384 SVHW - Besluit kosteloze herinnering.pdf
Tekst van het document
A.B. 26/68 AB besluit: Kosteloze herinnering H et Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW); Ge lezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 9 september 2026 (A.B. 26/66) Besluit: 1 . De reactie op de ingediende zienswijzen zoals verwoord in de memo vast te stellen; 2. In te stemmen met het invoeren van de kosteloze herinnering per 1 januari 2027. A ldus vastgesteld op 9 september 2026 in het Algemeen Bestuur SVHW. Dire cteur, Voorzitter, M .W. Heemskerk C.L.K. Rijsdijk
Pagina 1 van 5 A.C. 26/56 Onderwerp: Besluit Kosteloze herinnering (bijlage verzoek tot zienswijze) In de Ontwerpbegroting 2027 van SVHW is ervan uitgegaan, dat er geen nieuw beleid uitgevoerd wordt voor het hanteren van een kosteloze herinnering. Al meerdere jaren wordt het invoeren van een kosteloze herinnering overwogen en ook recent heeft deze afweging op basis van twee pilots plaatsgevonden. Uit de pilots blijkt dat de kosteloze herinnering leidt tot sneller betalen en vriendelijkere klantcontacten. Echter, uit de pilots blijkt ook dat de opbrengsten van invorderingskosten voor de deelnemers significant dalen. Het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW heeft daarom de vertegenwoordigende organen gevraagd om een separate zienswijze op dit onderwerp bij de vraag om een zienswijze bij de begroting 2027. Dit betreft dus de vraag over het al dan niet toevoegen van de kosteloze herinnering aan het invorderingsproces bij SVHW. De zienswijzen op de kosteloze herinnering zijn ontvangen. Per saldo komt hieruit het volgende beeld naar voren voor de wensen van de verschillende vertegenwoordigende organen. Hierbij zijn van het voorstel afwijkende toelichtingen opgenomen: Deelnemer Beslissing invoeren kosteloze herinnering Inhoud Altena voor De gemeente Altena is voorstander van de invoering van een kosteloze betalingsherinnering.
Alblasserdam tegen Albrandswaard tegen Barendrecht voor De raad acht het van belang dat inwoners eerst een kosteloze herinnering ontvangen voordat invorderingskosten in rekening worden gebracht. Dit draagt bij aan een sociaal, zorgvuldig en preventief invorderingsbeleid en voorkomt onnodige financiële druk bij inwoners. De raad onderkent dat invoering van een kosteloze herinnering gevolgen kan hebben voor de invorderingsopbrengsten, maar vindt deze gevolgen niet doorslaggevend ten opzichte van het belang van een invorderingsproces met oog voor de menselijke maat. Drimmelen Geertruidenberg voor De gemeenteraad Geertruidenberg (zie bijlage 12.6) om het huidige invorderingsproces te heroverwegen en alsnog te voorzien in een kosteloze herinnering voorafgaand aan het opleggen van invorderingskosten. Indien deze heroverweging leidt tot financiële consequenties, verzoekt de raad deze te verwerken in de definitieve Begroting 2027. Goeree-Overflakkee tegen Hardinxveld-Giessendam tegen Pagina 2 van 5 Deelnemer Beslissing invoeren kosteloze herinnering Inhoud Hoeksche Waard voor De uitkomsten van de pilots laten zien dat deze werkwijze leidt tot minder aanmaningen en dwangbevelen en positief wordt ervaren door inwoners. Tegelijkertijd heeft invoering financiële consequenties in de vorm van lagere opbrengsten uit invorderingskosten.
Dit vraagt om een integrale afweging, waarbij het maatschappelijk effect en de financiële impact in samenhang worden beschouwd. Wat de gemeente Hoeksche Waard betreft is die laatste in dit geval ondergeschikt. Daarom ondersteunen wij deze ontwikkeling en geven - t.a.v. de eventuele implementatie - het volgende mee: • de financiële effecten zijn inzichtelijk, worden gemonitord en transparant gerapporteerd; • de financiële effecten worden in beginsel binnen de begroting van de SVHW opgevangen. Als dat niet mogelijk is dan worden de deelnemers daar vroegtijdig over geïnformeerd zodat zij dit binnen de eigen begroting op kunnen nemen Krimpenerwaard tegen Lansingerland tegen Nieuwkoop tegen Ridderkerk voor De raad acht het van belang dat inwoners eerst een kosteloze herinnering ontvangen voordat invorderingskosten in rekening worden gebracht. Dit draagt bij aan een sociaal, zorgvuldig en preventief invorderingsbeleid en voorkomt onnodige financiële druk bij inwoners. De raad onderkent dat invoering van een kosteloze herinnering gevolgen kan hebben voor de invorderingsopbrengsten, maar vindt deze gevolgen niet doorslaggevend ten opzichte van het belang van een invorderingsproces met oog voor de menselijke maat. Voorne aan Zee voor Wij waarderen de uitvoering van de pilots op dit onderwerp.
Het effect op de menselijke maat, het snellere betaalgedrag en de afname van aanmaningen en dwangbevelen zien wij als duidelijke verbeteringen. Wij zijn daarom voorstander van het versturen van kosteloze herinneringen. Dit past bij sociaal maatschappelijk verantwoord invorderen en sluit aan bij een mogelijke toekomstige wettelijke verplichting. WSHD voor Besloten is om wel een zienswijze in te dienen over de invoering van de kosteloze herinnering. Er is een amendement aangenomen door de VV om voor de invoering van de kosteloze herinnering te kiezen. Uit de zienswijzen blijkt dat volgens de stemverhouding (WSHD heeft 36% van de stemmen) 64% van de deelnemers en daarmee een meerderheid voor de invoering van een kosteloze herinnering is. Het aan het AB voorgestelde besluit is daarom om in te stemmen met het invoeren van de kosteloze herinnering per 1 januari 2027. Pagina 3 van 5 Gevolgen van het besluit voor de kosteloze herinnering In de bijlage is de memo opgenomen behorend bij de recente uitvraag voor een zienswijze op de invoering van de kosteloze herinnering. Daarin is de aanleiding uiteengezet waarom door het AB over de invoering van een kosteloze herinnering werd nagedacht. Ook is in het kort het resultaat van een tweetal pilots en de overwegingen voor en tegen het invoeren van een kosteloze herinnering weergegeven.
Nu een meerderheid van de deelnemers de invoering van de kosteloze herinnering omarmt , is er een aantal zaken waar rekening mee moet worden gehouden. Praktische uitvoering van de kosteloze herinnering De kosteloze herinnering wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2027 voor alle deelnemers. Het is niet mogelijk om dit te splitsen. Daartoe zal het DB in december 2026 de leidraad invordering SVHW vaststellen waarin het inzetten van de kosteloze herinnering is opgenomen. De kosteloze herinnering wordt twee weken voor de aanmaning verzonden. Dat betekent concreet dat alle belastingplichtigen die vanaf 15 januari 2027 een aanmaning zouden ontvangen, eerst een kosteloze herinnering krijgen. Flankerende maatregelen Eind 2025 heeft het AB besloten om vanaf 2027 een gecombineerde aanslag voor de waterschapsbelastingen voor niet aan SVHW deelnemende gemeenten zo snel mogelijk na het kohier van februari op te leggen . Dit was ook efficiënt om door te voeren onafhankelijk van de invoering van de kosteloze herinnering. Ook is gekeken naar het combineren van de herinnering en de aanmaning in één brief. Hiermee worden dubbele verzendkosten voorkomen. Dit bleek echter technisch niet mogelijk waarbij kortgezegd binnen het systeem in het proces de aanmaning pas kan worden gegenereerd nadat is vastgesteld dat binnen de herinneringstermijn niet is betaald.
Bovendien is er minder onderscheid tussen een vriendelijke herinnering en een formele invorderingsmaatregel, waardoor er een verminderde werking van de herinneringsfunctie is en een grotere kans op onduidelijkheid bij belastingplichtigen. Die onduidelijkheid leidt dan ook weer tot meer en lastigere klantcontacten. Betalingstermijn blijft ongewijzigd Er is afgezien van inkorting van de betalingstermijn van twaalf naar zes weken. Inkorting naar zes weken levert voor de deelnemers mogelijk een rentevoordeel op. Mogelijk, want de kans bestaat dat dit leidt tot vaker gebruik van de automatische incasso. Daarnaast zijn er meer zwaarwegende nadelen: - Hogere uitvoeringskosten door toename van klantcontact; - Druk op het proces van betalingsregelingen en kwijtscheldingen; - Noodzakelijke technische- en proceswijzigingen met grote en niet wenselijke impact; - Aanpassing van de belastingverordeningen van alle deelnemers; - Het einde van de betaaltermijn komt vrijwel gelijk te liggen met het einde van de bezwaartermijn. Dit leidt tot veel onduidelijkheid bij belastingplichtigen, veel extra vragen en extra klantcontact en inefficiëntie in de uitvoering door verschuiving van pieken in de werkzaamheden van SVHW. Extra kosten voor SVHW Het invoeren van de kosteloze herinnering leidt tot beperkte extra kosten in de exploitatie van SVHW.
Dit komt doordat de kosteloze herinnering ook digitaal verzonden kan en mag worden, wat de print- en verzendkosten drukt. Als de kosteloze herinnering in de toekomst inderdaad leidt tot minder Pagina 4 van 5 aanmaningen en dwangbevelen vervallen voor dat deel de print- en verzendkosten. De verwachting is dat de kosteloze herinnering per saldo niet tot een grote wijziging in kosten leidt. Verlaging van de opbrengst invorderingskosten bij de deelnemers Uit de pilots bleek dat de netto opbrengst invorderingskosten dalen met 60%. Als indicatie voor het effect op de opbrengsten uit de invorderingskosten voor de deelnemers, is bij de uitvraag voor de zienswijze een indicatie opgegeven voor het aandeel in de verwachte daling van de opbrengst invorderingskosten per deelnemer o.b.v. de eerste begrotingswijziging 2025 in euro. Hierna is ook de weergave o.b.v. de begroting 2027 daaraan toegevoegd: Hierbij moet opgemerkt worden dat sinds 2025 de belastingtarieven van de deelnemers aanzienlijk zijn gestegen. Ook zijn de vastgestelde bedragen voor aanmaningen en dwangbevelen in de kostenwet gestegen. Afhankelijk van hoe de deelnemers de opbrengsten in hun eigen begroting mee hebben genomen, kunnen deze stijgingen een dempend effect op het verlies aan opbrengsten voor invorderingskosten hebben.
Ten slotte is het niet duidelijk of de effecten die in beide pilots zich hebben voorgedaan ook een structureel karakter kennen. Met andere woorden, als de kosteloze herinnering is ingevoerd en belastingplichtigen daaraan wennen, stijgt op de langere termijn wellicht het aantal aanmaningen en dwangbevelen weer. Los van de kosteloze herinnering wijzen we u erop, dat er in de landelijke belastingwetgeving (die ook van toepassing is op lokale belastingen) ook veranderingen op stapel staan. Op 16 juli 2026 is de internet consultatie opengesteld voor de Fiscale verzamelwet 2028. De fiscale wetgeving is constant aan veranderingen onderhevig. Dit vergt voortdurend inhoudelijke wijzigingen en technisch onderhoud. Daarom moet er in sommige gevallen wetgeving aangescherpt, versoepeld of verduidelijkt worden. Ook kan in bepaalde gevallen de uitvoeringspraktijk wettelijk beter bestendigd worden: dit vindt plaats in de Fiscale verzamelwet 2028 (FVW28). In dit wetsvoorstel is een wijziging van de Kostenwet invordering rijksbelastingen opgenomen. Hierin wordt de huidige staffel voor het berekenen van de kosten van een dwangbevel vervangen door een vast percentage van 10% van de hoofdsom met een minimum van € 10 (gelijk aan aanmaningskosten). Dit betekent dat bij een belastingaanslag van € 400 de kosten voortaan worden gesteld op € 40 in plaats van € 91. De beoogde
Pagina 5 van 5 inwerkingtredingsdatum van de wetswijziging is 1 januari 2028. Invoering van deze wet zoals die nu voorligt betekent voor de deelnemers van SVHW o.b.v. de opbrengsten uit 2025 een daling in de opbrengst invorderingskosten met ruim € 1 mln. De UvW en de VNG behartigen de belangen voor de lokale belastingen, aangezien de effecten van deze wetgeving voor alle lokale belastingen een dergelijk omvang kennen. Effecten op de begroting SVHW 2027 Omdat de opbrengst invorderingskosten geen onderdeel uitmaakt van de exploitatiebegroting van SVHW en de financiële effecten voor de exploitatiebegroting van SVHW beperkt zijn, is het voorstel om de begroting 2027 niet aan te passen voor het besluit om de kosteloze herinnering in te voeren. Indien gewenst kunnen de deelnemers voor hun eigen begroting rekening houden met de ramingen voor de opbrengst invorderingskosten die in deze memo zijn opgenomen. Eventuele aanpassingen voor de exploitatie van SVHW nemen we dan in de eerste begrotingswijziging 2027 mee. Deze wordt in april 2027 aan het AB aangeboden. Klaaswaal, 1 september 2026 A.B. 26/34 Pagina 1 van 4 D.B. 26/12 Aan vertegenwoordigende organen deelnemers GR SVHW Onderwerp: Kosteloze herinnering In de Ontwerpbegroting 2027 van SVHW is ervan uitgegaan, dat er geen nieuw beleid uitgevoerd wordt.
Er is echter één beleidsonderwerp waarop het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW de vertegenwoordigende organen vraagt om een zienswijze. Dit betreft het al dan niet toevoegen van de kosteloze herinnering aan het invorderingsproces bij SVHW. Vooralsnog heeft het AB SVHW naar aanleiding van een tweetal pilots besloten geen wijziging door te voeren in het invorderingsproces. Hiervoor zijn meerdere argumenten. Eén argument raakt echter uw budgetrecht, omdat de pilots laten zien dat bij invoering van een kosteloze herinnering de opbrengsten uit invorderingskosten (en daarmee uw inkomsten) significant kunnen dalen. Daarom heeft het AB SVHW besloten u bij de begroting 2027 om een zienswijze te vragen. In deze memo wordt u geïnformeerd om tot een goede zienswijze te kunnen komen. 1. Aanleiding: Sociaal Maatschappelijk Verantwoord Invorderen (SMVI) SVHW probeert enerzijds de belastingopbrengsten voor haar deelnemers te optimaliseren en anderzijds de menselijke maat in het invorderingsproces toe te passen in het bijzonder voor de kwetsbare belastingplichtigen. Daarom heeft SVHW een pakket aan samenhan gende maatregelen om sociaal verantwoord in te vorderen.
Waar SVHW nu mee werkt is: • Het hanteren van een betalingstermijn van drie maanden in plaats van de wettelijke zes weken; • De mogelijkheid om met een automatische incasso in tien maandelijkse termijnen te betalen; • De mogelijkheid om binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven; • Het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms; • Het treffen van individuele betalingsregelingen; • Gebruik Incasso Op Maat voor flexibel incasseren waarbij belastingplichtigen het incassomoment kunnen bepalen; • Belacties en huisbezoeken om met een persoonlijke aanpak de kwetsbare mensen in de samenleving te begeleiden naar praktische oplossingen en om kostenstapeling te voorkomen. Al e en aantal jaren wordt overwogen om ook het instrument van de kosteloze herinnering hieraan toe te voegen. Op dit moment ontvangt de belastingplichtige na het verstrijken van de betalingstermijn van drie maanden gelijk een aanmaning met aanmaningskosten. Voor 2026 bedragen de aanmaningskosten € 10 voor een openstaand bedrag tot en met € 454 en voor bedragen daarboven zijn de aanmaningskosten € 22. Een volgende stap in het invorderingstraject is het sturen van een dwangbevel, eveneens met bijbehorende invorderingskosten. Het is mogelijk om voorafgaand aan de aanmaning eerst nog een kosteloze herinnering te sturen aan de belastingplichtige.
Op die manier kunnen aanmaningskosten voorkomen worden. Het is voor overheden wettelijk toegestaan om zonder kosteloze herinnering het aanmaningsproces te starten. De tarieven voor invorderingskosten zijn wettelijk vastgelegd. Het invoeren van de kosteloze herinnering kent voor SVHW dus al een lange geschiedenis. In november 2023 heeft het AB SVHW zich hier opnieuw over gebogen en uitgesproken de kosteloze betalingsherinnering in te willen voeren. De ambitie was invoering per 1 januari 2025 en hiervoor in A.C. 26/ A.B. 2 6/34 2024 een pilot te starten. Uit deze pilot bleek | onder meer dat | de kosteloze herinnering succesvol is, voor wat betreft het betaalgedrag van de belastingplichtigen | en de door de belastingplichtigen ervaren menselijke maat. Het te verwachten effect op de opbrengsten | invorderingskosten is echter groot. | Het AB SVHW heeft daarop besloten de invoering van de kosteloze betalingsherinnering uit te stellen | , een tweede bredere pilot uit te voeren en te onderzoeken of het risico op een significante daling van de opbrengst invorderingskosten verminderd kan worden door in samenhang te treffen andere maatregelen. 2. Pilots De eerste pilot In 2024 heeft een pilot plaats gevonden ter onderbouwing van een besluit om | voor SVHW de kosteloze herinnering in te voeren.
De pilot omvatte | een representatief aantal | kosteloze herinneringen uit het aanslagkohier van 31 mei 2024. Dit kohier bevatte | in hoofdzaak aanslagen van WSHD (eigenaren woningen) | voor het gebied van niet-SVHW deelnemers. Door de | ze | kosteloze herinnering daalde het aantal aanmaningen me t 40% | . Zonder kosteloze herinnering hadden 40% meer | belastingplichtigen | een aanmaning ontvangen en aanmaningskosten moeten betalen. | Ervaringscijfers wijzen uit dat ongeveer 50% van de | niet betaalde vorderingen | na een | aanmaning uitmondt in een dwangbevel. | De invorderingskosten bij een dwangbevel zijn significant hoger dan bij een aanmaning. Door de kosteloze herinnering | lag | het aantal dwangbevelen | in de pilot echter | ook | 40% lager dan normaal gesproken. | Dit was vooraf niet verwacht. Als dit lager aantal aanmaningen en dwangbevelen zou worden geëxtrapoleerd | over | het totale aantal aanslagen van SVHW (gesteld op 700.000) zou dit | kunnen | leiden tot een derving met 40% van de opbrengst invorderingskosten van per saldo | bruto ca. € 1, 7 miljoen. De | pilot kende positieve reacties vanuit de belastingbetaler: de kosteloze herinnering werd als meer menselijke maat | ervaren | en er werd sneller betaald.
De derving van de opbrengst invorderingskosten riep | de vraag op of | de pilot voldoende representatief | was, omdat het voornamelijk eigenaren | v an woningen betrof en alleen waterschapsbelasting. Tweede pilot Omdat in eerste pilot voornamelijk eigenaren woningen voor het waterschap betrof, besloot het AB SVHW om een tweede, meer representatieve | pilot uit te voeren. In | juni 2025 is een pilot uitgevoerd met een selectie van belastingplichtigen van | alle | deelnemers | met | aanslagen | voor | gebruikers- | en eigendomsbelasting. Daarmee is de steekproef zeer representatief voor heel SVHW. Er zijn | ruim 10.000 kosteloze herinneringen gestuurd. Ook in de tweede pilot bleek 40% van de belastingplichtigen | door de kosteloze herinnering een | betaling te hebben gedaan of regeling te | hebben getroffen met SVHW bi j de start van het aanmaningsproces | in juli | (effectief dus een betaaltermijn van ca. vier | maanden | voor aanmaning). Dit is dus in lijn met de eerste pilot. | Uiteindelijk is er op de steekproef per medio oktober een aantal dwangbevelen | uitgestuurd, wat op | ongeveer 30% van de oorspronkelijke steekproef lag | . Dit was dus ook | 40% lager dan gebruikelijk | is in de situatie zonder een kosteloze herinnering. Het beeld uit deze tweede steekproef is dus gelijk aan de eerste steekproef.
| Het gemiddelde bedrag aan kosten voor het dwangbevel ligt | wel | hoger dan bij de eerdere pilot, omdat | de februari run voor een groot deel gecombineerde en dus hogere aanslagen bevat en de wettelijke kosten hoger liggen dan vorig jaar. Omdat de tweede pilot deel uitmaakte | van het grote kohier van februari/ maart is ook een vergelijking mogelijk | met de overige openstaande posten | die wel gelijk een aanmaning hebben ontvangen. Ook Pagina 2 van 4 A.B. 26/34 Pagina 3 van 4 daaruit bleek dat ongeveer 50% van de openstaande posten uiteindelijk leidde tot een dwangbevel per medio oktober. Deze verhouding geldt ook voor de februari kohieren uit 2024 en 2023. Van de openstaande vorderingen die in de pilot voor een kosteloze herinnering in aanmerking kwamen leidde slechts 30% tot een dwangbevel. Per saldo zijn de conclusies uit de tweede pilot hetzelfde als uit de eerste pilot : de derving opbrengst invorderingskosten kan, zoals bij de eerste pilot berekend , meer dan bruto € 1,7 miljoen bedragen . Hierbij is het resultaat uit de pilots geëxtrapoleerd naar een kosteloze herinnering bij alle niet betaalde aanslagen uitgaande van 700.000 aanslagen en is geen rekening gehouden met de stijging van het tarief voor dwangbevelen en oninbare vorderingen. De indicatieve effecten per deelnemer zijn opgenomen in de bijlage. 3.
Overige overwegingen Er is naast de derving opbrengst invorderingskosten een aantal andere overwegingen, dat moet worden meegenomen bij de keuze om wel of geen kosteloze herinnering bij SVHW door te voeren: • Jaarlijkse ervaringscijfers tot nu toe waren dat 10-11% van het aantal aanslagen leidt tot aanmaningen; • Uit twee pilots mogen we concluderen, dat door de kosteloze herinnering de terugval zowel in het aantal aanmaningen als dwangbevelen ca. 40% bedraagt ten opzichte van andere jaren en model staat voor alle aanslagen. Het effect op de invorderingsmaatregelen bij kosteloze herinneringen op de langere termijn is uiteraard onbekend. Wellicht gaat het effect verloren als kosteloze herinneringen “normaal” worden; • In de toekomst worden kosteloze herinneringen mogelijk wettelijk verplicht. Op dit moment wordt hier niet actief aan gewerkt. In 2024 heeft de staatssecretaris van BZK wel een oproep gedaan de kosteloze herinnering in het invorderingsproces op te nemen . Uit een inventarisatie in 2023 is gebleken dat ongeveer de helft van de belastingkantoren met een kosteloze herinnering werkt; • Enkele recent toegetreden deelnemers waren tot voor kort gewend aan kosteloze herinneringen en enkele deelnemers doen dit voor overige heffingen/ leges wel; • Uitrol van kosteloze herinneringen is alleen mogelijk als alle deelnemers hiertoe besluiten.
Dit vanwege gecombineerde aanslagen en hogere kosten/ inefficiëntie; • Het is mogelijk om de structurele wanbetalers uit te sluiten van het versturen van een kosteloze herinnering; • De opbrengsten voor invorderingskosten is geen verdienmodel voor deelnemers; • De gemeentelijke deelnemers nemen bezuinigingsmaatregelen voor het ravijnjaar 2026 en verder; • Het daarom voor deelnemers wenselijk is om niet eerder dan in 2027 de kosteloze herinnering in te voeren; • Bij de invoering van kosteloze herinneringen in samenhang met een aantal andere maatregelen zoals gecombineerde aanslagen voor het waterschap , wordt de daling van de opbrengst invorderingskosten in te beperkte mate gecompenseerd; • Bedrijven zijn al wel wettelijk verplicht om aan hun klanten altijd eerst een herinnering te sturen als die niet op tijd de rekening betalen. Pas a ls klanten dan nog niet betalen, mogen bedrijven een opgehoogde factuur sturen. Maar voor overheden geldt dat nu niet. Zij mogen meteen aanmaningskosten in rekening brengen. De betaaltermijn voor bedrijven is doorgaans ook korter en de factuur betreft doorgaans consumptie en geen belastingen; A.B. 26/34 Pagina 4 van 4 • De daling van de opbrengst invorderingskosten moet bij de deelnemers gedekt worden.
Als dit met belastingverhoging gebeurt, gaat dit ten koste van de belastingplichtigen die wel op tijd betalen of een automatische incasso hebben; • De ervaring leert dat de kosteloze herinnering vooral belastingplichtigen activeert, die de verplichting kunnen betalen. Het is dus niet per definitie een maatregel die de kwetsbare belastingplichtige helpt. Daarom is het geëxtrapoleerde bedrag een brutobedrag, dus zonder aftrek van oninbare verplichtingen; • Voor de organisatie van SVHW levert de pilot positieve punten op ten aanzien van het vriendelijker contact met de belastingplichtigen. 4. Conclusies pilots Uit de pilots kosteloze herinnering en de extrapolatie van de financiële effecten naar jaarniveau kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Positieve reacties van geadresseerden bij SVHW (menselijke maat); • Kosteloze herinnering leidt tot 40% minder aanmaningen en dwangbevelen; • Beperkte stijging van verzendkosten (gesaldeerd kosteloze herinnering en aanmaningen en dwangbevelen); • De daling van de samenhangende in- en externe uitvoeringskosten voor de invordering en het percentage oninbaar (<1%) leidt tot een positief effect van maximaal naar schatting € 100.000; • Verwachte d aling opbrengst invorderingskosten (aanmaningen en dwangbevelen) met 40 %, zijnde bruto meer dan € 1,7 mln.
Bijlage Indicatie aandeel in verwachte daling opbrengst invorderingskosten per deelnemer o.b.v. eerste begrotingswijziging 2025 in euro: Alblasserdam 23.000 Albrandswaard 30.000 Altena 78.000 Barendrecht 44.000 Drimmelen 49.000 Geertruidenberg 25.000 Goeree-Overflakkee 76.000 Hardinxveld-Giessendam 17.000 Hoeksche Waard 141.000 Krimpenerwaard 72.000 Lansingerland 81.000 Nieuwkoop 36.000 Ridderkerk 56.000 Voorne aan Zee 81.000 Hollandse Delta 891.000 Klaaswaal, 14 januari 2026