64a Raadsinformatienota Lokale aanpak basisvaardigheden 2026 -2030.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIENOTA
College van burgemeester en wethouders Vergadering van: 10 februari 2026 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Zaaknummer: 2026-0009377 Inhoud Betreft: Lokale aanpak basisvaardigheden 2026 - 2030 Inleiding Basisvaardigheden – zoals taal, rekenen en omgaan met de computer – zijn nodig in het dagelijks leven. Het is één van de voorwaarden om mee te kunnen doen. Moeite hebben met basisvaardigheden kan veel invloed hebben op je leven, werk en financiën. Bijvoorbeeld bij het onderhouden van sociale contacten, het opvoeden van een kind, het solliciteren op een nieuwe baan of het begrijpen van werkinstructies. Maar ook bij het aanvragen van toeslagen of grip houden op je financiën. De aanpak basisvaardigheden vindt grotendeels plaats binnen het regionale kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). In de regio Drechtsteden1 is de regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden vastgesteld door de gemeente Dordrecht. De gemeente Dordrecht treedt binnen de WEB op als contactgemeente en is verantwoordelijk voor onder meer de aanbesteding, budgetverdeling, financiële verantwoording en het accountbeheer. Het regioplan is in samenwerking met de regiogemeenten tot stand gekomen en bevat het beleidsmatige kader en regionale uitgangspunten. De lokale aanpak basisvaardigheden is het uitvoeringsplan voor HardinxveldGiessendam met lokale accenten en concrete acties.
Kernboodschap De lokale aanpak beschrijft hoe Hardinxveld-Giessendam uitvoering geeft aan het regionale beleidskader voor het versterken van basisvaardigheden van onze inwoners. Tot nu toe was in Hardinxveld-Giessendam sprake van een informeel netwerk van organisaties die werken met inwoners met beperkte basisvaardigheden. Dit informele karakter is een kracht, omdat het gebaseerd is op laagdrempelige contacten en korte lijnen. Tegelijkertijd is er behoefte aan meer structuur, samenhang en duidelijkheid. Met dit lokale uitvoeringsplan, als aanvulling op het regionale plan, zetten we in op het versterken van het lokale netwerk. In de lokale aanpak staan drie lokale speerpunten centraal die in samenhang worden opgepakt. Het eerste speerpunt is bewustwording, waarbij de gemeente inzet op het vergroten van bekendheid met het thema, zodat eerder wordt herkend dat iemand moeite heeft met basisvaardigheden en sneller passende hulp kan worden geboden. Het tweede speerpunt is preventie en signalering, waarbij vroegtijdige herkenning vooropstaat en samenwerkingspartners actief worden getraind om signalen te duiden en de weg naar hulp te kennen. Door deze gemeentebrede inzet ontstaat een netwerk van professionals in het sociaal domein en bij maatschappelijke organisaties, dat beperkte basisvaardigheden bij inwoners kan signaleren en kan doorverwijzen.
Het derde speerpunt is ondersteuning, waarin het uitgangspunt is dat de geboden hulp aansluit bij de leefwereld en mogelijkheden van inwoners. Deze ondersteuning wordt mogelijk gemaakt doordat de randvoorwaarden op orde zijn, zoals duidelijke samenwerkingsafspraken en certificering van het Taalhuis en een goede verbinding tussen het lokale en regionale aanbod.
1 Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht
Centraal in de uitvoering staat het Taalhuis. Het Taalhuis is een samenwerkingsverband van onder andere de bibliotheek, welzijnsorganisatie, taalaanbieders en de gemeente en is fysiek gevestigd in Bibliotheek AanZet. De coördinator basisvaardigheden is het eerste aanspreekpunt voor inwoners en partners en zorgt in samenwerking met taalaanbieders voor toeleiding naar passend lokaal en regionaal aanbod. In 2025 is een Taalhuiswerkgroep gestart om de samenwerking te versterken en verder te formaliseren. In het uitvoeringsplan is gekozen voor een thematische verdieping per jaar. Deze thema’s sluiten aan bij de thema’s uit het regioplan. In 2026 ligt de focus op gezin en ouderbetrokkenheid, met als doel het doorbreken van de overdracht van beperkte basisvaardigheden van ouder op kind. Deze inzet sluit aan bij het onderwijsachterstandenbeleid. In 2027 verschuift de aandacht naar werk en geld. In 2028 staan gezondheidsvaardigheden en digitale inclusie centraal en in 2029 richt de aanpak zich op toegankelijke (digitale) dienstverlening. Deze planning geeft richting, maar staat niet vast, Zowel de volgorde als de inhoud kunnen worden aangepast op basis van beschikbare middelen en lokale en/of regionale ontwikkelingen. Consequenties De uitvoering van de aanpak vindt plaats binnen de bestaande financiële kaders van de regionale WEB middelen.
In afstemming met de regiogemeenten zijn decentrale middelen beschikbaar voor de uitvoering van de lokale aanpak basisvaardigheden. Door samenwerking binnen de subregio Papendrecht, Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam (PSH) en aansluiting bij andere beleidsvelden, zoals het onderwijsachterstandenbeleid, wordt gestreefd naar een efficiënte inzet van middelen. Vervolg Na vaststelling van de lokale aanpak worden de samenwerkingspartners geïnformeerd en worden nadere afspraken gemaakt over de uitvoering. Monitoring en evaluatie maken een integraal onderdeel uit van de aanpak. Jaarlijks evalueert de Taalhuiswerkgroep de voortgang en resultaten, onder andere op basis van registraties van het Taalhuis, gegevens van het Informatiepunt Digitale Overheid, contractmanagementrapportages van WEB-aanbieders en de Scan Digitale Inclusie van Stichting Lezen & Schrijven. De uitkomsten worden gebruikt om de uitvoering waar nodig bij te sturen. Bijlagen • Lokale aanpak basisvaardigheden 2026 – 2030 • Advies platform Sociaal Domein, d.d. 29 december 2025 • Reactie college op advies platform Sociaal Domein, d.d. 10 februari 2026 • Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026 - 2030
-2-
Bouwen aan basisvaardigheden Lokale aanpak basisvaardigheden 2026 – 2030
Inhoudsopgave 1 Inleiding
3
2 Regionale samenwerking
5
Subregio Papendrecht, Sliedrecht & Hardinxveld-Giessendam (PSH)
5
3 Lokaal
6
Taalhuis
6
Doelen
6
Lokale speerpunten
6
Thema’s
7
Gezin & Ouderbetrokkenheid | 2026 Werk & Geld | 2027 Gezondheid & digitale inclusie | 2028 Toegankelijke (digitale) dienstverlening | 2029
7 9 10 11
4 Samenwerkingspartners
12
5 Financiering
12
6 Monitoring en evaluatie
13
Bijlage 1 | Cijfers
14
Bijlage 2 | Begrippenlijst
16
2
1 Inleiding We spreken van laaggeletterdheid als iemand moeite heeft met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak gaat dit samen met beperkte digitale vaardigheden. Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Toch heeft het niet goed beheersen van basisvaardigheden (taal-, reken- en digitale vaardigheden) grote gevolgen voor het dagelijks leven en belemmert het mensen om mee te doen in de maatschappij. In Hardinxveld-Giessendam willen we dat elke inwoner deel kan nemen aan de samenleving. Daarom zetten we ons zowel lokaal als in de regio Drechtsteden in om laaggeletterdheid aan te pakken en inwoners te ondersteunen om te bouwen aan hun basisvaardigheden. Gevolgen voor het dagelijkse leven Het onvoldoende beheersen van basisvaardigheden heeft invloed op verschillende aspecten van het dagelijks leven, vooral op het gebied van werk, geld, gezondheid en in het gezin. Laaggeletterden hebben vaker moeite om werk te vinden. Het schrijven van een sollicitatiebrief of het begrijpen van vacatureteksten is vaak lastig, waardoor het moeilijker is om een baan te krijgen en te behouden. Hierdoor hebben werkende laaggeletterden een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en zijn zij vaker afhankelijk van een uitkering. Het invullen van formulieren, bijvoorbeeld voor uitkeringen, toeslagen of belastingen, levert vaak problemen op.
Dit kan leiden tot fouten in aanvragen en zelfs leiden tot geldproblemen. Op het gebied van gezondheid spelen basisvaardigheden ook een rol. Mensen die moeite hebben met lezen begrijpen bijvoorbeeld niet altijd goed de bijsluiters van medicijnen, wat risico’s met zich mee kan brengen. Daarnaast heeft laaggeletterdheid invloed op gezinnen. Ouders die moeite hebben met taal kunnen hun kinderen minder goed voorlezen of helpen met huiswerk. Hierdoor is de kans groter dat hun kinderen ook moeite krijgen met lezen en schrijven.
Laaggeletterdheid of basisvaardigheden? Laaggeletterdheid gaat over moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen en heeft soms een negatieve ondertoon. Basisvaardigheden is een breder en positiever begrip wat beter aansluit bij de realiteit van de huidige samenleving: net als taal en rekenen zijn ook digitale vaardigheden belangrijk om mee te kunnen doen. In dit plan worden de termen ‘laaggeletterdheid’ en ‘(lage) basisvaardigheden’ afwisselend gebruikt. Het begrip laaggeletterdheid is bekender, maar we gebruiken de term basisvaardigheden om aan te geven dat het gaat om een brede, integrale aanpak die verder gaat dan enkel lezen en schrijven.
De situatie in Hardinxveld-Giessendam In Nederland heeft 22% van de mensen tussen de 16 en 75 jaar moeite met de basisvaardigheden taal en rekenen. In de regio Drechtsteden is dat 31%. Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam geldt een percentage van naar schatting 15%. Dat zijn naar schatting ongeveer 2.000 volwassenen. In bijlage I lichten we de cijfers per doelgroep toe.1 Het gaat hierbij om schattingen en geen exacte cijfers.2 In Hardinxveld-Giessendam zijn ongeveer 80% van deze volwassenen NT1’ers en 20% NT2’ers.3 Ongeveer de helft van de volwassenen met beperkte basisvaardigheden heeft kinderen jonger dan 18 jaar en is werkend. Van de niet‑werkenden (ongeveer 42%, zo’n 800 inwoners) is naar schatting een grote groep, ongeveer 600 inwoners, ouder dan 66 jaar.
1
Basisvaardigheden in Zicht
2 Het CBS koppelt achtergrondkenmerken van de bevolking (leeftijd, migratieachtergrond etc.) met de data uit het
internationale PIAAC-onderzoek. Bepaalde combinaties daarvan geven een schatting of iemand beperkte basisvaardigheden heeft. 3 Mensen met Nederlands als moedertaal noemen we NT1. Mensen met Nederlandse als tweede taal noemen we NT2. Zie bijlage 2 voor een begrippenlijst.
3
Totstandkoming lokale aanpak ‘Bouwen aan basisvaardigheden 2026 – 2030’ In Hardinxveld-Giessendam is de afgelopen jaren aandacht geweest voor het thema laaggeletterdheid, maar deze aanpak was nog niet eerder beschreven. Via de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) is regionaal budget beschikbaar voor de uitvoering van de aanpak basisvaardigheden, waarbij gemeenten een regierol hebben. In de Drechtsteden hebben we deze aanpak beschreven in de regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden 2026 – 2030 “Taal is zeg maar niet ALLEEN het ding”. De looptijd van de lokale aanpak basisvaardigheden komt overeen met het regionale plan. Tot nu toe was er in Hardinxveld-Giessendam sprake van een informeel (taal)netwerk van meerdere organisaties in de gemeente die te maken hebben met inwoners met beperkte basisvaardigheden. Dat informele karakter is een kracht, omdat het gebaseerd is op goede, laagdrempelige contacten. Tegelijkertijd is er behoefte aan meer structuur en duidelijkheid in de aanpak van laaggeletterdheid. Dit lokale uitvoeringsplan is tot stand gekomen in samenwerking met de coördinator basisvaardigheden van het Taalhuis, lokale samenwerkingspartners en Stichting Lezen & Schrijven 4.
Met dit lokale uitvoeringsplan, als aanvulling op het regionale plan, bieden we een overzicht van bestaande én nieuwe activiteiten die bijdragen aan het versterken van de basisvaardigheden van onze inwoners.
4 In de rol van adviseur.
4
2 Regionale samenwerking Het aanbod basisvaardigheden in de Drechtsteden omvat het totale pakket aan cursussen, trainingen en andere activiteiten om volwassenen te ondersteunen in hun dagelijkse redzaamheid. Het gaat hier om de basisvaardigheden taal-, reken- en digitale vaardigheden. Het regionale plan draagt dan ook de titel: 'Taal is zeg maar niet ALLEEN het ding'. De regionale aanpak richt zich op het versterken van basisvaardigheden van inwoners van de Drechtsteden (Dordrecht, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam, Papendrecht, Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam). Doelstellingen en thema’s Met de uitvoering van het regioplan richten we ons op het versterken van basisvaardigheden van inwoners in de Drechtsteden, zodat zij: -
Kunnen meedoen in de samenleving Hun kinderen kunnen ondersteunen bij hun schoolloopbaan Een participatie- en/of werkplek vinden en behouden Opleiding en/of scholing gaan volgen en hun kansen vergroten
Alle Drechtstedengemeenten richten zich daarom op de volgende thema's: • • • • •
Participatie en werk Digitaal vaardig zijn Taal en gezin Gezondheid Toegankelijke dienstverlening
De gemeente Dordrecht is binnen de regio de contactgemeente en voert de regie over de uitvoering van de aanpak basisvaardigheden. Dat betekent dat Dordrecht verantwoordelijk is voor onder andere de aanbesteding, budgetverdeling, financiële verantwoording en het accountbeheer. In de aanbesteding is het WEB-aanbod voor de komende periode opgenomen. Het WEB-aanbod bestaat uit verschillende (taal)cursussen en leertrajecten, maar ook uit laagdrempelige ondersteuning, zoals (taal)oefengroepen en inloopspreekuren. In samenwerking met de overige gemeenten in de Drechtsteden is het regioplan opgesteld en gezamenlijk werken wij aan de uitvoering ervan. Het regioplan is vastgesteld door de gemeente Dordrecht. Subregio Papendrecht, Sliedrecht & Hardinxveld-Giessendam (PSH) Binnen de regio Drechtsteden werken we intensiever samen met de gemeenten Papendrecht en Sliedrecht (subregio PSH). De coördinator basisvaardigheden van het Taalhuis5 is dezelfde voor deze drie gemeenten. Door gezamenlijk op te trekken bij activiteiten, zoals het organiseren van trainingen in het herkennen en signaleren van laaggeletterdheid en het samen doorlopen van de CBCT‑certificering6, kunnen we een ruimer budget benutten en een bredere groep inwoners bereiken.
5 In het volgende hoofdstuk volgt een toelichting op wat het Taalhuis is. 6
De Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal (CBCT) is een onafhankelijke organisatie die toetst op de kwaliteit en toekomstbestendigheid van o.a. Taalhuizen.
5
3 Lokaal In Hardinxveld-Giessendam sluiten we aan bij de doelstellingen en thema’s uit het regionale plan. Daarnaast richten we ons op aanvullende lokale speerpunten. We beschrijven eerst het Taalhuis met de bijbehorende werkgroep en gaan vervolgens in op de lokale speerpunten, doelen en onze aanpak voor de komende jaren.
Taalhuis Het Taalhuis is de belangrijkste spil in de aanpak van laaggeletterdheid. Het is een samenwerkingsverband. Binnen het Taalhuis werken verschillende partijen, zoals de bibliotheek, de welzijnsorganisatie, taalaanbieders en de gemeente, samen om inwoners te helpen om de juiste weg te vinden naar passend aanbod. Het Taalhuis verzamelt ook gegevens over deelname en resultaten. Het Taalhuis heeft ook een fysieke ontmoetingsplek in de bibliotheek AanZet in HardinxveldGiessendam waar inwoners terecht kunnen voor informatie en advies over cursussen en ondersteuning. De dagelijkse coördinatie van het Taalhuis ligt bij de coördinator basisvaardigheden. De coördinator basisvaardigheden is het eerste aanspreekpunt voor partners en is samen met een NT2 docent verantwoordelijk voor doorverwijzing naar passend aanbod, zowel regionaal als lokaal. Taalhuiswerkgroep In 2025 is een taalhuiswerkgroep gestart. Het doel van de taalhuiswerkgroep is om het (al bestaande) taalnetwerk te formaliseren zodat we effectiever kunnen sturen op de resultaten van het taalhuis. De taalhuiswerkgroep bestaat in ieder geval uit de coördinator basisvaardigheden, de welzijnsorganisatie en VluchtelingenWerk. Afhankelijk van het onderwerp en/of thema van de bijeenkomst sluiten ook andere samenwerkingspartners aan.
Op deze manier creëren we bewustwording bij onze partners en kunnen we een grotere groep inwoners bereiken. De werkgroep ondersteunt het Taalhuis door de contacten met de doelgroep te leggen en warm door te verwijzen naar de coördinator Basisvaardigheden. In 2026 gaan we in ieder geval aan de slag met het opstellen van formele samenwerkingsafspraken waarin de rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn opgeschreven. We zetten de komende jaren in op het versterken en formaliseren van de samenwerking.
Doelen In 2029 willen we de volgende resultaten hebben bereikt: • We hebben een duidelijk overzicht van de rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van onze partners die samenwerken op het gebied van basisvaardigheden. • We hebben meer inzicht in het bereik van inwoners met beperkte basisvaardigheden door het Taalhuis en partners. • We bereiken meer laaggeletterde inwoners met Nederlands als eerste taal (NT1)7. • Het belang van de aanpak van laaggeletterdheid wordt gezien en erkend in onze gemeente. • Onze samenwerkingspartners herkennen signalen van inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden en kunnen inwoners naar de juiste hulp doorverwijzen. • We hebben samenwerkingsafspraken gemaakt met onze belangrijkste partners. • De kwaliteit van ons Taalhuis is op orde en we hebben de CBCT-certificering behaald.
Lokale speerpunten Op lokaal niveau zetten we in op de volgende speerpunten: 1.
7
Bewustwording Het versterken van basisvaardigheden begint met bekendheid en bewustzijn. Ook in Hardinxveld-Giessendam wonen inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden. Zij ervaren belemmeringen in het dagelijks leven en de impact hiervan is groot. Het is daarom
Peilmoment in 2026 op basis van registratiegegevens van het Taalhuis.
6
belangrijk dat we signaleren wanneer iemand moeite heeft met basisvaardigheden, zodat we passende hulp kunnen bieden. 2. Preventie & signalering We zetten actief in op het voorkomen van laaggeletterdheid door vroegtijdige signalering. Daarom trainen we onze samenwerkingspartners, zodat zij hun belangrijke signaalfunctie goed kunnen uitvoeren. Dit betekent dat zij moeten herkennen wanneer iemand moeite heeft met basisvaardigheden én weten waar passende hulp beschikbaar is. We richten ons dus op gemeentebrede signalering: professionals die inwoners ontmoeten (binnen het sociaal domein, in de wijk en bij maatschappelijke partners) worden toegerust om signalen van beperkte basisvaardigheden te herkennen. Door deze brede aanpak ontstaat een samenhangend netwerk van signalerende partijen in de hele gemeente. Door het gesprek aan te gaan met inwoners en hen gericht door te verwijzen, kunnen we tijdig de juiste hulp en ondersteuning bieden. 3. Ondersteuning We ondersteunen onze inwoners op een manier die bij hen past. Om onze inwoners te kunnen ondersteunen zijn ook de randvoorwaarden op orde, bijvoorbeeld de certificering van ons taalhuis is op orde en we hebben duidelijke afspraken met samenwerkingspartners.
Thema’s Op basis van deze speerpunten hebben we een lokale aanpak ontwikkeld die zoveel mogelijk domeinen binnen de gemeente omvat. Omdat we niet alles tegelijk kunnen uitvoeren, kiezen we er bewust voor om ieder jaar één thema extra aandacht te geven, waarbij we jaarlijks de focus en bijbehorende acties vaststellen. • • • •
2026 – Gezin & ouderbetrokkenheid 2027 – Werk & Geld 2028 – Gezondheid & digitale inclusie 2029 – Toegankelijke (digitale) dienstverlening
Deze planning staat niet volledig vast: afhankelijk van beschikbare middelen en/of maatschappelijke ontwikkelingen kan een ander thema eerder prioriteit krijgen. Ons streven is om aan het einde van de looptijd van dit plan alle acties uit te voeren, eventueel in een andere volgorde dan vooraf bepaald. Niet alle activiteiten in een jaar zijn gekoppeld aan het jaarthema. Soms zijn bijvoorbeeld acties nodig rondom digitale vaardigheden, terwijl de focus dat jaar ligt op gezin en ouderbetrokkenheid. Het grootste deel van de genoemde acties sluit wel aan bij het jaarthema.
Gezin & Ouderbetrokkenheid | 2026 We willen voorkomen dat meer mensen moeite krijgen met basisvaardigheden of dat er al op jonge leeftijd problemen ontstaan. We zetten daarom in op het jonge kind en de ouders om al op een jonge leeftijd te werken aan basisvaardigheden. Lage basisvaardigheden – zoals moeite met lezen, schrijven en rekenen – worden niet letterlijk van ouders op kinderen overgedragen, maar kunnen wel van generatie op generatie blijven bestaan. Kinderen van laaggeletterde ouders lopen meer risico om zelf een taalachterstand op te lopen. Door laaggeletterdheid bij ouders vroeg te signaleren en zowel ouder als kind te bereiken met aanbod, kunnen we voorkomen dat kinderen dezelfde uitdagingen ervaren. De aanpak rondom ouderbetrokkenheid sluit aan bij het onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente. In Hardinxveld-Giessendam is het doel van dit beleid om leerachterstanden bij kinderen van 2 tot 12 jaar te voorkomen en waar nodig te verkleinen. De lokale aanpak voor basisvaardigheden sluit hier goed op aan: interventies die leerachterstanden helpen voorkomen, dragen ook bij aan het versterken van basisvaardigheden.
7
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het betrekken van ouders. In Hardinxveld-Giessendam heeft ongeveer de helft van de volwassenen met beperkte basisvaardigheden kinderen jonger dan 18 jaar.8 Door aandacht te vragen voor de basisvaardigheden van ouders, kunnen we hen beter ondersteunen in hun rol bij de ontwikkeling van hun kinderen. Zo is de aanpak tweeledig: gericht op het versterken van basisvaardigheden bij zowel ouders als kinderen. Wat gaan we doen? Doorlopende acties: BoekStart voortzetten in de bibliotheek en op het consultatiebureau. BoekStart stimuleert ouders om samen met hun jonge kinderen (0–4 jaar) te lezen en draagt daarmee bij aan de taalontwikkeling én ouder-kindinteractie. In samenwerking met de bibliotheek besteden we aandacht aan het thema lezen door middel van het Leesfeest, de Week van Lezen en Schrijven, de BoekStartdag en de Kinderboekenweek. Actie We vragen aandacht voor het belang van basisvaardigheden tijdens de Week van Lezen & Schrijven. We trainen professionals in het onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen en Jong JGZ om laaggeletterdheid bij ouders te herkennen. We formaliseren samenwerkingsafspraken met partners van het Taalhuis. We onderzoeken de mogelijkheden voor het voortzetten van VoorleesExpress We doorlopen de CBCTcertificering van het Taalhuis.
Speerpunt Bewustwording
Wie Regiogemeenten en bibliotheek
Resultaat 2026 Meer bewustwording in Hardinxveld-Giessendam over het belang van basisvaardigheden.
Preventie & signalering
Gemeente, Taalhuis en Stichting Lezen en Schrijven
120 professionals zijn getraind om laaggeletterdheid te herkennen bij ouders.9
Ondersteuning
Taalhuiswerkgroep
Een samenwerkingsovereenkomst met de belangrijkste partners.
Ondersteuning
Bibliotheek en gemeente
Ondersteuning
Subregiogemeenten PSH en Taalhuis
Inzicht in welke inzet nodig is om VoorleesExpress in goede vorm aan te kunnen bieden. Het Taalhuis heeft de CBCTcertificering behaald.
8
Basisvaardigheden in Zicht
9
In 2025 hebben de eerste trainingen al plaatsgevonden.
8
Werk & Geld | 2027 Als mensen moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen, kan dat problemen geven op het werk. Bijvoorbeeld: als iemand een instructie niet goed begrijpt, kan dat zorgen voor gevaarlijke en onveilige situaties. Goede basisvaardigheden helpen mensen om duurzaam inzetbaar te blijven op de werkvloer. Ook hebben ze dan meer kans op het vinden van een baan. Daarnaast hebben inwoners met beperkte basisvaardigheden een grotere kans om in financiële problemen te komen. Het begrijpen van brieven, invullen van formulieren en het tijdig betalen van rekeningen is voor hen een uitdaging. In het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028 van de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn inwoners met beperkte basisvaardigheden dan ook aangemerkt als risicogroep. In de praktijk blijkt bijvoorbeeld dat inwoners die bij de welzijnsorganisatie aankloppen voor financiële hulp, onvoldoende vaardigheden hebben om bijvoorbeeld zelf toeslagen of bijzondere bijstand aan te vragen. Ook de toenemende digitalisering is hierbij een belangrijke component. In Hardinxveld-Giessendam zien we dat veel inwoners tussen de 28 en 65 jaar met Nederlands als moedertaal moeite hebben met lezen en schrijven10. Ongeveer de helft van deze inwoners werkt. Een klein deel van deze inwoners is in opleiding en het overige deel werkt niet.
Op het Dag van de Ondernemer in 2024 is al aandacht besteed aan het thema laaggeletterdheid. In 2025 is dit thema opnieuw onder de aandacht gebracht binnen het project ‘Geldzorgen op de Werkvloer’. In 2027 zetten we vervolgstappen om werkende inwoners én inwoners met financiële problemen beter te kunnen signaleren en ondersteunen. Wat gaan we doen? Doorlopende acties: -
We zetten het project Vrouwen Empowerment van VluchtelingenWerk in. Dit helpt NT2vrouwen om actiever mee te doen in de samenleving.11
Actie We verspreiden gerichte communicatie met informatie over het aanbod van taallessen en digitale hulp. Bijvoorbeeld op scholen, zorgpartners etc. We leggen contact met vindplaatsen zoals de voedselbank, schuldhulpverlening en kerken. We organiseren, in samenwerking met Stichting Lezen en Schrijven, voorlichtingsbijeenkomsten voor werkgevers over het herkennen en bespreekbaar maken van laaggeletterdheid. We voeren de Scan Digitale Inclusie12 van Stichting Lezen en Schrijven uit.
Speerpunt Bewustwording
Wie regiogemeenten Drechtsteden
Resultaat 2027 Inwoners zijn via een flyer geïnformeerd over het beschikbare aanbod, lokaal en in de regio.
Preventie & signalering
Taalhuiswerkgroep
Onderzoek is gedaan naar manieren om via deze vindplaatsen inwoners te bereiken.
Preventie & signalering
Taalhuis en Stichting Lezen en Schrijven
Minimaal één voorlichtingsbijeenkomst voor werkgevers georganiseerd.
Ondersteuning
Stichting Lezen en Schrijven, gemeente en Taalhuis.
Inzicht in mogelijke verbeteringen op het gebied van digitale inclusie.
10 Basisvaardigheden in zicht, zie bijlage 1 11 Duur van de inzet van dit project is afhankelijk van financieringsmogelijkheden. Het project loopt in ieder geval
nog in 2026. 12 De Scan Digitale Inclusie is een instrument van Stichting Lezen & Schrijven dat inzicht geeft in hoe goed de digitale inclusie in een gemeente is geregeld.
9
Gezondheid & digitale inclusie | 2028 Zij vinden het vaak lastig om informatie over gezondheid, ziekte en zorg goed te begrijpen. Mensen met beperkte basisvaardigheden voelen zich bovendien vaker minder gezond. Ook maken zij relatief meer gebruik van zorg van een huisarts of ziekenhuis, terwijl zij minder gebruikmaken van ondersteuning vóór of na een behandeling. 13 Door de toenemende digitalisering (zoals e-consulten, patiëntportalen en gezondheidsapps) wordt de toegankelijkheid van de zorg voor inwoners met beperkte digitale vaardigheden verder bemoeilijkt. Zo signaleerde een huisarts in HardinxveldGiessendam dat veel inwoners moeite hebben met het gebruik van de aanmeldzuil in de praktijk. We bieden trainingen14 en voorlichting aan om gezondheidspartners, zoals huisartsen, (meer) bewust te maken van de gevolgen van beperkte basisvaardigheden. We stimuleren hen om duidelijk en begrijpelijk te communiceren met inwoners. Daarnaast willen we dat zij weten welke ondersteuning beschikbaar is en inwoners actief kunnen doorverwijzen naar passend (lokaal) aanbod om hun basisvaardigheden te versterken. Wat gaan we doen? Doorlopende acties: - Informatiepunt Digitale Overheid voortzetten. In de bibliotheek en in het gemeentehuis kunnen inwoners hulp krijgen bij het regelen van zaken met de overheid, zoals DigiD, toeslagen en belastingen. - Cursussen zoals Klik & Tik blijven aanbieden.
In de bibliotheek kunnen inwoners leren omgaan met de computer, veilig het internet opgaan en wegwijs worden op de websites van de overheid. Actie We delen minimaal één keer per jaar informatie over basisvaardigheden tijdens het huisartsenoverleg.
Speerpunt Bewustwording
Wie Gemeente en Taalhuis.
We bieden trainingen aan voor gezondheidspartners om laaggeletterdheid te kunnen herkennen en geven handvatten om inwoners door te verwijzen. We evalueren de samenwerking van het IDO met het Taalhuis, met name het aantal ‘warme overdrachten’ van het IDO naar het beschikbare aanbod. We leggen contact met gezondheidspartners, zoals huisartsen, apothekers, JongJGZ, verloskundigen etc
Preventie & signalering
Subregiogemeenten PSH, Stichting Lezen en Schrijven, Taalhuis
Ondersteuning
Gemeente en Taalhuis
Ondersteuning
Taalhuiswerkgroep
Resultaat 2028 Huisartsen in HardinxveldGiessendam zijn zich (meer) bewust van de gevolgen van lage basisvaardigheden voor inwoners en weten welke hulp beschikbaar is. Minimaal één training aan gezondheidspartners in HardinxveldGiessendam gegeven. We hebben inzicht in hoeveel verwijzingen naar (lokaal) aanbod er zijn en weten welke verbeteringen mogelijk zijn om dit aantal te verhogen. We onderzoeken de mogelijkheden om via deze vindplaatsen inwoners te bereiken.
13 Van der Heide, I., & Rademakers, J. (2015). Laaggeletterdheid en Gezondheid: Stand van zaken. Utrecht: Nivel 14
Onder voorbehoud van beschikbare financiering voor het jaar 2027.
10
Toegankelijke (digitale) dienstverlening | 2029 Of het nu gaat om het aanvragen van een uitkering of toeslagen, het regelen van bankzaken of het opvragen van medische gegevens: we doen steeds meer digitaal. Voor zo’n vier miljoen Nederlanders is dat een uitdaging, omdat zij niet digitaal vaardig genoeg zijn om zelfstandig zaken te regelen met de overheid. Daarom is het belangrijk dat we als gemeente duidelijk communiceren: heldere taal voor iedereen. Als gemeente kunnen we hierin het goede voorbeeld geven. Dat betekent dat we onze brieven, emails en websites zo schrijven dat inwoners ze goed begrijpen. Ook ondersteunen we inwoners wanneer dat nodig is. We willen dat iedereen eenvoudig gebruik kan maken van onze dienstverlening, zowel online als aan de balie. Vanuit het thema laaggeletterdheid denken we mee met de afdeling Communicatie en de adviseur Dienstverlening over hoe we onze dienstverlening voor iedereen toegankelijk kunnen maken. We sluiten aan bij de nog te ontwikkelen visie op dienstverlening en het bijbehorende beleidsplan. Daarnaast vinden we het belangrijk dat collega’s signalen herkennen van inwoners die moeite hebben met lezen, schrijven of digitale vaardigheden, en hen doorverwijzen naar passende hulp. Dit geldt vooral voor collega’s die veel contact hebben met inwoners.
Wat gaan we doen? Actie We vragen aandacht voor het gebruik van B1taalniveau in brieven, emails en op de website.
Speerpunt Bewustwording
Wie Gemeente (beleidsadviseur laaggeletterdheid en communicatie) in samenwerking met het Taalhuis
We organiseren trainingen voor collega’s die veel contact hebben met inwoners, zoals het Klant Contact Centrum (KCC) en medewerkers van het Sociaal Team. We onderzoeken de mogelijkheden voor het inzetten van taalambassadeurs (inzet, budget) om brieven en teksten te controleren op begrijpelijkheid.
Preventie & signalering
Subregiogemeenten PSH, Stichting Lezen & Schrijven, Taalhuis
Ondersteuning
Gemeente in samenwerking met het Taalhuis
Resultaat 2029 In 2029 hebben we op minimaal drie momenten gecommuniceerd over schrijven op B1-niveau én een activiteit georganiseerd om collega’s te stimuleren hiermee aan de slag te gaan. Minimaal één training gegeven aan collega’s uit het gemeentehuis in HardinxveldGiessendam. We hebben inzicht in de mogelijkheden voor de inzet van taalambassadeurs en hebben, waar mogelijk, concrete afspraken gemaakt over de inzet van taalambassadeurs.
11
4 Samenwerkingspartners Het terugdringen van laaggeletterdheid kunnen we niet alleen. Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken en ondersteunen hebben we onze partners nodig. Onderstaande partners helpen ons bij de uitvoering van de lokale aanpak: -
Stichting Lezen & Schrijven Bibliotheek AanZet Welzijnsorganisatie (Servanda) VluchtelingenWerk Sociaal Team Sociale Dienst Drechtsteden (regionale samenwerking) Werkcentrum Drechtsteden (regionale samenwerking)
Naast onze huidige samenwerkingspartners zien we kansen om de aanpak in HardinxveldGiessendam breder neer te zetten en hierdoor meer inwoner te bereiken. Hiervoor zoeken we de komende periode samenwerking met de volgende organisaties: -
Jeugdgezondheidszorg (Jong JGZ) Fien Wonen Scholen en kinderdagverblijven Huisartsen Apotheken Werkgevers/Ondernemersfonds Kerken/Werkgroep Kerk&Vluchteling
5 Financiering De lokale aanpak basisvaardigheden past binnen de bestaande financiële kaders. De regionale aanpak basisvaardigheden wordt gefinancierd op basis van het regioplan “Taal is zeg maar niet ALLEEN het ding” vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Het lokale uitvoeringsplan sluit grotendeels aan bij de regionale speerpunten. Hierdoor kunnen we gebruikmaken van het budget dat Dordrecht als contactgemeente van het rijk ontvangt. De formele (taal)aanbieders zijn, in lijn met het regioplan, door middel van een aanbestedingsprocedure vastgesteld. Lokale activiteiten, zoals de trainingen van Stichting Lezen en Schrijven aan collega’s en samenwerkingspartners, worden gefinancierd vanuit de overige regionaal beschikbare middelen. De bekostiging van deze trainingen is daarom afhankelijk van de beschikbare financiering. Uitkering WEB
2026
2027
2028
2029
Beschikbare decentrale middelen
€ 152.000
€ 126.000
€ 126.000
€ 126.000
Jaarlijks wordt in afstemming met de regiogemeenten uit de Drechtsteden een begroting vastgesteld voor de verdeling van de beschikbare decentrale middelen. Bij het organiseren van trainingen werken we samen met de subregiogemeenten Papendrecht en Sliedrecht. Door deze samenwerking kunnen we een groter budget benutten en meer inwoners bereiken. Daarnaast zoeken we aansluiting bij het Onderwijsachterstandenbeleid en de daarbij behorende OABbudgetten in het kader van ouderbetrokkenheid (Boekstart) en het trainen van professionals in de voorschoolse periode. Doordat het een integrale aanpak betreft, worden enkele acties beschreven in dit plan uit andere budgetten gefinancierd, zoals vanuit de middelen voor inburgering (Vrouwenproject VWN) en de reguliere financiering van de bibliotheek. 12
6 Monitoring en evaluatie Om te kunnen bepalen of onze lokale aanpak rondom basisvaardigheden effectief is, zijn monitoring en evaluatie nodig. Jaarlijks evalueert de Taalhuiswerkgroep de inzet op het jaarthema. Daarbij richten we ons vooral op de volgende vragen: -
Hoeveel inwoners worden bereikt? Door wie worden onze inwoners naar het beschikbare aanbod verwezen? Zien we bijvoorbeeld een stijging van het aantal verwijzingen door partners na een specifieke training? Bereiken we de juiste doelgroepen met onze acties?
We maken voor de lokale aanpak in ieder geval van de volgende instrumenten: Registraties Taalhuis In het Taalhuis wordt bijgehouden hoeveel bezoekers er bij de diverse inloopspreekuren zijn en of er doorverwijzingen zijn naar het (lokale) aanbod basisvaardigheden. Aan de hand van deze registraties kunnen we zien of we meer inwoners bereiken. IDO-punten Tijdens het IDO-spreekuur kunnen inwoners vragen stellen over overheidszaken. Medewerkers ondersteunen waar mogelijk en registreren het aantal bezoekers, de aard van de vragen en eventuele doorverwijzingen. Deze informatie helpt ons om een inschatting te maken van het aantal inwoners met beperkte basisvaardigheden. Jaarlijkse onderzoeksresultaten maken vergelijking van cijfers mogelijk. Contractmanagement rapportages Om de WEB uit te voeren zijn diverse contracten afgesloten met aanbieders in de Drechtsteden waar onze inwoners ook aan deel kunnen nemen. Ieder kwartaal wordt met de aanbieders de rapportages besproken, mochten daar noemenswaardige zaken uitkomen wordt dit met de beleidsadviseurs gedeeld en besproken. Aan de hand van de rapportages wordt gemonitord of de aanbieders voldoen aan de contractdoelstellingen. Scan Digitale Inclusie De Scan Digitale Inclusie is een instrument van Stichting Lezen & Schrijven dat inzicht geeft in hoe goed de digitale inclusie in een gemeente is geregeld.
Het geeft een beeld hoe wij als gemeente ervoor staan. Welke onderdelen zijn al goed op orde en waar is nog winst te behalen? Aan de hand van de uitkomsten hiervan kunnen we verder stappen zetten om onze dienstverlening toegankelijker te maken, onder andere voor inwoners met beperkte digitale vaardigheden. De eerste scan staat gepland voor 2027.
13
Bijlage 1 | Cijfers Afbeelding 1: In Hardinxveld-Giessendam heeft 15% van de inwoners tussen 16 en 75 jaar moeite met taal en/of rekenen. Dat zijn ongeveer 2.000 mensen.
Afbeelding 2: De verdeling tussen NT1 en NT2 in Hardinxveld is als volgt: 80% van de laaggeletterde inwoners heeft Nederlands als eerste taal (NT1) en 20% heeft Nederlands als tweede taal (NT2)
14
Afbeelding 3: De inwoners verdeeld over categorieën: werkend, niet werkend/niet in opleiding en in opleiding.
Afbeelding 4: De verdeling inwoners met kinderen jonger dan 18 jaar en geen kinderen jonger dan 18 jaar.
15
Bijlage 2 | Begrippenlijst Laaggeletterd
Mensen die wel kunnen lezen en schrijven, maar op een (zeer) laag niveau
Basisvaardigheden
Taal-, rekenvaardigheden én digitale vaardigheden
Analfabeet
Mensen die niet kunnen lezen of schrijven
NT1
Iemand met Nederlands als eerste taal
NT2
Iemand met Nederlands als tweede taal
Taalniveaus A1/A2, B1 (van toepassing op NT2)
A1 is heel eenvoudig, A2 is eenvoudig en B1 is het minimale niveau wat een volwassene moet beheersen om volwaardig mee te kunnen doen in de maatschappij. Een volwassene is laaggeletterd met een taalniveau onder B1
Taalniveaus Instroom, 1F en 2F (van toepassing op NT1)
1F is het streefniveau aan het einde van de basisschool en 2F is het taalniveau aan het eind van het VMBO. Niveau 2F is het minimumniveau wat een volwassene moet beheersen om volwaardig mee te kunnen doen in de maatschappij. Een volwassene is laaggeletterd met een taalniveau onder 2F
Integrale aanpak
In samenhang en afstemming tussen diverse domeinen samenwerken
Ouderbetrokkenheid
De betrokkenheid van ouders bij de taalontwikkeling van hun kind
OAB
Onderwijsachterstandenbeleid
WEB
Wet educatie en beroepsonderwijs
Taalambassadeurs
Een ervaringsdeskundige die zelf moeite heeft (gehad) met basisvaardigheden en zich inzet om laaggeletterdheid zichtbaar te maken en bewustwording te creëren. Bijvoorbeeld door voorlichting te geven of te toetsen of communicatie van organisaties begrijpelijk is voor mensen met beperkte taalvaardigheid
Toegankelijke dienstverlening
Binnen de gemeente toegankelijk zijn voor iedereen door middel van eenvoudige communicatie
16
Secretariaat: M.P.J. van Peer Tonneband 18 3371 JG Hardinxveld-Giessendam T 0184-614957 E info@psd-hagi.nl E secretaris@psd-hagi.nl W www.psd-hagi.nl
Aan: cc:
Gemeente Hardinxveld-Giessendam t.a.v. mevrouw T. Glansbeek griffie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam
Via mailbericht aan u toegezonden Datum: Betreft:
29 december 2025 Advies Lokale aanpak laaggeletterdheid Bouwen aan basisvaardigheden, gemeente Hardinxveld Giessendam
Geachte mevrouw Glansbeek, Dank voor de toegezonden adviesaanvraag van 17 november jl. met betrekking op bovenstaande Lokale aanpak laaggeletterdheid. Wij zijn verheugd om te zien dat dit onderwerp nu de nodige (beleidsmatige)aandacht krijgt. Alvorens wij inhoudelijk op de Lokale aanpak in gaan, eerst een paar algemene opmerkingen. - De voorliggende Lokale aanpak geeft, wellicht onbedoeld, invulling aan een belangrijk onderdeel van de Lokale Inclusie Agenda (LIA) die in samenwerking met uw collega’s in het verleden is opgesteld. Deze LIA is een verdere uitwerking van het VN-Verdrag Handicap. Het VN-verdrag Handicap (officieel: Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap/beperking1) is een belangrijk internationaal mensenrechtenverdrag dat Nederland in 2016 heeft geratificeerd, met als doel dat mensen met een beperking volwaardig en gelijkwaardig kunnen meedoen in de samenleving, net als ieder ander, door te focussen op toegankelijkheid, zelfbeschikking, en participatie op alle levensgebieden (onderwijs, werk, zorg, etc.). Het motto van het VN-Verdrag: ‘Niets over ons, zonder ons’ komt ook terug in de VNG Handreiking Lokale Inclusieagenda Iedereen doet mee. Ons advies is dan ook om de inwoners die met laaggeletterdheid te maken hebben te betrekken in het maken en uitwerken van de actiepunten en voornemens.
Dat geldt zeker voor de titel die aan het concept regioplan is gegeven. Volstrekt onleesbaar en niet begrijpelijk. - In de Lokale aanpak zijn doelen opgenomen die gekoppeld zijn aan acties. Dat geeft inzicht en transparantie in de aanpak. In het hoofdstuk 7 Monitoring en Evaluatie zijn voornemens opgenomen voor monitoring die niet altijd zijn gekoppeld aan daadwerkelijke acties. Dat geeft wellicht onvoldoende transparantie over het feit of de te behalen doelen die de hoofdstukken 2,3 en 4 zo mooi zijn geformuleerd ook daadwerkelijk zijn behaald. Het uitnutten van (schaars) budget op zo’n belangrijk onderwerp vereist dat wel. Het advies is om in de Lokale aanpak naast het plannen en uitvoeren, meer aandacht te besteden aan het monitoren en daarna heroverwegen of de plannen moeten worden aangepast2. Een vervolgadvies is dan ook om de doelen (nog) concreter te stellen, en na de evaluatie vervolgdoelen opstellen. - Ons Platform beschikt over ervaringsdeskundigheid o.a. als het gaat om werken met / in dit onderwerp. Wij willen u de ervaring niet onthouden en hebben de opmerkingen integraal opgenomen:
Zelf ben ik als vrijwilliger van de bibliotheek betrokken bij het wekelijkse voorlezen, de opmerking een van de leden: Boekstart en voorheen ook de VoorleesExpress. Boekstart en het voorlezen in bibliotheek zijn van onschatbaar belang. Tegelijk is het moeilijk om de juiste doelgroep te benaderen. Ik mis het Leesfeest dat ieder jaar begin september wordt georganiseerd in bibliotheek. Hierbij worden vanuit alle scholen de leerlingen van groep 3 uitgenodigd. Afgelopen september waren er veel kinderen 1
Het klinkt wellicht wat vreemd om laaggeletterdheid gelijk te stellen met een beperking of handicap. Echter is de basis van het VN Verdrag dat iedere inwoner gelijkwaardig mee kan doen in de samenleving. Door laaggeletterdheid is het ‘volwaardig meedoen’ niet altijd vanzelfsprekend. Vandaar deze uitleg. 2 In feite hebben we het hier over een project dat meer inhoud kan krijgen door het toepassen van de Plan-Do-CheckAct methodiek.
1
aanwezig. Bij uitvraging bleken er maar 9! kinderen vanuit de groepen 3 aanwezig te zijn. Laat staan dat hierbij laaggeletterde leerlingen bij zijn De VoorleesExpress is een prachtig initiatief. Hier worden goedwillende vrijwilligers ingezet. Zij gaan twintig weken lang, een uur naar een gezin gaan om voor te lezen en taalspelletjes te doen. Vaak is er sprake van leer- opvoedings- en/of ontwikkelingsproblemen. Er is te weinig budget/inzet om dit goed te monitoren waardoor vrijwilligers afhaken en er volgens mij in HG geen mensen meer zijn die hieraan meedoen. Waar liggen de hiaten in tijd, geld en aansturing. Het voelt al met al erg goedkoop om bovenstaande acties op te voeren in het document. Speerpunt is hoe de juiste doelgroep te benaderen en vast te houden. Zou graag concrete doelen zien hoe juist deze groep waar dit noodzakelijk voor is bereikt kan worden. Vanuit de leesbaarheid van Lokale aanpak is ons advies om de Drechtstedelijke thema’s op pagina 6 ook in die volgorde en diepgaander uit te werken als dat nu is opgenomen. Een aantal inhoudelijke opmerkingen. - Zowel in het concept regioplan als in de Lokale aanpak worden diverse cijfers genoemd. Gerenommeerde instanties hebben zich met de tot standkoming van deze cijfers beziggehouden. De afwijking tussen de cijfers die aan ons dorp worden toegekend versus landelijke en regionale cijfers is significant.
De Lokale aanpak zou aan kracht winnen door verklaringen op te nemen van deze significante afwijkingen. Ons advies is derhalve om uit te (laten) zoeken waar de geconstateerde verschillen door worden veroorzaakt. Dit zou namelijk gevolgen kunnen hebben voor de intensiteit van de voorgenomen acties. - Op het gebied van preventie: In het onderwijs wordt hard gewerkt aan het voorkomen van laaggeletterdheid/ lage basisvaardigheden. Omdat alle kinderen leerplicht hebben zou de gemeente vooral moeten investeren en faciliteren in het onderwijs. Dat is de grootste mogelijkheid om laaggeletterdheid te voorkomen. Zo worden de kinderen niet afhankelijk van wat ouders of anderen aan activiteiten aanbieden. En juist die actie ontbreekt in ‘wat gaan we doen’. Advies is om de rol en de mogelijkheden die de gemeente heeft om in het onderwijs meer te investeren op te nemen als actiepunt. - Wat lastig is in de Lokale aanpak is dat er steeds wordt uitgegaan van leerbaarheid van de inwoners, maar het niet beschikken over voldoende basisvaardigheden heeft vooral te maken met het niet in staat zijn om zich deze eigen te maken. Het Platform heeft moeite met de zin: “We ondersteunen de eigen kracht en mogelijkheden van onze inwoners”. Schaamte en onvermogen spelen een grote rol.
Concreet: hoe bereik je deze groep en wat is het doel voor deze groep? - Bij de Lokale speerpunten: • Bewustwording: Waar zijn de concrete doelen. Hoe gaan we gemeente breed signaleren wie er moeite heeft met basisvaardigheden. Dit is een groep die zo moeilijk te herkennen is en bovendien vaak weerstand heeft tegen veel wat met scholing te maken heeft.
•
Toegankelijke dienstverlening: We benoemen taalambassadeurs. Wat is hun inzet en budget concreet?
Als laatste is het advies om deze Lokale aanpak mede te zien als uitvoering van een stukje Lokale Inclusie Agenda waarbij communicatie ook een belangrijk onderdeel is. Zorg ervoor dat er zo weinig mogelijk gebruik gemaakt wordt van schriftelijke informatie. Dat is juist het probleem! Geef inwoners de mogelijkheid zowel mondeling, als schriftelijk, als digitaal te communiceren met allerlei instanties. En in het kader van het VN-Verdrag kan dat zo breed mogelijk zijn.
2
Mochten er nog vragen over bovenstaand advies zijn, of behoefte om te klankborden bij de verdere uitwerking van de Lokale aanpak dan houden wij ons van harte aanbevolen. Met vriendelijke groet, namens het Platform Sociaal Domein Hardinxveld-Giessendam
Jacques van de Minkelis Voorzitter
3
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
Verder
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030 (vervolg op Taal is zeg maar niet zo mijn ding)
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
2
INHOUD1.0 1 Inleiding, landelijk beleid WEB na 2024 Aanleiding en context van het regioplan Wettelijke kaders Regierol contactgemeente Dordrecht
2 Laaggeletterdheid, basisvaardigheden en het maatschappelijk effect Gevolgen van lage basisvaardigheden Maatschappelijk effect
3 Drechtsteden, cijfers, doelstellingen en doelgroepen Regionale en lokale cijfers Doelgroepen
4 Regionale en lokale speerpunten: doelen, ambities en aanbod Waar staan we nu in de Drechtsteden?
5 Integrale aanpak en samenwerking met partners Verbinding met onderzoek Rol van bibliotheken en Taalhuizen Samenwerking met de Stichting Lezen en Schrijven
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
4 5 8 10
11 12 15
17 18 20
22 23
6 Signalering, werving en toeleiding
30
7 Financiën, WEB-middelen, regiemiddelen en andere financiële bronnen
33
8 Kwaliteitseisen en monitoring
37
9 Bijlagen
39
Bijlage 1 – Aanbod 2026-2030 Bijlage 2 – OCD-data op basis van landelijke PIAAC-data Bijlage 3 – Overzicht taalniveaus Europees Referentiekader Talen (anderstaligen) en Referentiekader Taal en Rekenen (Nederlandstaligen)
40 44
46
Dromen: de verborgen impact van laaggeletterdheid
48
Bronnen
49
25 26 27 29
3
.1 Inleiding, landelijk beleid WEB na 2024
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
4
Aanleiding en context van het regioplan Voor u ligt de vervolgaanpak Laaggeletterdheid en basisvaardigheden voor de Drechtsteden 2026-2030. Deze aanpak bouwt verder aan de ontwikkeling die wij in gang gezet hebben met “Taal is zeg maar niet zo mijn ding” (2021-2024). De gemeenten Zwijndrecht, Papendrecht, Sliedrecht, Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hardinxveld-Giessendam en Dordrecht zetten hiermee, vanuit een gedeelde visie, hun regionale aanpak basisvaardigheden voort.
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
5
“Taal is zeg maar niet ALLEEN het ding.” Wat als je de brieven van de gemeente slecht kunt lezen? Of je bankzaken niet digitaal kunt doen? De veiligheidsvoorschriften op de werkvloer niet goed kunt begrijpen? Of je kinderen onvoldoende kunt ondersteunen met hun huiswerk of niet kan voorlezen. En hoe leg je aan de telefoon aan de huisbaas uit dat je kraan lekt? In de Drechtsteden willen we dat alle inwoners meedoen. Dat zij zekerheid vinden in hun bestaan en mondiger worden. Twee dingen zijn daarvoor heel belangrijk: • Dat inwoners over voldoende basisvaardigheden (taal, rekenen en digitaal) beschikken. • Dat onze dienstverlening én die van onze partners in het sociaal domein toegankelijker wordt. Kunnen meedoen hangt samen met verschillende basisvaardigheden. Én met een overheid en partners in het sociaal domein die inwoners tegemoet treden en drempels verlagen. Het gaat dan ook om veel meer dan lezen en schrijven. De optelsom van een breed aanbod basisvaardigheden en het verbeteren van onze dienstverlening zorgt ervoor dat inwoners hun redzaamheid uitbreiden en greep hebben op hun bestaan.
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
Met dit regioplan bouwen wij verder op het fundament wat gelegd is met de visie “Taal is zeg maar niet zo mijn ding” (2021-2024). We verbinden deze aanpak met regionale en lokale plannen voor onderwijskansen, participatie, arbeidsmarkt en bestaanszekerheid.
In de Drechtsteden ondersteunen wij inwoners, zodat zij: • Voldoende en voorspelbaar inkomen hebben • Meedoen in de samenleving • Een betaalbare woning hebben • Toegang hebben tot hulp en zorg • Kunnen vertrouwen op de overheid
6
Deze regionale aanpak basisvaardigheden sluit hierbij aan. We kiezen daarom voor een integrale aanpak en zoeken de samenwerking met diverse partners, zowel binnen onze gemeentelijke organisaties als daarbuiten. Partners in het sociaal domein, onderwijs, werkgevers en andere partijen zijn onmisbaar in onze aanpak. Maatschappelijke thema’s waar wij onze aanpak mee verbinden zijn: • Inclusie en gelijke kansen; • Zelfredzaamheid en participatie; • Leven lang ontwikkelen; • Toegankelijke dienstverlening. Dit regioplan sluit aan bij het beleid volwasseneducatie van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Wij voeren hiermee de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) uit.
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
7
Wettelijke kaders De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (1996) De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) regelt dat gemeenten in regionaal verband een gespreid aanbod van educatieve activiteiten voor volwassen niet-inburgering plichtige inwoners organiseren. De uitvoering van het middelbaar beroepsonderwijs door regionale opleidingscentra (ROC’s) valt hier ook onder. Het educatieve aanbod basisvaardigheden is bedoeld voor volwassenen en bestaat uit leertrajecten gericht op taal- reken en digitale vaardigheden. Het rijk stelt jaarlijks een specifieke uitkering beschikbaar voor de uitvoering van het aanbod. De gemeente Dordrecht heeft als contactgemeente binnen de arbeidsmarktregio een regierol. Drie ministeries zijn betrokken bij de uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) hebben op inhoudelijke thema’s een relatie met de uitvoering van de wet. SZW is o.a. verantwoordelijk voor arbeidsmarktbeleid en daarmee ook verbonden met educatiedoelstellingen op het gebied van opleiding en arbeidsmarkt. Dit geldt ook voor VWS.
UNESCO rapport De Staat van de Nederlandse Volwasseneneducatie (2024) 1 Dit rapport verscheen op initiatief van Prof. Dr. Maurice de Greef van de UNESCO leerstoel volwasseneducatie van de Vrije Universiteit Brussel. Een van de UNESCO doelen is dat iedereen kwalitatief goed onderwijs moet krijgen om zichzelf duurzaam te kunnen ontwikkelen en zijn of haar leven te kunnen verbeteren. Veel inwoners krijgen pas op latere leeftijd de kans om aan onderwijs deel te nemen. Daarom hebben de lidstaten, waaronder Nederland, afspraken gemaakt om zich samen in te zetten voor een sterke infrastructuur voor volwasseneducatie. Basisvaardigheden die gericht op redzaamheid en het verbeteren van de arbeidsmarktpositie zijn hiervan een onderdeel.
1/ De staat van de Nederlandse Volwassen educatie 2024, Prof. Dr. Maurice de Greef, MSc. Mieke de Haan
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
8
Verkenning toekomst WEB na Tel mee met Taal 2 Het programma Tel mee met Taal liep eind 2024 af. In samenwerking met gemeenten en maatschappelijke partners heeft het ministerie van OCW een verkenning uitgevoerd naar de toekomst van de WEB. Deze verkenning heeft geleid tot verschillende aanbevelingen uit de 35 arbeidsmarktregio’s en opties voor de periode na 2024. 1. Voortzetting van de financiering van het aanbod basisvaardigheden via de WEB-middelen 2. Brede benadering van basisvaardigheden door niet alleen te focussen op taal, rekenen en digitale vaardigheden. Bijvoorbeeld door het aanbod uit te breiden met andere leerdoelen zoals budgetteren en gezondheids- en opvoedvaardigheden. 3. Integrale samenwerking tussen verschillende partijen zoals gemeenten, sociale diensten (SDD), Regionale werkcentra (RWC), werkgevers, maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen.
Kamerbrief over toekomst landelijke aanpak basisvaardigheden (juli 2025) In de kamerbrief “Versterking basisvaardigheden volwassenen vanaf 2025” schrijft staatssecretaris Paul dat de Rijksoverheid de komende jaren haar koers op de aanpak basisvaardigheden vervolgt. Het Rijk zet ook in op een sterkere verbinding met het arbeidsmarktdomein. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 57 % van de mensen met beperkte basisvaardigheden actief is op de arbeidsmarkt. Daar liggen kansen om vraag en aanbod basisvaardigheden op en rond werk- en participatievloeren met elkaar te verbinden. Het gaat daarbij om werkenden en werkzoekenden. Waarmee ook de verbinding met Leven Lang Ontwikkelen en het “LLO collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden” wordt gelegd. Gemeenten kunnen vanaf 2026 jaarlijks rekenen op circa € 86 miljoen aan educatiemiddelen. Tot en met 2028 ondersteunt het Rijk contactgemeenten met een decentralisatie uitkering van in totaal € 5 miljoen. Onze regionale aanpak sluit goed aan op deze kamerbrief.
2/ Verkenning basisvaardigheden voor volwassenen vanaf 2025, Ministerie van OCW
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
9
Regierol contactgemeente Dordrecht De gemeente Dordrecht voert regie en coördinatie op het regionale aanbod basisvaardigheden. De gemeente Dordrecht voert als contactgemeente de regie op de uitvoering van de aanpak basisvaardigheden als onderdeel van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. De gemeente Dordrecht is verantwoordelijk voor: • Aanbesteding • Budgetverdeling • SiSa-verantwoording ( Single information Single audit) • Accountbeheer (in samenwerking met Servicecentrum Drechtsteden) • Integrale benadering door verbinding met in- en externe partners o.a. Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en Werkcentrum Drechtsteden, Collectief Leven Lang Ontwikkelen, Gezinsaanpak geletterdheid, lokale regierol Bibliotheek AanZet, lokale regierol Informatiepunt Digitale Overheid en Certificering Taalhuizen • Deelname aan G35 bijeenkomsten met OCW, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de vereniging leidinggevenden in het sociaal domein (DIVOSA)
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
In afstemming met de regio-collega’s: • Uitvoering aanbesteding 2026-2030 • Regioplan basisvaardigheden opstellen • Faciliteren van periodieke regio-overleggen • Faciliteren, motiveren en stimuleren (samen met Stichting Lezen en Schrijven) • Beleidskeuzes voorleggen • Informeren over landelijke ontwikkelingen
10
.2 Laaggeletterdheid, basisvaardigheden en het maatschappelijk effect
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
11
Gevolgen van lage basisvaardigheden Europees onderzoek naar kernvaardigheden (PIAAC) 3 Het meten van het niveau van de kernvaardigheden van de bevolking is erg lastig. Om deze reden wordt er ééns in de tien jaar een groot Europees onderzoek uitgevoerd. In 2023 is een nieuwe meting uitgevoerd onder de Europese bevolking. In Nederland hebben 3.513 volwassenen en 744 ouderen deelgenomen aan dit onderzoek. Het onderzoekscentrum Drechtsteden (OCD) benut deze informatie om een beeld te geven van de situatie in de Drechtsteden. In het PIAAC-onderzoek wordt uitgegaan van drie onderdelen van basisvaardigheden die nodig zijn om goed mee te kunnen komen in de samenleving: • Geletterdheid: “geschreven informatie lezen, begrijpen en doelgericht gebruiken om meer kennis te ontwikkelen” • Gecijferdheid: “wiskundige informatie en ideeën toepassen en interpreteren” • Adaptieve probleemoplossing: “hedendaagse technologieën gebruiken bij het oplossen van problemen”. Een ander woord voor “adaptieve probleemoplossing” is: het kunnen inspelen op veranderende omstandigheden of problemen en daar zelfstandig oplossingen voor zoeken.
Lage basisvaardigheden in plaats van “laaggeletterdheid”. De term laaggeletterd is te beperkt. Het gaat vaak om het gemis van zowel taal-, reken- en digitale vaardigheden. Maar ook om oplossingsvaardigheden en zelfredzaam zijn. Daarom gebruiken wij in dit plan de term (lage of beperkte) basisvaardigheden. Landelijke cijfers Ongeveer 2,2 miljoen volwassenen (16-65 jaar) in Nederland zijn laaggeletterd (15,5%) en/of hebben lage rekenvaardigheden (15,9%). Vaak overlappen laaggeletterdheid en laaggecijferdheid; acht op de tien mensen met lage taalvaardigheden zijn ook laag gecijferd. Daarnaast heeft 18,7% van de volwassenen een laag probleemoplossend vermogen. Ouderen (66+) hebben vaker lagere basisvaardigheden: 39% van hen is laaggeletterd en 33% is laag gecijferd. Ongeveer 860.000 ouderen hebben moeite met deze basisvaardigheden. In totaal hebben bijna 3 miljoen Nederlanders tussen de 16 en 75 jaar lage basisvaardigheden (PIAAC, 2023). De ontwikkeling van taalvaardigheden is de afgelopen jaren stabiel gebleven. De rekenvaardigheden zijn wel merkbaar gestegen ten opzichte van de vorige PIAAC-meting (2012).
3/ Bronnen OCD o.a.: https://piaaconderzoek.nl https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/45/ nederlanders-digitaal-steeds-vaardiger piaac.ugent.be
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
12
Voorspellers Belangrijke voorspellers van het hebben van lage basisvaardigheden: laag opleidingsniveau, geen startkwalificatie, niet-actief zijn op de arbeidsmarkt, lager opleidingsniveau van de ouders, eerste generatie migratieachtergrond en een hogere leeftijd. Het grootste deel van de groep mensen met lage basisvaardigheden heeft betaald werk. Maar vaak in lager betaalde banen. Geslacht, stedelijkheid van de woonomgeving en uitkeringsstatus hebben geen verband met het hebben van lage basisvaardigheden. Effect van beperkte basisvaardigheden op het dagelijks leven Een achterstand in basisvaardigheden heeft impact op alle levensdomeinen. Bijvoorbeeld lage financiële taalvaardigheden bijvoorbeeld kan de kredietwaardigheid van inwoners in gevaar brengen. Mensen met een lagere mate van geletterdheid hebben eerder kans op een depressie dan mensen met een hogere mate van geletterdheid.
Regionale vervolg-aanpak basisvaardigheden Drechtsteden 2026-2030
Leertrajecten dragen bij aan: • Verkleinen van gezondheidsverschillen • Armoedebestrijding • Eenzaamheidsbestrijding • Onderwijs- en scholingskansen van deelnemers • Onderwijskansen van hun kinderen Het merendeel van de deelnemers aan aanbod basisvaardigheden ervaart dat hun leven positief verandert.
13
Digitale vaardigheden Het aantal Nederlanders dat beschikt over digitale basisvaardigheden nam de afgelopen jaren toe. In 2023 beschikt bijna 80% over digitale basisvaardigheden ten opzichte van 74% in 2021. Jongeren en mensen met een hoger opleidingsniveau beschikken vaker over de digitale basisvaardigheden ten opzichte van ouderen en mensen met een lager opleidingsniveau. De meeste volwassenen met lage basisvaardigheden gebruiken ook digitale middelen zoals de smartphone. Op hun werk gebruiken zij minder vaak computers of tablets.