CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Verweerschrift Spoorweg 42.pdf

Gemeenteraad GHG 26 februari 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Beslissing op bezwaren tegen vestiging voorkeursrecht 't Oog (deelgebieden 2 en 3)1.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verweerschrift Eigenaren Spoorweg 42 Bezwaarmakers Naam: Eigenaren Spoorweg 42 Adres: Spoorweg 42 – (3373 AP) Hardinxveld Giessendam Verweerder/gemeente Raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam vertegenwoordigd door: Overwater Grondbeleid Adviesbureau – mr. R.S. den Otter (jurist grondzaken) Bestreden besluit Het bezwaarschrift is gericht tegen het raadsbesluit van 1 september 2025 (verzonden 2 september 2025), waarbij de raad heeft besloten het voorkeursrecht te vestigen. Hieronder geven wij u een overzicht van de feiten c.q. het procesverloop. Daarna geven wij onze reactie op de bezwaren en zetten wij voor u uiteen hoe wij tot onze conclusie komen. 1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft op 2 juni 2025 besloten om op grond van artikel 9.1 lid 2 Omgevingswet (‘Ow’) een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken vermeld op de bij dat besluit behorende perceellijst en grondtekening. Tot de aangewezen onroerende zaken behoort onder meer het perceel kadastraal bekend gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie I, nummer 453. Het voorkeursrecht is bestendigd door de raad op grond van artikel 9.1 lid 1 aanhef en onder c Ow op 1 september 2025 en is door inschrijving in de openbare registers op 3 september 2025 in werking getreden. Het collegebesluit is daarmee van rechtswege komen te vervallen.

Het voorkeursrecht is gevestigd op de locatie Hardinxveld-Giessendam – ’t Oog Oost (Deelgebied 3). De gemeente wenst op de locatie een woon-, werk- en leefgebied te realiseren; daartoe zijn hoofdzakelijk de functies wonen, maatschappelijk en commercieel, alle met bijbehorende voorzieningen (zoals groen, water en infra), nader uit te werken, toegedacht. Naast de al genoemde functies zal mogelijk ook de functie natuur nog toegevoegd worden. Gedurende de periode 3 september 2025 tot en met 14 oktober 2025 zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de raadsbeschikking. Door bezwaarmakers is bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit bij brief van 25 september 2025, ontvangen door de gemeente op 25 september 2025. De gemeenteraad zal een beslissing moeten nemen op het ingediende bezwaar. 2. Ontvankelijkheid

Met betrekking tot de vraag of het bezwaar ontvankelijk is, dat wil zeggen of er belemmeringen zijn om het bezwaarschrift inhoudelijk te behandelen, merken wij op dat het bezwaar naar onze mening ontvankelijk is om de volgende redenen: a. Bezwaarmakers zijn blijkens de kadastrale eigendomsinformatie eigenaar, ieder voor ½ deel, van het in het bestreden besluit opgenomen perceel kadastraal bekend gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie I, nummer 453 en zijn derhalve aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb. b. Het bezwaarschrift beantwoordt aan de eisen genoemd in artikel 6:5 Awb. c. De termijn van bezwaar tegen het besluit van de raad d.d. 1 september 2025, bekend gemaakt op 2 september 2025, liep van 3 september 2025 tot en met 14 oktober 2025. Het bezwaarschrift is gedateerd op 25 september 2025. Daarmee is het bezwaarschrift binnen de termijn als bedoeld in artikel 6:9 Awb ingediend. 3.

Bezwaarschrift: samenvatting/korte omschrijving van gronden van bezwaar/geschilpunten Door bezwaarmakers wordt in het bezwaar -zakelijk samengevat weergegeven- het volgende aangevoerd: Feitelijk gebruik wijkt niet af van toegedachte of toegedeelde gebruik Bezwaarmakers stellen dat het vestigen van een gemeenlijk voorkeursrecht alleen is toegestaan als het feitelijk gebruik afwijkt van het toegedachte of het toegedeelde gebruik en dat aan deze voorwaarde op hun perceel niet voldaan wordt. Het perceel is meer dan 15 jaar niet agrarisch in gebruik en ook niet voor dit doel te gebruiken door het ontbreken van de benodigde gronden en vergunningen. Het huidige gebruik is gelijk aan de toegedachte of toegedeelde functie waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Het huidige gebruik is namelijk: wonen, een maatschappelijk functie in de vorm van Blik op Maat en een commerciële functie in de vorm van een caravanstalling. Bezwaarmakers zijn van mening dat het raadsbesluit onrechtmatig is. 4. Verweer algemeen De gemeente hecht eraan om het volgende voorop te stellen. De vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht strekt er in de eerste plaats toe de gemeente een voorrangspositie op de lokale grondmarkt te verschaffen.

Het voorkeursrecht betekent niets meer en niets minder dan dat de eigenaar, indien hij het voornemen heeft opgevat om zijn gronden – waarop een voorkeursrecht is gevestigd – te vervreemden (verkopen), deze eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden. Die aanbiedingsplicht vloeit voort uit het vervreemdingsvoornemen van de eigenaar zelf; het voorkeursrecht verplicht hem niet tot verkoop. De vestiging van een voorkeursrecht stelt de betrokken overheid in staat om de regie te behouden over de beoogde gebiedsontwikkeling. Ook gaat de vestiging van een voorkeursrecht, die gewoonlijk in een vroeg stadium van planologische besluitvorming plaatsvindt, prijsopdrijving en grondspeculatie tegen.

De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht is een discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Een discretionaire bevoegdheid is een bevoegdheid waarbij het bestuursorgaan beleidsruimte heeft om daarvan al dan niet gebruik te maken, waarbij het bestuursorgaan moet afwegen of gebruikmaking van die bevoegdheid voor de betrokkenen geen gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met de toepassing van die bevoegdheid wordt gediend. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de wet het met de vestiging van een voorkeursrecht te dienen algemene belang afgewogen tegen het (individuele) financiële belang van de betrokken grondeigenaar, zodat dit laatste niet meer afzonderlijk in de afweging hoeft te worden betrokken. De verdere belangenafweging dient uiteraard wel plaats te vinden, maar dat heeft de gemeente, zo blijkt uit het raadsvoorstel, gedaan. 5. Verweer in reactie op bezwaar De gemeente merkt over het bezwaar onderstaande op. Het vestigen van een gemeenschappelijk voorkeursrecht onder de Omgevingswet is aan bepaalde voorwaarden gebonden; zo mag het voorkeursrecht alleen worden gevestigd ten behoeve van een niet-agrarische functie en dient het feitelijke gebruik van een perceel af te wijken van de toegedachte of toegedeelde functie.

Volgens de kadastrale eigendomsinformatie is de aan het perceel toegekende huidige functie wonen (agrarisch), Erf – tuin. Het feitelijk gebruik is, aldus bezwaarmakers, wonen, een maatschappelijk functie in de vorm van Blik op Maat en een commerciële functie in de vorm van een caravanstalling. De functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, zijn in hoofdzaak wonen, maatschappelijke en commerciële functies, alle met bijbehorende voorzieningen (zoals groen, water en infra), nader uit te werken. Naast de al genoemde functies zal mogelijk ook de functie natuur nog toegevoegd worden. In dit geval is het voorkeursrecht door de raad gevestigd op grondslag van een zelfstandige voorkeursrechtbeschikking als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c Ow, een zogeheten ‘vervroegd voorkersrecht’. Bij zo’n voorkeursrecht is het volgens de jurisprudentie niet nodig dat ten aanzien van elk aangewezen perceel wordt voldaan aan de eis van afwijkend gebruik, maar volstaat het wanneer de toekomstige bestemming van het gehele gebied, waarop het voorkeursrecht is gevestigd, afwijkt van het huidige gebruik van dat gebied (ABRvS 2 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC8501).

Voor een zogeheten vervroegd voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c Ow geldt voorts hetzelfde als voorheen gold voor een vervroegd voorkeursrecht als bedoeld in artikel 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten: inherent aan een vervroegd voorkeursrecht is dat van de toegedachte functie (voorheen: bestemming) nog slechts een globaal beeld bestaat. In dit stadium van de planvoorbereiding kan niet op perceelsniveau worden aangegeven welke functie (bestemming) uiteindelijk zal worden toegekend. Voorts behoeft nog niet voor elk in de aanwijzing betrokken perceel duidelijk te zijn of het in het definitieve ruimtelijke plan kan worden ingepast (zie ABRvS 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0295). Ten slotte wordt opgemerkt dat uit de parlementaire geschiedenis van de Wet voorkeursrecht gemeenten volgt (hetgeen is bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State onder meer in de uitspraak van 18 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3222) dat het criterium van

'afwijkend gebruik' niet alleen ziet op wezenlijk andere gebruiksvormen. Ook wanneer de nieuwe toegedachte of toegedeelde functie voorziet in een vergelijkbaar, maar intensiever gebruik dan het bestaande, is sprake van een afwijkend gebruik. Van intensiever gebruik is bijvoorbeeld sprake als een perceel de functie wonen heeft en er bestaande eengezinswoningen op dit perceel staan. De gemeente kan voornemens zijn om de eengezinswoningen op den duur te vervangen voor appartementencomplexen. De functie ‘wonen’ blijft in dat geval hetzelfde, maar de intensiteit van het gebruik neemt toe. Zie in dit kader bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 26 april 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2469. Welke functie of functies uiteindelijk in het omgevingsplan aan het perceel van bezwaarmakers zal/zullen worden toegedeeld, is op dit moment nog geheel afhankelijk van de verdere planvorming. Daarover valt in dit stadium nog niets met zekerheid te zeggen. Anders dan bezwaarmakers kennelijk van mening zijn, is er dan ook geen enkele grond voor de stelling dat het huidige gebruik gelijk is aan de toegedachte of toegedeelde functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd.

Met in achtneming van de wet, parlementaire geschiedenis en rechtspraak is de conclusie in onderhavige kwestie dat gelet op de functies die aan het gebied in zijn geheel zijn toegedacht, er voor wat betreft het perceel van bezwaarmakers voldaan is aan de vestigingseisen van nietagrarische functie(s) en daarvan afwijkend bestaand gebruik. 6. Conclusie – bestuursorgaan Wij zijn van mening dat de ingebrachte bezwaren ontvankelijk doch ongegrond zijn en er derhalve geen redenen zijn het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk te herroepen. Met dit verweerschrift hebben wij ons voorlopig standpunt voor u uiteengezet. Wij verzoeken u, voordat wij op de bezwaarschriften beslissen, ons hierover te adviseren. Namens de raad van gemeente Hardinxveld-Giessendam

,<naam vertegenwoordiger bestuursorgaan>.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1194/documents/35027