55 SVHW - Vaststelling Kadernota 2027.pdf
Tekst van het document
A.B. 26/15 AB Besluit: Kadernota 2027 Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW);
Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 4 februari 2026 (A.B. 26/13)
Besluit:
1.
In te stemmen met de Kadernota 2027;
2.
In te stemmen met de daarin opgenomen kaders en uitgangspunten waaronder in afwijking
3.
Het Dagelijks Bestuur opdracht te verstrekken om de Begroting 2027 en meerjarenbegroting
van het besluit op 8 februari 2023 het hanteren van 2% indexering voor de meerjarenraming; 2028-2031 op te stellen binnen de kaders van deze nota.
Aldus vastgesteld op 4 februari 2026 in het Algemeen Bestuur SVHW.
Directeur,
Voorzitter,
M.W. Heemskerk
C.L.K. Rijsdijk
Kadernota 2027
SVHW
Rijksstraatweg 3b Postbus 7059
3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl
(0186) 57 72 00
Pagina 1 van 20
Kadernota 2027
Versie historie Versie
Datum
Status
Auteur
Controle
0.1
24-12-2025
1e concept
D. Krijger
M. Heemskerk
0.2
30-12-2025
2e concept
D. Krijger
MT
1.0
06-01-2026
Versie DB
M. Heemskerk
DB
1.0
27-01-2026
Versie AC
M. Heemskerk
AC
1.0
04-02-2026
Versie AB
M. Heemskerk
AB
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 2 van 20
Paraaf
Kadernota 2027
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................... 4
1.1 1.2
ALGEMEEN .............................................................................................................................................. 4 LEESWIJZER .............................................................................................................................................. 5
2.
Strategische richting SVHW .................................................................................................. 6
3.
Algemene ontwikkelingen ................................................................................................... 8
3.1 3.2 3.3 4.
ALGEMENE ONTWIKKELINGEN IN TECHNOLOGIE EN WETGEVING.......................................................................... 8 ALGEMENE POLITIEKE-JURIDISCHE ONTWIKKELINGEN ........................................................................................ 8 DEELNEMERS ........................................................................................................................................... 8 Ontwikkelingen per programma........................................................................................... 9
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5.
ONDERSTEUNING ...................................................................................................................................... 9 GEGEVENSBEHEER ALGEMEEN.................................................................................................................... 10 GEGEVENSBEHEER BAG ........................................................................................................................... 12 WOZ-ADMINISTRATIE.............................................................................................................................. 13 DIENSTVERLENING (KLANTCONTACT, HEFFINGEN EN INVORDERING) ................................................................. 14 Financiële kaders .............................................................................................................. 17
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
INDEXERING 2027 (EN BIJSTELLING 2026) .................................................................................................. 17 OVERIGE ONTWIKKELINGEN....................................................................................................................... 18 ALGEMENE FINANCIËLE KADERS.................................................................................................................. 19 FINANCIEEL TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN.................................................................................................. 19 FINANCIEEL PERSPECTIEF 2027-2031......................................................................................................... 19
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 3 van 20
Kadernota 2027
Inleiding 1.1
Algemeen
De Kadernota 2027 is een belangrijk instrument ter voorbereiding op het samenstellen van de
begroting en voor het inzichtelijk maken van een meerjarenperspectief. De kadernota schetst de
inhoudelijke en financiële ontwikkelingen voor de komende jaren en stelt de kaders voor de Begroting 2027 en voor de meerjarenbegroting 2028-2031 vast. Na vaststelling van de kadernota door het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW werken het Dagelijks Bestuur (DB) en de organisatie de nieuwe begroting 2027 binnen de kaders uit deze nota verder uit.
In lijn met de door het AB vastgestelde ‘Notitie structurele indexering begroting SVHW’ is het financieel
perspectief in deze kadernota uitgewerkt op basis van de Macro Economische Verkenningen van het
CPB. Dit houdt in dat: •
de gepubliceerde Nationale consumentenprijsindex volgens de septembercirculaire van het CPB toegepast wordt voor indexering van de materiële kosten;
• •
de cao toegepast wordt voor de indexering van de personele kosten;
bij het ontbreken van een nieuwe cao de gepubliceerde Loonvoet sector Overheid volgens de septembercirculaire van het CPB toegepast wordt voor indexering van de personele kosten;
•
indien de werkelijke inflatie respectievelijk loonontwikkeling beduidend afwijkt van de vooraf
geraamde indexering wordt het oude jaar via een begrotingswijziging achteraf gecorrigeerd en daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. •
uitgangspunt voor de meerjarenraming is een normale economische situatie. Voor de
meerjarenbegroting na 2027 wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging met 1%.
In deze kadernota wordt voorgesteld om het uitgangspunt voor de meerjarenraming te wijzigen naar
een indexering van 2% in plaats van 1% (besluit AB 8 februari 2023). Dit hogere percentage sluit aan bij het streefdoel van de ECB op de middellange termijn, namelijk het behouden van stabiele en
voorspelbare prijzen. De ervaringen van de afgelopen jaren tonen aan dat er elk jaar een (forse)
aanvullende indexatie nodig is. Met een indexatie van 2% verwachten wij dat deze bijstelling in de komende jaren lager zal uitvallen. Het besluit van het AB hierover volgt bij het besluit over deze
kadernota. In de financiële kaders in hoofdstuk 5 is vooruitlopend op het besluit rekening gehouden met 2% voor de meerjarenraming.
In de begroting 2026 was rekening gehouden met een indexering van 2,8% voor de materiële kosten en 4,7% voor personele kosten.
In de 1e wijziging van de begroting 2026 worden de effecten van de cao- en prijsontwikkelingen in
2025 (afwijking met de begroting 2026) en de afwijking op de indexering van de primaire begroting
2026 verwerkt.
Bij een aantal leveranciers blijkt de contractuele indexatie (met name post gerelateerde tarieven) hoger te zijn dan de gehanteerde indexatie op basis van de nationale consumentenprijsindex zoals vermeld
in de septembercirculaire van het CPB. De impact hiervan wordt momenteel onderzocht en zal worden meegenomen in de 1e van de begroting 2026, evenals in de begroting voor 2027.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 4 van 20
Kadernota 2027
Onderstaand overzicht geeft de effecten weer uit de 1e wijziging van de begroting 2026 en de Kadernota 2027 ten opzichte van die jaren in de oorspronkelijke meerjarenbegroting 2026:
(bedragen x €1.000)
Omschrijving
Gewijzigde
Kadernota 2027
begroting 2026
Incidenteel/ structureel
Materiële kosten indexering
33
140 Structureel
Personele kosten indexering
54
319 Structureel
Ontwikkelingen: Nieuw beleid
-
-
Aanvullende contractuele indexering (post tarieven e.d.)
PM
PM
Kosten gebruik Basisregistratie Personen
13
13 Structureel
Stelpost EU-aanbestedingen
25
25 Structureel
Extra werkzaamheden nieuwe belastingen
80
80 Structureel
Mutatiesignalering vanwege Omgevingswet
150
150 Structureel
Totaal ontwikkeling lasten
355
727
(verblijfsbelasting, ondernemersfonds etc.)
1.2
Leeswijzer
Paragraaf 2 beschrijft de strategische richting van SVHW. In paragraaf 3 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste algemene ontwikkelingen en in paragraaf 4 de ontwikkelingen per programma. Met beide soort ontwikkelingen moet rekening worden gehouden bij het opstellen van de
(meerjaren)begroting. Het betreft hier de ontwikkelingen, zoals deze worden onderkend bij het
opstellen van deze kadernota (december 2025). Paragraaf 5 schetst de (financiële) kaders voor de (meerjaren)begroting gebaseerd op de ontwikkelingen in paragraaf 3 en 4.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 5 van 20
Kadernota 2027
2.
Strategische richting SVHW
Het financiële meerjarenperspectief van SVHW richt zich op het optimaliseren van de
belastingopbrengst voor zijn deelnemers. SVHW heeft hierbij als richting om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij het kostenniveau voor deelnemers acceptabel blijft. Daarnaast moet de
dienstverlening passen binnen de context van een veranderende omgeving en deze dient daarom
continu doorontwikkeld te worden. Als financieel uitgangspunt probeert SVHW de ontwikkeling van de dienstverlening zoveel mogelijk binnen de exploitatie op te vangen (interne financiering). Dit doet
SVHW door continue verbetering van de effectiviteit en de efficiency van de processen en door actief te
zoeken naar samenwerking. Extra of nieuwe werkzaamheden worden bekostigd uit extra volume tegen
bestaande tarieven of tegen nieuwe tarieven.
SVHW werkt vanuit een hoger doel, de missie van SVHW. Vanuit onze missie hebben wij een gewaagd doel bepaald. Dit gewaagde doel geeft richting aan waar we als organisatie voor gaan. Het gewaagde doel is:
In 2030 zijn wij een toonaangevende organisatie, waarbij minimaal 95% van onze dienstverlening verloopt via selfservice. Met een tevredenheid onder medewerkers en klanten >7,5.
De doelen betekenen het volgende voor SVHW: -
-
Toonaangevende organisatie: we willen een voorloper zijn, een organisatie waar anderen
een voorbeeld aan nemen. In de wereld van belastingen kijkt men naar ons op en zijn we een zichtbare speler die het voortouw neemt;
95% Selfservice: dit is zeer ambitieus (precieze uitwerking vindt nog plaats). Mijn SVHW
moet dan zo helder zijn dat niet alleen de aanslag, maar ook de voortgang in het dossier
kan worden gezien, waar je kan betalen en de manier van betalen kunt regelen. De digitale balie heeft alle gewenste informatie helder beschikbaar. Klanten kunnen hun gegevens -
aanvullen/ wijzigen/ updaten, zodat ze onderdeel worden van ons proces;
Menselijke maat: selfservice geeft ons de ruimte en tijd om maatwerk te leveren aan hen
die dat nodig hebben. De menselijke maat geldt zowel intern als extern voor alle klanten.
Om dit gewaagde doel te behalen is dit vertaald in een strategiekaart, die richting geeft aan het handelen van de organisatie. Vanaf de begroting 2025 zijn de doelen en missie uitgewerkt en
gehanteerd als uitgangspunt. Om de voortgang te monitoren zijn hier KPI’s aangekoppeld. In de
jaarrekening 2025 zal hier voor het eerst verantwoording over worden afgelegd voor die KPI’s waarvoor dit mogelijk is. Waar nodig zullen de KPI’s voor de begroting 2027 op basis van de eerste meting bij de jaarrekening worden aangescherpt of aangepast.
SVHW werkt aan de strategie met een drietal kernwaarden als basis: Samenwerken, Vertrouwen en
Gewoon doen. Aan deze kernwaarden wordt voortdurend aandacht besteed in onze organisatie en bij de werving van collega’s en SVHW wil hierop aangesproken kunnen worden.
In 2025 is een serieus vervolg gegeven aan de strategische personeelsplanning (SPP). Er zijn onder
deskundige externe begeleiding en in samenspraak met een vertegenwoordiging uit de organisatie
keuzes gemaakt hoe we onze organisatie moeten richten op het behalen van onze strategische doelen rekening houdend met de actuele in- en externe ontwikkelingen. Daarnaast is eind 2025 een
medewerker tevredenheidsonderzoek (MTO) gehouden. Uit het SPP en MTO is een aantal HRVersie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 6 van 20
Kadernota 2027
speerpunten naar voren gekomen, dat we in 2026 en 2027 oppakken. Voorbeelden zijn het beter
faciliteren van ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden, gerichtere arbeidsmarktcampagnes en het beter benutten van de beschikbare mogelijkheden voor secundaire arbeidsvoorwaarden.
We zagen in het SPP een toenemende impact van ICT en de ICT-projecten op het behalen van onze
strategie. In 2027 wordt de verdere ontwikkeling van onze dienstverlening daarom programmatisch ondersteund door de ICT-roadmap en de SVHW-projectenmap. Deze bevatten de geselecteerde
projecten, voorzien van de juiste parameters. De besturings- en verantwoordingsrapportages worden
periodiek gemonitord. Om de organisatie adequaat te faciliteren op ICT-gebied, in lijn met de Strategie SVHW 2030 en de eigen ICT-strategie, wordt de vaste ICT-formatie uitgebreid. De dekking hiervoor
komt uit een verlaging van het ICT-inhuurbudget.
We gaan er vooralsnog vanuit dat kosten die samenhangen met het SPP en de formatieve ICT-
ontwikkeling binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Eventuele meerkosten worden separaat ter besluitvorming voorgelegd. De overige projectkosten die noodzakelijk zijn voor het behalen van de strategische doelen leiden niet tot extra uitgaven en worden gedekt vanuit de reguliere begroting.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 7 van 20
Kadernota 2027
3.
Algemene ontwikkelingen
Deze paragraaf geeft de relevante algemene ontwikkelingen voor de begroting 2027 weer, zoals deze bij het opstellen van deze kadernota bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect.
3.1
Algemene ontwikkelingen in technologie en wetgeving
SVHW heeft, net als veel andere organisaties, te maken met een toenemende afhankelijkheid van ICToplossingen. Om toekomstbestendig te blijven, is het noodzakelijk om mee te bewegen met de voortdurende technologische en digitale ontwikkelingen. Een aantal ontwikkelingen zijn: •
In 2027 wil SVHW beschikken over het ISO 27001-certificaat en dat de NIS2-richtlijnen grotendeels zijn geïmplementeerd.
•
De introductie en implementatie van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) vraagt mogelijk beschikbare capaciteit en middelen binnen de organisatie.
•
In 2026 gaat de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) in en start de
implementatie hiervan binnen de bestaande organisatie. Deze wet zal per 1 januari 2027
volledig in werking treden, wat aanvullende eisen stelt aan processen en ICT-voorzieningen. De hiervoor genoemde ontwikkelingen vangen we vooralsnog af binnen de reguliere begroting. Eventuele meerkosten worden separaat ter besluitvorming voorgelegd.
3.2
Algemene politieke-juridische ontwikkelingen
In 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Dit leidt tot wisselingen in de
vertegenwoordiging binnen het AB en DB van SVHW. Gezien de stabiele situatie van SVHW en het
huidige bestuur verwachten we hieruit weinig risico’s voor de bestuurlijke continuïteit van SVHW. De
bestuurders uit het waterschap zijn nu halverwege hun termijn.
3.3
Deelnemers
Op dit moment onderzoeken twee gemeenten de mogelijke toetreding tot het SVHW. Eventuele toetreding verloopt voor deelnemers van SVHW in beginsel kostenneutraal, doordat alle
toetredingskosten in rekening worden gebracht bij de mogelijke nieuwe deelnemers. Dit houdt ook in dat eventuele conversiekosten en kosten die gemaakt moeten worden voor het opwerken van
bestanden ten laste worden gebracht van de nieuwe toetreders. Eventuele formatie-uitbreiding die gepaard gaat met de nieuwe toetreders zal in een begroting worden uitgewerkt wanneer het bestuurlijke besluitvormingsproces positief is afgerond.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 8 van 20
Kadernota 2027
4.
Ontwikkelingen per programma
Deze paragraaf geeft de relevante ontwikkelingen per programma voor de begroting 2027 weer, zoals deze bij het opstellen van deze kadernota bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect.
4.1
Ondersteuning
4.1.1
Doel van het programma
Een aantal kosten heeft betrekking op alle programma’s. Dit betreffen o.a. ICT, huisvestingskosten en
kantoorkosten. Deze worden in eerste instantie verantwoord op het programma ondersteuning en aan het einde van het jaar toegerekend aan de overige programma’s. De toerekening aan de programma’s vindt plaats op basis van de formatie per programma.
4.1.2
Ontwikkelingen binnen het programma
Huisvesting Rijksstraatweg 3b te Klaaswaal
Door het AB is in april 2025 het besluit genomen om het pand te renoveren c.q. aan te passen aan de
minimale wettelijk verplichte vereisten voor verduurzaming. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat
het pand nog minimaal 15 jaar door geëxploiteerd kan worden. Een interne Stuurgroep Huisvesting,
ondersteund door deskundige externe adviseurs, stelt hiervoor een Plan van Aanpak en de financiële kaders op. Het investerings- en financieringsbesluit wordt verankerd in de 1e wijziging van de
begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027. Het besluit hiertoe wordt gelijktijdig met deze kadernota aan het AB ter besluitvorming voorgelegd. De formele start van de renovatie en
verduurzaming staat gepland in 2026 en het werk loopt door in 2027. De financiële effecten hiervan zijn nog niet in deze kadernota opgenomen. (Europese) aanbestedingen
In 2026 met doorloop naar 2027 staan er minimaal vijf Europese aanbestedingen gepland, waaronder de aanbesteding van bancaire betalingsdiensten en vier ICT-gerelateerde aanbestedingen. Hieronder
valt ook de nieuwe bezwarenapplicatie, waarmee in 2025 en 2026 een pilot heeft plaatsgevonden.
Gezien de benodigde specifieke expertise op het gebied van Europese aanbestedingen en de druk op de huidige organisatie, is extra capaciteit in de vorm van adviseurs noodzakelijk. Voorgesteld wordt om hiervoor met ingang van 2026 een stelpost van € 25.000 op te nemen en dit financieel te verwerken in de 1e wijziging van de begroting 2026 en de begroting 2027. Waterbedrijven
Steeds meer waterbedrijven weigeren vanuit AVG-motieven informatie te verstrekken om de
belastingen te kunnen heffen of rekenen daarvoor extra kosten. Omdat de verplichting tot levering uit
de wet volgt en dit een landelijke trend is, heeft de UvW dit in samenspraak met VNG bij het ministerie van I&W geëscaleerd. Ook loopt er bij een ander samenwerkingsverband een kort geding. De
uitkomsten hiervan zijn nog onduidelijk. Als het opvragen van gegevens bij waterbedrijven leidt tot extra kosten worden deze separaat doorbelast aan de betreffende deelnemers. Dit omdat niet alle
waterbedrijven extra kosten rekenen en ook niet alle deelnemers in even grote mate gebruik maken van m3 waterverbruik als heffingsgrondslag.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 9 van 20
Kadernota 2027
4.2
Gegevensbeheer algemeen
4.2.1
Doel van het programma
Dit programma heeft betrekking op het verzamelen, registreren en bewerken van de basisgegevens van alle deelnemers van SVHW. Hiervoor analyseert SVHW de vastgoedmarkt en verwerkt SVHW kadastrale informatie, bevolkingsmutaties, bouwvergunningen en informatie van de deelnemers.
4.2.2
Ontwikkelingen binnen het programma
Mutatiesignalering
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bundelt en
moderniseert de wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel van de overheid is dat de regels voor ruimtelijke ontwikkeling worden vereenvoudigd en
samengevoegd. De wet biedt een aantal voordelen, maar heeft veel impact op organisaties. Het vergt namelijk een hoop extra werk om data op orde te brengen en te houden, bijvoorbeeld omdat veel vergunningsvrij gebouwd kan worden.
De Waarderingskamer heeft aangegeven vanaf 2026 scherpere controles uit te voeren. Daarbij is onder
andere als speerpunt benoemd dat de basis moet kloppen. De Waarderingskamer zegt hierover: “De absolute basis van een correcte WOZ-waarde is de juistheid van de objectgegevens”. Het belang van up-to-date geo-basisregistraties in een snel veranderende wereld maken een structurele
mutatiesignalering essentieel voor elke BGT, BAG en WOZ-beheerder.
Mutatiesignalering brengt snel alle mutaties in beeld, kan omgaan met de subjectiviteit van mutaties en waarborgt de kwaliteit en standaard van de registraties. Dit zorgt ook voor automatische kaart/beeld
vergelijkingen en objectdetectie, waarbij het zelf ontwikkelde kunstmatige intelligentie toepast om te signaleren en te duiden waar de kaart niet klopt. Het resultaat is een geografisch of administratief
bestand met de relevante veranderingen, of mutaties, ten opzichte van de huidige BGT, BAG of WOZ.
Voorbeelden hiervan zijn veranderingen ten opzichte van bouwwerken (BGT/BAG), grijs/groen/blauw objecten (BGT), dakkapellen (WOZ) en zonnepanelen.
Zowel voor een BAG deelnemer, als een niet-BAG deelnemer heeft SVHW dus luchtdetectie nodig om de
WOZ en BAG gegevens op orde te hebben. Dit zijn externe kosten die nog niet in de begroting zijn
opgenomen en ook niet in de tarieven. We nemen deze kosten op in de 1e begrotingswijziging 2026 en de begroting 2027 en zullen in samenspraak met de deelnemers komen tot een zo (kosten)efficiënt mogelijk inrichting van de luchtdetectie activiteiten ten behoeve van mutatiesignalering. Verhoging kosten gebruik Basisregistratie Personen
SVHW maakt als afnemer gebruik van gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). De BRP wordt beheerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De RvIG hanteert een abonnementenstructuur om de kosten door te bereken aan afnemers van de BRP. Dit model is wettelijk vastgelegd en jaarlijks vastgesteld door de staatssecretaris van BZK. De belangrijkste kenmerken van deze structuur: •
Indeling in klassen op basis van berichtenvolume: Het aantal verzonden en ontvangen BRPberichten bepaalt in welke klasse een afnemers valt.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 10 van 20
Kadernota 2027
•
Vast tarief per klasse: Elke klasse heeft een jaarlijks tarief dat de kosten voor het in stand houden van de centrale voorzieningen dekt.
•
Indexering en herziening: Tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en kunnen stijgen op basis van verwachte kosten en gebruik.
Tariefverhoging
Door het afschaffen van staffelkortingen, een herijking van de tarieven en hogere exploitatiekosten is door de RvIG een forse tariefstijging doorgevoerd in 2025. SVHW zit in Abonnementsklasse C met berichtenvolume 100.000 – 500.000. De kosten hiervan stegen van € 19.400 in 2024 naar € 36.200 in 2025. Op 1 december 2026 is SVHW door de RvIG geïnformeerd over de kosten voor 2026. Voor Abonnementsklasse C stijgen de kosten in 2026 naar € 38.800. Voorgesteld wordt om deze aanvullende indexering (€ 13.000) te verwerken in de 1e wijziging van de begroting 2026 en de begroting 2027. Abonnementsklasse C heeft een berichtenvolume van 100.000 – 500.000. SVHW zat in 2024 op 421.000 berichten en lijkt in 2025 rond hetzelfde aantal uit te komen. Het is aannemelijk dat de limiet van 500.000 in 2026 en 2027 nog niet geraakt wordt met het huidige aantal deelnemers en de huidige belastingheffingen. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal SVHW op termijn mogelijk in Abonnementsklasse D vallen waardoor de kosten aanzienlijk zullen stijgen.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 11 van 20
Kadernota 2027
4.3
Gegevensbeheer BAG
4.3.1
Doel van het programma
Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de BAG-administratie. Het tarief valt uiteen in een algemeen tarief en een tarief specifiek voor de BAG deelnemers De BAG
(Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in gemeentes.
4.3.2
Ontwikkelingen binnen het programma
Mutatiesignalering
De in paragraaf 4.2.2 beschreven knelpunten voor het gegevensbeheer ten gevolge van de nieuwe omgevingswet gelden dus ook heel specifiek voor de BAG-deelnemers ten aanzien van de BAG-
administratie.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 12 van 20
Kadernota 2027
4.4
WOZ-administratie
4.4.1
Doel van het programma
Onder het programma WOZ-administratie vallen de activiteiten op het gebied van de WOZ-
administratie (o.a. WOZ-bezwaarafhandeling), de permanente marktanalyse en de herwaardering.
4.4.2
Ontwikkelingen binnen het programma
Secundaire object kenmerken
Sinds december 2023 is het landelijke project ‘Het nieuwe waarderen’ van start gegaan met als
uitgangspunt het verbeteren en uniformeren van het WOZ-beschikkingsproces. De nadruk ligt op het
belang van het informeel contact voorafgaand aan de waarde vaststelling en het betrekken van burgers
bij de totstandkoming ervan. Vanuit het perspectief dat de woningeigenaar zijn eigen woning het beste kent, checkt de woningeigenaar bij deze nieuwe waarderingsmethode de staat van zijn woning aan de hand van foto’s van de secundaire objectkenmerken in een (online) portaal. Woningeigenaren kiezen
uit drie foto’s van de kenmerken kwaliteit, onderhoud, voorzieningen en ligging – die variëren van zeer slechte staat tot uitstekende staat – de foto die het beste bij hun woning past. Deze algemene fotosets zijn door ons verzameld. De woningeigenaar hoeft zelf geen foto’s in te sturen. Het project wordt getrokken door de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB).
SVHW heeft bovenstaande ontwikkeling op de voet gevolgd en financieel bijgedragen aan de
ontwikkeling hiervan. In 2026 wordt gewerkt aan een pilot om woningeigenaren in gelegenheid te
stellen input te leveren ten aanzien van de secundaire objectkenmerken. Het e-formulier dat hiervoor
gebruikt wordt, is verder (door)ontwikkeld intern door ICT en gecombineerd met andere inlichtingenformulieren. De kosten worden opgevangen binnen de begroting. Landelijke voorziening
De nota van BZK met een voor 2025 begroot bedrag van € 639.000 voor het gebruik van de landelijke
voorzieningen door het Waterschap loopt vanaf 2026 niet langer over de administratie van SVHW, maar
wordt rechtstreeks bij WSHD in rekening gebracht.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 13 van 20
Kadernota 2027
4.5
Dienstverlening (Klantcontact, Heffingen en Invordering)
4.5.1
Doel van het programma
Onder het programma Dienstverlening vallen: Klantcontact, Heffingen en Invordering. Klantcontact •
Het afhandelen van telefonische klant vragen en contactformulieren door allround
medewerkers volgens het first time right principe met minimale doorverbinding naar de procesteams in de andere Domeinen; •
Het proactief signaleren van- en gericht doorsluizen van klantsignalen in het kader van continue verbeteren van onze dienstverlening;
•
Het verrichten van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de andere procesteams zoals o.a. het outbound bellen;
•
Het triageren van TopDesk meldingen van onze deelnemers en doorgeleiden naar de juiste functionaris en/of procesteam.
Heffingen
Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het opleggen van aanslagen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften. Hiervoor worden onder andere de onderstaande activiteiten
uitgevoerd • • • • •
Het verwerken van de plichten en maatstaven;
Het controleren van de aanslagkohieren;
Het printen van de aanslagen (door een extern bureau); Het verzenden van de aanslagen;
Het behandelen van bezwaar- en beroepschriften.
Invordering
Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het innen van de opgelegde belastingbedragen. Hierbij worden volgende activiteiten uitgevoerd: • • • • • •
Bijhouden debiteurenadministratie; Bijhouden financiële administratie;
Behandelen van kwijtscheldingsverzoeken;
Verzenden van aanmaningen en dwangbevelen;
Het treffen van overige invorderingsmaatregelen;
Beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen ten behoeve van oninbaar verklaringen.
4.5.2
Ontwikkelingen binnen het programma
Harmonisatie belastingverordeningen
In de AB-vergadering van 2 juli 2025 is het besluit harmonisatie verordeningen vastgesteld. Voor deelnemers kan toegewerkt worden naar het aanbieden van een pakket standaard
heffingsmethodieken voor belastingheffing, waar vervolgens een keuze in gemaakt kan worden. De werkgroep heeft een analyse uitgevoerd op de verordeningen die alle gemeentelijke deelnemers bij SVHW hebben ondergebracht.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 14 van 20
Kadernota 2027
Dit zijn Onroerendezaakbelasting, Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, BIZ, Toeristenbelasting,
Watertoeristenbelasting, Woonforensenbelasting, Hondenbelasting, Precariobelasting en Grafrechten. Er zijn voor de belastingverordeningen mogelijke aanpassingen dan wel ter overweging of nader onderzoek aangedragen.
Het is vanzelfsprekend dat de Raad het hoogste orgaan is en dat de Raad de verordeningen voor elke deelnemer afzonderlijk vaststelt. Tegelijkertijd heeft de Raad ook de verantwoordelijkheid om
onderzoek te doen naar de uitvoerbaarheid van de verordeningen, waarbij het verbeteren van de kwaliteit en risicobeheersing een rol spelen.
Het aantal belastingen dat wordt geheven bij de deelnemers neemt elk jaar toe. Bovendien worden er regelmatig nieuwe taken overgedragen die aansluiten bij of deel uit maken van de belastingheffing. Voorbeelden hiervan zijn de verblijfsbelasting van arbeidsmigranten, BIZ-bijdragen,
ondernemingsfondsen, registratie van afvalpassen etc. Deze voorbeelden leiden tot extra
werkzaamheden voor SVHW waarbij een uitbreiding van de formatie noodzakelijk is. SVHW zal de impact op de formatie inzichtelijk maken in de begroting 2027 en de kosten doorbelasten via de tarieven aan de betreffende deelnemers. Vooralsnog is hiervoor een stelpost in deze kadernota
opgenomen.
Leegstandsbelasting
De Eerste Kamer heeft op 4 december 2025 de Fiscale Verzamelwet 2026 aangenomen. Onderdeel van deze wet is nieuw artikel in de Gemeentewet 221a: leegstandbelasting voor woningen voor eigenaren. De wet treedt in werking op 1 januari 2026 en maakt het mogelijk om voor woningen die langer dan
twaalf maanden leegstaan belasting te heffen. De heffingsmaatstaf voor de leegstandbelasting wordt
vastgesteld door de gemeente. De VNG werkt aan een modelverordening voor deze nieuwe belasting. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om belastingen in te voeren, te wijzigen en in te trekken, maar deze bevoegdheid kan wel rechterlijk worden getoetst. De rechter controleert of de gemeenteraad bij
het vaststellen van belastingverordeningen de algemene rechtsbeginselen heeft gerespecteerd en of er een rechtvaardiging is voor eventuele verschillen tussen gevallen. De rechter kijkt niet of de afweging van de gemeenteraad tot een ander besluit had moeten leiden, maar wel of de benodigde
overwegingen zijn gemaakt. Als blijkt dat de gemeenteraad niet aan de vereisten heeft voldaan, kan de rechter de belastingheffing tegenhouden, wat leidt tot lagere of vernietigde aanslagen en gemiste inkomsten voor de gemeente.
De wet treedt in werking op 1 januari 2026, waardoor het op zijn vroegst mogelijk is om per 2027
deze belasting te heffen. De kosten voor het heffen van de leegstandsbelasting zal SVHW doorbelasten via de tarieven aan de betreffende deelnemers. Hiervoor is in de kadernota niets opgenomen. Wijziging Waterschapswet
De nieuwe Waterschapswet, trad op 1 januari 2026 in werking. SVHW heeft de processen en systemen ingericht om haar taken op basis van de nieuwe wetgeving in 2026 te kunnen uitvoeren. Bij ongeveer een kwart van de bedrijven bepalen waterschappen de vervuilingswaarde. Dat doen ze door het
waterverbruik te vermenigvuldigen met een van de afvalwatercoëfficiënten behorende bij de 15 klassen in de zogenoemde tabel afvalwatercoëfficiënten. Ongeveer 95% van deze tabelbedrijven is ingedeeld in klasse 8. De wetgever heeft daarom besloten dat alle nieuwe bedrijven in deze klasse worden
ingedeeld. Tenzij het waterschap of het bedrijf zelf met een afvalwateronderzoek een lagere of hogere klasse aantoont. Voor nieuwe bedrijven is een speciaal E-formulier ingericht zodat zij eenvoudig Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 15 van 20
Kadernota 2027
informatie kunnen verstrekken. De informatie is nodig om het bedrijf op juiste wijze in te delen in een klasse.
Voorheen betaalden eigenaren van woningen en eigenaren bedrijfspanden hetzelfde tarief voor de
Watersysteemheffing. Maar omdat de waarde van woningen de afgelopen jaren harder is gestegen dan
die van bedrijfspanden, zijn woningeigenaren een steeds groter deel van de kosten gaan betalen. Vanaf 1 januari 2026 hanteren de waterschappen voor eigenaren van woningen daarom een ander
belastingtarief dan voor eigenaren van bedrijfspanden. Dit zorgt voor een gelijkmatige ontwikkeling
van de belastingen van de eigenaren van alle soorten gebouwen. SVHW heeft alles inmiddels ingericht
om ook deze wijziging van de wet uit te kunnen voeren en de belastingen met een gedifferentieerd tarief te heffen.
Wij vertalen de financiële consequenties van de wetswijzigingen voor het waterschap en haar
belastingoplegging in de juni- en septemberraming die wij verstrekken aan het waterschap. Sociaal invorderen
SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is
om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden
ontstaan. SVHW heeft hiervoor naast de al bestaande maatregelen recent ook de volgende maatregelen ter besluitvorming aangeboden of getroffen: •
De kosteloze herinnering is een maatregel die kan worden ingezet als onderdeel van sociaal invorderen. Hiervoor zijn twee pilots uitgevoerd. Uit de evaluatie van de tweede pilot bleek evenals die van de eerste pilot in 2024 een grote daling van de opbrengsten
invorderingskosten door het succes van de pilot. Een heroverweging van het besluit door het AB om de kosteloze herinnering vooralsnog niet in te voeren, vindt plaats nadat hiervoor
tegelijkertijd met de begroting 2027 een zienswijze aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers is gevraagd. Met financiële effecten van de eventuele invoering van de kosteloze herinnering wordt vooralsnog geen rekening gehouden;
•
De mogelijkheid om met een automatische incasso in 10-maandelijkse termijnen te betalen,
waarbij de betaaldatum zelf gekozen kan worden. Vanaf medio 2025 is het als
belastingplichtige mogelijk om de incassodatum te kiezen. Medio 2026 heeft de
softwareleverancier toegezegd het ook mogelijk te maken om het aantal termijnen te kunnen wijzigen. Hiervoor is een aanpassing van de belastingapplicatie noodzakelijk.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 16 van 20
Kadernota 2027
5.
Financiële kaders
Zoals in paragraaf 1.1 vermeld wordt in de Kadernota 2027 volstaan met financiële kaders in plaats van uitgewerkte financiële paragraaf. Daarnaast wordt er in deze kadernota van uitgegaan dat er in 2026 een 1e wijziging van de begroting is vastgesteld, waarbij de eerder bijgestelde indexatie voor 2026
wordt bijgesteld.
5.1
Indexering 2027 (en bijstelling 2026)
In lijn met de door het AB vastgestelde ‘Notitie structurele indexering begroting SVHW’ is het financieel perspectief in deze kadernota uitgewerkt op basis van de Macro Economische Verkenningen van het CPB en de uitkomsten van het onderhandelingsakkoord over de cao. In de 1e wijziging van de
begroting 2026 is een stijging van de personele – en materiële kosten opgenomen als gevolg van hogere indexering dan begroot.
Personele kosten
De personele kosten in de primaire begroting 2026 zijn geïndexeerd met 4,7% op basis van de
loonvoet voor overheid in de septembercirculaire 2024 CPB. De septembercirculaire 2025 CPB geeft
een indexatie voor de loonvoet voor overheid van 5,3%. De personele kosten in de primaire begroting
2026 zijn hierdoor te laag geïndexeerd met 0,6%. Financieel betekent dit een correctie van € 54.000.
De Vereniging werken voor waterschappen (Vwvw) en de vakbonden FNV en CNV Overheid bereikten op 1 april 2025 overeenstemming over een onderhandelingsakkoord van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Per 1 januari 2026 worden de salarissen met 1,0% verhoogd en per 1 maart 2026
worden de salarissen verhoogd met het gemiddelde prijsindexcijfer (cpi). Deze uitkomsten zijn als
uitgangspunt in deze kadernota gehanteerd. Het gemiddelde CPI wordt geraamd op ongeveer 3,5%. Als dit beduidend afwijkt van de werkelijkheid wordt dit gecorrigeerd in de begroting. In de begroting
2026 was rekening gehouden met een indexatie van de loonkosten van het jaar 2026 naar 2027 van 1%. De salarisstijging per 1 januari 2026 is hiermee al verwerkt. De stijging per 1 maart 2026 moet
worden doorberekend over een periode van 10 maanden. Dit bekent een verhoging van de kosten ten opzichte van de begroting van € 264.000. Hierdoor verwachten wij dat de personele kosten uitkomen voor 2027 op € 9.384.000.
In onderstaand overzicht zijn de details van de personele kosten weergegeven:
(bedragen x € 1.000)
Ontwikkeling personele kosten
2027
Totaal personele kosten in begroting 2026
9.065
Totaal voor indexatie
9.065
Prijsindex 2025: 5,3% minus al doorgerekend 4,7% Personele kosten 2026 geïndexeerd t/m 2025
54 9.119
Prijsindex 2026: 3,5% (10 maanden) minus al doorgerekend 1% Bedrag Kadernota 2027
264 9.384
Materiële kosten
De materiële kosten in de primaire begroting 2026 zijn geïndexeerd met 2,8% op basis van nationale consumentenprijsindex (cpi) in de septembercirculaire 2024 CPB. De septembercirculaire 2025 CPB geeft een indexatie voor de nationale consumentenprijsindex (cpi) van 3,2%. Dit betekent een verhoging van de kosten ten opzichte van de begroting 2026 van € 33.000. Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 17 van 20
Kadernota 2027
Zoals eerder vermeld bij het programma WOZ-administratie in paragraaf 4.4 vindt de facturatie van het
ministerie BZK vanaf boekjaar 2026 plaats via het waterschap en maakt geen onderdeel meer uit van de primaire begroting 2026.
De materiële kosten in de primaire begroting 2026 zijn voor 2027 geïndexeerd met 1% om tot de
kosten voor het jaar 2027 te komen. Door de aanhoudende inflatie is de verwachting dat de kosten van 2026 naar 2027 stijgen met 2,3%. Dit brengt een stijging van de kosten van 1,3% met zich mee wat
resulteert in een stijging van de kosten van € 107.000. Over de afschrijvingslasten en onvoorzien vindt
geen indexering plaats. Hierdoor verwachten wij dat de materiele kosten per saldo uitkomen voor 2027 op € 8.371.000.
In onderstaand overzicht zijn de details van de materiële kosten weergegeven:
(bedragen x € 1.000)
Ontwikkeling materiële kosten
2027
Totaal materiële kosten in begroting 2026
8.654
Af: afschrijving en onvoorzien geen indexering
-423
Totaal voor indexatie
8.231
Prijsindex 2025: 3,2% minus al doorgerekend 2,8% Materiele kosten 2026 geïndexeerd t/m 2025
33 8.264
Prijsindex 2026: 2,3% minus al doorgerekend 1% Bedrag Kadernota 2027
5.2
107 8.371
Overige ontwikkelingen
Na een normaal jaar (2025) met voor SVHW gemiddeld 2,4% bezwaren ligt de WOZ-tijdlijn perfect op
schema, waardoor de aanslagoplegging 2026 goed is voorbereid. Voor 2026 vrezen we een toename
van de bezwaren. De waardestijging van woningen en in mindere mate niet-woningen zijn voor 2026
weer zeer hoog, gemiddeld meer dan 10%. Ook de stijging van de gemeentelijke en
waterschapsbelasting zijn in 2026 bij de meeste deelnemers fors en ook voor de jaren daarna worden grotere belastingstijgingen bij deelnemers verwacht. Het uitgangspunt voor de begroting is dat het aantal bezwaren in 2027 ongeveer gelijk blijft aan dat van 2026. In de begroting wordt jaarlijks rekening gehouden met 2-3% bezwaren per jaar.
Zoals eerder aangegeven zijn er verschillende nieuwe taken overgedragen die aansluiten bij of deel uit maken van de belastingheffing, maar zonder bekostiging. Voorbeelden hiervan zijn de
verblijfsbelasting van arbeidsmigranten, BIZ-bijdragen, ondernemingsfondsen, registratie van
afvalpassen etc. Deze voorbeelden leiden tot extra werkzaamheden voor SVHW waarbij een uitbreiding van de formatie tot op heden nog niet heeft plaatsgevonden, maar wel noodzakelijk is. Dit wordt voor de begroting 2027 en de 1e wijziging van de begroting 2026 verder uitgewerkt. Er is hiervoor vooralsnog een stelpost opgenomen in de kadernota.
Verder houden we de renteopbrengsten constant, uitgaande van onveranderd beleid. De rente is de afgelopen jaren al gedaald en de renteverwachting voor 2027 is dat deze zal stabiliseren. Echter,
geopolitieke en economische onzekerheden kunnen altijd invloed hebben op deze verwachtingen.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 18 van 20
Kadernota 2027
5.3
Algemene financiële kaders
Voor de samenstelling van de begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2031 worden naast de hierboven vermelde ontwikkelingen de volgende kaders en uitgangspunten geformuleerd: •
Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten;
•
De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid van deelnemers. In de begroting 2027 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat aangegeven en voorzien van een kostenbegroting, maar wordt niet verwacht.
5.4
Financieel technische uitgangspunten
Bij het opstellen van de begroting 2027 worden voor het financiële gedeelte van de begroting en het meerjarenperspectief de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2026 gehanteerd daarbij
rekening houdend met de 1e wijziging van de begroting 2026 en de werkelijke lasten over het
boekjaar 2025; •
De ramingen voor loon- en prijsstijgingen worden verwerkt zoals opgenomen in deze
paragraaf; •
In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging
van 2%.
5.5 5.5.1
Financieel perspectief 2027-2031 Overzicht
Het meerjarenperspectief wordt weergegeven vanaf de stand in de begroting 2026. De geactualiseerde
indexering is in het overzicht verwerkt. In de primaire begroting 2026 wordt de deelnemersbijdrage
ieder jaar met 1% geïndexeerd. De aanvullende 1%, om te komen tot een indexering van 2%, is verwerkt in de regel ‘Deelnemersbijdrage begr. wijziging/indexering’. Deze regel bevat de som van de
indexeringen.
Invorderingskosten
Door het AB is besloten dat de opbrengst invorderingskosten vanaf 2025 wordt doorbetaald aan de
deelnemers en niet meer via de exploitatie en tarieven van SVHW loopt. De doorbetaling wordt gedaan op basis van de procentuele verdeling van de bijdrage die deelnemers betalen aan het programma dienstverlening. In 2025 constateren wij dat de opbrengsten met betrekking tot de
invorderingsmaatregelen zijn toegenomen. Wij monitoren deze ontwikkeling en ramen de opbrengst invorderingskosten en de daarbij behorende opbrengst voor de deelnemers in de begroting 2027 en
verder. Vooralsnog houden we hiervoor de geïndexeerde begroting 2026 aan voor de begroting 2027.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 19 van 20
Kadernota 2027
(bedragen x €1.000) Lasten
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Lasten primaire begroting 2026
17.544
17.719
17.897
18.076
18.256
18.439
Lasten begroting na wijziging
17.544
17.719
17.897
18.076
18.256
18.439
Indexering materiele kosten
140
143
146
149
152
Indexering personele kosten
319
325
332
339
346
(primair)
Ontwikkelingen: Nieuw beleid
-
-
-
-
-
Aanvullende contractuele indexering (post tarieven e.d.)
PM
PM
PM
PM
PM
Kosten gebruik Basisregistratie Personen
13
13
13
13
13
Stelpost EU-aanbestedingen
25
25
25
25
25
Extra werkzaamheden nieuwe belastingen
80
82
84
86
88
Mutatiesignalering vanwege Omgevingswet
150
153
156
159
162
17.544
18.446
18.638
18.832
19.027
19.225
2026
2027
2028
2029
2030
2031
17.084
(verblijfsbelasting, ondernemersfonds etc.)
Totaal lasten begrotingsjaar Baten
(primair)
Deelnemersbijdrage primaire begroting 2026
17.255
17.427
17.602
17.778
17.956
Deelnemersbijdrage begr. wijziging/indexering
496
511
525
539
554
Deelnemersbijdrage vanwege extra werkzaamheden en
230
235
240
245
250
17.981
18.173
18.367
18.562
18.760
mutatiesignalering
Totaal deelnemersbijdrage
17.084
Opbrengst invorderingskosten primaire begroting 2026
2.792
2.820
2.876
2.934
2.993
3.053
Teruggave opbrengst invordering primaire begroting 2026
-2.792
-2.820
-2.876
-2.934
-2.993
-3.053
460
465
465
465
465
465
17.544
18.446
18.638
18.832
19.027
19.225
-
-
-
-
-
-
Overige opbrengst en rente primaire begroting 2026 Totaal baten begrotingsjaar Resultaat begrotingsjaar
5.5.2
Niet opgenomen (PM) posten
De volgende posten zijn niet opgenomen in de Kadernota en worden voor zover van toepassing opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2027: •
Het risico op een lagere opbrengst invorderingskosten vanwege aanvullende maatregelen voor maatschappelijk verantwoord invorderen;
•
De meerjarige indexering na 2027 is volgens vernieuwde afspraak 2 procent, waarbij de kans bestaat dat dit in de praktijk naar boven bijgesteld wordt.
Versie: 1.0
Datum: 4 februari 2026
Pagina 20 van 20