CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

360 Kennis- en adviescentrum Dierplagen - Nieuwsbrief 2026-08.pdf

Gemeenteraad GHG 24 september 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Vaststellen Lijst ingekomen stukken 24 september 20261.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nieuwsbrief | 2026-08 Mens-dierconflicten in de openbare ruimte van melding naar gemeentelijke regie Een rat bij een afvalcontainer, ganzen die een park intensief gebruiken, duiven rond een winkelgebied of plaagmieren die zich over particuliere tuinen en openbaar terrein verspreiden. Voor inwoners is de vraag vaak eenvoudig: ‘Kan de gemeente hier iets aan doen?’ Voor gemeenten is het antwoord meestal een stuk complexer. De melding komt meestal bij één gemeentelijke afdeling terecht. De oorzaak houdt zich zelden aan diezelfde organisatorische grens. Wie is dan aan zet? Afval, groenbeheer, riolering, vastgoed, toezicht, communicatie, volksgezondheid of dierenwelzijn? Juist bij die vraag lopen gemeenten het risico dat een samenhangend vraagstuk wordt opgeknipt in losse meldingen en maatregelen. Een melding vertelt niet het hele verhaal Meldingen van inwoners zijn belangrijk, maar geven niet automatisch een betrouwbaar beeld van de omvang of oorzaak van een probleem. In de ene straat wordt veel gemeld,

terwijl vergelijkbare omstandigheden elders nauwelijks tot meldingen leiden. Het aantal meldingen zegt daarom niet zonder meer iets over het aantal aanwezige dieren. Bovendien kan de plaats waar een dier wordt gezien een andere zijn dan de plaats waar voedsel, water of schuilgelegenheid wordt gevonden. Een probleem dat zichtbaar wordt op gemeentelijke grond kan zijn oorsprong hebben in een tuin, bedrijf, riool, gebouw of juist in de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Mens-dierconflicten ontstaan dan ook zelden door één oorzaak. Voedselaanbod, afvalstromen, water, schuilgelegenheid, bouwkundige gebreken, groenbeheer, onderhoud en menselijk gedrag kunnen elkaar versterken. De grens tussen openbaar en particulier terrein bestaat voor dieren niet. De bestrijding is niet altijd de oplossing Stel dat rond een winkelgebied regelmatig ratten worden gemeld. De eerste reactie kan zijn om een plaagdierbeheerser in te schakelen. Dat kan noodzakelijk zijn om een aanwezige populatie terug te dringen. Maar wanneer open afvalvoorzieningen, bijplaatsingen, voedselresten, toegangen tot gebouwen en voergedrag blijven bestaan, worden vooral de zichtbare gevolgen aangepakt. De overlast kan dan tijdelijk afnemen, maar later op dezelfde of een nabijgelegen locatie terugkeren.

Een structurele oplossing vraagt in zo’n situatie om samenwerking tussen bijvoorbeeld afvalbeheer, beheer van de openbare ruimte, ondernemers, vastgoedeigenaren, woningcorporaties, inwoners en communicatie. Dat maakt mens-dierconflicten niet uitsluitend tot een uitvoeringsvraagstuk. Ze vragen ook om analyse, afstemming en gemeentelijke regie. IPM als basis voor onderbouwde keuzes Bij plaagdierproblematiek biedt Integrated Pest Management (IPM) hiervoor een logisch uitgangspunt. Dezelfde brede systeembenadering is ook goed bruikbaar bij andere overlastgevende dieren, waarbij vanzelfsprekend rekening moet worden gehouden met de toepasselijke wet- en regelgeving en de ecologische en juridische status van de betreffende soort. Niet de bestrijdingsmaatregel staat centraal, maar het begrijpen en beheersen van het totale systeem. Dat begint met het bepalen van het doel en een passende drempelwaarde: welke aanwezigheid, schade, overlast of welk risico wordt in deze specifieke situatie nog aanvaardbaar geacht en wanneer is handelen noodzakelijk? Vervolgens worden de risico’s systematisch geïnventariseerd.

Daarbij gaat het onder andere om: ▪ De omstandigheden waardoor dieren kunnen komen en zich kunnen handhaven; ▪ De mogelijke gevolgen voor mensen, dieren, omgeving en eigendommen; ▪ De invloed van gemeentelijke en particuliere activiteiten op het probleem; ▪ De mogelijke effecten en neveneffecten van beheersmaatregelen. ▪ De invloed die inrichting, beheer, werkzaamheden of activiteiten zelf kunnen hebben op het ontstaan of verspreiden van risico’s in de omgeving. Vanuit deze analyse kan een gemeente maatregelen gericht prioriteren. Soms ligt de oplossing in betere afvalinzameling, soms in bouwkundige aanpassingen, ander groenbeheer, beperking van het voedselaanbod, bewonerscommunicatie of samenwerking met ondernemers en vastgoedeigenaren. Bestrijding kan een noodzakelijk onderdeel vormen van de aanpak, maar staat binnen IPM niet op zichzelf: ook de oorzaken en omstandigheden die het probleem mogelijk maken moeten worden aangepakt. Er moet dus ook worden gekeken naar de invloed die inrichting, beheer, werkzaamheden of activiteiten zelf kunnen hebben op het ontstaan of verspreiden van risico’s in de omgeving. Van casus naar gemeentelijke werkwijze De grootste winst ontstaat wanneer ervaringen uit afzonderlijke casussen worden vertaald naar een vaste gemeentelijke werkwijze.

Wie beoordeelt binnenkomende meldingen? Wanneer is een locatiebezoek of gebiedsinventarisatie nodig? Welke drempelwaarden worden gehanteerd? Welke afdelingen en externe partijen moeten worden betrokken? Hoe worden bevindingen vastgelegd en geëvalueerd? En wanneer wijzen meerdere signalen op een breder gebieds- of beleidsvraagstuk? Door deze vragen vooraf te beantwoorden, hoeft niet iedere nieuwe casus opnieuw vanaf nul te worden georganiseerd. Een duidelijk gemeentelijk kader helpt om verantwoordelijkheden te verdelen, keuzes uit te leggen en beschikbare capaciteit gericht in te zetten. Ook wordt inzichtelijker wanneer een individuele melding om een lokale maatregel vraagt en wanneer een samenhangende gebiedsaanpak nodig is. Hiermee kan de gemeentelijke aanpak verschuiven van voornamelijk reactief handelen naar structurele en samenhangende gemeentelijke regie. Wat vertelt de melding over de leefomgeving? De centrale vraag is daarom niet alleen: wie handelt deze melding af? De belangrijkere vraag is: wat vertelt deze melding over de leefomgeving en welke partijen zijn nodig om de oorzaken structureel aan te pakken? Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) ondersteunt gemeenten objectief én onafhankelijk bij het beantwoorden van die vraag.

Met een overkoepelende IPM-gedachte kan dit beginnen met een objectieve inspectie of gebiedsinventarisatie om oorzaken, risico’s en betrokken partijen in beeld te brengen. Waar nodig ondersteunen we ook bij de vervolgstappen, zoals risicoanalyse, stakeholderoverleg, werkschema’s, drempelwaarden, meldingsroutes en een samenhangend gemeentelijk beleid en werkwijze voor plaagdieren en andere overlastgevende dieren. Zo ontstaat geen verzameling losse maatregelen, maar een onderbouwde aanpak waarin praktijk, organisatie en beleid met elkaar zijn verbonden. Meer weten? Contact Wilt u meer weten over wat onze IPM-adviseurs voor uw gemeente kunnen betekenen? Neem dan contact op via 0317-419660 of per e-mail via info@kad.nl. Vakbeurs Openbare Ruimte Het KAD is op 23 en 24 september 2026 aanwezig op de Vakbeurs Openbare Ruimte in Jaarbeurs Utrecht. U vindt Mari en Remco op stand 3.1.28. Zij gaan graag met u in gesprek. Lezingen Tijdens de Vakbeurs verzorgen Mari en Remco op beide beursdagen om 13.45 uur in Lezingenzaal 2 de presentatie ‘Wat vertellen overlastgevende diersoorten over onze leefomgeving?’. Daarin gaan zij dieper in op de vraag hoe signalen van overlastgevende diersoorten kunnen helpen om de leefomgeving breder te beoordelen en onderliggende oorzaken eerder aan te pakken.

Zien wij u daar ook? Gratis toegang Inschrijven voor gratis toegang tot de Vakbeurs Openbare Ruimte kan via onderstaande knop. Rechthoek: afgeronde hoeken: Bel KAD Bel KAD Rechthoek: afgeronde hoeken: Mail KAD Mail KAD Rechthoek: afgeronde hoeken: Inschrijven Vakbeurs Inschrijven Vakbeurs

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1203/documents/36438