CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2024.pdf

Gemeenteraad GHG 26 juni 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 11: Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 2025 - Raadsvoorstel9.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2024 Versie: uitgebreid verzoek

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2025 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.

Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 ook een vangnetuitkering hebben ontvangen, dienen gebruik te maken van dit formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in de voorafgaande jaren een vangnetuitkering is toegekend.

Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.

Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2024 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden

1

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

2

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.

A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. 1. Hogere instroom doelgroep statushouders. 2. De afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe 3. Tekort BUIG: gemeente-specifieke bijzonderheden bestandsopbouw 4. Toenemende kosten voor Loonkostensubsidie en BBZ. 5. Organisatieverandering GR Sociaal en toenemende personele uitdagingen in de uitvoering waardoor moeilijker aan de prestaties kan worden voldaan

B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. 1. Beperken van de instroom. 2. Bevorderen van uitstroom door werk. 3. Bevorderen van doorstroom. 4. Verbeteren van handhaving op rechtmatigheid. 5. Gerichte inzet op de doelgroep statushouders (waaronder Uitvoering Wet inburgering 2021 in de Drechtsteden). 6. Verkenning naar mogelijkheden benutten infrastructuur WSW (GR Sociaal). 7. Deelname aan landelijke netwerken en leergroepen. 8. Verkenning van het verlagen van de kosten van de uitkeringen. 9. Specifieke initiatieven binnen Hardinxveld-Giessendam

3

C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Terugkijken naar doelstelling in 2024: Bij de aanvraag vangnet uitkering voor 2023 was de doelstelling dat het uitkeringsbestand HardinxveldGiessendam per 31 december 2024 zou dalen tot 184 inwoners met een bijstandsuitkering. Deze daling is niet bereikt. Op 31 december 2024 kende Hardinxveld-Giessendam 209 inwoners met een uitkering vanuit de Participatiewet (en 6 inwoners in de IOAW en: 2 inwoners in de IOAZ). Een totaal dus van 217. Dit is in lijn met de stijging van het bestand die veel gemeenten maakten en ook conform de landelijke ontwikkeling volgens de CPB norm. Doelstelling in 2025 en verder: Voor het jaar 2025 is het de ambitie om het uitkeringsbestand van 209 (1 januari 2025) vanuit de Participatiewet per 31 december 2025 teruggebracht te krijgen op een totaal van 204. Deze daling is gebaseerd op de door de GR Sociaal geformuleerde ambitie om het totale uitkeringsbestand van de Drechtsteden met 142 inwoners te verlagen. De ambitie van de GR Sociaal ligt daarbij hoger dan de CPBnorm, die voor 2025 uitgaat van een stijging van het bestand met 0,28%

4

Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.

X

Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)

X

Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

5

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.

6

A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren, zoals die zijn beschreven in de aanvraag voor een vangnetuitkering over 2022 en/of 2023 (A2). A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

Gemeenten met minder inwoners dan 40.000 inwoners (zoals Hardinxveld-Giessendam) krijgen deels een budget op basis van historische gegevens (gerealiseerde uitgaven BUIG van twee jaar eerder) en deels op basis van eerder genoemde, jaarlijks bijgestelde objectieve criteria. Sinds 2022 worden de uitgaven ten bate van loonkostensubsidies historisch verdeeld in plaats van objectief. Oorzaken voor eventuele tekorten op de BUIG kunnen – in theorie – zowel worden gevonden in (de componenten van) de verdeelsleutel, als in de ontwikkeling van het bestand aan bijstands-gerechtigden, de gemiddelde kosten voor een uitkering en het aantal inwoners dat loonkosten-subsidie ontvangt ten opzichte van de landelijke trend in het betreffende jaar. Kleine gemeenten zijn in de praktijk gevoeliger dan grote voor deze landelijke ontwikkelingen, aangezien kleine aantallen bij hen relatief grotere impact hebben. In de praktijk zal het vaak een combinatie van beide factoren (verdeelmodel en bestandsontwikkeling) betreffen, waarbij de in het verdeelmodel gelegen factoren zo goed als niet te kwantificeren zijn. Wel opvallend is in dit kader, dat het binnen de Drechtsteden juist de kleinere gemeenten zijn, waaronder Hardinxveld-Giessendam, die in de periode 2022 - 2024 tegen relatief hoge budgetoverschrijdingen aanlopen.

Omvang van het tekort In 2024 is een Rijksuitkering van € 3.342.041 ontvangen en daarnaast waren er € 53.852 aan debiteurenopbrengsten, in totaal € 3.395.893. De totale kosten op de BUIG bedroegen € 4.137.575. Hiermee hadden we een tekort van 22,2% op de Rijksuitkering, te weten € 741.682. Gemeenten dragen een eigen risico van 100% op de eerste 7,5% van het tekort. Het tekort van 7,5 – 12,5% wordt voor 50% gecompenseerd; het tekort daarboven wordt volledig gecompenseerd. We komen daarmee in aanmerking voor een geprognosticeerde tegemoetkoming van € 407.478. Voor de historische ontwikkeling van het tekort wordt verwezen naar onderstaande tabel.

Lasten BUIG Baten BUIG Tekort voor VU

2022

2023

2024

2.768.830 2.385.447 -383.383

3.404.501 2.837.830 -556.671

4.137.575 3.395.892 -741.683

Rol en informatiepositie college De collegebevoegdheden in het kader van de Participatiewet (en de eerder genoemde aanpalende wetten) zijn gedelegeerd aan de GR Sociaal / Sociale Dienst Drechtsteden (SDD). Formele 7

informatie-verstrekking over de voortgang van de uitvoering geschiedt via de reguliere begrotings- en viermaandelijkse verantwoordingscyclus, maar ook via ambtelijke afstemming. Het feitelijke tekort op de BUIG voor 2024 is bepaald bij het opmaken van de jaarrekening 2024 door de GR Sociaal. Ambtelijk zijn de Drechtstedengemeenten als geheel (via het regionaal controllersoverleg) in november 2024 op de hoogte gesteld dat een aantal van hen mogelijk zou voldoen aan de criteria voor het aanvragen een vangnetuitkering. Op basis van de resultaten lopende het jaar 2024 was dit nog niet voorzien. Informatie over de bestandsontwikkeling in de Drechtsteden en de eigen gemeente is in de periode 2021-2022 maandelijks met het college per mail gedeeld. Medio 2022 is dit veranderd met de openstelling van het gemeentedashboard, waarmee de informatiepositie van het college verder is versterkt en de betreffende gegevens ambtelijk en bestuurlijk kunnen worden geraadpleegd. Vanaf juli 2022 is gestart met een bestuurlijk en ambtelijk overleg waarin de bestandsontwikkeling en bijpassende maatregelen in Hardinxveld-Giessendam onderwerp van gesprek zijn. In het overzicht van maatregelen gaan we hierop in. Vanaf 2023 is ook een aanvang genomen met een brede partnerbijeenkomst, die heeft geresulteerd in extra inzet op genaturaliseerden die al langere tijd in de bijstand zitten.

Het netwerk van uitvoerende organisaties rondom deze doelgroep komt sindsdien 3-4 keer per jaar samen. Rol en informatiepositie Dagelijks Bestuur GR Sociaal Zoals eerder gesteld zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en belegd bij het Dagelijks Bestuur van de SDD. Dit betreft ook het beleid en de sturing op de resultaten. Het beleid op het gebied van de Participatiewet is geharmoniseerd en daarmee voor alle gemeenten gelijk. In incidentele gevallen (bijvoorbeeld ten aanzien van pilots) wordt gemeente specifiek beleid gevoerd. Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam was dat in het kader van de Participatiewet in 2024 niet het geval. Binnen de SDD is de afgelopen jaren de informatiepositie versterkt, met de ontwikkeling van een online dashboard dat realtime de bestandsontwikkeling weergeeft. Hierdoor kan goed worden gemonitord hoe het uitkeringsbestand zich qua aantallen en opbouw ontwikkelt en welke factoren daarbij een rol spelen. Dit geldt zowel voor de instroom als de uitstroom. Tot op heden is dit echter nog niet gekoppeld aan realtime financiële monitoring. Financiële monitoring vindt periodiek plaats in de viermaandelijkse rapportagecyclus. Daarnaast is deze informatievoorziening sinds 2023 uitgebreid met tweejaarlijkse accountgesprekken.

Sturing op de in de begroting vastgestelde doelen en de geconstateerde voortgang vond in 2024 en de voorgaande jaren – mede gezien het geharmoniseerde beleid en de onderliggende financiële afspraken – primair plaats op Drechtstedenniveau. Bijstandsbestand in relatie tot inwonersaantal Op 31 december 2024 waren er 217 inwoners met een bijstandsuitkering (incl. IOAW: 6 inwoners; en IOAZ: 2 inwoners). Het aantal IOAW en IOAZ uitkeringen is in de afgelopen jaren nagenoeg constant gebleven. Het uitkeringsbestand betreft in 2024 1,16% van de totale bevolking. De verhouding van het aantal bijstandsklanten ten opzichte van de totale bevolking is hiermee in de afgelopen jaren licht toegenomen: in 2022 en 2023 betrof dit namelijk 1%. Het absolute inwonersaantal van de gemeente is in de periode van 1996 tot 2016 redelijk constant gebleven, maar is aanzienlijk gestegen in de afgelopen jaren. Eén van de mogelijke oorzaken van deze bevolkingsgroei is te vinden in de toename 8

van het beschikbare woningaanbod en de grote krapte op de woningmarkt, waardoor ook inwoners uit andere woonplaatsen naar Hardinxveld-Giessendam toe trekken. Dit geldt ook voor bijstandsgerechtigden, die door een relatief korte wachttijd voor een sociale huurwoningen in Hardinxveld-Giesendam wat eenvoudiger dan elders hun heil kunnen vinden. In de periode van 2022 tot en met 2024 is het inwonersaantal licht gestegen, van 18.511 inwoners in 2022 naar 19.126 inwoners eind 2024.

Hardinxveld-Giessendam:

Figuur Jaarkaart Divosa benchmark 2024 voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam

9

ONDERDEEL VERKLARING TEKORT 1e verklaring tekort BUIG: hoge instroom statushouders In 2024 zijn er 59 inwoners ingestroomd in de bijstand, terwijl er 36 inwoners uitgestroomd zijn. De meest voorkomende reden voor een bijstandsaanvraag is het verkrijgen van een verblijfsvergunning. In dat jaar ging het om 12 statushouders. Deze instroom is vergelijkbaar met voorgaande jaren. De beschikbaarheid van geschikte woonruimte speelt hierbij een belangrijke rol, waarbij HardinxveldGiessendam ten opzicht van de regio Drechtsteden relatief meer van dergelijke woningen beschikbaar heeft. De beschikbaarheid van woningen zien wij ook terug in de instroom vanuit andere gemeenten, die naast de beëindiging van studie of werk een instroomreden vormt. Het aandeel statushouders binnen de bijstand is in Hardinxveld-Giessendam dan ook flink toegenomen in de afgelopen jaren. Omdat het om een relatief kleine gemeente gaat met een beperkt aantal bijstandsgerechtigden, heeft een toename van het aantal statushouders een directe invloed op zowel het totale bijstandsbestand als op de bijbehorende kosten. Dit effect strekt zich bovendien uit over de langere termijn, aangezien een deel van deze groep moeilijk uitstroomt en minder kans heeft om actief deel te nemen aan de samenleving.

We zien dit ook terug in de bevolkingsopbouw van de gemeente waarbij het aandeel inwoners van buiten Europa geleidelijk stijgt (van 5,34% in 2022 naar 6,5% in 2024). Statushouders vallen niet alleen onder de Participatiewet, maar ook onder de Wet inburgering. De uitvoering van deze wet vraagt vooral in het begin veel aandacht, waardoor de focus nog niet ligt op het bevorderen van uitstroom naar werk of opleiding. Een bijkomende uitdaging is het tekort aan kinderopvang in de afgelopen jaren. Dit belemmert het verloop van inburgeringstrajecten, wat zowel de kandidaten als de gemeente als belemmerend ervaren. In het algemeen leidt een hogere instroom in de bijstand vaak ook tot een hogere uitstroom, maar door het relatief grote aandeel statushouders in Hardinxveld-Giessendam gaat deze regel hier niet op. Dit verklaart ook waarom de uitstroom in deze gemeente lager ligt dan het landelijke gemiddelde. De totale uitstroom in Hardinxveld-Giessendam van 36 inwoners is als volgt verdeeld: Uitstroomreden Aantallen

Werk 9

Scholing 1

Handhaving 7

Exogeen 19

10

2e verklaring tekort BUIG: de afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe

De bovenstaande grafiek laat zien dat de samenstelling van de bijstandspopulatie sinds 2015 aan het veranderen is. Mensen die voorheen in aanmerking kwamen voor regelingen als de Wajong of de WSW, vallen nu vaak terug op de bijstand als zij er niet in slagen zelfstandig werk te vinden. Door de toenemende maatschappelijke complexiteit en de instroom van meer nieuwkomers groeit het aantal mensen dat afhankelijk is van bijstand gestaag. Wanneer deze afhankelijkheid langdurig wordt, vergroot dat de afstand tot de arbeidsmarkt. Om deze inwoners effectief te begeleiden richting werk, is intensieve ondersteuning noodzakelijk. De coronacrisis, wachtlijsten in de (geestelijke) gezondheidszorg en andere recente ontwikkelingen die voor extra stress zorgen – zoals de dalende koopkracht en de energiecrisis – hebben de situatie voor veel mensen verder verslechterd en hun kansen op werk nog kleiner gemaakt. 3e verklaring tekort BUIG: gemeente-specifieke bijzonderheden bestandsopbouw Wat opvalt aan de gemeente Hardinxveld-Giessendam ten opzichte van andere Drechtstedengemeenten, is het relatief hoge aandeel bijstandsgerechtigden dat valt onder de gehuwdennorm. In Hardinxveld-Giessendam betreft dit 38% terwijl het gemiddelde in de regio Drechtsteden uitkomt op gemiddeld 29%. Hierdoor liggen de gemiddelde uitkeringsbedragen per huishouden in deze gemeente aanzienlijk hoger.

Daarnaast bestaat de bijstandspopulatie in Hardinxveld-Giessendam voor een groot deel uit mensen die al langdurig afhankelijk zijn van een uitkering: ruim 60% ontvangt al meer dan twee jaar bijstand. Veel van deze mensen hebben een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor uitstroom naar regulier of gesubsidieerd werk op korte termijn niet haalbaar is. Tijdens de coronaperiode is deze situatie verder verslechterd. Uitstroommogelijkheden waren nauwelijks voorhanden, lopende ontwikkeltrajecten kwamen stil te liggen en de concurrentie op de arbeidsmarkt nam toe door beter gekwalificeerde werkzoekenden, waardoor de relatieve afstand van de doelgroep nog verder werd vergroot. Bovendien is de maatschappelijke participatie van kwetsbare inwoners sterk afgenomen. Volgens de monitor Sociaal Drechtsteden Hardinxveld-Giessendam, gepubliceerd in juli 2022, is onder meer eenzaamheid onder deze doelgroep met 38% gestegen tijdens de pandemie. Vooral mensen met een langdurige uitkering hebben sindsdien moeite om opnieuw aansluiting te vinden bij de samenleving. 4e verklaring tekort BUIG: toename kosten loonkostensubsidie en Bbz. 11

Naast de ontwikkelingen binnen de bijstandspopulatie zijn in 2022 de uitgaven voor loonkostensubsidie gestegen, terwijl het aantal ontvangers vrijwel gelijk bleef. Deze stijging hangt grotendeels samen met een wetswijziging die op 1 januari 2022 is ingegaan en gericht is op het vereenvoudigen van de loonkostensubsidie. Sindsdien blijft de gemeente bij ziekte van een werknemer de loonkostensubsidie doorbetalen aan de werkgever. Dit leidt tot hogere kosten dan in voorgaande jaren, waarin gemeenten bij ziekte niet doorbetaalden en werkgevers hun loonkosten bij het UWV moesten declareren. Daarnaast wordt de loonkostensubsidie sinds de wetswijziging automatisch uitgekeerd, in plaats van via declaratie. Hoewel dit de administratieve lasten vermindert, zorgt het ook voor hogere uitgaven. Aangezien de Drechtsteden – waaronder Hardinxveld-Giessendam – al langere tijd ruim inzetten op de banenafspraak en dus relatief veel gebruikmaken van loonkostensubsidie, is het effect van deze wijziging in deze regio sterker merkbaar. Vooral in kleinere gemeenten komt dit extra tot uiting. Ook de kosten voor Bbz-uitkeringen lieten in 2022 een opvallende beweging zien. Dit kwam door de invoering van de tijdelijke versoepelde Bbz-regeling, ook wel Bbz-light genoemd, in het eerste kwartaal van 2022.

Deze regeling werd door het Rijk ingevoerd als overgangsmaatregel na het beëindigen van de ToZo-regeling. De kosten stegen hierdoor duidelijk in 2022, maar daalden vervolgens sterk in 2023. In 2024 zijn deze kosten weer aanzienlijk gestegen.

Lasten LKS Lasten BBZ

2022

2023

2024

260.864 14.528

301.156 10.229

450.900 17.042

5e verklaring tekort BUIG: Organisatieverandering en toenemende personele uitdagingen in de uitvoering waardoor moeilijker aan de prestaties kan worden voldaan. Zoals in alle werksoorten kampen ook gemeenten en Sociale Diensten met personele uitdagingen. Er is in 2024 relatief veel verloop geweest onder ‘consulenten Ontwikkelen naar werk’ die zich richten op Hardinxveldse bijstandsklanten. Daarbij komt dat de GR Sociaal in september 2023 te maken heeft gehad met een organisatorische wijziging, waarbij in de uitvoering gesplitst zijn in specifieke consulenten voor bestaanszekerheid en ontwikkelen naar werk, naast de gebiedsgerichte wijze van werken. Deze splitsing heeft geleid tot een zekere onderbezetting op het vlak van ontwikkelen naar werk in 2023 en 2024. Ook heeft de organisatieverandering geleid tot overdracht momenten en nieuwe werkprocessen. Deze factoren hebben gevolgen gehad voor de productie. A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

Ondanks alle inspanningen zien we dat de gewenste daling niet helemaal is behaald. Met name de hoge instroom en het relatief grote effect op het bestand spelen in deze gemeente een belangrijke rol. De uitstroomfactor waarop we het meeste kunnen sturen, namelijk de uitstroom naar werk, wordt middels een grote set aan activiteiten gestimuleerd. Deze set blijven we steeds verder ontwikkelen. Ook zijn in 12

2024 stappen gezet om de bij de organisatieverandering ontstane onderbezetting in het team ontwikkelen naar werk in Hardinxveld-Giessendam in te lopen. Tijdens voorgaande aanvraag constateerden we al dat de gemiddelde prijs per uitkering relatief hoog ligt. Die kosten worden beïnvloed door de gezinssamenstelling (niet beïnvloedbaar), aantal werkende inwoners met loonkostensubsidie (niet beïnvloedbaar), inzet BBZ (niet beïnvloedbaar) en het aantal parttime uitgestroomde bijstandsklanten (deels beïnvloedbaar).

13

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2024 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2024 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2025 zijn getroffen.

B1. Beschrijving getroffen interne maatregelen Beheersmaatregelen 2022-2024 Drechtstedenbreed Zoals eerder aangegeven, zijn de bevoegdheden van het college overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GR Sociaal), waarbij het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) een geharmoniseerd beleid voert. Tussen 2021 en 2023 lag de focus van dit beleid met name op de participatiedoelstellingen binnen de Participatiewet. Bij het ontwikkelen van een brede visie op het sociaal domein is erkend dat de nadruk in de Drechtsteden moet verschuiven van directe plaatsing van bijstandsgerechtigden naar het vergroten van hun arbeidsmarktwaarde. Deze verandering werd extra relevant toen de coronamaatregelen in het voorjaar van 2022 werden afgebouwd en de economie zich snel herstelde. Dit herstel leidde tot een krappe arbeidsmarkt, wat de samenstelling van het bijstandsbestand flink beïnvloedde. De toestroom van werkzoekenden met recente werkervaring nam af, waardoor het bestand steeds meer bestond uit mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, oudere bijstandsgerechtigden, een groter aandeel mensen met een niet-westerse achtergrond, en klanten die al langdurig een uitkering ontvangen. Momenteel zit ruim 70% van de uitkeringsgerechtigden in de Drechtsteden al langer dan twee jaar in de bijstand; bijna de helft zelfs langer dan vijf jaar.

Daarnaast zorgen stijgende energieprijzen en inflatie voor meer stress en onzekerheid bij deze groep, wat het vinden van werk verder bemoeilijkt. Opvallend was ook de relatief grote instroom vanaf 2022 van jongeren met complexe problematiek, vaak ontstaan tijdens de coronapandemie. Dit leidde tot een intensiever en langduriger begeleidingstraject richting werk. Uit een in 2022 gestart verkennend onderzoek bleek dat het merendeel van de doelgroep zich bevindt op de onderste treden van de participatieladder (treden 1, 2 en 3). Gezondheidsproblemen – zowel fysiek als mentaal – blijken daarbij een grote belemmering te vormen voor ontwikkeling richting werk.

14

Aangezien de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt binnen de bijstand steeds groter wordt, en de problematiek complexer, is het noodzakelijk om bestaande methodieken en instrumenten hier beter op af te stemmen. Buiten de toename van statushouders gaat het in de Drechtsteden om zo’n 5.000 mensen met lichamelijke en/of psychische klachten. Om meer inzicht te krijgen in deze doelgroep, is in 2022 begonnen met verdiepende analyses van het bijstandsbestand. Deze onderzoeken richten zich op: • een analyse van mensen met lichamelijke klachten (uitgevoerd door een extern bureau); • een inventarisatie van het gebruik van voorliggende voorzieningen; • een diepgaande analyse van jongeren binnen het jongerenteam; • een gefaseerde analyse van statushouders onder de Wet inburgering 2013. Om op deze ontwikkelingen te anticiperen, is in 2023 een verandertraject gestart dat in 2024 is voortgezet. Dit traject sluit aan bij zowel de veranderende samenstelling van het bijstandsbestand als de landelijke plannen voor herziening van de Participatiewet (Participatiewet in Balans en Handhaving Sociale Zekerheid). De nadruk binnen dit traject ligt op inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, jongeren en statushouders. Op uitvoerend niveau heeft GR Sociaal de organisatiestructuur aangepast met meer aandacht voor de deelnemende gemeenten en de eerdergenoemde doelgroepen.

Ook wordt gewerkt aan de integratie van het sociaal ontwikkelingsbedrijf Drechtwerk binnen de GR Sociaal. Sinds 1 januari 2023 maakt Drechtwerk hier juridisch al onderdeel van uit. Beleidsmatig zijn daarbij diverse initiatieven gestart om het instrumentarium van de Participatiewet beter te laten aansluiten bij de veranderende behoeften van inwoners. Binnen het eerder genoemde verandertraject wordt ingezet op: 1. Het beperken van de instroom in de bijstand; 2. Het stimuleren van uitstroom naar werk; 3. Het bevorderen van doorstroom binnen werktrajecten; 4. Handhaving van de rechtmatigheid van uitkeringen; 5. Gerichte ondersteuning van statushouders; 6. Verkenning van mogelijkheden om de gemiddelde uitkeringskosten te verlagen; 7. Specifieke beheersmaatregelen per gemeente. Ad1. Het beperken van de instroom De regionale maatregelen die tussen 2022 en 2024 zijn genomen om de instroom in de bijstand te beperken, omvatten onder meer het volgende: • Voorafgaand aan deze periode werd duidelijk dat directe plaatsing van bijstandsgerechtigden op de arbeidsmarkt steeds lastiger werd vanwege de complexiteit van de doelgroep. Daarom werd ingezet op het vergroten van hun arbeidsmarktwaarde. Binnen het leer- en ontwikkelbedrijf Perspct is hiervoor de ‘Werkfit-aanpak’ ontwikkeld.

Deze aanpak ondersteunt inwoners vanaf het begin bij het behouden en verder versterken van hun positie op de arbeidsmarkt. Later werd Perspct samengevoegd met de ontwikkelafdeling Start en Groei van Drechtwerk, waarmee nieuwe programma’s zijn opgezet, gericht op specifieke doelgroepen. In 2023 zijn bijvoorbeeld verschillende ontwikkelpaden gestart, waaronder een traject richting werk in de kinderopvang. 15

•

•

•

•

•

•

• •

• •

Vanaf 2024 is ook een aanvang gemaakt met ontwikkelpaden in de richting van andere bedrijfssectoren. Voor de bouwsector is hierbij de samenwerking gezocht met Bouwmensen, die ook beschikken over een vestiging in Hardinxveld-Giessendam. In samenwerking met sociale partners in de arbeidsmarktregio is het mobiliteitsplatform Kickstart opgericht. Na deze periode is gestart met de integratie van Kickstart in het Regionaal Werkcentrum Drechtsteden. Samen met regionale partners is gewerkt aan de opbouw van het Werkcentrum Drechtsteden. In 2023 zijn hiervoor pilots gestart en zijn afspraken gemaakt over samenwerking. Eind 2024 is het Werkcentrum Drechtsteden operationeel geworden. Met de openstelling van het Werkcentrum Drechtsteden zien wij ook een toenemende hulpvraag van doelgroepen van buiten de Participatiewet. Met name de doelgroep Nuggers zonder indicatie voor het doelgroepenregister neemt hierbij een prominente rol in. Vanuit de GR Sociaal wordt op deze doelgroep ingezet als de betreffende inwoners alsnog voor een dergelijke indicatie in aanmerking komen. In die zin werkt deze aanpak preventief voor een instroom in de Participatiewet op een later tijdstip. Er is intensief samengewerkt met werkgevers die mensen met loonkostensubsidie in dienst hebben. Zo kan vroegtijdige uitval worden voorkomen en kunnen medewerkers indien nodig worden herplaatst.

Het WerkgeversServicepunt Baanbrekend heeft hiervoor een doorplaatsingsunit opgezet, en binnen de regio is een detacheringsfaciliteit ingericht voor deze doelgroep. Ook op het gebied van schuldenproblematiek is nauwe samenwerking met werkgevers gezocht. Zij zijn beter geïnformeerd over schulden en weten waar zij terechtkunnen bij signalen. Schulden zijn immers een veelvoorkomende oorzaak van werkuitval. De Drechtsteden hebben als een van de eerste regio’s actief ingezet op zelfstandigen als doelgroep. Het Ondernemersloket heeft zelfstandigen benaderd die mogelijk hulp nodig hadden door de gevolgen van de coronacrisis. Om de kansen voor alleenstaande ouders te vergroten is vanuit het programma ontwikkelen naar werk een groepsgerichte aanpak voor alleenstaande ouders opgericht. In samenwerking met de gemeente Dordrecht zijn langlopende programma’s opgezet in kwetsbare wijken, om onder meer intergenerationele problematiek aan te pakken. Vanaf 2024 start ook de gemeente Zwijndrecht met het programma ‘Veerkrachtige wijken’ en worden initiatieven genomen in meerdere gemeenten binnen de Drechtsteden. Voor klanten die via de uitvoerende afdelingen aan het werk gaan, is nazorg geboden. Dit heeft de afgelopen jaren geleid tot een aanzienlijke daling van de herinstroom in de bijstand.

De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) is daarnaast actief gebleven in haar reguliere taken, zoals samenwerking met UWV (bijvoorbeeld voor klanten met een aflopende WW-uitkering of specifieke re-integratiebehoeften), het via Baanbrekend detacheren van werknemers, samenwerking in netwerken voor jongeren, multidisciplinaire ondersteuning van dak- en thuislozen en maatschappelijke zorg, een poortproces gericht op ontwikkeling richting werk, heldere informatievoorziening, en directe ondersteuning waar nodig. Ook is er een gerichte aanpak voor jongeren. Al deze inzet heeft bijgedragen aan het beperken van de instroom. 16

Hoewel het totale aantal bijstandsgerechtigden de afgelopen jaren licht is gedaald, valt op dat de instroom in de afgelopen jaren vaker bestond uit mensen met zwaardere problematiek en een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Bovendien neemt het aantal statushouders in de instroom toe, mede door een stijgende huisvestingstaakstelling. Deze groep volgt een meerjarig inburgeringstraject en valt sinds 2022 onder de nieuwe Wet inburgering 2021, wat betekent dat zij niet snel kunnen uitstromen naar werk. Ad2. Het bevorderen van uitstroom naar werk We bevorderen uitstroom naar werk door: • Arbeidsmarktgericht toeleiden: We richten ons op kansrijke sectoren zoals zorg, logistiek, retail, vervoer, bouw, afvalverwerking en groenvoorziening. Arbeidsmarktanalyses vormen hiervoor de basis. Daarbij wordt ook zoveel mogelijk de aansluiting gezocht met de ontwikkelpaden naar de diverse bedrijfssectoren. • Ontwikkeling arbeidsmarktwaarde: De inzet op ontwikkeling is verlegd van het voormalige het leerontwikkelbedrijf Perspct naar de opzet van een Werkontwikkelpunt (WOP) bij Drechtwerk. Hierbij worden inwoners via leerlijnen begeleid naar werk. Deze aanpak is versterkt dankzij programma’s als Perspectief op Werk en de Regiodeal. Bij de opzet van nieuwe leerroutes ontwikkeld, wordt eveneens aangesloten op de ontwikkelpaden naar verschillende bedrijfssectoren (o.a. kinderopvang, bouw, techniek).

• Inzet loonkostensubsidie: De Drechtsteden zijn koploper in het toekennen van loonkostensubsidie, wat sinds 2022 een financieel voordeel oplevert doordat financiering nu gebaseerd is op daadwerkelijke realisatie. • Pilot loonkostensubsidie voor niet-geïndiceerden: Eind 2023 is gestart met een pilot om ook mensen zonder officiële indicatie kansen te bieden via deze regeling. Gedurende 2024 bleek dat deze pilot nog een beperkt effect had waardoor de opzet wordt herzien. • Begeleiding met extra ondersteuning: Sinds 2021 draait een pilot bij ontwikkelbedrijven als Stroomlijn en Opnieuw & Co, waar intensieve coaching en buddy-systemen worden ingezet voor mensen die anders niet duurzaam aan het werk raken. • Ontwikkelcoaches bij Drechtwerk: Voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is een team van coaches opgezet, die ook aandacht besteden aan leefstijl, voeding, beweging en basisvaardigheden. • Pilot parttime werk: Er is gewerkt aan een pilot om mensen die parttime werken, volledig te laten uitstromen uit de uitkering. Deze is gekoppeld aan inkomensvrijlating en bufferbudget, maar vanwege vertraging van wetswijzigingen nog niet gestart. • Ondersteuning voor alleenstaande ouders: We zijn gestart met groepsgerichte trajecten om deze doelgroep betere kansen op werk te geven.

• Eenvoudigere tariefstructuur: In 2023 is de vergoedingsstructuur voor werkbegeleiding vereenvoudigd en losgekoppeld van loonwaardemetingen. Dit vermindert de administratie voor werkgevers en stimuleert duurzame werkrelaties.

17

•

Begeleidingsvergoeding beschut werk: Met ingang van 2024 is de begeleidingsvergoeding bij Drechtwerk of de reguliere werkgevers voor beschut werk verhoogd om de instroom en doorstroom voor deze doelgroep te optimaliseren.

Ondanks krapte op de arbeidsmarkt en inzet op uitstroom, daalde het aantal uitstroomgevallen sinds 2022. De mensen die uitstroomden, zaten gemiddeld 26 maanden in de bijstand, wat wijst op de toegenomen zwaarte van het bestand en de intensievere begeleiding die nodig is. Ook stress door inflatie, energieprijzen, corona en de toeslagenaffaire spelen hierin een rol. Het vertrouwen in de overheid is gedaald. Toch groeit onder werkgevers in de regio het bewustzijn om sociaal bij te dragen. Steeds meer bieden mensen met een uitkering een kans. Dit wordt gestimuleerd via het WerkgeversServicepunt Baanbrekend en de jaarlijkse Social Impact Award. Ad3. Bevorderen van doorstroom 1. Bestaanszekerheid Het vergroten van bestaanszekerheid verlaagt stress en vergroot het toekomstperspectief. We ontwikkelen daarom checks waarmee inwoners kunnen zien welke hulpregelingen (ook van de Belastingdienst of SVB) op hen van toepassing zijn. Deze zijn in 2024 verder uitgerold. Ook worden alle medewerkers getraind in motiverende gespreksvoering en stress-sensitieve benadering. 2. Ontwikkeling naar werk Op het gebied van participatie is sinds 2022 de verantwoordelijkheid voor participatieplekken overgedragen aan de gemeenten. We erkennen dat niet elke inwoner meteen klaar is voor betaald werk.

Daarom zien we ook vrijwilligerswerk, mantelzorg en andere maatschappelijke bijdragen als volwaardig werk dat ontwikkeling en stabiliteit biedt. Hiervoor is de Ik doe meepremie ingevoerd in 2023, als waardering voor inzet op dit vlak. In voorbereiding op Participatiewet in Balans zetten wij in op intensivering van samenwerking tussen lokale en regionale dienstverlening bij de vormgeving van de maatschappelijke participatie. 3. Statushouders en diagnostiek Vanaf 2022 is extra begeleiding gestart voor statushouders onder de oude en nieuwe Wet inburgering. Er is een aparte afdeling opgezet en participatietrajecten worden ontwikkeld naast inburgering. Via het Arbeidsonderzoekscentrum (AOC) wordt gewerkt met leerbaarheidstoetsen en planvorming om duurzame werktoeleiding mogelijk te maken. Deze aanpak geldt inmiddels landelijk als voorbeeld. Vanaf 2024 zijn de participatiemogelijkheden uitgebreid met werkfittrajecten en de inzet van specifieke ontwikkelcoaches bij Drechtwerk. 4. Voorzieningen beter benutten Er loopt een onderzoek naar het mogelijk onderbenutten van andere voorzieningen, zodat bijstand alleen wordt ingezet als het echt nodig is. 5. Organisatorische doorontwikkeling Sinds september 2023 is de organisatiestructuur aangepast en zijn stappen gezet om de ontstane onderbezetting in te lopen, waardoor verdere ontwikkeling nu mogelijk is.

Met de aanpassing is voorzien in een meer gebiedsgerichte wijze van uitvoering waardoor beter ingezet kan worden 18

op combinaties van de lokale en regionale infrastructuur. Binnen de GR Sociaal wordt daarbij ook gewerkt aan de verdere integratie van de dienstverlening van de onderdelen SDD en Drechtwerk. Ad4. Handhaving op rechtmatigheid In de periode 2022 - 2024 nam het aantal uitkeringen dat beëindigd werd als gevolg van handhavingsmaatregelen geleidelijk af. Deze afname is toe te schrijven aan een verandering in de manier van handhaven: er is een verschuiving zichtbaar van een strengere benadering naar een meer zorgzame en op publieke waarde gerichte aanpak. Dankzij deze nieuwe, integrale werkwijze wordt onderliggende problematiek sneller herkend en aangepakt. Hierdoor heeft handhaving een meer preventieve functie gekregen. Deze koerswijziging heeft er dan ook toe geleid dat het aantal beëindigingen van uitkeringen door handhaving lager uitviel dan in eerdere jaren. Vooruitlopend op het Wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid is ook een aanvang gemaakt voor het opstellen van een beleidsplan Sociaal Handhaven. Ad5. Gerichte inzet op statushouders Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022, kwam de nadruk in de begeleiding van statushouders te liggen op het aansluiten bij regulier (beroeps)onderwijs.

Aan de hand van uitgebreide diagnostiek van leerbaarheid en competenties door het Arbeidsonderzoekscentrum (AOC) worden passende inburgeringstrajecten aangeboden. Participatie en werk worden hierbij ondersteunend ingezet aan het inburgeringsproces. Binnen de Drechtsteden zijn de afzonderlijke gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van het inburgeringsbeleid voor statushouders. De regie ligt bij de GR Sociaal, die in nauwe samenwerking met de gemeenten zorgt voor onder meer: • het organiseren van maatschappelijke begeleiding; • het opstellen van afspraken met sociale teams; • regie op het inburgeringsproces; • inkoopafspraken met onderwijsinstellingen; • ontwikkeling van een passend welkomstprogramma en klantreis. Hoewel de nieuwe wet op 1 januari 2022 van kracht werd, startte de daadwerkelijke instroom van statushouders pas in de zomer van dat jaar, en gingen de inburgeringstrajecten in september van start. Hierdoor viel een deel van de instroom in 2022 nog onder de oude wetgeving (Wet inburgering 2013), wat de uitvoering complexer maakte. Statushouders hebben gemiddeld genomen een kleinere afstand tot de arbeidsmarkt dan andere bijstandsgerechtigden, maar vragen vanwege specifieke uitdagingen wel om een andere benadering. Daarom is binnen de GR Sociaal een aparte afdeling Inburgering opgericht.

In 2023 is gestart met de uitwerking van de landelijke aanpak "Statushouders aan het werk", waarbij participatie en toeleiding naar werk worden versterkt. Succes is mede afhankelijk van de bereidheid van werkgevers, die niet altijd over de middelen of tijd beschikken om mee te werken. Om die brug te slaan: • is een regionale verbinder aangesteld; 19

•

is de bemiddeling via Baanbrekend Drechtsteden (BBD) en het D-team van Randstad uitgebreid en ondergebracht bij de afdeling Inburgering.

De regionale verbinder speelt een centrale rol bij: • het verkrijgen van inzicht in de diversiteit binnen de doelgroep en het bieden van maatwerk; • het aansluiten op en verbeteren van leerwerktrajecten; • het inzetten van jobcoaching voor wie dat nodig heeft; • het opzetten van duale trajecten met werkgevers, gericht op vaardigheden en werkgedrag; • het ondersteunen van inburgeraars zonder uitkering (bijvoorbeeld gezinsmigranten); • het verbinden van deze aanpak met het Regionaal Werkcentrum. Daarnaast zijn er nieuwe methodieken in gang gezet, zoals: • een specifieke aanpak voor genaturaliseerde statushouders; • een Werkfit-programma bij Drechtwerk, gericht op kennismaking met beroepen, werknemersvaardigheden en sociale omgang op de werkvloer; • het ontwikkelen van bijpassende opleidingsmogelijkheden bij dit traject; • het aanstellen van specifiek op de doelgroep gerichte ontwikkelcoaches. Ook wordt aansluiting gezocht bij bestaande pilotprojecten zoals Parttime Werk en de bredere inzet van loonkostensubsidie. Ad 6. Verkenning van de mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkering te verlagen. Uit de analyse en de benchmark Werk en Inkomen blijkt onder meer dat de gemiddelde kosten per uitkering in de Drechtsteden relatief hoog zijn.

Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door factoren die moeilijk te beïnvloeden zijn, zoals het gebruik van loonkostensubsidies, de Bijzondere Bijstand voor Zelfstandigen (BBZ), de gezinssamenstelling van uitkeringsgerechtigden en het aandeel mensen dat slechts parttime uitstroomt uit de bijstand. Omdat deze hoge gemiddelde kosten een aanzienlijke impact hebben op het financiële tekort van de gemeente, is het belangrijk om nader te onderzoeken of en hoe hier toch invloed op uitgeoefend kan worden. Daarbij wordt vooral gewerkt aan het stimuleren van parttime werk waarbij wordt voorgesorteerd op de veranderingen in het bestand, waarbij parttime werk naast een stap in de richting van fulltime werk, voor meer inwoners moet worden gezien als de hoogst haalbare optie op het vlak van arbeidsmarktdeelname. Ad 7. Beheersmaatregelen 2021-2024 gemeentespecifiek Naast de gezamenlijke regionale aanpak heeft Hardinxveld-Giessendam extra aandacht besteed aan statushouders binnen de gemeente. Deze lokale benadering richtte zich met name op het intensiveren van contact tussen lokale organisaties rondom begeleiding en mogelijkheden tot participatie. Daarnaast is de gemeente actief aan de slag gegaan met taalontwikkeling via de Bibliotheek Aanzet. Vanaf 2022 is ook de werkgroep Kerk en Vluchteling betrokken bij het ondersteunen van nieuwe inwoners op het gebied van participatie.

In juli 2023 heeft het project ‘Meedoen in Hardinxveld’ gedraaid. Dit initiatief was specifiek gericht op genaturaliseerde inwoners die al langere tijd afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. 20

Binnen dit project werken verschillende partijen samen, waaronder de MEE Matchingsunit, SDD, Vluchtelingenwerk, het Sociaal Team, de welzijnsorganisatie en Bibliotheek AanZet. Gezamenlijk zetten zij zich in om deze inwoners – die worden aangedragen door klantregisseurs van de SDD – extra te begeleiden, hun participatiemogelijkheden te vergroten en hun arbeidsvermogen in kaart te brengen. Halverwege 2024 is dit project stopgezet, vanwege te veel overlap met de consulenten Ontwikkelen naar werk van de SDD. Het netwerk komt sindsdien nog wel twee keer per jaar bijeen om de lijnen kort te houden. Aan het eind van 2023 startte Vluchtelingenwerk Nederland, in opdracht van de gemeente, een project genaamd Vrouwenempowerment. Dit project richt zich op vrouwelijke statushouders en is bedoeld om het bewustzijn over eigen talenten en mogelijkheden te vergroten. Door middel van individuele begeleiding en groepsbijeenkomsten wordt gewerkt aan het versterken van het zelfvertrouwen en het stimuleren van participatie, bijvoorbeeld via een opleiding, stage, vrijwilligerswerk of betaald werk. In 2024 zijn acht vrouwen via een persoonlijk traject stap voor stap gestimuleerd richting maatschappelijke participatie en – waar mogelijk – een betaalde baan. Binnen Hardinxveld-Giessendam was het aantal beschikbare participatieplekken lange tijd beperkt.

Daardoor was het lastig om mensen zonder netwerk aan een geschikte plek te koppelen. Toch blijkt dat deelname aan activiteiten vaak perspectief biedt op verdere stappen op de participatieladder. In juli 2023 heeft de gemeente daarom een overeenkomst gesloten met de MEE Matchingsunit om het aantal participatieplekken uit te breiden en betere koppelingen te maken tussen deelnemers en plekken. In 2023 en 2024 is het aantal participanten in de gemeente gegroeid van 2 naar 10. Voor sommige deelnemers kan dit zelfs leiden tot een overstap naar betaald werk. Tenslotte is er binnen de SDD steeds meer oog voor het werken op maat per gemeente. Dit betekent onder andere dat consulenten (zowel op het gebied van reguliere trajecten als inburgering) en medewerkers van de klantenservice lokaal actief zijn. Ook is er goede samenwerking tussen de lokale bedrijfscontactpersoon en het Werkgeversservicepunt Baanbrekend Drechtsteden. Overige getroffen maatregelen (regiobreed) om het tekort te reduceren Het blijft een voortdurende uitdaging om inwoners verder te helpen op de participatieladder en zo de uitstroom uit de bijstand te vergroten. Tegelijk blijft het voorkomen van nieuwe instroom een belangrijk aandachtspunt. Eerder genoemde maatregelen zullen naar verwachting in 2025 hun effect laten zien.

Daarnaast zijn in 2024 nog de volgende aanvullende acties ondernomen: • Toename voortijdig schoolverlaters: Hoewel het aandeel jongeren (18–27 jaar) met een bijstandsuitkering in de Drechtsteden laag is ten opzichte van het landelijke beeld, is er vanaf 2022 toch een relatief sterke stijging zichtbaar in de instroom van deze groep. De jongeren kampen vaak met meervoudige problemen, waaronder psychische klachten. Om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, werken het mbo (Da Vinci College/Yuverta), het Doorstroompunt ZHZ en de Sociale Dienst Drechtsteden samen onder het wetsvoorstel ‘Van School naar duurzaam werk’. De voorbereiding op dit wetsvoorstel is in 2024 gestart en gericht op een implementatie per 1 januari 2026. • Project ‘Simpel Switchen’: Dit landelijke initiatief helpt mensen soepel stappen te zetten op de participatieladder en verlaagt drempels om te werken. Binnen de SDD zijn onder andere maatregelen genomen zoals flexibele verrekenmethodes voor parttime werk, minder 21

•

•

•

• •

•

•

administratieve lasten en betere ondersteuning bij inkomenszekerheid. Er is ook een werkgroep gestart die dagbesteding en beschut werk verbindt aan reguliere werktrajecten. Voorbereiding pilot parttime werk vanuit de bijstand: In 2024 is gewerkt aan een pilot om het aantrekkelijker te maken om parttime te werken met behoud van uitkering. Door de vertraging van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans, waarin o.a. de vrijlating van inkomsten en het bufferbudget worden bepaald, is deze pilot nog niet gestart. De verwachting is dat dit in 2025 wél mogelijk wordt. Focus op maatschappelijke participatie: Naast betaald werk wordt maatschappelijke betrokkenheid belangrijker, zeker voor inwoners die ver van de arbeidsmarkt staan. Denk aan vrijwilligerswerk, participatieplekken of dagbesteding. Lokale samenwerking met werkgevers, maatschappelijke organisaties en wijkteams wordt geïntensiveerd. Daarbij wordt uitgegaan van een bredere benadering, waarbij de aanpak gericht wordt op meerdere levensdomeinen (gezondheid, sociale netwerken en vaardigheden) in plaats van alleen werk en inkomen. Bij de ondersteuning van inwoners is daarbij de inzet nodig vanuit het brede scala binnen het sociaal domein (WMO, Jeugdwet, maatschappelijke participatie en welzijnswerk). In 2025 wordt dit nader uitgewerkt in overleg tussen GR Sociaal en de individuele gemeenten.

Pilot loonkostensubsidie: Er is in 2023 gestart met een opzet voor een beperkte doelgroep. Doordat deze pilot gedurende 2024 in beperkte mate tot resultaten heeft geleid wordt de opzet hiervan herzien en doorgetrokken in 2025. No-riskpolis uitbreiding: De beoogde landelijke pilot op dit vlak is niet doorgegaan. In 2025 worden de mogelijkheden van inzet van een dergelijk instrument nader bezien. Versterking werkbegeleiding: Door extra Rijksmiddelen is de begeleiding van mensen in beschut werk uitgebreid. Dit richt zich niet alleen op werkvaardigheden, maar ook op sociale en persoonlijke ontwikkeling, wat de kans op doorstroom naar regulier werk vergroot. Dit heeft in 2024 slechts in beperkte mate geleid tot extra plaatsingen van geïndiceerden. In 2025 wordt de inzet op beschut werk verder geïntensiveerd. Startbanen: Dit betreft een nieuw initiatief voor inwoners met participatiewet uitkering die werkfit zijn en in principe klaar zijn om te starten met een betaalde baan, maar waar door uiteenlopende redenen nog geen geschikte baan voor is gevonden of waarbij nog een kleine ontwikkeling noodzakelijk is. Drechtwerk biedt een arbeidsovereenkomst voor 7 maanden, alle werksoorten en afdelingen zijn hiervoor beschikbaar en in totaal zijn er 25 plekken beschikbaar.

In deze periode kunnen mensen werkervaring opdoen, worden afspraken gemaakt over doorontwikkeling en gaat de gezamenlijke zoektocht naar een passende baan onverminderd door. In 2024 zijn er 12 mensen gestart in de betaalde baan en hiermee ook uitgestroomd uit de uitkering. Het project loopt ook in 2025 door. Nieuwe ontwikkelafdeling: In 2024 is gestart met een nieuw ontwikkelprogramma bij Drechtwerk, gericht op inwoners binnen de Participatiewet zonder specifieke indicatie voor beschut werk of de banenafspraak. Dit programma beoogt door het bieden van meer maatwerk en variatie in het werkaanbod om het potentieel van inwoners te stimuleren en door te ontwikkelen in de richting van zo regulier mogelijk werk en reguliere werkgevers. Hierbij richten wij ons op een aantal kansrijke sectoren in de regio, die zich aan het ontwikkelprogramma willen (ver)binden. Deze bedrijven voeren werkzaamheden uit in de werksetting bij Drechtwerk. 22

•

•

•

•

B2.

De doelstelling voor 2024 was daarbij gesteld op een deelname aan dit programma van 100 inwoners. Dit doel in behaald door een deelname van 84 inwoners aan het volledige programma en het volgen van individuele modules door 103 inwoners. Voor 2025 worden de gerealiseerde volumes verder opgevoerd. Social Return on Investment (SRoI): In de Drechtsteden is de SROI als arbeidsmarktinstrument gedelegeerd aan de GR Sociaal, waarbij wordt aangesloten op de regionale uitvoeringsagenda van de arbeidsmarktregio. Om het beleid op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt aan te passen is in de loop van 2024 een gedegen evaluatie uitgevoerd die in 2025 nader wordt uitgewerkt tot concrete beleidsvoorstellen. Versterken bestaanszekerheid: In lijn met de Visie Sociaal Domein Drechtsteden krijgt bestaanszekerheid een grotere plek in de dienstverlening van GR Sociaal. Denk aan financiële voorlichting, betere benutting van regelingen en ondersteuning op het gebied van wonen, gezondheid en veiligheid. Werkcentrum Drechtsteden: Per januari 2024 is de uitvoeringsagenda voor het Werkcentrum vastgesteld. Doel is om meer inwoners duurzaam aan werk te helpen via samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs. Vanaf juli 2024 zijn het WerkgeversServicepunt, Leerwerkloket en Kickstart gaan samenwerken onder één dak waarmee het Werkcentrum Drechtsteden operationeel is geworden.

In 2025 wordt naar de mogelijkheden gekeken om meerdere vestigingen van het Werkcentrum Drechtsteden te openen in verschillende gemeenten, o.a. in Hardinxveld-Giessendam. Leren en kennisdeling: De regio is actief binnen landelijke netwerken zoals VNG, Divosa, Cedris en diverse leergroepen om van andere gemeenten en organisaties te leren en zo de eigen aanpak te verbeteren.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Bureau Highberg A) In 2024 is door het externe bureau Highberg gestart met de uitvoering van een analyse van de interne werkprocessen en het formuleren van verbetervoorstellen op dit vlak. Deze inzet komt voort uit het feit dat organisatiewijziging van de GR Sociaal op basis van het veranderende bestand en behoeften van de inwoners vooral was uitgegaan van de structuur van de organisatie. Hierbij waren de aanpassingen in de (interne) organisatieprocessen nog niet 23

meegenomen. De focus werd hierbij gelegd bij een inventarisatie van de eerste klantcontacten met de directe vervolgprocessen en de analyse van verbeterpunten binnen het reintegratieproces. In beide onderwerpen is daarbij gestart met het herontwerpen van het nieuwe proces volgens de volgende onderdelen: o o o o o o

Binnenkomst; Kennismaken; Matchen; inhoudelijk helpen & beschikken; leren & heroverwegen; afscheid & nazorg.

Voor de uitvoering van deze opdracht is een gemengde werkgroep gevormd met zowel medewerkers van Highberg en de GR Sociaal. De looptijd van de externe inzet van Highberg liep daarbij van maart tot en met december 2024, waarna de werkgroep en opdracht intern gecontinueerd zijn binnen de GR Sociaal. B) In 2024 is de basis gelegd in het herontwerp van de werkprocessen die verder doorgetrokken wordt in 2025. Als onderdeel van de aanpak zijn op deelonderwerpen in 2024 al een aantal quick wins gerealiseerd: o De validatie van stukken voor schuldhulpverlening; o Optimalisatie van Terugvalgroepen; o Wmo-screening; o Gebruik van Guestplan voor bezoekers; o Verbeteringen uitkeringsspecificaties; Op het vlak van re-integratie is o.a. een nieuwe indeling opgesteld voor de verschillende doelgroep die vanuit de GR Sociaal worden bediend:

24

In 2024 is daarbij een deel van het bestand van de GR Sociaal al volgens deze indeling benoemd en wordt de rest in de loop van 2025 volgens dit patroon in kaart gebracht. Daarnaast is een basis gelegd voor de ontwikkeling van nieuwe kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s), die vanaf 2025 in de P&C-cyclus worden gehanteerd. C) De benoemde quick wins zijn in 2024 geïmplementeerd en lopen door in de komende jaren. De voorstellen ten aanzien van re-integratie worden eveneens de komende jaren gecontinueerd en worden daarbij gecombineerd met de in de eerdere hoofdstukken benoemde maatregelen.

25

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. De doelstelling op het bijstandsbestand wordt in de jaarlijkse Begroting, om ten aanzien van de landelijke trend financieel in de pas te blijven, bepaald op basis van de meest recente Macro Economische Verkenning (MEV, verschijnt jaarlijks in september) van het Centraal Planbureau (CPB). Voor het eerst in voor de begroting 2024 gekozen om ambitieuzer in te zetten dan de CPB norm. Op basis van de jaarstukken 2024 is geconstateerd dat de GR Sociaal weliswaar de gestelde CPB norm heeft gerealiseerd maar dat de hoger gestelde ambitie niet is bereikt.

Vanuit dit oogpunt is besloten om de ambitie voor het komende jaar realistischer in te zetten op een verlaging van het bestand van de Drechtsteden met 142 inwoners. Voor Hardinxveld-Giessendam betekent dit een totaal van 204 in de Participatiewet. Over de periode 2022 en 2023 is eveneens gebruik gemaakt van de vangnetuitkering omdat er sprake was van een hoog tekort. Opnieuw heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam te maken met een hoog tekort waardoor opnieuw gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen. In het afgelopen jaar is hard gewerkt aan de doelstelling om bestandsdaling te bewerkstelligen te behalen. Die bestandsdoelstelling is nagenoeg behaald. Op basis van de werkelijke kosten blijkt echter dat een grotere bestandsdaling nodig is om de kosten binnen de perken te houden. Dit is dan ook de reden dat de ambitie binnen de Drechtsteden om het bestand te laten dalen hoger is dan het CPB prognosticeert. Zoals in deze notitie omschreven zijn tal van maatregelen benoemd die aan die doelstelling moeten bijdragen. Zoals hierboven omschreven voegen wij hierbij wel toe dat ondanks het treffen van maatregelen het behalen van de doelstelling uitdagend wordt. Bijvoorbeeld de instroom van statushouders heeft in kleinere gemeenten als Hardinxveld-Giessendam een groot effect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1041/documents/32261