CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Onderzoek aspect Externe veiligheid - december 2020 (incl. bijlagen).pdf

Gemeenteraad GHG 22 september 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 6: Vaststellen bestemmingsplan 't Oog Wonen, fase 1 - Raadsvoorstel10.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan “Woongebied ’t Oog” Hardinxveld-Giessendam

21 december 2020

Projectgegevens Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan “Woongebied ’t Oog” Hardinxveld-Giessendam

Opdrachtgever:

Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Werknummer:

617.130.10

Datum

21 december 2020

Adviseur

KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: R. Wegener Behandeld door: N. Verburg Telefoonnummer: 010 - 433 00 99

Filej:\617\130\10\3 projectresultaat\milieu\ev\rapport\ro-bp-617.130.10-externe veiligheid - december 2020.docx

Inhoudsopgave

blz.

1

Inleiding ............................................................................................................................ 1

2

Wettelijk kader.................................................................................................................. 2

3

Populatiebestanden ......................................................................................................... 4 3.1 Huidige situatie .......................................................................................................... 4 3.2 Plansituatie ................................................................................................................ 5

4

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgastransportleiding ................................... 7 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5

Berekeningsmethode ................................................................................................. 7 Invoergegevens ......................................................................................................... 8 Belemmeringenstrook ................................................................................................ 9 Plaatsgebonden risico ................................................................................................ 9 Groepsrisico ............................................................................................................ 10

Kwantitatieve risicoanalyse transport gevaarlijke stoffen weg ................................... 12 5.1 Risicobronnen .......................................................................................................... 12 5.2 Plaatsgebonden risico en PAG zone Betuweroute.................................................... 13 5.3 Groepsrisico Betuweroute ........................................................................................ 14

6

Verantwoordingsplicht................................................................................................... 17 6.1 Mogelijkheden tot zelfredzaamheid .......................................................................... 17 6.2 Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen ..................................... 19 6.3 Ruimtelijke mogelijkheden ....................................................................................... 21

Bijlage 1: Advies Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

1

Inleiding Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een woongebied met maximaal 170 woningen mogelijk in een gebied in de gemeente Hardinxveld-Giessendam dat momenteel een agrarische bestemming heeft. Daarnaast krijgen maatschappelijke / recreatieve voorzieningen mogelijk een plek in het gebied. De ligging van het plangebied is weergegeven op onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1.1 : Ligging plangebied

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt, zoals woningen. In de omgeving van de locatie zijn verschillende risicobronnen aanwezig. Het betreft de risicobronnen: - Aardgasleiding W-528-01; - Betuweroute - Rijksweg A15

Leeswijzer Dit onderzoeksrapport bestaat uit zeven hoofdstukken, waarvan hoofdstuk 1 deze inleiding is. In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader beschreven. Hoofdstuk 3 bevat een uitleg over de populatiegegevens. De berekeningsresultaten van het groepsrisico voor de aardgastransportleiding zijn in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 wordt het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor beschreven. Het rapport wordt afgesloten met de verantwoording beschreven aan de hand van de aspecten “zelfredzaamheid” en “bestrijdbaarheid” in hoofdstuk 6.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

1

2

Wettelijk kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan.

Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk en stof. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

2

Net als bij het Bevi worden de risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) hanteert een vaste afstand van 200 meter, gemeten vanaf de buitenrand van de transportroute, voor het verantwoordingsgebied. Binnen dit gebied dient de hoogte van het GR inzichtelijk te worden gemaakt. Het invloedsgebied is afhankelijk van de afstand van de 1% letaliteitsgrens van de verschillende stoffen over de transportroute. Voor de meest bepalende stofcategorie GF3 (zoals LPG) is dat 355 meter, gemeten vanaf de as van de transportroute. Binnen het invloedsgebied dient een motivering te worden opgesteld over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als in het Bevb, onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c.

de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. d. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor een deel van de transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. Voor transportroutes over de weg bedraagt het PAG 30 meter, gemeten vanuit de rand van de transportroute.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

3

3

Populatiebestanden

3.1

Huidige situatie Om de groepsrisicoberekeningen uit te voeren is een populatiebestand aangemaakt. Dit is voor zowel de aardgastransportleiding als het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor gedaan met behulp van de populatieservice. De populatieservice (ps) is een service van de overheid (IPO), bedoeld voor het verstrekken van populatiegegevens ten behoeve van het uitvoeren van risicoberekeningen in het kader van de wettelijke taakuitvoering Externe Veiligheid door het bevoegd gezag (gemeenten, provincies en rijk). De populatieservice levert populatiebestanden voor groepsrisicoberekeningen voor onder andere de rekenpakketten RBMII en CAROLA. Het doel van de populatieservice is het beschikbaar stellen van informatie over personendichtheden geschikt voor de bepaling/berekening van het groepsrisico van een inrichting, transportroute of buisleiding vallend onder Bevi, Bevt of Bevb. De geleverde populatie door de populatieservice betreft een vertaling van de actueel gebouwde omgeving (plus eventuele bouwplannen). De populatieservice voorziet niet in het leveren van bestemmingsplancapaciteit. In gevallen waarbij de gehele capaciteit van het bestemmingsplan reeds is gerealiseerd, dan kan de populatieservice worden gebruikt voor een indicatie hiervan. De populatieservice is gebaseerd op de ‘Basisadministratie Adressen en Gebouwen’ (BAG).

De BAG bevat veel maar niet alle benodigde gegevens. Met name niet-gebouwgebonden activiteiten zoals recreatie, sportvelden e.d. ontbreken nog. Het populatiebestand is daarom handmatig gecontroleerd en aangevuld. Stations en woon/bedrijfsbebouwing die in de vigerende bestemmingsplannen is opgenomen, maar nog niet is gerealiseerd zijn toegevoegd. Een overzicht van de opgenomen populatie in de rekenmodellen is te vinden in onderstaande tabellen. Bestaande bebouwing invloedsgebied aardgastransportleiding Bouw-

Naam

vlak

Kengetal

Een-

Buitenfracti

dag/nacht

heid

e dag/nacht

Bron

B01

Station Hardinxveld Blauwe Zoom (klein)

25

8

aantal

0.5

0.5

PSG

B02

Station Hardinxveld-Giessendam (klein)

25

8

aantal

0.5

0.5

PSG

B03

Woongebied Blauwe Zoom

40

80

1/ha

0.07

0.01

PSG

n.v.t.

Bijeenkomst- /sport gebouwen

188

151

aantal

0.07

0.01

PS

n.v.t.

Industrie

38

12

aantal

0.07

0.01

PS

n.v.t.

Kantoren, klinieken,

556

0

aantal

0.07

0.01

PS

847

1693

aantal

0.07

0.01

PS

onderwijsinstellingen, winkels n.v.t.

Woningen, recreatiewoningen

Tabel 3.1: Populatie huidige situatie invloedsgebied aardgastransportleiding.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

4

Bestaande bebouwing invloedsgebied Betuweroute Bouwvlak

Naam

B01

Station Hardinxveld Blauwe Zoom

Kengetal

Een-

Buitenfracti

Bron

dag/nacht

heid

e dag/nacht

25

8

aantal

0.5

0.5

PSG

25

8

aantal

0.5

0.5

PSG

(klein) B02

Station

Hardinxveld-Giessendam

(klein) B03

Woongebied Blauwe Zoom

40

80

1/ha

0.07

0.01

PSG

B04 - B07

Bedrijventerrein

40

8

1/ha

0.07

0.01

PSG

n.v.t.

Bijeenkomst- /sport gebouwen

702

562

aantal

0.07

0.01

PS

n.v.t.

Industrie

983

295

aantal

0.07

0.01

PS

n.v.t.

Kantoren, klinieken,

5711

0

aantal

0.07

0.01

PS

4317

8634

aantal

0.07

0.01

PS

onderwijsinstellingen, winkels n.v.t.

Woningen, recreatiewoningen

Tabel 3.2: Populatie huidige situatie invloedsgebied Betuweroute.

3.2

Plansituatie In de plansituatie is aan de populatiebestanden van de huidige situatie de populatie uit het plan toegevoegd. In het plan worden 170 woningen en 2500 m2 maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. Aangezien de exacte verkaveling nog niet bekend is, zijn deze 170 woningen over de woonbestemming verdeeld in drie verschillende dichtheden zoals beschreven in het bestemmingsplan. Deelgebied

Oppervlakte

Woningdichtheid

Oppervlakte *

Uitgangspunt

[ha]

per hectare

woningdichtheid per

aantal

hectare

woningen QRA

Woningdichtheid 1 (noord)

6,1

5

30,5

23

Woningdichtheid 2 (midden)

7,6

10 tot 20

113,4

86

Woningdichtheid 3 (zuid)

2,3

35

Totaal

80,6

61

224,5

170

Tabel 3.3: Verdeling woningen over plangebied.

De wens is om de maatschappelijke voorziening in het noordelijke deel van het plangebied te positioneren, maar de exacte locatie is niet bekend (december 2020). Omdat de mogelijkheid bestaat dat de maatschappelijke voorziening gebruikt gaat worden voor personen met een beperkte zelfredzaamheid is het aan te bevelen om de maatschappelijke voorziening buiten de 100% letaliteitsafstand van de spoorlijn te positioneren. In de QRA is de maatschappelijke voorziening daarom op 140 meter1 van de spoorlijn ingevoerd. Om de aanwezigheid te berekenen wordt uitgegaan van 2,4 personen in de nachtperiode (18.30 - 8.00 uur) en 1,2 personen in de dagperiode (8.00 - 18.30 uur) per woning.2 Een maatschappelijke voorziening van 2500 m2 komt ongeveer overeen met een middelgrote voortgezetonderwijsinstelling, een grote basisschool of een klein bejaardentehuis/verpleegtehuis. 1

100% letaliteitsafstand maatgevend scenario warme BLEVE LPG spoorlijn Bron: Scenarioboek Externe Veiligheid (scenarioboekEV.nl) 2 Handleiding Populatieservice 1.0 Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

5

Volgens het rapport ‘PGS 1, Deel 6: Aanwezigheidsgegevens’ kan hierbij uitgegaan worden van maximaal 500 aanwezigen in de dagperiode en 200 in de nachtperiode. De toegevoegde populatiegegevens zijn weergegeven in tabel 3.4. Bouw-

Programma

vlak

Kengetal

Buitenfractie

dag/nacht

dag/nacht

1

Woningen (Noord)

27,7

55,4

2

Woningen (Midden)

103,0

206,0

3

Woningen (Zuid)

73,2

146,5

4

Maatschappelijke voorziening

500

200

703,9

608

Totaal

0.07

0.01

0.30

0.10

Tabel 3.4: Toegevoegde populatie plansituatie.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

6

4

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgastransportleiding In de omgeving van het plangebied bevindt zich de hogedruk aardgastransportleiding W-528-01. De ligging van deze leiding ten opzichte van het plangebied is op afbeelding 4.1 weergegeven.

Afbeelding 4.1 : Ligging hogedruk aardgasleiding (rode stippellijn) en ligging plangebied (blauwe lijn).

Gelet op de werkdruk en uitwendige diameter zoals vermeld in tabel 4.1 (paragraaf 4.2) heeft de leiding een invloedsgebied van 140 meter. Op basis van artikel 12 van het Bevb is een verantwoording noodzakelijk wanneer een ruimtelijk besluit met (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedsgebied van een aardgastransportleiding is gelegen. Onderdeel van deze verantwoording is het in kaart brengen van de waarde van het groepsrisico. In deze kwantitatieve risicoanalyse is deze waarde van het groepsrisico berekend. Om te bepalen of de berekende risico’s acceptabel zijn wordt getoetst aan de normen zoals die worden vastgelegd in het Bevb. 4.1

Berekeningsmethode De risicostudie in dit rapport is uitgevoerd conform de door de overheid gestelde richtlijnen voor het uitvoeren van risicoanalyses aan ondergrondse gelegen hogedruk aardgastransportleidingen. De analyse is uitgevoerd met het pakket Computer Applicatie voor Risicoberekeningen voor Ondergrondse Leidingen met Aardgas (CAROLA). CAROLA is een softwarepakket dat in

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

7

opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 21-12-2020. 4.2

Invoergegevens In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn diverse aardgastransportleidingen door de Gasunie aangeleverd. Aangezien voor dit onderzoek alleen de gasleiding W-532-01 van belang is, zijn in de volgende tabel alleen de aangeleverde eigenschappen van deze leiding weergegeven. Eigenaar

Leidingnaam

N.V. Nederlandse Gasunie

W-528-01

Uitwendige

Druk

Datum aanleveren gegevens

40 bar

11-11-2020

diameter 323.8 mm

Tabel 4.1: Eigenschappen gasleiding.

Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risicomitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen. Meteorologische gegevens Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Gilze-Rijen, Rotterdam. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. Invloedsgebied Het totale invloedsgebied wordt bepaald door de druk en diameter van de leiding W-528-01 en is weergegeven in afbeelding 4.2. Voor dit gebied zijn de datagegevens bij de leidingexploitant, in casu de Gasunie, opgevraagd. De ligging van de gasleiding is tevens gevisualiseerd op deze afbeelding.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

8

Afbeelding 4.2: Ligging leidingen en invloedsgebied voor de uitgevoerde risicoberekening.

4.3

Belemmeringenstrook Voor leidingen van 40 bar geldt dat er aan weerszijde van de gasleidingen een belemmeringenstrook is van 4 meter. Deze zone valt niet binnen het plangebied.

4.4

Plaatsgebonden risico Voor de gasleiding is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor de leiding wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. Daarop is de groene contour de PR 10-6, de blauwe contour de PR 10-7 en de paarse de PR 10-8. Op de volgende afbeelding zijn de contouren van het plaatsgebonden risico langs de gasleiding W-528-01 weergegeven. Langs de gasleiding is ter hoogte van het invloedsgebied geen PR 10-6 contour aanwezig.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

9

Afbeelding 4.3: Plaatsgebonden risico voor gasleiding W-521-01

4.5

Groepsrisico Het groepsrisico is voor de aardgastransportleiding berekend en geïllustreerd met een groepsrisicocurve. De groepsrisicocurve geeft een overzicht van de effecten (aantal doden: N) en cumulatieve kansen (frequenties: F) van alle ongevalsscenario’s die veroorzaakt kunnen worden door de gasleiding. De groepsrisicocurve wordt meestal aangeduid als FN-curve. Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden.

Berekeningsresultaten hogedruk aardgastransportleiding W-528-01 Uit de berekeningen blijkt dat voor zowel de huidige als de plansituatie de maximale verschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 32 slachtoffers. In de huidige situatie is de frequentie van 3,24*10-7 en in de plansituatie 3,24*10-7. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is in zowel de huidige als de plansituatie gelijk aan 0,033.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

10

Uit afbeelding 4.4 kan worden opgemaakt dat er meerdere leidingkilometers zijn die resulteren in een gelijke maximale overschrijdingsfactor. Er is dus een zone van leidingkilometers met een gelijke overschrijdingsfactor. Rekenpakket CAROLA neemt van deze zone de eerste kilometer die gekarakteriseerd wordt door stationing 1840.00 en stationing 2840.00, als maatgevend maar eigenlijk is er een zone van maatgevende kilometers. In afbeelding 4.4 is deze eerste maatgevende kilometer in de huidige en plansituatie weergegeven.

Afbeelding 4.4: Kilometer met hoogste groepsrisico (groen) in de huidige en plansituatie.

In de volgende afbeelding is de bijbehorende FN-curve weergegeven.

Afbeelding 4.5: FN-curve (blauwe lijn) van de maatgevende kilometer voor de huidige en plansituatie afgezet tegen de oriëntatiewaarde (rode lijn).

De waarde van het groepsrisico bedraagt 0,033. Daarmee is in de huidige en plansituatie geen sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

11

5

Kwantitatieve risicoanalyse transport gevaarlijke stoffen weg

5.1

Risicobronnen In de omgeving van het plangebied bevinden zich twee transportroutes voor gevaarlijke stoffen. De Betuweroute grenst aan de noordwestzijde van het plangebied en de Rijksweg A15 bevindt zich op circa 900 meter ten zuiden van het plangebied. Op afbeelding 5.1 is de ligging van deze transportroutes ten opzichte van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 5.1 : Ligging transportroutes gevaarlijke stoffen t.o.v. plangebied.

In tabel 5.1 is een overzicht gegeven van de gevaarlijke stoffen die over deze routes vervoerd worden. Deze cijfers van de Betuweroute en van GF3 voor de A15 zijn afkomstig uit Regeling Basisnet. De overige cijfers voor de A15 zijn afkomstig uit de Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Gevaarlijke stoffen Rijksweg A15 aantal invloedsgebied stofcategorie transporten 28.104 45 LF1 50.618 45 LF2 2.478 730 LT1 2.384 880 LT2 >4.000 LT3 0 GF1 40 192 280 GF2 192 355 GF3 max 13.059 995 GT3 245 >4.000 GT4/GT5 0

Gevaarlijke stoffen Betuweroute invloedsgebied stofcategorie aantal transporten C3 D3

111.880 6.380

35 375

D4

3.920

>4.000

A B2 B3

50.920 6.240 730

460 995 >4.000

Tabel 5.1: Transporthoeveelheden en invloedsgebieden gevaarlijke stoffen Rijksweg A15 en Betuweroute

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

12

Het plangebied bevindt zich ruim buiten de 200 meter basisnetafstand van de Rijksweg A15, waardoor er geen berekening van het groepsrisico benodigd is. Wel bevindt het plangebied zich binnen de invloedsgebieden van de gevaarlijke stoffen LT1 en LT2 van deze route waardoor een beschrijving gegeven dient te worden van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. De Betuweroute bevindt zich op circa 18 meter van het plangebied. Hierdoor is een verantwoording van het groepsrisico vereist inclusief een beschrijving van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. 5.2

Plaatsgebonden risico en PAG zone Betuweroute De Betuweroute heeft een PR 10-6 contour van 30 meter. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Langs spoorlijnen waarover zeer brandbare vloeistoffen vervoerd (kunnen) worden geld een vast “plasbrandaandachtsgebied (PAG) van eveneens 30 meter aan weerszijden van de spoorbaan. Het PAG omvat ook het gebied boven het spoor. Voor zover binnen de PR 10-6 contour en het PAG gebouwd mag worden, moeten op grond van het Bouwbesluit 2012 aanvullende bouwtechnische maatregelen worden getroffen die vooral gericht zijn op vergroting van de zelfredzaamheid. Op afbeelding 5.2 is te zien dat de PR 10-6 contour en de PAG zone deels binnen het plangebied zijn gelegen.

Afbeelding 5.2 : Grens PR 10-6 contour (groene lijn, 30 m vanaf as spoor), PAG (roze lijn, 30 m vanaf rand spoor) en basisnetafstand (blauwe lijn, 200 m vanaf rand spoor) t.o.v. plangebied.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

13

5.3

Groepsrisico Betuweroute Het groepsrisico is berekend in de huidige situatie en in de plansituatie. Berekeningsmethode Het groepsrisico is berekend met het softwarepakket RBMII. RBMII is het voorgeschreven rekenpakket voor het berekenen van de omgevingsveiligheidsrisico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Met RBM II kan worden bepaald of voldaan wordt aan de risiconormen zoals die zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met RBMII versie 2.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 17-12-2020. Trajectgegevens Het onderzoeksgebied bestaat uit het spoortraject gelegen langs het plangebied en een toevoeging van 1.000 meter in beide richtingen. De totale lengte van het onderzochte traject bedraagt circa 2.300 meter. Invoergegevens De baanvaksnelheid is hoger dan 40 km/uur, waardoor het traject geclassificeerd kan worden als hoge snelheidstraject. 33% van het transport van gevaarlijke stoffen vindt overdag plaats, de overige 67% vind ’s nachts plaats. 71,4% van het transport van gevaarlijke stoffen vindt gedurende de werkweek plaats en de rest in het weekend (standaardinstelling). Op het traject is een wissel aanwezig, waardoor een wisseltoeslag is toegepast.

Ook gelden er op dit traject extra veiligheidsmaatregelen, waardoor een risicoreductie van 46% toegepast moet worden. De breedte van de spoorbundel is een categoriebreedte. De werkelijke spoorbreedte ligt binnen de categoriegrenzen. De rekenbreedte is 9 meter voor de categorie 0–24. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Rotterdam. Berekeningsresultaten Betuweroute RBMII berekent het groepsrisico voor het totale ingevoerde traject en voor het kilometer deeltraject waar het groepsrisico het hoogst is. Het groepsrisico blijft zowel in de huidige als plansituatie onder de oriëntatiewaarde. Te zien is dat het GR in de plansituatie wel behoorlijk toeneemt. In onderstaande tabel wordt de FN-curve verder toegelicht voor het groepsrisico over de totale route. In afbeelding 5.3 is het resultaat van de groepsrisicoberekening in de huidige situatie en in de plansituatie weergegeven.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

14

Afbeelding 5.3 FN-curve groepsrisico huidige situatie en plansituatie Betuweroute

Huidige situatie

Plansituatie

Eigenschap

Waarde

Behorend bij

Waarde

Behorend bij

Normwaarde (N:F)

0,00090

160 slachtoffers (N) met

0,00268

179 slachtoffers (N) met

een kans (F) van 3,5*10-8 Maximaal aantal

een kans (F) van 8,4*10-8

308

1,2*10-9 per jaar

530

4,4*10-9 per jaar

1,5*10-6

11 slachtoffers

2,2*10-6

11 slachtoffers

slachtoffers (N) Maximale kans (F)

per jaar

per jaar

Tabel 5.2: Eigenschappen FN curve huidige en plansituatie Betuweroute

In afbeelding 5.4 (huidige situatie) en afbeelding 5.5 (plansituatie) is met fel geel weergegeven op welk punt op het traject het groepsrisico het hoogst is. Met cyaan is de maatgevende kilometer aangegeven. Te zien is dat de maatgevende kilometer zich in de huidige situatie niet ter hoogte van het plangebied bevindt. In de plansituatie verschuift de maatgevende kilometer naar het plangebied. Het groepsrisico in de plansituatie wordt voor het overgrote deel bepaald door de locatie van de maatschappelijke voorziening. De woningen hebben een lage personendichtheid in het noordelijke deelgebied.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

15

Afbeelding 5.4 Geografische weergave punten met hoogste groepsrisico voor de huidige situatie

Afbeelding 5.5 Geografische weergave punten met hoogste groepsrisico voor de plansituatie

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

16

6

Verantwoordingsplicht

6.1

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Het is nog niet bekend of er gebouwen gerealiseerd die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals kinderen van 0 tot 4 jaar, ouderen, gehandicapten of gevangenen. Aangezien er een maatschappelijke voorziening gerealiseerd gaat worden, bestaat de kans dat deze deels specifiek bedoeld wordt voor personen met een beperkte zelfredzaamheid. Maatgevende scenario fakkelbrandincident aardgastransportleiding Het maatgevende scenario voor een aardgastransportleiding is een fakkelbrandincident. Tijdens (graaf)werkzaamheden kan een breuk in de hogedruk aardgastransportleiding wordt veroorzaakt. Het aardgas stroomt vervolgens onder een hoge druk uit en ontsteekt waardoor een fakkelbrand ontstaat. Bij een directe ontsteking kan dit al gebeuren binnen 20 seconden na de breuk. De hittestraling van een fakkelbrand kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.

Afhankelijk van de locatie van de breuk, het type leiding en de aanwezigheid van andere leidingen in de omgeving, kan de brand enkele uren duren. Aan weerszijden van de leiding bevindt zich een ‘house burning distance’ van 64 meter. Binnen de ‘house burning distance’ zal een huis in brand raken. Het gebied in de buurt van aardgastransportleidingen is verder verdeeld in meerdere zones. De eerste ring voor de leiding die in dit onderzoek is betrokken, is van 0 tot 70 meter. Binnen deze zone overlijdt bij een incident circa 99% van de aanwezigen en gaan alle brandbare materialen branden. De tweede ring bevindt zich op 70 tot 140 meter afstand van de leiding. Aanwezigen in dit gebied hebben kans om te overlijden of slachtoffer te worden. De derde ring ligt op 140 tot 210 meter vanaf de leiding. In deze ring komen geen mensen te overlijden, maar kunnen er wel slachtoffers vallen. Op afbeelding 6.1 is te zien dat een zeer klein deel van het plangebied zich binnen de eerste ring bevindt. De gedeeltes die zich binnen de tweede en derde ring bevinden zijn eveneens relatief klein. Het grootste gedeelte van het plangebied bevindt zich buiten de zones.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

17

Afbeelding 6.1: Ligging aardgastransportleiding en effectafstanden ten opzichte van het plangebied (paars = eerste ring, rood = tweede ring, oranje = derde ring).

Ontvluchting in het geval van een fakkelbrandincident is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. Aanwezigen binnen de eerste ring hebben echter nauwelijks mogelijkheden tot zelfredzaamheid, vanwege de grote vluchtafstanden en de hittestraling. Op grotere afstand van de leiding kan (afgeschermd van hittestraling) wel gevlucht worden. Aangeraden wordt om binnen de ring tot 70 meter van de leiding geen woningen of instellingen te realiseren die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, omdat deze personen niet zelfstandig kunnen vluchten. De maatschappelijke voorziening die in het plangebied gerealiseerd gaat worden, komt buiten deze zone. In de tweede ring (70 – 140 meter afstand van de leiding) kunnen extra bouwkundige maatregelen worden toegepast om de aanwezigen die zich in de gebouwen bevinden tijdens een incident beter te beschermen. Een voorbeeld van een maatregel bestaat uit het toepassen van vast glas. Dergelijke extra maatregelen t.o.v. het bouwbesluit worden echter niet geëist. In de eerste zone (<70 meter afstand van de leiding) hebben bouwkundige maatregelen geen effect. Maatgevende scenario BLEVE Het maatgevende scenario voor een spoorlijn is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion).

Binnen een straal van 140 meter van het incident zijn aanwezigen onvoldoende beschermd tegen de gevolgen van een BLEVE. In de zone tot 460 meter is schuilen in een gebouw de beste manier om het incident te overleven. Na afloop dient het gebied ontvlucht te worden om effecten door secundaire branden te vermijden.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

18

Maatgevende scenario plasbrand Door een incident op het spoor met een spoorketelwagon benzine kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de benzine in korte tijd uitstroomt. De brandbare vloeistof vormt een plas en kan direct een korte, hevige brand veroorzaken en tevens secundaire branden in de omgeving. Aanwezigen binnen de vloeistofplas (14 meter) hebben geen mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Aanwezigen binnen 40 meter hebben nauwelijks mogelijkheden tot zelfredzaamheid vanwege de grote hittestraling. Buiten 40 meter kan geschuild of gevlucht worden. Maatgevende scenario toxische gassen Door een incident op het spoor met een spoorketelwagon kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de toxische vloeistof in korte tijd uitstroomt. De toxische stof verdampt deels direct en wordt gedurende korte tijd meegevoerd door de wind. De resterende vloeistof vormt een plas. Het gevaar kan door de aanwezigen in het benedenwindse effectgebied opgemerkt worden door de herkenbare geur van ammoniak. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario. Vluchtmogelijkheden De aardgastransportleiding W-528-01 loopt aan de zuidkant langs het plangebied in oostwestelijke richting. De Betuweroute loopt aan de noordkant langs het plangebied.

Aangeraden wordt om ervoor te zorgen dat de te realiseren gebouwen aan meerdere zijdes entrees hebben, zodat er meerdere mogelijkheden zijn om de panden te ontvluchten tijdens een incident. Hierbij is in het geval van de gasleiding vooral een entree aan de noordzijde (of oost- en westzijde) van belang en in het geval van de spoorlijn een entree aan de zuidzijde (of oost- en westzijde). In het stedenbouwkundig ontwerp zijn veel doodlopende straten ontworpen, wat het aantal vluchtmogelijkheden binnen het plangebied beperkt. In het noorden van het plangebied zijn deze straten noord-zuid georiënteerd, waardoor het wel mogelijk wordt gemaakt om van de risicobron (spoorlijn) af te vluchten. In het midden van het plangebied bevinden veel doodlopende straten zich in oost-westelijke richting. De doodlopende straten krijgen aan het einde een voetverbinding, zodat de aanwezigen meerdere mogelijkheden hebben om in het geval van een incident het plangebied te ontvluchten. Vanuit het plangebied kan men via twee wegen op de westelijk van het plangebied gelegen Polderweg uitkomen en via één route naar de zuidelijk van het plangebied gelegen Spoorweg het plangebied verlaten. Vanaf deze wegen kan vervolgens verder gevlucht worden.

Indien in de toekomst mogelijk sprake is van de ontwikkeling van de ruimte tussen de wijk en de bestaande wijk ‘Over het Spoor’, zullen ook meerdere verbindingen richting het oosten kunnen worden gecreëerd. 6.2

Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen Algemeen De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) heeft op 25 juni 2020 advies uitgebracht. Dit advies is opgenomen in bijlage 1. Ook zijn de adviezen verwerkt in dit hoofdstuk.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

19

De VRZHZ adviseert om in het kader van de zelfredzaamheid bij genoemde scenario’s het aanbeveling verdient bij het (her)ontwikkelen van gebouwen in het plangebied de volgende maatregelen te creëren: • Gebouwen zodanig inrichten dat de vluchtwegen van de risicobronnen aflopen; • Het toepassen van zo min mogelijk glas aan de risicozijde; • De gebouwen dusdanig ontwerpen zodat niet-verblijf ruimten als bergingen, keukens, wc’s en trappenhuizen aan de gevaarszijde zijn geplaatst; • Gebouwen loodrecht projecteren ten opzichte van de risicobronnen. Eveneens stelt zij dat parallel aan de aandachtsgebieden voor mensen in gebouwen, binnen attentiegebieden bij een incident met gevaarlijke stoffen sprake kan zijn van levensbedreigende gevolgen voor mensen op buitenlocaties. Buiten aandachtgebieden en attentiegebieden zijn mensen (resp. binnen en buiten) ook bij een groot ongeval met gevaarlijke stoffen veilig. Binnen aandachtsgebieden en attentiegebieden kunnen maatregelen overwogen worden om de veiligheid van mensen te vergroten. In het theoretische geval dat een attentiegebied kleiner is dan een aandachtsgebied gelden de afstanden van het aandachtsgebied.

Om inzichtelijk te maken in welk gebied zich bij een groot incident (brand, explosie, gifwolk) levensbedreigende gevolgen voor mensen op buitenlocaties, die niet beschermd worden door een gebouw, kunnen voordoen kunnen attentiegebieden worden opgenomen in de omgevingsvisie, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Attentiegebieden zijn gedefinieerd als die gebieden waar mensen op buitenlocaties, zonder aanvullende maatregelen, mogelijk effecten kunnen ondervinden van incidenten die in de omgeving kunnen optreden. Het is mogelijk dat er binnen attentiegebieden deelgebieden bestaan die wel voldoende bescherming voor mensen op buitenlocaties bieden, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bebouwing of begroeiing. Aan de hand van het Stappenplan veiligheid mensen op buitenlocaties kan bepaald worden of het nemen maatregelen noodzakelijk is en welke maatregelen kunnen worden genomen. De veiligheidsregio kan als een verdere uitwerking van het plangebied bekend is hierbij assisteren. De volgende beschermende maatregelen dienen volgens de VRZHZ in de zone vanaf de hogedruk aardgasleiding tot aan de house burning distance genomen te worden: i. bescherming buitenverblijven en –activiteiten ii. omgevingsmaatregelen voor vluchten en schuilen iii. beperken personendichtheid iv. zeer kwetsbare gebouwen ongewenst. v.

aanvullende bouwkundige maatregelen tegen brand voor alle gebouwen (voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties alleen wanneer PR > 10-7) In het gebied buiten de ‘house burning distance’ en binnen het aandachtgebied zijn alleen de eerste drie maatregelen noodzakelijk. Bij het stedenbouwkundig ontwerp en de indeling van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met de bereikbaarheid en keermogelijkheden van hulpverleningsdiensten en opstelplaatsen in relatie tot ingangen van gebouwen. Het is van belang dat bij de verdere inrichting van de openbare ruimte een mogelijkheid wordt gecreëerd voor de brandweer om alle gebouwen aan alle zijdes te kunnen bereiken. De aanwezigheid van effectieve grootschalige bluswatervoorziening is tevens een belangrijk aandachtspunt. Brandkranen dienen nabij de entrees van het gebouw en de opstelplaatsen gerealiseerd te worden. De veiligheidsregio wil

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

20

betrokken zijn bij het inrichtingsplan om de bereikbaarheid van de objecten en de aanwezigheid van de bluswatervoorziening te borgen. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid de richtlijnen zoals beschreven in de “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019” (Brandweer Nederland, 2020). Het plangebied is conform regionaal dekkingsplan binnen de zorgnorm bereikbaar. Ook is risicocommunicatie naar de toekomstige bewoners, gebruikers en andere betrokkenen zeer belangrijk. Bij aankoop van een woning of het sluiten van een huurcontract kunnen bewoners op de externe veiligheidsrisico’s gewezen worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. Het is wellicht wenselijk om een kettingbepaling af te dwingen, zodat toekomstige gebruikers ook van de situatie op de hoogte zijn. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor risicocommunicatie. Aardgastransportleiding Er zijn voor de brandweer bij een incident met een aardgastransportleiding geen mogelijkheden tot effectieve bronbestrijding. De beheerder van de buisleiding dient bij een incident de toevoer af te sluiten. In de hierboven beschreven eerste ring zijn geen mogelijkheden tot effectieve inzet van de brandweer.

In de tweede ring is de inzet gericht op het redden van aanwezigen en in de derde ring is de inzet gericht op het voorkomen van uitbreiding. Het treffen van fysieke maatregelen aan de bron of overdrachtsmaatregelen ter beperking van het GR ten gevolge van de aardgasleiding is vanwege maatschappelijke en economische motieven niet reëel en dit ligt buiten het bereik van de initiatiefnemer. Om de kans op een leidingbreuk te verkleinen, geldt dat in overleg met de leidingbeheerder Gasunie maatregelen getroffen dienen te worden om de ongestoorde ligging van de transportleiding te garanderen. Dit geldt in het bijzonder voor de bouwfase. Factoren die kans op een breuk in een hogedruk aardgastransportleiding kunnen verkleinen zijn te vinden in het vergroten van de diepteligging, bescherming van de leiding en beschermende maatregelen in de buurt van de leiding. Betuweroute Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist veel bluswater bedoeld voor het koelen van de LPG-tank, goede bereikbaarheid en geschikte opstelplaats voor voertuigen. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). 6.3

Ruimtelijke mogelijkheden Aangezien de kans op overlijden aanzienlijk groter als men zich dichterbij een risicobron bevindt, wordt in elk geval aanbevolen om op stedenbouwkundig niveau rekening te houden met de risicobronnen. In het plangebied is dit relatief lastig, gezien het feit dat de aardgastransportleiding ten zuiden van het plangebied ligt en de Betuweroute ten noorden. Vanuit de aardgastransportleiding wordt aanbevolen om rekening te houden met de hierboven beschreven verschillende zones en, indien mogelijk, meer aanwezigen te plaatsen op een grotere Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

21

afstand van de aardgastransportleiding, bij voorkeur in de tweede of derde ring. De personendichtheid binnen de ‘house burning distance’ dient te worden beperkt om zoveel mogelijk slachtoffers te voorkomen. Tevens wordt het afgeraden om gebouwen voor zeer kwetsbare personen te realiseren binnen de eerste ring. Vanuit de Betuweroute wordt tevens aanbevolen om meer aanwezigen te plaatsen op een grotere afstand van de spoorlijn. De maatschappelijke voorziening wordt buiten de 100% letaliteitsgrens van de Betuweroute gerealiseerd, omdat het ongewenst is gebouwen voor zeer kwetsbare personen te realiseren binnen deze zone. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zou het dus het beste zijn om de grootste personendichtheid te creëren in het midden van het plangebied en de noord- en zuidrand in te richten op een manier dat er een lager personendichtheid gecreëerd wordt. Bij de uiteindelijke planvorming / vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

Onderzoek aspect externe veiligheid Bestemmingsplan Woongebied ‘t Oog, Hardinxveld-Giessendam 617.130.10 / 21 december 2020

22

Bijlagen >>>

Bijlage 1 Advies Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Veiligheidsregio ZHZ Postbus 350 3300 AJ Dordrecht

Romboutslaan 105 3312 KP Dordrecht T 088 6365000

Geachte heer Nieuwland,

E mail@vrzhz.nl I www.zhzveilig.nl

Naar aanleiding van uw adviesaanvraag d.d. 13 mei 2020, treft u hierbij het advies aan van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) met betrekking

Datum 10 september 2020

tot voorontwerp bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Hardinxveld-

Uw kenmerk

Giessendam .

Kennisgeving voorontwerp bestemmingsplan

De afdeling Risicobeheersing van de VRZHZ brengt in het kader van externe veiligheid advies uit over de verantwoording van het groepsrisico en de mogelijkheden voor hulpverlening en zelfredzaamheid. Zij doet dit middels

Ons kenmerk 2020-001074

een analyse van de omgeving, waarbij risicobronnen, mogelijke scenario’s en

Onderwerp

hun effecten worden beschouwd (zie het bijgevoegde adviesrapport).

Advies omgevingsveiligheid

Voor het beoordelen van het ruimtelijk plan dient u een gemotiveerde

Bijlage(n)

afweging te maken tussen de overwegingen met betrekking tot externe veiligheid en de toegevoegde waarde van het ruimtelijk plan. Graag verneemt de VRZHZ uw besluit met betrekking tot de onderstaande adviespunten.

0 Behandeld door P.J.C. Gruijthuijsen T 088 636 5747

Conclusies De veiligheidstoets levert de volgende conclusies op: ·

Het groepsrisico t.g.v. de Betuweroute neemt toe van maximaal 0,09 maal de oriëntatiewaarde in de bestaande situatie tot maximaal 0,924 maal de oriëntatiewaarde in de nieuwe situatie.

·

Voor de bestaande en de nieuwe situatie wordt een groepsrisico t.g.v. de hogedruk aardgasleiding berekend van maximaal 0,035 maal de oriëntatiewaarde.

·

Gelet op de afstand van geplande woongebieden tot aan de Betuweroute zijn er geen andere bouwkundige maatregelen nodig aan de woningen dan de bij de aanbevelingen genoemde generieke maatregelen.

·

Aan de hand van het als bijlage bijgevoegde Stappenplan veiligheid mensen op buitenlocaties kan bepaald worden of het nemen maatregelen noodzakelijk is en welke maatregelen kunnen worden

M 06 20 30 80 75 E pjc.gruijthuijsen@brw.vrzhz.nl

·

genomen. De veiligheidsregio kan als een verdere uitwerking van het

Datum

plangebied bekend is hierbij assisteren.

10 september 2020

Binnen de zone tot 64 meter van de hogedruk aardgasleiding (tussen de PR 10-6 en de house burning distance) zijn zeer kwetsbare gebouwen ongewenst. Voor kwetsbare gebouwen en locaties gelden aanvullende bouwkundige maatregelen tegen brand. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt dat alleen binnen de PR 10-7 aanvullende bouwkundige maatregelen tegen brand moeten worden genomen.

·

De veiligheidsregio wil betrokken zijn bij het inrichtingsplan om de bereikbaarheid van de objecten en de aanwezigheid van de bluswatervoorziening te borgen.

·

Het plangebied is conform regionaal dekkingsplan binnen de zorgnorm bereikbaar.

In het kader van de beheersbaarheid en zelfredzaamheid bij genoemde scenario’s adviseert de veiligheidsregio u maatregelen te nemen ter beperking van de risico’s. Maatregelen ·

In het kader van de zelfredzaamheid bij genoemde scenario’s verdient het aanbeveling bij het ontwikkelen van gebouwen in het plangebied de volgende maatregelen te creëren: Gebouwen zodanig inrichten dat de vluchtwegen van de risicobronnen aflopen; Het toepassen van zo min mogelijk glas aan de risicozijde; De gebouwen dusdanig ontwerpen zodat niet-verblijf ruimten als bergingen, keukens, wc’s en trappenhuizen aan de gevaarszijde zijn geplaatst; Gebouwen loodrecht projecteren ten opzichte van de risicobronnen.

·

De volgende beschermende maatregelen dienen in de zone vanaf de hogedruk aardgasleiding tot aan de house burning distance genomen te worden: i. bescherming buitenverblijven en –activiteiten ii. omgevingsmaatregelen voor vluchten en schuilen iii. beperken personendichtheid iv. zeer kwetsbare gebouwen ongewenst. v. aanvullende bouwkundige maatregelen tegen brand voor alle gebouwen (voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties alleen wanneer PR > 10-7)

·

In het gebied buiten de house burning distance en binnen het aandachtgebied zijn alleen de eerste drie maatregelen noodzakelijk.

·

De veiligheidsregio wil gebruik maken van haar adviesrecht als er besloten wordt om conform planregel 7.3 b een beperkt kwetsbare object te bouwen in de Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen.

Ons kenmerk 2020-001074 Pagina 2 van 14

Voor advies over risicocommunicatie kunt u contact opnemen met de afdeling

Datum

Communicatie van mijn dienst.

10 september 2020

Voor vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met Peter

Ons kenmerk

Gruijthuijsen van de afdeling Risicobeheersing van de VRZHZ. Zijn e-mailadres is: pjc.gruijthuijsen@brw.vrzhz.nl.

Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid namens dezen, G.J.W. (Wim) Visser Afdelingshoofd Risicobeheersing Deze brief is digitaal vervaardigd en daarom niet ondertekend.

Bijlage(n): - Adviesrapport Kopie: -

2020-001074 Pagina 3 van 14

BIJLAGE 1: ADVIESRAPPORT

Datum 10 september 2020

Aanleiding / situatiebeschrijving Op 13 mei 2020 heeft de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) een verzoek om advies ontvangen voor het vaststellen van bestemmingsplan aan “’t Oog Wonen, fase 1” Hardinxveld-Giessendam. Het plangebied is ten noorden van de kern Hardinxveld-Giessendam gelegen en ligt ingeklemd tussen Merwede-Lingelijn en Betuweroute. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Polderweg en aan de oostzijde ligt het agrarische gebied van ’t Oog.

Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een nieuw woongebied mogelijk. De ontwikkeling van woningen in ’t Oog – het gebied tussen de Merwede-Lingelijn en Betuweroute – volgt uit de gemeentelijke Structuurvisie waarin het gebied is aangewezen als woon-werklandschap. Naast de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in de westpunt, is de ontwikkeling van ca 170 woningen ten oosten van de Polderweg een tweede ontwikkeling in het gebied.

Doelstelling / wettelijke basis, adviesgrond De VRZHZ is wettelijk adviseur op grond van artikel 13.3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), artikel 9 Besluit externe veiligheid transport (Bevt), artikel 12.2 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). De VRZHZ brengt advies uit in verband met het groepsrisico over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting.

Ons kenmerk 2020-001074 Pagina 4 van 14

Risicobronnen en scenario’s Spoor – Kijfhoek-Betuweroute Meteren en Rijksweg A15 In de omgeving van het plangebied bevinden zich twee transportroutes voor gevaarlijke stoffen. De Betuweroute grenst aan de noordwestzijde van het plangebied en de Rijksweg A15 bevindt zich op circa 900 meter ten zuiden van het plangebied. Het plangebied bevindt zich ruim buiten de 200 meter basisnetafstand van de Rijksweg A15, waardoor er geen berekening van het groepsrisico benodigd is. Wel bevindt het plangebied zich binnen de invloedsgebieden van de gevaarlijke stoffen LT1 en LT2 van deze route waardoor een beschrijving gegeven dient te worden van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Op afbeelding is de ligging van deze transportroutes ten opzichte van het plangebied weergegeven.

In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de gevaarlijke stoffen die over deze routes vervoerd worden. Deze cijfers zijn afkomstig uit Regeling Basisnet.

De mogelijk optredende scenario’s zijn de volgende: brandbare gassen, zoals LPG en propaan, toxische gassen, zoals ammoniak en zwavelstoffluoride brandbare vloeistoffen, zoals benzine.

Datum 10 september 2020 Ons kenmerk 2020-001074 Pagina 5 van 14

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de effectafstanden die ten gevolge van een optredend incident kunnen optreden. Ter verduidelijking worden de afstanden (in meters) bij de scenario’s Bleve en toxische damp van de 1, 10 en 100 procent letaliteitgrenzen weergeven. Dit betreft de afstanden waar respectievelijk 1, 10 en 100 procent van het aantal aanwezigen zal komen te overlijden. Er zijn marginale verschillen tussen de legaliteitsgrenzen van optredende incidenten op het spoor en de weg . Om hiervan een beeld te geven, zijn de afstanden voor weg tussen haakjes in het overzicht vermeld. De gebruikte gegevens zijn afkomstig uit de landelijk opgestelde “Handleiding adviestaak regionale brandweer IPO 08, versie maart 2010” en “Handleiding Omgevingsveiligheid Mensen op Buitenlocaties, versie 3.1, 12 december 2019”. Scenario: Bleve: meest geloofwaardig Bleve: worst case Toxische damp (ammoniak) Meest geloofwaardig Toxische damp (ammoniak) Worst case

1% letaliteitgrens 85 (70)

Datum 10 september 2020 Ons kenmerk 2020-001074 Pagina 6 van 14

100% letaliteitgrens 40 (30)

Attentiegebied

330 (230) 120 (120)

10 % letaliteitgrens Niet berekend 220 (140) 90 (90)

140 (90) 40 (40)

500 (380)

1250 (750)

950 (600)

400 (250)

>10.000 (6000)

De kortste afstanden tussen (mogelijke) bebouwing in het plangebied en het midden van de spoorbaan, resp. de weg zijn 110 en 950 meter. Dit betekent dat ten gevolge van optredende incidenten met gevaarlijke stoffen op het spoortracé en de Rijksweg A15 mogelijk dodelijke slachtoffers vallen. In het Basisnet spoor en weg zijn daarnaast plasbrandaandachtsgebieden (PAG’s) vastgesteld. Voor beide transportmodaliteiten is dit gebied vastgesteld op 30 meter vanuit de rand van de weg of het spoor. Op basis van de gegevens uit de plankaart bij het bestemmingsplan hebben deze PAG’s geen invloed op de bebouwing langs het spoor en de Rijksweg A15. hogedruk aardgastransportleiding In de omgeving van het plangebied bevindt zich de hogedruk aardgastransportleiding W-528-01. De ligging van deze leiding ten opzichte van het plangebied is op de afbeelding weergegeven.

Datum

De hogedruk aardgasleiding heeft de volgende kenmerken:

10 september 2020 Ons kenmerk 2020-001074 Pagina 7 van 14

House burning distance (HBD) Binnen de house burning distance zal een huis in brand raken. Het kan dus nodig zijn om binnen dit gebied bouwkundige maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat personen binnenshuis toch beschermd worden tegen brand en warmtestraling. Attentiegebied Het attentiegebied is het gebied tot waar mensen buitenshuis dodelijk letsel kunnen krijgen. Ook kan hulpverlening niet plaatsvinden binnen dit gebied, omdat de warmtestraling daar te hoog voor is. Er zijn verschillende incidenten met aardgas mogelijk. In de onderstaande tabel zijn de mogelijke scenario’s weergegeven die bij incidenten met brandbaar gas onder druk voor kunnen komen: Categorie

Scenario

Effecten/schadebeeld

Brandbaar

Uitstroming zonder

Ø

gehinderde communicatie

gas onder

ontsteking

Ø

Gehoorsbeschadiging

druk

Ø

(mogelijke drukeffecten)

Uitstroming met directe

Ø

Brandwonden

ontsteking: fakkelbrand (+

Ø

Ontstaan van secundaire

vuurbal)

branden

Uitstroming met vertraagde

Ø

Brandwonden

ontsteking:

Ø

Ontstaan van secundaire

gaswolkontbranding (+ fakkelbrand)

branden Ø

Longbeschadiging door inademing van hete verbrandingsproducten

Ø

Mogelijke drukeffecten

Voor de effectafstanden wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde “gele kaart”. Hierop staan de instructies voor de hulpdiensten vermeld, gebaseerd op de situatie na 10 minuten na de breuk van een aardgasleiding. Er wordt verondersteld dat de hulpdiensten niet eerder dan 10 minuten na aanvang van het incident ter plaatse kunnen zijn. In de onderstaande tabel worden de verschillende effectafstanden weergegeven met de warmtestraling. Indien er een breuk optreedt en er een brandende verticale fakkel (jet) ontstaat. De effectafstanden gelden voor de hogedruk aardgastransportleiding van 12 inch, met een druk van maximaal 40 bar.

Datum

Kortdurende

Langdurende

blootstelling

blootstelling

PBM

Secundaire

10 kW/m

2

1

12 inch hogedruk 100

branden 3 kW/m2

Veilig

PBM

150

1 kW/m2

veilig

veilig

250

Binnen de 10 kW/m2 –contour dient rekening te worden gehouden met het ontstaan van secundaire branden. Volledig beschermde brandweermensen met ademlucht zijn bij 3 kW/m2 veilig. Onbeschermde hulpverleners en omstanders zijn pas veilig bij 1 kW/m2. De afstand tussen de bebouwing in het plangebied en de gasleiding is ca. 45 meter.

Veiligheidstoets In het vorige hoofdstuk heeft een analyse plaatsgevonden van de risicobronnen in het plangebied. Naar aanleiding van deze scenario’s vindt in dit hoofdstuk een veiligheidstoets plaats met betrekking tot het groepsrisico, de beheersbaarheid bij deze risicobronnen en de zelfredzaamheidsmogelijkheden bij een incident met gevaarlijke stoffen bij deze risicobronnen.

Groepsrisico Spoor – Kijfhoek-Betuweroute Meteren Door de ontwikkeling neemt de personendichtheid in het plangebied toe. Het groepsrisico neemt toe van maximaal 0,09 maal de oriëntatiewaarde in de bestaande situatie tot maximaal 0,924 maal de oriëntatiewaarde in de nieuwe situatie. Hogedruk aardgasleiding De ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Voor de bestaande en de nieuwe situatie wordt een groepsrisico berekend van maximaal 0,035 maal de oriëntatiewaarde.

Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij kunnen vluchten zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten.

1

Persoonlijke beschermingsmiddelen

10 september 2020 Ons kenmerk 2020-001074 Pagina 8 van 14

Spoor – Kijfhoek-Betuweroute Meteren

Datum 10 september 2020

Gelet op de afstand van geplande woongebieden zijn er geen andere bouwkundige maatregelen nodig aan de woningen dan de hieronder genoemde generieke maatregelen. In het kader van de zelfredzaamheid bij genoemde scenario’s verdient het aanbeveling bij het (her)ontwikkelen van gebouwen in het plangebied de volgende maatregelen te creëren: ·

Gebouwen zodanig inrichten dat de vluchtwegen van de risicobronnen aflopen;

·

Het toepassen van zo min mogelijk glas aan de risicozijde;

·

De gebouwen dusdanig ontwerpen zodat niet-verblijf ruimten als bergingen, keukens, wc’s en trappenhuizen aan de gevaarszijde zijn geplaatst;

·

Gebouwen loodrecht projecteren ten opzichte van de risicobronnen.

Parallel aan de aandachtsgebieden voor mensen in gebouwen, kan binnen attentiegebieden bij een incident met gevaarlijke stoffen sprake zijn van levensbedreigende gevolgen voor mensen op buitenlocaties. Buiten aandachtgebieden en attentiegebieden zijn mensen (resp. binnen en buiten) ook bij een groot ongeval met gevaarlijke stoffen veilig. Binnen aandachtsgebieden en attentiegebieden kunnen maatregelen overwogen worden om de veiligheid van mensen te vergroten. In het theoretische geval dat een attentiegebied kleiner is dan een aandachtsgebied gelden de afstanden van het aandachtsgebied. Om inzichtelijk te maken in welk gebied zich bij een groot incident (brand, explosie, gifwolk) levensbedreigende gevolgen voor mensen op buitenlocaties, die niet beschermd worden door een gebouw, kunnen voordoen kunnen attentiegebieden worden opgenomen in de omgevingsvisie, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Attentiegebieden zijn gedefinieerd als die gebieden waar mensen op buitenlocaties, zonder aanvullende maatregelen, mogelijk effecten kunnen ondervinden van incidenten die in de omgeving kunnen optreden. Het is mogelijk dat er binnen attentiegebieden deelgebieden bestaan die wel voldoende bescherming voor mensen op buitenlocaties bieden, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bebouwing of begroeiing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/713/documents/22885