CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Archeologisch vooronderzoek ivm ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost).pdf

Gemeenteraad GHG 22 september 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 14: Vaststellen bestemmingsplan 't Oog Wonen, fase 1 - Raadsvoorstel14.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te HardinxveldGiessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)

Rapportnummer:

V1803

Projectnummer:

V19-4120

ISSN:

1573 - 9406

Status en versie:

Concept 2.1

In opdracht van:

KuiperCompagnons

Rapportage:

O.P.N. Satijn, F.P.J. van Puijenbroek, W.A.M. Hessing

Plaats en datum:

Amersfoort, 10 december 2019

Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Documentbeheer

Versie

Status

Datum

Toelichting

Autorisatie

1.0

Concept

25 juni 2019

Eerste concept ter goedkeuring opdrachtgever

J.P. Flamman

2.0

Concept

2.1

Concept

10 december 2019 10 december 2020

Definitief na akkoord V. Okhuijzen d.d. 25-11-2019 2e concept na uitvoeren aanvullende boringen om Giessen stroomrug vast te leggen

Initiatief Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Opdrachtgever

Contactpersoon opdrachtgever Oppervlakte plangebied Diepte grondwerkzaamheden Huidig grondgebruik Onderzoeksmelding Soort onderzoek Beheer en plaats documentatie RD-hoekcoördinaten van het plangebied Kadastrale gegevens

Kaartblad (1:25.000) Uitvoerder en documentatie Projectleider/Senior archeoloog Projectmedewerkers

Uitvoering booronderzoek Bevoegd gezag

Contactpersoon

paraaf

J.P. Flamman

Projectgegevens Woningbouw o.a. ’t Oog Oost Hardinxveld-Giessendam Hardinxveld-Giessendam Zuid-Holland KuiperCompagnons Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam Dhr. V. Okhuijzen Ca. 16 hectare Onbekend (woningbouw) Weiland 4711619100 en 4924009100 Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) e-depot / Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie X: 116.084 Y: 427.292 HDV00I454G HDV00I461G HDV00I536G 38D Sliedrecht Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie drs. J.P. Flamman ( 44877046 ) Dr. O.P.N. Satijn (KNA Archeoloog MA - 61482218) Drs. R. Schrijvers senior KNA-prospector – 74734349) F.P.J. van Puijenbroek MSc (KNA prospector MA 66852666) G. Uiterlaat (KNA Archeoloog in opleiding) 11 tot 19 juni 2019; aanvullend booronderzoek 7 december 2020 Gemeente Hardinxveld-Giessendam Postbus 175 3370 AD Hardinxveld-Giessendam onbekend

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

2

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Inhoudsopgave Samenvatting en advies ........................................................................................................................................................... 4 Onderbouwing advies .............................................................................................................................................................. 7 1 Projectomgeving .............................................................................................................................................................. 7 1.1 Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik (LS01) .................................................... 7 1.2 Onderzoeksdoel en -methode ............................................................................................................................ 7 2 Beleidskader ...................................................................................................................................................................... 8 2.1 Wettelijk kader ....................................................................................................................................................... 8 2.2 Gemeentelijk beleid (LS01) .................................................................................................................................

8 3 Verwachtingsmodel op basis van het bureauonderzoek ................................................................................... 10 3.1 Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05) ................................................................................ 10 3.2 Advies op basis van het bureauonderzoek .................................................................................................... 11 4 Inventariserend veldonderzoek ................................................................................................................................. 14 4.1 Doel onderzoek..................................................................................................................................................... 14 4.2 Vraagstelling ......................................................................................................................................................... 14 4.3 Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied ............................................................................................... 14 4.4 Onderzoeksmethode ...........................................................................................................................................

14 4.5 Resultaten veldonderzoek...................................................................................................................................15 4.6 Conclusies veldonderzoek ................................................................................................................................. 16 5. Advies vervolgonderzoek (LS05) ............................................................................................................................... 18 Literatuur ................................................................................................................................................................................... 19 Digitale bronnen ..................................................................................................................................................................... 20 Kaarten en bijlagen ................................................................................................................................................................. 21 Lijst van afbeeldingen ............................................................................................................................................................ 21

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

3

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Samenvatting en advies

In opdracht van KuiperCompagnons heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van het gebied ’t Oog oost. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 16,3 hectare. Het plangebied is nu voornamelijk in agrarisch gebruik. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden welke archeologische waarden mogelijk in het geding zijn. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft het plangebied overwegend een middelhoge tot hoge archeologische verwachting, en een deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. In het kader van deze ontwikkeling is reeds een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten hiervan dient een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen te worden uitgevoerd. Het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen heeft tot doel om de gespecificeerde archeologische verwachting op basis van de resultaten van het bureauonderzoek in het veld te toetsen.

Het booronderzoek heeft tevens tot doel vast te stellen of een intact bodemprofiel aanwezig is binnen het plangebied, om te toetsen of er mogelijk toch kleinere landschapselementen aanwezig met een hogere archeologische verwachting, of dat er sprake is van verstoring dan wel erosie, met het oog op de eventuele aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Tijdens het veldonderzoek op 11-19 juni 2019 zijn in totaal 72 boringen gezet tot een diepte van maximaal 5 meter beneden maaiveld. In alle boringen is onder een kleidek veen en komklei aangetroffen. Tijdens het onderzoek zijn geen stevige lagen of kenmerken van bodemvorming aangetroffen. Ook zijn er geen oever- of beddingafzettingen aangetroffen tijdens het onderzoek, dat wil zeggen niet binnen de gebruikte boordiepte van 5 m-mv. Het plangebied lag daarom tot aan de ontginning vanaf de Late Middeleeuwen in een nat en drassig gebied waar geen permanente bewoning plaats kon vinden. Crevasse-afzettingen van de Giessen-stroomgordel, verwacht vanaf het maaiveld, zijn niet aangetroffen; het is mogelijk dat deze door het gebruikt boorgrid zijn gemist. Daarom is op 7 december 2020 door middel van een aantal gerichte additionele boringen gekeken naar de ligging van de Giessen-stroomgordel. Deze is tijdens het onderzoek niet duidelijk waargenomen.

Hierdoor is het waarschijnlijk dat deze stroomgordel minder significant was dan eerder werd gedacht. Het feit dat deze Crevasse-afzettingen van de Giessenstroomgordel niet duidelijke zijn aangetroffen duidt er in ieder geval op dat zich hier geen uitgebreide oeverwallen hebben ontwikkeld. Permanente bewoning op deze crevasse tussen de IJzertijd en de Late Middeleeuwen is daarom niet waarschijnlijk. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan archeologische verwachting voor de bovenste 5 m -mv worden bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Binnen het plangebied kunnen lagen met een mogelijke archeologische verwachting in de diepere ondergrond, beneden 5 m-mv, aanwezig zijn. De verstoring van deze dieper gelegen lagen zal echter mogelijk (de inrichtingsplannen zijn nog niet bekend) bestaan uit verdringing door heipalen, hetgeen een relatief beperkte verstoring met zich meebrengt. Eventuele verstoring door zetting zal zich grotendeels in de bovenste lagen voordoen, daar waar nu geen relevante archeologische lagen zijn aangetroffen. Daarnaast zullen eventuele archeologische resten op grotere diepte niet door regulier archeologisch onderzoek nader te onderzoeken zijn.

Opgraving op deze grote diepte zorgt voor een grotere verstoring dan de daadwerkelijke ingrepen door middel van heipalen. Bovendien zijn de kosten van dergelijk onderzoek disproportioneel in het licht van de mogelijke kenniswinst, zeker gezien de omvang van het plangebied en de verwachte beperkte verstoring van de diepere ondergrond.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

4

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Wel wordt geadviseerd het heiplanplan zo in te richten dat minder dan 5% van de diepere ondergrond verstoord wordt. Ook wordt geadviseerd het opbrengen van grondlichamen van meer dan 2 m hoogte te beperken of te voorkomen, om zetting van relevante lagen in de ondergrond zo veel mogelijk te beperken. Tenslotte kan worden opgemerkt dat bij elk eventueel grondverzet de kans bestaat dat een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan. Het is daarom wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Hardinxveld-Giessendam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

5

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Afbeelding 1 Luchtfoto van het plangebied. Bron: ArcGIS Online 2019.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

6

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Onderbouwing advies 1 1.1

Projectomgeving Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik (LS01)

In opdracht van KuiperCompagnons heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van het gebied ’t Oog Oost. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 16,3 hectare en wordt globaal begrensd door de Spoorweg, het Betuwepad en de Polderweg. Het plangebied is nu voornamelijk in agrarisch gebruik. Voorafgaand aan de ontwikkelingen dient in kaart gebracht te worden welke archeologische waarden mogelijk in het geding zijn. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft het plangebied overwegend een middelhoge tot hoge archeologische verwachting, en een deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. In het kader van deze ontwikkeling is reeds een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten hiervan dient een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende en mogelijk karterende boringen te worden uitgevoerd. Dit is uitgevoerd en gerapporteerd in conceptversie 1.0 en 2.0. Naar aanleiding van de toets van het bevoegd gezag 1 is door Vestigia geadviseerd aanvullend inventariserend veldonderzoek uit te voeren om te bepalen of de Giessenstroomrug in de ondergrond aanwezig is. In het huidige conceptrapport 2.1 zijn deze nieuwe onderzoeksgegevens verwerkt. 1.2

Onderzoeksdoel en -methode2

Doel van het archeologisch vooronderzoek is vast te stellen of er in het plangebied sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Vervolgens is deze verwachting in het veld getoetst door middel van een verkennend booronderzoek. Op basis van de resultaten van het onderzoek is tenslotte een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0), protocol 4002 Bureauonderzoek en protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie is binnen BRL 4000 gecertificeerd voor alle werkprotocollen op het gebied van archeologisch (voor)onderzoek en het opstellen van Programma’s van Eisen.

1 2

J. Floore, dd 11-6-2020: ‘Toets Rapport ‘inventariserend veldonderzoek (IVO-O) (verkennende fase) plangebied 't Oog (Oost)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de KNA versie 4.0.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

7

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

2

Beleidskader

2.1

Wettelijk kader

De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop; de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Een deel van de Monumentenwet is per 1 juli 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. Het overige deel zal te zijner tijd opgaan in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven die artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Om dit te kunnen doen moet archeologisch erfgoed ingepast worden in de ruimtelijke ordening. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem ( in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. In de praktijk zijn dit de kosten voor de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus). Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.

Met invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) werd de archeologie definitief verankerd in de ruimtelijke ordening. Bepaald werd dat gemeenten na maximaal 10 jaar een bestemmingsplan moeten herzien of vernieuwen (daarbij rekening houdend met de archeologie op grond van de Monumentenwet 1988). Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn burgemeester en wethouders bevoegd gezag in het kader van de omgevingsvergunning. Op grond van de Ontgrondingenwet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag in het kader van de ontgrondingsvergunning, voor andere gronden dan bij ministeriële regeling aan te wijzen rijkswateren. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag ten aanzien van de bodem en oevers van rijkswateren op grond van de Waterwet. 2.2

Gemeentelijk beleid (LS01)

De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft een archeologische verwachtings- en beleidskaart (afbeelding 2 en 3).3 Op deze kaart heeft het plangebied verschillende waarden, gebaseerd op de archeologische verwachtingen en een uitgebreide landschappelijke inventarisatie aan de hand van de stroomgordelkaart van Berendsen & Stouthamer (2001), een studie van AHN, gegevens van het DINOloket en een aanvullend veldinspectie.4 Dwars door het plangebied liep de Pinkenveer stroomgordel, waardoor een brede strook een hoge archeologische verwachting heeft dieper dan 5 meter beneden maaiveld. Hier is archeologisch vooronderzoek vereist bij ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 5 meter beneden maaiveld. Aan de noordkant van het plangebied kunnen donken worden aangetroffen (bruine gebieden en rode AMK-terreinen gebieden op de beleidskaart); deze gebieden hebben een hoge archeologische verwachting dieper dan 1,5 meter beneden maaiveld. Hier is archeologisch vooronderzoek vereist bij ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 1,5 meter beneden maaiveld. In het oostelijk deel van het plangebied komt een crevassegeul voor van de Giessen stroomrug, deze heeft een middelhoge archeologische verwachting. Hier is vooronderzoek vereist bij ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan

3 4

Boshoven et al 2009. https://ahn.nl; https://www.dinoloket.nl/

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

8

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

30 centimeter beneden maaiveld. De rest van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting met een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 1 hectare en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld.

Afbeelding 2 Ligging plangebied (in blauw) op de archeologische verwachtingen- en beleidskaart van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Bron: Boshoven et al 2009.

Afbeelding 3 Legenda van de archeologische verwachtingen- en beleidskaart van de gemeente HardinxveldGiessendam. Bron: Boshoven et al 2009.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

9

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

3

Verwachtingsmodel op basis van het bureauonderzoek

Voor het plangebied is in het reeds aan bureauonderzoek uitgevoerd.5 Voor de Leesbaarheid zullen de gespecificeerde archeologische verwachting en het advies hieronder worden weergegeven. Voor de volledige informatie verwijzen wij naar het betreffende rapport. Het bureauonderzoek betrof het gehele plangebied ’t Oog met een oppervlakte van ca. 99 hectare, globaal begrensd door de Spoorweg, het Betuwepad en de noordelijke woonwijk van Hardinxveld-Giessendam (zie afbeelding 4, rode omlijnd gebied). Het huidige onderzoek betreft de bouwlocaties Oost (blauw op deze afbeelding 4). In aanvulling op het plangebied zoals bestudeerd in het bureauonderzoek is er bij het huidige verkennende onderzoek nog een klein deelgebied aan het te onderzoeken areaal toegevoegd, weergegeven ten oosten van het oorspronkelijke plangebied (afbeelding 4, zie ook Kaart 2-3).

Afbeelding 4 Luchtfoto met de ligging van het plangebied t Oog bestudeerd in het bureauonderzoek (rood omlijnd); de deelgebieden West en Oost zijn weergegeven met een blauwe lijn. Bron: Luchtfoto 2018 Ortho 25cm RGB, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal.

3.1

Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05)

Binnen het plangebied kunnen rivierduinen of donken worden aangetroffen aan de noordkant van het plangebied (zie afbeelding 5, nummer 1), hoewel alleen rond AMK-terrein 10505 het zeker is dat deze tot in het plangebied doorlopen. Vanwege hun toenmalige hoge ligging in het landschap zijn deze donken geschikt geweest voor menselijke activiteit, zoals ook is bevestigd door de opgravingen van De Bruin / Site 3 en de Polderweg. 6 Deze gebieden hebben een hoge archeologische verwachting voor het Mesolithicum en vroeg-neolithicum op een diepte tussen de 1,5 en 5 meter beneden maaiveld. De hoge verwachting geldt ook voor afzettingen van de Pinkenveer stroomgordel (zie afbeelding 5, nummer 3). De top van deze afzettingen kunnen worden verwacht op een diepte van 5 meter beneden maaiveld. Deze afzettingen hebben een hoge archeologische verwachting voor resten uit het

5 6

Satijn et al, 2019. Louwe Kooijmans 2001.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

10

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Mesolithicum en vroeg-neolithicum vanwege de drogere zandige hoogtes die ze vormden in het landschap – waardoor deze attractieve vestigingsplaatsen werden. Ook kunnen er crevasseafzettingen worden verwacht van de Giessen stroomgordel (zie afbeelding 5, nummer 4). Deze kunnen vrijwel aan het maaiveld worden aangetroffen, een hebben een middelmatige archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit IJzertijd tot de Late Middeleeuwen, ook vanwege de drogere zandige hoogtes die ze vormden in het verder natte landschap. De overige delen van het plangebied hebben een lage archeologische verwachting, vanwege de verwachte permanente lage ligging in het landschap (zie afbeelding 5, nummer 5). 3.2

Advies op basis van het bureauonderzoek

Binnen het plangebied bevinden zich enkele omvangrijke zones met een middelhoge en hoge archeologische verwachting op basis van het landschap, en het daarin voorkomen van natuurlijke hoogtes, overeenkomstig de archeologische beleidskaart. Er zijn geen aanwijzingen dat resten van historische bebouwing binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De inrichtingsplannen zijn nog niet definitief vastgesteld. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert om de in het vast te stellen (concept)inrichtingsplan voorziene graafwerkzaamheden te confronteren met de op de beleidskaart aangegeven verwachtingsgebieden. Als het gaat om de mogelijke risico’s ten aanzien van de verstoring door nieuwbouw van archeologisch relevante lagen in ondergrond, is het vooral van belang te letten op de diepte tot waar verschillende soorten van bodemingrepen reiken. Veel reguliere bodemingrepen voor bijvoorbeeld ontsluitingswegen, kabels, leidingen en rioleringen, waterpartijen en openbaar groen zullen bijvoorbeeld niet tot 5 m – mv reiken en daarom ook geen bedreiging voor eventuele archeologie vormen. Dat geldt echter eventueel wel voor op palen gefundeerde woningen en anderen gebouwen. Ook kan het opbrengen van grondlichamen van meer dan 2 m hoogte tot zetting van relevante lagen in de ondergrond leiden.

Bij de gebieden met een lage, middelhoge en hoge archeologische verwachting dient een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uit te worden gevoerd op die locaties waar de op de beleidskaart aangegeven vrijstellingsgrenzen worden overschreden en waar volgens het inrichtingsplan de bodem tot de betreffende diepte geroerd gaan worden. Dit verkennend onderzoek is noodzakelijk om de archeologische verwachting te toetsen en moet uitsluitsel geven of er daarna nog andere vervolgstappen in het kader archeologische monumentenzorg (AMZ-cyclus) in relatie tot de mogelijke planontwikkeling nodig zijn. Een dergelijk verkennend booronderzoek heeft tot doel vast te stellen of er intacte bodemniveaus aanwezig zijn binnen de betreffende zones, die kunnen duiden op archeologische vindplaatsen. Per specifieke verwachtingszone dient de volgende strategie te worden gehanteerd (zie afbeelding xxx voor de ligging van deze verwachtingszones): 1.

2.

Wat betreft de hoge verwachtingsgebieden voor de aanwezigheid van donken (rivierduinen) dient in die delen waar overschrijding van de vrijstellingsgrenzen aan de orde is allereerst een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen plaats te vinden. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd door te boren met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) in een verkennend grid van ca. 6 boringen per hectare. Deze boringen dienen te worden gezet tot een diepte van maximaal 5 meter, of tot 25 cm tot in de top van de rivierduin. Dit onderzoek kan helpen bepalen wat de contouren van de mogelijk aanwezige rivierduinen zijn en of er een intact afgedekt bodemprofiel van deze donken aanwezig is. Indien er binnen de contouren van het AMK-terrein 10505 verstoring van de ondergrond plaatsvindt dan dient daar direct een inventariserend veldonderzoek door middel van karterende

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

11

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

boringen plaats te vinden. Deze verwachting is niet van toepassing op het huidige plangebied ‘t Oog Oost. 3.

4.

5.

Wat betreft de gebieden met een hoge archeologische verwachting op basis van de aanwezigheid van de Pinkenveer stroomgordel: Op die plaatsen waar verstoring van de diepere ondergrond gaat plaatsvinden dient bij overschrijding van de vrijstellingsgrenzen allereerst een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen plaats te vinden.7 Overschrijding van de vrijstellingsgrens vindt plaats waar woningbouw of andere bebouwing op heipalen wordt gerealiseerd en deze dieper dan 5 m -mv worden geslagen. Ook dit onderzoek wordt uitgevoerd door te boren met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) in een verkennend grid van ca. 6 boringen per hectare. Deze boringen dienen te worden gezet tot een diepte van minimaal 5 meter, of tot 25 cm tot in de top van de stroomgordel. Dit onderzoek kan helpen vastleggen wat de contouren van de stroomgordel zijn en of er een intact afgedekt bodemprofiel aanwezig is. Wat betreft de gebieden met een middelmatige archeologische verwachting op basis van de aanwezigheid van crevasseafzettingen van de Giessen stroomgordel; Hier dient bij overschrijding van de vrijstellingsgrenzen allereerst een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen plaats te vinden. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd door te boren met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) in een verkennend grid van ca. 6 boringen per hectare.

Deze boringen dienen te worden gezet tot een diepte van maximaal 2,5 meter, of tot 25 cm tot in de top van de stroomgordel. Dit onderzoek kan helpen bepalen wat de contouren van de mogelijk aanwezige stroomgordel zijn en of er een intact afgedekt bodemprofiel aanwezig is. Gebieden met een lage archeologische verwachting: bij overschrijding van de vrijstellingsgrenzen dient allereerst een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen plaats te vinden. Dit verkennend booronderzoek heeft tot doel vast te stellen of er aanwijzingen zijn voor natuurlijke hoogtes die nog niet in kaart zijn gebracht, en of er hier een intact afgedekt bodemprofiel aanwezig is.

Volgens provinciaal beleid zijn heipalen verstorend voor het archeologisch erfgoed en het slaan of boren van dergelijke palen wordt dan ook gezien als bodemverstorende activiteit tot de diepte waar ze geslagen worden. Boshoven et al 2009. 7

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

12

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Afbeelding 5 Ligging van de verwachtingszones binnen het plangebied. Bron: Satijn/Van Puijenbroek/Hessing 2019.

Indien er bij het verkennend onderzoek binnen de vastgestelde contouren van de natuurlijke hoogtes een intact bodemprofiel aanwezig, dient een aanvullend karterend booronderzoek plaats te vinden. Voor een eventueel karterende vervolgonderzoek (fase 2) dient een apart Plan van Aanpak te worden opgesteld. In het bureauonderzoek wordt geadviseerd om het inrichtingsplan en de voorziene graaf-, ophogings- en heiwerkzaamheden in meer detail te confronteren met de op de beleidskaart aangegeven verwachtingsgebieden (afbeelding 4). Op deze manier kunnen de via booronderzoek te inventariseren zones ruimtelijk worden beperkt en het aantal boringen zo laag mogelijk worden gehouden. Het is ook verstandig om de resultaten van de booronderzoeken uitgevoerd in het kader van de aanleg van de Betuweroute bij het op te stellen Plan van Aanpak van dit booronderzoek te betrekken.8 Of er daarna in specifieke gebieden nog een karterende fase nodig is om archeologische vindplaatsen daadwerkelijk op te sporen en te begrenzen zal afhangen van de uitkomsten van de verkennende fase (fase 1).

https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:33458; deze resultaten zijn niet meegenomen in de landschapsanalyses voor de bestaande archeologische beleidskaart. 8

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

13

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

4 4.1

Inventariserend veldonderzoek Doel onderzoek

In aanvulling op dit bureauonderzoek is een verkennend archeologisch booronderzoek verricht. Het doel hiervan was het toetsen van de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens van het plangebied, en om de archeologische verwachting te toetsen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is vervolgens een advies opgesteld in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0), protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek. 4.2

Vraagstelling

Het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen heeft tot doel om de gespecificeerde archeologische verwachting op basis van de resultaten van het bureauonderzoek in het veld te toetsen. Het booronderzoek heeft tevens tot doel vast te stellen of een intact bodemprofiel aanwezig is binnen het plangebied, om te toetsen of er mogelijk toch kleinere landschapselementen aanwezig met een hogere archeologische verwachting, of dat er sprake is van verstoring dan wel erosie, met het oog op de eventuele aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Aan de hand van het verkennend booronderzoek zijn voor zover mogelijk de volgende onderzoeksvragen beantwoord: -

wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? in hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze? geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg?

In verband met de ligging van kabels en leidingen is voorafgaand aan het veldonderzoek door Vestigia een KLIC-melding uitgevoerd. Met de resultaten van de KLIC-melding is rekening gehouden bij het opstellen van het boorplan. Overige bijzondere randvoorwaarden ten aanzien van milieu (zoals bodemverontreiniging) zijn niet bekend. 4.3

Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied was vrij toegankelijk voor de uitvoering van het veldwerk. 4.4

Onderzoeksmethode

Binnen het plangebied zijn op 11-19 juni 2019 in totaal 72 boringen gezet in een verspringend met inachtneming van de aanwezige bebouwing en kabels en leidingen (zie Kaart 2-1 tot en met 2-3). De boringen zijn doorgezet tot een diepte van 5 meter beneden maaiveld, met uitzondering van enkele boringen die niet konden worden doorgezet door leegloop of stuiting. De boringen zijn gezet met een edelmanboor (diameter 7 centimeter) en onder de grondawaterspiegel met een steekguts (diameter 3 centimeter.) De boringen hadden het doel vast te stellen of een intact bodemprofiel aanwezig is binnen het plangebied, of dat er sprake is van verstoring dan wel erosie (verkennende fase).

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

14

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Op 7 december 2020 zijn 12 aanvullende boringen gezet om de mogelijke loop van de Giessen stroomrug te bepalen (Kaart 3 aanvullende boringen). Deze boringen zijn gezet tot een diepte van 2,5 – 3 meter beneden maaiveld. De opgeboorde grond is handmatig (macroscopisch) onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, aardewerkfragmenten, vuursteen, (verbrand) bot en het voorkomen van fosfaatvlekken. NAP-hoogtes zijn via het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) verkregen. De boorpunten zijn met GPS ingemeten en op een boorpuntenkaart geplot. De boorstaten zijn beschreven conform de NEN 51049, de horizontbeschrijving volgens De Bakker/Schelling. 10 Het onderzoek is uitgevoerd conform de in de beroepsgroep geldende richtlijnen vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.0).11

Afbeelding 6 Het plangebied ten tijden van het veldonderzoek. Bron foto: Vestigia dd. 11 juni 2019

4.5

Resultaten veldonderzoek

Binnen het plangebied kon 11-19 juni 2019 geen veldinspectie worden uitgevoerd vanwege de aanwezige, bodembedekkende vegetatie in de vorm van gras (zie afbeelding 3). In alle boringen is vrijwel hetzelfde bodemprofiel aangetroffen. Vanaf het maaiveld tot een diepte van 10 tot 85 centimeter beneden maaiveld is zwak siltige en stevige klei aanwezig. De top hiervan is verploegd en wat zandrijker. Dit zijn naar alle waarschijnlijkheid de jongste overstromingsafzettingen van de

9

Nederlands Normalisatie Instituut 1989.

10 11

De Bakker/Schelling 1989. www.sikb.nl.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

15

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Giessen. Het gaat hier om komklei die pas kon worden bewoond na de ontginning van de polder in de 12e of 13e eeuw na Christus. Onder deze komafzettingen is een afwisseling van veen en klei aangetroffen. Vrijwel alle veenpakketten die zijn aangetroffen bestonden uit slap bosveen met veel hout en een kleiconcentratie; de klei die werd aangetroffen was vaak ook venig. Deze klei bestond voornamelijk uit zwak siltige klei, met in enkele gevallen een hoger siltgehalte. In slechts twee boringen (4120023 en 4120063) zijn zandlaagjes aangetroffen. In het grovere sediment zijn schelpenfragmenten aangetroffen en is het sediment kalkrijk. De veenlagen kenden een veraarde top vanwege de recentelijk verlaagde grondwaterstand. Tijdens de boringen zijn geen stevige lagen aangetroffen, noch zijn er bodems of laklagen aangetroffen. Concluderend kan worden gesteld dat binnen het plangebied de ondergrond te nat was voor permanente bewoning. Binnen het plangebied werden afzettingen verwacht van de Pinkenveer stroomgordel, crevasseafzettingen van de Giessen stroomrug en donken. Deze zijn echter in zijn geheel niet aangetroffen. De afzettingen van de pinkenveer stroomgordel en de donken zullen lager in het landschap hebben gelegen dan op basis van het bureauonderzoek werd verwacht. De crevasseafzettingen van de Giessen-stroomgordel zijn in zijn geheel niet aangetroffen.

Deze kunnen daarom niet binnen het plangebied aanwezig zijn of te lokaal zijn om opgespoord te worden met het huidige grid. Op 7 december 2020 zijn 12 aanvullende boringen gezet om de mogelijke loop van de Giessen stroomrug te bepalen. Deze boringen zijn gezet tot een diepte van 2,5 – 3 meter beneden maaiveld. Tijdens dit aanvullende onderzoek is vooral zwak siltige klei en kleirijk bosveen aangetroffen. Deze afzettingen zijn herkenbaar als de komgebieden met lage archeologische verwachting. In een enkele boring (boring 4483003) is daarentegen een pakket matig zandige klei aangetroffen tussen 60 en 120 centimeter beneden maaiveld. In de overige boringen is echter geen element van de GiessenStroomgordel aangetroffen. Gezien de korte afstand tussen de boorpunten is het onwaarschijnlijk dat de Giessen stroomgordel een significante stroomrug is geweest binnen het plangebied. Ook zijn er geen kenmerken van bodemvorming aangetroffen tijdens het aanvullende booronderzoek. Er is weliswaar veraard veen aangetroffen, maar dit was waarschijnlijk het resultaat van recentelijke lage grondwaterstanden aangezien er roestvlekken. Concluderend kan er worden gesteld dat het aanvullende onderzoek de archeologische verwachting niet heeft verhoogd. 4.6

Conclusies veldonderzoek

Wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? Binnen het plangebied zijn slappe veen en kleiafzettingen aangetroffen met een kleidek. Alle klei die werd aangetroffen kan worden geclassificeerd als komklei. Binnen het plangebied zijn geen oever- of beddingafzettingen aangetroffen, ook de donken zijn niet gevonden. In hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? Binnen het plangebied zijn geen potentiële bodems aangetroffen. Daarom is het waarschijnlijk dat er zich geen archeologische waarden bevinden van voor de ontginning van het gebied in de 12e of 13e eeuw. Waarden van na deze ontginning worden op basis van het eerder uitgevoerd booronderzoek niet verwacht. Bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze?

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

16

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hierbij moet worden vermeld dat het doel van het onderzoek niet het opsporen van archeologische indicatoren was. Geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg? In alle boringen zijn slappe veen- en komkleiafzettingen aangetroffen. Deze zijn naar alle waarschijnlijkheid niet langdurig boven water gebleven waardoor zich geen bodem heeft kunnen ontwikkelen. Verder zijn binnen het plangebied de verwachtte hoger in het toenmalige landschap gelegen oever- en beddingafzettingen niet aangetroffen, dat wil zeggen niet binnen de gebruikte boordiepte van 5 m-mv. Het plangebied lag daarom tot aan de ontginning vanaf de Late Middeleeuwen in een nat en drassig gebied waar geen permanente bewoning plaats kon vinden. Crevasse-afzettingen van de Giessen-stroomgordel, verwacht vanaf het maaiveld, zijn niet aangetroffen; het is mogelijk dat deze door het initiële gebruikt boorgrid zijn gemist. Daarom is op 7 december 2020 door middel van een aantal gerichte additionele boringen gekeken naar de ligging van de Giessen stroomgordel. Deze is tijdens het onderzoek niet duidelijk waargenomen. Hierdoor is het waarschijnlijk dat deze stroomgordel minder significant was dan eerder werd gedacht.

Het feit dat deze Crevasseafzettingen van de Giessen-stroomgordel niet duidelijke zijn aangetroffen duidt erop dat zich hier geen uitgebreide oeverwallen hebben ontwikkeld. Permanente bewoning op deze crevasse tussen de IJzertijd en de Late Middeleeuwen is daarom niet waarschijnlijk. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan archeologische verwachting voor de bovenste 5 m -mv worden bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Voor een nadere toelichting zie paragraaf 5. Advies vervolgonderzoek.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

17

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

5. Advies vervolgonderzoek (LS05) Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de archeologische verwachting voor de bovenste 5 m mv worden bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Binnen het plangebied kunnen lagen met een mogelijke archeologische verwachting in de diepere ondergrond, beneden 5 m-mv, aanwezig zijn. De verstoring van deze dieper gelegen lagen zal echter mogelijk (de inrichtingsplannen zijn nog niet bekend) bestaan uit verdringing door heipalen, hetgeen een relatief beperkte verstoring met zich meebrengt. Eventuele verstoring door zetting zal zich grotendeels in de bovenste lagen voordoen, daar waar nu geen relevante archeologische lagen zijn aangetroffen. Daarnaast zullen eventuele archeologische resten op grotere diepte niet door regulier archeologisch onderzoek nader te onderzoeken zijn. Opgraving op deze grote diepte zorgt voor een grotere verstoring dan de daadwerkelijke ingrepen door middel van heipalen. Bovendien zijn de kosten van dergelijk onderzoek disproportioneel in het licht van de mogelijke kenniswinst, zeker gezien de omvang van het plangebied en de verwachte beperkte verstoring van de diepere ondergrond.

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Wel wordt geadviseerd het heiplanplan zo in te richten dat minder dan 5% van de diepere ondergrond verstoord wordt. Ook wordt geadviseerd het opbrengen van grondlichamen van meer dan 2 m hoogte te beperken of te voorkomen, om zetting van relevante lagen in de ondergrond zo veel mogelijk te beperken. Tenslotte kan worden opgemerkt dat bij elk eventueel grondverzet de kans bestaat dat een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan. Het is daarom wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Hardinxveld-Giessendam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

18

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Literatuur

BAKKER, H. DE/J. SCHELLING, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen (Staring Centrum). BERENDSEN, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. BERENDSEN H.J.A. EN E. STOUTHAMER, 2001: Paleogeographic development of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands. Koninklijke Van Gorcum, Assen. BEX, J./J. VAN DER ROEST, 2008: Archeologisch onderzoek windmolenpark Dordtse Kil te HardinxveldGiessendam. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Houten (Grontmij Archeologische Rapporten 556). BOSCH, J.H.A., & J. KOK, 1994: Toelichting bij de geologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad Gorinchem West (38W), Haarlem. BOSHOVEN, E.H. ET AL., 2009: Regio Alblasserwaard en Vijfherenland, een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart (BAAC rapport V-08.0185), ’s-Hertogenbosch. BROUWER, F./M.M. VAN DER WERFF, 2012: Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen, Wageningen (Alterra-rapport 2336). CENTRAAL COLLEGE VAN DESKUNDIGEN ARCHEOLOGIE, 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0, Gouda: http://sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-4000. COHEN, K.M./E. STOUTHAMER/H.J. PIERIK/A.H. GEURTS, 2012: Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeograph, Utrecht (Dept. Physical Geography. Utrecht University). DE MULDER, E.F.J.

/ GELUK, M.C. / RITSEMA, I.L. / WESTERHOFF, W.E. / WONG, T.E. (RED.), 2003: De ondergrond van Nederland, Houten. DORST, M.C., 2014: Wieldrechtse Zeedijk 77. Archeologische waarnemingen op het terrein van de 17e -eeuwse Beerwijkhoeve, Hardinxveld-Giessendam (Hardinxveld-Giessendam Ondergronds 48). JANSEN, H./H. BOUTER, 2009: Versterking primaire waterkering Eiland van Hardinxveld-Giessendam West, Houten (Grontmij Archeologische Rapporten 761). LOUWE KOOIJMANS, L.P. (ED.), 2001A: Archeologie in de Betuweroute Hardinxveld-Giessendam De Bruin. Een kampplaats uit het Laat-Mesolithicum en het begin van de Swifterbantcultuur (5500-4450 v. Chr.), Amersfoort. LOUWE KOOIJMANS, L.P. (RED.) 2001B: Hardinxveld-Giessendam Polderweg. Een kampplaats uit het LaatMesolithicum en het begin van de Swifterbant-cultuur (5500-4550 v.Chr.). RAM 88, Amersfoort. NEDERLANDS NORMALISATIE INSTITUUT, 1989: Geotechniek: Classificatie van onverharde grondmonsters, Delft (NEN 5104). OUDE RENGERINK, J.A.M., 1998: Gemeente Hardinxveld-Giessendam. Plangebied Dordtse Kil III. Verkennend archeologisch onderzoek, Amsterdam (RAAP-rapport 349). SATIJN, O.P.N./ F.P.J. VAN PUIJENBROEK, W.A.M. HESSING, 2019:Archeologisch vooronderzoek in het kader van

de ontwikkeling van plangebied ’t Oog te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek, Amersfoort (Vestigia rapport V1757) TOL, A/P. VERHAGEN/M. VERBRUGGEN, 2012: Leidraad Inventariserend Veldonderzoek, deel karterend booronderzoek (uitgave SIKB).

VAARS, J.P.L., 2017: Archeologisch bureauonderzoek Binnendams 44-48 te Hardinxveld-Giessendam, Zaandam. WESTERHOFF, W.E./T.E. WONG/E.F.J. DE MULDER, 2003: Opbouw van de ondergrond – Opbouw van het Neogeen en Kwartair, in: E.F.J. de Mulder/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhoff/T.E. Wong (red.), De ondergrond van Nederland, Houten. WILGEN, L.R. VAN, 2005: Archeologisch Bureauonderzoek; Bestemmingsplan Giessendam 2004, Hardinxveld-Giessendam.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

19

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Digitale bronnen -

ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ARCHEOLOGISCH INFORMATIESYSTEEM (ARCHIS): https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login BEELDBANK NEDERLANDS INSTITUUT VOOR MILITAIRE HISTORIE (NIMH): https://nimh-beeldbank.defensie.nl/ BEELDBANK RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ BODEMLOKET: http://www.bodemloket.nl/

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

20

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Kaarten en bijlagen Kaart 1: Kaart 2: Kaart 3:

Ligging plangebied Boorresultaten veldwerk 11-19 juni 2019 Boorresultaten veldwerk 7 december 2020

Bijlage 1: Bijlage 2:

Overzicht van archeologische en geologische perioden Boorstaten

Lijst van afbeeldingen Afbeelding 1: Luchtfoto van het plangebied. Bron: ArcGIS Online 2019. Afbeelding 2: Ligging plangebied op de archeologische verwachtingen- en beleidskaart van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Bron: Boshoven et al 2009. Afbeelding 3: Legenda van de archeologische verwachtingen- en beleidskaart van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Bron: Boshoven et al 2009. Afbeelding 4: Luchtfoto met de ligging van het plangebied t Oog bestudeerd in het bureauonderzoek (rood omlijnd); de deelgebieden West en Oost zijn weergegeven met een blauwe lijn. Bron: Luchtfoto 2018 Ortho 25cm RGB, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal. Afbeelding 5: Ligging van de verwachtingszones binnen het plangebied. Bron: Satijn/Van Puijenbroek/Hessing 2019. Afbeelding 6: Het plangebied ten tijden van het veldonderzoek. Bron foto: Vestigia dd. 11 juni 2019

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

21

V19-4120: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de ontwikkeling van plangebied ’t Oog (Oost) te Hardinxveld-Giessendam, gemeente Hardinxveld-Giessendam.

VESTIGIA BV Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1803, concept 2.1, d.d. 10 december 2020

22

429000

KAART 1 - LIGGING PLANGEBIED LEGENDA

Plangebied

Bebouwing Water 428500

Overige topografie Snelweg

Hoofdweg

Regionale weg 428000

Lokale weg

427000

427500

Uitbreiding plangebied

426500

Hardinxveld-Giessendam

426000

Project:

A15

Beneden Merwede

Rapport: Datum: Bron:

V19-4120: IVO-O Hardinxveld-Giessendam Oost V1803 mei 2019 Top10NL, CC-BY Kadaster nov 2016

Tekenaar: Schaal:

FvP 1:20.000 / A4

0 100 m 114000

114500

115000

115500

116000

116500

117000

117500

118000

427800

KAART 2 - BOORRESULTATEN DEEL 1 LEGENDA

4120027

!

!

427700

!

!

4120063! 4120064

!

427600

4120066

4120072

!

!

!

4120039

4120050

!

4120049

4120065 !

!

!

4120062

!

4120067

Overige topografie Snelweg

Hoofdweg

Regionale weg Lokale weg

!

!

Water

!

4120029

!

Bebouwing

4120015

4120014

4120038

4120048

!

Plangebied

4120026

4120028

4120047

!

4120013

!

!

Boringen

4120024 4120012 !

!

4120025

4120011

!

427500

!

4120071 !

!

4120061

4120070

!

4120046

!

4120040 !

4120023

!

!

4120053

!

4120045 !

4120037 !

!

4120010

4120059

4120044

427400

!

4120054 !

!

4120022

4120036

!

4120009

4120008

!

Project: Rapport: Datum: Bron:

V19-4120: IVO-O Hardinxveld-Giessendam Oost V1803 juni 2019 Top10NL, CC-BY Kadaster nov 2016

Tekenaar: Schaal:

FvP 1:2.500

0 116200

116300

!

116400!

!

116500!

!

116600

!

50 m

/ A4

! !

! !

!

KAART 2 - BOORRESULTATEN DEEL 2 !

4120070

!

4120053

!

!

4120037 !

!

4120059

4120044 !

!

4120069

!

4120060

!

4120043

!

!

4120009

LEGENDA

Plangebied

Bebouwing

427400

!

4120054 !

4120022

4120036

4120035

!

Water

4120008

Overige topografie

!

Snelweg 4120021

Hoofdweg

4120007

Regionale weg

!

Lokale weg !

!

4120052

!

4120041 !

4120034

427300

!

4120057

!

!

4120051 !

4120042

!

4120020

4120033

4120006

4120005

!

4120068

427200

!

4120058

!

!

!

4120032

!

!

!

4120019

427100

4120004 !

4120031 !

4120018

4120016

!

!

4120003

4120030 !

4120017

Project:

4120002 !

4120001 !

Rapport: Datum: Bron:

V19-4120: IVO-O Hardinxveld-Giessendam Oost V1803 ! juni 2019 Top10NL, CC-BY Kadaster nov 2016

Tekenaar: Schaal:

FvP 1:2.500

0 116300

Boringen

116400

116500

116600

116700

50 m

!

/ A4

!

KAART 2 - BOORRESULTATEN DEEL 3

!

!

LEGENDA

Plangebied

4120021 4120007 !

Bebouwing Water

427300

!

!

4120020

!

Overige topografie

4120006

Snelweg

Hoofdweg

Regionale weg Lokale weg

4120005

!

Uitbreiding plangebied

!

!

4120019

4120004 !

427200

!

Boringen

!

!

!

4120018

!

4120016

427100

!

4120017

4120002

!

!

4120055

!

4120001

4120056 Project:

!

427000

!

!

4120003

Rapport: Datum: Bron:

V19-4120: IVO-O Hardinxveld-Giessendam Oost V1803 juni 2019 Top10NL, CC-BY Kadaster nov 2016

Tekenaar: Schaal:

FvP 1:2.500

0 116600

116700

116800

116900

117000

50 m

/ A4

! !

!

!

! !

!

4483001

!

4483004

KAART 3 - BOORRESULTATEN AANVULLEND ONDERZOEK LEGENDA

Plangebied

!

Bebouwing

!

!4 4 !4 48 4830 4830 30 05 02 03 !

!

!

!

Water

Overige topografie

!

!

427600

Aanvullende boringen Giessen stroomgordel

! ! ! !

!

Eerder uitgevoerde boringen

!

!

!

44 8

44 8

!

!

44 8

!

!

!

! ! !

427500

4483006

!

4483009

!

!

30 0

30 1

30 0

8

!

7 !

0

! ! !

!

! !

!

! !

427400

! !

Project: ! !

!

!

4483012

! !

44 8

! !

30 1 !

1

! !

! !

427300

!

Rapport: Datum: Bron:

V19-4120: IVO-O Hardinxveld-Giessendam Oost V1803 December 2020 Top10NL, CC-BY Kadaster nov 2016

Tekenaar: Schaal:

FvP 1:2.300

0 116400

116500

!

116600

116700

! !

! !

/ A4

50 m

Bijlage 1 Overzicht archeologische en geologische perioden

ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

Kalender jaren v./na Christus

Kalender jaren voor heden

C14 jaren voor heden

GEOLOGISCHE PERIODEN

Nieuwe tijd 1.500 na Chr.

Late-Middeleeuwen 1.050 na Chr.

Laat Holoceen

Subatlanticum

Vroege-Middeleeuwen Romeinse tijd

450 na Chr. 12 v. Chr.

IJzertijd 2.500

2.600 800 v. Chr.

Bronstijd 2.000 v. Chr.

5.000

HOLOCEEN

Subboreaal

5.700

Midden Holoceen

Neolithicum

4.900 v. Chr.

Atlanticum

7.900

8.700

5.300 v. Chr.

Mesolithicum Boreaal

9.150

Vroeg Holoceen

10.250

8.800 v. Chr.

Preboreaal 10.150

11.650

Jonge Dryas 10.950

12.850

11.700 12.100

13.900 14.030

12.500

14.640

Laat Glaciaal

Allerød Oude Dryas Bølling Laat Pleniglaciaal

60.000

PLEISTOCEEN

30.000

Weichselien

15.000

Pleniglaciaal

Midden Pleniglaciaal

Paleolithicum

Vroeg Pleniglaciaal

75.000

Vroeg Glaciaal

117.000

Eemien 130.000

Saalien C14 ouderdommen en gekalibreerde ouderdommen van het Holoceen volgens Van Geel et al. (1980/1981). C14 ouderdom van het Laat Glaciaal volgens Hoek (2001/2008) en gekalibreerde ouderdommen van het Laat Glaciaal volgens Rasmussen et al. (2006). Overige pleistocene chronostratigrafie volgens Westerhoff et al. (2003). Archeologische perioden van de prehistorie volgens Louwe Kooijmans et al. (2005) en overige archeologische perioden volgens Archis.

Periode

Van - tot

Vroeg-Paleolithicum Midden-Paleolithicum Laat-Paleolithicum

tot 300.000 voor Chr. 300.000-35.000 voor Chr. 35.000-8800 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Laat-Mesolithicum

88.00-7100 voor Chr. 7100-6450 voor Chr. 6450-4900 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum Midden-Neolithicum Laat-Neolithicum

5300-4200 voor Chr. 4200-2850 voor Chr. 2850-2000 voor Chr.

Vroege-Bronstijd Midden-Bronstijd Late-Bronstijd

2000-1800 voor Chr. 1800-1100 voor Chr. 1100-800 voor Chr.

Vroege-IJzertijd Midden-IJzertijd Late-IJzertijd

800-500 voor Chr. 500-250 voor Chr. 250-12 voor Chr.

Vroeg-Romeinse tijd Midden-Romeinse tijd Laat-Romeinse tijd

12 voor-70 na Chr. 70-270 na Chr. 270-450 na Chr.

Vroege-Middeleeuwen Late-Middeleeuwen

450-1050 na Chr. 1050-1500 na Chr.

Nieuwe Tijd A Nieuwe Tijd B Nieuwe Tijd C

1500-1650 na Chr. 1650-1850 na Chr. 1850-1950 na Chr.

Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4120001 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm)

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116659 : 427062 : Normaal Amsterdams Peil : -153

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 25 klei matig zandig, bruin, matig stevig, A-horizont, omgewerkte grond 25 - 55 klei zwak siltig, geel-bruin, matig stevig, C-horizont 55 - 60 klei zwak siltig, donker-bruin, matig stevig, Opm.: overgangslaag 60 - 100 veen sterk kleiig, donker-grijs-bruin, Veen: matig amorf, bosveen, slap, basis diffuus 100 - 160 veen zwak kleiig, rood-bruin, slap, basis diffuus, Opm.: geen hout 160 - 200 veen zwak kleiig, rood-bruin, bosveen, slap, basis diffuus 200 - 260 veen sterk kleiig, grijs-bruin, bosveen, slap, basis diffuus 260 - 325 klei zwak siltig, bruin, slap, basis diffuus, Opm.: sterk venig 325 - 355 veen sterk kleiig, grijs-bruin, bosveen, slap, basis diffuus 355 - 430 klei zwak siltig, bruin, slap, basis diffuus, Opm.: sterk venig 430 - 500 klei zwak siltig, grijs, slap, Opm.: met stukken hout

4120001

Archeologische Ca indicatoren

1/1

Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4120002 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm)

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116659 : 427062 : Normaal Amsterdams Peil : -153

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 10 klei matig zandig, bruin, matig stevig, A-horizont, omgewerkte grond 10 - 40 klei zwak siltig, geel-bruin, matig stevig, basis geleidelijk, C-horizont 40 - 160 veen zwak kleiig, rood-bruin, Veen: zwak amorf, bosveen, slap, basis geleidelijk 160 - 200 klei zwak siltig, grijs, slap, Opm.: wortels 200 - 235 klei zwak siltig, bruin, slap, basis diffuus, Opm.: sterk venig 235 - 300 klei zwak siltig, grijs, slap, Opm.: wortels 300 - 400 klei zwak siltig, grijs, slap, Opm.: riet1 400 - 470 klei matig siltig, grijs, zeer slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, basis scherp 470 - 500 klei sterk siltig, grijs, slap, Schelpen: spoor schelpmateriaal, Opm.: met enkele veenlaagjes

4120002

Archeologische Ca indicatoren

2 2

1/1

Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4120003 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm)

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116659 : 427162 : Normaal Amsterdams Peil : -137

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 25 klei matig zandig, bruin, matig stevig, A-horizont, omgewerkte grond 25 - 50 klei zwak siltig, bruin-grijs, matig stevig, basis scherp 50 - 165 veen zwak kleiig, rood-bruin, bosveen, slap, basis diffuus 165 - 175 klei zwak siltig, grijs, slap, basis diffuus 175 - 260 veen zwak kleiig, rood-bruin, bosveen, slap, basis diffuus, Opm.: gestaakt op stevig stuk hout

4120003

Archeologische Ca indicatoren

1/1

Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4120004 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm)

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116634 : 427211 : Normaal Amsterdams Peil : -160

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Archeologische Grondsoort Ca indicatoren 0 - 20 klei matig zandig, grijs, matig stevig, basis scherp, omgewerkte grond 20 - 150 veen zwak kleiig, bruin, bosveen, slap, basis diffuus 150 - 265 veen sterk kleiig, bruin, zeer slap, basis diffuus 265 - 340 klei zwak siltig, bruin-grijs, zeer slap, basis diffuus, Opm.: steak venig 340 - 400 veen sterk kleiig, donker-bruin, Veen: zwak amorf, bosveen, veel plantenresten, slap, Opm.: veel hout, complete boom 400 - 450 klei matig siltig, grijs, zeer slap, basis diffuus 2 450 - 500 klei sterk siltig, bruin-grijs, zeer slap, Opm.: venig

4120004

1/1

Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4120005 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm)

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116616 : 427264 : Normaal Amsterdams Peil : -137

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 40 klei matig zandig, geel-bruin, matig stevig, basis scherp, omgewerkte grond 40 - 150 veen zwak kleiig, rood-bruin, bosveen, matig slap, basis scherp 150 - 160 hout bruin 160 - 200 klei zwak siltig, grijs, slap, Opm.: venig 200 - 350 klei zwak siltig, grijs-bruin, veel plantenresten, slap, basis diffuus, Opm.: steak venig met stukkdn hout 350 - 500 veen sterk kleiig, bruin, bosveen, slap, basis diffuus

4120005

Archeologische Ca indicatoren

1/1

Vestigia archeologie en cultuurhistorie 4120006 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm)

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 116625 : 427321 : Normaal Amsterdams Peil : -126

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 40 klei matig zandig, geel-bruin, matig stevig, basis scherp, omgewerkte grond 40 - 170 veen zwak kleiig, rood-bruin, bosveen, slap, basis geleidelijk 170 - 250 veen sterk kleiig, grijs-bruin, bosveen, slap, basis diffuus 250 - 275 klei matig siltig, grijs-bruin, zeer slap, Opm.: venig 275 - 300 klei matig siltig, grijs, zeer slap, basis geleidelijk 300 - 330 klei matig siltig, bruin-grijs, zeer slap, basis diffuus, Opm.: venig 330 - 500 veen zwak kleiig, rood-bruin, bosveen, zeer slap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/713/documents/22919