395 Beantwoording schriftelijke vervolgvragen PRO over toezicht op uitvoering Spreidingswet en opvang vluchtelingen.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING RAADSVRAGEN Datum : 15 september 2026 Onderwerp : Vervolgvragen (2) toezicht op uitvoering Spreidingswet en opvang vluchtelingen Naam steller : Benjamin van de Velde Partij : PRO Categorie : A. Schriftelijke vragen over niet geagendeerde stukken Vraag 1 Binnenkort zal, na uitnodiging van het ministerie, een bestuurlijk gesprek plaatsvinden over de uitvoering van de Spreidingswet door de gemeente Hardinxveld-Giessendam. • Wat is de beoogde inzet vanuit het college voor dit gesprek? • Wat gaat het college doen om te voorkomen dat er opschaling naar trede 4 gaat plaatsvinden? Of vindt het college opschaling naar trede 4 in basis niet bezwaarlijk? Reactie college De inzet van het college tijdens het bestuurlijke gesprek is om inzicht te geven in de stappen die de gemeente reeds heeft gezet en nog zet om invulling te geven aan haar bijdrage aan de opvangopgave. Daarbij zal nadrukkelijk worden gewezen op de regionale afspraken die binnen de Regionale Regietafel van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid zijn gemaakt en de concrete uitvoering die daaraan wordt gegeven, waaronder de uitbreiding van de opvang voor Oekraïense ontheemden en de overname van de regionale HUB-functie. Daarnaast zal het college toelichten dat eerder is ingezet op een regionale oplossing waarbij de opvangopgave van Hardinxveld-Giessendam zou worden ingevuld via een opvanglocatie in Sliedrecht.
Deze afspraak is uiteindelijk niet gerealiseerd doordat hiervoor binnen de gemeente Sliedrecht onvoldoende politiek draagvlak bestond. Het college onderschrijft het belang van een constructieve samenwerking met het ministerie en blijft bereid om in overleg te treden over vervolgstappen die bijdragen aan een duurzame oplossing. Daarbij gaat de voorkeur uit naar maatregelen die recht doen aan de specifieke situatie en mogelijkheden van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Het voorkomen van verdere opschaling binnen het interbestuurlijk toezicht vormt daarbij een gezamenlijk belang. Vraag 2 In de reactiebrief van de gemeente Hardinxveld-Giessendam aan het ministerie van 24 april 2026 wordt gesteld dat het onderbrengen van de opgave van Hardinxveld-Giessendam bij de opvanglocatie die wordt gerealiseerd in de gemeente Sliedrecht, aan de grens m et de gemeente Hardinxveld-Giessendam, politiek niet haalbaar is gebleken. • Welke concrete alternatieven voor invulling van de opgave vanuit de Spreidingswet ziet het college?
- 2 - Reactie college Nu de eerder beoogde invulling via een locatie in Sliedrecht niet tot stand is gekomen, blijft de inzet van het college gericht op het realiseren van de opgave binnen de regio. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar mogelijkheden die verder reiken dan uitsluitend de gemeente Sliedrecht. In lijn met de afspraken die met de raad zijn gemaakt naar aanleiding van het initiatiefvoorstel van de ChristenUnie, onderzoekt het college samen met regionale partners welke mogelijkheden binnen de nieuwe tweejarige cyclus van de Spreidingswet beschikbaar zijn om invulling te geven aan deze regionale opgave. Op dit moment zijn nog geen concrete alternatieve locaties aangewezen. Het college acht het van belang om eerst de lopende gesprekken met regionale partners en het ministerie af te ronden, alvorens mogelijke oplossingsrichtingen nader uit te werken en bestuurlijk te beoordelen. Daarbij blijven regionale samenwerking, bestuurlijke uitvoerbaarheid en maatschappelijke inpasbaarheid de belangrijkste uitgangspunten.
Vraag 3 Op welke manier en wanneer wenst het college de gemeenteraad te betrekken bij het vraagstuk om de opgave uit de Spreidingswet in te vullen om zo tot (richtinggevende) keuzes te komen? Reactie college Het college vindt het belangrijk om de gemeenteraad tijdig te betrekken bij eventuele keuzes die nodig zijn voor de invulling van de gemeentelijke opgave vanuit de Spreidingswet. Zodra de lopende gesprekken met regionale partners en het ministerie meer duidelijkheid bieden over de beschikbare mogelijkheden en eventuele oplossingsrichtingen, zal de raad hierover worden geïnformeerd. Wanneer sprake is van bestuurlijke keuzes met ruimtelijke, financiële of maatschappelijke consequenties, zal het college deze aan de raad voorleggen zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol kan vervullen. Vraag 4 Bij de invulling van de opgave van de Spreidingswet wordt door het college gerefereerd aan een integrale inzet waarbij (ook in regionaal verband) de opvang van Oekraïners wordt betrokken en beschouwd. In de beantwoording van in april dit jaar gestelde vragen is door het college aangegeven dat voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam een opvangbehoefte geldt van 244 Oekraïense ontheemden. • Hoeveel Oekraïners worden op dit moment opgevangen? • Wat is de maximale capaciteit op dit moment op de drie opvanglocaties? • De HUB heeft een beoogde capaciteit van 40.
Worden deze als feitelijke opvangplekken gezien en daarmee meegeteld in de totale opvangcapaciteit of niet? • Hoe moet de duiding “100 extra ontheemden uit Oekraïne” worden gelezen in de brief van 24 april 2026 aan het ministerie. Betekent het dat deze “extra 100 bovenop de opvangbehoefte van 244 komt? • Als dit niet het geval is waar duidt dan het begrip “extra” op?
- 3 - Reactie college De opvang van Oekraïense ontheemden vindt momenteel plaats op de locaties BM van Houwelingen (Hakgriend 40), Creon (Kade 32) en HUB (Hakgriend 22). Op dit moment worden op deze locaties in totaal 153 Oekraïense ontheemden opgevangen. De maximale opvangcapaciteit bedraagt momenteel: • BM van Houwelingen: 66 plaatsen, waarvan momenteel 58 bezet; • Creon (Kade 32): 60 plaatsen, waarvan momenteel 55 bezet; • HUB (Hakgriend 22): 40 plaatsen, waarvan momenteel 40 bezet; • Luxaflex (Hakgriend 22): 0 plaatsen, na verbouwing 100 plaatsen. De totale maximale opvangcapaciteit bedraagt op dit moment166 plaatsen. Na de verbouwing van het Luxaflex pand komt de maximale opvanglocatie op 266 plaatsen. De 40 plaatsen op de HUB-locatie maken onderdeel uit van de totale opvangcapaciteit. Deze plaatsen vervullen tegelijkertijd een specifieke regionale functie als HUB voor de opvang en doorgeleiding van Oekraïense ontheemden. Met de formulering "100 extra Oekraïense ontheemden" in de brief van 24 april 2026 wordt gedoeld op een uitbreiding van de opvangcapaciteit ten opzichte van de eerder bestaande situatie binnen de gemeente. Dit betekent niet dat deze 100 personen bovenop de opvangbehoefte van 244 Oekraïense ontheemden komen. Het begrip "extra" verwijst naar een uitbreiding van de beschikbare opvangplaatsen ten opzichte van de situatie vóór deze capaciteitsuitbreiding.