CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

2b DGJ Begroting 2025.pdf

Gemeenteraad GHG 27 juni 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 13: Verzamelvoorstel verbonden partijen: jaarrekeningen 2023 en begrotingen 2025 incl. zienswijzen - Raadsvoorstel31.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Begroting 2025 GR DG&J

Concept-Begroting 2025 15 april 2024

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

2

Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt de begroting 2025 van GR Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J). Hierin leest u wat voor 2025 de doelen zijn, wat hiervoor gedaan gaat worden, hoe de resultaten meetbaar zijn en wat de begrote kosten zijn. Wij voeren de wettelijke taken op een zo effectieve en efficiënte manier uit, geven onze dienstverlening zo goed mogelijk vorm en doen dat op basis van de behoeften van gemeenten, met oog voor de maatschappelijke opgaven in de regio Zuid-Holland Zuid. Ten tijde van het opstellen van deze begroting 2025, ligt het Meerjarenbeleidsplan 20242028 ter zienswijze voor. De in het Meerjarenbeleidsplan genoemde trends en ontwikkelingen zijn in ambities en leidende principes vertaald. De DG&J zal vervolgens samen met gemeente, maatschappelijke partners en inwoners in 2024 deze ambities uitwerken in een uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma zal in het najaar aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd. Een belangrijke rode draad in dit uitvoeringsprogramma zijn de uitdagingen waar wij, de DG&J, en gemeenten en maatschappelijke partners, in 2025 en de jaren daarna gezamenlijk voor staan. Exogene factoren, als sterke autonome stijging van meldingen op het gebied van LVS, OGGZ en Veilig Thuis in samenhang met het ‘ravijnjaar’, maakt dat wij nog meer met elkaar de verbinding moeten zoeken.

Daarnaast zien wij dat, mede door het Rijk afgedwongen, verdere intensivering van taken op het gebied van publieke gezondheid plaatsvindt (Gezond en Actief Leven Akkoord, Integraal Zorgakkoord, landelijke beleidsagenda Versterking Infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid GGD'en). Daarnaast zal de Hervormingagenda Jeugd in 2025 grotendeels zijn gerealiseerd, waarmee vergaande regionalisering en standaardisatie op Zuid-Holland Zuid niveau op het Jeugdhulp gebied heeft plaatsgevonden. De ingezette (landelijke) ontwikkelingen moeten op termijn resulteren in een verdere versterking van preventie waardoor gezondheidsverschillen van onze inwoners worden verkleind en ontwikkelingskansen worden vergroot. Hier zetten we als DG&J samen met gemeenten, maatschappelijke partners en inwoners ons voor in! Met het vaststellen van deze begroting geven de gemeenten van Zuid-Holland Zuid aan wat van DG&J in 2025 verwacht mag worden.

Eveline Schurink Algemeen directeur DG&J, tevens directeur Publieke Gezondheid Zuid-Holland Zuid

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

3

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

Samenvatting begroting GR DG&J 2025

5

1.1 1.2 1.3

Beleidsontwikkelingen Beleidsvoorstellen Financiële begroting 2025

5 9 18

Beleidsbegroting 2025 GR DG&J

20

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

20 30 33 37 39 40 48

Programma 1: Publieke Gezondheid Programma 2: Veilig Thuis Programma 3: Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt Programma 4: Jeugdgezondheidszorg Programma 5: Kennisprogramma Programma 6: Serviceorganisatie Jeugd Programma 7: Algemene Dekkingsmiddelen

Verplichte paragrafen

50

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

50 58 59 59 60 65

Weerstandvermogen en risicobeheersing Financiële kengetallen Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Openbaarheidsparagraaf

Financiële begroting

67

4.1 4.2

67 70

Overzicht van baten en lasten Taakvelden

Vaststelling

72

Dagelijks Bestuur Algemeen Bestuur

72 72

Bijlagen

73

Bijlage 1a. Inwonerbijdrage 2025 Bijlage 1b. Tarieventabel 2025 Bijlage 2 Beleidsindicatoren Bijlage 3 Verdelingsprincipe producten GR DG&J naar taakvelden Bijlage 4 Meerjarenverloop van reserves, voorzieningen en investeringen

73 76 77 78 79

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

4

1 Samenvatting begroting GR DG&J 2025 1.1 Beleidsontwikkelingen Meerjarenbeleidsplan DG&J 2024-2028 & Bestuursopdracht financiële verkenning bijdrage DG&J verminderen financiële problematiek van deelnemende gemeenten Het Meerjarenbeleidsplan DG&J ZHZ 2024-2028 (MJP) is het koersdocument dat richting geeft aan het uitvoeren van taken door de DG&J, in samenhang en samenwerking met gemeenten. Het MJP bevat leidende principes, ambities en bestuurlijke uitgangspunten voor het uitvoeren van de hoofdopgave van de DG&J: het verminderen van gezondheidsachterstanden en vergroten van ontwikkelkansen van inwoners. Het koersdocument is tot stand gekomen in een intensief gezamenlijk proces met gemeenten. Het biedt flexibiliteit om in te spelen op ontwikkelingen, zoals de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. Naar verwachting stelt het algemeen bestuur het MJP op 6 juni 2024 definitief vast, na overweging van de ontvangen zienswijzen. Op basis van het MJP werkt de DG&J samen met gemeenten, maatschappelijke partners en inwoners in 2024 een uitvoeringsprogramma uit. Daarin maken we concreet hoe we de komende jaren werken aan de ambities van het MJP. Deze ambities zijn: • Excellente uitvoering van alle opgedragen taken, op basis van heldere opdrachten en met een basiscapaciteit die in evenwicht is met de omvang van de taak.

• Versterken van de voorkant (= preventie en sociaal domein), onder andere door adviseren van gemeenten op basis van data, kennis en ervaring met de uitvoering. • Vergroten van impact voor inwoners, in samenhang met de regionale en landelijke transities en transformaties in de publieke gezondheid en het sociale domein. De uitwerking van het uitvoeringsprogramma loopt gelijk op met de verkenning in het kader van de bestuursopdracht van de 10 gemeenten aan de DG&J, vanwege de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. In het uitvoeringsprogramma stellen we realistische doelen. Het tempo en de intensiteit waarmee we toewerken naar de stip aan de horizon, is in hoge mate afhankelijk van de beschikbare middelen en capaciteit. In het uitvoeringsprogramma landen de keuzes die we samen met gemeenten maken over de dienstverlening van de DG&J in de komende jaren. Die keuzes gaan over (1) wat gemeenten gezamenlijk (wettelijk) móeten uitvoeren, (2) wat zij gezamenlijk wíllen uitvoeren en (3) wat zij gezamenlijk aanvullend kúnnen laten uitvoeren door de DG&J. Het algemeen bestuur bespreekt het concept-uitvoeringsprogramma op 26 september 2024. Vanwege dit tijdpad hebben we hier in de voorliggende begroting 2025 geen rekening mee kunnen houden.

Indien gewenst legt het bestuur later dit jaar een voorstel voor begrotingswijziging voor aan de deelnemende gemeenteraden, voor het geven van een zienswijze. Het bestuurlijk uitgangspunt hierbij is dat beleidsintensiveringen worden vergezeld van voorstellen om te stoppen met eerder ingezet beleid en/of te onderzoeken of hervormingen mogelijk zijn.

Hervormingsagenda Jeugd Met ingang van 2026 nemen de rijksbijdragen voor jeugdhulp in het gemeentefonds sterk af (ravijnjaar). De verwachting van het Rijk is dat de maatregelen uit de

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

5

Hervormingsagenda ervoor moeten zorgen dat deze afname van rijksbijdragen opgevangen kunnen worden. In 2025 zullen deze maatregelen grotendeels doorgevoerd moeten zijn. De belangrijkste besparingen moeten komen uit de versterking van de lokale teams inclusief verbinding en versteviging aanpalende domeinen (lokale voorzieningen) en de reikwijdte jeugdhulp (toe te passen door lokale teams). De verwachting van gemeenten is dat de in de Hervormingsagenda opgenomen maatregelen en forse besparingen voor regionalisering en standaardisatie in het algemeen en in ZHZ zeer beperkt tot de noodzakelijke kostenreductie leiden. De 10 gemeenten geven gezamenlijk sturing aan de hervormingsagenda in ZHZ. De SOJ draagt bij op het vlak van inkoop- en contractmanagement. Bij het contractmanagement wordt onder andere gestuurd op de juiste declaratie van ingezette diensten, het normenkader en de contractueel overeengekomen doelen op aanbieder en brancheniveau. Gemeenten zijn betrokken bij het contractmanagement. De SOJ ontwikkelt, samen met gemeenten, nieuwe instrumenten en diensten om het zorglandschap beter te laten functioneren, bijvoorbeeld met de Zorg-Onderwijs Arrangementen. Autonome groei Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen zijn binnen de samenleving de achterstanden onder de bevolking toegenomen. Dit resulteert in een stijgende behoefte aan hulp en zorg.

Daarnaast wordt het lastiger om kwetsbare inwoners met de beschikbare voorzieningen te bereiken. Binnen DG&J zien we als gevolg daarvan dat zowel sprake is van een autonome groei bij de uitvoeringsonderdelen, als ook dat de complexiteit om inwoners toe te leiden naar passende hulp of zorg, toeneemt. Dit effect wordt versterkt door gemeenten die inzetten op preventieve maatregelen, om inwoners eerder te zien en meer inwoners met dreigende hulpvragen te bereiken. Gevolg van dit beleid is dat meer mensen in beeld zijn en komen bij de uitvoeringsonderdelen van DG&J. Dit is bij alle drie uitvoeringsonderdelen van de DG&J; OGGZ, LVS en Veilig Thuis aan de orde. Voor deze drie onderdelen wordt middels deze begroting voorstellen ter uitbreiding voorgelegd.

Vaccinatievoorziening voor volwassenen De activiteiten van de GGD op het vlak van vaccineren beperkten zich traditioneel voornamelijk tot vaccinaties voor reizigers en specifieke beroepsgroepen. De vraag naar vaccinaties die (nog) niet binnen het Rijksvaccinatieprogramma worden gegeven is de afgelopen jaren toegenomen. Ook nam de vraag naar advies en vaccinaties toe van onder andere cliënten met immuniteitsproblemen. Daarbij wordt verwacht dat de GGD op structurele basis programmatische vaccinaties, waaronder bijv. gordelroos en pneumokokken zal gaan uitvoeren, net zoals de Covid-19 vaccinaties. Hiermee wordt de wens van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om het vaccinatielandschap te vereenvoudigen, ingevuld. Op verzoek van VWS heeft het RIVM een uitvoeringstoets gedaan voor het onderbrengen van de vaccinatievoorziening voor volwassenen (4V's) bij de GGD-en. Daarmee komt de uitvoering van alle vaccinatieprogramma's 18+ onder regie van de GGD'en. Een definitief besluit op landelijk niveau hierover wordt in de eerste helft van 2024 verwacht. Vervolgens zal de GGD van start gaan met uitvoering van de opdracht om deze en

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

6

andere vraagstukken organisatorisch onder te brengen in een Vaccinatie Expertise Centrum in de regio Zuid-Holland Zuid. Een bestuurlijk voorstel zal, na landelijke besluitvorming, in 2024 worden voorgelegd waarna de implementatie in 2024 en 2025 zal volgen.

Wijzigingen Rijksvaccinatieprogramma 18Met ingang van 1 januari 2024 maakt de maternale kinkhoestvaccinatie (MKV) onderdeel uit van het Rijksvaccinatie programma. Voorheen werd deze prik, ook wel de 22-weken prik, via het RIVM vergoedt aan Jong JGZ. Het Algemeen Bestuur heeft op 4 april 2024 ingestemd met het voorstel om de middelen die aan het gemeentefonds zijn toevoegt voor de uitvoering van de maternale kinkhoestvaccinatie bij de gemeenten structureel op te halen. Dit besluit is verwerkt in de begroting 2025 middels het verhogen van de inwonerbijdrage met circa € 105.000. De komende jaren staan verschillende wijzigingen in het RVP op het programma. Als eerste is in het najaar van 2023 de uitvoering van de maternale griepvaccinatie gestart. Deze griepvaccinatie zal naast de 22-wekenprik aan zwangere vrouwen worden aangeboden. Op 1 januari 2024 start de mogelijkheid om baby’s te vaccineren tegen het Rotavirus. Dit is een nieuwe vaccinatie die twee maal, op een andere wijze (oraal), moet worden toegediend. Om die reden vraagt de implementatie van de ROTA- vaccinatie meer aandacht. In het implementatiejaar 2024 zal de betaling van beide vaccinaties nog via het RIVM verlopen. Vanaf 2025 zullen beide vaccinaties worden toegevoegd aan het Gemeentefonds.

Zodra de financiële omvang die beschikbaar is voor de regio ZuidHolland Zuid zal dit leiden tot een bestuurlijk voorstel en daarmee samenhangende begrotingswijziging. Vanaf 2025 staat een grote wijziging van het Rijksvaccinatieprogramma in de planning. Dit heeft een forse impact op de momenten van contact zoals deze nu zijn vormgegeven voor de uitvoering van de JGZ en het RVP. Via het programma Jong JGZ groeit door! bereidt Jong JGZ zich hierop voor; de gemeenten worden tussentijds op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Afwijkend indexatieverzoek Jong JGZ De uitvoering van de JGZ vindt plaats door marktaanbieder JongJGZ. Deze aanbieder heeft aangegeven dat zij niet binnen de gestelde indexatie voor het jaar 2024 en verder de uitvoering kan laten plaatsvinden. De fors gestegen loonkosten als gevolg van wijzigingen binnen de CAO, de hogere huur- en energieprijzen en de stijgend kosten voor de inkoop van diensten en materialen maken dat zij, net als in 2023, een verzoek tot structurele bijstelling van de opdrachtsom bij DG&J heeft neergelegd. De DG&J is hierover met Jong JGZ in gesprek. Dit kan ertoe leiden dat medio 2024 een bestuurlijk voorstel zal komen met een verzoek tot aanvullende middelen en/of bijstelling van het takenpakket.

Landelijke ontwikkelingen Veilig Thuis Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Landelijk wordt gewerkt aan de vernieuwing van de jeugdbeschermingsketen, het zogenaamde Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Binnen dit scenario wordt

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

7

een herziening voorgesteld van de jeugdbescherming, waarin de Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen en Veilig Thuis anders met elkaar gaan samenwerken. In de regio ZHZ werken partners programmatisch samen om hierop voor te bereiden. Voor deze stelselherziening wordt er al ingezet op het versterken van het lokale veld. Het hebben van een sterk lokaal veld is randvoorwaardelijk om de doelen van het Toekomstscenario te kunnen bereiken. In het nieuwe stelsel kan het lokale veld extra expertise inroepen bij het werken met veiligheidscasuïstiek. In het kader van het doorbreken van intergenerationeel geweld is deze vorm van domein overstijgend en integraal samenwerken van groot belang. Deze extra expertise is bijvoorbeeld afkomstig van Veilig Thuis, bijvoorbeeld in de vorm van een regionaal veiligheidsteam. Veilig Thuis helpt gemeenten vooruitlopend op het nieuwe stelsel door expertise naar de lokale teams te brengen om zo kindermishandeling en huiselijk geweld te voorkomen en te stoppen en de keten te verstevigen. Veilig Opgroeien is Teamwork Sinds 2019 is Veilig Opgroeien is Teamwerk (VOiT) gestart binnen de regio Zuid-Holland Zuid als regionaal initiatief. Deze werkwijze heeft tot doel om Veilig Thuis, Gecertificeerde Instelling en de Raad voor de Kinderbescherming meer aan de voorkant in te zetten bij casuïstiek van het lokale team.

Dit met de verwachting dat deze werkwijze eraan bijdraagt dat meldingen en kinderbeschermingsmaatregelen worden voorkomen. Momenteel sluit Veilig Thuis bij elk lokale team (14 lokale teams in totaal) aan. Landelijk programma Veiligheid Voorop Dit programma is gericht op de samenwerking tussen Straf en Zorg waarin de gemeenten vertegenwoordig zijn via de VNG. Dit landelijke programma heeft ook directe impact op de inzet van Veilig Thuis. Zo zijn er binnen dit programma verschillende actielijnen bepaald waarvan het de bedoeling is dat alle regio's deze omarmen en regionaal uitrollen. Daarvoor is het belangrijk dat elke regio voor zichzelf beoordeeld waar zij staat met betrekking tot de opgestelde actielijnen. Van daaruit kan er regionaal bepaald worden welke stappen er gezet moeten te worden om de benodigde verbeteringen door te kunnen voeren. Actielijnen die hierin spelen zijn: doorontwikkeling van Tijdelijk Huisverbod, samenwerking binnen ZSM, samen op in acuut en de samenwerking rondom strafbare kindermishandeling. Rente ontwikkeling De liquide stroom van middelen van de DG&J is vrij stabiel. Dit omdat de DG&J geen grote investeringen kent of grondexploitaties. Dit zorgt ervoor dat de afgelopen jaren DG&J geen langlopende leningen diende af te sluiten en beperkt kasgeldleningen.

In 2023 was de DG&J zelfs over liquide, wat resulteerde in verplichte afdrachten in de schatkist van het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren. Over deze afdrachten is rente ontvangen, totaal ongeveer € 0,7 miljoen in 2023. Het is onduidelijk hoe enerzijds de rente zich zal ontwikkelen en daarnaast de liquide positie. Dit laatste is mede het gevolg van de wijze waarop grote projecten zoals het opzetten van een najaar campagne voor de Covid-19 worden gefinancierd vanuit VWS. Gezien het onzekere karakter is het vooralsnog niet mogelijk om met eventuele rentebaten in de begroting rekening te houden. Mochten eventuele rentebaten zich blijven voordoen dan kan op een later

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

8

moment worden geanalyseerd in hoeverre er structurele elementen zitten in deze incidentele middelen.

1.2 Beleidsvoorstellen Middels deze begroting worden een aantal (beleids)voorstellen voorgelegd. In onderstaande tabel zijn de voorstellen weergegeven. Onder de tabel worden deze voorstellen tekstueel toegelicht. (bedragen x € 1)

Nr. 1.

2.

Onderwerp Bijstelling van de indexatie 2024 Pandemische paraatheid

Gevraag besluit Structureel ophogen van de begroting met € 349.000 ten behoeve van de indexatie 2024 Structureel aanvullende inwonerbijdrage van € 70.000 ten behoeve van de versterking van de organisatie voor pandemische paraatheid Incidenteel (alleen 2025) de baten en lasten te verhogen met € 834.000 ten behoeve van autonome groei in meldingen

Impact inwonerbijdrage € 212.481 via inwonerbijdrage € 136.519 via DVO/subsidies/extern € 70.000 via inwonerbijdrage

3.

Veilig Thuis

4.

Crisisdienst

Incidenteel (alleen 2025) de begroting te verlagen met € 118.000

- € 118.000 bijstelling inwonerbijdrage

5.

Meldpunt Zorg & Overlast

€ 429.000 via inwonerbijdrage

6.

Leerplicht & voortijdig schoolverlaten

Incidenteel (alleen 2025) de begroting voor 2025 bij te stellen met € 429.000 als gevolg autonome groei Incidenteel (alleen 2025) de begroting te verhogen met € 438.517 en de lasten te dekken middels een te onttrekken uit de (bij de jaarrekening 2023 te vormen) bestemmingsreserve LVS ter hoogte van € 438.517

7.

TBC

Structureel verhogen van de begroting met € 75.000

€ 75.000 inwonerbijdrage

8.

GAGS

€ 77.000 inwonerbijdrage

9.

Versterking financiële functie Uitvoering rechtmatigheidscontroles bij SOJ

Structureel verhogen van de begroting met € 77.000 Structureel verhogen van de begroting met € 234.000 Incidenteel voor 2025 • € 0,4 miljoen de apparaatslasten te verhogen • de jeugdhulp met € 0,6 miljoen te verlagen • € 0,2 miljoen als voordeel terug te laten vloeien naar gemeenten

10.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

€ 667.200 via inwonerbijdrage € 166.800 via subsidies vanuit centrumgemeenten (Dordrecht, Hoeksche Waar)

€ 438.517 via onttrekking uit de bestemmingsreserve LVS

€ 234.000 inwonerbijdrage € 0,4 miljoen ophoging van inwonerbijdrage tbv apparaatslasten € 0,6 miljoen verlaging van jeugdhulp agv onrechtmatige declaraties

9

€ 0,2 miljoen voordeel op inwonerbijdrage agv lagere declaraties jeugdhulp

In onderstaande tabel is de financiële impact van de voorstellen 1 tot en met 9 voor het jaar 2025 weergegeven. Voorstel 10 m.b.t. de netto besparing rechtmatigheidscontrole jeugdhulpuitgaven is op basis van de huidige begrotingssystematiek niet opgenomen in deze tabel. (bedragen x € 1)

Herziening indexatie 2024 Jaarlijks wordt de begroting van de DG&J geïndexeerd conform de uitgangspunten zoals deze in de kaderbrief zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De hierin opgenomen indexatie is afkomstig uit de septembercirculaire twee jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Voor de begroting 2024 is de septembercirculaire 2022 gehanteerd. Gebruikelijk is dat de indexatie niet wordt bijgesteld voor de daadwerkelijke inflatie/cao. Voor het jaar 2023 heeft dit wel plaatsgevonden, in verband met de bijzondere omstandigheden (o.a. inval Rusland in Oekraïne) die ertoe hebben geleid dat de CAO SGO (gemeenteambtenaren bij o.a. verbonden partijen, CAO SGO is gelijk aan CAO gemeenteambtenaren) en daadwerkelijke doorberekende inflatie via leveranciers aanzienlijk afweek ten opzichte van de gehanteerde indexatie. Dit heeft tot een structurele bijstelling geleidt. Ook voor 2024 is de toegekende indexatie niet toereikend om de daadwerkelijke stijging van de CAO SGO op te vangen. De toegepaste indexatie bedraagt 3,9%, de CAO SGO kent een indexatie van effectief 5,1% voor 2025. Tevens is de inflatie op de materiele budgetten hoger dan de toegekende indexatie van 1,6%. Voorgesteld wordt om de indexatie voor 2024 bij te stellen, concreet voor lonen indexatie van 3,9% naar 5,1% en de materiele budgetten van 2,4% naar 3,5%.

Het effect hiervan bedraagt € 349.000 voor de onderdelen GGD, LVS en VT. Hierin is niet een bijstelling voor de indexatie op de uitvoering van JGZ door Jong JGZ opgenomen, omdat binnen de uitvoeringsovereenkomst tussen de DG&J en Jong JGZ hierover aparte afspraken zijn gemaakt en Jong JGZ een aanvullend verzoek bij de DG&J heeft neergelegd. Deels betreft het indexatie voor subsidie en overige externe inkomsten. Van de totale omvang,

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

10

€ 349.000, is een bedrag van afgerond € 212.000 van toepassing op de inwonerbijdrage. Voorgesteld wordt om voor dit deel de inwonerbijdrage structureel naar boven bij te stellen. Voor de begroting van het onderdeel SOJ is de hogere indexatie 2024 zoals gebruikelijk reeds verwerkt. Contractueel worden de tarieven geïndexeerd volgens de landelijke indexatiemethodiek. In de begroting 2024 was rekening gehouden met 3,6%. De tarieven zijn met 6,1% geïndexeerd. Een stijging van 2,5%. De financiële impact hiervan bedraagt € 3,455 miljoen. Versterking pandemische paraatheid Tijdens de Covid-19 pandemie liepen GGD'en tegen hun grenzen aan, zoals beperkte mogelijkheden om op te schalen, onvoldoende personeel, verouderde informatievoorziening, beperkte kennisoverdracht tussen de regio's en niet uniforme werkwijzen en systemen. Men is ervan doordrongen dat Nederland beter voorbereid dient te zijn op een volgende pandemie. Lerend van COVID-19 en anticiperend op een eventuele toekomstige pandemie hebben de GGD'en met VWS begin 2023 op diverse vlakken de infectieziekte bestrijding organisatie (hierna IZB) versterkt. Landelijk is een nieuwe crisisorganisatie opgericht, de Landelijke Functie Opschaling Infectieziekten (LFI).

Bij de GGD'en is lokaal ingezet om professionals te scholen in IZB, extra personeel is aangetrokken, wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd en er is ingezet op gezamenlijke monitoring en bovenregionale samenwerking met ander GGD'en. Hiermee kan worden geanticipeerd op zowel de uitbreiding van het aantal meldingsplichtige infectieziekten als ook maatschappelijke ontwikkelingen (vaccinatiegraad, kwaliteit van informatie over vaccins enz.). Om de juiste formatie te kunnen bepalen per GGD, heeft een landelijke formatienormering plaatsgevonden. Deze is in opdracht van de GGD'en en VWS uitgevoerd door Berenschot. Hieruit komt naar voren dat de GGD Zuid-Holland Zuid haar formatie structureel met circa 10 fte dient uit te breiden. Ter dekking van deze uitbreiding zijn landelijk middelen beschikbaar gesteld middels een SPUK uitkering. Voor de jaren 2023 en 2024 heeft GGD Zuid-Holland Zuid van VWS € 0,7 miljoen per jaar ontvangen. Voor 2025 en verder zal structureel landelijk circa € 34,8 miljoen beschikbaar worden gesteld. De omvang die voor onze regio beschikbaar komt, is afhankelijk van het verdeelmodel wat landelijk door de DPG-raad nog dient te worden vastgesteld. De verwachting is dat, voor onze regio, het gunstige scenario, verdeling op basis van vijf elementen (oa vaccinatiegraad en de sociaal economische demografie) zal worden gekozen.

Dit betekent dat voor onze regio € 1,1 miljoen beschikbaar komt om de IZB verder te versterken. Met deze middelen kan de formatieve omvang zoals deze uit een landelijk formatienormeringsonderzoek (Berenschot) voor de regio ZHZ is bepaald, grotendeels worden gedekt. Het verschil bedraagt circa € 70.000. Voorgesteld wordt om met dit verschil de inwonerbijdrage structureel te verhogen, om hiermee de inzet te optimaliseren voor ZHZ. Autonome groei Veilig Thuis Het aantal meldingen is de afgelopen jaren bij Veilig Thuis gestegen. Voorzichtig zou gesteld kunnen worden dat de meldingsbereidheid toeneemt, als gevolg van aandacht voor huiselijk geweld, kindermishandeling, femicide en bekendheid van de meldcode. Het effect van de inzet op preventie. Ook wordt aangenomen dat het aantal meldingen stijgt

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

11

door veranderingen in de samenleving die het risico op onveiligheid in gezinnen en relaties doen toenemen en door demografische ontwikkelingen. In de uitvoering van de taken van Veilig Thuis wordt bovendien gezien dat de kans op meldingen toeneemt wanneer er meer (dreigende) scheidingen zijn, en meer vluchtelingen worden opgevangen in de regio. Bij deze inwoners is vaker sprake van een complex samenspel van risicofactoren in hun leven, wat de kans op meldingen doet toenemen. Deze ontwikkelingen zorgen voor meer activiteiten bij Veilig Thuis, dan de forse inspanningen welke zijn ingezet in de keten, tegengaan. De autonome groei in 2023 en 2024 maakt dat voor Veilig Thuis formatieve uitbreiding nodig is. Wanneer dit uitblijft, zullen de wettelijke termijnen niet behaald worden en zullen minder activiteiten rondom meldingen, onderzoek en casuïstiek kunnen worden uitgevoerd. Deelname aan projectinzet die bedoeld is om samen met gemeenten en andere partners efficiënter en effectiever te werken, moet worden stilgelegd. Voor verbetering in de werkwijze en processen binnen Veilig Thuis zelf is geen ruimte. De werkdruk zal fors toenemen, wat een negatief effect heeft op de mogelijkheid om medewerkers te boeien en binden (ook tijdelijk) en een aannemelijk risico is dat het ziekteverzuim verder zal stijgen.

De inspectie zal in 2024 onderzoek doen naar wachtlijsten bij Veilig Thuis organisaties. In het najaar 2022 is de formatie van Veilig Thuis voor het laatst uitgebreid vanwege autonome groei van het aantal meldingen. De formatie (en daarmee samenhangende financiering) is destijds bijgesteld naar 58,90 fte. In aanvulling daarop is incidenteel 3,67 fte beschikbaar gesteld in 2023 en 2024 voor de ondersteuning van lokale teams in het kader van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De totale begrote formatieve omvang komt hiermee voor 2024 uit op 62,57 fte. Gebaseerd op VNG normen en de in 2019 eigen gestelde normen, zou met de prognosticeerde aantal meldingen en adviezen voor 2025 de begrote formatie op respectievelijk 80 fte of 73 fte uitkomen. Veilig Thuis wil met een lagere inzet werken, onder andere omdat efficiënt wordt gewerkt intern en met partners. Een voorbeeld; niet alle meldingen worden een onderzoek, maar zijn gebaat bij een andersoortige interventie, waarmee de inwoner sneller en beter is geholpen. Meegewogen is dat gemeenten beperkte middelen hebben nu en de komende jaren en dat de arbeidsmarkt krap is. Dit leidt tot de volgende overweging: het is de verwachting dat een formatieve omvang van 66,15 fte vooralsnog volstaat.

Met een formatieve omvang van 66,15 fte kan naast het primaire proces invulling gegeven worden aan Veilig Opgroeien is Teamwork en Veiligheid Voorop. Kanttekening die hierbij geplaatst moet worden is dat wanneer extra inzet wordt gevraagd door een individuele gemeente voor genoemde of andere projecten, aanvullende maatwerkafspraken (en daarmee samenhangende financiering) worden gemaakt en uitvoerbaarheid nadrukkelijk wordt afgewogen. De incidentele regionale inzet van 3,67 fte die is ingezet in 2023 en 2024 voor het ondersteunen van lokale teams in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming stopt in 2025. Wanneer gemeenten lokaal deze inzet willen voortzetten zullen aanvullende maatwerkafspraken moeten worden gemaakt (met daarmee samenhangende financiering) en ook hiervoor wordt door Veilig Thuis nadrukkelijk afgewogen of dergelijke inzet uitvoerbaar is. Voorgesteld wordt om de begroting incidenteel bij te stellen van 58,90 fte naar 66,15 fte. De financiële omvang van de uitbreiding bedraagt € 834.000 incidenteel. Binnen de begroting van Veilig Thuis is incidenteel € 118.000 gevonden, omdat binnen de crisisdienst de formatieve omvang 1 fte naar beneden kan worden bijgesteld.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

12

Veilig Thuis wordt enerzijds gefinancierd vanuit de inwonerbijdrage en anderzijds vanuit de twee centrumgemeenten waar de regio Zuid-Holland Zuid onder valt (centrumgemeente Nissewaard (voor gemeente Hoeksche Waard) en centrumgemeente Dordrecht (overige gemeenten). De centrumgemeenten zijn verantwoordelijk voor het volwassenendeel (18+) wat overeenkomt met 20% van de casuïstiek. De individuele gemeenten zijn verantwoordelijk voor het Veilig Thuis Jeugd (80%) en de inzet van de crisisdienst. Dit betekent dat een deel van de benodigde uitbreiding niet alleen tot een bijstelling van de inwonerbijdrage leidt, maar ook tot een verzoek tot aanvullende subsidie vanuit de centrumgemeenten. De daling van de begroting voor de crisisdienst komt volledig ten gunste van de inwonerbijdrage.

Realisatie 2021

Uitgangaspunt 2022

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

NB: Voor Q4 2024 zal binnen het regionale programma Toekomstscenario kind en gezinsbescherming en/of Veilig opgroeien is teamwork een aanvulling op de lopende plannen en visie op de werking van de keten worden opgesteld en in het AB worden geagendeerd, op basis waarvan de structurele benodigde omvang van Veilig Thuis vanaf 2026 wordt vastgesteld.

Meldingen

3.894

4.000

4.171

4.599

4.972

4.600

Overdragen

3.116

2.480

3.497

3.879

4.100

3.900

Overdracht ondersteuning

459

960

440

429

480

600

Onderzoek

562

560

523

600

572

600

Adviezen

2.938

2.750

2.866

3.305

3.984

3.300

Monitoring

562

560

523

600

572

600

FTE begroot

62,57

62,57

62,57

62,57

62,57

58,90

Fte omvang obv VNG normen

67,54

65,59

70,28

78,18

81,37

80,44

Fte omvang obv VT zhz normen

60,88

58,95

64,08

71,07

74,59

73,33

1,69

3,62

-1,51

-8,50

-12,02

-14,43 66,15

Verschil Fte begroot vs eigen norm Voorstel

Meldpunt Zorg en Overlast Wij zien een groei in het aantal meldingen bij het meldpunt. Met name het aantal inwoners dat in beeld kwam bij het meldpunt is aanzienlijk gestegen. Dat waren er in 2023 3.937 ten opzichte van 3.199 in 2022 (zie ook navolgende tabel). Dit betekent dat per saldo over meer mensen wordt gemeld. Daarbij blijkt, onder andere als gevolg van het grotere aantal meldingen ook het doorverwijzen naar beschikbare, passende interventies/hulp en of zorgaanbod tijdrovender en complex is. Dit betekent ook dat de doorlooptijd toeneemt. Dit heeft een dubbel effect; meer inwoners zijn langer in beeld van het Meldpunt Zorg en Overlast. De verwachting is vooralsnog dat deze lijn zich ook in 2025 zal voortzetten.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

13

Aantal unieke personen 5000 4000 3000 2000 1000 0

3273 2683

3199 2618

1257

1161

2021

2022

3927 3305 1289 2023

# unieke personen # personen herhaalmelding # personen initiële melding Het aantal inwoners in beeld bij het meldpunt is aanzienlijk hoger dan het aantal in 2022. Deze stijgende lijn zet zich in de eerste maanden van 2024 voort. Dit geldt ook voor het aantal personen waarover initieel is gemeld. Het aantal personen dat meer dan één keer in beeld is gekomen bij het Meldpunt Zorg & Overlast is slechts licht gestegen. (NB: Omdat er over meer dan een persoon tegelijk kan worden gemeld, tellen de aantal personen niet automatisch op tot het aantal meldingen). Complicerend is dat voor de Meldpunten Zorg & Overlast nog geen landelijke benchmark beschikbaar is met betrekking tot de omvang van in te zetten personeel in relatie tot de uit te voeren werkzaamheden, omdat het relatief nieuwe werkzaamheden zijn. In de voorliggende periode zijn wij gestart om data te genereren en deze inzichtelijk te maken, net als nadere professionalisering. Voor het Meldpunt Zorg & Overlast zijn de afgelopen jaren incidentele middelen ter beschikking gesteld vanuit de inwonerbijdrage. Dit was nodig om de werkzaamheden van het meldpunt te kunnen blijven uitvoeren, gezien de autonome groei van meldingen.

Voorstel uitbreiding Op basis van de autonome groei stellen wij voor de eerder beschikbaar gestelde incidentele uitbreiding voor 2023 en 2024 te continueren en van 1 fte bij te stellen naar 3 fte incidenteel (€ 429.000) voor het jaar 2025. Deze uitbreiding naar 3 fte is het gevolg van het toenemende aantal meldingen die effectief toe geleidt dienen te worden naar passende hulp- zorgtrajecten. In de in uitvoering zijnde Bestuursopdracht inventarisatie naar mogelijkheden om bij te dragen aan de financiële positie van gemeenten en toekomstbestendig sociaal domein, is voorgesteld het totale takenpakket van OGGZ (waartoe het meldpunt zorg en overlast behoort) door te lichten en te hercontracteren, zodat het regionale dienstenpakket voor de OGGZ kan worden opgenomen in de begroting DG&J 2026. Onderzoeksvragen hierbij zijn onder andere wat regionaal en wat lokaal uitgevoerd wordt en welk effect de ombuigingen op basis van het ingezette (gemeentelijke beleid) gerealiseerd kunnen worden (bijv. Wijk-GGD aanpak). Autonome groei LVS Het aantal meldingen van ongeoorloofd schoolverzuim is erg hoog. Deze stijgingen komen overeen met de geluiden uit de maatschappij over een toename van mentale problematiek bij de jeugd en meldingsbereidheid van de scholen. Het eerder verlaten van

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

14

het onderwijs om door te stromen naar werk is mede een oorzaak van de stijging. De afgelopen jaren is de begrotingsnorm van 2.000 afgehandelde meldingen ruim overschreden. Als gevolg hiervan loopt de doorlooptijd van alle werkzaamheden op. Met behulp van eerder toegekende tijdelijke additionele middelen worden achterstanden weggewerkt. In onderstaande tabel is cijfermatig te zien dat de stijging qua meldingen en het afhandelen van absoluut verzuim en vrijstellingen fors is ten opzichte van 2021. Jaarrekening 2021

Jaarrekening 2022

Jaarrekening 2023

Relatief verzuimmeldingen 18-

1.763

2.181

2.575

Absoluut verzuimmeldingen

261

238

573

Thuiszitters actueel

59

45

58

Thuiszitters in beeld geweest

89

136

131

Behandelde vrijstellingen

419

552

638

Verleende vrijstellingen

342

450

523

Sinds de vorming van het regionaal bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten is de omvang van de formatie gelijk gebleven. De formatie (inclusief de additionele middelen voor 2023 en 2024) van LVS is gebaseerd op een norm uit 2007 van Ingrado (de landelijke vereniging van leerplichtambtenaren en Doorstroompunt (RMC)) waarbij wordt uitgegaan van een formatierichtlijn (kosten voor personeel) van 1 fte op 3.800 leerlingen voor de uitvoering van de Leerplichtwet. In april 2023 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met een tijdelijke uitbreiding van de capaciteit Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) met 4,6 fte inhuur tot 31 december 2023 vanwege de disbalans tussen de gevraagde inzet van LVS en de beschikbare capaciteit. In november 2023 is besloten om deze tijdelijke capaciteit voor 2024 te continueren. Zelfs met de toevoeging van de 4,6 fte staat de uitvoer van de basistaken van leerplicht onder druk gezien de stijgende meldingen omdat ook voor de eerste maanden van 2024 een stijging van 41% voor relatieve verzuimmeldingen en 27% voor de absolute verzuimmeldingen wordt geconstateerd. Formatietool 2022 Ingrado (brancheorganisatie Leerplicht) heeft eind 2022 in samenwerking met adviesbureau Berenschot een formatietool Leerplicht ontwikkeld.

Deze formatietool is bedoeld ter ondersteuning van de afdelingen Leerplicht bij het in kaart brengen van de balans tussen (wettelijke en aanvullende) taken en formatie. Uit het onderzoek van Berenschot is het formatieadvies van 1 fte per 2.700 leerlingen vastgesteld. Dit is inclusief de leerplichtambtenaar, administratie, applicatie, kwaliteit en coördinatie. Situatie Zuid-Holland Zuid Het aantal leerplichtige en kwalificatie plichtige leerlingen in ZHZ eind 2023 is 68.277. Op basis van de oude norm (3.800 leerlingen per fte) is 18 fte (68.277/3.800=18 fte) nodig. Dit is ongeveer gelijk aan de huidige vaste formatie (12,9 fte) en de tijdelijke incidentele formatie (4,6 fte) welke voor 2023 en 2024 is toegevoegd, samen 17,5 fte. Zonder de tijdelijke formatie is elke FTE verantwoordelijk voor 5.300 leerlingen. Op basis van de formatietool 2200 (2.700 leerlingen per fte) is 25,3 fte (68.277/2.700) nodig.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

15

Bestuursopdracht LVS door gemeenten Op dit moment loopt een bestuursopdracht bij gemeenten gericht op verbetering van de aanpak voor het voorkomen en oplossen van schoolverzuim en schooluitval, waarin gesignaleerde knelpunten in de keten worden opgelost. Helder moet hieruit ook worden wie welke verantwoordelijkheid in de keten heeft en wat dit betekent voor bezetting en financiering van LVS. Het Algemeen Bestuur van DG&J volgt het proces en de resultaten van deze bestuursopdracht en hoopt in september 2024 een besluit te kunnen nemen over de benodigde formatie vanaf 2026. Voorstel uitbreiding Op basis van het aantal meldingen in de jaren 2022 en 2023 en de stijging die in de eerste maanden van 2024 is geconstateerd is het realistisch om te verwachten dat de meldingen in 2025 ook hoog zullen blijven. De nu lopende bestuursopdracht LVS zal inzichtelijk moeten maken wat de daadwerkelijke omvang van fte voor LVS zal worden voor de komende jaren. In de begroting voor 2026 zal deze vertaling van de Bestuursopdracht LVS definitief een plek krijgen. Net als voor 2023 en 2024 zal, bij ongewijzigd beleid, mede gebaseerd op de verdere oplopende groei van meldingen, minimaal 4,6 fte (gelijk aan de incidentele uitbreiding 2024) aanvullend nodig zijn.

Gezien de lopende bestuursopdracht, wordt voorgesteld om de begroting met € 438.571 incidenteel voor 2025 bij te stellen, en de dekking hiervan plaats te laten vinden middels het vormen van een bestemmingsreserve vanuit het jaarrekening resultaat 2023. NB: De nu lopende bestuursopdracht LVS bij gemeenten zal inzichtelijk moeten maken wat de daadwerkelijke omvang van fte voor LVS zal worden voor de komende jaren. In de begroting voor 2026 zal deze vertaling definitief een plek krijgen. Tuberculose bestrijding Tuberculose (TBC) komt beperkt voor in Nederland. Indien sprake is van een TBC besmetting, dan is dit voornamelijk het gevolg van een besmetting veroorzaakt door reizen danwel immigratie. Om kennis te borgen binnen Nederland op het gebied van TBC, is Nederland opgedeeld in REC (regionale expertise centrum) regio's. Zuid-Holland Zuid valt onder REC Zuid-Holland en daarbinnen werkt zij nauw samen met de GGD Rotterdam-Rijnmond (GGD RR).

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

16

De afgelopen jaren heeft de GGD RR geen indexatie doorbrekend aan de DG&J. Vanwege de sterk gestegen salarislasten, maar ook vanwege verdere professionalisering heeft de GGD RR aangegeven dat zij niet meer binnen bestaande begroting uitvoering kan geven aan de taken. Dit betekent dat de lasten voor de regio Zuid-Holland Zuid met € 75.000 stijgen. Voorgesteld wordt om met dit bedrag de inwonerbijdrage bij te stellen.

Gezondheidskundig adviseur gevaarlijke stoffen De vraag naar advisering omtrent Gezondheid en Milieu; een gezonde leefomgeving, neemt toe bij de GGD. Naast ontwikkelingen omtrent PFAS en Chemours, waartoe we voor 2025 incidentele middelen verwachten te genereren, is er vanaf 2025 ook extra inzet benodigd voor de taken van de Gezondheidskundig adviseur(s) gevaarlijke stoffen (afgekort GAGS). Deze wettelijke taak op gebied van advisering gevaarlijke stoffen bijvoorbeeld tijdens incidenten en rampen, is binnen Zuid-Holland belegd in een gezamenlijke pool die werkzaam is vanuit de GGD RR. Om onze verplichtingen te kunnen voldoen is het gezamenlijke convenant van de 4 GGD’en in de provincie Zuid-Holland geactualiseerd en, onder voorbehoud van het begrotingsproces 2025, ondertekend. De meerkosten voor iedere GGD bedragen € 77.000 op jaarbasis. Voorgesteld wordt om de inwonerbijdrage structureel met deze omvang te verhogen. Hiervoor worden binnen onze regio binnen het team Gezondheid en Milieu de structurele capaciteit op gebied van MMK versterkt en blijven de 4 GGD’en in gezamenlijkheid in de GAGS-pool samenwerken. Borgen financiële kolom De impact van financiële regelgeving en verantwoording zorgt voor grote druk op de slanke financiële kolom van DG&J.

De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, de toename van verantwoordingseisen voor onder andere het grote aantal specifieke uitkeringen zorgen voor structurele druk op de financiële kolom. De laatste jaren is hiervoor structureel ingehuurd. Structurele druk vraagt om structurele borging, waarmee senioriteit kan worden geborgd, kennis behouden blijft en producten kunnen worden doorontwikkeld. Vanuit de accountant (managementletter) en de auditcommissie is hier dringend aandacht voor gevraagd. Er wordt dekking gevraagd voor het vast werven van senior capaciteit van 2 fte. De kosten worden geraamd op € 234.000. Voorgesteld wordt om de inwonerbijdrage met deze omvang structureel bij te stellen. Uitvoeren rechtmatigheidscontrole door SOJ In de Hervormingsagenda is het uitvoeren van controle op onrechtmatige declaraties opgenomen. Voorgesteld wordt dat de regio hier ook invulling aan gaat geven, via uitvoering van de SOJ. Voor aanloop- en uitvoeringskosten is hiervoor in de begroting 2025 € 0,4 mln. opgenomen. De opbrengsten hiervan in vorm van terugvordering van onrechtmatige declaraties zijn voor € 0,6 mln. opgenomen in de begroting 2025. Per saldo een voordeel van € 0,2 mln. Na evaluatie hiervan zal worden bepaald hoe hier na 2025 mee om te gaan.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

17

1.3 Financiële begroting 2025 (bedragen x € 1.000) progr. Programma

Jaarrekening 2023 Lasten

Baten

Begroting 2024 na wijzigingen

Saldo

Lasten

Baten

Begroting 2025

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Mutatie

1

Publieke Gezondheid

18.182

18.302

119

9.509

9.509

0

10.604

10.604

0

2

Veilig Thuis

7.553

7.857

303

8.409

8.409

0

8.317

8.317

0

-91

3

Onderwijs

2.946

2.893

-53

2.725

2.725

0

3.151

3.151

0

426

4

JGZ

13.078

13.092

14

13.586

13.586

0

14.302

14.302

0

716

5

Kennisprogramma

1.029

1.175

146

1.168

1.168

0

1.225

1.225

0

57

6

Serviceorganisatie Jeugd

134.020

134.020

0

133.150

133.150

0

150.171

150.171

0

17.020

Saldo baten en lasten

176.808

177.337

530

168.547

168.547

0

187.770

187.770

0

19.224

0

0

0

0

0

0

0

0

0

176.808

177.337

530

168.547

168.547

0

187.770

187.770

0

0

0

Mutaties reserves Geraam d resultaat

1.095

19.224

7

Treasury

0

604

604

0

0

0

0

7

Overhead

12.796

8.780

-4.016

12.460

0

-7.206

13.339

7

Algemene baten en lasten

286

3.912

3.626

0

12.460

7.206

0

13.339

7.439

-879

189.890

190.633

744

181.006

181.006

0

201.109

201.109

0

20.103

0

Saldo baten en lasten Mutaties reserves Totaal DG&J

0 -7.439

0

0

0

0

0

0

0

0

0

58

58

0

0

0

0

0

0

189.890

190.691

802

181.006

181.006

0

201.109

201.109

0

879

20.103

Ontwikkeling Jeugdhulpuitgaven In de 2e burap van 2023 is geconstateerd dat de jeugdhulpuitgaven, afgezien van specifieke (boven)regionale en landelijke afspraken over groepsverkleining, JeugdzorgPlus en de kleinschalige alternatieven voor JeugdzorgPlus en indexatie zich stabiliseren en voor het tweede jaar op rij maar zeer beperkt sprake is van (autonome) groei. Tegelijkertijd zien we dat de kostenontwikkeling per gemeente sterk verschilt en fluctueert. Dit wordt vaak veroorzaakt door toe- of afname van jeugdigen die intensieve verblijfszorg nodig hebben. Deze toe- en afnames zijn niet te voorspellen. In de vorige begroting en meerjarenperspectief is ervoor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, zowel geen generieke besparingen als geen groei, in aanvulling op de prognose van de kosten, te verwerken. Deze gedragslijn wordt in deze begroting voortgezet. Wel zijn er een aantal risico's die tot hogere kosten kunnen leiden. Gemeenten kunnen in de zienswijzen, net als voorgaande jaren, gericht op de actuele situatie en plannen voor de eigen gemeente gemotiveerd een aanpassing aangeven. Onderstaand is een schema opgenomen waarbij een relatie wordt gelegd tussen voorzichtig, evenwichtig en ambitieus begrotingsbeleid enerzijds en het (niet) opnemen van groei en besparingen anderzijds. Voorzichtig (minder risio) Geen besparingen

Evenwichting / realistisch (gemiddeld risico) Geen besparingen

Ambitieus (hoger risico) Wel besparingen

Groei opnemen

Geen groei

Geen groei

De gemeentelijke bijdragen 2025 volgens de laatste meerjarenperspectief bedroeg € 138,2 miljoen. De financiële raming van de jeugdhulpuitgaven 2025-2028 is gebaseerd op de prognose van de kosten per gemeente voor het jaar 2024 en zijn vervolgens geïndexeerd naar het prijsniveau 2025. In onderstaande tabel is de ontwikkeling tussen de laatste meerjarenperspectief 2025 en de voorliggende begroting 2025 weergegeven. In hoofdstuk 2.6 is nadere duiding

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

18

weergegeven. In onderstaande cijfers zijn de apparaatslasten van de SOJ meegenomen, het betreft circa € 5,5 miljoen.

Gemeentelijke bijdragen 2025 laatste meerjarenperspectief

138.204

Indexatie 2024 hoger dan laatste meerjarenperspectief

3.455

2,5%

Indexatie 2025

6.573

4,8%

Niet verwerken besparingen gemeenten vorige primaire begroting pp 2025

2.864

2,1%

966

0,7%

1.558

1,1%

Beëindiging gezinshuis en overgang jeugdigen naar kleinschalige woonvoorziening pp 2025

585

0,4%

Verlagen bezettingsgraad in tarieven Jeugzorgplus van 95% naar 90% pp 2025

255

0,2%

Netto besparing rechtmatigheidscontrole

-200 -0,1%

Verkleinen groepen 3Milieu pp 2025 Verlagen caseload jeugdbeschermers pp 2025

Per saldo groei jeugdhulpgebruik pp 2025 Gemeentelijke bijdragen primaire begroting 2025

1.811

1,3%

156.071 12,9%

Indexatie onderdelen GGD, VT en LVS De begroting 2025 is geïndexeerd volgens de kaders zoals deze in de kaderbrief 2025 zijn aangegeven: De lonen zijn met 5,4% geïndexeerd en de materiële budgetten met 1,6%. De totale omvang van de indexatie bedraagt € 1,97 miljoen, hiervan is € 0,54 miljoen verlegd naar subsidies, offertes en overige externe inkomsten. Voor het resterende deel, € 1,43 miljoen, wordt voorgesteld, conform de kaderbrief 2025, om de inwonerbijdrage op te hogen.

Toezicht WMO, Meldpunt Zorg en Overlast en Veilig Thuis In november 2023 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de bereikbaarheidsinzet middels inwonerbijdrage te dekken. De financiële omvang hiervan bedraagt voor het jaar 2025 € 139.000 en is in de begroting verwerkt als een structurele ophoging van de inwonerbijdrage. Voor de jaren 2023 en 2024 was incidenteel 1 fte procesregisseur aan de begroting toegevoegd. Voor 2025 is de begroting hierop aangepast, middels een verlaging van de inwonerbijdrage met € 130.000. Voor Veilig Thuis was incidenteel 3,67 fte (circa € 378.000) beschikbaar gesteld. Deze incidentele middelen waren bedoeld voor het ondersteunen bij de lokale teams rondom het Toekomstscenario. De begroting 2025 is hiermee, ten opzichte van 2024 en de jaren daarvoor, naar beneden bijgesteld. Indien inzet vanuit Veilig Thuis voor het Toekomstscenario gewenst is, dan dient hiervoor een individuele maatwerk afspraak te worden gemaakt.

Verschuiving overhead binnen GGD en LVS Om invulling te geven aan de pandemische paraatheid is IZB in 2023 en 2024 verstevigd. De uitbreiding komt neer op ongeveer 10 fte. Binnen de begroting van DG&J wordt het aantal fte wat werkzaam is op het primaire proces als verdeelsleutel gebruikt om de overhead toe te rekenen naar de diverse producten onder de merken GGD en LVS. Doordat het aantal fte sterk toeneemt, verschuift nu overhead van deze producten naar IZB. Per saldo wijzigt de omvang van de begroting, en daarmee samenhangende inwonerbijdrage niet. Wel treden verschuivingen op binnen de producten. Dit betekent concreet dat er nu meer inwonerbijdrage gaat naar IZB en minder naar producten als Gezondheidsbevordering, OGGZ en Kennisprogramma.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

19

2 Beleidsbegroting 2025 GR DG&J 2.1 Programma 1: Publieke Gezondheid Wat willen wij bereiken? De inwoners van Zuid-Holland Zuid mogen rekenen op bescherming van hun gezondheid tegen invloeden waartegen zij zichzelf niet, of niet voldoende, kunnen beschermen. Het programma Publieke Gezondheid heeft de volgende maatschappelijke doelstellingen: 1. Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van infectieziekten en waar nodig het bestrijden van infectieziekten, waaronder SOA’s en TBC en het bevorderen van het hygiënebesef en het op juiste wijze toepassen van hygiënemaatregelen. 2. Het voorkomen van de introductie van import infectieziekten in ZHZ en het beschermen van reizigers tegen infectieziekten en andere gezondheidsrisico’s. 3. Het adviseren over de gezondheidseffecten van milieuvraagstukken. 4. Het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige kinderopvang voor een goede ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. 5. Het bevorderen van een gezonde leefstijl en gezondheid gedrag (preventieve publieke gezondheid). Het verbeteren van de (ervaren) fysieke en psychische gezondheid en het verminderen van de psychosociale problematiek van kwetsbare doelgroepen van 0 tot 100 jaar. 6. Het beschermen van de gezondheid van inwoners bij rampen en crises. 7.

Het coördineren van de preventieve Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) voor de gehele bevolking, preventieve zorg voor risicogroepen en zorg voor kwetsbare personen die zelf geen hulp zoeken zoals dak- en thuislozen en zorgwekkende 'zorgmijders'. Het Meldpunt Zorg en Overlast is in de regio ZHZ belast met de uitvoering van OGGZ taken. Het Meldpunt Zorg en Overlast ZHZ is gericht op het aannemen/triageren van meldingen en coördineren van de zorg en hulpverlening aan de OGGZ doelgroep.

1. Infectieziektebestrijding en hygiënezorg De inwoners van Zuid-Holland Zuid mogen rekenen op bescherming van hun gezondheid tegen invloeden waartegen zij zichzelf niet, of niet voldoende, kunnen beschermen. De Wet Publieke Gezondheid bevat hiertoe regelgeving die een belangrijke taak in het voorkomen en bestrijden van infectieziekten neerlegt bij de GGD. De afgelopen jaren hebben we ervaren hoe belangrijk deze GGD-rol is. De maatschappelijke effecten van een uitbraak van een infectieziekte zijn in potentie enorm. In het kader van het landelijke programma Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische paraatheid ontvangt de GGD voor 2024 tijdelijke rijksmiddelen. Een betere voorbereiding nieuwe uitbraken wordt hiermee bevorderd. Deze zet de GGD onder andere in om meer professionals te scholen in de infectieziektebestrijding, en om extra personeel aan te trekken ten behoeve van de infectieziektebestrijding en de voorbereiding op uitbraken van infectieziekten. Ook wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de verspreiding van infectieziekten in kinderdagverblijven. Om voorbereid te zijn op de toekomst wordt er ingezet op gezamenlijke monitoring en bovenregionale

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

20

samenwerking met andere GGD'en. Dit alles gebeurt in nauw overleg met GGD/GHOR Nederland en de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektenbestrijding (Lfi) van het RIVM. Het toenemende infectierisico als gevolg van de afnemende vaccinatiegraad van kinderen in het Rijks Vaccinatieprogramma baart ons al geruime tijd zorgen omdat dit het risico vergroot van uitbraken van ernstige infectieziekten. Preventie is dus ook nodig. De GGD wil bereiken dat iedereen, ook jonge kinderen en mensen die vanwege hun gezondheid niet gevaccineerd kunnen worden, door het bestaan van groepsimmuniteit beschermd zijn tegen ernstige infectieziekten zoals mazelen en polio. Daarvoor is een voldoende hoge vaccinatiegraad nodig. Dit vraagt een nieuw antwoord om gehoor te geven aan twijfel bij voornamelijk ouders, en om tegelijkertijd de bescherming tegen ernstige infectieziekten voorop te stellen. Hiervoor zijn extra inspanningen vanuit de GGD in samenwerking met de JGZ (JongJGZ) nodig. Bijvoorbeeld op gebied van communicatie, de wijze van uitvoering (toegankelijkheid o.a.) en samenwerking met zorgprofessionals in de keten, zoals geboortezorgpartners. Ook onderzoek is nodig om beter inzicht te krijgen in barrières bij (aanstaande) ouders en kinderen en zicht te hebben op mogelijke effectieve interventies. 2. Voorkómen import infectieziekten Nederlanders reizen veel en ver, ook inwoners van onze regio.

Het is belangrijk voor henzelf en voor onze samenleving dat zij op reis geen infectieziekten oplopen en die mee terug nemen naar huis. Wij willen bereiken dat inwoners gezond blijven tijdens en na hun reis. Door de import en verspreiding van (nieuwe) infectieziekten te voorkomen in onze regio én in Nederland kan de publieke gezondheid maximaal worden beschermd. De GGD biedt daartoe reizigersadvisering aan, vaccinatie en voorschrijven van medicatie. Deze taken zullen wij samen met onze andere taken op gebied van vaccineren, waaronder programmatische vaccinaties onderbrengen in de door de Minister van VWS beoogde Vaccinatievoorziening voor Volwassenen. Binnen een Vaccinatie Expertise Centrum in Zuid-Holland Zuid bieden we straks vaccinatiezorg en expertise op één herkenbare plek in de regio. Waarbinnen we een stevig fundament behouden voor pandemische paraatheid en waar nodig campagnes kunnen opschalen (zoals bijvoorbeeld een jaarlijkse Covid-campagne). Een bestuurlijk voorstel daarvoor wordt in 2024 verwacht waarna implementatie in 2024 en 2025 zal volgen.

3. Gezondheid & Milieu Gezondheid en de inrichting van de omgeving hebben alles met elkaar te maken. De leefomgeving heeft namelijk een grote impact op de gezondheid, zowel positief als negatief. Als deskundige op het terrein van de invloed van de omgeving op de gezondheid wil de GGD voor de bewoners van ZHZ een zo gezond mogelijke omgeving bereiken, zowel buiten als binnenshuis. De adviseurs van de GGD geven advies aan burgers en gemeenten over het stimuleren van een veilige en gezonde leefomgeving, het beperken van contact met milieuverontreiniging en het beoordelen van de daarbij horende gezondheidsrisico’s. Klimaatverandering zal, zonder de juiste maatregelen, negatief effect hebben op de gezondheid via bijvoorbeeld UV-straling en hittestress. De veranderingen die de energietransitie met zich meebrengt, kunnen zowel positieve als negatieve effecten hebben op de gezondheid. Ook zullen er door beperkingen in de ruimte, keuzes moeten worden gemaakt over woningbouw in ongezonde leefomgevingen, bijvoorbeeld in de

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

21

buurt van industrie of drukke wegen. De adviseurs van de GGD denken mee op deze thema's en beantwoorden vragen.

4. Toezicht kinderopvang/Toezicht WMO Door toezicht te houden op de kinderopvang draagt de GGD bij aan een sociaal en fysiek veilige en gezonde omgeving voor kinderen die gebruik maken van de kinderopvang. Goede kinderopvang draagt bij aan een goede start voor kinderen in de maatschappij. Door toezicht te houden op de individuele en collectieve Wmo voorzieningen draagt de GGD bij aan de veiligheid, het welzijn en de participatie van inwoners die aangewezen zijn op deze voorzieningen.

5. Crisisorganisatie Voor de bescherming van de gezondheid van inwoners bij rampen en crisis heeft de DG&J samen met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) de beschikking over een georganiseerde, voorbereide en altijd beschikbare crisisorganisatie voor calamiteiten die de volksgezondheid raken. Jaarlijks wordt een zogeheten OTO-plan opgesteld en uitgevoerd, dat gericht is op het opleiden, trainen en oefenen van de crisisorganisatie medewerkers.

6. Gezondheidsbevordering We zetten ons in 2025 en verder nadrukkelijk in voor het verkleinen van gezondheidsachterstanden en het vergroten van ontwikkelingskansen. Wij focussen daarin op de onderwerpen in het GALA-akkoord en dragen zo bij aan de opgaven waar onze gemeenten voor staan. Hiertoe behoort ook het neerzetten van een regionale preventie infrastructuur met vijf ketenaanpakken. Overall streven we naar een gezonde en vitale bevolking in onze regio in een leefomgeving die daaraan bijdraagt. Wij vertalen landelijke ontwikkelingen naar regionale kansen. Daarnaast zetten we onze succesvolle preventieve aanpakken op gezonde leefstijl en gezond gedrag voort of breiden deze waar mogelijk uit, daar waar het kan en moet zo lokaal en wijk- of buurtgericht mogelijk. Dat doen we zoveel mogelijk domeinoverstijgend om een zo groot mogelijke impact te sorteren: om de gezondheidsachterstanden van inwoners, op fysiek, mentaal en sociaal vlak, terug te dringen.

7. Meldpunt Zorg & Overlast / OGGZ In 2025 wordt verder uitvoering gegeven aan de taken binnen de OGGZ, en dragen we bij aan het vergroten van kansen voor kwetsbare personen om deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Zorgmijdende en/of personen met onbegrepen gedrag worden door de wijk GGD, (specialistische) bemoeizorg en (lokale) ketenpartners toegeleid naar zorg. Daarnaast is meldpunt Zorg & Overlast voorbereid op de komst van de WAMS. In de aanpak rondom personen met onbegrepen gedrag participeert de GGD in een regionale kenniswerkplaats onbegrepen gedrag (RKOG) waar expertise wordt uitgewisseld in het kader van het continue versterken van een sluitende aanpak. In het bijzonder wordt er in het RKOG toegewerkt naar een regionaal vangnet voor kwetsbare personen die tussen wal en schip terecht (dreigen te) komen. Als onderdeel van het landelijke actieprogramma 'Grip op Onbegrip' vervult de GGD hierin een coördinerende

Dienst Gezondheid & Jeugd | Begroting 2025 GR DG&J |

22

rol en levert bijdragen aan onder andere het verstevigen en uitbreiden van regionale inzet van de Wijk – GGD.

Wat gaan wij daarvoor doen? 1. Infectieziektebestrijding en technische hygiënezorg De wetgever heeft bepaald dat een aantal infectieziekten bij de GGD gemeld moeten worden door zowel de arts die de diagnose stelt, als het laboratorium dat de diagnostiek heeft uitgevoerd. Na zo'n melding is het de taak van de GGD om verdere verspreiding van de infectieziekte zoveel mogelijk te voorkomen. Daartoe voert zij bron- en contactonderzoek uit en adviseert de patiënt en personen in diens directe omgeving over preventieve maatregelen. Ook instellingen waar mensen met een verhoogd risico op een ernstig verloop van infectieziekten bij elkaar zijn (zieken, ouderen, gehandicapten, kinderen) hebben een meldingsplicht aan de GGD bij uitbraken van infectieziekten. Als er bij een instelling kennis aanwezig is over infectiepreventie (al dan niet bij wet verplicht, zoals in ziekenhuizen en verpleeghuizen), dan kan de GGD adviseren bij het indammen van uitbraken. Als die kennis en verplichting niet aanwezig is, is de GGD naast adviseur vaak ook regisseur bij het bestrijden van een uitbraak. Infectiepreventie is een wezenlijk onderdeel van de infectieziektebestrijding. Voorkomen is beter dan genezen. Het doel van de programmatische aanpak van infectiepreventie in ZHZ is dat instellingen meer en meer zelf het voortouw kunnen nemen op het terrein van infectiepreventie.

Tijdens de coronacrisis heeft de GGD-GHOR-crisisorganisatie gewerkt met accounthouders voor alle zorgsectoren. Deze netwerken zijn in stand gebleven en de GGD blijft ze benutten om infectiepreventie op het netvlies te houden. De participatie van onze GGD in het Zorgnetwerk voor Infectiepreventie- en tegen Antimicrobiële resistentie Zuidwest-Nederland is daarbij van belang. Om verspreiding van infectieziekten te kunnen voorkomen is de GGD partner in het regionale netwerk met (zorg)instellingen, maar ook een schakel in het wereldwijd netwerk van instellingen voor publieke gezondheid, waaronder de RIVM/LCI, RIVM/Lfi, ECDC en WHO. De urgentie op infectiepreventie wordt steeds groter door (nieuwe) ziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn, veranderend reisgedrag, veranderende vaccinatiegraad, bijzondere evenementen met gezondheidsrisico's (mudruns, cityswims), meer kwetsbare inwoners als gevolg van vergrijzing en de toename van antibioticaresistentie. In praktische zin draagt de GGD bij aan de preventie van infectieziekten door taken uit te voeren in het kader van de technische hygiënezorg. De GGD voert inspecties uit bij tattoo- en piercingshops, op zeeschepen, bij vergunde seks- en relaxgelegenheden en bij voorbeeld bij evenementen. Tuberculose (TBC) is een infectieziekte die in West-Europa goed onder controle is, maar zeker niet is uitgeroeid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/907/documents/29312