4 Raadsinformatienota pensioenen (oud)bestuurders naar ABP per 1-1-2028.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIENOTA
College van burgemeester en wethouders Vergadering van: 16 december 2025 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Zaaknummer: Inhoud Inleiding Het pensioen voor wethouders is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel. De pensioenen van onze wethouders worden bij onze gemeente opgebouwd. De actuariële bedragen voor de pensioenvoorzieningen hoeven niet in de gemeentekas beschikbaar te zijn. Daarom is de opbouw van de voorzieningen bij de gemeenten lager dan de waarde zoals het ABP deze berekend. Door de Commissie BBV (verslaggevingsregels) is recent een nieuwe stellige uitspraak gedaan over de verwerking van de pensioenvoorziening in de jaarrekening 2025. Een stellige uitspraak betekent dat de gemeente hieraan moet voldoen, tenzij dat vanwege zwaarwegende redenen niet haalbaar of realiseerbaar is. In de audit commissie van 1 december jl. is aangegeven dat het risico aanwezig is dat wij de voorziening (fors) moeten verhogen. Met de stellige uitspraak van de Commissie BBV moet dit nu daadwerkelijk worden geregeld. In de publicatie van de stellige uitspraak van de Commissie BBV is onder meer het volgende opgenomen: Het BBV stelt dat voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten van een niet-vergelijkbaar volume een voorziening moet worden getroffen.
In het verleden heeft de Commissie BBV gesignaleerd dat individueel gevormde pensioenvoorziening op pensioendatum soms vrijvielen. Als reden werd gegeven dat bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd sprake zou zijn van jaarlijks terugkerende arbeidskosten van een vergelijkbaar volume en dat daarvoor nu eenmaal geen voorzieningen worden gevormd. In de notitie ‘Arbeidskostengerelateerde verplichtingen 2013’ heeft de commissie opgenomen dat herstel van deze in het verleden onrechte vrijgevallen individuele pensioenvoorzieningen met terugwerkende kracht naar het oordeel van de Commissie BBV teveel administratieve lasten veroorzaakte en de lokaal gehanteerde bestendige gedragslijn doorbrak. De Commissie BBV heeft destijds in de notitie opgenomen dat voor deze in het verleden ten onrechte gedane vrijval van individuele pensioenvoorzieningen daarom geen herstel hoefde plaats te vinden. Er is nu duidelijkheid en zekerheid door de inwerkingtreding van de nieuwe pensioenwet (Wet toekomst pensioenen). Ook is op basis van bovengenoemd onderzoek bekend dat de benodigde overdrachtswaarde tussen 10% en 20% hoger is dan de beschikbare voorzieningen en eventuele aanwezige kapitaalverzekeringen. Dit is aanleiding voor de Commissie BBV om bovenstaande uitspraak uit 2013 te herzien.
Daarom doet de Commissie BBV de volgende stellige uitspraak: • Decentrale overheden die aan het recente onderzoek naar de omvang van de overdrachtswaarde van Appa naar ABP hebben meegedaan, dienen bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 de hoogte van de voorziening en eventueel aanwezige kapitaalverzekeringen per 31 december gelijk te stellen aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek (benodigd vermogen op 1 januari 2025 op basis van inkoop Wtp bij ABP; bedrag genoemd bij C in genoemde brief) en rekening te houden met de gewijzigde verplichtingen over 2025; • Gemeenten die niet aan het onderzoek hebben deelgenomen moeten de pensioenverplichting voor ambtsdragers (wethouders) eveneens analoog aan de gehanteerde berekening van het onderzoek onderbouwen. Uitgaande van het uitgevoerde onderzoek zal de pensioenverplichting per 1 januari 2025 naar verwachting tussen de 10% en 20% moeten worden verhoogd om deze per 31 december 2025 op het juiste niveau te krijgen;
• •
Bovenstaande bedragen dienen tot het moment van overdracht aan het ABP jaarlijks herzien te worden; In de jaarrekening dient een toelichting te worden opgenomen waarin de mogelijkheid voor eventuele vrijval van de voorziening door bijvoorbeeld rentestijging wordt benoemd alsmede de einddatum waarop de overdracht naar het ABP plaatsvindt.
Kernboodschap De omvang van de voorziening pensioenen (oud)bestuurders per 31 december 2025 moet zijn berekend o.b.v. de overgang naar het ABP. Dat betekent de (forse) bijstorting over 2025. Consequenties Gevolg van de stellige uitspraak is dat de pensioenvoorziening moet worden berekend als zijnde dat de pensioenovergang per 1 januari 2026 ingaat. Jaarlijks tot en met het moment van overgang zal een herrekening moeten worden gemaakt. De stellige uitspraak betekent dat de voorziening per 31 december 2025 aanzienlijk hoger zal moeten zijn dan tot nu toe berekend. Voor laatstgenoemde wordt door een actuaris, te weten onze uitvoerder van de pensioenen en wachtgeldverplichtingen, een actuariële berekening gemaakt. De andere wijze van berekenen leidt op basis van de situatie op 31 december 2024 tot een extra dotatie van ca € 850.000 tot en met 2024. Deze moet als last in de jaarrekening 2025 worden verwerkt, waarbij het daadwerkelijke verschil per 31 december 2025 hoger of lager kan uitvallen.
-2-