420 GR Sociaal - Reactie zienswijze actualisatie tekst GR Sociaal en bijdrageverordening 2027.pdf
Tekst van het document
Alblasserdam / Dordrecht / Hardinxveld-Giessendam / Hendrik-Ido-Ambacht / Papendrecht / Sliedrecht / Zwijndrecht Pagina 1 van 1 Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten Telefoon: 078-770 8910 E-mail: bestuurgrsociaal@drechtsteden.nl Bijlage(n): 1 Behandeld door: M. Reedijk Datum: 1 oktober 2026 Onderwerp: Reactie Algemeen Bestuur op zienswijzen actualisatie tekst GR Sociaal en Bijdrageverordening 2027 Ons kenmerk:2026-10 Uw kenmerk: n.v.t. Geachte leden van de gemeenteraad, Op 26 februari 2026 heeft u, vanuit de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (hierna GR Sociaal), het concept wijzigingsbesluit van de tekst van de GR Sociaal en een bijbehorende concept Bijdrageverordening 2027 gekregen. Op deze manier heeft u de gelegenheid gekregen om op deze documenten uw zienswijzen kenbaar te maken. Bij deze zenden wij onze reactie op uw zienswijzen. We hebben op basis van de ingediende zienswijzen één reactie gemaakt en uitgewerkt per gemeente. U ontvangt bewust onze reactie op alle zienswijzen van de zeven gemeenteraden. Op deze manier zijn we optimaal transparant en krijgt u tevens inzicht in onze reacties aan de andere deelnemende gemeenten. Reactie op zienswijzen Het Algemeen Bestuur heeft de ingediende zienswijzen zorgvuldig afgewogen.
Hoewel het Algemeen Bestuur zich niet in alle gevallen kan vinden in de interpretatie van de voorgestelde wijzigingen en de daaraan ten grondslag gelegde argumenten, bestaat er begrip voor de wens van een aantal gemeenten om de uitkomsten van zowel de evaluatie van de uitvoering van de Wet inburgering als de evaluatie van de GR Sociaal af te wachten. Het Algemeen Bestuur respecteert deze wens en zal de uitkomsten van beide evaluaties betrekken bij de verdere besluitvorming over een eventuele opname van deze taken in de gemeenschappelijke regeling. Hoogachtend, het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal, G. von Grumbkow W. van der Kruijff waarnemend secretaris voorzitter Bijlage: Reactie Algemeen Bestuur op de zienswijzen wijzigingsbesluit tekst GR Sociaal en bijdrageverordening 2027 1 Zienswijze gemeente Alblasserdam (definitieve versie) 1. De voorgestelde wijzigingen U stelt voor taken die nu via een DVO zijn geregeld, toe te voegen aan de gemeenschappelijke regeling, en daar ook de bijdrageverordening op aan te passen. Het betreft taken die betrekking hebben op de Wet Hersteloperatie Toeslagen, de Wet Inburgering en de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraine. Daarnaast stelt u nog andere wijzigingen voor.
U benoemt die in uw aanbiedingsbrief als het actualiseren van stemverhoudingen, het doorvoeren van taalkundige verbeteringen en het schrappen van artikelen over de uitvoeringsorganisatie SDD en Drechtwerk. Over deze andere wijzigingen kunnen we kort zijn: we zijn daarmee akkoord Reactie: Wij stellen het op prijs dat u kunt instemmen met het actualiseren van de stemverhoudingen, het doorvoeren van taalkundige verbeteringen en het schrappen van de artikelen over de uitvoeringsorganisatie SDD en Drechtwerk. 2. Aansturing door gemeenten U geeft in uw aanbiedingsbrief aan dat het opnemen van de taken geen gevolgen heeft voor onder andere de aansturing door gemeenten. Hier kijken wij echter anders tegenaan. We menen namelijk dat de kans groot is dat indien de taken in de regeling worden opgenomen, ze minder specifieke aandacht zullen krijgen in de onderlinge afstemming tussen de dienst en onze gemeente; de taken kunnen dan als het ware verdwijnen in het grote geheel van de P&C cyclus. Hiermee vermindert de grip van onze gemeente. Dat willen we voorkomen. Dit niet alleen vanwege de financiële middelen die met de taken gemoeid zijn, maar ook omdat de taken een grote maatschappelijke betekenis hebben. Daarbij komt dat het op onderdelen nog zoeken is naar de juiste invulling van de taken.
Reactie: Wij begrijpen uw zorg dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling zou kunnen leiden tot minder specifieke aandacht voor de uitvoering en de onderlinge afstemming. Wij delen die zorg echter niet. De betreffende taken zijn gemandateerde gemeentelijke taken. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het beleid en de politieke keuzes bij de gemeenten blijft berusten. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling brengt daarin geen v erandering. Gemeenten behouden daarmee hun mogelijkheden om richting te geven aan de uitvoering en hierover in overleg te treden met de dienst. Daarnaast zijn deze taken ook nu al belegd bij de GR Sociaal via dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). Een DVO wordt over het algemeen op ambtelijk niveau gesloten. Daardoor berust de uitvoering van structurele taken door de GR niet automatisch op een expliciete bestuurlijke en politieke keuze van de deelnemende gemeenten. Door deze taken op te nemen in de gemeenschappelijke regeling worden de bestuurlijke verhoudingen juist transparanter en steviger verankerd. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt immers vastgesteld door de colleges en behoeft toestemming van de gemeenteraden. Daarmee ligt aan de uitvoering van deze struc turele taken een expliciet democratisch gelegitimeerd besluit ten grondslag.
Het Algemeen Bestuur is daarom van oordeel dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling niet leidt tot een vermindering van de grip van gemeenten, maar juist bijdraagt aan een heldere, bestendigere en democratisch gelegitimeerde basis v oor de uitvoering ervan. 3. Artikel 10 vereist niet het opnemen in de regeling In uw aanbiedingsbrief geeft u aan dat het wettelijk verplicht is de betreffende taken in de regeling te gaan opnemen. U benoemt in dat verband specifiek artikel 10 lid 2 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Dit artikel spreekt over 'overdragen' van bevoegdheden. Wij leggen dit artikel zo uit dat hier wordt gedoeld op gedelegeerde taken. Hier gaat het echter niet om delegatie, maar om mandaat. Uw argumentatie voor waarom het nodig is nu de taken in de regeling te gaan opnemen lijkt dus niet steekhoudend 2 Reactie: Wij nemen kennis van uw interpretatie van artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur is echter van oordeel dat deze bepaling niet in de weg staat aan het opnemen van gemandateerde taken in de gemeenschappelijke regeling. De betreffende taken worden structureel door de GR Sociaal uitgevoerd namens de deelnemende gemeenten.
Juist voor dergelijke taken is het van belang dat de gemeenschappelijke regeling expliciet beschrijft welke werkzaamheden binnen het samenwerkingsverband worden verricht en op welke grondslag dat gebeurt. Daarmee wordt voor gemeenten, inwoners en uitvoerende organisatie inzichtelijk welke taken de GR uitvoert en hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn belegd. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling betekent niet dat sprake is van delegatie of overdracht van bevoegdheden. De taken blijven namens de gemeenten worden uitgevoerd op basis van mandaat, waarbij de colleges bevoegd gezag blijven en de verantwoordelijkheid voor de betreffende bevoegdheden behouden. De voorgestelde wijziging heeft dan ook niet als doel de bevoegdheidsverdeling te wijzigen, maar om de bestaande uitvoeringspraktijk bestuurlijk en juridisch beter te verankeren in de gemeenschappelijke regeling. Daarmee wordt de regeling meer in overeenstemming gebracht met de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden door de GR Sociaal en ontstaat een transparanter en democratisch sterker gelegitimeerd kader dan wanneer deze structurele taken uitsluitend via dienstverleningsovereenkomsten zijn geregeld. 4. Hoe dan wel Het is niet zo dat we het per definitie niet willen hebben over het in de regeling opnemen van de betreffende taken. Maar dan wel op een later moment.
We willen dat eerst de evaluatie van de volledige gemeenschappelijke regeling wordt afgerond en dat de evaluatie gereed is over de wijze waarop u invulling geeft aan de inburgeringstaak. En als het opnemen van de regeling nog eens aan de orde komt, willen we ons kunnen baseren op heldere en volledige informatie over de gevolgen van het opnemen van de taken in de regeling voor sturing en grip. En ook willen we graag een meer accurate onderbouwing over waarom het nuttig of nodig zou zijn de taken op te nemen in de regeling. Reactie: Wij begrijpen uw wens om besluitvorming over het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling te bezien in samenhang met de lopende evaluaties. Aan die wens komen wij tegemoet. Daarbij merken wij op dat de evaluatie van de uitvoering van de inburgeringstaak inmiddels is afgerond. De evaluatie van de gemeenschappelijke regeling bevindt zich in de afrondende fase en wordt naar verwachting in november afgerond. De uitkomsten daarvan kunnen desgewenst worden betrokken bij een verdere afweging over de verankering van deze taken in de gemeenschappelijke regeling. Het Algemeen Bestuur is van oordeel dat er goede inhoudelijke redenen zijn om deze structurele taken op te nemen in de gemeenschappelijke regeling.
Het expliciet verankeren van taken die de GR Sociaal reeds namens de gemeenten uitvoert, draagt bij aan de continuïteit en toekomstbestendigheid van de organisatie. Hiermee ontstaat een steviger juridische en organisatorische basis voor de uitvoering van taken die nu nog zijn geregeld via afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten. Daarnaast draagt opname in de gemeenschappelijke regeling bij aan een efficiëntere en meer overzichtelijke inrichting van de samenwerking. Het voorkomt versnippering van afspraken, vermindert administratieve lasten en maakt het mogelijk om processen en middelen structureel te organiseren. Hierdoor kan de GR Sociaal beter inspelen op toekomstige ontwikkelingen en wordt de continuïteit van de dienstverlening aan inwoners beter gewaarborgd. Tegelijkertijd respecteren wij uw wens om de uitkomsten van de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling af te wachten alvorens hierover een definitieve afweging te maken en nemen wij die zienswijze ter harte. 3 Zienswijze gemeente Dordrecht (definitieve versie) Geen zienswijze Zienswijze Gemeente Hardinxveld-Giessendam (definitieve versie) 1. De voorgestelde wijzigingen U stelt voor om taken die nu via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) zijn geregeld, onder te brengen in de gemeenschappelijke regeling en als gevolg hiervan de bijdrageverordening aan te passen.
Het gaat om taken op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen, de Wet inburgering en de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne. Daarnaast benoemt u enkele andere wijzigingen, zoals het actualiseren van stemverhoudingen, taalkundige verbeteringen en het schrappen van bepalingen over de uitvoeringsorganisaties SDD en Drechtwerk. Met deze overige wijzigingen stemmen wij in. Reactie: Wij stellen het op prijs dat u kunt instemmen met het actualiseren van de stemverhoudingen, het doorvoeren van taalkundige verbeteringen en het schrappen van de artikelen over de uitvoeringsorganisatie SDD en Drechtwerk. 2. Aansturing door gemeenten Wij zien op dit moment onvoldoende argumenten om de genoemde taken over te hevelen naar de gemeenschappelijke regeling. In uw aanbiedingsbrief geeft u aan dat het wettelijk verplicht is om deze taken in de regeling op te nemen, waarbij u verwijst naar artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit artikel sluit het aangaan van DVO's echter niet uit. Bovendien leidt het overhevelen van taken uit DVO’s naar de gemeenschappelijke regeling tot een structurele overdracht van bevoegdheden als bedoeld in het betreffende artikel. Wij achten deze wijziging inhoudelijk van aard en zien hierin het risico van vermindering van de directe gemeentelijke sturingsmogelijkheden.
De gevolgen voor sturing en grip zijn in het voorstel niet helder geformule erd. Reactie: Wij nemen kennis van uw interpretatie van artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur is echter van oordeel dat deze bepaling niet in de weg staat aan het opnemen van gemandateerde taken in de gemeenschappelijke regeling. De betreffende taken worden structureel door de GR Sociaal uitgevoerd namens de deelnemende gemeenten. Juist voor dergelijke taken is het van belang dat de gemeenschappelijke regeling expliciet beschrijft welke werkzaamheden binnen het samenwerkingsverband worden verricht en op welke grondslag dat gebeurt. Daarmee wordt voor gemeenten, inwoners en uitvoerende organisatie inzichtelijk welke taken de GR uitvoert en hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn belegd. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling betekent niet dat sprake is van delegatie of overdracht van bevoegdheden. De taken blijven namens de gemeenten worden uitgevoerd op basis van mandaat, waarbij de colleges bevoegd gezag blijven en de verantwoordelijkheid voor de betreffende bevoegdheden behouden. De voorgestelde wijziging heeft dan ook niet als doel de bevoegdheidsverdeling te wijzigen, maar om de bestaande uitvoeringspraktijk bestuurlijk en juridisch beter te verankeren in de gemeenschappelijke regeling.
Daarmee wordt de regeling meer in overeenstemming gebracht met de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden door de GR Sociaal en ontstaat een transparanter en democratisch sterker gelegitimeerd kader dan wanneer deze structurele taken uitsluitend via dienstverleningsovereenkomsten zijn geregeld. Wij begrijpen uw zorg dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling zou kunnen leiden tot minder specifieke aandacht voor de uitvoering en de onderlinge afstemming. Wij delen die zorg echter niet. De betreffende taken zijn gemandateerde gemeentelijke taken. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het beleid en de politieke keuzes bij de gemeenten blijft berusten. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling brengt daarin geen v erandering. Gemeenten behouden daarmee hun mogelijkheden om richting te geven aan de uitvoering en hierover in overleg te treden met de dienst. 4 Daarnaast zijn deze taken ook nu al belegd bij de GR Sociaal via dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). Een DVO wordt over het algemeen op ambtelijk niveau gesloten. Daardoor berust de uitvoering van structurele taken door de GR niet automatisch op een expliciete bestuurlijke en politieke keuze van de deelnemende gemeenten. Door deze taken op te nemen in de gemeenschappelijke regeling worden de bestuurlijke verhoudingen juist transparanter en steviger verankerd.
De wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt immers vastgesteld door de colleges en behoeft toestemming van de gemeenteraden. Daarmee ligt aan de uitvoering van deze struc turele taken een expliciet democratisch gelegitimeerd besluit ten grondslag. Het Algemeen Bestuur is daarom van oordeel dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling niet leidt tot een vermindering van de grip van gemeenten, maar juist bijdraagt aan een heldere, bestendigere en democratisch gelegitimeerde basis v oor de uitvoering ervan. 3. Tijdelijke wetgeving Daarnaast stelt u dat het bij de drie DVO’s gaat om structurele taken. Naar ons oordeel is hiervan bij de Wet hersteloperatie toeslagen en Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne geen sprake. Hoewel de uitvoering van deze wetten nog een aantal jaren in beslag zal nemen, betreft het taken van tijdelijke aard. Reactie: Ten aanzien van uw opmerking dat de Wet hersteloperatie toeslagen en de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne geen structurele taken zouden betreffen, merken wij het volgende op. De organisatie voert op dit moment diverse werkzaamheden uit die hun grondslag vinden in tijdelijke wetgeving.
Hoewel deze wettelijke kaders een tijdelijk of aflopend karakter hebben, gelden de daaruit voortvloeiende uitvoeringsverplichtingen voor de organisatie als structurele taken zolang de betreffende wet- en regelgeving van kracht is. De uitvoering ervan vraagt gedurende meerdere jaren om een bestendige organisatorische inrichting, capaciteit en expertise. Vanuit dat perspectief acht het Algemeen Bestuur opname van deze taken in de gemeenschappelijke regeling passend. 4. Evaluatie Inburgering Uw voorstel om de taken van de DVO Wet inburgering over te hevelen kunnen wij begrijpen, aangezien het hier wel om structurele taken gaat. Op termijn staan wij hier in principe positief tegenover. Wij voorzien dat zowel in beleid als in uitvoering winst te behalen is zodra er meer samenhang komt tussen de taakvelden Ontwikkelen naar Werk en Inburgering. Op dit moment loopt echter nog een evaluatie van de Inburgeringstaak. Zolang er geen duidelijkheid is over de uitkomsten en aanbevelingen van de evaluatie en hierover geen bestuurlijke afweging heeft plaatsgevonden, willen wij deze bevoegdheden nog niet mandateren. Reactie: Wij begrijpen uw wens om besluitvorming over het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling te bezien in samenhang met de lopende evaluatie s. Aan die wens komen wij tegemoet. 5.
Tot slot Het is niet zo dat we per definitie tegenstander zijn van het in de gemeenschappelijke regeling opnemen van de betreffende taken. Graag wachten wij eerst de uitkomsten van de lopende, brede evaluatie van de GR Sociaal af die in 2026 plaatsvindt. Wij verwachten dat op basis van die evaluatie tot beter gefundeerde keuzes kan worden gekomen ten aanzien van welke taken gemandateerd dan wel gedelegeerd worden aan de GR Sociaal. Wij gaan ervanuit dat het Algemeen Bestuur op basis van onze zienswijze de gemeenschappelijke regeling en de bijdrageverordening vooralsnog niet aanpast en de (beperkte) tekstuele wijzigingen bij een volgende wijziging van de GR-tekst meeneemt. Reactie: Wij begrijpen uw wens om besluitvorming over het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling te bezien in samenhang met de lopende evaluatie s. Aan die wens komen wij tegemoet. 5 Zienswijze gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (definitieve versie) 1. Wij stemmen in met de aanpassing van de stemverhoudingen, de taalkundige verbeteringen en het schrappen van de artikelen over de SDD en Drechtwerk U stelt voor taken die nu via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) zijn geregeld, toe te voegen aan de gemeenschappelijke regeling en daar ook de bijdrageverordening op aan te passen.
Het betreft taken die betrekking hebben op de Wet Hersteloperatie Toeslagen, de Wet Inburgering en de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne. Daarnaast stelt u nog andere wijzigingen voor. U benoemt die in uw aanbiedingsbrief als het actualiseren van stemverhoudingen, het doorvoeren van taalkundige verbeteringen en het schrappen van artikelen over de uitvoeringsorganisatie SDD en Drechtwerk. Deze aanpassingen beschouwen wij als technisch van aard. Reactie: Wij nemen kennis van uw constatering dat de voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de actualisering van de stemverhoudingen, de taalkundige aanpassingen en het schrappen van de artikelen over de uitvoeringsorganisatie SDD en Drechtwerk naar uw oordeel te chnisch van aard zijn. 2. Aansturing door gemeenten In uw aanbiedingsbrief geeft u aan dat het opnemen van de hierboven benoemde taken in de GR - tekst geen gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de aansturing door gemeenten. Dit zien wij anders. Wij achten de kans namelijk groot dat, als de taken in de regeling worden opgenomen, deze minder specifieke aandacht zullen krijgen in de onderlinge afstemming tussen de GR Sociaal en onze gemeente. Deze taken krijgen hiermee een minder goed navolgbare positie in rapportages van de P&C cyclus van de GR Sociaal. Wij beschouwen dit als een risico op vermindering van onze grip.
Bovendien vinden we het niet passend bij de grote maatschappelijke betekenis van de taken. Reactie: Wij begrijpen uw zorg dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling zou kunnen leiden tot minder specifieke aandacht voor de uitvoering en de onderlinge afstemming. Wij delen die zorg echter niet. De betreffende taken zijn gemandateerde gemeentelijke taken. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het beleid en de politieke keuzes bij de gemeenten blijft berusten. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling brengt daarin geen v erandering. Gemeenten behouden daarmee hun mogelijkheden om richting te geven aan de uitvoering en hierover in overleg te treden met de dienst. Daarnaast zijn deze taken ook nu al belegd bij de GR Sociaal via dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). Een DVO wordt over het algemeen op ambtelijk niveau gesloten. Daardoor berust de uitvoering van structurele taken door de GR niet automatisch op een expliciete bestuurlijke en politieke keuze van de deelnemende gemeenten. Door deze taken op te nemen in de gemeenschappelijke regeling worden de bestuurlijke verhoudingen juist transparanter en steviger verankerd. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt immers vastgesteld door de colleges en behoeft toestemming van de gemeenteraden.
Daarmee ligt aan de uitvoering van deze struc turele taken een expliciet democratisch gelegitimeerd besluit ten grondslag. Het Algemeen Bestuur is daarom van oordeel dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling niet leidt tot een vermindering van de grip van gemeenten, maar juist bijdraagt aan een heldere, bestendigere en democratisch gelegitimeerde basis v oor de uitvoering ervan. 3. Juridische bezwaren Hiernaast zien wij juridische bezwaren. In uw aanbiedingsbrief geeft u aan dat het wettelijk verplicht is de betreffende taken in de regeling te gaan opnemen. U benoemt in dat verband specifiek artikel 10 lid 2 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Dit artikel spreekt over het ‘overdragen’ van bevoegdheden. Wij zien hier echter geen uitsluitsel voor het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten of een daadwerkelijke verplichting tot het mandateren van taken. 6 Reactie: Wij nemen kennis van uw interpretatie van artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur is echter van oordeel dat deze bepaling niet in de weg staat aan het opnemen van gemandateerde taken in de gemeenschappelijke regeling. De betreffende taken worden structureel door de GR Sociaal uitgevoerd namens de deelnemende gemeenten.
Juist voor dergelijke taken is het van belang dat de gemeenschappelijke regeling expliciet beschrijft welke werkzaamheden binnen het samenwerkingsverband worden verricht en op welke grondslag dat gebeurt. Daarmee wordt voor gemeenten, inwoners en uitvoerende organisatie inzichtelijk welke taken de GR uitvoert en hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn belegd. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling betekent niet dat sprake is van delegatie of overdracht van bevoegdheden. De taken blijven namens de gemeenten worden uitgevoerd op basis van mandaat, waarbij de colleges bevoegd gezag blijven en de verantwoordelijkheid voor de betreffende bevoegdheden behouden. De voorgestelde wijziging heeft dan ook niet als doel de bevoegdheidsverdeling te wijzigen, maar om de bestaande uitvoeringspraktijk bestuurlijk en juridisch beter te verankeren in de gemeenschappelijke regeling. Daarmee wordt de regeling meer in overeenstemming gebracht met de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden door de GR Sociaal en ontstaat een transparanter en democratisch sterker gelegitimeerd kader dan wanneer deze structurele taken uitsluitend via dienstverleningsovereenkomsten zijn geregeld. 4. Tijdelijke wetgeving Tot slot spreekt u over het opnemen van ‘structurele’ taken in de regeling.
Voor de DVO’s Wet hersteloperatie toeslagen en Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne is ons inziens, hoewel de uitvoering nog een aantal jaren in beslag zal nemen, geen sprake van structurele taken. Reactie: Ten aanzien van uw opmerking dat de Wet hersteloperatie toeslagen en de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne geen structurele taken zouden betreffen, merken wij het volgende op. De organisatie voert op dit moment diverse werkzaamheden uit die hun grondslag vinden in tijdelijke wetgeving. Hoewel deze wettelijke kaders een tijdelijk of aflopend karakter hebben, gelden de daaruit voortvloeiende uitvoeringsverplichtingen voor de organisatie als structurele taken zolang de betreffende wet- en regelgeving van kracht is. De uitvoering ervan vraagt gedurende meerdere jaren om een bestendige organisatorische inrichting, capaciteit en expertise. Vanuit dat perspectief acht het Algemeen Bestuur opname van deze taken in de gemeenschappelijke regeling passend. 5. We roepen u verder op zo spoedig mogelijk tot een afronding van de gesprekken over een nieuwe DVO Wet inburgering te komen en aandacht te hebben voor verbeterpunten De huidige DVO Wet inburgering loopt tot 31 december 2025. Voor het jaar 2026 is nog geen nieuwe DVO met onze gemeente afgesloten. De gesprekken over de inhoud van de nieuwe DVO zijn nog gaande.
Wij verzoeken u om in samenwerking met onze gemeente spoedig tot een afronding van deze gesprekken te komen. Hierbij is er ook een evaluatie over de uitvoering van de Wet Inburgering uitgevoerd. De eerste resultaten hiervan wijzen uit dat de navolgbaarheid van de uitvoering van de wet een grote zorg is voor ons. Reactie: Wij begrijpen uw wens om besluitvorming over het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling te bezien in samenhang met de lopende evaluatie. Aan die wens komen wij tegemoet. Ten aanzien van de dienstverleningsovereenkomst merken wij op dat de huidige DVO Wet inburgering loopt tot en met 31 december 2025 en dat de gesprekken over de inrichting van de samenwerking vanaf 2026 als sinds augustus 2025 gaande zijn. Het is aan de deelnemende gemeenten om hierover tot besluitvorming te komen. Ter ondersteuning van deze besluitvorming is reeds een ambtelijk memo gedeeld waarin inzicht wordt gegeven in het feit dat zowel landelijk als regionaal sprake is van een structureel tekort op de uitvoeringsmiddelen voor de Wet inburgering. Daarbij merken wij op dat de GR Sociaal, ondanks het ontbreken van een definitieve dienstverleningsovereenkomst voor 2026, bereid is gebleken de uitvoering van de inburgeringstaken voort te zetten. Hiermee is de continuïteit 7 van de dienstverlening gewaarborgd terwijl de gesprekken over de toekomstige samenwerking nog lopen.
Het Algemeen Bestuur heeft toegezegd om na de zomer, in de vergadering van 1 oktober 2026, met een nadere reflectie te komen op de aanbevelingen uit de evaluatie. Daarbij zal nadrukkelijk de samenhang worden betrokken tussen de uitkomsten van de evaluatie, de ambities ten aanzien van inburgering en de beschikbare financiële kaders. Zienswijze gemeente Papendrecht (definitieve versie) 1. Geen zienswijze Wij maken geen inhoudelijke zienswijze kenbaar ten aanzien van het voorstel voor opname van de taken uit de drie dienstverleningsovereenkomsten, als structurele taken in de regeling van de tekst. Ook maken wij geen zienswijze kenbaar ten aanzien van de voorgestelde wijzigingen over de stemverhoudingen, enkele taalkundige verbeteringen en de artikelen over de uitvoeringsorganisaties SDD en Drechtwerk. Ondanks dat de evaluatie van de Wet Inburgering nog loopt en de twee andere regelingen evident tijdelijke regelingen zijn, vinden wij het van belang dat er in de uitvoering van de taken meer efficiëntie kan ontstaan. Zeker omdat een einddatum voor de tijdelijke taken nog niet in zicht is. Door deze taken op te nemen in het reguliere takenbestand van de GR Sociaal verwachten wij dat u bij fluctuaties in de doelgroepen van deze taken, slimmer kunt omgaan met inzetten van personele capaciteit. Dit komt ten goede aan de uitvoering over de gehele linie van taken van de GR Sociaal.
De wijziging van de bijdrageverordening zien wij als logische gevolg hiervan. Reactie: Wij danken u voor uw zienswijze en stellen het op prijs dat u ten aanzien van de voorgestelde wijzigingen geen inhoudelijke zienswijze kenbaar maakt. Wij constateren tevens dat u, ondanks het tijdelijke karakter van een deel van de onderliggende wetgeving en de lopende evaluatie van de Wet inburgering, ruimte ziet voor organisatorische en uitvoeringsmatige voordelen. Dat waarderen wij. Tegelijkertijd merken wij op dat andere gemeenten hebben aangegeven de uitkomsten van de evaluaties eerst te willen afwachten alvorens een definitief standpunt in te nemen over opname van deze taken in de gemeenschappelijke regeling. Het Algemeen Bestuur respecteert die wens en zal deze betrokkenheid bij de verdere besluitvorming meewegen. Zienswijze gemeente Sliedrecht (definitieve versie) 1. Geen inhoudelijke bezwaren Allereerst willen wij u en uw medewerkers bedanken voor uw inzet rondom het conceptwijzigingsbesluit van de tekst van de GR Sociaal en de bijbehorende concept Bijdrageverordening 2027. De voorgestelde wijzigingen zijn technisch van aard en vloeien voort ui t de verplichting om structurele taken via de regeling zelf te mandateren.
De gemeenteraad van Sliedrecht heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen deze actualisatie Reactie Wij danken u voor uw zienswijze en stellen het op prijs dat u ten aanzien van de voorgestelde wijzigingen geen inhoudelijke zienswijze kenbaar maakt. 2. Financiële context en bestuurlijke realiteit Onze raad wil wel van deze gelegenheid gebruikmaken om een aandachtspunt mee te geven dat losstaat van de inhoud van de voorliggende actualisatie. Het gaat ons om de wijze waarop de informatievoorziening binnen de tekst van de GR Sociaal geregeld is. De raad hecht waarde aan een transparante en tijdige informatievoorziening over het sluiten van convenanten, overeenkomsten en meerjarige verplichtingen die invloed hebben op de uitvoering van de verschillende taken van de GR Sociaal. Wij verzoeken u om aan te geven op welke wijze u conform artikel 26 van de tekst van de GR Sociaal de raden van de deelnemende gemeenten tijdig informeert over het aangaan van convenanten, overeenkomsten en meerjarige verplichtingen. Dit 8 inzicht helpt de deelnemende raden bij hun kaderstellende en controleren rol. De gemeenteraad van Sliedrecht verzoekt het Algemeen Bestuur deze werkwijze te delen en indien nodig met een voorstel te komen om artikel 26 uit te breiden middels wijzigingsbesluit van de tekst van de GR Sociaal.
Reactie: Ten aanzien van het aangaan van convenanten, overeenkomsten en meerjarige verplichtingen merken wij op dat dit op grond van artikel 20 van de GR Sociaal primair een verantwoordelijkheid is van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur handelt daarbij binnen de door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders. Voor zover dergelijke convenanten, overeenkomsten of meerjarige verplichtingen financiële consequenties hebben voor de uitvoering van de taken van de GR Sociaal, worden deze betrokken bij de reguliere planning- en controlcyclus. De financiële effecten hiervan worden verwerkt en toegelicht in de begroting, bestuursrapportages en jaarrekening, zodat de deelnemende gemeenten via deze stukken inzicht krijgen in de aangegane verplichtingen en de consequenties daarvan. Het Algemeen Bestuur is van oordeel dat hiermee invulling wordt gegeven aan de informatievoorziening zoals bedoeld in artikel 26 van de GR Sociaal. Op dit moment zien wij daarom geen noodzaak om artikel 26 van de regeling uit te breiden. Zienswijze gemeente Zwijndrecht (definitieve versie) 1. Wettelijke verplichting U verwijst naar artikel 10 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze stelt ons inziens enkel dat in de regeling moet worden opgenomen welke bevoegdheden zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling maar sluit het afsluiten van dienstverleningsovereenkomsten niet uit.
Wij nemen kennis van uw interpretatie van artikel 10, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het Algemeen Bestuur is echter van oordeel dat deze bepaling niet in de weg staat aan het opnemen van gemandateerde taken in de gemeenschappelijke regeling. De betreffende taken worden structureel door de GR Sociaal uitgevoerd namens de deelnemende gemeenten. Juist voor dergelijke taken is het van belang dat de gemeenschappelijke regeling expliciet beschrijft welke werkzaamheden binnen het samenwerkingsverband worden verricht en op welke grondslag dat gebeurt. Daarmee wordt voor gemeenten, inwoners en uitvoerende organisatie inzichtelijk welke taken de GR uitvoert en hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn belegd. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling betekent niet dat sprake is van delegatie of overdracht van bevoegdheden. De taken blijven namens de gemeenten worden uitgevoerd op basis van mandaat, waarbij de colleges bevoegd gezag blijven en de verantwoordelijkheid voor de betreffende bevoegdheden behouden. De voorgestelde wijziging heeft dan ook niet als doel de bevoegdheidsverdeling te wijzigen, maar om de bestaande uitvoeringspraktijk bestuurlijk en juridisch beter te verankeren in de gemeenschappelijke regeling.
Daarmee wordt de regeling meer in overeenstemming gebracht met de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden door de GR Sociaal en ontstaat een transparanter en democratisch sterker gelegitimeerd kader dan wanneer deze structurele taken uitsluitend via dienstverleningsovereenkomsten zijn geregeld. 2. Evaluatie uitvoering wet inburgering en dienstverleningsovereenkomst voor 2026 De huidige DVO Wet inburgering loopt tot 31 december 2025. Voor het jaar 2026 is nog geen nieuwe DVO afgesloten. De gesprekken over de inhoud van de nieuwe DVO zijn nog in volle gang. U geeft in uw aanbiedingsbrief aan dat het opnemen van de taken geen gevolgen heeft voor onder andere de aansturing door gemeenten. Hier kijken wij echter anders tegenaan. We menen namelijk dat de kans groot is dat indien de taken in de regeling worden opgenomen, ze minder specifieke aandacht krijgen in de onderlinge afstemming tussen de dienst en onze gemeente; de taken kunnen dan als het ware verdwijnen in het grote geheel. Hiermee vermindert de grip van onze gemeente en de aansluiting op lokaal lopende initiatieven Dat willen we voorkomen. Dit vanwege de maatschappelijke bet ekenis van deze taken en vanwege de financiële middelen die ermee verbonden zijn en die ook voor andere partners op het terrein van inburgering bedoeld zijn.
Daar komt nog bij dat we niet alleen maar positief zijn over de wijze waarop deze belangrijke taken nu worden uitgevoerd en de verwachte kostenstijging. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan de evaluatie van de wet Inburgering. We 9 wachten de uitkomsten van deze evaluatie en de daaruit voortvloeiende aanpassingen met interesse af. Daarna valt het te bezien of het overhevelen van de taken Inburgering naar de gemeenschappelijke regeling opportuun is. Reactie: Wij begrijpen uw zorg dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling zou kunnen leiden tot minder specifieke aandacht voor de uitvoering en de onderlinge afstemming. Wij delen die zorg echter niet. De betreffende taken zijn gemandateerde gemeentelijke taken. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het beleid en de politieke keuzes bij de gemeenten blijft berusten. Het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling brengt daarin geen v erandering. Gemeenten behouden daarmee hun mogelijkheden om richting te geven aan de uitvoering en hierover in overleg te treden met de dienst. Daarnaast zijn deze taken ook nu al belegd bij de GR Sociaal via dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s). Een DVO wordt over het algemeen op ambtelijk niveau gesloten.
Daardoor berust de uitvoering van structurele taken door de GR niet automatisch op een expliciete bestuurlijke en politieke keuze van de deelnemende gemeenten. Door deze taken op te nemen in de gemeenschappelijke regeling worden de bestuurlijke verhoudingen juist transparanter en steviger verankerd. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt immers vastgesteld door de colleges en behoeft toestemming van de gemeenteraden. Daarmee ligt aan de uitvoering van deze struc turele taken een expliciet democratisch gelegitimeerd besluit ten grondslag. Het Algemeen Bestuur is daarom van oordeel dat het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling niet leidt tot een vermindering van de grip van gemeenten, maar juist bijdraagt aan een heldere, bestendigere en democratisch gelegitimeerde basis v oor de uitvoering ervan. Wij begrijpen uw wens om besluitvorming over het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling te bezien in samenhang met de lopende evaluatie. Aan die wens komen wij tegemoet. 3. Evaluatie gemeenschappelijke regeling GR Sociaal Naast de evaluatie van de uitvoering van de Wet inburgering start ook de evaluatie van de GR Sociaal. Op basis van die evaluatie kan tot andere keuzes gekomen worden ten aanzien van welke taken gemandateerd dan wel gedelegeerd worden aan de GR Sociaal.
We wachten liever op de afronding van de genoemde evaluatie voordat wij nieuwe besluiten nemen over het opnemen van taken in de GR Sociaal. Reactie: Wij begrijpen uw wens om besluitvorming over het opnemen van deze taken in de gemeenschappelijke regeling te bezien in samenhang met de lopende evaluatie. Aan die wens komen wij tegemoet. 4. Tijdelijke taken U spreekt over het opnemen van structurele taken in de regeling. Voor de DVO’s Wet hersteloperatie toeslagen en Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne is, hoewel de uitvoering nog een aantal jaren in beslag zal nemen, geen sprake van structurele taken. Het nu mandateren van deze taken betekent dat binnen afzienbare tijd de GR Sociaal wederom aangepast moet worden. Reactie: Ten aanzien van uw opmerking dat de Wet hersteloperatie toeslagen en de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne geen structurele taken zouden betreffen, merken wij het volgende op. De organisatie voert op dit moment diverse werkzaamheden uit die hun grondslag vinden in tijdelijke wetgeving. Hoewel deze wettelijke kaders een tijdelijk of aflopend karakter hebben, gelden de daaruit voortvloeiende uitvoeringsverplichtingen voor de organisatie als structurele taken zolang de betreffende wet- en regelgeving van kracht is. De uitvoering ervan vraagt gedurende meerdere jaren om een bestendige organisatorische inrichting, capaciteit en expertise.
Vanuit dat perspectief acht het Algemeen Bestuur opname van deze taken in de gemeenschappelijke regeling passend. 10 5. Afronding evaluatie en DVO We roepen u verder op zo spoedig mogelijk tot een afronding van de evaluatie en nieuwe DVO Wet inburgering te komen. Reactie: Ten aanzien van de dienstverleningsovereenkomst merken wij op dat de huidige DVO Wet inburgering loopt tot en met 31 december 2025 en dat de gesprekken over de inrichting van de samenwerking vanaf 2026 als sinds augustus 2025 gaande zijn. Het is aan de deelnemende gemeenten om hierover tot besluitvorming te komen. Ter ondersteuning van deze besluitvorming is reeds een ambtelijk memo gedeeld waarin inzicht wordt gegeven in het feit dat zowel landelijk als regionaal sprake is van een structureel tekort op de uitvoeringsmiddelen voor de Wet inburgering. Daarbij merken wij op dat de GR Sociaal, ondanks het ontbreken van een definitieve dienstverleningsovereenkomst voor 2026, bereid is gebleken de uitvoering van de inburgeringstaken voort te zetten. Hiermee is de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd terwijl de gesprekken over de toekomstige samenwerking nog lopen. Het Algemeen Bestuur heeft toegezegd om na de zomer, in de vergadering van 1 oktober 2026, met een nadere reflectie te komen op de aanbevelingen uit de evaluatie.
Daarbij zal nadrukkelijk de samenhang worden betrokken tussen de uitkomsten van de evaluatie, de ambities ten aanzien van inburgering en de beschikbare financiële kaders. 6. Overige wijzigingen Daarnaast stelt u nog andere wijzigingen voor. U benoemt die in uw aanbiedingsbrief als het actualiseren van stemverhoudingen, het doorvoeren van taalkundige verbeteringen en het schrappen van artikelen over de uitvoeringsorganisatie SDD en Drechtwerk. Over deze andere wijzigingen kunnen we kort zijn: we zijn daarmee akkoord. Reactie: Wij stellen het op prijs dat u kunt instemmen met het actualiseren van de stemverhoudingen, het doorvoeren van taalkundige verbeteringen en het schrappen van de artikelen over de uitvoeringsorganisatie SDD en Drechtwerk.