312 Inwoner Dordrecht - Spoed hulp bij schulden en met spoed betaling te doen toekomen geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Van: M. < @mai .com> Verzonden: woensdag 15 juli 2026 20:54 Aan: klachtensdd < @drechtsteden.nl>; < @drechtsteden.nl>; @sddrechtsteden.nl < @sddrechtsteden.nl>; < @dordrech .nl>; griffie < @sliedrecht.nl>; < @zwijndrech .nl>; griffie < @alblasserdam.nl>; griffie Papendrecht < @papendrech .nl>; griffie < - giessendam.nl>; < @h- -ambacht.nl>; bestuurgrsociaal < @drechtsteden.nl> CC: m.spek < @hoefkade.nl> Onderwerp: SPOED Hulp Bij Schulden en met SPOED BETALING TE DOEN TOEKOMEN Aan het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden, t.a.v. de verantwoordelijke functionaris, per e-mail en aangetekende post. Datum: 15 juli 2026 Betreft: Dringend verzoek tot onmiddellijke uitvoering van schuldhulpverlening - - zaaknummer 202406514/1/A2 - ACUUT Geachte heer, mevrouw, Namens , die op dit moment uitgeput, ziek en zonder enig inkomen in het bos bij Dordrecht verblijft, doe ik een alleruiterst dringend beroep op u om onverwijld uitvoering te geven aan de onherroepelijke uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 juli 2026. De Afdeling heeft in die uitspraak onherroepelijk vastgesteld dat de schuldhulpverlening aan in juridische zin is hervat, omdat u het primaire besluit van 1 mei 2023 heeft ingetrokken. De rechter heeft geoordeeld dat recht heeft op daadwerkelijke uitvoering van het schuldhulpverleningstraject.
Als bestuursorgaan bent u wettelijk gehouden om deze uitspraak na te leven. Het nalaten daarvan is in strijd met de rechtskracht van een onherroepelijk rechterlijk oordeel. verkeert in een acute levensbedreigende situatie. Hij heeft geen onderdak, is ziek en heeft geen geld voor voedsel of medicijnen. Doe ik hierbij een dringend beroep op uw bestuurlijke en menselijke verantwoordelijkheid om de volgende stappen met de grootst mogelijke spoed te zetten binnen 24 uur. Ten eerste verzoek ik u om binnen 24 uur een intakegesprek te plannen, bij voorkeur via Teams aangezien pandverbod opgekregen heeft en meerdere malen door u de politie is ingeschakeld voor meneer. Is het voor meneer en zijn welzijn geen veilige plek meer. Ten tweede verzoek ik u om binnen 48 uur een nieuw plan van aanpak op te stellen met concrete afspraken over schuldregeling en aflossing. Ten derde verzoek ik u om schriftelijk, bij voorbaat per e-mail, te bevestigen dat het traject is hervat en welke concrete stappen er worden gezet. Ten vierde verzoek ik u om onverwijld door te leiden naar een sociale voorziening voor acute inkomen en huisvestiging dan wel urgentie. Daarnaast verkeert in acute financiële nood. Hij heeft geen middelen meer voor levensonderhoud.
In afwachting van de daadwerkelijke start van het schuldhulpverleningstraject verzoek ik u om een voorschot of bijzondere bijstand te verstrekken voor de meest noodzakelijke levensbehoeften, en dit bedrag binnen 24 uur over te maken op rekeningnummer ten name van . Dit verzoek is gebaseerd op uw zorgplicht jegens inwoners in acute nood, zoals neergelegd in de Participatiewet. Ik wijs u er nadrukkelijk op dat het bestuur in verzuim is indien niet binnen 24 uur na dagtekening van deze brief uitvoering is gegeven aan de uitspraak van de Raad van State. Vanaf dat moment is het bestuur wettelijke rente verschuldigd over alle bedragen die de toekomt. Indien u niet tijdig uitvoering geeft, zal ik een verzoekschrift bij de bestuursrechter indienen om een dwangsom op te leggen voor elke dag dat de uitvoering uitblijft, alsmede om vergoeding van de geleden schade en veroordeling in de proceskosten. behoudt zich uitdrukkelijk het recht voor om alsnog een zelfstandige procedure te starten voor schadevergoeding, zodra hij daartoe in staat is. De uitspraak van de Raad van State is onherroepelijk. heeft recht op hulp en heeft die nu, vandaag nog, nodig om in leven te blijven. Ik verzoek u met de grootste urgentie om uw wettelijke verplichtingen na te komen. Ik zie uw spoedige reactie tegemoet, bij voorkeur binnen 24 uur.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 juli 2026 in bovenvermelde zaak onherroepelijk bepaald dat u aan het bedrag van ? 279,00 dient te vergoeden. Ik verzoek u dit bedrag binnen 24 uur over te maken op rekeningnummer van meneer dat reeds bij u bekend is NLxxx Hoogachtend, Namens deze, R dv nst t 202406514/1/A2. Datum uitspraak: 15 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: , wonend in Dordrecht, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024 in zaak nr. 23/4672 in het geding tussen: en het Dagelijks Bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden. 202406514/1/A2 | 2 | 15 juli2026 Procesverloop Bij besluit van | 1 mei | 2023 | heeft het dagelijks | bestuur | de schuldhulpverlening aan | beëindigd. Bij besluit van | 21 juni 2023 | heeft het dagelijks bestuur | het besluit van 1 mei | 2023 | ingetrokken | en de schuldhulpverlening | hervat. Bij besluit van | 23 juni 2023 | heeft dagelijks bestuur | het door | tegen het besluit van | 1 mei | 2023 | gemaakte | bezwaar | niet-ontvankelijk | verklaard. Bij uitspraak | van 10 oktober | 2024 | heeft de rechtbank | het door daartegen | ingestelde | beroep | niet-ontvankelijk | verklaard. Tegen | deze | uitspraak | heeft | hoger | beroep | ingesteld. Het dagelijks bestuur | heeft | een schriftelijke uiteenzetting | gegeven.
heeft nadere | stukken | ingediend. Voorafgaand | aan | de oorspronkelijke | zittingsdatum | van | 29 april 2026 | heeft de leden van | de zittingskamer | gewraakt. Bij | beslissing van 8 mei | 2026 | heeft de wrakingskamer | dit verzoek | afgewezen (ECL | :N :RVS:2026:2656). De Afdeling | heeft de zaak op een | zitting behandeld | op 21 mei 2026, waar is verschenen. Overwegingen Inleiding 1. | Op | 3 anuar | 2023 heeft | zich bij de Sociale Dienst Drechtsteden | aangemeld | om | hulp te krijgen met | zijn schulden. Hij | ishierop toegelaten | tot de schuldhulpverlening | en er is een plan van aanpak opgesteld. Bij | besluit van | 1 mei 2023 | heeft het dagelijks bestuur | de schuldhulpverlening | beëindigd | omdat | onvoldoende | meewerkt, zo zou hijde gevraagde | stukken | niet aanleveren. Tegen | dit besluit heeft bezwaar | gemaakt. 2. | Naar | aanleiding van een gesprek | tussen medewerkers | van de Sociale Dienst | Drechtsteden | en | , heeft | het dagelijks | bestuur | op 21 juni 2023 | geconcludeerd | dat het belang | van | bijeen oplossing voor zijn schuldenproblematiek | dermate | zwaar | weegt | dat het besluit van 1 mei | 2023 | moet | worden | ingetrokken.
Omdat | met het besluit van 21 juni 2023 | de schuldhulpverlening | ishervat, heeft | het dagelijks | bestuur het bezwaar | van | tegen | het stopzetten | niet-ontvankelijk | verklaard omdat | hij geen | belang | meer | heeft bij de behandeling | van dit bezwaar. 202406514/1/A2 | 3 | 15 juli 2026 De uitspraak | van de rechtbank 3. | heeft | beroep ingesteld bij de rechtbank. Hierbij heeft | hij volgens | de uitspraak | van de rechtbank | vermeld | dat hij in beroep | kwam | tegen een besluit van het dagelijks | bestuur | van 6 juli2023 | en daarbij heeft hij het besluit van 1 mei 2023 | overgelegd. Omdat | niet heeft gereageerd | op de schriftelijke vragen | van de rechtbank, heeft | de rechtbank | het beroep aangemerkt | als zijnde gericht | tegen | het besluit van | 23 juni 2023. Omdat | de schuldhulpverlening | met | het besluit van 21 juni 2023 | weer | is hervat, heeft de rechtbank | geoordeeld | dat | geen | belang | heeft bijeen | inhoudelijke beoordeling | van zijn beroep. Het hoger | beroep | van 4. | betoogt | allereerst dat de rechtbank | hem ten onrechte | niet heeft gehoord. Het | dagelijks | bestuur | heeft volgens | geen | bewijs overgelegd | dat hij de uitnodiging | voor de zitting heeft ontvangen. Hierbij wijst | erop dat hij een briefadres | heeft | en dat het voor | hem onmogelijk | is om een | aangetekende | brief te ontvangen.
Daarnaast | voert aan dat de rechtbank | ten onrechte | heeft geoordeeld | dat hijgeen procesbelang | heeft. | wijst er allereerst op dat de schuldhulpverlening niet is hervat | en dat het dagelijks | bestuur | de wettelijke | kaders | overtreedt. Ook stelt | schade | te hebben | geleden | als gevolg | van de onrechtmatige | beëindiging | van | het schuldhulpverleningstraject | en dat hij daarom | belang | heeft bij een rechtmatigheidsoordeel | van de bestuursrechter. Beoordeling | van het hoger | beroep De uitnodiging | voor | de zitting bij de rechtbank 5. | Het versturen van de | uitnodiging voor | de zittng is | de verantwoordelijkheid | van | de rechtbank, niet | van de verwerende | partij. Het is dus niet aan | het dagelijks bestuur | om | in dit geval | te bewijzen | dat de uitnodiging | voor | de zitting | heeft | bereikt. Uit de aangevallen uitspraak | blijkt dat de rechtbank | op 11 juni 2023 | de uitnodiging | voor | de zitting per aangetekende | post naar | heeft gestuurd. Deze | brief isop 1 juli 2024 | om | 13:39 | uur bij hem | bezorgd. De | Afdeling | ziet in wat heeft aangevoerd | geen | aanleiding | om | hieraan | te twijfelen. Er | zijn dus geen redenen | om | aan te nemen | dat | niet is uitgenodigd | voor de zitting bij de rechtbank. Het | betoog | slaagt niet. Procesbelang 6.
| Procesbelang is | het belang dat | een appellant | heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit | betekent | dat het doel dat de appellant | voor | ogen staat met het rechtsmiddel | kan worden | bereikt en voor de appellant | van feitelijke betekenis | is. Degene | die opkomt | tegen | een besluit | heeft belang | bij een beoordeling | van diens | rechtsmiddel, tenzij | vast komt | te staan dat ieder belang | bijde procedure | ontbreekt | of is vervallen. Als | er geen procesbelang (meer) bestaat, is | het rechtsmiddel | niet-ontvankelijk. De | vraag | of er procesbelang | is, wordt | beantwoord | naar de stand | van zaken | op het moment van de uitspraak. 202406514/1/A2 4 15 juli 2026 7. Als een bestuursorgaan een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaart wegens het ontbreken van procesbelang, heeft een appellant in beginsel belang bij een inhoudelijk oordeel van de bestuursrechter of dat besluit juist is. Als de bestuursrechter tot het oordeel komt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, dan is het beroep ongegrond. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank ten onrechte het beroep van niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken aan procesbelang. Het beroep van is daarom gegrond en de uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. 8.
Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Afdeling het beroep van ongegrond verklaren. Het dagelijks bestuur heeft naar het oordeel van de Afdeling namelijk terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken aan procesbelang. Ook in wat in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen redenen om aan te nemen dat hij wel procesbelang heeft. Zij zal dit oordeel hierna toelichten. 8.1. Met het intrekken van het besluit van 1 mei 2023 is de schuldhulpverlening in juridische zin hervat. Dat er op dit moment geen feitelijke handelingen worden uitgevoerd in het kader van het schuldhulpverleningstraject, zoals op de zitting bij de Afdeling heeft gesteld, maakt dit niet anders. Het dagelijks bestuur heeft op de zitting bij de rechtbank bevestigd dat is toegelaten tot de schuldhulpverlening en dat dit traject kan worden voortgezet als dit wenst en bereid is de nodige medewerking te verlenen. De beëindiging van de schuldhulpverlening was ten tijde van de beslissing op bezwaar dus al ingetrokken en kon op dat moment weer schuldhulpverlening krijgen. Dat betekent dat geen belang meer had bij een beoordeling van zijn bezwaar. 8.2. In hoger beroep betoogt dat hij nog belang had bij een inhoudelijke beslissing op zijn bewaar, omdat hij als gevolg van het besluit van 1 mei 2023 schade heeft geleden.
Een mogelijk recht op vergoeding van schade door het bestreden besluit levert belang op bij de uitkomst van een bezwaar of beroep tegen dat besluit. heeft echter zowel bij de rechtbank als bij de Afdeling geen begin van bewijs geleverd dat hij als gevolg van het besluit schade heeft geleden. Onder die omstandigheden ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat wel nog wel belang had bij een inhoudelijk beoordeling van zijn bezwaar. Conclusie 9. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door tegen het besluit van 23 juni 2023 ingestelde beroep ongegrond verklaren. 10. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken. Het dagelijks bestuur moet aan het door hem betaalde griffierecht in hoger beroep vergoeden. 202406514/1/A2 | 5 | 15 juli2026 Beslissing De Afdeling | bestuursrechtspraak | van de Raad | van State: I. | verklaart | het hoger | beroep | gegrond; II. | vernietigt | de uitspraak | van de rechtbank | Rotterdam | van 10 oktober | 2024 | in zaak | nr. 23/4672; III. | verklaart | het beroep | ongegrond; IV. | gelast | dat het Dagelijks | Bestuur | van | de Sociale Dienst | Drechtsteden aan | het door hem | voor | de behandeling | van het hoger beroep | betaalde | griffierecht ten bedrage | van ? 279,00 | vergoedt.
Aldus vastgesteld | door | ,voorzitter, en | en , leden, in tegenwoordigheid | van | , griffier. w.g. Den | w.g. voorzitter | griffier Uitgesproken | in het openbaar | op 15 juli 2026 1064 Verzonden: 15 | juli2026