CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

59 GR Sociaal - Reactie op zienswijzen op Jaarstukken, begroting etc.pdf

Gemeenteraad GHG 1 september 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Vaststellen Lijst ingekomen stukken juli 202527.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ons tweede punt heeft betrekking op de maatregelen en ombuigingen die u vanwege de financiële situatie van gemeenten wilt nemen. We vinden het belangrijk dat u hier sterk op blijft inzetten. Dus ook nu in de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk enige structurele middelen zijn opgenomen om de terugval van het gemeentefonds te dempen. Voor de gemeente Alblasserdam wordt het ravijn namelijk verre van gedicht. Het derde punt is dat één van de drie beleidsvelden, namelijk ontwikkelingen naar werk, buiten de bezuinigingen wordt gehouden. We vragen u met klem dit te veranderen. Bovendien hebben we, mede naar aanleiding van onze ervaringen met Kansrijk Alblasserdam, innovatieve ideeën over waarom hier besparingen mogelijk zijn. Reactie Uiteraard onze ambitie ook om zo realistisch mogelijk te ramen. We nemen dit thema dan ook expliciet mee in de uitvoering van de Bestuursopdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein. We bestuderen onze overschotten op incidentele en structurele oorzaken. Ook andere ramingen worden bestudeerd. Dit onderzoek wordt gepresenteerd aan het Algemeen Bestuur op 10 juli 2025. De uitkomsten daarvan zullen effect hebben op de toekomstige P&C documenten waarin wij streven naar een meer realistische wijze van begroten. Het beleidsveld 'ontwikkelen naar werk’ is onderdeel van de ombuigingen door in te zetten op zo hoog mogelijke uitstroom.

Hiermee worden de hoge BUIG kosten in bedwang gehouden. De herijking is gekoppeld aan de Participatiewet in balans. Samen met ambtenaren van gemeenten wordt gewerkt aan een raadsinformatiebrief waarin een update wordt gegeven over deze herijking. Jaarstukken 2024 3. Bedrijfsvoering – integriteitsonderzoek U doet het voorstel om € 700.000 van het positieve resultaat over 2024 te bestemmen voor het financieren van de kosten van het onderzoek naar misstanden. Hiermee zijn we akkoord. We hechten namelijk aan een onafhankelijk, gedegen en zorgvuldig onderzoek. Wel merken we op dat we het van belang vinden dat er prudent met de beschikbaar gestelde middelen wordt omgegaan. Over het onderzoek gesproken: we zouden graag in gesprek gaan over de uitkomsten en over wat te doen naar aanleiding van die uitkomsten. We vragen u ons daartoe de gelegenheid te geven. Ook merken we op dat we beseffen dat het onderzoek in meerdere opzichten veel van uw organisatie vraagt. We waarderen het positief dat, voor zover ons bekend, het onderzoek geen grote impact heeft op de dienstverlening aan onze inwoners. Veel sterkte en wijsheid toegewenst. Reactie De uitkomsten van het rapport naar aanleiding van het onderzoek naar sociaal en zakelijk integriteit worden volgens de daarvoor opgestelde procedures gedeeld met belanghebbenden.

33

Met het vormen van deze reserve worden de in 2025 lopende en te verwachten kosten van het onderzoek gedekt. Als uit het onderzoek nadere maatregelen volgen zal dit bij de Najaarsbrief 2025 worden opgenomen. Voorjaarsbrief 2025 In de Voorjaarsbrief gaat u uitvoerig in op wat u noemt maatregelen en ombuigingen. De betreffende informatie is grosso modo ook te vinden in de Begroting 2026. We kiezen ervoor om onze reactie op de maatregelen en ombuigingen te noteren in onze zienswijze op deze Begroting (zie volgende pagina). 4. Financiën – reëel ramen In de Voorjaarsbrief 2025 wordt onze bijdrage voor dit kalenderjaar geschat op € 18.641.000. Dit is ruim € 750.000 meer dan volgens de Begroting 2025 die u vorig jaar ter zienswijze aan ons hebt voorgelegd. Belangrijke oorzaken hiervan zijn autonome groei van klantenaantallen en de ontwikkeling van loon- en prijsindexaties. We worden dus opnieuw geconfronteerd met een zeer grote bijstelling van onze bijdrage. Deze en eerdere bijstellingen zijn voor ons reden om opnieuw aandacht te vragen voor reëel ramen. Reactie Uitgangspunt voor de begroting is dat er een reële begroting wordt opgesteld. Ook in deze voorjaarsbrief en begroting hebben wij dit principe toegepast. 5.

Bestaanszekerheid versterken – ontwikkeling uitgaven bijstandsuitkeringen In het verband van reëel ramen wijzen we erop dat we niet goed kunnen volgen hoe u omgaat met het begroten van uitgaven voor bijstandsuitkeringen. U geeft in de Voorjaarsbrief (en ook in de Begroting) terecht aan dat doelstellingen met betrekking tot aantallen bijstandsuitkeringen de afgelopen jaren niet zijn behaald. We delen met u dat het daarom van belang is nu een meer realistische doelstelling op te nemen over het aantal te betalen bijstandsuitkeringen. Als we het goed begrijpen wordt de aangepaste doelstelling echter alleen financieel vertaald in de risicoparagraaf, en dus niet in de omvang van de verwachte gemeentelijke bijdrage. We menen dat als gevolg hiervan het risico groot is dat we op dit onderdeel later wederom met een tegenvaller worden geconfronteerd. Reactie In de Voorjaarsbrief 2025 is de aangepaste doelstelling nog niet financieel vertaald in de begroting. De opgave 'Ontwikkeling naar Werk' is volop in ontwikkeling. Hierover moet nog bestuurlijke afstemming plaatsvinden. Daarom is gekozen om de bijgestelde doelstelling op te nemen in de risicoparagraaf. 6. Bedrijfsvoering – raming apparaatskosten Waar u de bijstandsuitkeringen te krap lijkt te ramen, menen we dat u apparaatskosten te royaal raamt.

Het voor dit jaar voor Alblasserdam geraamde bedrag (€ 3.312.000) is namelijk maar liefst 15 procent hoger (4,5 ton) hoger dan de kosten voor het apparaat voor 2024 (€ 2.860.000 volgens Jaarrekening 2024). Een dermate grote toename kan volgens ons niet volledig door loonindexatie worden verklaard. En hoe verhoudt deze zich tot uw toezegging tot het hanteren van een nullijn voor groei van de formatie? Reactie In uw vraagstelling vergelijkt u de begroting 2025 met de realisatie over 2024. Tussen de begroting 2024 en realisatie 2024 zit een saldo (verklaring 1,34 ton). Dit is toegelicht in de jaarrekening onder de paragraaf bedrijfsvoering. In 2025 is de toerekening van de apparaatskosten naar de taakvelden/producten aangepast naar de nieuwe organisatiestructuur. De apparaatskosten worden verdeeld over de taakvelden naar verhouding van de formatie dat werkt binnen een bepaald taakveld. In de Voorjaarsbrief hebben we een inschatting gemaakt van de verwachte apparaatskosten en deze verdeeld over de taakvelden conform de verhouding van de formatie. Het gaat hier niet alleen om de directe apparaatskosten per taakveld maar ook om de indirecte apparaatskosten zoals huisvesting, automatisering, doorbelasting SGD etc. Vervolgens is in de verdeling van de apparaatskosten over de gemeenten conform financieringsafspraken gekeken naar de verhouding tussen de gemeenten van de programmakosten.

Hierdoor kunnen de apparaatskosten stijgen of dalen binnen de gemeenten. Dit betekent niet dat het 34

wordt verhoogd maar er ontstaan verschuivingen tussen de gemeenten. Dit is een verschil van € 0,2 mln. Daarnaast zijn de DVO’s (inburgering / beschermd wonen) verhoogd met formatie waardoor een verhoging van € 0,1 mln. is. 7. Bedrijfsvoering – huisvesting Uit de stukken wordt duidelijk dat vanwege wat u noemt een BTW issue een groot deel van de GR Sociaal toch niet gehuisvest kan gaan worden in het Dordthuis. Dat zal een teleurstelling zijn voor u. Tegelijk merken we op dat we menen dat uw verwachte huisvestingskosten nu omlaag kunnen. Het Dordthuis is immers een gloednieuwe accommodatie, en dat op een A-locatie. Dit betekent ons inziens dat huisvesting op alternatieve locaties dus per definitie goedkoper is. Reactie Op zich een logische gedachte ware het niet dat kosten voor huisvesting nu extreem laag zijn omdat het pand van de GR Sociaal meer dan 10 jaar afgekeurd is. Omdat de oorspronkelijke verwachting was dat het Dordthuis jaren eerder klaar zou zijn is het pand niet meer op niveau onderhouden. Qua norm wijzen de berekeningen van de gemeente Dordrecht uit dat het Dordthuis onder landelijke normen zit qua kostenniveau. Daarnaast zullen op de andere locaties door de verdeling van de medewerkers over deze panden ook investeringen nodig zijn. Dat alles geeft dat de toekomstige huisvesting meer gaat kosten dan wat nu wordt uitgegeven.

In de vergadering van het Algemeen Bestuur betreffende besluitvorming rond de mix van huisvesting over de drie locaties (Dordthuis, ‘t Achterom en de Snelliusstraat) is aangegeven dat het financiële kader vastligt in de bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst (SOK). Dit kader is ook vanaf het jaar 2027 in de begroting verwerkt. Begroting 2026 8. Financiën – bijstelling begroting (Inkomensondersteuning) Onze bijdrage in 2026 is volgens de Begroting 2026 (€ 18.742.000) veel hoger dan die volgens eerdere begrotingen: het is bijna € 1 miljoen hoger dan volgens de meerjarenbegroting waarop wij vorig jaar een zienswijze hebben gegeven, en bijna € 1,2 miljoen meer dan volgens een aangepaste Begroting 2025 e.v. die later in 2024 is gemaakt. Gelet op de financiële ombuigingen waar we voor staan is de bijstelling een onaangename verrassing voor ons. Het maakt dat we ons in Alblasserdam beraden op hoe we meer regie kunnen voeren op uw begroting. Net als geldt voor de Voorjaarsnota zijn autonome groei van klantenaantallen en de ontwikkeling van loon- en prijsindexaties belangrijke redenen voor de bijstelling. Deze ontwikkelingen kunnen toch geen verrassing zijn. Graag vernemen we van u hoe het komt dat ze desondanks tot een forse bijstelling Leiden. Reactie In uw zienswijze op de Najaarsbrief 2024 heeft u een soortgelijke vraagt gesteld.

Uw vraagt naar de mogelijkheid om bepaalde kostenverhogingen zorgvuldiger en reëler in te schatten. De indexering van de budgetten voor de ontwikkeling van loonkosten en prijzen wordt namelijk als volgt verwerkt in de begroting: − Definitieve loon- en prijsindexeringen worden conform verwerkt; − Indien er nog geen definitieve indexeringen beschikbaar zijn dan gebruiken we CPB-ramingen voor een inschatting van de kostenstijgingen. Vervolgens is voor zowel de loon- als de prijsindexering is een nacalculatie van toepassing; − Er zijn situaties, bijvoorbeeld het tussentijds openbreken van Cao-afspraken, die wij ook niet kunnen voorzien. Deze worden verwerkt wanneer de afspraken definitief zijn. In toekomstige P&C-producten (beginnend met de Najaarsbrief 2025 en de Uitgangspuntennotitie 2027) worden waar mogelijk de begrotingsmutaties nader gespecificeerd in prijseffecten en overige effecten (autonome groei aantallen, etc.).

35

9. Bedrijfsvoering – reëel ramen In eerdere begrotingen was in een grafiek zichtbaar of u krap, royaal of juist zo realistisch mogelijk raamt. In deze begroting heeft u echter niet meer zo'n grafiek opgenomen (zie pagina 7). Kunnen we uit het feit dat u spreekt van reëel ramen afleiden dat de verwachte financiële bijdragen van gemeenten gebaseerd zijn op wat voorheen de middenlijn zou zijn geweest? Zo nee, dan zouden we graag zien dat u in de toekomst opnieuw een dergelijke grafiek opneemt. Reactie In de Begroting 2025 (en de jaren daarvoor) hielden we rekening met een zogenaamde begrotingsonzuiverheid van -2%. De grafiek liet het verloop zien van zowel de onderkant als de bovenkant van de bandbreedte, respectievelijk -2% oplopend tot -6% en +2% oplopend tot +6%. Uitgangspunt voor de Begroting 2026 is dat er een reële begroting wordt opgesteld waardoor de bandbreedte niet meer van toepassing is en daarom ook de grafiek niet meer is opgenomen in de begroting. 10. Bedrijfsvoering – maatregelen en ombuigingen algemeen Zowel in de financiële stukken als tijdens uw bezoek aan onze raad op 3 april jl., wekt u de indruk de sombere financiële vooruitzichten van gemeenten serieus te nemen door werk te maken van maatregelen en ombuigingen. Daar spreken we onze waardering voor uit.

Tegelijkertijd hebben we ook de nodige opmerkingen en reserves, die we hieronder uitwerken Reactie Zie onderstaande reactie op vraag 11 t/m 14. 11. Bestaanszekerheid versterken – netto-effect genomen maatregelen Het wordt ons uit de stukken helaas niet goed duidelijk wat de omvang van de verwachte besparing is, en we willen dit inzicht wel graag hebben. U biedt weliswaar een overzicht van de verwachte besparing per jaar, maar ons punt is dat dit niet het netto-effect is. Zo zal het behalen van de beoogde besparing ten aanzien van bestaanszekerheid versterken tot een forse reductie aan de inkomstenkant bij gemeenten. Reactie Er is gekozen om in een overzicht de besparing op de lasten te laten zien. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een reductie van de inkomsten. Het bepalen van de reductie is afhankelijk van een aantal elementen, te weten: - macrobudget, - verdeelmodel, - gemeentegrootte. Het macrobudget wordt bepaald door conjunctuur, realisaties voorgaand jaar, rijksbeleid en de loonen prijsbijstelling. Het verdeelmodel geeft aan wat de kans is om in de bijstand te komen. De gemeentegrootte bepaald in welke mate het verdeelmodel van toepassing is. Bij gemeenten groter dan 40.000 inwoners is de verdeling volledig objectief. Tussen 15.000 en 40.000 inwoners een mengvorm en kleiner dan 15.000 inwoners volledig op basis van realisatie.

Bij gemeenten waar het BUIG-budget vooral op basis van realisatie wordt bepaald is het eenvoudiger om de reductie te bepalen dan wanneer een gemeente meer of volledig objectief wordt verdeeld. 12. Bestaanszekerheid versterken / Ontwikkelen naar werk – twijfel realiseren besparingen De zojuist al benoemde besparingen ten aanzien bestaanszekerheid vormen het veruit grootste deel van de besparingen. Het gaat in 2029 om maar liefst 83 procent (14.471.000 / 17.479 * 100). U wilt die besparing realiseren door minder kosten te gaan maken voor bijstandsuitkeringen, en dat door maatregelen te nemen die zorgen voor een enorme uitstroom uit de bijstand. Het zou prachtig zijn als het lukt, maar waarom meent u dat u die enorme uitstroom gaat halen? U geeft zelf immers ook aan dat vanwege de aanhoudende krapte inwoners met relatief goede baankansen al dan niet met hulp al werk gevonden hebben (pagina 34). Daar komt bij dat u, zoals u zelf ook aangeeft in de risicoparagraaf, al jarenlang uw doelen ten aanzien van uitstroom niet behaalt; waarom zou uw organisatie daar nu wel in gaan slagen? Ten slotte zien we in uw plannen qua uitvoering ten aanzien van ontwikkelen naar werk eerlijk gezegd niet de heilige graal die ons het vertrouwen geeft dat u hierin gaat slagen. Sterker nog, we hebben op- en aanmerkingen over die uitvoering, waarop we verderop

36

terugkomen. Reactie De GR Sociaal heeft in de begroting 2024 een ambitie opgenomen voor uitstroom uit de bijstand die te ambitieus is gebleken. De resultaten van de GR Sociaal zijn vergelijkbaar met de rest van Nederland en de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB), maar minder dan we onszelf ten doel hadden gesteld. Om aansluiting te houden met de veranderende ondersteuningsbehoefte van inwoners met een uitkering is binnen de GR Sociaal gestart met een grondige heroriëntatie op het re-integratie en participatiebeleid. Centraal onderdeel hierin is het Werk Ontwikkel Punt (WOP) waar Drechtwerk en de SDD vormgeven aan ondersteuning van inwoners voor wie (regulier) werken een haalbaar doel is. Het WOP brengt expertise op het gebied van arbeidsonderzoek, aanleren van werknemersvaardigheden, arbeidsgerichte vaktrainingen en het coachen op ontwikkeldoelen van willen en kunnen werken bij elkaar. In het WOP worden modulaire trainingen ontwikkeld, die centraal en lokaal aangeboden kunnen worden. In de centrale werksetting en het werk experience center draait het om het opdoen van werkervaring en werkbeleving. Verdere vakontwikkeling vindt plaats in de vijf leerlijnen die zijn vormgegeven met werkgevers. Daarnaast wordt gewerkt aan een lokaal aanbod per gemeente voor inwoners voor wie ontwikkeling tot de mogelijkheden behoort, maar waar een langere periode mee gemoeid is.

De stap naar regulier werk is nu nog niet mogelijk, maar door betekenisvol mee te doen is deze stap op termijn wel een reële optie. De gesprekken met deze inwoners vinden dan ook zo veel mogelijk lokaal plaats. Denk aan locaties zoals de sociale teams, in een buurthuis of op het gemeentehuis in hun woongemeente. Uit de gesprekken vormt de consulent een beeld over de ontwikkelmogelijkheden van de inwoner. Samen bespreken ze welke doelen gehaald kunnen worden en welk aanbod hierbij het beste past. De instrumenten die ingezet kunnen worden zijn o.a. modulaire trainingen uit het centrale aanbod die gericht zijn op sociale vaardigheden en taalontwikkeling. Daarnaast wordt een lokaal samenhangend aanbod van participatie- en ontwikkelplekken ontwikkeld, waarbij uw ambtenaren, lokale initiatieven, leer-/ontwikkelbedrijven en sociale ondernemers zijn betrokken. De nieuwe aanpak op re-integratie moeten in combinatie met landelijke ontwikkelingen zoals de Participatiewet in balans, ontwikkelingen van het regionaal Werkcentrum Drechtsteden en kansen die samengaan met samenwerkingsmogelijkheden tussen Drechtwerk en SDD meer uitstroom opleveren. Anderzijds is er nog veel in ontwikkeling, waardoor niet gezegd is dat de ambitie in de begroting wordt gehaald.

In de Voorjaarsbrief 2025 is daarom de aangepaste doelstelling nog niet financieel vertaald in de begroting, maar opgenomen in de risicoparagraaf. 13. Bedrijfsvoering - maatregelen We zien uit naar de onderbouwing van de € 3 miljoen besparing als gevolg van het streven naar een zo efficiënt mogelijke uitvoering (pagina 10). Fijn dat deze nog voor het zomerreces komt. Het gaat hier naar we aannemen om een jaarlijkse besparing? En is deze aanvullend op de € 1.293 miljoen besparing op bedrijfsvoering die wordt genoemd op pagina 9? Reactie De besparing van € 1,293 mln. maakt onderdeel uit van de € 3 mln. besparing op Bedrijfsvoering en is meerjarig. 14. Bedrijfsvoering – faciliterende rol GR Sociaal (ombuigingen) Indien we onze afdracht aan de GR Sociaal substantieel willen verminderen is het ook nodig om ondersteuning die door uw organisatie wordt geboden te versoberen en/of anders te organiseren. We hebben allerlei ideeën over dat versoberen en anders organiseren. Om daarmee verder te komen is het nodig dat u een faciliterende houding aanneemt. We stellen het zeer op prijs dat u dit ook doet. Hierbij geldt echter wel een kanttekening: de faciliterende rol beperkt zich tot de domeinen Wmo en bestaanszekerheid; het domein van ontwikkelen naar werk, inclusief Drechtwerk, wordt buiten de financiële ombuigingen gehouden. Dat stoort ons.

We komen daar aan het einde van deze zienswijze op terug.

37

Reactie Het beleidsveld 'ontwikkelen naar werk’ is onderdeel van de ombuigingen door in te zetten op zo hoog mogelijke uitstroom. Hiermee worden de hoge BUIG kosten in bedwang gehouden. De herijking is gekoppeld aan de Participatiewet in balans. Samen met ambtenaren van gemeenten wordt gewerkt aan een raadsinformatiebrief waarin een update wordt gegeven over deze herijking. 15. Bedrijfsvoering – maatregelen en ombuigingen Misschien wel onze belangrijkste boodschap ten aanzien van de maatregelen en ombuigingen: laat de teugels niet vieren nu er in de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk enige structurele middelen zijn opgenomen om de terugval van het gemeentefonds te dempen. Onze structurele bezuinigingsopgave vanaf 2028 blijft namelijk aanzienlijk en verandert nauwelijks. Daar komt bij dat de ombuigingen ook nuttig zijn vanuit andere invalshoeken. Zo loopt het huidige verzorgingssysteem tegen z'n grenzen aan. In dit verband wijzen we in het bijzonder naar de Wmo, waarvoor onze bijdrage wordt geraamd op € 6,4 miljoen. Die bijdrage is al fors toegenomen, en dat zal vanwege de vergrijzing bij ongewijzigd beleid alleen maar meer worden. Bovendien is er forse personeelskrapte in de zorg; ook dat is een reden waarom aanpassingen nodig zijn. We zijn blij met uw voorstel om in de tweede helft van 2025 te reflecteren op de tot dan toe behaalde resultaten ten aanzien van de besparingen.

We nodigen u uit hier op korte termijn bij ons op terug te komen. Reactie Aan de hand van de bestuursopdracht 'Toekomstbestendig Sociaal Domein' onderzoeken wij welke mogelijkheden (knoppen) er binnen de verantwoordelijkheden van de GR Sociaal zijn om bij te dragen aan het beheersbaar houden van de kosten in het Sociaal Domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van het werken aan een toekomstbestendige structuur in het sociaal domein waar ondersteuning beschikbaar blijft voor inwoners die dat nodig hebben. Zodra de reflectie heeft plaatsgevonden, gaat het Dagelijks Bestuur graag in op uw uitnodiging. 16. Bedrijfsvoering - handhaving De afgelopen jaren is er telkens meer aandacht voor de schaduwzijde van stevige handhaving op rechtmatigheid van sociale zekerheidsvoorzieningen, waaronder de bijstand. Ook uw organisatie staat voor de vraag hoe om te gaan met handhaving. Wij geven u mee dat we het van belang vinden dat de menselijke maat wordt gehanteerd. Tegelijk vinden we – onder de voorwaarde dat eerst zorgvuldig is vastgesteld dat daar sprake van is – het belangrijk dat bewuste fraude daadwerkelijk wordt aangepakt. Om bewuste fraude op te sporen is het nodig dat er voldoende capaciteit is. Reactie In het nieuwe beleidsplan sociaal handhaven is zowel oog voor het hanteren van de menselijke maat als het optreden tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen.

Het beschikken over voldoende capaciteit is daarbij essentieel. We zijn blij te horen dat u de gekozen lijn in het beleidsplan ondersteunt. 17. Zorg voor ondersteuning – herstelgerichte ondersteuning Aansluitend bij eerdere opmerkingen over de Wmo, menen we dat de oorspronkelijke Wmo-gedachte – participatie en zelfredzaamheid bevorderen en sociale samenhang versterken – inspirerend is en blijft. De praktijk is echter weerbarstig; er moet nog van alles gebeuren om de praktijk echt volgens die principes te organiseren. Herstelgerichte ondersteuning is een voorziening die prachtig bij die principes aansluit. Hoewel verschillenden van ons ongemak voelden bij het verplichte karakter van herstelgerichte ondersteuning, betreuren we het dan ook dat, zoals we uit een recente raadsinformatiebrief begrepen, de pilot wordt beëindigd. We zien uit naar voorstellen voor een alternatief. Reactie We onderzoeken momenteel samen met gemeenten naar mogelijke alternatieven en zijn bovendien aangesloten op het landelijke houdbaarheidsonderzoek van de Wmo om te zoeken naar mogelijkheden om de Wmo houdbaar te houden voor de toekomst.

38

18. Ontwikkelen naar werk – toelichting apparaatskosten We gaan ten slotte nog specifiek in op het onderwerp ontwikkelen naar werk van mensen in de bijstand, waarmee we ook verwijzen naar Drechtwerk. We hebben eerder onze zorgen geuit over dit onderdeel van uw organisatie. Ook hebben we herhaaldelijk gevraagd om inzicht in waar de apparaatskosten – tot voor kort begroot op 8,5 ton voor onze gemeente voor alleen arbeidsparticipatie (dus niet Drechtwerk) – uit bestaan. We merken op dat de tot nu toe verstrekte reacties op die vraag zodanig op hoofdlijn zijn, dat we nog niet echt zicht hebben op waar deze kosten nou betrekking op hebben. Verder valt ons ons op dat die apparaatskosten nu 2 ton lager zijn begroot. Kunt u een toelichting geven bij deze reductie? En hoe werkt dit door in onze totale afdracht aan uw organisatie? Reactie Sinds dit jaar is er een extra toelichting rondom apparaatskosten en formatie / bezetting toegevoegd in de P&C producten. In 2025 hebben we de toerekening van de apparaatskosten naar de taakvelden/producten aangepast naar de nieuwe organisatiestructuur. De apparaatskosten worden verdeeld over de taakvelden naar verhouding van de formatie dat werkt binnen een bepaald taakveld. In de Voorjaarsbrief hebben we een inschatting gemaakt van de verwachte apparaatskosten en deze verdeeld over de taakvelden conform de verhouding van de formatie.

Het gaat hier niet alleen om de directe apparaatskosten per taakveld maar ook om de indirecte apparaatskosten zoals huisvesting, automatisering, doorbelasting SGD etc. Vervolgens is in de verdeling van de apparaatskosten over de gemeenten conform financieringsafspraken gekeken naar de verhouding tussen de gemeenten van de programmakosten. 19. Ontwikkelen naar werk – ombuigingen Zoals eerder opgemerkt zien we dat het beleidsdomein ontwikkelen naar werk tot nu toe volledig buiten de ombuigingen wordt gehouden. Dat vinden we echt problematisch: onze financiële positie laat het eenvoudigweg niet toe bepaalde domeinen á priori niet te betrekken. We vragen u dan ook dringend ook dit onderdeel te betrekken bij de bezuinigingsopdracht. Reactie Er zijn diverse maatregelen opgenomen in de Voorjaarsbrief 2025 en Begroting 2026-2029. Het betreft inzet van activiteiten die leiden tot een besparing op de BUIG. Zie hiervoor de opgave Bestaanszekerheid versterken. Voor de opgave Ontwikkelen naar werk werken we aan de ambitie om een zo hoog mogelijke uitstroom te realiseren. 20. Ontwikkelen naar werk – ideeën om te bezuinigen Verder geldt dat we ideeën hebben over waarom en hoe het mogelijk is binnen deze opgave te besparen. We lichten een tipje van de sluier op door in te gaan op onze ervaringen met Kansrijk Alblasserdam en op de organisatie van zogeheten ontwikkelpaden. a.

Waarom kan worden bespaard: Kansrijk Alblasserdam Zoals bekend hebben we lokaal het project Kansrijk Alblasserdam. Daarmee wordt beoogd een impuls te geven aan het arbeidspad van mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Het is een outreachende manier van werken: samen met relevante partnerorganisaties zoals De Voedselbank en het jongerenwerk – partijen waar de doelgroep al vertrouwen in heeft – worden mensen in kaart gebracht die ondersteuning kunnen gebruiken. Vervolgens wordt er een aanbod gedaan die aansluit bij de behoeften en interesse van de personen in kwestie. Er wordt dan ook veel werk gemaakt van het realiseren van werk(ervarings)plekken die aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van de inwoner. Daarvoor wordt volop gebruik gemaakt van lokaal aanwezige partijen, waaronder zogenaamde participatieplekken en zeker ook contacten met lokaal aanwezige bedrijven. Met beperkte middelen (het grootste deel betreft kosten voor een deeltijd projectleider) zijn er op deze wijze al veel mensen ondersteund. Dit laatste – met weinig middelen veel impact hebben – zorgt ervoor dat we menen dat het mogelijk moet zijn om een overtuigend re-integratiebeleid te voeren met minder middelen dan er nu in omgaan.

Het is dan wel van belang dat in die aanpak sprake is van sterke elementen van de Kansrijkaanpak: een outreachende manier van werken, waarbij de kracht van onze samenleving en werkgevers optimaal wordt benut. Een behulpzaam concept in dit verband die van responsieve overheid (NSOB, 20152). Hierbij gaat de overheid niet naar buiten om zijn eigen plannen en doelen te verkopen.

39

Daarentegen herkent de overheid al aanwezige betekenisvolle ontwikkelingen, en gaat zij een betekenisvolle verbinding aan met betreffende partijen. Misschien dat die responsieve overheidsrol wel het best ingevuld kan worden door een lokaal verankerde medewerkers en partijen. Mede daarom willen we ook het gesprek voeren over een nieuwe verhouding tussen het lokaal en regionaal beleggen van verantwoordelijkheden in dit domein. b. Waarom kan worden bespaard: ontwikkelpaden Een volgende en meer concrete reden over waarom we menen dat besparingen mogelijk zijn in het domein van ontwikkelen naar werk hebben betrekking op bepaalde plannen waarover we lezen in de stukken: op pagina 36 lezen we onder meer over "werksetting, training en vijf ontwikkelpaden" die worden aangeboden "vanuit de locatie Drechtwerk". Maar waarom wordt dit vanuit Drechtwerk aangeboden? We denken dat zo van alles wordt opgetuigd dat ook veel efficiënter kan worden georganiseerd. Die efficiëntere manier is dan concreet het direct bij werkgevers plaatsen van de betreffende doelgroep, waarbij dat wordt gecombineerd met zogenaamde derde leerwegtrajecten. We missen het gesprek met u over dit soort belangrijke vraagstukken. Reactie Het Dagelijks Bestuur dankt u voor uw bespiegelingen en kansen.

De voorstellen die u doet vragen een aanpassing van de huidige taakverdeling tussen de GR Sociaal en de 7 gemeenten in de Drechtsteden. Vanuit onze huidige opdracht spant de GR Sociaal zich in om waar mogelijk complementair aan het lokale netwerk te werken. Wij zien de gemeente als regisseur van de eigen sociale infrastructuur die er aan kan bijdragen dat samen betere effecten worden bereikt. Een dilemma waarover bij de herijking van de Participatiewet beslist moet worden is over de ondersteuning van inwoners zonder uitkering in de Participatiewet. Het aantal werkzoekenden in de doelgroep niet uitkeringsgerechtigden (NUG-ers), inwoners met andere uitkeringen of kwetsbare werkenden ligt namelijk veel hoger dan het aantal inwoners met een bijstandsuitkering. De uitvoering van de Participatiewet door de GR Sociaal richt zich op inwoners met een bijstandsuitkering of inwoners met een beperking. De lokale ervaringen met Kansrijk en andere lokale initiatieven bereiken een bredere doelgroep. Met het ontwikkelen naar werk van de doelgroep met een Participatiewet worden BUIG-middelen bespaard. Met het ontwikkelen naar werk van een bredere doelgroep worden maatschappelijke kosten vermeden. 21. Financiën – financiële en controleverordening We zijn akkoord met de voorgestelde wijzigingen in beide verordeningen.

Fijn dat we de mogelijkheid gaan krijgen om ook op de Najaarsbrief een zienswijze te geven. Dit sluit aan bij onze wens die we onlangs bij u kenbaar hebben gemaakt. Verder waarderen we het positief dat de Begroting in hoofdlijn inzicht geeft in de formatie van de GR Sociaal. We stellen voor in de financiële verordening op te nemen dat dit standaard gebeurt in Jaarstukken en Begroting.. Reactie Het Dagelijks Bestuur dankt u voor de positieve reactie op ons voorstel. We zullen uw voorstel om in een volgende versie van de financiële verordening het opnemen van formatie in jaarstukken en begroting in overweging nemen.

40

Zienswijze Gemeente Hardinxveld-Giessendam (college versie) Algemeen 1. Waardering voor de medewerkers Wij willen onze dank en waardering uitspreken voor de medewerkers van de GR Sociaal. De ontvangen stukken geven ook dit jaar weer blijk van de grote inzet van alle medewerkers in uw organisatie, die zich om onze inwoners zo goed mogelijk van dienst te zijn. Onze dank en waardering gelden in het bijzonder voor de afgelopen periode. Na een anonieme brief van (oud-)medewerkers die in december 2024 in de pers verscheen, is een grondig onderzoek uitgevoerd binnen en rondom uw organisatie. Ondanks de interne onrust die dit mogelijk heeft veroorzaakt, zijn uw medewerkers zich onverminderd blijven inzetten. Dankzij hun professionaliteit en betrokkenheid hebben onze inwoners, voor zover wij hebben gemerkt, hiervan geen hinder ondervonden. Reactie Het Dagelijks Bestuur dankt de gemeente voor de uitgesproken waardering. Jaarrekening 2024 2. Waardering voor de samenwerking Uw jaarverslag laat zien dat u in 2024 onverminderd heeft ingezet op de dienstverlening vanuit de verschillende wetten in het sociaal domein. We zijn blij met het verder inrichten van de gemeentegerichte teams, hetgeen de samenwerking met ons Sociaal Team en lokale partners kan versterken ten gunste van onze inwoners.

Specifiek op het domein van Zorgen voor Ondersteuning is er een goede en constructieve samenwerking tot stand gekomen. De lijnen zijn kort en ondersteuningsvragen worden gezamenlijk besproken en afgewogen. We spreken onze waardering uit over deze samenwerking. Reactie Het Dagelijks Bestuur dankt de gemeente voor de uitgesproken waardering voor deze samenwerking. Het Dagelijks Bestuur dankt u eveneens voor het fijne gesprek dat de GR Sociaal had met uw raad op 23 januari jongstleden. 3. Bedrijfsvoering – incidentele of structurele besparingen Wij waarderen het verkregen inzicht in de ontwikkeling van de personeelsomvang, personeelskosten en overhead. Wij zien dergelijke overzichten graag terug in alle P&C-producten. Daarnaast achten wij het van meerwaarde om relevante wijzigingen ook op te nemen in besluitvormende documenten. Voor wat betreft 2024 constateren wij dat de apparaatskosten circa € 3 miljoen lager uitvallen dan oorspronkelijk begroot. Voor gemeenten is het van belang om te weten in hoeverre dit positieve resultaat het gevolg is van incidentele meevallers dan wel structurele besparingen. Wij verzoeken u ons hierover duidelijkheid te verschaffen en hiermee in de toekomstige ramingen rekening te houden. Reactie Momenteel vindt er een analyse plaats naar het overschot op de jaarrekening 2024. Dit onderzoek wordt gepresenteerd aan het Algemeen Bestuur op 10 juli 2025.

De uitkomsten daarvan zullen effect hebben op de toekomstige P&C documenten waarin wij streven naar een meer realistische wijze van begroten. 4. Zorg voor ondersteuning – duiding groeicijfers We vinden in het jaarverslag voor het eerst gemeente specifieke cijfers terug over de klantaantallen op de Wmo maatwerkvoorzieningen, dank daarvoor. Vergeleken met de Drechtstedelijke gemiddelden, zagen we een relatief grote groei aan Hardinxveldse inwoners met huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en dagbesteding. Graag zien we nadere duiding van deze groeipercentages. Reactie Op dit moment zien we geen concrete oorzaken waarom de groei in de gemeenten verschilt, bijvoorbeeld in demografische gegevens of andere ontwikkelingen. Mocht hier behoefte aan zijn, is het zinvol om hier als GR Sociaal en gemeente gezamenlijk naar te kijken om een mogelijke oorzaak voor de verschillen te duiden. 41

5. Zorg voor ondersteuning - wachttijden De wachttijden binnen de Wmo zijn een aanhoudend punt van aandacht, zowel bij de zorgaanbieders als bij de afhandeling van meldingen en aanvragen bij de Sociale Dienst zelf. Wij vragen u de wachtlijsten te blijven monitoren en met de gemeenten en partners te zoeken naar innovatieve aanpakken. Een mooi voorbeeld van procesverbetering vinden wij de nieuwe werkwijze waarbij casemanagers dementie, dankzij vertrouwen in hun expertise, zelf indicaties voor dagbesteding kunnen aanvragen. Dit verkort wachttijden en voorkomt dat inwoners hun verhaal meerdere keren moeten doen. Reactie We zullen de komende periode ook zeker de wachttijden blijven monitoren. We zien hier gelukkig een positieve ontwikkeling in de meeste Drechtstedengemeenten voor de afhandeling van de meldingen en aanvragen, waaronder ook in uw gemeente. De meeste meldingen worden inmiddels binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. De samenwerking met de casemanagers dementie wordt aan het einde van dit jaar geëvalueerd, er zijn nog aandachtspunten maar er zijn zeker ook positieve signalen over deze samenwerking. 6. Bestaanszekerheid versterken / Ontwikkelen naar werk – lokale inzet re-integratiemiddelen We zien dat het gebruik van minimaregelingen in onze gemeente is gestegen. We danken u voor uw inzet hierop door o.a.

het voeren van bestaanszekerheidsgesprekken waardoor het bereik is vergroot onder inwoners met een financieel kwetsbare positie. We zien ook dat het bijstandsbestand in onze gemeente gestaag groeit. Onze gemeente had in 2024 een uitzonderlijk hoog tekort op de BUIG. Dit tekort wordt grotendeels door niet-beïnvloedbare factoren verklaard. Desondanks zien we een lagere uitstroom vanuit het bijstandsbestand, waarbij er tegelijkertijd re-integratiemiddelen overblijven. Via informatiebrieven en een raadsbijeenkomst heeft u ons al uitgebreid geïnformeerd over de uitdagingen binnen het huidige bijstandsbestand. We constateren dat de realisatie op uitstroom over 2024 lager is uitgevallen dan verwacht, ondanks de inzet die is geleverd. Dit roept bij ons de vraag op of de gestelde ambitie wellicht te hoog is en mogelijk bijgesteld zou moeten worden. Een andere verdeling van de re-integratiemiddelen zou daarbij ook kunnen helpen om toch aan de ambitie te blijven voldoen. Onze wens is om samen, inclusief onze lokale partners, stevig(er) in te zetten op het bevorderen van uitstroom richting werk. We vragen u om een deel van de re-integratiemiddelen echt lokaal in te zetten. Reactie Dank u voor uw reactie op het toegenomen bereik onder uw inwoners met een financieel kwetsbare positie in het gebruik van onze minimaregelingen.

De GR Sociaal heeft in de begroting 2024 een ambitie opgenomen voor uitstroom uit de bijstand die te ambitieus is gebleken. De resultaten van de GR Sociaal zijn vergelijkbaar met de rest van Nederland en de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB), maar minder dan we onszelf ten doel hadden gesteld. Om aansluiting te houden met de veranderende ondersteuningsbehoefte van inwoners met een uitkering is binnen de GR Sociaal gestart met een grondige heroriëntatie op het re-integratie en participatiebeleid. Centraal onderdeel hierin is het Werk Ontwikkel Punt (WOP) waar Drechtwerk en de SDD vormgeven aan ondersteuning van inwoners voor wie (regulier) werken een haalbaar doel is. Het WOP brengt expertise op het gebied van arbeidsonderzoek, aanleren van werknemersvaardigheden, arbeidsgerichte vaktrainingen en het coachen op ontwikkeldoelen van willen en kunnen werken bij elkaar. In het WOP worden modulaire trainingen ontwikkeld, die centraal en lokaal aangeboden kunnen worden. In de centrale werksetting en het werk experience center draait het om het opdoen van werkervaring en werkbeleving. Verdere vakontwikkeling vindt plaats in de vijf leerlijnen die zijn vormgegeven met werkgevers. Daarnaast wordt gewerkt aan een lokaal aanbod per gemeente voor inwoners voor wie ontwikkeling tot de mogelijkheden behoort, maar waar een langere periode mee gemoeid is.

De stap naar regulier werk is nu nog niet mogelijk, maar door betekenisvol mee te doen is deze stap op termijn wel een reële optie. De gesprekken met deze inwoners vinden dan ook zo veel mogelijk lokaal plaats. Denk aan locaties zoals de sociale teams, in een buurthuis of op het gemeentehuis in hun woongemeente.

42

Uit de gesprekken vormt de consulent een beeld over de ontwikkelmogelijkheden van de inwoner. Samen bespreken ze welke doelen gehaald kunnen worden en welk aanbod hierbij het beste past. De instrumenten die ingezet kunnen worden zijn o.a. modulaire trainingen uit het centrale aanbod die gericht zijn op sociale vaardigheden en taalontwikkeling. Daarnaast wordt een lokaal samenhangend aanbod van participatie- en ontwikkelplekken ontwikkeld, waarbij uw ambtenaren, lokale initiatieven, leer-/ontwikkelbedrijven en sociale ondernemers zijn betrokken. Daar waar nodig gaat de GR Sociaal ook financieel bijdragen aan (lokale) instrumenten of vormen van begeleiding die nu nog worden gemist. De nieuwe aanpak op re-integratie moeten in combinatie met landelijke ontwikkelingen zoals de Participatiewet in balans, ontwikkelingen van het regionaal Werkcentrum Drechtsteden en kansen die samengaan met samenwerkingsmogelijkheden tussen Drechtwerk en SDD meer uitstroom opleveren. Anderzijds is er nog veel in ontwikkeling, waardoor niet gezegd is dat de ambitie in de begroting wordt gehaald. In de Voorjaarsbrief 2025 is daarom de aangepaste doelstelling nog niet financieel vertaald in de begroting, maar opgenomen in de risicoparagraaf. 7.

Bedrijfsvoering – integriteitsonderzoek Wij kunnen ons vinden in het voorstel om €700.000 van het positieve resultaat over 2024 te bestemmen voor de dekking van de kosten van het onderzoek naar aanleiding van de anonieme brief en hiervoor een bestemmingsreserve te vormen. Wij begrijpen dat het onderzoek aanzienlijke kosten met zich meebrengt en waarderen dat dit uit het totaaloverschot kan worden bekostigd. Wel vragen wij u kritisch te blijven op de noodzakelijkheid van elke bestede euro. We vragen u om een transparante verantwoording aan te leveren op de opbouw en verdeling van de onderzoekskosten. Reactie Het Dagelijks Bestuur houdt rekening met uw verzoek. Voorjaarsbrief 2025 8. Ontwikkelen naar werk – nieuw re-integratieontwerp De Voorjaarsbrief 2025 GR Sociaal leidt tot een totale verhoging van de lasten en baten met € 18,3 mln. ten opzichte van de actuele Begroting 2025, waarvan 13,3 miljoen voor rekening van de gemeenten. Deze stijging komt grotendeels door autonome factoren, zoals hogere kosten voor huishoudelijke ondersteuning. De grootste stijging is het gevolg van de prijsontwikkeling en het aantal bijstandsuitkeringen. In 2025 gaat u werken volgens een nieuw re-integratieontwerp met profielen die gekoppeld zijn aan een specifieke route. Wij zijn benieuwd naar effecten van deze nieuwe aanpak en zien een rapportage hierop bij de volgende P&C stukken graag tegemoet.

Reactie Wij kunnen u in volgende rapportages informeren over de profielen. 9. Financiën / Bedrijfsvoering – inzicht maatregelen Wij vragen u beter inzicht te geven in hoeverre de verwachte besparingen 2025 in de Voorjaarsbrief zijn verwerkt. Dat is voor ons nu niet helemaal duidelijk. Graag zouden wij daar beter inzicht in krijgen. Reactie In de Voorjaarsbrief 2025 en de Begroting 2026 is per Opgave een overzicht opgenomen van de maatregelen die zijn verwerkt in de begroting. In het bijbehorende tabellenboek wordt per gemeente het effect van de maatregel weergegeven. De voortgang op de genomen maatregelen worden maandelijks gemonitord en middels de reguliere P&C-cyclus worden gemeenten geïnformeerd over de voortgang. 10. Bestaanszekerheid versterken – schuldhulpverlening lokale verbinding Onder andere op het gebied van ‘bestaanszekerheid versterken’ presenteert u opgave-indicatoren. Enkele van deze indicatoren zijn ook opgenomen in het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 –2028. Op 24 april 2025 hebben wij dit (lokale) beleidsplan vastgesteld en wij hopen bij de uitvoering hiervan op een goede verbinding en samenwerking tussen onze lokale partners en de GR Sociaal. Wij zien de behaalde resultaten op de gepresenteerde opgave-indicatoren graag tegemoet.

43

Reactie Een goede verbinding en samenwerking tussen lokale partners en de GR Sociaal is essentieel voor de ondersteuning van (kwetsbare) inwoners met financiële problemen en schulden. Het proces tot vaststelling van het beleidsplan schuldhulpverlening door de verschillende gemeenteraden van de Drechtsteden is in 2025 aangevangen. Momenteel is dit proces in enkele gemeenten nog gaande. De ‘aanvullende’ prestatie indicatoren van het beleidsplan schuldhulpverlening, die betrekking hebben op de GR Sociaal, zullen dan ook vanaf 2026 gefaseerd geïmplementeerd en verwerkt worden in de begroting. De behaalde resultaten op de prestatie indicatoren voor wat betreft de uitvoering van de GR Sociaal zullen tevens vanaf 2026 worden meegenomen in de P&C-cyclus en hierover wordt periodiek gerapporteerd. Daarnaast zal er halverwege de looptijd van het beleidsplan een tussenevaluatie plaatsvinden waarbij de raad geïnformeerd zal worden over de uitkomsten hiervan 11. Ontwikkelen naar werk – nieuw re-integratieontwerp Op het gebied van ontwikkelen naar werk gaat u in 2025 werken volgens een nieuw reintegratieontwerp met drie profielen die gekoppeld zijn aan specifieke dienstverleningsroutes. Wij gaan er van uit dat dit onderdeel is van de zogenaamde “herijking”, zoals door u in januari 2025 aan de raad is gepresenteerd.

Die herijking betreft aanpassing van de Verordening Werk en Inkomen en richt zich op nieuwe uitgangspunten voor re-integratie en participatiebeleid, passend bij het veranderde bijstandsbestand. In het kader van de indeling van het bestand in drie dienstverleningsprofielen, willen wij het belang benadrukken van het prioriteren van de groep statushouders. Statushouders vormen een grote groep binnen ons actuele bijstandsbestand en hebben waarschijnlijk het meeste potentieel om uit te stromen naar werk. Graag komen we, in samenwerking met onze lokale partners zoals Vluchtelingenwerk, de Bibliotheek en de welzijnsorganisatie, met u tot een brede aanpak voor deze groep. Dit geldt uiteraard niet enkel voor het uitvoeringsjaar 2025; ook voor de daaropvolgende jaren. Reactie De nieuwe re-integratie aanpak die klantprofielen koppelt aan specifieke dienstverleningsroutes biedt een passend antwoord op het veranderende bijstandsbestand. Ook de groep statushouders maakt en gaat hier gebruik van maken. Daarvoor wordt een lokaal samenhangend aanbod van participatie- en ontwikkelplekken ontwikkeld, waarbij uw ambtenaren, lokale initiatieven, leer-/ontwikkelbedrijven en sociale ondernemers zijn betrokken. Daar waar nodig gaat de GR Sociaal ook financieel bijdragen aan (lokale) instrumenten of vormen van begeleiding die nu nog worden gemist.

Voor de doelgroep statushouders is volledige uitstroom in veel gevallen gedurende het inburgeringstraject (van gemiddeld 3 jaar) moeilijk om te realiseren. Deze groep heeft baat bij zogenaamde duale trajecten, waarbij het inburgeringstraject samengaat met parttime werken. Binnen de GR Sociaal is daarnaast een aparte eenheid ingericht die de zogenaamde impulsaanpak uitvoert. Die is voor statushouders die onder de ‘oude’ wet vallen. Zij krijgen intensieve begeleiding/ondersteuning bij het vinden van regulier werk. 12. Zorg voor ondersteuning – herstelgerichte ondersteuning Gezien de maatschappelijke discussie over herstelgerichte ondersteuning, zijn we ons ervan bewust dat de verwachte kostendemping op de Wmo huishoudelijke ondersteuning mogelijk komt te vervallen. Het principe van herstelgerichte ondersteuning onderschrijven wij nog steeds. We hopen dat u zich, samen met de gemeenten, blijft inspannen voor een ‘toekomstbestendig sociaal domein’, waarbij inwoners die de ondersteuning écht nodig hebben, deze wel kunnen blijven ontvangen. Reactie Het klopt dat de begrote besparing niet zal worden gehaald als gevolg van het stoppen met Powerful Ageing. Deze financiële gevolgen zijn aan de voorkant uitgebreid gecommuniceerd. Desondanks is een keuze gemaakt om te stoppen met de aanpak zoals die was ingericht.

We onderzoeken momenteel samen met gemeenten naar mogelijke alternatieven en zijn bovendien aangesloten op het landelijke houdbaarheidsonderzoek van de Wmo om te zoeken naar mogelijkheden om de Wmo houdbaar te houden voor de toekomst.

44

Begroting 2026 - 2029 13. Financiën / Bedrijfsvoering – stijging kosten door autonome groei en loon- en prijsindexatie Net als in de voorjaarsbrief 2025 zien wij ook een aanzienlijke kostenstijging in de begroting 2026. Belangrijke posten met (fors) hogere kosten zijn de bijstandsgerechtigden en de Wmo. Gelet op het aandeel in onze begroting van GR Sociaal betekent dat we daarmee voor een grote uitdaging staan. Ook in het licht van de ombuigingen die wij moeten realiseren. Overigens merken wij ook op dat de redenen voor de kostenstijgingen voortkomen uit de autonome groei van klantaantallen en de ontwikkeling van de loon- en prijsindexaties. Deze zouden in onze ogen in redelijke mate voorzienbaar moeten zijn en komen daardoor voor ons als een verrassing. Reactie Een deel van de stijging van de als gevolg van autonome groei en loon- en prijs indexatie is voorspelbaar. Helaas gaat dit niet altijd op zoals bijvoorbeeld bij de recentelijke stijging van de bijstandsuitkeringen als gevolg van een verhoging van het minimumloon of door het openbreken van CAO voor huishoudelijke hulp. Ook de uitkomst van de CAO voor gemeenteambtenaren is lange tijd onzeker geweest en pas recentelijk opnieuw vastgesteld. 14. Bedrijfsvoering - ombuigingen Wij weten dat u de financiële problematiek van de gemeenten serieus neemt door werk te maken van maatregelen en ombuigingen. Dat waarderen we.

Tegelijkertijd hebben wij hier vragen over. Op hoofdlijnen betreft dit: - In het overzicht van de verwachte besparingen per jaar is niet duidelijk wat het netto-effect is. Zo heeft de besparing op bestaanszekerheid een tegenhanger aan de inkomstenkant. Dit maakt het voor ons lastig om deze ontwikkelingen te vertalen naar onze eigen begroting en te bepalen welke aanvullende maatregelen nodig zijn. - Het grootste deel van de besparingen bestaat uit een vermindering van de kosten op het thema bestaanszekerheid. Minder kosten voor bijstandsuitkeringen en maatregelen om een hogere uitstroom te realiseren zouden hieraan moeten bijdragen. De toelichting laat in onze ogen echter het tegengestelde zien, namelijk: uitstroomaantallen worden in de laatste jaren niet gehaald. - De onderbouwing voor de voorgestelde besparingen op een efficiëntere bedrijfsvoering is op dit moment nog niet beschikbaar. Gezien het belang van transparantie en een zorgvuldig besluitvormingsproces, dringen wij erop aan dat deze onderbouwing zo spoedig mogelijk wordt aangeleverd, zodat de haalbaarheid en impact van de voorgestelde maatregelen goed kunnen worden beoordeeld. Reactie Er is gekozen om in een overzicht de besparing op de lasten te laten zien. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een reductie van de inkomsten.

Het bepalen van de reductie is afhankelijk van een aantal elementen, te weten: - macrobudget, - verdeelmodel, - gemeentegrootte. Het macrobudget wordt bepaald door conjunctuur, realisaties voorgaand jaar, rijksbeleid en de loonen prijsbijstelling. Het verdeelmodel geeft aan wat de kans is om in de bijstand te komen. De gemeentegrootte bepaald in welke mate het verdeelmodel van toepassing is. Bij gemeenten groter dan 40.000 inwoners is de verdeling volledig objectief. Tussen 15.000 en 40.000 inwoners een mengvorm en kleiner dan 15.000 inwoners volledig op basis van realisatie. Bij gemeenten waar het BUIG-budget vooral op basis van realisatie wordt bepaald is het eenvoudiger om de reductie te bepalen dan wanneer een gemeente meer of volledig objectief wordt verdeeld. De GR Sociaal heeft in de begroting 2024 een ambitie opgenomen voor uitstroom uit de bijstand die te ambitieus is gebleken. De resultaten van de GR Sociaal zijn vergelijkbaar met de rest van Nederland en de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB), maar minder dan we onszelf ten doel hadden gesteld. Het komende jaar gebruiken we voor een grondige heroriëntatie op het re-integratie en participatiebeleid. Dit wordt opgepakt in combinatie met landelijke ontwikkelingen zoals de

45

Participatiewet in balans, ontwikkelingen van arbeidsmarktregio's, aanpassing opdracht ontwikkelbedrijven, beschut werk en de opdracht om Regionale Werkcentra (RWC's) op te richten. Momenteel vindt er een analyse plaats naar het overschot op de jaarrekening 2024. Dit onderzoek wordt gepresenteerd aan het Algemeen Bestuur op 10 juli 2025. De uitkomsten daarvan zullen effect hebben op de toekomstige P&C documenten waarin wij streven naar een meer realistische wijze van begroten. 15. Bedrijfsvoering - huisvesting De GR Sociaal is op basis van de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Dordrecht voornemens (deels) te verhuizen naar het Dordthuis. Tegelijkertijd wordt onderzocht wat een optimale indeling is voor de toekomstige huisvesting en welke locaties daarvoor geschikt zijn. In de Voorjaarsbrief 2025 is een voorbereidingskrediet aangevraagd om de plannen verder uit te werken. Op dit moment is nog niet volledig duidelijk wat de financiële impact van de nieuwe huisvesting zal zijn op de begroting 2026, zowel qua exploitatie als investeringen. We verwachten dat er minder huisvestigingskosten nodig zijn gezien niet alle dienstverlening op de ‘A locatie’ zal plaatsvinden en er ook gebruik zal worden gemaakt van goedkopere locaties. We vragen u dit aan te passen in de begroting in het kader van realistisch begroten.

Reactie Op zich een logische gedachte ware het niet dat kosten voor huisvesting nu extreem laag zijn omdat het pand van de GR Sociaal meer dan 10 jaar afgekeurd is. Omdat de oorspronkelijke verwachting was dat het Dordthuis jaren eerder klaar zou zijn is het pand niet meer op niveau onderhouden. Qua norm wijzen de berekeningen van de gemeente Dordrecht uit dat het Dordthuis onder landelijke normen zit qua kostenniveau. Daarnaast zullen op de andere locaties door de verdeling van de medewerkers over deze panden ook investeringen nodig zijn. Dat alles geeft dat de toekomstige huisvesting meer gaat kosten dan wat nu wordt uitgegeven. In de vergadering van het Algemeen Bestuur betreffende besluitvorming rond de mix van huisvesting over de drie locaties (Dordthuis, ‘t Achterom en de Snelliusstraat) is aangegeven dat het financiële kader vastligt in de bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst (SOK). Dit kader is ook vanaf het jaar 2027 in de begroting verwerkt. 16. Financiën – reëel begroten In de begroting 2026 geeft u aan uit te gaan van een reële raming. De gemeenteraad ondersteunt deze benadering nadrukkelijk. Om echter goed te kunnen beoordelen in hoeverre deze aanpak effectief is gebleken, verzoeken wij u inzichtelijk te maken wat de toepassing van de reële begroting concreet heeft opgeleverd.

Daarnaast hechten wij eraan dat duidelijk wordt welke effecten de reeds genomen maatregelen hebben gehad. Deze informatie is voor de raad van belang om bij de behandeling van de volgende begroting weloverwogen keuzes te kunnen maken en de lijn van realistisch begroten zorgvuldig voort te zetten. Reactie Uitgangspunt voor de begroting is dat er een reële begroting wordt opgesteld. Afgelopen jaren hielden we rekening met een mogelijke begrotingsonzuiverheid van – 2%. Toepassing van deze correctie is niet realistisch gebleken. In de Voorjaarsbrief 2025 en de Begroting 2026 is per Opgave een overzicht opgenomen van de maatregelen die zijn verwerkt in de begroting. In het bijbehorende tabellenboek wordt per gemeente het effect van de maatregel weergegeven. De voortgang op de genomen maatregelen worden maandelijks gemonitord en middels de reguliere P&C-cyclus worden gemeenten geïnformeerd over de voortgang. 17. Zorgen voor ondersteuning – individuele begeleiding We lezen dat de gemeentelijke uitgaven op Individuele Begeleiding met ruim 1,7 miljoen stijgen t.o.v. de primaire begroting. Dit wordt grotendeels verklaard door de omzetting van een groep inwoners met Individuele Begeleiding van regionale financiering Maatschappelijke Opvang naar de Wmo per 2025. Het gaat om klanten die niet (langer) dakloos zijn en over kunnen naar reguliere Wmo-begeleiding.

46

Inhoudelijk volgen we deze omzetting. In de begroting wordt de 1,7 miljoen niet verder uitgesplitst naar gemeenten. Graag zien we specifiekere informatie over deze klantenstroom, zodat wij het juiste bedrag kunnen reserveren vanuit het overschot op beschermd wonen en opvang. Ook vragen we u als GR Sociaal gezamenlijk het gesprek aan te gaan met de centrumgemeente over het beschikbaar houden van regionaal budget om de extra kosten op de Individuele Begeleiding op te kunnen vangen. Reactie Op 28 juni 2024 is op het Bestuurlijk Overleg Beschermd wonen en Opvang inderdaad besloten dat een deel van de klantgroep vanuit Individuele Begeleiding Maatschappelijk Opvang uitstroomt naar Individuele Begeleiding Wmo (regulier). Dit op basis van een inhoudelijke evaluatie, waarbij is geconcludeerd dat de klanten die zelfstandig wonen en ambulante begeleiding ontvangen niet langer onder de MO keten vallen. Het betreft een verschuiving van de gemeentelijke bijdrage aan de centrumgemeente Dordrecht naar de GR Sociaal. In de tabellenboek bij de Voorjaarsbrief 2025 en de Begroting 2026 is per gemeente op basis van nadere analyse op de klantgroep het financiële effect van deze wijziging weergegeven op de Begroting van de GR Sociaal.

De centrumgemeente Dordrecht is verantwoordelijk voor het inzichtelijk maken van de financiële effecten op de uitgaven van Maatschappelijke Opvang en de afspraken m.b.t. de eventueel financiële afspraken m.b.t. uitkering vanuit het overschot BW&O. 18. Financiën – financiële verordening en controle verordening Er wordt voorgesteld om bij de najaarsbrief voortaan een begrotingswijziging mogelijk te maken, om zo de actualiteit van de begroting te vergroten en begrotingsonrechtmatigheid te voorkomen. Hiervoor zou een afwijkende zienswijzentermijn van acht weken worden gehanteerd. Wij begrijpen dit streven en het bredere voorstel om voor alle P&C-producten een zienswijzeprocedure te volgen. Tegelijkertijd constateren wij dat het hanteren van een zienswijzeprocedure voor de najaarsbrief, mede gezien de termijnen, in de praktijk voor ons niet haalbaar is. Wij vragen u daarom deze wijziging niet door te voeren en de bestaande lijn voort te zetten. Dit betekent dat er bij de najaarsbrief geen extra begrotingswijziging hoeft plaats te vinden en geen zienswijzeprocedure hoeft te worden doorlopen. Reactie Bij het opstellen van de Jaarstukken 2023 is gebleken dat het niet (kunnen) doorvoeren van een begrotingswijziging bij de Najaarsbrief kan leiden tot begrotingsonrechtmatigheid. In het accountantsverslag 2023 is hier een opmerking over gemaakt.

Ook voor de Drechtsteden gemeenten leidt het niet doorvoeren van een begrotingswijziging bij de Najaarsbrief tot onduidelijkheid. Dit kwam onder meer aan de orde bij de besprekingen van de Jaarstukken 2023 in het Algemeen Bestuur. Dit heeft ons doen besluiten om de financiële verordening op dit punt aan te passen. Over de haalbaarheid van een zienswijze procedure verschillen de gemeenten van mening. In de zienswijzen van andere gemeenten wordt juist ingestemd met ons voorstel tot het doorvoeren van een begrotingswijziging. Overigens is het uitbrengen van een zienswijze op een begrotingswijziging van een GR geen verplichting voor gemeenten. Een gemeente is vrij om te kiezen om door moverende redenen hiervan af te zien. Daarbij merken wij op dat door het invoeren van een zienswijze procedure de najaarsbrief eerder beschikbaar komt voor gemeenten. Om de najaarsbrief inclusief de uitgebrachte zienswijzen van de gemeenten in het Algemeen Bestuur van december te kunnen behandelen, wordt deze half oktober door het Dagelijks Bestuur aangeboden aan de gemeenten voor de (zienswijze-) procedure. 19. Tot slot We lezen in de stukken veel bemoedigende ontwikkelingen, ondanks de roerige tijd waarin uw organisatie zich momenteel bevindt.

Landelijke ontwikkelingen waar moeilijk op te sturen valt – de landelijke politiek, de arbeidstekorten, de toenemende vraag –, geven extra uitdagingen in de uitvoering. Dit vraagt om creativiteit, lef en een krachtige stem richting de Rijksoverheid; iets waar uw organisatie op een goede manier gestalte aan geeft. Blijf vooral zo doorgaan. Reactie Het Dagelijks Bestuur dankt uw voor uw steun en wij blijven de uitdaging graag samen met u aangaan.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1115/documents/32867