatiewet vallen, zoals Nuggers zonder indicatie voor het doelgroepenregister. Voor deze groep heeft het Werkcentrum een belangrijke preventieve functie: vanuit GR Sociaal wordt ondersteuning geboden zodra duidelijk wordt dat iemand alsnog in aanmerking komt voor een indicatie. Hiermee wordt toekomstige instroom in de Participatiewet zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast is er nauw samengewerkt met werkgevers die medewerkers met loonkostensubsidie in dienst hebben. Door vroegtijdig te signaleren wanneer het niet goed gaat, kan uitval worden voorkomen en kan waar nodig een herplaatsing worden geregeld.

Het Werkgevers Servicepunt, nu onderdeel van het Regionaal Werkcentrum Drechtsteden, heeft hiervoor een speciale doorplaatsingsunit opgezet, terwijl regionaal een detacheringsfaciliteit beschikbaar is gemaakt om medewerkers tijdelijk elders te laten doorstromen wanneer dat nodig is. Ook op het gebied van schuldenproblematiek is de samenwerking met werkgevers de afgelopen jaren intensiever geworden. Werkgevers zijn beter geïnformeerd over hoe schulden kunnen ontstaan, welke signalen zij in een vroeg stadium kunnen herkennen en waar zij terechtkunnen voor advies of ondersteuning. Dat is belangrijk, omdat schulden vaak een directe aanleiding vormen voor stress, ziekteverzuim en uiteindelijk werkuitval. De Drechtsteden zetten al jaren in op zelfstandigen als een belangrijke doelgroep. Via het Ondernemersloket zijn zzp’ers actief benaderd die mogelijk ondersteuning nodig hadden door de nasleep van de coronacrisis. Deze persoonlijke benadering hielp om problemen vroegtijdig in beeld te krijgen en passende ondersteuning te bieden. 17

Om de kansen voor alleenstaande ouders te vergroten, is binnen het programma Ontwikkelen naar werk een groepsgerichte aanpak voor deze doelgroep opgezet. In dit programma krijgen alleenstaande ouders ondersteuning die aansluit op hun specifieke situatie, zodat zij stap voor stap meer perspectief krijgen richting werk. Voor inwoners die vanuit de uitvoerende afdelingen aan het werk gaan, is bovendien nazorg georganiseerd. Deze begeleiding na plaatsing heeft zichtbaar effect gehad: de herinstroom in de bijstand is de afgelopen jaren aanzienlijk afgenomen, omdat problemen tijdig worden gesignaleerd en ondersteuning snel kan worden ingezet. Daarnaast is de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) actief gebleven in haar reguliere taken, die samen een belangrijke rol spelen in het beperken van de instroom. Dit omvat onder meer de samenwerking met het UWV — bijvoorbeeld voor klanten met een aflopende WW-uitkering of specifieke re-integratievragen — en het detacheren van werknemers via Baanbrekend. Ook is er intensief samengewerkt in netwerken voor jongeren, en zijn er multidisciplinaire trajecten ingezet voor dak- en thuislozen en mensen in de maatschappelijke zorg. Daarbovenop is het poortproces verder ontwikkeld, zodat al bij de eerste contactmomenten meer aandacht uitgaat naar ontwikkeling richting werk.

Heldere communicatie en directe ondersteuning waar nodig vormen hierbij een vast onderdeel. De gerichte aanpak voor jongeren draagt eveneens bij aan het voorkomen van instroom. Om de stijgende instroom van jongeren in te dammen wordt ingezet op uitwerking van de Wet Van School Naar Duurzaam Werk (VSNDW). De maatregelen hierbij zijn per 1 januari 2026 van kracht. Vooruitlopend op deze ontwikkeling is in 2025 al een pilot gestart voor een sluitende aanpak voor leerlingen in het Pro/Vso-onderwijs. Daarnaast is besloten om de vier-weken zoektermijn voor kwetsbare jongeren (< 27 jaar)niet op te leggen tenzij dit bijdraagt aan hun zelfredzaamheid en participatie. Hierdoor kan de dienstverlening en ondersteuning aan deze doelgroep eerder plaatsvinden. Naast de inzet op jongeren is eind 2025 ook besloten om per 1 januari 2026 ook preventief in te zetten op UWV-doelgroepen en alle nuggers die zich melden bij het RWC, waaronder statushouders, die nog in een AZC verblijven.

Al deze inspanningen samen hebben geleid tot een stevig fundament waarmee de instroom in de bijstand structureel wordt beperkt. Hoewel het totale aantal bijstandsgerechtigden de afgelopen jaren licht is gedaald, valt op dat de nieuwe instroom steeds vaker bestaat uit mensen met zwaardere en meer complexe problematiek. Deze inwoners hebben doorgaans een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor uitstroom naar werk niet vanzelfsprekend is en langdurige ondersteuning nodig is. Daarnaast neemt het aantal statushouders binnen de instroom verder toe, mede doordat de huisvestingstaakstelling stijgt. Deze groep doorloopt een meerjarig inburgeringstraject en valt sinds 2022 onder de nieuwe Wet inburgering 2021. Dat betekent dat zij niet snel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en dus minder snel kunnen uitstromen naar werk. Ad2. Het bevorderen van uitstroom naar werk We bevorderen uitstroom naar werk door:

18

 

  

Arbeidsmarktgericht toeleiden: We richten ons op sectoren waar de komende jaren veel kansen liggen. Arbeidsmarktanalyses, zoals de publicaties van Regio in beeld van het UWV vormen hiervoor de basis. Waar mogelijk sluiten we daarbij aan op de ontwikkelpaden die voor deze sectoren zijn ingericht, zodat inwoners gericht kunnen worden begeleid naar duurzaam werk. Ontwikkeling arbeidsmarktwaarde: De inzet op ontwikkeling is in de afgelopen periode vooral belegd bij Werk Ontwikkel Punt (WOP). Inwoners worden daar via leerlijnen stap voor stap richting werk begeleid. Programma’s als Perspectief op Werk en de Regiodeal hebben deze aanpak verder versterkt. Nieuwe leerroutes sluiten bovendien nauw aan bij de ontwikkelpaden die per sector zijn opgebouwd, zoals in de kinderopvang, bouw en techniek. Inzet loonkostensubsidie: In de Drechtsteden wordt het instrument loonkostensubsidie veelvuldig toegepast. Sinds 2022 levert dit bovendien een financieel voordeel op doordat de financiering is gebaseerd op daadwerkelijke realisatie. Pilot loonkostenpremie voor niet-geïndiceerden: Eind 2023 is gestart met een pilot om ook mensen zonder officiële indicatie kansen te bieden via de inzet van tijdelijke loonkostensubsidie. In 2024 bleek het effect hiervan nog beperkt, waardoor de pilotopzet is herzien, wat heeft geleid tot een grotere uitstroom, met name onder de doelgroep statushouders.

Begeleiding met extra ondersteuning: Sinds 2021 loopt een pilot bij ontwikkelbedrijven zoals Stroomlijn en Opnieuw & Co, waar intensieve coaching en buddy-systemen worden ingezet voor inwoners die anders niet duurzaam aan het werk raken. Daarbij gaat het vooral om inzet op inwoners via de banenafspraak en beschut werk bij reguliere werkgevers. Ontwikkelcoaches bij Drechtwerk: Voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is een team van ontwikkelcoaches ingericht. Zij begeleiden inwoners breed, met aandacht voor leefstijl, voeding, beweging en basisvaardigheden, zodat ontwikkeling op meerdere vlakken mogelijk wordt. Pilot parttime werk: Er is een pilot voorbereid om inwoners die parttime werken te ondersteunen bij volledige uitstroom uit de uitkering. Deze aanpak is gekoppeld aan inkomensvrijlating en inzet van een bufferbudget. Door vertraging van noodzakelijke wetswijzigingen is de pilot vertraagd. De nadere voorstellen op dit vlak lopen mee in de besluitvorming rond de maatregelen van Participatiewet in balans, Spoor 1. Ondersteuning voor alleenstaande ouders: Voor deze doelgroep zijn groepsgerichte trajecten opgezet die aansluiten op hun specifieke situatie, met als doel hun kansen op werk te vergroten. Eenvoudigere tariefstructuur: In 2023 is de vergoedingsstructuur voor werkbegeleiding vereenvoudigd en losgekoppeld van loonwaardemetingen.

Dit vermindert administratieve lasten voor werkgevers en stimuleert duurzame werkrelaties. Begeleidingsvergoeding beschut werk: Vanaf 2024 is de begeleidingsvergoeding voor beschut werk verhoogd, zowel bij Drechtwerk als bij reguliere werkgevers, om de instroom en doorstroom van deze doelgroep verder te verbeteren.

Ondanks krapte op de arbeidsmarkt en inzet op uitstroom, daalde de uitstroom tot en met 2024. In 2025 vertoont de totale uitstroom weer een stijgende lijn, waaronder ook de directe uitstroom naar werk en scholing. De inzet die daarbij is gepleegd op het ontwikkelen van inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt lijkt daarmee zijn vruchten af te werpen. Ook illustreren deze cijfers dat de daarbij uitgevoerde trajecten een langere looptijd nodig hebben om tot het gewenste resultaat te kunnen leiden. Ad3. Bevorderen van doorstroom 1. Bestaanszekerheid

19

Het vergroten van bestaanszekerheid verlaagt stress en vergroot het toekomstperspectief. Om inwoners gebruik te kunnen laten maken van een breed scala aan hulpregelingen (o.a. van de Belastingdienst of SVB) zijn checks ontwikkeld, die de afgelopen periode binnen het gehele bestand zijn uitgerold. Ook zijn alle medewerkers getraind in motiverende gespreksvoering en stress-sensitieve benadering. 2. Ontwikkeling naar werk In voorbereiding op Participatiewet in balans is ingezet op een nauwere samenwerking tussen het lokale en regionale aanbod voor de inwoners van de Drechtsteden. Op het vlak van maatschappelijke participatie speelt de inzet op vrijwilligerswerk, participatieplekken, mantelzorg en andere maatschappelijke bijdragen en belangrijke rol. Ter ondersteuning van deze inzet is in 2023 de Ik doe mee-premie ingevoerd. Als aanvulling op het bestaande lokale aanbod is vanuit de GR Sociaal in 2025 gestart met het creëren van ontwikkelplekken op lokaal niveau. Deze ontwikkelplekken kunnen fungeren als aansluiting tussen het lokale aanbod van maatschappelijke participatie en het meer op re-integratie gerichte regionale aanbod. 3. Statushouders Voor de doelgroep statushouders is een aparte afdeling gerealiseerd waarbinnen zowel de Wet inburgering als de Participatiewet wordt uitgevoerd.

Hierdoor is mogelijk om het inburgeringstraject en de inzet op werk en participatie te combineren in duale trajecten. Om deze focus zo optimaal mogelijk uit te voeren zijn in 2025 de bestaanszekerheidstaken vanuit de Participatiewet bij deze afdeling verwijderd en ondergebracht bij de opgave Bestaanszekerheid. Voor het vormgeven van de participatiecomponent wordt daarbij onder meer gebruik gemaakt van de directe bemiddeling naar werk, de inzet van de pilot loonkostenpremie, inzet van het WOP en ontwikkelplekken en het lokale aanbod van maatschappelijke participatie. Daarnaast heeft in 2025 de voorbereiding plaatsgevonden om de inburgeringstrajecten al te starten voor inburgeraars, die gekoppeld zijn aan de Drechtsteden, maar nog verblijven in het AZC. 4. Organisatorische doorontwikkeling Sinds september 2023 is de organisatiestructuur van de GR Sociaal aangepast. Na een aanvankelijke onderbezetting op de nieuwe uitvoerende afdelingen zijn deze in de loop van 2024 volledig operationeel geworden. Van daaruit is gewerkt aan de meer gebiedsgerichte wijze van uitvoering, het creëren van de nieuwe ontwikkelplekken, de opschaling van het WOP, de samenwerking op lokaal en regionaal niveau en de verdere integratie van de dienstverlening van de onderdelen SDD en Drechtwerk.

Deze lijn wordt verder doorgetrokken binnen de vormgeving van een toekomstbestendige sociale infrastructuur voor de Drechtsteden waarvan de uitgangspunten in 2026 worden gepresenteerd. Ad4. Handhaving op rechtmatigheid In de afgelopen periode nam het aantal uitkeringen dat beëindigd werd als gevolg van handhavingsmaatregelen geleidelijk af. Deze afname is toe te schrijven aan een verandering in de manier van handhaven waarbij de aandacht is verschoven van een strengere benadering naar een meer zorgzame en op publieke waarde gerichte aanpak. Vooruitlopend op het Wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid is in mei 2025 het beleidsplan sociaal handhaven vastgesteld. Het beleidsplan draagt bij aan het waarborgen van de bestaanszekerheid van inwoners in de Drechtsteden. Er wordt bij beslissingen 20

niet alleen naar regels gekeken, maar ook naar de omstandigheden en de mogelijkheden van onze inwoners. De inwoner staat centraal en de context doet er hiertoe. Tegelijkertijd wordt er ingezet op het voorkomen van onrechtmatigheden door het beter informeren aan de voorkant en contact met de inwoner. Waar er sprake is van misbruik treden we op, zodat ondersteuning terecht kom bij inwoners die het echt nodig hebben. Ad5. Gerichte inzet op statushouders Met het operationeel worden van de afdeling Inburgering zijn de afgelopen jaren forse stappen gezet in het optimaliseren van het inburgeringsproces, waarbij de omvang van de doelgroep gestaag toenam tot in 2025 deze groei begon te stabiliseren. In deze periode zijn op basis van praktijkervaringen nadere afspraken gemaakt met de taalaanbieders om de voortgang van het inburgeringsproces zoveel mogelijk op basis van de omstandigheden van de inburgeraars via maatwerk te kunnen continueren. Naast het inburgeringsproces zelf is de afgelopen periode ook ingezet op de toeleiding naar werk en participatie voor statushouders. Daarbij is gebruik gemaakt van o.a. directe bemiddeling naar werk, de inzet van de pilot loonkostenpremie, inzet van het WOP en ontwikkelplekken en het lokale aanbod van maatschappelijke participatie.

Hoewel inmiddels een groot deel van de statushouders de inburgering combineert met werk of maatschappelijke participatie gebeurt dit nog teveel op ad hoc basis en is er behoefte aan duidelijke ontwikkelingslijnen en onderlinge verantwoordelijkheden zowel binnen de verschillende afdelingen van de GR Sociaal als de externe samenwerkingspartners op dit vlak. In 2025 is gestart met de opzet van een plan van aanpak voor de vormgeving van duale trajecten terwijl voor het stroomlijnen van samenwerking inmiddels aanvragen zijn gedaan bij landelijke financieringsmogelijkheden voor startbanen voor statushouders (inmiddels gehonoreerd) en inzet van ESF-financiering (nog in behandeling). Daarnaast is in 2025 veel tijd geïnvesteerd in een tweetal arbeidsintensieve ontwikkelingen. Ten eerste betrof dit het opnieuw aanbesteden van de inburgeringstrajecten. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren zijn daarbij stappen gezet in een verbeterde aansturing van de uitvoerende partijen en is er gekozen voor een andere indeling van de percelen. Hierbij is o.a. de taalcomponent van de B1- en de Z-route gecombineerd tot één perceel terwijl de participatiecomponent van de Z-route als een apart perceel is aanbesteed. Met deze inzet op de aanbesteding kunnen de nieuwe overeenkomsten met de uitvoerende partijen per 1 januari 2026 ingaan.

De tweede ontwikkeling betreft de voorbereidingen op de vestiging van een AZC met een capaciteit van 580 opvangplekken in Dordrecht. Deze opvangplekken worden daarbij zoveel mogelijk worden ingevuld met statushouders, die gekoppeld zijn aan de Drechtsteden. Dit biedt ons de mogelijkheid om invulling te geven aan de intentie van de Wet inburgering 2021 om statushouders in een zo vroeg mogelijk stadium (tijdens het verblijf in een AZC) te laten starten met het inburgeringsproces. De inzet op deze Vroege start heeft zowel inhoudelijke (de statushouders hoeven niet langer te wachten op een mogelijkheid tot huisvesting, met een wachttijd van inmiddels circa twee jaar, totdat zij kunnen deelnemen aan de inburgering) als financiële (de statushouder heeft pas bij daadwerkelijke huisvesting recht op een bijstandsuitkering) voordelen. Ad 6. Verkenning van de mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkering te verlagen. Uit analyse als de benchmark Werk en Inkomen van voorgaande jaren kwam naar voren dat de gemiddelde kosten per uitkering in de Drechtsteden relatief hoog liggen. Hieraan liggen een aantal factoren aan ten grondslag die slechts in beperkte mate te beïnvloeden zijn, zoals het gebruik van 21

loonkostensubsidies, de inzet van de Bijzondere Bijstand voor Zelfstandigen (BBZ), de gezinssamenstelling van uitkeringsgerechtigden en het aandeel inwoners dat slechts parttime uit de bijstand uitstroomt. De afgelopen jaren is vanuit de GR Sociaal vooral ingezet op het stimuleren van parttime werk. In de jaren 2024 en 2025 zien we daarbij al een gestage groei van het aantal bijstandsgerechtigden met een aanvullende uitkering op basis van parttime werk. In de loop van 2026 worden hierop nadere stappen gezet met het financieel aantrekkelijker maken van parttime werk voor de inwoner (loopt mee met de wijzigingen rond Participatiewet in balans, Spoor 1) en nadere voorstellen in de richting van werkgevers. Ad 7. Beheersmaatregelen 2022-2025 gemeentespecifiek Naast de gezamenlijke regionale aanpak heeft Hardinxveld-Giessendam extra aandacht besteed aan statushouders binnen de gemeente. Deze lokale benadering richtte zich met name op het intensiveren van contact tussen lokale organisaties rondom begeleiding en mogelijkheden tot participatie. Daarnaast is de gemeente actief aan de slag gegaan met taalontwikkeling via de Bibliotheek Aanzet. Vanaf 2022 is ook de werkgroep Kerk en Vluchteling betrokken bij het ondersteunen van nieuwe inwoners op het gebied van participatie.

Aan het eind van 2023 startte Vluchtelingenwerk Nederland, in opdracht van de gemeente, een project genaamd Vrouwenempowerment. Dit project richt zich op vrouwelijke statushouders en is bedoeld om het bewustzijn over eigen talenten en mogelijkheden te vergroten. Door middel van individuele begeleiding en groepsbijeenkomsten wordt gewerkt aan het versterken van het zelfvertrouwen en het stimuleren van participatie, bijvoorbeeld via een opleiding, stage, vrijwilligerswerk of betaald werk. In 2024 zijn acht vrouwen via een persoonlijk traject stap voor stap gestimuleerd richting maatschappelijke participatie en – waar mogelijk – een betaalde baan. Ook in 2025 heeft het project Vrouwenempowerment gedraaid. In samenwerking met Stichting Diversiteit is er met de vrouwelijke statushuders gewerkt aan het in kaart te brengen van de aanwezige talenten. Ook is er gewerkt om de zelfredzaamheid en zelfstandigheid te vergroten. Er zijn diverse workshops ingezet rondom persoonlijke ontwikkeling, zelfvertrouwen, netwerkvorming en creatief zelfonderzoek voor het empoweren van de deelneemsters. Dit jaar bestond de groep uit uit 8 deelneemsters.

Het project bestaat uit een drietal Modules; Module 1 , Zelfvertrouwen, ontdekken van de talenten Module 2, Digiklik , digitale vaardigheden Module 3, Werknemersvaardigheden, op weg naar de toekomst We merken dat het belangrijk is voor de vrouwelijke inburgeraars en zien wat het doet en waarom het belangrijk is om het speciale project in te zetten voor deze doelgroep. De opkomst was hoog , bijna 100 % aanwezigheid met uitzondering door ziekte. Door meer zelfvertrouwen te creëren en een veilige omgeving om te mogen leren, gingen de deelneemster(s) elke week vooruit. Dit uitte zich met name in het durven spreken in de Nederlandse Taal. De deelneemster gaven ook aan dat ze van de training Digiklik veel hebben geleerd, zoals het gebruiken van de agenda op hun telefoon en een email beantwoorden. Tevens zijn ze bekender geworden met Sociaal media (zoals LinkedIn, wat hun netwerk kan vergroten). Meer dan de helft van de deelnemers heeft dan ook vrijwilligerswerk gevonden en doen actief mee aan georganiseerde activiteiten in de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Binnen Hardinxveld-Giessendam was het aantal beschikbare participatieplekken lange tijd beperkt. Daardoor was het lastig om mensen zonder netwerk aan een geschikte plek te koppelen. Toch blijkt dat deelname aan activiteiten vaak perspectief biedt op verdere stappen op de participatieladder. Tussen juli 22

2023 en 2025 is het aantal participatieplekken van 2 naar circa 15 plekken uitgebreid. Deze plekken worden ingevuld door zowel mensen in de bijstand als Nuggers. Tenslotte is er binnen de SDD steeds meer oog voor het werken op maat per gemeente. Dit betekent onder andere dat consulenten (zowel op het gebied van reguliere trajecten als inburgering) en medewerkers van de klantenservice lokaal actief zijn. Getroffen maatregelen om het tekort in 2026 te reduceren De afgelopen jaren is enige vertraging in nadere beleidsvoorstellen ontstaan door het landelijke uitstel in de wetswijziging van Participatiewet in balans, Spoor 1 en het Wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid. Naar verwachting krijgen de resultaten hiervan in 2026 en volgende jaren wel hun beslag. Daarnaast is in 2025 al voorgesorteerd op de implementatie van de Wet Van School Naar Duurzaam Werk (VSNDW) en is voorbereidend werk gedaan op basis van (overlappende) thema’s als de inzet op de toekomstbestendige sociale infrastructuur, de Verbeteragenda Beschut Werk, de verbetering van de banenafspraak en op de langere termijn Participatiewet in balans, Spoor 2. De eerste stappen hiervoor worden in 2026 genomen.

Concreet gaat het hierbij om: • Aanpak Pro/Vso-leerlingen: In het kader van de Wet VSNDW is in 2025 besloten om een pilot te starten voor een sluitende aanpak voor Pro/Vso-leerlingen, waaronder het eerder begeleiden van de leerlingen naar passende werkplekken en het aanstellen van een doelgroepspecifieke jobcoach voor leerlingen die met een loonkostensubsidie worden geplaatst. • Kwetsbaren jongeren < 27 jaar: Met de Wet VSNDW ontstaat een plicht tot preventieve arbeidsondersteuning voor alle jongeren onder 27 jaar. In november 2025 is besloten om het beschikbare instrumentarium vanuit de Participatiewet voor deze doelgroep open te stellen en de vier-weken zoektermijn voor deze doelgroep niet op te leggen tenzij dit bijdraagt aan hun zelfredzaamheid en participatie. • Inzet op UWV-doelgroepen: In het kader van de verbetering van de banenafspraak wordt voor specifieke UWV-doelgroepen het instrumentarium van de banenafspraak beschikbaar gesteld. Deels gebeurt dit met ingang van 1 januari 2026 of vindt hiervoor een verkenning plaats gedurende 2026. In november 2025 is besloten om voor alle UWV-doelgroepen inzet te plegen. Deze inzet wordt eind 2026 geëvalueerd. • Nuggers: Sinds de start van het RWC bestaat een substantieel deel van de instroom uit nietuitkeringsgerechtigden (nuggers).

In november 2025 is besloten om het volledige instrumentarium van de Participtiewet beschikbaar te stellen voor alle nuggers, waaronder statushouders die nog in een AZC verblijven. Deze inzet wordt eind 2026 geëvalueerd. • Vroege Start: Dit betreft een pilot om 75 statushouders, die gekoppeld zijn aan de Drechtsteden, maar nog verblijven in een AZC een inburgeringstraject te laten volgen (eventueel in combinatie met werk). Deels verblijven deze statushouders in het AZC van Rotterdam (Silja) en deels bestaat deze doelgroep uit statushouders in het AZC van Dordrecht (instroom eind maart/begin april 2026). Deze besluitvorming was onderdeel van de doelgroep nuggers uit het voorgaande punt. • Vaste forfaitaire loonkostensubsidie bij beschut werk: In het kader van de Verbeteragenda Beschut Werk wordt landelijk gewerkt aan een wetswijziging om per 2028 de huidige systematiek van loonwaardemeting te vervangen door een vaste forfaitaire loonkostensubsidie. Vooruitlopend kan deze vaste forfaitaire loonkostensubsidie al deels worden toegepast op beschut werkplekken bij zowel sociale ontwikkelbedrijven als reguliere werkgevers. De voorbereiding hierop heeft plaatsgevonden in 2025 met besluitvorming in 2026 met terugwerkende kracht per 1 januari 2026.

23

•

•

•

•

•

•

•

Verhoging tarief werkbegeleiding Beschut Werk: Het tarief van de werkbegeleiding voor beschut werk is met ingang van 2024 al verhoogd. Daarbij is enige marge betracht ten opzichte van het maximale beschikbare budget. Door verzwaring van de doelgroep wordt in het kader van de Verbeteragenda Beschut Werk alsnog met tarief verder verhoogd. De voorbereiding hierop heeft plaatsgevonden in 2025 met besluitvorming in 2026 met terugwerkende kracht per 1 januari 2026. Project ‘Simpel Switchen’: Dit landelijke initiatief ondersteunt inwoners bij het soepel zetten van stappen op de participatieladder en maakt de overstap naar werk minder ingewikkeld. Als onderdeel hiervan is een werkgroep gestart die dagbesteding en beschut werk actief verbindt met reguliere werktrajecten, zodat meer inwoners kunnen doorstromen naar passend werk. Deze inzet wordt verder uitgewerkt in het kader van de Verbeteragenda Beschut Werk. Pilot parttime werk vanuit de bijstand: Er is een pilot voorbereid om inwoners die parttime werken te ondersteunen bij volledige uitstroom uit de uitkering. Deze aanpak is gekoppeld aan inkomensvrijlating en inzet van een bufferbudget. Door vertraging van noodzakelijke wetswijzigingen is de pilot vertraagd. De nadere voorstellen op dit vlak lopen mee in de besluitvorming rond de maatregelen van Participatiewet in balans, Spoor 1.

Toekomstbestendige Sociale infrastructuur: Naast betaald werk krijgt maatschappelijke betrokkenheid steeds meer gewicht, vooral voor inwoners die verder van de arbeidsmarkt afstaan. Dit kan gaan om vrijwilligerswerk, participatieplekken of dagbesteding. De samenwerking met werkgevers, maatschappelijke organisaties en wijkteams wordt hierbij verder geïntensiveerd. De benadering wordt breder: niet alleen werk en inkomen staan centraal, maar ook andere levensdomeinen zoals gezondheid, sociale netwerken en basisvaardigheden. Voor de ondersteuning van inwoners is daarom inzet nodig vanuit het volledige sociale domein, waaronder de Wmo, de Jeugdwet, maatschappelijke participatie en welzijnswerk. In 2025 wordt deze koers verder uitgewerkt in overleg tussen GR Sociaal en de afzonderlijke gemeenten. Pilot loonkostenpremie: Eind 2023 is gestart met een pilot om ook mensen zonder officiële indicatie kansen te bieden via de inzet van tijdelijke loonkostensubsidie. In 2024 bleek het effect hiervan nog beperkt, waardoor de pilotopzet is herzien, wat heeft geleid tot een grotere uitstroom, met name onder de doelgroep statushouders. In 2026 vindt besluitvorming plaats over de voortzetting van de pilot. Werk Ontwikkel Punt: In 2024 is bij Drechtwerk gestart met een nieuw ontwikkelprogramma voor inwoners binnen de Participatiewet die geen indicatie hebben voor beschut werk of de banenafspraak.

Dit programma biedt meer maatwerk en variatie in het werkaanbod, zodat het potentieel van deelnemers beter wordt benut en zij zich kunnen ontwikkelen richting zo regulier mogelijk werk en reguliere werkgevers. Daarbij wordt samengewerkt met kansrijke sectoren in de regio, die zich aan het ontwikkelprogramma verbinden en werkzaamheden laten uitvoeren binnen de werksetting van Drechtwerk. In 2025 is de inzet van het WOP verder verbreed naar andere doelgroepen, o.a. statushouders en wordt gewerkt aan een verdere opschaling van de capaciteit. Social Return on Investment (SRoI): In de Drechtsteden is de SRoI als arbeidsmarktinstrument belegd bij de GR Sociaal, waarbij wordt aangesloten op de regionale uitvoeringsagenda van de arbeidsmarktregio. Om het beleid beter te laten aansluiten op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, is in de loop van 2024 een uitgebreide evaluatie uitgevoerd. De uitkomsten zijn in 2025 uitgewerkt tot een concreter beleidskader. Besluitvorming hierover heeft begin 2026 plaatsgevonden. Met dit instrument wordt het mogelijk om een brede maatschappelijke impact te realiseren, o.a. op het vlak van arbeidsparticipatie voor inwoners van de Drechtsteden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 24

•

•

B2.

Regionaal Werkcentrum Drechtsteden: Met de openstelling van het Werkcentrum eind 2024 zien we bovendien dat de hulpvraag breder wordt. In 2026 worden verdere verbindingen gelegd tussen het RWC en de GR Sociaal o.a. op de aanpak van nuggers, leerwerktrajecten, het WOP en de gezamenlijk inzet op statushouders in het AZC van Dordrecht. Werkspoor: Met financiering vanuit de Arbeidsmarktregio Drechtsteden is vanuit Stichting MBO het project Werkspoor opgezet, waarbij reguliere werkgevers mogelijkheden tot stages en werkopeningen bieden voor inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In 2026 wordt ingezet op de aansluiting tussen Werkspoor en de GR Sociaal, o.a. via het WOP.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? The Alignment House A) In 2025 zijn de voorbereidingen getroffen om op termijn te komen tot een toekomstbestendige sociale infrastructuur voor de regio Drechtsteden. Hierbij moeten de gemeenten en de GR Sociaal (inclusief Drechtwerk) hun organisaties zo inrichten zij de veranderende doelgroepen kunnen ondersteunen naar zo regulier mogelijk werk. Op 1 september 2025 heeft het Algemeen Bestuur aan de directie van de GR Sociaal opdracht gegeven voor het opstellen van een transformatieplan waarmee de beoogde toekomstbestendig sociale infrastructuur kan worden ontwikkeld waarin het sociaal ontwikkelbedrijf Drechtwerk, het regionale en het lokale aanbod elkaar versterken. Daarbij moet ook invulling moeten geven aan maatschappelijke participatie conform Participatiewet in balans, Spoor1.

Voor het uitvoeren van de daarvoor benodigde verkennende gesprekken en het opstellen van een eerste schetsontwerp in dit proces is The Alignment House gevraagd hieraan vorm te geven. B) Het schetsontwerp is begin 2026 opgeleverd en gepresenteerd in het Algemeen Bestuur op 26 februari 2026. In deze presentatie zijn de volgende conclusies benoemd: • Het ontbreekt aan een overkoepelende lange termijn koers vanuit de gezamenlijke opgave • Er is onvoldoende sturing op taken en verantwoordelijkheden • Er is een spanning tussen lokaal en regionaal • Het systeem is niet rond de inwoner georganiseerd 25

• Te veel handelingsvrijheid zonder casusregie en duidelijke gezamenlijke ontwikkelrichting leidt nu tot versnippering Verkennende Perspectieven • Er wordt vanuit verschillende ‘kolommen’ gewerkt, maar een integrale samenwerking rondom de doelgroepen ontbreekt • Het onbenut potentieel is onvoldoende in beeld • Behoefte aan kennisdeling en kaders voor ontwikkelpaden van verschillende doelgroepen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1198/documents/35635