CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

69 Waardlanden - Advies Avalon over aanpak bijplaatsingen Waardlanden.pdf

Gemeenteraad GHG 1 september 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Vaststellen Lijst ingekomen stukken juli 20254.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies maatwerkaanpak bijplaatsingen hotspots Aan Van Betreft Datum Project

: Gitta Spruit (Waardlanden) : Inez van Kronenberg (Avalon Advies) : Aanpak bijplaatsingen hotspots : 4 maart 2025 : 2024.17.AA Evaluatie diftar

1. Aanleiding Veel gemeenten kampen met bijplaatsingen: het fenomeen dat afval wordt geplaatst naast ondergrondse containers. Dit speelt vooral in de meer stedelijke gebieden met veel gestapelde bouw. Uit de Benchmark Huishoudelijk Afval blijkt dat 92% van de gemeenten hier in meer of mindere mate mee geconfronteerd wordt. Ook in de Waardlanden-gemeenten is sprake van bijplaatsingen - met name grofvuil - sinds de ondergrondse afvalcontainers zijn geplaatst. Afval naast de verzamelcontainers vervuilt de openbare ruimte, is onhygiënisch, trekt ongedierte aan, zorgt voor hoge opruimkosten en leidt tot veel ergernis onder inwoners. Bovendien gaan waardevolle grondstoffen verloren, omdat het bijgeplaatst afval meestal niet gescheiden wordt afgevoerd. Voor zowel Waardlanden als de gemeenten is het belang groot om bijgeplaatst afval te minimaliseren. Uit de ervaringen in de praktijk en uit de halfjaarlijkse metingen blijkt dat er een tijdelijke piek was toen de ondergrondse restafvalcontainers zijn afgesloten (2023), maar dat het recycletarief (2024) weinig tot geen effect heeft gehad op de bijplaatsingen. Het algemene beeld is nu terug naar het niveau van 2020/2021.

Uit de gesprekken met de buitendienst, toezichthouders en milieucoaches van de gemeenten en Waardlanden blijkt dat dit echter niet geldt voor de hotspots : op een aantal hotspots (containerlocaties waar structureel afval wordt bijgeplaatst) is namelijk wél sprake van meer bijplaatsingen, vooral in de winkelcentra en in wijken waar sprake is van een verminderde sociale samenhang. De algemene perceptie is dat het recycletarief zorgt voor meer bijplaatsingen. Dit beeld wordt echter niet bevestigd door de metingen en slechts voor een beperkt deel door de ervaring van degenen die dit afval opruimen. Uit het bewonersonderzoek van Waardlanden van januari 2025, blijkt dat 63% van de bewoners zich er aan ergert dat mensen vaker grofvuil bij de containers plaatsen sinds het recycletarief. In Vijfheerenlanden - waar geen recycletarief geldt - verwacht ruim driekwart dat meer afval wordt bijgeplaatst als een tarief zou worden ingevoerd. Het meest ergeren inwoners van gemeente Gorinchem zich hier aan. In de drie gemeenten met een recycletarief geeft 2% van de bewoners toe zelf wel eens grofvuil bij containers te zetten. In 2020 was dat nog 1%. Maatwerkaanpak In de strategienota 2021-2025 is een maatwerkaanpak voor de hotspots voorgesteld.

Hiervan zijn enkele onderdelen uitgevoerd, waaronder de handhaving door een team van toezichthouders en het zo snel mogelijk opruimen van bijgeplaatst afval om erger te voorkomen. Ook zijn voorlichtingsactiviteiten uitgevoerd. In de aanloop naar de inzet van handhaving is uitgebreid gecommuniceerd over bijplaatsingen en bewoners worden persoonlijk geïnformeerd door de milieucoaches en de toezichthouders over het juist aanbieden van afval. In mei 2024 is de containersticker “Een schone buurt begint bij jou” geplakt op alle ondergrondse containers voor

© Avalon Advies – Kamer van Koophandel, Arnhem, nr. 09130893

Deutsche Bank, NL37 DEUT 0403 4487 19

restafval. Met de QR-code op deze sticker komen mensen uit op de website van Waardlanden met informatie - in acht talen - over afvalscheiding, het maken van een grofvuilafspraak en het doen van een melding van een container die vol is of storing heeft. Bovendien zijn activiteiten uitgevoerd rondom een aantal locaties, zoals de aanleg van containertuintjes bij een aantal containerlocaties in Gorinchem, het organiseren van een bewonersavond voor een niet-Nederlands sprekende doelgroep en de samenwerking met sociale partners (zoals de woningbouwvereniging en het opbouwwerk). Tot nu toe ontbreekt een gezamenlijke en integrale aanpak. Ook zijn de andere onderdelen uit de maatwerkaanpak - gerichte huis-aan-huis voorlichting, herinrichten van de containerlocaties en/of containeradoptie - nog niet of niet gestructureerd opgepakt. In dit memo is een aanpak beschreven voor de hotspots in de Waardlanden-gemeenten. Er is helaas geen standaard oplossing voorhanden, maar het is wel duidelijk dat een lange adem en structurele inzet nodig is om gedragspatronen te doorbreken.

Gebruikte informatie Voor deze maatwerkaanpak is gebruik gemaakt van: - Handreiking voorkomen van bijplaatsingen (NoviMores in opdracht van Rijkswaterstaat, 2017); - Werkwijze voor het aanpakken van hotspots (NVRD in samenwerking met Rijkwaterstaat en Nederland Schoon, 2018); - Praktijkervaringen van andere gemeenten, te vinden op www.supportervanschoon.nl en www.afvalcirculair.nl.

2. Aanpak De voorgestelde aanpak bestaat uit deze stappen: - Stap 1: Aanstellen van een tijdelijke projectleider (Waardlanden) - Stap 2: Samenstellen van een projectteam (Waardlanden) - Stap 3: In kaart brengen van de hotspots (Waardlanden) - Stap 4: Basis op orde brengen (Waardlanden) - Stap 5: Selecteren pilotlocaties per gemeente (gemeenten) - Stap 6: Uitvoeren interventie op pilotlocaties (gemeenten) - Stap 7: Ontwikkelen van een hotspotaanpak (gemeenten) Waardlanden is in de lead voor eerste vier stappen: van het aanstellen projectleider tot en met de basis op orde. Deze stappen kunnen namelijk voor de vier gemeenten gezamenlijk worden opgepakt. Vanaf stap 5 is de aanpak meer afhankelijk van de individuele situatie in de gemeenten en op de samenwerking met sociale partners. De gemeenten hebben daarin een trekkersrol en Waardlanden heeft een adviserende functie. Stap 1: Aanstellen van een tijdelijke projectleider (Waardlanden) Momenteel is er niet één persoon of team verantwoordelijk is voor de bijplaatsingen. Het is ook niet altijd voor alle betrokkenen duidelijk wie waarvoor precies verantwoordelijk is. Zo ruimt Waardlanden de bijplaatsingen op in één gemeente (Gorinchem) en de eigen serviceteams/wijkteams ruimen op in de drie andere gemeenten. Als de eerste stap stelt Waardlanden een tijdelijke projectleider aan.

Deze gaat de hotspotaanpak begeleiden, houdt het overzicht en schakelt tussen de verschillende partners in het project. Naar

Pagina 2 van 13

verwachting is zijn of haar inzet minimaal een half jaar nodig gedurende 1 á 2 dagen per week (gemiddeld 1,5 dag per week). Stap 2: Samenstellen van een projectgroep (Waardlanden) De projectleider van Waardlanden stelt per gemeente een projectgroep samen, die gezamenlijk aan de slag gaat met de opdracht om een werkmethode voor de aanpak van hotspots te ontwikkelen. De projectgroep bestaat uit mensen die kennis hebben van de locatie en hier invloed op hebben, zoals medewerkers van Waardlanden en de gemeenten op het gebied van beleid, beheer, communicatie, participatie, jeugd, reiniging/afvalinzameling en de toezichthouders, milieucoaches, wijkbeheerder/wijkcoördinator. Tijdens de uitvoering is het ook mogelijk dat partners uit de wijk aansluiten bij de projectgroep. Stap 3: In kaart brengen van de hotspots (Waardlanden) De projectgroep brengt de hotspotlocaties in elke gemeente in kaart en analyseert de situatie per hotspot. De groep maakt samen een rondje langs de betreffende containerlocaties en brengt de aard van de bijplaatsingen, de container, de containerlocatie en de samenstelling van de buurt in kaart.

Aard van de bijplaatsingen • Welke type bijplaatsing vormt het grootste probleem? Gaat het vooral om afvalzakken, grofvuil of om grondstoffen zoals pmd en papier/karton? • Op welke dagen/momenten ontstaat de bijplaatsing meestal? • Hoe vaak wordt bijgeplaatst? • Is de ledigingsfrequentie van de container goed afgestemd op de behoefte? • Wie zijn de hoogstwaarschijnlijke veroorzakers van de bijplaatsingen? Containers en containerlocatie • Wat is de staat van de containers? • Wat is de staat van de omgeving van de containers (verzorgd, schoon en heel)? • In welk gebied staat de container: winkelgebied, woonwijk, bij flats, aan doorgaande weg, bij nieuwbouw, etc.? • Staat de afvalcontainer in het zicht van omwonenden of is de plek anoniem? Samenstelling buurt • Hoe is de sociale samenhang in dit deel van de wijk? o Wonen mensen langere periode in deze buurt? o Maken bewoners op straat vaak een praatje met elkaar? o Zijn er wijkinitiatieven? • Wat is bekend over de sociaal economische status van de bewoners? • Wonen er veel mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn, zoals arbeidsmigranten? • Welke taal of cultuur voert de boventoon? Stap 4: Basis op orde brengen (Waardlanden) Voor een effectieve aanpak van bijplaatsingen is het belangrijk dat de ‘basis op orde’ is op elke hotspot: de afvalcontainer, de omgeving van de container en de communicatie moet goed zijn.

Waar nodig verbetert de projectgroep de situatie.

Pagina 3 van 13

Afvalcontainer De container moet schoon, niet kapot en niet (te) vol zijn. Verschillende inwoners meldden tijdens het bewonersonderzoek dat de klep van de ondergrondse containers vaak plakkerig en vies voelt en dat ze graag zien dat deze vaker worden gereinigd. Dit nodigt niet uit om de containers te gebruiken. Omgeving van de container Een vervuilde omgeving heeft een aanzuigende werking op meer vervuiling. Mensen zijn eerder geneigd om hun afval bij te plaatsen als ze zien dat er al afvalzakken of grofvuil naast een container staan. Een opgeruimd beeld is dus belangrijk. Daarnaast moet de omgeving rondom een container ook schoon, heel en verzorgd zijn: er moet geen zwerfafval liggen, geen hoog onkruid staan, de groenvoorziening moet netjes zijn bijgewerkt en het tegelwerk moet recht liggen. Communicatie Om het juiste gedrag uit te kunnen voeren is het belangrijk dat bewoners weten wat het juiste gedrag precies inhoudt. Een belangrijk onderdeel van de ‘basis op orde’ is dan ook een heldere communicatie bij bewoners thuis, op de container en op website. Dit is in de Waardlandengemeenten grotendeels al goed georganiseerd. Over bijplaatsingen en over de dienstverlening voor grofvuil is de afgelopen jaren uitgebreid gecommuniceerd via folders en huis-aan-huisbladen.

Op alle ondergrondse restafvalcontainers zit een sticker met QR-code, die doorleidt naar de website van Waardlanden met alle informatie over hoe het werkt met de milieupas en grofvuil. De website is in acht talen vertaald. De milieucoaches en educatiemedewerker organiseren regelmatig bijeenkomsten en sluiten aan bij inloopspreekuren. Bovendien hebben de milieucoaches, toezichthouders en medewerkers van het Klant Contact Centrum veel vragen beantwoord van inwoners over grofvuil (ophaalservice en milieustraten). Ondanks alle communicatie blijken er inwoners te zijn die niet weten hoe ze grofvuil moeten aanbieden. Over dit onderwerp kwamen veel vragen tijdens de straatgesprekken van begin 2025. Mogelijk kunnen deze bewoners de aangeboden taal niet lezen of denken zij dat het juist de bedoeling is om grofvuil neer te zetten bij de ondergrondse containers en dat dit gratis wordt opgehaald. Dit beeld kan versterkt worden doordat bijgeplaatst grofvuil telkens snel wordt opgeruimd. Om de bewoners met onvoldoende kennis gericht voor te lichten, volgen hieronder twee adviezen. In de voorlichting blijven samenwerken met partners in de wijk In de aanpak van bijplaatsingen is het belangrijk om intensief en structureel te blijven samenwerken met de partners in de wijk. Zij kennen de wijk de mensen die er wonen en kunnen zodoende helpen met voorlichting en meedenken over oplossingen.

Denk onder meer aan de verhuurders, woningbouwcorporaties, uitzendbureaus (zij bemiddelen voor arbeidsmigranten voor woonruimte), huurdersverenigingen, opbouwwerkers, het sociaal team, een school of sportvereniging in de buurt, de kerk, de moskee, de imam, taalcoaches en Vluchtelingenwerk. Waar mogelijk wordt al samengewerkt binnen het netwerk. Zo organiseerden de milieucoaches en de educatief medewerker van Waardlanden samen met de gemeenten en de partners uit de wijk een aantal bijeenkomsten/inloopspreekuren in 2023 en 2024 om bewoners voor de lichten over het correct aanbieden en scheiden van afval. De opkomst was meestal goed. Door met elkaar in gesprek te gaan ontstaat er wederzijds begrip en bewustwording. Het advies is om deze bijeenkomsten /inloopspreekuren herhaaldelijk en structureel - te organiseren – bijvoorbeeld enkele keren per jaar - in buurten waar vaak nieuwe mensen komen wonen of waar veel mensen wonen die de Nederlandse taal minder goed spreken en lezen. Hiervoor kunnen nieuwe

Pagina 4 van 13

bewoners gericht en persoonlijk worden uitgenodigd. In buurten met veel nieuwe Nederlanders kan een tolk of imam een belangrijke rol spelen. Op sommige plekken (zoals grotere flats) is het effectiever om gezamenlijk langs de deuren gegaan en iedereen persoonlijk aan te spreken over de ‘regels’ hoe om te gaan met afval. Met communicatie zorgen voor een hogere perceptie van de pakkans bij overtredingen De toezichthouders doorzoeken bijgeplaatst afval en kunnen met grote regelmaat een beschikking voor de opruimkosten opleggen aan de eigenaar van het afval. Als bewoners dit weten vergroot dit hun perceptie dat zijzelf of iemand anders gepakt kunnen worden bij een overtreding. Het heeft een preventief effect als er aandacht wordt besteed aan de handhavingsacties en de opgelegde beschikkingen in de huis-aan-huisbladen, nieuwsbrieven en via de sociale media; zeker als dat met een vaste frequentie gebeurt (bijvoorbeeld elke kwartaal). Grof vuil regeling Bij de ‘basis op orde’ hoort ook voor een laagdrempelige grofvuil-regeling. Om afvalscheiding te stimuleren is de huidige regeling in de Waardlanden-gemeenten niet laagdrempeling. In de drie Waardlanden-gemeenten met een recycletarief geldt een ophaaltarief van € 40,- per keer. Voor het brengen van grofvuil naar de milieustraat betalen inwoners vanaf het vierde bezoek in een jaar € 10,00 per ¼ m3.

Wel kunnen inwoners gratis een aanhanger lenen om spullen naar de milieustraat te brengen. Dit helpt inwoners zonder auto of met een auto zonder trekhaak echter niet. Stap 5: Selecteren pilotlocaties per gemeente (gemeente) Zodra de basis op orde is, observeert de projectgroep op welke hotspots de problemen blijven bestaan. Daarna selecteert elke gemeente in de eigen gemeente één of twee pilotlocaties, waar de projectgroep interventies gaat testen. Afspraken maken over de werkwijze tijdens de pilot Met elkaar wordt de werkwijze tijdens de pilot afgesproken. Denk aan: In welke periode loopt de pilot? Hoe vaak ruimen we in die periode de bijplaatsingen op? Hoe vaak maken we schoon? Hoe zorgen we dat de verstoringen snel verholpen worden? Hoe zorgen we dat de klachten goed in beeld zijn? Ook is het van belang met de projectgroep te bepalen wie in deze fase de rol van projectleider het beste kan vervullen. Meten bijplaatsingen: nulmeting en effectmetingen De projectgroep zorgt ervoor dat de resultaten meetbaar zijn door het aantal bijplaatsingen bij te houden. Een nulmeting is belangrijk om daarna het effect te kunnen meten. Op pagina 13 van dit memo is een meetformulier te vinden.

Stap 6: Uitvoeren interventie op pilotlocaties (gemeente) Gesprekken met omwonenden en sleutelfiguren De projectgroep start in elke gemeente met het voeren van gesprekken met omwonenden van de containers en sleutelfiguren in de wijk. Sleutelfiguren zijn mensen die aanzien genieten en die veel mensen in de wijk kennen, denk aan een lokale ondernemer, een Imam, persoon van een koffie/buurthuis, etc. De partners in de wijk die zijn genoemd in Stap 1 kunnen hier eventueel ook een rol in spelen. De leden van de projectgroep spreken mensen op straat aan of bellen aan huis aan om vragen te stellen zoals: Waarom denkt u dat op deze plek afval wordt bijgeplaatst? Zijn alle regels rondom het aanbieden van afval bij u duidelijk? Welke wensen/behoeftes zijn er bij u?

Pagina 5 van 13

Selecteren van interventies Op basis van de gesprekken bepaalt de projectgroep per locatie welke gedragsinterventie de grootste slagingskans heeft. Op de pagina’s 7 t/m 11 van dit memo staat een voorselectie van interventies die waarschijnlijk het meest effectief zijn in de Waardlanden-gemeenten. Deze zijn verdeeld naar de mate van sociale samenhang in de buurt. Buurten met lage sociale samenhang en anonieme locaties In buurten met een lage sociale samenhang voelen bewoners zich niet verbonden met elkaar of met de wijk en is er weinig tot geen aandacht voor elkaar. Anonieme locaties zijn afgelegen locaties waar weinig zicht op is, met weinig sociale controle of met veel doorgaand verkeer. Hier kunnen bewoners ongezien afval plaatsen en zij hoeven zich geen zorgen te maken over ontevreden buurtbewoners. Geschikte interventies zijn hier: a) Gewenst gedrag aanduiden op stoep vóór containers b) Cameratoezicht of mobiel cameratoezicht toepassen a) Perceptie van toezicht vergroten Buurten met matige sociale samenhang Een deel van de bewoners heeft enig contact met elkaar, maar mensen worden niet/nauwelijks aangesproken op ‘verkeerd’ gedrag door bewoners.

Geschikte interventies zijn hier: a) Eigenaarschap containerlocaties verhogen b) Gezamenlijke activiteiten organiseren c) Toepassen van spel-elementen (gamification) Buurten met gemiddelde sociale samenhang Bewoners voelen zich iets sterker verbonden met elkaar en de wijk, er zijn enkele wijkinitiatieven, bewoners groeten elkaar op straat en enkele bewoners zullen anderen aanspreken op normoverschrijdend gedrag. Geschikte interventies zijn hier: a) Buurthelden als ambassadeur inzetten b) Containeradoptie door buurtbewoners c) Gewenste ‘norm-gedrag’ op afvallocatie activeren

Communicatie over de opzet en de resultaten Het is belangrijk om bewoners op de hoogte te houden van de opzet en de resultaten van de pilots. Het informeren van inwoners over de effecten kan bijdragen aan een positieve beleving van de containerlocaties. Dit kan via diverse kanalen gebeuren, zoals huis-aan-huisbladen, bewonersbrieven, sociale media, nieuwsbrieven en de website. Stap 7: Ontwikkelen van een hotspotaanpak (gemeenten) Op basis van de resultaten op de pilotlocaties wordt de hotspotaanpak voor alle hotspots per gemeente ontwikkeld. De gemeenten beschrijven de toe te passen aanpak en wie welke rol daarbij heeft. In deze stap wordt ook de besluitvorming over de financiële en personele middelen voor de uitvoering georganiseerd.

Pagina 6 van 13

SELECTIE VAN GESCHIKTE MAATREGELEN (1) Geschikte interventies voor buurten met lage sociale samenhang en bij anonieme locaties (a) Gewenst gedrag aanduiden op stoep vóór containers Het duidelijk maken van het gewenste gedrag is effectiever dan weergeven van ongewenste gedrag, zeker wanneer mensen zich niet bewust zijn van hun eigen gedrag. Door het gewenste gedrag zichtbaar te maken in de omgeving waarin bewoners hun gedragskeuze maken, is het gedrag op onbewust niveau te beïnvloeden. Hiervoor kunnen stickers of (tijdelijke / reversed) graffiti op de grond/stoep worden gebruikt, zoals in de voorbeelden hieronder:

De gemeente Rotterdam ging voor het verrassingseffect met een videoprojectie van bewegende ratten rondom de ondergrondse containers:

Pagina 7 van 13

(b) Cameratoezicht of mobiel cameratoezicht toepassen Regelmatig verzoeken inwoners om cameratoezicht. Dit is voor leefbaarheidsovertredingen, zoals illegale afvaldump, toegestaan. Uit Belgisch onderzoek blijkt dat camera’s een afschrikeffect hebben en zorgen voor 5% tot 56% minder bijplaatsingen (zie hier voor meer informatie). Cameratoezicht mogelijk maken is een arbeidsintensief proces en gebonden aan regels, omdat het inbreuk doet op de privacy. De belangrijkste regel is dat het noodzakelijk moet zijn voor de handhaving van de openbare orde. Het doel moet bovendien niet op een minder ingrijpende wijze te bereiken zijn. Daarnaast moet de ernst van de verstoring van de openbare orde dusdanig zijn, dat die de inbreuk op de privacy rechtvaardigt. De kosten van cameratoezicht zijn hoog en het is noodzakelijk om niet alleen de burgemeester van de gemeenten te betrekken, maar ook de politie en het Openbaar Ministerie. Meer informatie te vinden in het rapport Illegaal afval – helpt cameratoezicht? (Gemeente Schoon, 2015). De gemeente Venray heeft met mobiele camera’s de hoeveelheid bijgeplaatst afval op de ergste hotspot meer dan gehalveerd. Kijk hier voor meer informatie over de aanpak in Venray. (c) Perceptie van toezicht vergroten Door een bord te plaatsen bij de afvalcontainer met een afbeelding van ‘neutraal’ kijkende ogen geeft mensen het gevoel dat ze gezien worden.

Onze Belgische zuiderburen zagen veel minder bijplaatsingen op een locatie waar de ogen op palen werden gebruikt: op korte termijn: daling van bijplaatsing met 79% op middellange termijn: daling van bijplaatsing met 87% op lange termijn: daling van bijplaatsing met 81%

(2) Geschikte interventies voor buurten met matige sociale samenhang (a) Eigenaarschap containerlocaties verhogen Als een containerlocatie een aangename plek is waar mensen graag willen zijn, komt minder snel ongewenst gedrag voor. Hoe meer mensen zich betrokken voelen bij hun omgeving, hoe meer zij de maatschappelijke normen op het gebied van openbare netheid respecteren. Containers pimpen met de wijk Onze Belgische zuiderburen zagen veel minder bijplaatsingen op een locatie waar de containers werden gewrapt met een afbeelding van huizen: op korte termijn: daling van bijplaatsing met 62% op middellange termijn: daling van bijplaatsing met 77% op lange termijn: daling van bijplaatsing met 72%

Pagina 8 van 13

Dit resultaat is te versterken wanneer mensen uit de wijk of een schoolklas uit de buurt inbreng leveren en er bijvoorbeeld een kunstwerk van maken of de containers versieren met foto’s of tekeningen. Installeren boekenruilkast Ook zag men in België veel minder bijplaatsingen op de locatie waar een boekenruilkast werd geïnstalleerd: op korte termijn: daling van bijplaatsing met 86% op middellange termijn: daling van bijplaatsing met 91% op lange termijn: daling van bijplaatsing met 86%

(b) Gezamenlijke activiteiten organiseren Wanneer mensen zich onderdeel voelen van een grotere gemeenschap die hetzelfde doel nastreeft, zijn ze eerder bereid zich in te zetten voor het collectieve belang. Door gezamenlijke activiteiten te organiseren waarbij buurtbewoners samenzijn of samenwerken, zoals een opschoondag, schoonmaakdag of buurtfeest is een sterker gevoel van gemeenschappelijkheid te creëren. Deze verbondenheid vergroot de motivatie om actief bij te dragen aan een schone buurt.

Pagina 9 van 13

(c) Toepassen van spel-elementen (gamification) Gamification is het toepassen van spelelementen in een niet-spelcontext om de ervaring aantrekkelijker en interactiever te maken. Denk aan het verdienen van punten of het aangaan van uitdagingen. Wedstrijd ‘schoonste buurt van Waardlanden’ Een voorbeeld hiervan is de wedstrijd ‘De schoonste buurt van Dordrecht’. De buurt met het hoogste aantal dagen zonder afvalzakken of grof afval naast de ondergrondse container, werd de winnaar. Ten opzichte van de voormeting nam de bijplaatsingsscore in de eerste vier weken enorm af in alle buurten. In buurten waar in deze vier weken weinig bijplaatsingen waren, bleef die score laag. Er is een nieuwe sociale norm ontstaan. Het belevingsonderzoek liet in deze buurten zien dat burgers de buurt ook als schoner ervaren. Zij gaven aan zich nu meer te gaan inzetten voor een schone buurt.

In de Waardlanden-gemeenten zouden de verschillende gebieden tegen elkaar kunnen strijden, zoals woonwijken, flatgebouwen en buurtschappen. Gezamenlijke beloning winnen Een ander idee is om een ranglijst te tonen van straten of buurten die het grootste aantal dagen zonder bijplaatsingen zijn. Zo wordt een groepsnorm gepromoot. Een buurt of wijk krijgt kan een beloning winnen als de bijplaatsingen afnemen. Denk aan een buurtfeest/barbecue of een speeltuintje. Dit stimuleert gezonde competitie en zorgt ervoor dat mensen proberen om hoger op de ranglijst te komen.

(3) Geschikte interventies voor bij gemiddelde sociale samenhang (a) Buurthelden als ambassadeur inzetten Lokale helden kunnen tot ambassadeur van de schoon boodschap worden gemaakt. Denk aan een plaatselijke ondernemer die zich sterk maakt voor een schone straat of aan de zwerfafvalpakkers die zich inzetten voor een schone openbare ruimte. Ook een rolmodel of lokale beroemdheid binnen de gemeenschap kan het goede voorbeeld geven. Dit versterkt het idee dat veel mensen betrokken zijn bij een schone openbare ruimte en dat het een gemeenschappelijk streven is. De lokale helden kunnen hun verhalen delen in de huis-aan-huis bladen, sociale media of nieuwsbrieven over wat zij zelf doen en waarom dit belangrijk voor hen. Ook kunnen borden met de foto’s van de lokale helden van die wijk worden opgehangen door de hele wijk. Dit inspireert om hun gedrag te veranderen, omdat ze zich kunnen identificeren met de ambassadeurs.

(b) Containeradoptie door buurtbewoners Bij containeradoptie kunnen vrijwilligers individueel of met buurtbewoners samen één of meer afvalcontainers in hun wijk adopteren. Zij geven onder andere meldingen van bijgeplaatst afval door aan Waardlanden of aan de gemeente en houden de container en de ruimte er omheen netjes. Hiervoor krijgen zij de benodigde materialen zoals een bezem, stoffer en blik, handschoenen, knijper en vuilniszakken. Onze Belgische

Pagina 10 van 13

zuiderburen merkten dat aanzienlijk minder afval werd bijgeplaatst op locaties waar een container werd geadopteerd was: op korte termijn: daling van bijplaatsing met 67% op middellange termijn: daling van bijplaatsing met 70% op lange termijn: daling van bijplaatsing met 72% (c) Gewenste ‘norm-gedrag’ op afvallocatie activeren Mensen zijn van nature geneigd om te doen wat de meeste mensen doen. Door te beschrijven welk gedrag de meeste mensen vertonen (en dus normaal wordt gevonden), is de collectieve verwachting te creëren dat iedereen zijn of haar afval goed aanbiedt. Dit versterkt het gevoel van ‘de meeste mensen doen het al’ en moedigt anderen aan om hetzelfde gedrag te vertonen. Een positief geformuleerde en duidelijke tekst met de sociale norm op een bord bij een afvallocatie is bijvoorbeeld ‘85% van de mensen in deze buurt doen hun afval in de container.’

Het effect is gemeten van bovenstaand bord met de tekst ’Help ook mee het hier schoon te houden: vrijwel alle mensen uit deze buurt zetten geen afval naast de container’. Hierdoor zijn de bijplaatsingen sterk verminderd. Er wordt minder vaak bijgeplaatst en ook nog eens kleinere hoeveelheden. Waar in de voormeting nog bij de helft van de dagen afval bijgeplaatst stond, was dit in de nameting nog maar 30% (bron: ‘Voorbij Bijplaatsingen Gedragsinterventies voor het effectief terugdringen van bijplaatsingen bij afvalcontainers’, Dijksterhuis & van Baaren, Tabula Rasa en IPR Normag in opdracht van Stichting Nederland Schoon en Agentschap NL, 2010). (d) Containertuintjes aanleggen Het toepassen van een containertuintje is een manier om het eigenaarschap te versterken (zie Matige sociale samenhang in de vorige paragraaf). Uit de ervaring van onderzoeks- en adviesbureau D&B blijkt dat de kans op succes van de containertuintjes groter is in wijken met veel sociale samenhang: het containertuintje wordt niet snel bevuild als buren van elkaar weten dat ze het tuintje mooi vinden. Het zet een schone norm neer en laat zien dat de plek om de container geen plek voor afval is.

Pagina 11 van 13

In Gorinchem zijn in het verleden containertuintjes toegepast op een aantal containerlocaties, maar dit bleek hier niet afdoende te werken. In Rotterdam was de hoeveelheid gedumpte afvalzakken en grofvuil drie maanden na de introductie van de containertuintjes afgenomen met 85%. Het is belangrijk om bewoners ter plekke ook te informeren over wat ze met afvalzakken en grofvuil moeten doen via stickers/graffiti op de containers of op de stoep. Uit onderzoek van onderzoeks- en adviesbureau D&B blijkt dat een containertuintje samen met communicatie op de stoep en op de container het meest effectief is van een viertal onderzochte interventies. Het aantal bijplaatsingen nam af met 91%. Ook waren de wijkbewoners positief over deze aanpak: 88% van de bewoners is positief over deze interventie en 66% vindt dat er minder afval bij de containers lag.

Pagina 12 van 13

VOORBEELD MEETFORMULIER Datum ……………..…….. 2025 Locatie Bij welke ondergrondse restafvalcontainer ben je?  flats, appartementen of bovenwoningen straat ………………………………………. plaats ……………………………………….  woonwijk met huizen straat ………………………………………. plaats ……………………………………….  winkelcentrum straat ………………………………………. plaats ……………………………………….  anders ………………………………………….……… straat ………………………………………. plaats ……………………………………….

In de gemeente  Gorinchem  Hardinxveld-Giessendam  Molenlanden  Vijfheerenlanden

Afval naast container Staat er afval naast deze container(s)?  nee à klaar met invullen  ja à vul de vragen hieronder in Soort en omvang Wat voor soort afval staat er?  afvalzak(ken)  grof vuil / huisraad  PMD (plastic, metalen en drinkpakken)  kartonnen doos/dozen  glas of textiel  anders ………………………… Oorzaak Kun je zien waarom er afval staat?  nee, ik zie geen oorzaak  container is vol …………………………………………………………  container is niet vol, maar men denkt van wel  container werkt niet of er zit afval klem in de opening  container is niet bereikbaar  container is vies  gemak: het interesseert mensen niet  anoniem: andere mensen kunnen deze plek niet goed zien  anders …………………………

Hoeveel afval staat er?  ter grootte van 1 afvalzak  ongeveer 0,5 kuub  ongeveer 1 kuub  ongeveer 2 kuub  meer dan 2 kuub

Zijn er bijzonderheden?

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1115/documents/32877