75 Raadsinformatienota gebiedsontwikkeling februari 2026.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIENOTA
College van burgemeester en wethouders Vergadering van: 24 februari 2026 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Zaaknummer: Inhoud Inleiding Op diverse plekken ziet het dorp er anders uit dan vier jaar geleden. Braakliggende gronden of verouderde bebouwing zijn veranderd in aantrekkelijke plekken om te wonen. Te denken valt aan de Rokerij, de IJzergieterij, de Nieuwe Dam en de verdere uitbreiding van de Blauwe Zoom. Verder zien we de bouwvoorbereidingen op bedrijventerrein ’t Oog en de Waardse Velden (’t Oog Wonen fase I) waarmee ook de contouren van deze projecten zichtbaar worden. Daarmee kunnen we concluderen dat er mooie stappen zijn gezet de afgelopen periode. Tegelijkertijd zijn we dan niet klaar. De behoefte aan woningen blijft onverminderd groot. Daarnaast is er behoefte aan toekomstbestendige voorzieningen en ruimte voor bedrijvigheid. Kortom: ook de komende jaren is inzet nodig om een vitaal dorp te blijven. Deze raadsinformatienota bevat daarom een samenvattende terugblik op de huidige bestuursperiode en een doorkijk naar de volgende periode. Daarmee is deze nota wat het college betreft ook een handreiking/overdrachtsdocument voor de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college. Kernboodschap Het is positief dat we binnen onze gemeente een aantal concrete mogelijkheden hebben om te voorzien in de eerder beschreven behoeften.
De Omgevingsvisie laat samenvattend zien op welke locaties ontwikkeling gewenst is: ’t Oog, Middenwetering, het centrum en de verdere uitbreiding van BovenHardinxveld. De overtuiging is dat we samen met onze partners, zoals de leden van het Bouwberaad, gesteld staan om deze ontwikkelingen verder vorm te geven. Wel ziet het college diverse uitdagingen waar we mee te maken hebben of kunnen krijgen: • Er zit gelaagdheid in afzonderlijke projecten. Het gaat namelijk niet alleen om het bouwen van woningen of ruimte bieden aan bedrijvigheid, maar ook om andere vraagstukken: mobiliteit, netcongestie, stikstof, natuur, ruimte voor water, de bodemgesteldheid, passende voorzieningen en de medewerking van andere overheden, waaronder Rijk en provincie. Het maken van keuzes op een van deze thema’s voor een afzonderlijk project kan van invloed zijn op een ander project of zelfs de hele gemeente. Dit geldt zowel in positieve als negatieve zin. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat het benutten van ruimte op het energienet voor het ene project de ruimte voor een ander project kan belemmeren. Maar ook: door in een afzonderlijk project ruimte te bieden aan bepaalde voorzieningen, kunnen inwoners, ondernemers en verenigingen in de hele gemeente hiervan profiteren. • De afzonderlijke projecten vragen de nodige ambtelijke inzet.
Gezien de schaalgrootte van onze gemeente betekent dit in de praktijk dat dezelfde mensen doorgaans vanuit hun specifieke vakkennis betrokken zijn bij alle projecten. Dit is kwetsbaar op het moment dat er binnen dezelfde tijdsperiode op alle projecten inzet nodig is • In aanvulling op het vorige punt: ook de financiële positie van de gemeente vraagt voortdurend om monitoring: wat kunnen we binnen de gestelde financiële kaders van de begroting wel, deels of niet (tegelijkertijd) oppakken? Om bovenstaande redenen heeft het college in februari 2026 besloten om over te gaan tot een programmatische aanpak voor gebiedsontwikkeling. Bij het begrip ‘gebiedsontwikkeling’ is in de informatieavond op 19 januari 2026 stilgestaan. In deze raadsinformatienota duiden we wat dit concreet betekent en welke vervolgstappen er de komende tijd worden voorzien. Hierbij handelt het college vanuit een twee uitgangspunten: • Gebiedsontwikkeling is geen lineair proces. En is het niet altijd voorspelbaar als het gaat om planning en voortgang. Het is als een reis waarvan het eindpunt duidelijk is, maar de weg ernaar toe hobbels en afslagen kent.
•
Een goede verbinding tussen gemeenteraad, college, (uitvoerings-)organisatie en de samenleving, inclusief stakeholders is cruciaal. Daarbij zal er op onderdelen soms (politiek) verschil van inzicht zijn. Tegelijkertijd voelt het college een breed draagvlak, zowel in de raad als in de samenleving, als het gaat om het eindpunt: de noodzaak voor woningbouw en bedrijvigheid in een aantrekkelijke leefomgeving met passende voorzieningen
Consequenties Waar staan we nu? Gebiedsontwikkeling is ook voor Hardinxveld-Giessendam van alle tijden. Immers, het dorp bestond ooit uit een aantal kleine kernen, en is inmiddels een bloeiende samenleving van meer dan 19.000 inwoners die in Hardinxveld-Giessendam een fijne plek vinden om te wonen, werken en opgroeien. Echter, waar die groei de afgelopen decennia meer stapsgewijs is gegaan, is het de bedoeling om een schaalsprong te maken. Met onder andere de Middenwetering en ’t Oog zijn er kansrijke locaties om deze sprong te maken en de jaarlijkse woningbouwproductie voor een langere tijd op te schalen ten opzichte van de huidige productie. Daarmee kantelen we van een beheer- naar ontwikkelgemeente. Die kanteling is niet van de ene op de andere dag geregeld.
Tegelijkertijd is er in de huidige periode een goed fundament gelegd en zijn er, met name in het afgelopen jaar, de nodige resultaten bereikt: • Er is voorkeursrecht gevestigd op het totale gebied van ‘t Oog zodat de gemeente zelf grip heeft op ontwikkeling (september 2025) en er heeft een strategische aankoop plaatsgevonden aan de Stationsstraat (maart 2025) • Er zijn ontwikkelkaders vastgesteld voor ’t Oog (juni 2025) • De Centrumvisie Hardinxveld-Giessendam is vastgesteld (juni 2025) • Er zijn keuzes gemaakt op het gebied van belangrijke sportvoorzieningen: zwembad en sporthal De Wielewaal (juni 2025-januari 2026) • De Omgevingsvisie 2050 is vastgesteld: hierin is de grootschalige gebiedsontwikkeling geborgd (december 2025) • Er is aandacht geweest voor de werking van een gebiedsfonds (september 2025) • De vastgestelde Begroting 2026-2029 laat investeringsbereidheid zien die past bij een ontwikkelgemeente (november 2025) • Het Volkshuisvestingsprogramma Hardinxveld-Giessendam is vastgesteld (januari 2026) • Er is een waardevolle lobby op gang gekomen richting Rijk en provincie (doorlopend) • De ontwikkeling van ’t Oog en Middenwetering, als onderdeel van de regionale spoorzoneontwikkeling, heeft nadrukkelijker een plaats gekregen binnen de samenwerking en lobby van de Smart Delta (doorlopend) Bovenstaande heeft geleid tot een heldere koers.
Nu is het moment om ook gericht te sturen op het behalen van resultaten. Het college heeft daarom op 10 februari besloten om een centrale bestuursopdracht en negen deelopdrachten aan de organisatie te verstrekken. Deze opdrachten hebben als centraal doel te komen tot een programmatische aanpak op gebiedsontwikkeling. Dit sluit nauw aan bij de gewenste doorontwikkeling van de organisatie, zoals ook verwoord is in het organisatieplan dat het college recent definitief heeft vastgesteld. Een van de lijnen uit dit plan is om opdrachtgever- en opdrachtnemerschap beter in te richten. Hierdoor kunnen medewerkers met duidelijke randvoorwaarden en focus toewerken naar de afgesproken resultaten en kunnen opdrachtgevers goed monitoren en waar nodig bijsturen. De tien opdrachten zijn vastgesteld, omdat gesignaleerd is dat voor deze thema’s de randvoorwaarden (nog) niet volledig op orde zijn om tot realisatie over te gaan. Daarnaast leert de ervaring van (bijna) afgeronde projecten dat dit relevante thema’s zijn waar sturing aan de voorkant leidt tot rendement op een later moment. Het gaat daarbij om: 1. Centrale bestuursopdracht: Om te komen tot grip en regie op de grootschalige gebiedsontwikkeling is een overkoepelende bestuursopdracht bij de gemeentesecretaris neergelegd. De gemeentesecretaris is vervolgens opdrachtgever van de volgende negen deelopdrachten. 2.
Toestemming hogere overheden: Grootschalige gebiedsontwikkeling is alleen mogelijk met medewerking van hogere overheden, met name de provincie Zuid-Holland (planologisch) en het Rijk (financieel). 3. Financiering: Om de grootschalige gebiedsontwikkeling mogelijk te maken is grip op de financiering nodig. Dat begint met een goede monitor waarin actuele gegevens verwerkt -2-
worden. Vanuit gegevens kan de vertaling gemaakt worden naar sturingsinstrumenten zoals een gebiedsfonds en vereveningsfonds. Hiermee wordt ook inzichtelijk wat het gemeentelijk financieel aandeel is in de gebiedsontwikkeling. Onderdeel van deze opdracht is verder het ontwikkelen van een strategie op het aankopen van gronden. 4. Mobiliteit: De ruimte op het wegennet is beperkt, en om ruimte te hebben voor gebiedsontwikkeling is een goede ontsluiting nodig. De tunnel voor ’t Oog is hier onderdeel van, maar het vraagstuk is breder dan dat. Het richt zich namelijk ook op het omliggende wegennet en een nadere uitwerking van het STOMP-principe. Daarbij moet duidelijk zijn welk handelingsperspectief wij zelf als gemeente hebben, en waar we de samenwerking met andere overheden en partijen als ProRail en Rijkswaterstaat nodig hebben. 5. Netcongestie en energiesysteem: Het elektriciteitsnet zit in voor een groot deel op slot. Dat maakt grootschalige gebiedsontwikkeling lastig tot in sommige gevallen zelfs onmogelijk op de korte en middellange termijn. Hier zijn oplossingen denkbaar, maar die vragen de verdere uitwerking. 6. Stikstof: Ook stikstof heeft mogelijk impact op de gewenst gebiedsontwikkeling.
Om vertraging op een later moment te voorkomen is het noodzakelijk dat er geduid wordt of er een probleem ontstaat als alle beoogde ontwikkelingen tot uitvoering komen, en zo ja welk handelingsperspectief hierop is. 7. Water en bodem sturend: Water- en bodemsturing vragen aandacht: hoe zorgen we dat gebiedsontwikkeling mogelijk is, rekening houdend met bodemgesteldheid, droogte en ruimte voor water? Hiermee voorkomen we dat problemen afwentelen naar de toekomst. 8. Flora en Fauna: Inmiddels heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam al meerdere malen ervaren dat wetgeving gericht op de bescherming van soorten (flora en fauna) vertragend kan werken. Door hier beter op voor te sorteren kan vertraging voorkomen worden. 9. Brede welvaart: Door een gebied in te richten met brede welvaart als onderlegger kan worden voorkomen dat er na oplevering snel weer aanpassingen nodig zijn. Denk hierbij niet alleen aan een goed voorzieningen niveau, maar ook een inrichting van openbare ruimte die bijdraagt aan sociale cohesie, een gezonde levensstijl en voorziet in behoeften van bijvoorbeeld ouderen. 10. Uitvoeringsorganisatie: Gebiedsontwikkeling vraagt veel inzet. Er zal gestuurd worden op een uitvoeringsorganisatie waarbij die een gezonde samenhang kent tussen lijn-, programmaen projectorganisatie.
Alle opdrachten zijn noodzakelijk, maar niet elke opdracht is in tijd, omvang en moment van afronding gelijk. Ook is het belangrijk om te benadrukken dat we niet wachten tot alle ‘vinkjes op groen staan’. Het belang van deelresultaten is juist nadrukkelijk opgenomen in de diverse opdrachten. De opdrachten moeten er juist voor zorgen dat we stapsgewijs toe werken naar het eindresultaat. Een samenhangend geheel van de deelresultaten verwachten we begin Q2 2026 te vatten in een programmatische aanpak, zodat er een goede vertaling naar de P&C-cyclus gemaakt kan worden. Ook is een belangrijk uitgangspunt dat het behalen van resultaten nadrukkelijk verbonden is aan de regio Smart Delta Drechtsteden. Niet vanuit de gedachte dat ‘de regio’ voor ons resultaten gaat behalen, maar wel vanuit het uitgangspunt dat we zowel bestuurlijk als ambtelijk constructief en actief opereren binnen de regio. Daarmee versterken we de lobbykracht richting hogere overheden én maken we slim gebruik van uitvoeringskracht en kennis binnen de regio. Waar nodig zal het college aanvullende opdrachten verstrekken. Op een aantal onderdelen worden die de komende tijd concreet voorzien: het komen tot uitgangspunten plus ontwerp voor het tunneltracé en een duidelijke onderlegger voor participatie en communicatie.
Voor het college staat voorop dat voor dit laatstgenoemde verbetering ten aanzien van de voorgaande jaren nodig is. Tegelijk past daarbij het besef dat participatie plaatsvindt binnen heldere contouren, zoals wet- en regelgeving en financiële mogelijkheden. Dat zal betekenen dat niet alles dat door de samenleving als wenselijk wordt gezien ook haalbaar is. En er soms ook keuzes moeten worden gemaakt die impact hebben op de samenleving. Maar door dichter bij de samenleving te staan, zal hier meer begrip en draagvlak voor zijn. Vervolg Zoals eerder benoemd is gebiedsontwikkeling een proces van decennia, met tussentijdse resultaten. Het principe van gebiedsontwikkeling zal onderdeel zijn van het inwerkprogramma van de nieuwe raad.
-3-
Het college is daarnaast voornemens om de komende periode (tot aan de zomer 2026) in ieder geval de volgende stappen te zetten en de raad te informeren en/of in positie te brengen voor besluitvorming: Wat? Aanvullende opdrachten door college aan organisatie verstrekken over uitgangspunten en ontwerp tunneltracé + onderlegger participatie en communicatie
Wanneer? Q1 2026
Raad informeren over onderzoek aanvullende maatregelen ongewenst verkeer spoorwegovergang (in samenhang met effecten tunnel en eventuele maatregelen ProRail aan spoor
Q2 2026
Besluit raad over Nota van verkeersmaatregelen Frederikstraat
incl.
Q2 2026
Verder uitwerken programmatische aanpak en vertalen naar Perspectiefnota (en Begroting) 2027-2030
Q2 2026
Raad informeren over uitkomsten mobiliteitsstudie centrum i.r.t. beoogde gebiedsontwikkeling incl. doorkijk op vervolg
Q2 2026
Besluit raad over instellen gebiedsfonds
Q2 2026
Besluit raad over instellen vereveningsfonds
Q2 2026
Voorbereiding en besluitvorming Regionale Investeringsagenda Smart Delta Drechtsteden incl. betrokkenheid raad
Q2 2026
Gebruik maken van onder andere hoorzitting provinciaal omgevingsbeleid in samenwerking met regio en de raad informeren over uitkomsten van definitieve besluitvorming door Provinciale Staten.
Q2 20261
(ruimtelijke)
uitgangspunten
Verder gaat de inzet op een aantal uitvoeringsprojecten onverminderd door, zoals de levering van kavels op Bedrijventerrein ’t Oog en de realisatie van ’t Oog fase I woningen. Tot slot: Het college realiseert zich dat met deze raadsinformatienota juist de complexiteit van gebiedsontwikkeling wordt geschetst, en de focus meer ligt op proces dan op resultaat. Terwijl het de resultaten zijn die tellen. Namelijk: die woningen waar zo dingend behoefte aan is. Dat voelt het college ook. Maar het college is ervan overtuigd door nu programmatisch (en daarmee organisatorisch) een goed fundament te leggen we echt in staat zijn die resultaten ook te behalen. Daarmee bouwen we aan een dorp dat een fijne en veilige plek is om te wonen, te werken en op te groeien
Het uitgangspunt van de provincie Zuid-Holland is dat definitieve besluitvorming over het omgevingsbeleid voor de zomer van 2026 plaatsvindt. Vanwege de vele zienswijzen is het niet met zekerheid te zeggen of deze termijn gehaald wordt. Hier hebben wij als gemeente vanzelfsprekend geen invloed op. 1
-4-