CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Advies Reg Bezwaarschriftencie t.a.v. bezwaar Spoorweg 42 voorkeursrecht HGD.pdf

Gemeenteraad GHG 26 februari 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Beslissing op bezwaren tegen vestiging voorkeursrecht 't Oog (deelgebieden 2 en 3)2.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden Aan De gemeenteraad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam Onderwerp Advies op het bezwaarschrift van eigenaren Spoorweg 42 (hierna: bezwaarmaker), Spoorweg 42 te Hardinxveld-Giessendam, tegen de voorkeursrechtbeschikking van 1 september 2025 om het gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen op gronden van bezwaarmaker op een perceel kadastraal bekend gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie I, nummer 453 (zaaknummer: 2025-0099646). 1.

Feiten

1.1

Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) heeft op 2 juni 2025 besloten om op grond van artikel 9.1, tweede lid Omgevingswet (‘Ow’) een voorkeursrecht te vestigen op de locatie Hardinxveld-Giessendam – ’t Oog Oost (Deelgebied 3), waaronder valt het perceel kadastraal bekend gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie I, nummer 453.

1.2

De gemeenteraad (hierna: raad) heeft het voorkeursrecht op 1 september 2025 bestendigd op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c Ow en dit is door inschrijving in de openbare registers op 3 september 2025 in werking getreden. Het collegebesluit van 2 juni 2025 is hiermee van rechtswege komen te vervallen.

1.3

Bezwaarmaker heeft op 25 september 2025 bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit van 1 september 2025.

1.4

Mevrouw mr. R.S. den Otter van Overwater Grondbeleid heeft namens de raad een verweerschrift ingediend.

2.

Procedure

2.1

Het bezwaarschrift is voor advies in handen gesteld van de Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden (hierna: de commissie). De hoorzitting heeft plaatsgevonden in de openbare vergadering van 10 februari 2026. Bezwaarmaker is verschenen. Namens de raad zijn de heer mr. R.J. Lucassen van Overwater Grondbeleid en de heer R. van der Ven verschenen. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, welke als bijlage is toegevoegd aan en deel uitmaakt van dit advies.

3.

Bezwaren In het bezwaarschrift worden – zakelijk samengevat – de volgende gronden van bezwaar aangevoerd.

3.1

Bezwaarmaker stelt dat het vestigen van een gemeenlijk voorkeursrecht alleen is toegestaan als het feitelijk gebruik afwijkt van het toegedachte of het toegedeelde gebruik op hun perceel. Hieraan wordt niet voldaan.

3.2

Het perceel I 453 is meer dan 15 jaar niet agrarisch in gebruik en ook niet voor dit doel te gebruiken door het ontbreken van de benodigde gronden en vergunningen.

3.3

Het huidige gebruik is gelijk aan de toegedachte of toegedeelde functie waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Dit is namelijk: wonen, een maatschappelijke functie in de vorm van Blik op Maat en een commerciële functie in de vorm van een caravanstalling.

4.

Wettelijk kader

4.1

Op grond van artikel 9.1, tweede lid Omgevingswet (hierna: Ow) kan het college voorafgaand aan de vestiging van een voorkeursrecht op grond van het eerste lid bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk voorkeursrecht 1

vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in die beschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie. 4.2

Op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c Ow kan de raad het voorkeursrecht vestigen, waarbij in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan.

5.

Ontvankelijkheid

5.1

Bezwaarmakers zijn volgens de kadastrale eigendomsinformatie eigenaar, ieder voor ½ deel, van het in het bestreden besluit opgenomen perceel, kadastraal bekend gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie I, nummer 453, waardoor zij zijn aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb.

5.2

Het bezwaarschrift voldoet aan de eisen genoemd in artikel 6:5 Awb.

5.3

De termijn voor het maken van bezwaar tegen het besluit van de raad van 1 september 2025, bekend gemaakt op 2 september 2025, liep van 3 september 2025 tot en met 14 oktober 2025. Het bezwaarschrift is gedateerd op 25 september 2025 en is ook op 25 september 2025 door de gemeente ontvangen. Daarmee is het bezwaarschrift binnen de termijn als bedoeld in artikel 6:9 Awb ingediend.

6.

Overwegingen

6.1

De commissie overweegt allereerst dat de vestiging van een voorkeursrecht de betrokken gemeente in staat stelt om de regie te behouden over de beoogde gebiedsontwikkeling. Het voorkeursrecht is gevestigd op de locatie HardinxveldGiessendam – ’t Oog Oost (Deelgebied 3). De gemeente wenst op de locatie een woon-, werk- en leefgebied te realiseren; daartoe zijn hoofdzakelijk de functies wonen, maatschappelijk en commercieel, alle met bijbehorende voorzieningen (zoals groen, water en infra), nader uit te werken, toegedacht. Naast de al genoemde functies zal mogelijk ook de functie natuur nog worden toegevoegd. De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht is een discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Een discretionaire bevoegdheid is een bevoegdheid, waarbij het bestuursorgaan beleidsruimte heeft om daarvan al dan niet gebruik te maken. Hierbij dient het bestuursorgaan af te wegen of gebruikmaking van die bevoegdheid voor de betrokkenen geen gevolgen heeft, die onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met de toepassing van die bevoegdheid wordt gediend. Het voorkeursrecht betekent dat de eigenaar de gronden, waarop een voorkeursrecht is gevestigd, eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden.

6.2

Het vestigen van een gemeenschappelijk voorkeursrecht onder de Ow is aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het voorkeursrecht mag alleen worden gevestigd voor een niet-agrarische functie en het feitelijke gebruik van een perceel dient af te wijken van de toegedachte of toegedeelde functie. Volgens de kadastrale eigendomsinformatie is de aan het perceel I 453 toegekende huidige functie wonen (agrarisch), Erf – tuin. Het feitelijk gebruik is, aldus bezwaarmakers, wonen, een maatschappelijk functie in de vorm van Blik op Maat en een commerciële functie in de vorm van een caravanstalling. De functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, zijn in hoofdzaak wonen, maatschappelijke en commerciële functies, alle met bijbehorende voorzieningen (zoals groen, water en infra), nader uit te werken. Naast de al genoemde functies zal mogelijk ook de functie natuur nog worden toegevoegd.

6.3

De commissie overweegt verder dat de raad heeft besloten om een voorkeursrecht te 2

vestigen op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c Ow. Dit is een zogeheten ‘vervroegd’ voorkeursrecht, vooruitlopend op planologische besluitvorming. Bij zo’n voorkeursrecht is het volgens de rechtspraak niet nodig dat ten aanzien van elk aangewezen perceel wordt voldaan aan de eis van afwijkend gebruik, maar volstaat het wanneer de toekomstige bestemming van het gehele gebied, waarop het voorkeursrecht is gevestigd, afwijkt van het huidige gebruik van dat gebied (ABRvS 2 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC8501). Ook hoeft nog niet voor elk in de aanwijzing betrokken perceel duidelijk te zijn of het in het definitieve ruimtelijke plan kan worden ingepast (ABRvS 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0295). 6.4

Voorts overweegt de commissie, met het oog op de parlementaire geschiedenis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) en de bevestiging hiervan door de rechtspraak (ABRvS 18 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3222), dat het criterium van 'afwijkend gebruik' niet alleen ziet op wezenlijk andere gebruiksvormen. Ook wanneer de nieuwe toegedachte of toegedeelde functie voorziet in een vergelijkbaar, maar intensiever gebruik dan het bestaande, is er al sprake van een afwijkend gebruik. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 26 april 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2469, waarbij op een perceel met de functie wonen en bestaande eengezinswoningen er gemeentelijke voornemens kunnen zijn deze woningen te zijner tijd te vervangen door appartementencomplexen.

6.5

Afrondend merkt de commissie op dat, welke functies uiteindelijk in het omgevingsplan aan het perceel van bezwaarmaker zullen worden toegedeeld, afhankelijk is van de verdere ruimtelijke planvorming. Er bestaat dan ook geen redelijke grond voor het gestelde door bezwaarmaker, dat het huidige gebruik gelijk is aan de toegedachte of toegedeelde functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd. Op grond van de wet, de parlementaire geschiedenis en de rechtspraak is in casu de slotsom dat, gelet op de functies die aan het gebied in zijn geheel zijn toegedacht, er inzake het perceel I 453 van bezwaarmaker is voldaan aan de vestigingseisen van niet-agrarische functie(s) en daarvan afwijkend bestaand gebruik.

6.6

7.

Conclusie De commissie is van oordeel dat, gelet op het bovenstaande, de raad in redelijkheid heeft kunnen komen tot het voorkeursrechtbesluit van 1 september 2025 voor het betreffende perceel op de locatie perceel kadastraal bekend gemeente HardinxveldGiessendam, sectie I, nummer 453. Advies De commissie adviseert de raad met, inachtneming van bovenstaande overwegingen, de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden besluit van 1 september 2025 in stand te laten.

Papendrecht, 11 februari 2026 De Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden de voorzitter

de secretaris

mr. R.C.J. van den Berg

mr. C.W.M. Berendsen

3

Gespreksverslag hoorzitting regionale bezwaarschriftencommissie op 10 februari 2026 Commissie: dhr. mr. R.C.J. van den Berg (voorzitter) dhr. mr. H.W.J. Visser (lid) dhr. mr. C.W.M. Berendsen (secretaris) Bezwaarmaker(s): Eigenaar Spoorweg 42 Vertegenwoordiger van het bestuursorgaan: dhr. mr. R.J. Lucassen (Overwater Grondbeleid) dhr. R. van der Ven Kort zakelijk verslag Dit verslag bevat een korte zakelijke samenvatting van het besprokene tijdens de hoorzitting. Standpunten die al uit de ingediende stukken van de bezwaarschriftprocedure blijken zijn in het verslag niet opgenomen. Als gebruik gemaakt is van een pleitnotitie is deze toegevoegd als bijlage aan dit verslag. De vergadering wordt door de voorzitter geopend. De voorzitter heet iedereen welkom en stelt het commissielid (mevr. J. Riemersma is verhinderd wegens ziekte) en de secretaris voor. Daarna legt de voorzitter de procedure en het verloop van de zitting kort uit. Bezwaarmaker krijgt de gelegenheid om het bezwaarschrift toe te lichten. Hij zegt dat er wordt voldaan aan de 3 huidige functies van het gebruik (wonen, maatschappelijk en commercieel). Het huidige gebruik is gelijk aan de toegedachte of toegedeelde functie waarop het voorkeursrecht is gevestigd. De heer Lucassen kan zich deze redenering van bezwaarmaker goed voorstellen. Het ligt echter iets genuanceerder.

Het gaat om 2 criteria, zijnde de niet agrarische functie en het huidige feitelijk gebruik, welke afwijken van de toegedachte functie. Gelet hierop is er geen enkele twijfel over mogelijk, dat hier sprake is van afwijkend gebruik. Het voorkeursrecht is gevestigd in een vroeg stadium. De ruimtelijke besluitvorming over het betreffende perceel moet nog op gang komen. Daar valt in dit stadium nog niets over te zeggen. Juist door dit prille stadium heeft de gemeente de ruimte om te bekijken welke functie(s) er aan een bepaald perceel zal/zullen worden toegedeeld in het omgevingsplan. De voorzitter constateert dat de wetgever in de huidige Omgevingswet in relatie tot voorheen de Wet voorkeursrecht gemeenten geen systeemwijziging heeft beoogd en gemeenten de bevoegdheid geeft om zo te handelen. De heer Lucassen deelt mee dat de gemeente het oog heeft laten vallen op diverse percelen, waaronder het perceel van bezwaarmaker. Volgens de rechtspraak gaat het om de functie die wordt toegedacht als geheel. Uiteindelijk zal in de ruimtelijke planvorming duidelijk worden welke functie hieraan zal worden toegekend. Bezwaarmaker zegt dat er geen sprake is van voldoende verandering en hij al voldoet aan alle drie de functies. Hij zegt dat er alle ruimte is in het gehele gebied en vraagt zich af waarom zijn perceel niet wordt ontzien.

De heer Van der Ven deelt mee dat de gemeente zich heeft gericht op het gehele gebied van ’t Oog en de daarbij behorende percelen. Voorts wordt meegedeeld dat men niet verplicht is om te verkopen aan de gemeente. Er wordt als het zover is gevraagd om vrijwillige medewerking tot verkoop van het perceel. Wanneer hieraan niet wordt meegewerkt, dan zou dat kunnen leiden tot onteigening van het betreffende perceel. Bezwaarmaker zegt dat er nu toch sprake is van een beperking op zijn eigendomsrecht. 4

Hij vindt dat de gemeente in het algemeen en specifiek ook in dit geval slecht communiceert met de burgers. Zijn vrouw heeft al een keer in haar leven een onteigening meegemaakt, hetgeen veel stress heeft gegeven bij haar en haar familie. Dat wil ze niet ook nog een tweede keer meemaken in haar leven. De voorzitter vraagt aandacht van de gemeente om, naast de formele kant van de zaak, zich vooral ook te richten op het integraal benaderen van het geheel, waaronder een zorgvuldige en adequate communicatie richting haar burgers en zich tevens te verdiepen in de persoonlijke verhalen hieromtrent. Bezwaarmaker noemt als voorbeeld dat bij de eerdere totstandkoming van het bestemmingsplan ’t Oog er destijds niemand van de gemeente bij hen is langs geweest, terwijl dit wel door de gemeente was beloofd. De heer Van der Ven neemt deze laatste boodschap ter harte en belooft dat wanneer er meer duidelijkheid is hierover, men met alle desbetreffende mensen in gesprek zal gaan, waarbij men vooral ook goed naar hen zal luisteren. De voorzitter dankt eenieder voor zijn aanwezigheid en sluit de zitting.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1194/documents/35029