86 Omgevingsdienst ZHZ over Begroting 2026 en Jaarrekening 2024.pdf
Tekst van het document
4.8 Schatkistbankieren Conform het Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om dagelijks overtollige kasgelden over te boeken naar het Rijk. OZHZ mag gemiddeld € 1 mln. aan middelen aanhouden buiten de schatkist (het zogenaamde drempelbedrag). Om te voorkomen dat OZHZ het drempelbedrag overschrijdt zijn de afspraken met de BNG inzake de afroming en overboeking aangescherpt. BNG roomt het banksaldo dagelijks automatisch af vanaf 200.000 euro en boekt het overschot over naar de schatkistrekening bij het Rijk.
5.
Bedrijfsvoering
De Nota Bedrijfsvoering 2022 - 2026 van OZHZ geeft de kaders weer voor de bedrijfsvoering. Verdere uitwerking vindt plaats in de paragrafen bedrijfsvoering, financiering, weerstandsvermogen en onderhoud kapitaalgoederen van deze begroting.
5.1 Personeel & Organisatie HR-agenda 2025-2026 De HR-agenda zal zich in 2025-2026 wederom richten op het doel een aantrekkelijke (potentiële) werkgever te zijn waar gekwalificeerde medewerkers samen werken in zelforganiserende teams. Net als in voorgaande jaren verwacht OZHZ in 2025 en ook in 2026 in te moeten zetten op het op orde brengen en behouden van de capaciteit, dit door in te zetten op actieve werving en behouden van medewerkers. De toename van het werkaanbod in aantal, omvang en complexiteit gaat gepaard met een grote krapte op de arbeidsmarkt. Dit is niet alleen het geval bij complexe technische functies zoals adviseur lucht en adviseur externe veiligheid, maar ook bij andere functies, met name senior functies. De huidige arbeidsmarkt leidt ook tot krapte op de inhuurmarkt en hoge tarieven. De normale inhuur buffer bij vacatures komt daarbij onder druk te staan. Het doel is om aantal inhuurmedewerkers fors terug te brengen.
23
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
OZHZ speelt hierop in door middel van diverse wervingscampagnes, waaronder specifieke werving voor ervaren senioren om ervoor te zorgen dat er voldoende kennis en ervaring behouden blijft. Daarnaast zetten we in op optimalisatie van de samenwerking met SGD en het inzetten van recruitmentbureaus. Daarnaast zet OZHZ in op samenwerking met de andere omgevingsdiensten binnen de provincie en door deel te nemen aan de landelijke employerbranding campagne (vergroten van de naamsbekendheid van omgevingsdiensten). Tevens wordt onderzocht of regionaal recruitment opgezet kan worden met de andere Omgevingsdienst in Zuid-Holland. Tot slot zullen we in 2025 nog meer dan voorgaande jaren inzetten op het zelf opleiden van medewerkers binnen diverse vakgebieden, met de verwachting dat dit in 2026 doorloopt. Voor het behoud van medewerkers maakt OZHZ gebruik van diverse methodes voor diverse doelgroepen. Denk hierbij aan een opleidingsprogramma voor jonge startende medewerkers, specifieke acties voor medewerkers tussen de 35 en 55 jaar en medewerkers van 55 jaar en ouder. Tevens hebben we een aanschouwelijk onboardingsprogramma waarin nieuwe medewerkers de organisatie en collega's leren kennen. Daarnaast biedt OZHZ voldoende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie.
Ook wordt er in 2025 gestart met het treffen van voorbereidingen voor het actualiseren van het functiewaarderings- en beloningssysteem, deze is aan herziening toe. De implementatie loopt door in 2026. Dit is geen uitputtende opsomming, uit exitgesprekken met vertrekkende medewerkers haalt OZHZ nieuwe signalen op die vertrekpunt zijn voor nieuwe (doelgroep) acties om medewerkers te behouden. De medewerkers moeten ook zijn toegerust om hun taken met de vereiste kwaliteit te kunnen uitvoeren. Opleiding en training zijn belangrijk om te kunnen blijven voldoen aan de verplichte VTH-kwaliteitseisen die gemeenten en provincie in hun verordeningen hebben opgenomen. Hier draagt het strategisch opleidingsplan aan bij. Naast het capaciteitsvraagstuk richt de HR-agenda zich ook op het welzijn van medewerkers. In 2025 in elk geval door het uitvoeren van een Preventief Medisch Onderzoek (PMO) en het inzetten op verzuimpreventie, de doorgroeimogelijkheden en vitaliteitsbeleid, als uitvloeisel van het onderzoek uit 2023 naar de Psychosociale Arbeidsbelasting. Een en ander met doorloop naar 2026. Aanpak van het ziekteverzuim Vanwege een relatief hoog ziekteverzuimpercentage in 2022 (6,6%) is met de arbodienst Bezig de strategie uitgezet om de medewerkers zo snel mogelijk weer op de been te krijgen. Dit wierp zijn vruchten af want in 2023 is het ziekteverzuimpercentage gedaald naar 4,6%.
Hiermee valt het percentage onder de norm van 5%, dit is doorgezet naar 2024 (4,81%). Preventie en terugbrengen van het ziekteverzuim en psychisch verzuim blijft de komende jaren een belangrijke uitdaging.
5.2 Data en ICT OZHZ streeft ernaar om in 2025 en 2026 op een professioneel niveau met data te werken en hoogwaardige dataproducten te leveren. De organisatie zet stappen om te evolueren van spreadsheets naar volwaardige dataproducten met verbeterde datakwaliteit, data-analyse en dashboarding. Dit ondersteunt zowel de VTHAtaken als de bedrijfsvoering. Om deze ambitie te realiseren, werkt OZHZ sinds 2023 met het programma Beter benutten van data. Vanaf 2025 wordt dit programma verder geïmplementeerd, met een focus op het verhogen van de datavolwassenheid en het stimuleren van een datagedreven werkwijze binnen de organisatie. De in 2024 nieuw ingerichte Unit Data en ICT heeft als doel extra focus en expertise te bieden op het gebied van data en ICT-dienstverlening.
24
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Belangrijke aandachtsgebieden in 2025-2026 -
Heldere en stevige regie op Data en ICT door de implementatie van data governance-kaders (rollen,
-
Ontwikkeling van informatieproducten om data effectief te benutten binnen OZHZ en datagedreven
eigenaarschap en gedocumenteerde processen en ICT-architectuur). werken te bevorderen, evenals het vergroten van digitale vaardigheden en AI-geletterdheid. -
Verkrijgen van inzicht en overzicht in data en ICT ter ondersteuning van strategische planning en de verdere ontwikkeling van de visie.
Met een duidelijke regie op Data en ICT wordt aangesloten op de strategische doelstellingen van de organisatie en wordt inzicht verkregen in datakwaliteit en ICT-architectuur. Door samenwerking met andere omgevingsdiensten, zoals via het Datalab, wordt kennis gedeeld en innovatie gestimuleerd. Bovendien wordt data ingezet voor informatieproducten ter ondersteuning van monitoring en de optimalisatie van werkzaamheden en middelen, zoals planningsrapportages en datakwaliteitsmonitoring. Ook wordt ingezet op de ontwikkeling en implementatie van integrale oplossingen voor vraagstukken in de fysieke leefomgeving, zoals omgevingsdossiers in OpenWave en kaarten ter ondersteuning van de uitvoering van VTHA-taken. Door een toekomstvisie op data-analyse te ontwikkelen op operationeel, tactisch en strategisch niveau, wordt inzichtelijk gemaakt hoe data de kerntaken van OZHZ efficiënter kan ondersteunen en zowel risico- als resultaatgericht kan optimaliseren. Middels continue monitoring en verbetering van de inrichting van processen wordt het applicatielandschap efficiënter en gebruiksvriendelijker, en wordt de kwaliteit van de infrastructuur gewaarborgd. Data-analyse, informatieproducten en gebruiksvriendelijk ingerichte ICT-systemen helpen om werk- en bedrijfsprocessen nog beter in te richten en de besluitvorming te verbeteren.
Aanbestedingstrajecten De aanbesteding voor de vervanging van het DMS is in 2023 gestart. In 2025 wordt de implementatie afgesloten. We gebruiken het momentum van de DMS vervanging om tegelijk een aantal legacy-applicaties uit te faseren. De Unit Data en ICT werkt nauw samen met inkoop om tijdig en doelgericht aanbestedingen uit te voeren en deze te combineren met noodzakelijke functionele verbeteringen. In 2025 starten de aanbestedingen voor een VTHapplicatie en een ERP systeem. Dit zal naar verwachting een doorloop hebben naar 2026. Beter benutten van data Het programma Beter benutten van data is gericht op het verhogen van de datavolwassenheid binnen de organisatie en het stimuleren van een data- en informatie gedreven werkwijze. Dit omvat het aanbrengen van structuur in de dataorganisatie en het optimaliseren van datastromen. Daarnaast wordt er actief ingezet op datakwaliteitsmonitoring door middel van dashboards. Werkprocessen worden geoptimaliseerd door de transitie naar een datagedreven werkwijze te ondersteunen. Het eigenaarschap over data en processen wordt gestimuleerd binnen alle lagen van de organisatie, waardoor de verantwoordelijkheid voor data breed wordt gedragen.
25
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Informatiebeveiliging en privacy Daarnaast streven wij in 2025/2026 ernaar de veiligheid van data te waarborgen door een robuust informatiebeveiligingsbeleid en actief risicomanagement. Continue monitoring en onderhoud zorgen ervoor dat potentiële problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en opgelost. OZHZ werkt samen met de andere ZuidHollandse omgevingsdiensten op het gebied van informatiebeveiliging. Dit omvat de aanstelling van verschillende IB-functies en de ontwikkeling van een gezamenlijk IB-beleid. Specifieke aandacht gaat uit naar rechten- en rollenbeheer en de naleving van wet- en regelgeving, BIO en NIS2. Het beleid voor informatiebeveiliging en privacy wordt in 2025 geactualiseerd. Dienstverlening SGD Omwille van het streven naar een hogere kwaliteit van dienstverlening, meer mogelijkheden tot maatwerk, meer innovatiekracht en een streven naar efficiency, is in 2022 de dienstverlening van het voormalige Servicecentrum Drechtsteden ondergebracht binnen de ambtelijke organisatie van de gemeente Dordrecht (hierna: SGD). Bij de start is de afspraak gemaakt dat na 2 jaar een evaluatie plaatsvindt gericht op de inhoudelijke bijsturing van de taakuitvoering en de overeenkomst. Deze evaluatie is eind 2023 uitgevoerd. Regionaal willen partijen de ruimte nemen om samen weloverwogen keuzes te maken over welke adviezen zij al dan niet overnemen.
De huidige dienstverleningsovereenkomst (DVO) met SGD loopt tot 1 januari 2026. Voor de periode daarna heeft OZHZ de mogelijkheid om het contract al dan niet te verlengen. OZHZ wilde de uitkomsten van genoemde evaluatie betrekken bij het te nemen besluit. Ook zou een nieuwe PDC en een nieuw kostenverdeelmodel worden ontwikkeld die eveneens relevant zijn voor het nemen van dat besluit. Echter, omdat de evaluatie van de SGD tegelijkertijd plaatsvond heeft die ontwikkeling stilgelegen. Om de continuïteit van de dienstverlening veilig te stellen is besloten de huidige DVO voor 2 jaar te verlengen, dus voor 2026 en 2027. Omdat het kostenverdeelmodel nog helemaal niet bekend is, heeft SGD berekend wat de huidige DVO in 2026 zou gaan kosten, en is aangegeven dat het nieuwe kostenverdeelmodel maximaal 7,5% meer of minder zal gaan kosten dan de huidige DVO. OZHZ loopt daarmee een risico van 7,5% (van de contractwaarde van € 1,9 mln). Het DB ging daarmee akkoord. Dit geeft OZHZ de tijd om in 2025 een bredere oriëntatie te doen op de organisatie van de PIOFACH-functies. Gelet op de belangrijke informatie over de toekomstige dienstverlening door het SGD die naar verwachting in juni 2025 beschikbaar komt, is het voornemen om het DB en AB in september / oktober 2025 te informeren over de uitkomsten van deze brede oriëntatie.
Dat geeft nog voldoende tijd, namelijk 2,5 jaar, om daarna stappen te ondernemen om deze functies eventueel anders te gaan organiseren. Per 1 januari 2026 gaat de relatie tussen SGD en de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen wijzigen. De samenwerkingsverhouding wordt vormgegeven op basis van partnerschap, waarin gemeenten en gemeenschappelijke regelingen eenzelfde positie en dezelfde invloed krijgen in de collectieve samenwerking. Daarnaast vormt operational excellence de focus van de dienstverlening. De uitgangspunten dienen als basis voor de vormgeving van de samenwerking en voor verdere uitwerking van het sturings-, financierings-, dienstenen kostenverdeelmodel van de SGD. De uitwerking van dit model moet uiteindelijk leiden tot een aanbod op basis waarvan partijen een definitief bestuurlijk besluit kunnen nemen over de voortzetting van de samenwerking vanaf 2026. Voor OZHZ geldt dat, volgens afspraak, uiterlijk eind 2025 een besluit moet worden genomen over de voortzetting van de dienstverlening vanaf 1 januari 2028.
26
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Opschoning van het archief Het toezicht op de informatiehuishouding van OZHZ is ingevolge de archiefverordening van OZHZ belegd bij de gemeentearchivaris van Dordrecht. Deze brengt jaarlijks verslag uit aan het DB over de kwaliteit van de archieffunctie. De archivaris concludeerde in 2024 dat het informatie- en archiefbeheer van OZHZ grotendeels goed op orde is. Deze conclusie is onder meer gebaseerd op het feit dat OZHZ in de afgelopen jaren de door de Archiefwet- en regelgeving vereiste ordeningsstructuur en het metadataschema vastgesteld heeft. Ook beschikt OZHZ over JOIN Zaak & Document voor de duurzame archivering van digitale archiefbescheiden. In 2025 wordt dit vervangen door Djuma. Verder oordeelde de archivaris dat er een goed calamiteitenplan aanwezig is om de risico's op schade aan de archieven als gevolg van een eventuele calamiteit te kunnen minimaliseren. De archivaris sprak wel zorg uit over het stilvallen van de kwaliteitscontroles en de opgave ten aanzien van de selectie en vernietiging van dossiers, zowel papier als digitaal. In de afgelopen jaren is een forse inhaalslag gemaakt ten aanzien van het archief in eigen huis; in 2024 is een start gemaakt aan het opstellen van een projectplan om het papieren archief dat op externe locatie (Oasis te Almere) staat te bewerken. Dit wordt in 2025 verder afgerond en opgepakt.
Daarnaast worden de kwaliteitscontroles met de implementatie van het nieuwe DMS opnieuw opgestart en wordt selectie en vernietiging van de digitale dossiers opgezet als onderdeel van de implementatie van Djuma. Openbaarheid conform de Wet open overheid (Woo) In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Deze begroting en jaarlijkse verantwoording vloeien voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de memorie van toelichting bij de Woo staat onder andere dat met dit artikel beoogd wordt een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De openbaarheidsparagraaf Woo moet in de begroting en jaarstukken worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Deze verplichting geldt sinds de jaarstukken 2022. OZHZ handelt de meeste ingekomen verzoeken op basis van de Woo af op basis van het verleende mandaat van de gemeenten en provincie Zuid-Holland.
In de jaarstukken wordt daarvan verslag gedaan. Daarnaast kan op basis van de Woo een verzoek worden ingediend bij de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling. Dat komt echter zelden voor. Veel meer dan de Wob legt de Woo de nadruk op actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betreft het uit eigen beweging (digitaal) publiceren van overheidsinformatie. De Woo bevat een verplichting om 17 gespecificeerde informatiecategorieën openbaar te maken. Deze verplichting zal echter niet voor alle categorieën tegelijk gaan gelden. In 2025 werkt OZHZ aan implementatie van de tweede fase. Dit betreft de actieve openbaarmaking van onder andere stukken van het AB en DB (mede vanwege de inwerkingtreding van de vijfde wijziging van de gemeenschappelijke regeling) en jaarplannen en jaarverslagen van de organisatie. Deze implementatie vindt plaats binnen de bestaande budgetten. De derde fase, die naar verwachting Q2 van 2026 ingaat, draait om de actieve openbaarmaking van, voor zover voor OZHZ van belang, convenanten, Woobesluiten op aanvraag (inclusief de openbaar gemaakte documenten) en klachtenoordelen. De vierde fase, het actief openbaar maken van beschikkingen, is voor OZHZ het meest intensief. Hiervoor dient voldoende ruimte in de budgetten en personeelsplanning beschikbaar te zijn. Wanneer deze fase gereed moet zijn is nog onduidelijk,
27
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
maar OZHZ streeft naar actieve publicatie vanaf eind 2026. De mogelijkheden voor een regionaal publicatieplatform worden samen met de SGD in beeld gebracht en aanbesteed.
5.3 Communicatie In 2025 en 2026 zet OZHZ communicatie weer strategisch in. Dit geldt zowel voor landelijke en regionale ontwikkelingen, zoals veranderingen in het VTH-stelsel, als voor expertise en advies. Bijvoorbeeld om ondernemers tijdig de juiste informatie te laten aanleveren. Daarnaast zetten we in op arbeidsmarktcommunicatie om specialistische functies te werven. Ook staat in 2026 de aanbesteding van een nieuwe website (bouw en hosting) op de planning. Enkele belangrijke speerpunten: -
Optimaliseren van de website- en contentstrategie.
-
Aanbesteding van de nieuwe website (bouw en hosting).
-
Medewerkers binden en boeien.
-
Arbeidsmarktcommunicatie (wervingscampagnes voor specialistische functies).
-
Samenwerking met andere omgevingsdiensten (bijv. op arbeidsmarktcommunicatie en gezamenlijke websitestrategie).
-
Inzetten op gedragsbeïnvloeding, zowel intern als extern (zoals ondernemers vooraf beter informeren om overtredingen te voorkomen).
Website- en contentstrategie We optimaliseren onze website- en contentstrategie door doelgerichte communicatie via de website, LinkedIn en Instagram. Wat communiceren we, voor wie, en hoe zetten we dit effectief in? Ook ontwikkelen we samen met andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten een verbeterde websitestrategie. De aanbesteding van de nieuwe website in 2026 wordt hierin meegenomen, waarbij we nauw samenwerken met de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Arbeidsmarktcommunicatie blijft een belangrijk aandachtspunt. Samen met de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten werken we binnen 'Betere Wereldbaan' aan gerichte wervingscampagnes. Binnen OZHZ zetten we vooral in op het werven van specialistische functies. Daarnaast zien we dat het aantal persvragen en de complexiteit ervan toenemen. OZHZ zet daarom in op goede persvoorlichting. We investeren ook in betere communicatie met de omgeving en verbeteren de schrijfvaardigheid van medewerkers. Voor projecten ontwikkelen we op maat gemaakte communicatiestrategieën met passende middelen. Interne communicatie Een prettige werkomgeving behouden is essentieel. Dit doen we onder andere door interne bijeenkomsten te organiseren, intranetgebruik te stimuleren en werkafspraken helder te communiceren. We blijven inzetten op verbindende initiatieven en spelen in op de behoeften van medewerkers.
In een krappe arbeidsmarkt is het cruciaal om medewerkers te binden en te boeien. Interne en externe communicatie versterken elkaar hierin. Gedragsinzichten OZHZ blijft werken met gedragsinzichten om doelgroepen effectief te bereiken. Wetenschappelijke kennis helpt ons om communicatie beter af te stemmen. Dit passen we direct toe, bijvoorbeeld in brieven aan ondernemers.
28
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Bij complexere vraagstukken werken we samen met een gedragsexpert en het gedragslab van DCMR. Ook zoeken we hierin afstemming met andere omgevingsdiensten, gemeenten en de provincie.
5.4 Huisvesting In 2024 is een belangrijke stap gezet door het manifest MVOI te ondertekenen. Er liggen met name kansen op het gebied van onze faciliteiten en inkoop. Denk hierbij aan het gericht bezig zijn met energiezuinig werken, duurzame mobiliteit stimuleren en verantwoord inkopen van o.a. meubilair. In 2025 worden de ambities voor de komende jaren vastgesteld. Om beter invulling te geven aan het verbod om wegwerpbekers is een contract aangegaan met CupX. Zij leveren herbruikbare bekers die centraal worden gereinigd in een wasstraat bemand door medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het concept bevalt zeer goed. Om te zorgen voor een snellere doorstroom in het werkcafé, waar werkende en pauzerende medewerkers veel samen komen, staat er een kleine verbouwing gepland. Er wordt in ieder geval een uitbreiding van de pantry gemaakt op een andere plek zodat de huidige pantry geen bottleneck meer vormt. Deze kosten zijn al meegenomen in de begroting van 2025. In 2025 is de eerste batch kluissloten vervangen vanwege ouderdom. De volgende batch wordt vervangen in 2026 en de laatste in 2027. Naast de sloten is er ook onderhoud nodig aan de vloeren en wanden. OZHZ zit inmiddels ruim 9 jaar in het kantoor Post120. Denk hierbij aan schilderwerkzaamheden en het grondig reinigen en mogelijk zelfs vervangen van vloerdelen. In 2025 start er een volledig nieuwe schoonmaakdienst.
OZHZ heeft opnieuw aanbesteed waarbij meer focus is gelegd op kwaliteit, duurzaamheid en SROI. Hiermee voldoet OZHZ beter aan de gestelde eisen en wensen.
5.5 Interne beheersing Rechtmatigheidsverantwoording De commissie BBV geeft via de Kadernota rechtmatigheid 2024 haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van de decentrale overheden conform artikel 75, lid 2 BBV.1 Het boekjaar 2023 was het eerste jaar waarin het opnemen van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken verplicht is gesteld door de wetgever. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording heeft gevolgen voor de (interne) beheersing van de organisatie en ook de rol van de accountant verandert hierdoor. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de inrichting en uitvoering van processen, controleert de rechtmatigheid en rapporteert hierover. De accountant toetst de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid en neemt dit mee in de accountantsverklaring. Er is een intern controleplan opgesteld, dat in 2024 is uitgevoerd. Uitgangspunt daarbij is de minimale variant waarbij de beheersing is gericht op het kunnen afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording, zoals in 2021 door het AB is vastgesteld. Ondanks dat OZHZ heeft gekozen voor de minimale variant komt er veel af op de organisatie. In 2024 heeft OZHZ zich gericht op hoe de interne controle voldoende kwaliteit heeft om de rechtmatigheidsverantwoording te onderbouwen maar wat ook past bij de omvang van de organisatie.
In 2025 en daarna gaan we dit verder ontwikkelen en invulling geven aan de adviezen zoals in de managementletter beschreven.
29
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
V
BIJLAGEN
Bijlage 1 Omzet 2025 en 2026 Inwonerbijdrage
2025 Structureel
Omschrijving Gemeente Alblasserdam Gemeente Dordrecht Gemeente Gorinchem Gemeente Hardinxveld-Giessendam Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Molenlanden Gemeente Papendrecht Gemeente Sliedrecht Gemeente Zwijndrecht Provincie Zuid-Holland
2026 Structureel
82.105 485.429 150.070 73.849 126.686 354.521 179.428 132.103 102.384 182.624 746.220 2.615.419
82.384 487.079 150.580 74.100 127.117 355.726 180.038 132.552 102.732 183.245 748.757 2.624.310
Jaarprogramma
Omschrijving
2025 Structureel Incidenteel
Gemeente Alblasserdam Gemeente Dordrecht Gemeente Gorinchem Gemeente Hardinxveld-Giessendam Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Molenlanden Gemeente Papendrecht Gemeente Sliedrecht Gemeente Zwijndrecht Provincie Zuid-Holland
1.903.710 9.757.304 715.550 1.493.682 650.957 2.043.525 2.069.203 665.942 666.074 1.135.736 8.834.138 29.935.821
37.227 1.000.656 29.361 23.245 46.325 107.288 156.319 83.617 31.489 41.943 570.791 2.128.261
2026 Structureel Incidenteel 1.902.307 9.752.988 712.953 1.495.600 647.606 2.024.851 2.062.484 663.691 664.369 1.130.869 8.795.020 29.852.738
26.148 702.841 20.623 16.327 32.538 75.357 109.795 58.731 22.117 29.460 400.912 1.494.848
De incidentele omzet in het jaar 2026 betreft 70% van de incidentele omzet 2025 (incl. indexering) die ter dekking van de begroting als structureel is aangemerkt.
30
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Bijlage 2 Informatie voor verbonden partijen
31
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Bijlage 3 Balans meerjarig
32
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
33
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Bijlage 4 Begroting 2026 Structureel en incidenteel
34
Begroting 2026. Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025.
Agendapunt: 5
Bestuursnotitie Datum Onderwerp
10 juli 2025 Zienswijzen op de ontwerpbegroting 2026 De ontwerpbegroting 2026 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is op 10 april 2025 voor zienswijze aangeboden aan de raden en Provinciale Staten. Zij zijn tevens in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op de voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2024. Verzocht is de zienswijzen voor 10 juni 2025 aan OZHZ toe te zenden. De ingekomen zienswijzen leiden tot een aanvullende toelichting in de begroting 2026 over het doortrekken voor 70% van de incidentele omzet uit het jaar als zijnde “structureel”. Op basis van het verleden is de constatering namelijk dat deze incidentele omzet een structureel karakter heeft. Op basis van het voorzichtigheidsprincipe is 70% van deze omzet doorgetrokken. Dit biedt OZHZ mede in het kader van benodigde bezuinigingen op met name externe inhuur de mogelijkheid om hier vast personeel op in dienst te nemen. Doet OZHZ dit niet dan zal dat betekenen dat de tarieven moeten stijgen. In de bijdrage van de deelnemers is dit echter nog niet verwerkt (zie ook bijlage 1), zodat het voor de deelnemers incidenteel blijft. De frictiebepaling uit de bijdrageverordening is hierop niet van toepassing. Deze bestuursnotitie geeft het algemene beeld van de zienswijzen en de reactie van OZHZ.
Voorafgaand aan de bespreking in het AB op 10 juli 2025 bericht OZHZ, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, de raden en Provinciale Staten over het oordeel van het DB over de ingekomen zienswijzen en de conclusies die het daaraan verbindt. Overzicht van de ingekomen zienswijzen Onderstaand een overzicht van aangeleverde zienswijzen: Zienswijze ontvangen: Alblasserdam
V
Dordrecht
V
Gorinchem
V
Hardinxveld-Giessendam
V
H-I-Ambacht
V
Hoeksche Waard
V
Molenlanden
V
Papendrecht
V
Sliedrecht
V
Zwijndrecht
V
Provincie Zuid-Holland (PZH)
V
De ingebrachte zienswijzen zien op de volgende onderwerpen:
1)
De jaarstukken en voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2024.
2)
Voorbereiding op het ravijnjaar 2026.
3)
De ontwerpbegroting 2026.
4)
Overig.
Ad 1) Jaarstukken en voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2024 De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht en Zwijndrecht en PZH melden expliciet dat zij instemmen met het voorstel om het rekeningresultaat toe te voegen aan het weerstandsvermogen. Aanvullend merken de gemeenten Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam en Papendrecht op dat zij ervan uitgaan dat, indien het weerstandsvermogen conform afspraak is gerealiseerd, toekomstige positieve rekeningresultaten terugvloeien naar de gemeenten. Daarnaast verzoekt Hardinxveld-Giessendam tijdig te worden geïnformeerd als de meerjarenbegroting afwijkende vooruitzichten laat zien en daarbij aan te geven welke beheersmaatregelen genomen kunnen worden. Zwijndrecht verwijst naar haar bekende standpunt dat zij alleen een minimale reserve-omvang bij gemeenschappelijke regelingen wenselijk acht. Sliedrecht meldt niet te kunnen instemmen met het voorgenomen voorstel aan het algemeen bestuur om het positieve resultaat toe te voegen aan het weerstandsvermogen. Hoewel het voorstel degelijk is onderbouwd, is de gemeente van mening dat dit voorstel via de gebruikelijke route van een begrotingsvoorstel zou moeten lopen.
Sliedrecht licht toe dat zij eraan hecht dat er geen bestemmingsreserves, worden opgebouwd maar voor concrete plannen concrete verzoeken worden gedaan tot aanpassing van de begroting. Graag ziet de gemeente toekomstige zienswijzen in deze lijn opgesteld. Reactie van OZHZ De ingekomen reacties geven geen aanleiding tot aanpassing van de begroting. De opmerkingen over toekomstige positieve resultaten zijn in lijn met de bestaande regionale afspraken. Ook informeren wij u tussentijds als de financiële vooruitzichten veranderen. OZHZ berekent jaarlijks bij de begroting het minimaal benodigde weerstandsvermogen op grond van gekwantificeerde risico´s. Eventuele overschotten komen via de resultaatbestemming van de jaarrekening ten gunste van de eigenaren. Buiten het weerstandsvermogen hanteert OZHZ geen algemene reserves. Inzake de reactie van Sliedrecht is in het AB op 10 juli 2025 nogmaals toegelicht dat het voorstel gebaseerd is op een reeds eerder genomen besluit van het AB. Enkele jaren geleden is een negatief rekeningresultaat ten laste van het weerstandsvermogen gebracht met de afspraak om binnen een periode van 4 jaar dit weer terug te brengen op het gewenste/vereiste niveau. Daarnaast is het niet juist dat een voorstel om het rekeningresultaat te bestemmen via een begrotingsvoorstel zou moeten lopen.
Ad 2) Voorbereiding op het ravijnjaar 2026 / financiële ombuigingen Vrijwel alle gemeenten spreken hun waardering uit over het resultaat van de bestuursopdracht inzake de ombuigingsmogelijkheden. Genoemd wordt onder andere de gezette stappen richting kostenbeheersing, kwaliteitsverbetering en versterking van de financiële positie. De gerichte focus op interne efficiëntie,
2
taakuitvoering, procesoptimalisatie en samenwerking met deelnemers sluit aan bij de eigen ambities om publieke middelen doelmatig en doeltreffend in te zetten. De uitvoering van de voorgenomen bezuinigingen vraagt om inzet van zowel OZHZ als de deelnemende gemeenten. Dit vereist adequate monitoring, en men ziet de rapportage over de voortgang met belangstelling tegemoet. Dordrecht merkt op dat een besparing wordt bereikt van circa 3,5% (deels tarief, deels besparing op activiteiten). Dat is een goede ontwikkeling, maar hiermee wordt het afgesproken doel van 5% nog niet behaald. De gemeente verzoekt daarom om aanvullende voorstellen uit te werken, waarmee de totale 5% kan worden gerealiseerd. Met het terugleggen bij de eigenaren van de invulling van de laatste 1% door middel van het beleggen van taken bij OZHZ kan de gemeente niet akkoord gaan. Papendrecht constateert dat uit de begroting blijkt dat voor 2026 een besparing wordt bereikt van ca 4% in 2026/2027 en dat daarmee de ombuigingsdoelstelling van 5% voor een groot deel wordt bereikt. Wel wordt deze tariefsverlaging weer volledig opgeslokt door loon- en kostenstijgingen waardoor per saldo toch een tariefsverhoging nodig is voor 2026 van 0,34%. Inmiddels is er ook een nieuw concept-CAO voor 2026/2027.
De gemeente verzoekt de ontwerpbegroting aan te passen als dit akkoord afwijkt van de prognose voor loonen kostenstijgingen waarmee rekening is gehouden in de ontwerpbegroting. Tot nu toe worden deze prijsstijgingen steeds buiten de ombuigingsdoelstelling gehouden. De gemeente vraagt daarom om dit onderwerp te agenderen voor het volgende AB en de mogelijkheden van een nieuwe bestuursopdracht te bespreken en dit te betrekken bij de richtlijnen voor uw begroting 2027 e.v. Daarnaast wijst de gemeente op de mogelijke financiële gevolgen van de veranderde geopolitieke situatie. Zwijndrecht merkt op dat OZHZ de aangekondigde ombuigingen heeft verwerkt in de begroting 2026. Richting 2027 roept de gemeente op om eind 2025 aan te geven hoe de overige 0,5% bezuiniging ingevuld gaat worden. Alblasserdam spreekt de verwachting uit dat zij, naast de gekozen volumebeperking in 2024 en de bezuiniging van 2% in 2025 in 2026 minder gaat afnemen dan OZHZ heeft opgenomen in de conceptbegroting voor 2026, vanwege de flinke bezuinigingsopgave. Constatering is dat er de afgelopen jaren sprake was van een onderbesteding en de eerste cijfers van dit jaar ook lijken te wijzen op een onderbesteding. De gemeente wil dan ook graag samen met OZHZ kijken of er voor 2026 scherper kan worden begroot. Hiermee hoopt zij dat eventuele bezuinigingen voor OZHZ in de praktijk weinig nadelige effecten hebben.
In oktober 2025 bespreekt de gemeente graag hoe het beste kan worden omgegaan met de eventuele bezuinigingen. Reactie van OZHZ OZHZ gaat uit van een collectieve besparing van 5% door efficiencymaatregelen en gemeenschappelijke inhoudelijke keuzes. De besparingen worden hoger, al naar gelang meer gemeenten individueel beslissen over te gaan tot een bredere uitvoering van de VTHA-taken door OZHZ. Deelnemers die meer wensen te besparen kunnen dit ook doen door beleidskeuzes te maken die impact hebben op de specifieke taken die OZHZ voor hen uitvoert. Wij rapporteren u periodiek over de voortgang in de bestuursrapportages. Het houdt dus niet op bij de reeds toegezegde ombuigingen. De suggestie van Papendrecht om de indexering te betrekken bij de bezuinigingsopgave delen wij echter niet. De bijdrageverordening stelt dat de bijdrage aan OZHZ jaarlijks wordt geïndexeerd. Het niet indexeren
3
zou een additionele taakstelling betekenen. Bovendien ontvangt u hiervoor compensatie via het Gemeentefonds. OZHZ heeft absoluut oog voor de financiële opgaven van uw gemeenten en provincie. Wij leveren onze bijdrage met een ambitieus ombuigingsprogramma. Dat moeten wij combineren met complexe opgaven, zoals de krappe arbeidsmarkt, het kunnen voldoen aan de landelijke robuustheids- en andere kwaliteitseisen, enzovoort. OZHZ kan zich daarom niet vinden in de suggestie om een additionele bestuursopdracht te verstrekken. We zien inderdaad een grote maatschappelijke onzekerheid, maar anderzijds zien we ook een vertraging van de bezuiniging op het Gemeentefonds naar 2028. Verder willen wij u nog wijzen op de toenemende druk op, en daarmee gepaard gaande uitdagingen en maatschappelijke aandacht voor, een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. OZHZ waardeert de positief kritische reacties en blijft onverminderd de balans bewaken tussen financiële ruimte, personele inzet en de kwaliteit van dienstverlening. Ad 3) De ontwerpbegroting 2026 Incidentele omzet voor 70% structureel verwerkt in de begroting De gemeenten Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht en Zwijndrecht maken opmerkingen over de manier van begroten waarbij 70% van de incidentele omzet wordt aangemerkt als structureel.
Dit komt onverwacht en sommige gemeenten geven aan er niet mee te kunnen instemmen, omdat zij structurele taken al structureel financieren. Reactie van OZHZ OZHZ begrijpt de ingekomen reacties over de manier van begroten waarbij 70% van de incidentele omzet wordt aangemerkt als structureel. Een aantal gemeenten financiert de structurele taken inderdaad al op structurele wijze. Een aanpassing van de ontwerpbegroting doet meer recht doet aan de feitelijke situatie. Met de begroting geven wij een zo reëel mogelijk financieel beeld. De financiële ramingen zijn enerzijds gebaseerd op harde verplichtingen en toezeggingen, zoals het structurele budget van de jaarprogramma's. Anderzijds maken we een inschatting van de verwachte omzet en kosten, op grond van ervaringen in het verleden en een blik op toekomstige ontwikkelingen. Op deze manier zijn wij het beste in staat om onze organisatie toekomstbestendig in te richten, zowel in financiële als personele zin. Uiteraard met de benodigde flexibiliteit om te kunnen afschalen, als het werkaanbod structureel vermindert. In dat licht is het noodzakelijk om de verwachte incidentele omzet van de deelnemers in de begroting en het jaarprogramma mee te nemen in de ramingen. Voorzichtigheidshalve doen we dit niet voor de volle honderd procent, maar nemen we zeventig procent van de huidige incidentele omzet aan.
Zouden we dat niet doen, dan zouden we alleen met extra inhuur (en dus hoge kosten) kunnen inspelen op een extra vraag, los van het feit of dat uberhaupt lukt. Ook zou het tarief in dat geval aanmerkelijk hoger komen te liggen. Immers, een deel van de vaste lasten lopen door en moet dan over een kleiner aantal uren worden uitgesmeerd. Wanneer vervolgens, zoals realistisch is, de omzet toch hoger is leidt dat tot een exploitatieoverschot. Dit overschot wordt weliswaar aan de deelnemers uitgekeerd, doch deze is lager als gevolg van de hogere kosten door late inhuur. Hiermee doen OZHZ en de deelnemers elkaar te kort.
4
Bijlage 1 bevat de bijdrage per deelnemer. Deze bestaat uit de reguliere structurele bijdrage (inwonerbijdrage en jaarprogramma), vermeerderd met 70 procent van de geraamde incidentele omzet. De inwonerbijdrage en het structurele deel van het jaarprogramma zijn bindend voor u als deelnemer. Op dit deel is ook de frictiebepaling in de bijdrageverordening van toepassing. Het incidentele deel van het jaarprogramma is een inschatting van OZHZ. Dit deel is niet bindend. De frictiebepaling van de bijdrageverordening is niet van toepassing. Een deelnemer kan dit budget dus afbouwen, zonder dat daarvoor een frictievergoeding voor verschuldigd is. Gelet op de ingekomen reacties passen wij bijlage 1 van de ontwerpbegroting 2026 zodanig aan dat duidelijk is welk deel van de bijdrage structureel en daarmee bindend is en welk deel incidenteel en niet bindend.
Overige opmerkingen over de ontwerpbegroting 2026 Dordrecht onderschrijft het belang van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. De rekening van de uitvoeringskosten mag echter niet zomaar bij de gemeenten komen te liggen. Ook het Rijk zal zijn aandeel moeten nemen. Waar dit traject toch leidt tot meer kosten voor gemeenten wil zij daar met een begrotingswijziging vroegtijdig bij worden betrokken. Ook wordt opgemerkt dat de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen leiden tot veel wijzigingen in het werk bij OZHZ. Het blijft de komende jaren van belang om die veranderingen en meerkosten zo goed als mogelijk in beeld te houden of te brengen. De gemeente kan OZHZ verder volgen in de nieuwe en actuele onderwerpen die in de ontwerpbegroting staan genoemd. Vooralsnog krijgt de gemeente geen of weinig rijksmiddelen voor deze belangrijke nieuwe thema's, zodat de inzet vanuit bestaande middelen zal moeten worden gefinancierd, bijvoorbeeld door projecten of prioriteiten te wijzigen of actualiseren. Tenslotte wijst de gemeente op de voorjaarsbrief van OZHZ en daarin opgenomen verzoek om binnen het gemeentelijk jaarprogramma het aandeel incidenteel budget te verlagen en het aandeel structureel budget te verhogen.
Binnen het Jaarprogramma van Dordrecht heeft het incidenteel budget een omvang van circa € 1 miljoen of 10% van het totale jaarprogramma. OZHZ vraagt in de eerste plaats om het structureel maken van het budget voor de Eagenda. Juist deze middelen zijn echter binnen de Dordtse begroting niet structureel geborgd. Deze budgetten zijn ook niet verankerd in een rijksbijdrage. Of en in welke mate de gemeente aan het verzoek tegemoet kan komen vraagt verdere afstemming over de flexibiliteit bij wijziging in bijvoorbeeld het aanbod van werk. De raad draagt het college daarom op dit verder met OZHZ uit te werken en hier een besluit over te nemen. Gorinchem constateert dat de begroting 2026 is gebaseerd op de begrotingsrichtlijnen 2025, die het AB op 30 november 2024 vaststelde. De begroting 2026 en de meerjarenraming begroting 2027-2029 zijn structureel in evenwicht. Geheel conform eerder gemaakte afspraken past OZHZ, met het oog op het ravijnjaar 2026, een tariefverlaging toe van 2,7% en een extra verlaging van 0,5% vanaf 2027. Hardinxveld-Giessendam verzoekt om in beeld te brengen waar bovenwettelijke taken inhoudelijk overlappen met gemeentelijke activiteiten, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Het is logisch dat zowel OZHZ als de gemeente zich met deze onderwerpen bezighouden. Het is belangrijk dat OZHZ en de gemeente elkaar aanvullen en versterken.
Voorkomen moet worden dat er overlap in expertises ontstaat, wat kan leiden tot onduidelijkheid over welke taken en kennis bij welke organisatie is belegd.
5
Hoeksche Waard laat weten dat zij de inzet om de ombuigingen in de ontwerpbegroting te verwerken waardeert. De gemeente ziet daarom af van het indienen van een zienswijze. Papendrecht merkt op dat de uitvoeringskracht onder druk staat. Samenwerking en innovatie zijn noodzakelijk. De gemeente ziet de uitwerking van businesscase voor mogelijk kansrijke overdracht van taken met interesse tegemoet. Verder wijst de gemeente er op dat enkele voorstellen uit de voorjaarsbrief van OZHZ aan het college nog niet zijn opgenomen in de begroting. Zij beoordeelt nut en noodzaak bij het eigen jaarprogramma 2026. In het verlengde daarvan zullen eventueel benodigde mutaties in budgetten worden verwerkt in de Perspectiefnota 2026 van de gemeente (voorjaar 2026). Tenslotte merkt Papendrecht op dat zij, voorafgaand aan de begrotingscyclus 2027 en samen met de regiogemeenten, een kaderbrief wil opstellen. Sliedrecht wijst op de inwerkingtreding van de Omgevingswet waardoor er mogelijk aanvullende specifieke afspraken nodig zijn op verschillende milieuthema's. De gemeente wijst ook op de overgang van bodemtaken naar het gemeentelijke bevoegde gezag. De exacte uitwerking en gevolgen hiervan op de werkzaamheden van OZHZ zijn op dit moment nog onvoldoende duidelijk.
Voor de gemeente als opdrachtgever is het van belang om tijdig beter inzicht te krijgen in de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de aard en omvang van de werkzaamheden die OZHZ voor Sliedrecht uitvoert. Verzoek is daarom om de gemeente Sliedrecht medio augustus 2025 een eerste evaluatie te geven ten aanzien van de uitvoering en de (mogelijke) financiële impact van deze ontwikkelingen. PZH stemt in met vaststelling van de ontwerpbegroting 2026. De meerjarenraming 2026-2028 wordt voor kennisgeving aangenomen. Opgemerkt wordt dat een aantal ondergeschikte (aandachts-) punten nog kan worden meegenomen in de definitieve begroting 2026. Dit betreft: -
PZH stemt in met de verhoging van de uurtarieven en de geraamde totale provinciale structurele bijdrage. Deze verhogingen in 2026 zijn in overeenstemming met het eerder genomen besluit in het AB OZHZ van 29 november 2024.
-
PZH verzoekt om de deelnemers in 2026 regelmatig op de hoogte te houden in welke mate de nog door te voeren efficiencymaatregelen daadwerkelijk worden gerealiseerd. Het is goed om inzicht te hebben in welke mate de efficiencymaatregelen daadwerkelijk het gewenste effect hebben bereikt. Mocht gedurende 2026 blijken dat de kwaliteit van de uitvoering onder druk komt te staan dan is het van belang dat daarover in een zo vroeg mogelijk stadium het gesprek met de (individuele) opdrachtgevers wordt gevoerd.
-
PZH zal voor aanvullende opdrachten een nader gespecificeerde opdrachtbrief (inhoud en budget) verstrekken.
-
PZH wijst op de bandbreedte van 5-10% van de risico's van de Omgevingswet. De onzekerheid van deze bandbreedte maakt dat het bepalen van de omvang niet realistisch is. De VNG heeft het onderzoek naar de financiële impact van de Omgevingswet inmiddels stopgezet. OZHZ zal onderzoeken hoe het risico van de Omgevingswet is te kwantificeren en hierover afstemmen met de andere omgevingsdiensten.
Tenslotte vermeldt PZH dat aan de in de provinciale kaderbrief 2026 opgenomen onderwerpen Doorontwikkeling Omgevingsdiensten, IBP-VTH, Omgevingswet, Herstructurering Gemeentefonds 2026 en MVOI naar tevredenheid aandacht is besteed. Voor wat betreft IBP-VTH benadrukt PZH dat de in de
6
kaderbrief genoemde robuustheidcriteria voor onder meer innovatiebudget (1%) ook in financiële zin zijn verwerkt in de begroting 2026. Reactie van OZHZ OZHZ deelt de mening dat het Rijk zijn aandeel moet nemen in de uitvoeringskosten van het (vervolg op het) Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. Op landelijk niveau zijn hierover afspraken gemaakt tussen het Rijk en de koepels van VNG en IPO. Buiten de personele inzet van medewerkers van omgevingsdiensten en de begroting van OmgevingsdienstNL (de 'branchevereniging' van directeuren van omgevingsdiensten) is het niet zo dat omgevingsdiensten er apart extra aan bijdragen. OZHZ zal wel de benodigde middelen moeten vrijmaken om te voldoen aan landelijke eisen met betrekking tot de robuustheid en de kwaliteitscriteria. Dan gaat het met name om investeringen in tijd en geld op het gebied van expertise, competenties en ICT. Uitgangspunt is dat OZHZ deze kosten opvangt in de eigen exploitatie, afgesproken budgetten met de opdrachtgevers (inwonerbijdrage en jaarprogramma) of additionele bijdragen en subsidies van het Rijk. Mocht dit inhoudelijke of financiële consequenties hebben, dan leggen wij deze voorafgaand aan u voor. Inzake het in beeld brengen van de meerkosten van de Omgevingswet wijst OZHZ op het onderzoek van de VNG naar de effecten van de Omgevingswet. Dat onderzoek is stopgezet.
De VNG-commissie constateert namelijk dat er nu geen zinnige uitspraken over kunnen worden gedaan. OZHZ onderzoekt zelf wel de administratieve verplichtingen vanwege de Omgevingswet. Er zijn, in vergelijking met de situatie van voor de Omgevingswet, thans veel extra administratieve handelingen nodig vanwege de nieuwe opzet met MBA's (milieubelastende activiteiten). Het blijft echter lastig om dat goed in beeld te brengen, wat ook blijkt uit het stopzetten van het onderzoek bij de VNG. Een en ander is ook in het AB van 20 maart 2025 aan de orde geweest, met de oproep aan de gemeenten om bij de VNG aan te kaarten om dit goed te monitoren en er actie op te ondernemen. Waar deelnemers aangeven dat nieuwe en actuele onderwerpen (zoals zeer zorgwekkende stoffen, de circulaire agenda en de Kaderrichtlijn water) vanuit bestaande middelen moeten worden gefinancierd, dan wel door projecten of prioriteiten te wijzigen of te actualiseren, zal OZHZ met hen bespreken welke prioriteiten zij dan willen stellen. Overigens zullen wij bij de begrotingsrichtlijnen 2027 een actueel beeld geven van de benodigde budgetten van de bodemtaken en overige onderwerpen. Overlap in expertises en werkzaamheden van OZHZ en zijn deelnemers moet inderdaad zoveel mogelijk worden voorkomen.
Specifiek voor wat betreft de taakuitvoering in het kader van duurzaamheid en circulariteit geldt dat wij deze goed afstemmen en dat de werkzaamheden en rolverdeling voortkomen uit de wensen en behoeften van de deelnemers. Ad 4) Overig Hardinxveld-Giessendam spreekt haar waardering uit voor de werkzaamheden die door OZHZ in 2024 zijn uitgevoerd. Daarbij wil de gemeente de uitvoering van de bouwtaken van Hardinxveld-Giessendam naar OZHZ per 1 januari 2025 uitlichten. 2024 stond in het teken van het opstellen van de businesscase en de voorbereiding op de overdracht van deze taken. De gemeente stelt voor om in het najaar een eerste evaluatie uit te voeren.
7
Hendrik-Ido-Ambacht is positief over de transparante wijze waarop OZHZ de verschillende scenario’s voor kostenbeheersing heeft gepresenteerd, inclusief de mogelijke rol van gemeenten in het verschuiven van taken. Zo kwam de OZHZ met een voorjaarsbrief, waarin is aangegeven dat er vanaf 2026 bezuinigingen mogelijk zijn op verschillende werkzaamheden. De bezuinigingen komen voort uit lagere bestedingen in de afgelopen jaren. Wat de gemeente betreft biedt dit een constructief kader om in gesprek te blijven over verdere optimalisering van de samenwerking. Zwijndrecht noemt de inwerkingtreding van de Omgevingswet als belangrijke mijlpaal waarbij in de voorbereiding en totstandkoming door betrokken partijen veel tijd in geïnvesteerd is om te komen tot inhoudelijke en financiële afspraken. Bij de inwerkingtreding zijn de bodemtaken gedeeltelijk overgegaan van provincie naar gemeente(n) als bevoegd gezag. Het niet meekomen van benodigd budget voor deze extra taak zorgt, mede gezien de bezuinigingen, voor een extra uitdaging in de uitvoering. Het verkrijgen van meer inzicht in bronnen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) heeft in 2024 een vervolg gekregen waarin de uitvraag bij bedrijven om hier informatie over aan te leveren, aan heeft bijgedragen.
De E-agenda als versnelling van de energietransitie liep tot 2024 waarbij het onderdeel energietoezicht inmiddels wordt uitgevoerd als basistaak door OZHZ. In 2024 is ook het Circulaire regio overleg ontstaan, waarin de gemeenten en OZHZ vanuit een circulaire agenda belangrijke stappen zetten om te komen tot de nationale doelstellingen van 50% circulair in 2030 en een volledige circulaire economie in 2050. Samenwerking op beleidvorming, uitwisseling van kennis en krachtenbundeling op het onderwerp spelen daarin een belangrijke rol waarin OZHZ als belangrijke partner fungeert. De gemeente dankt daarom OZHZ voor de inzet in 2024. Reactie van OZHZ Wij onderschrijven deze aandachtspunten van de respectievelijke gemeenten. Met Hardinxveld-Giessendam zullen separaat afspraken worden gemaakt om de uitvoering van de bouwtaken te evalueren.
8
,�.,�
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
g�..1-�..1
Jaarstukken 2024 Voorlopige jaarstukken voor het DB van 10 april 2025 Vastgesteld door het AB op 10 juli 2025
Wonen en werken. In een veilige gezonde en duurzame leefomgeving.