2b Concept Lokale Duurzaamheidsagenda 2021 9 maart 2021.pdf
Tekst van het document
Voorwoord Begin 2019 werd de Lokale Energie Agenda vastgesteld. Een document dat in kaart bracht op welke manier de gemeente Hardinxveld-Giessendam het hoofd biedt aan haar bijdrage aan de enorme opgave die we internationaal met elkaar overeengekomen zijn: een rem op klimaatverandering en toegroeien naar een meer duurzame wereld. Met name door meer energie te besparen en de energie die we verbruiken op een schone en verantwoorde manier op te wekken. Inmiddels is er veel gedaan. En vraagt de Lokale Energie Agenda om een verbreding. Want het draait niet alleen om energie, warmte en besparen. Ook een groot onderwerp als Klimaatadaptatie is onderdeel van onze opgave. Het gaat, in totaal, om een lijst aan uitdagingen die past onder de koepel Duurzaamheid. Het vraagt om een adequate en integrale aanpak met de blik op de toekomst, maar handelen in het hier en nu. Daarom draagt deze actualisering van de Lokale Energie Agenda dan ook de titel Lokale Duurzaamheidsagenda. Deze beschrijft een integrale programmatische aanpak op duurzaamheid, met oog voor de Hardinxveld-Giessendamse belangen, in aanvulling op de Lokale Energie Agenda. Ik ga er graag mee aan de slag en nodig u uit om daaraan mee te doen.
Jan Nederveen, Wethouder Duurzaamheid
1. Totstandkoming Duurzaamheidsagenda De belangrijkste aanleiding voor het opstellen van de Lokale Energie Agenda was het in Klimaatakkoord van Parijs (2015) dat in 2017 lokaal werd onderstreept met het aan nemen van de motie 'Naar een duurzaam Hardinxveld-Giessendam' en het ondertekenen van Energie Akkoord Drechtsteden.. De Lokale Energie Agenda is opgesteld als antwoord op die motie en legt de focus bij de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen: de energietransitie. Inmiddels is er ten behoeve van de energietransitie behoorlijk vooruitgang geboekt. In regionaal verband is er een stevige samenwerking opgetuigd. Lokaal zijn er grondige onderzoeken gedaan naar de beschikbare warmtebronnen en de uitgangspunten voor een transitie. En is het tijd de focus te verbreden in lijn met het raadsprogramma Duurzaamheid en deze Lokale Duurzaamheidsagenda uit te brengen. Uit de onderzoeken die zijn gedaan volgt dat aan bijna alle taken van de gemeente duurzaamheidswensen verbonden zijn. Welke dat exact zijn, is hier niet beschreven per taak. Mede door de constante ontwikkelingen op het vlak van duurzaamheid, waarbij specialistische kennis en innovaties vaak aan de orde zijn, beschrijft de agenda de hoofdlijnen. Deze Duurzaamheidsagenda biedt daarom slechts de kaders waarbinnen de uitvoering van de verschillende duurzaamheidsthema's moet plaatsvinden.
De uitvoering kan dan met inzet van specialistische kennis en expertise worden opgepakt. In hoofdstuk 4 volgt een nadere uitleg over hoe de uitvoering onder het programma Duurzaamheid er uit komt te zien. Deze Duurzaamheidsagenda bouwt voort op de Lokale Energie Agenda welke als groeidocument is opgebouwd. De opgaven, zoals beschreven in hoofdstuk 3, zijn het resultaat van een inventarisatie van alle opgaven die op de gemeente Hardinxveld-Giessendam afkomen onder de noemer 'duurzaamheid'. Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden in Q4 2019 en Q1 2020 binnen de verschillende beleidsterreinen van de gemeente Hardinxveld-Giessendam, aangevuld met een inventarisatie van relevante akkoorden en wet- en regelgeving. Hierbij diende de Lokale Energie Agenda ook als bron en basis Bij de vaststelling van de Lokale Energie Agenda (24 januari 2019) is aangegeven dat de Agenda samen met het nog in te vullen brede Raadsprogramma het gemeentelijk beleid op duurzaamheid vormt. Deze Duurzaamheidsagenda is bedoeld als invulling van het raadsprogramma duurzaamheid. In de uitvoering zal de Raad, voornamelijk via de Raadswerkgroep Duurzaamheid, op de gebruikelijke momenten worden betrokken.
2. Wat is er gerealiseerd Sinds de inwerkingtreding van de LEA is er een grote vooruitgang geboekt in met name de bewustwording (intern en onder inwoners) en de aanpak van energiebesparing. Een belangrijk moment was het vaststellen van het concept van de Regionale Energie Strategie (RES). Daarmee gaven we richting aan de eerste RES die in 2021 vastgesteld moet worden. De concept RES is een mooi resultaat van regionale samenwerking met de zeven RES-gemeenten, maar ook van intensief samenwerken met partners zoals de Provincie Zuid Holland, Stedin, het Waterschap en anderen. Een gezamenlijke aanpak met regiogemeenten en –organisaties blijkt goed te werken. Als regio staan we sterker om resultaten te boeken. Op geen enkel moment dient de lokale kijk en de beschikbare mensen en middelen van de gemeente uit het oog verloren te worden. Ten behoeve van de overstap naar een aardgasvrije samenleving met CO2 reductie als centraal doel is inmiddels in kaart gebracht waar voor onze gemeente de kansen, maar ook de uitdagingen liggen . Dit is een eerste bouwsteen voor de Transitie Visie Warmte die in 2021 verder vorm gegeven wordt. Beide bovenstaande projecten leunen zwaar op goede burgerparticipatie. Want: de inbreng van onze inwoners telt! In november is afgetrapt met participatiebijeenkomsten (online), ondersteund door andere digitale hulpmiddelen zoals enquêtes en social media.
En dat laat zien dat we een betrokken samenleving hebben die graag meedenkt: de eerste bijeenkomsten waren goed bezocht en de respons was groot. Er is een succesvolle actie geweest om via waardebonnen (vouchers) woningeigenaren kleine energie besparende maatregelen aan te reiken. Gratis en voor niks. Want: het moet soms klein beginnen om grootse dingen te bereiken. De actie wordt begin 2021 opgevolgd. Met BIZ Nieuwe Weg hebben we een routekaart opgesteld om het bedrijventerrein te verduurzamen. Niet alleen vanuit wat moet, maar vooral gedreven door de ambitie een duurzaam ingericht bedrijventerrein te zijn dat een voorbeeld is voor Hardinxveld-Giessendam en zeker ook daarbuiten. We hebben ook de scenario's voor het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed, met de focus op de gemeentewerkplaats, het gemeentehuis én het zwembad opgesteld. Dit betekent dat er krediet kan worden vrijgemaakt om de energiebesparende maatregelen te gaan treffen. Vooral waar er sprake is van no-regret maatregelen. Ook is met de uitwerking van het onderwerp Klimaatadaptatie een stevige doorstart gemaakt. Als onderdeel van het klimaatkernteam dat bestaat uit ambtenaren uit de regio AlblasserwaardVijfheerenlanden, werken we samen aan een regionale adaptatiestrategie. De doorvertaling naar een lokale adaptatiestrategie is hierdoor ook sneller te maken. En: we hebben een raadswerkgroep Duurzaamheid.
Een belangrijk instrument waar we een goed klankbord in hebben.
3. De opgaven; wat ligt er nog voor ons Deze Lokale Duurzaamheidsagenda beschrijft de opgaven die wij als gemeente de komende jaren het hoofd moeten bieden op het vlak van duurzaamheid. Waarbij duurzaamheid een breed aantal onderwerpen bevat. Om dit te vertalen naar uitvoering wordt een programmatische opzet voorgesteld. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in een aantal hoofdlijnen, waarbij met name onderscheid gemaakt wordt door vast te stellen of genoemde opgaven primair of secundair passen bij het beleidsveld Duurzaamheid. Daarnaast is op basis hiervan te onderscheiden of genoemde opgaven bij de gemeente zijn belegd 'als motor' of dat de trekkersrol juist buiten de gemeente ligt en wij gevraagd worden bij te dragen. Dit is vertaald in het programma Duurzaamheid. Dit is als volgt opgebouwd: A.
Primaire Vraagstukken
Hier gaat het om onderwerpen waarvoor de verantwoordelijkheid voor uitvoering belegd is (via weten regelgeving, verdragen of afspraken, intern beleid, etc.) bij de gemeente. Voor de komende jaren gaat het dan in ieder geval over: 1. Regionale Energie Strategie [RES]: Op 1 juli 2021 wordt de RES 1.0 vastgesteld. Deze strategie beschrijft de wijze waarop de regio Drechtsteden uitvoering wil geven aan de opgaven: 1. Energie duurzaam op te wekken 2. Energie te besparen. 3. Aardgasvrij te worden en over te schakelen op alternatieve, duurzame warmtebronnen [RSW1]. Na het vaststellen van de RES wordt hier opvolging aan gegeven. Enerzijds door de vertaling naar het uitvoeren van de RES zoals vastgesteld. Hierbij ligt een nadrukkelijke link met de uitvoeringskaders zoals die voor de Omgevingswet worden vastgesteld. Daarnaast dient de RES elke twee jaar te worden geactualiseerd. In zowel RES als Omgevingswet speelt participatie een belangrijke rol. 2. Transitie Visie Warmte [TVW] & Wijk Uitvoeringsplannen [WUP]: In 2021 dient de Transitie Visie Warmte 2021 te zijn opgesteld en vastgesteld. Deze visie beschrijft de wijze waarop de bebouwde omgeving gefaseerd over kan schakelen naar aardgasvrij (verwarmen en koken) door aan te sluiten op collectieve of, waar nodig of gewenst, individuele warmte- en energiebronnen.
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen wijken waar vóór 2030 begonnen wordt met deze omschakeling en wijken of gebieden waar dat in de periode van 2030 tot 2050 gebeurt. In de TVW staat niet alleen een analyse van de warmtevraag en een koppeling aan potentiële warmtebronnen, maar worden ook uitgangspunten opgenomen die dienen als toets en uitvoeringskader voor genoemde overschakeling. De TVW wordt tenminste elke vijf jaar geactualiseerd en zo veel eerder als nodig. De TVW bevat géén keuzen voor uitvoering of fasering; deze worden gemaakt in de Wijk Uitvoerings Plannen (WUP) die volgen op vaststelling van de TVW. Ook in de TVW en de WUP speelt participatie met de samenleving (met name gebouw- en woningeigenaren, maar ook huurders (van gebouw of woning al dan niet in coöperatie verband) een centrale rol. 3. Regionale Adaptatie Strategie [RAS]:
1
Om stappen te maken in de warmtetransitie zijn, binnen de RES, op dit moment twee sturingsinstrumenten van belang: de Regionale Structuurvisie Warmte (RSW) en de Transitievisie Warmte (TVW, zie Primaire Vraagstukken punt 2). De lokaal opgestelde TVW wordt vertaald naar een regionale aanpak en behoefte via de Regionale Structuurvisie Warmte [RSW].
Voor de zomer 2021 wordt de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld door de regio A5H, waar de gemeente Hardinxveld-Giessendam onderdeel van is. De RAS beschrijft de strategierichtlijnen voor de aanpak van de effecten van klimaatverandering om het landschap en de bebouwde omgeving klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. In regionale klimaatstresstesten zijn de belangrijkste gevolgen van klimaatverandering die regio, het hoofd te bieden heeft reeds in beeld gebracht. : hitte, droogte, waterrobuustheid, maar ook bodemdaling en het grondwaterpeil. In klimaatwerkplaatsen, gevormd om verschillende thema's zijn bij stakeholders reacties opgehaald. De thema's zijn: -vitale objecten en infrastructuur, -verstedelijking en gezonde leefomgeving, -landschap en recreatie en -toekomstgerichte landbouw en natuur. In dit regioverband A5H, waar ook het waterschap aan deelneemt, wordt gezocht naar kansen om klimaatadaptatie te koppelen aan andere plannen en ambities op het gebied van waterveiligheid, economie, bereikbaarheid, cultuurhistorie, natuur en recreatie. 4. Lokale Adaptatie Strategie [LAS]: In aanvulling op en deelname aan het regionale proces van de RAS dient ook lokaal specifiek in beeld gebracht te worden op welke wijze klimaatverandering van invloed is op het grondgebied van Hardinxveld-Giessendam en welk beleid en kaders nodig zijn om hier op te anticiperen.
Tevens kunnen deze beleidskaders gebruikt worden om deel te nemen aan toekomstige financieringsregelingen (co-financiering) die komende jaren beschikbaar komen. 5. Communicatie & participatie over duurzaamheid Voor een groot deel van de vraagstukken op het gebied van duurzaamheid is het van groot belang samen met de samenleving de passende antwoorden te vinden en realiseren. Hiervoor is participatie nodig waarbij vooraf duidelijk is wat precies de mate van invloed is die vanuit de samenleving gewenst is of verwacht kan worden. Om dit te laten slagen is accurate informatievoorziening van groot belang. Immers, om mee te kunnen praten en denken is het van belang dat je dezelfde informatie deelt en kent. Met name om participatie en communicatie goed vorm te geven is de inzet van extra capaciteit op communicatie en participatie gewenst. Hierbij is het van belang vooral een lokale toon en relevantie te gebruiken. Een belangrijk onderdeel is het voorbereiden en uitvoeren van participatiebijeenkomsten waarbij vooraf steeds vastgesteld wordt hoe en wat er van inwoners (stakeholders, etc.) verwacht wordt; welke inbreng hebben zij en hoe wordt dit verwerkt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de participatieladder en/of primair getoetst aan het geldende participatiebeleid of – visie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam.
Er wordt gebruik gemaakt van zowel online (websites, social media) als offline (Kompas, huis-aan-huis brieven, etc.) media. 6. RRE & RREW projecten Met het Project 'kleine energiebesparende maatregelen' willen wij woningeigenaren bereiken om kleine energiebesparende maatregelen te treffen. Met een toegekend budget van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (uit de speciale Regeling Reductie Energieverbruik) wordt aan huiseigenaren voorlichting gegeven over energiebesparing. Ook kunnen huiseigenaren vouchers krijgen om energiebesparende maatregelen te treffen. In de eerste ronde van deze actie hebben reeds 1220 woningeigenaren de voucher van € 45 verzilverd. Een tweede ronde wordt in 2021 gehouden. Er wordt een digitale energiemarkt georganiseerd in samenwerking met lokale en regionale ondernemers. Er worden energieambassadeurs geworven die na een opleiding, voorlichting geven aan woningeigenaren. De energieambassadeurs zijn vrijwilligers die ook worden
geworven uit het netwerk van lokale partners en scholen. Een andere actie die uit dit budget wordt bekostigd is: Energiescans voor voorbeeldwoningen. Een voorbeeldwoning is een huis van een specifieke bouw en bouwperiode, die staat voor vele andere huizen in Hardinxveld-Giessendam. Hiermee wordt duidelijk voor vele inwoners van soortgelijke woningen hoe er bijvoorbeeld gefaseerd kan worden en hoe de financiële haalbaarheid is (incl. mogelijke subsidies en financieringsopties) voor een verduurzaming van de woning. Tot slot wordt er, met ondersteuning van de organisatie Regionaal Energieloket, een collectieve inkoopactie van zonnepanelen gehouden in het voorjaar, en staat een actie voor isolatie-maatregelen gepland in het najaar. De leveranciers die een offerte mogen uitbrengen komen bij voorkeur uit de regio. Recent heeft het Ministerie de aanvraag van de gemeente voor een budget op grond van de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) toegekend. Hierdoor kunnen projecten worden opgezet gericht op voorlichting en aanschaf van (kleine) energiebesparende maatregelen voor (met name) huurders. 7. Online dienstverlening Het zoeken en vinden van informatie en dienstverlening via online dienstverlening is voor velen een eerste en daarmee logische bron van informatie.
Het is van groot belang hierin te voorzien in een goede informatie- en dienstverlening die niet alleen in algemene informatie voorziet maar ook specifiek is voor inwoners van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Hiervoor is de afgelopen jaren met name het Regionaal Energie Loket Hardinxveld-Giessendam ingericht in samenwerking met het Regionaal Energie Loket. Het is de bedoeling deze samenwerking de komende jaren voort te zetten en waar nodig verder uit te bouwen naar specifieke doelgroepen (woningeigenaars, huurders, bedrijven, VVE's, etc.). Daarnaast blijft de eigen website van de gemeente Hardinxveld-Giessendam een plek van informatie. Deze zal vooral lokale inzet en acties op de voorgrond zetten en linken naar externe informatie (regionaal, Provinciaal, Landelijk, Europees). Doel is een plek op de site waar de uitvoering op de verschillende duurzaamheidsthema's samenkomt. Inwoners kunnen ook op zogenaamde routekaarten zien waar de gemeente aan werkt. Tot slot is regionaal het participatieplatform denkmee.drechtstedenenergie.nl ingericht vanuit de regionale samenwerking voor de RES. Via dit platform kunnen inwoners meedenken (participatie) op de grote onderwerpen vanuit de RES, maar wordt bijvoorbeeld ook draagvlak gepeild middels enquêtes, etc. Online dienstverlening wordt op het gebied van Klimaatadaptatie komend jaar/jaren opgebouwd en uitgebreid.
Voor huidige informatie over Klimaatadaptatie kunnen geïnteresseerden wel al terecht op www.a5h.klimaatatlas.nl 8. Lokale dienstverlening In samenwerking met lokale (en regionale) aanbieders wordt ook dienstverlening vorm gegeven. Allereerst door het verzamelen van specifieke lokale informatie (huizenscans, etc.) in aansluiting op de RES en TVW. Zodat daarmee (ook) lokaal desgewenst een handelingsperspectief aangereikt kan worden aan gebouweigenaren. Waarbij, waar mogelijk, lokale aanbieders ook een rol kunnen spelen in de uitvoering. Daarnaast worden Energieambassadeurs geworven en opgeleid door Het Nieuwe Wonen. Deze vrijwilligers hebben met name een informerende rol en kunnen met gebouweigenaren (met name woningen) specifiek meekijken en –denken over mogelijkheden voor het meer verduurzamen van de eigen woning én levensstijl. Daarnaast wordt met het Energie Collectief ZuidHolland Zuid (lokale en regionale ondernemers) samengewerkt om een lokaal advies- een meedenkloket in te richten. Sleutelfiguur in dit aanbod is de Energie Contact Functionaris (zie LEA 2019). Deze ECF is in dienst van de gemeente en richt zich op participatie en informatievoorziening en is leidend in de lokale dienstverlening voor energie en energiebesparing. Voor woningeigenaren wordt de dienstverlening aangevuld met onder andere collectieve acties voor inkoop of
woningaanpassingen, al dan niet in samenwerking met het REL. Daarnaast wordt ook voor bedrijven en MKB, waar mogelijk en nodig lokaal, dienstverlening ingericht. Bijvoorbeeld door de reeds bestaande ondersteuning bij het doen van een SDE+ aanvraag verder door te zetten. Logische partners voor de dienstverlening richting bedrijven en ondernemers zijn de Omgevingsdienst ZHZ, het REL maar ook partijen als de Energieke Regio. B.
Secundaire Vraagstukken - Interne vraagstukken
Dit zijn vraagstukken die primair bij een ander beleidsterrein horen maar nadrukkelijk een raakvlak hebben met duurzaamheid. De mate waarin duurzaamheid hierin een rol heeft, is afhankelijk van toepasselijke wet- en regelgeving of (lokale of regionale) afspraken en lokale visie en ambitie. De belangrijkste zijn:
Beleidsterrein: Verkeer & Vervoer Ruimtelijke Ordening Omgevingswet Economie
Milieu & Ecologie
Wonen
Recreatie en Toerisme
Vraagstuk met component Duurzaamheid Stimuleren elektrisch vervoer met bijbehorende laadinfrastructuur, stimuleren fietsgebruik (laadpalen en fietspaden-aanleg), stimuleren OV-gebruik, parkeernorm omlaag, etc Onder andere om ruimte te benutten en in te richten op de opwek van duurzame energie [RES], maar ook ruimte voor klimaatadaptatie en biodiversiteit, etc. Ruimte benutten en in te richten voor de opwek van duurzame energie [RES], duurzaam bouwen, fietsroutes, natuur, maar ook voor klimaatadaptatie. Onder andere het toewerken naar een (meer) circulaire economie, afvalbeleid, ondernemers betrekken bij verduurzamen bedrijfspanden en kantoren en, waar mogelijk, ondernemers een rol geven bij het verduurzamen van de samenleving (woningen, etc.), etc. Met name uitvoering van de Wet Natuurbescherming heeft een belangrijke relatie met vooral het onderwerp Klimaatadaptatie. Maar daarnaast vraagt de uitvoering van de RES ook om afstemming waar het gaat om milieu en ecologie. Immers, een deel van duurzame opwek zal plaatsvinden op grondgebied waar geldende gebiedswaarden van belang zijn. Daarnaast vraagt zowel de RES als de RAS het nodige van een goede onderliggende infrastructuur welke aangepast / aangelegd dient te worden met oog voor geldende milieu- en ecologische doelstellingen en ambities.
Onder andere het verduurzamen en klimaatadaptief inrichten van de huidige woningvoorraad en van nieuwe bouwontwikkelingen, samenwerking met woningcoöperatie Fien Wonen, etc. Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed is hiervan een onderdeel: Hierbij zijn allereerst landelijk geldende wet- en regelgeving leidend. Daarnaast geldt, dat de gemeente een voorbeeldrol kan vervullen, met name voor vastgoed dat zij zelf in gebruik heeft. Bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen, maar ook andere maatregelen die illustratief zijn voor het terugdringen van energieverbruik en overschakelen op duurzame warmte- en energiebronnen. Duurzame recreatie en ecotoerisme bijvoorbeeld.
C.
Secundaire vraagstukken - Externe vraagstukken
Naast de interne vraagstukken zijn er tal van 'externe vraagstukken'. Hier wordt inzet van de gemeente Hardinxveld-Giessendam verondersteld, maar de sturing op deze vraagstukken ligt extern (bijvoorbeeld bij regio, Rijk, Provincie, etc.). Het gaat hierbij om onder andere:
Vraagstuk Regionale afstemming RAS en RES:
Regionale afstemming TVW: Volgen ontwikkelingen:
Verbreding A15:
Zowel de Regionale Energie Strategie (RES) als de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) zijn regionale producten die, elk in hun eigen verband, afstemming tussen betrokken partijen veronderstellen. Hiertoe wordt bijgedragen aan de verschillende regionale projectgroepen. Naast deze op het inhoudelijk proces gerichte afstemming dient ook afstemming plaats te vinden met buurgemeenten en -regio's. Ook hier wordt actief aan bijgedragen of initiatief genomen waar nodig. De Transitie Visie Warmte wordt regionaal vertaald naar de RES via de Regionale Structuur Warmte (RSW). Ook hier vindt de nodige afstemming plaats. Daarnaast is het goed om ook met buurgemeenten/-regio's af te stemmen over mogelijke warmtebronnen die gedeeld kunnen worden. De wereld van klimaat en energie is volop in ontwikkeling. Het is goed om die ontwikkelingen te volgen. Denk hierbij bijvoorbeeld over de mogelijke inzet van waterstof voor transport of warmte. Waar relevant worden ontwikkelingen gevolgd en meegedacht waar nodig. Er zijn plannen de A15 te verbreden. Dit heeft in ieder geval een ruimtelijke impact. Maar er liggen ook meekoppelkansen. Bijvoorbeeld als het gaat om de opwek van energie (zon op geluidsschermen of bermen, etc.). Maar ook voor transport van energie, etc. Ook hier wordt aangesloten en meegedacht.
4. Programma Duurzaamheid & Monitoring In het vorige hoofdstuk is, vanwege het grote aantal vraagstukken dat 'duurzaamheid' omvat, een programmatische opzet voorgesteld. De sturing van het programma is gericht op de volgende zaken. Allereerst zorgen dat de primaire vraagstukken over duurzaamheid adequaat worden opgepakt. Daarnaast is er de interne afstemming met andere programma's zodat vraagstukken (primair, intern en extern) integraal worden opgepakt en de juiste afweging van belangen wordt gemaakt. Waar nodig wordt hier een beroep gedaan op de ambtelijk- of bestuurlijk opdrachtgever om keuzes te maken die niet op programmaniveau gemaakt kunnen worden. Bijvoorbeeld als aan afweging gemaakt moet worden van belangen of keuzes gemaakt over of en hoe bepaalde onderwerpen al dan niet worden opgepakt. Daarnaast is de programmaleider verantwoordelijk voor aansturing van zowel de inhoudelijk beleidsmedewerker als ondersteuning (communicatie & energiecontactfunctionaris) waar nodig. Opdracht centraal Elk van de programmaonderdelen wordt vertaald naar een opdracht. Het kan dan gaan om een 'grote of kleine opdracht'. De grote opdracht is bestuurlijk en/of ambtelijk vastgesteld, ook om budget en mandaat te bepalen, en past typisch bij de grote programmaonderdelen en vraagstukken. De kleine opdracht past bij aansturing van collega's of deelopdrachten.
De opdrachten dienen zowel om op resultaat te kunnen sturen als dossieropbouw. Bij voorkeur worden de opdrachten in de toekomst gekoppeld aan InProces zodat voortgang op onderwerpen en opdrachten goed te monitoren en overdragen is indien nodig. Monitoring De opgave/inzet wordt vertaald naar routekaarten (al dan niet in regionaal verband), waar mogelijk met een vertaling naar doelgroepen (zie hoofdstuk 8). Deze routekaarten dienen niet alleen om het programma te vertalen naar uitvoering maar tevens ter monitoring van de voorgang (zijn doelstellingen gehaald, etc.). Hierbij wordt ook een voortgangsmonitoring opgenomen ten aanzien van de planning en fasering zoals die opgenomen is in de Lokale Energie Agenda 2019. Regio Drechtsteden Het programma Duurzaamheid is primair gericht op de lokale uitvoering en organisatie en heeft als belangrijkste doelen te zorgen voor lokale afstemming en inzet (ook: lokale toon & context) maar dient ook ten behoeve van een integrale aanpak waarbij collega's van aanpalende beleidsvelden op de juiste manier geïnformeerd en betrokken zijn. Daarnaast wordt ook (steeds meer) in regionaal verband opgetrokken en georganiseerd. Immers, de opgaven op het gebied van Duurzaamheid zijn veelal in grote lijnen niet uniek voor HardinxveldGiessendam maar gelden voor meer of zelfs alle gemeenten in de Drechtsteden.
Met name op dat vlak wordt samengewerkt binnen Drechtsteden verband. Tevens kunnen regionaal gemaakte afspraken leidend zijn voor de lokale inzet. Hierbij worden de vijf pijlers die regionaal zijn vastgesteld gevolgd: 1. 2. 3. 4. 5.
Gefaseerd los van aardgas Energiebesparing Stoppen met het gebruik van Fossiele Brandstoffen Duurzame opwekking van elektriciteit Realisering van de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst
Hiertoe wordt zowel in inzet (ambtelijk) als bestuurlijk (regionaal PFO etc.) als organisatorisch (budget) bijgedragen aan de regionale organisatie.
5. De gemeente geeft het goede voorbeeld In de lokale Energie Agenda wordt in hoofdstuk 3 de voorbeeldrol van de gemeente HardinxveldGiessendam beschreven. Een belangrijk principe waarbij het niet alleen gaat om het geven van het goede voorbeeld ter inspiratie en motivatie. Het laat ook commitment zien ten aanzien van opgaven waar de gemeente voor staat. Maar het is ook van belang om als gemeente zelf ook ervaring op te doen met de keuzen, mogelijkheden en uitdagingen waar je voor staat als het gaat om het duurzamer inrichten van de eigen organisatie. Door deze ervaring kan makkelijker een brug geslagen worden tussen overheid en inwoners, bedrijven, instellingen, kerken, etc. Het vergt een verbreding van de voorbeeldrol vanuit een focus op energie en energiebesparing naar duurzaamheid in de volle breedte. Van inkoop tot mobiliteit, van omgevingsvisie tot toerisme. Op elk beleidsterrein zijn de opgaven in beeld gebracht (of dit wordt komende jaren gedaan – zie hoofdstuk 4). Bij het op- en vaststellen van beleid ten aanzien van deze opgaven kan de voorbeeldrol van de gemeente steeds inzichtelijk gemaakt en meegewogen worden. De motie ‘Zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen 29-10-2020’ draagt bij aan het vormgeven van de voorbeeldrol van de gemeente en sluit aan op de doelstelling zoals die is opgenomen in de Lokale Energie Agenda 2019.
Ook voor de voorbeeldrol van de gemeente kan gewerkt worden met routekaarten. Een goede manier om deze vorm te geven is het laten uitvoeren van een analyse van de CO2 voetafdruk van de gemeente en op basis hiervan actiepunten en doelen te formuleren.
6. Doelgroepenbenadering In de LEA 2019 werd al onderscheid gemaakt in verschillende doelgroepen en hun rol en verwachte inzet. Hierbij werd een beperkt onderscheid gemaakt in twee doelgroepen, namelijk inwoners en bedrijven. Het Programma Duurzaamheid breidt deze doelgroepenindeling verder uit en vertaald dit naar routekaarten die beschrijven: -
wat er aan de doelgroep geboden wordt wat er van de doelgroep verwacht wordt (verplichtingen/verwachtingen), maar ook waar kansen liggen voor participatie en ownership.
Oftewel: handelingsperspectief bieden in lijn met de regionale 'Focusbladen De Drechtsteden gaan voor Nieuwe Energie'. Verplichtingen zijn bijvoorbeeld labelverplichtingen en te nemen energiebesparende maatregelen (met name gericht op bedrijven/ondernemers), maar ook eisen die worden gesteld aan nieuwbouwprojecten etc. Maar zeker ook op het gebied van klimaatadaptatie (waaronder biodiversiteit) is er sprake van groeiende wet- en regelgeving. Kansen zijn te vinden in bijvoorbeeld postcoderoosprojecten of lokale energiecollectieven en natuurcompensatie bij ontwikkelprojecten, etc. Maar de grootste uitdaging blijft het verleiden van inwoners van de gemeente HardinxveldGiessendam om mee te doen en bij te dragen. Voor dit laatste is met name communicatie, participatie én het goede voorbeeld geven als gemeente, essentieel. Het programma Duurzaamheid onderscheid in beginsel de volgende doelgroepen:
Gemeentelijk apparaat Eigenaren (en huurders) van Maatschappelijk vastgoed Huiseigenaren (ook VVE's) Huurders (corporatie & privaat)
Bedrijven en ondernemers (van ZZP'er tot grote bedrijven en industrie) Onderwijs (lager-, middelbaar- en beroepsonderwijs) Zorginstellingen Kerken Sportverenigingen Overige clubs en verenigingen
7. Planning & fasering * Onderstaand overzicht laat de belangrijkste mijlpalen en fasering van de opgaven zien.
Regionale Energie Strategie [RES] Transitie Visie Warmte [TVW] Regionale Adaptatie Strategie [RAS] Lokale Adaptatie Strategie RRE RREW Overige mijlpalen: De Schrank (werkplaats) aardgasvrij en energieneutraal Omgevingsvisie incl. uitgangspunten duurzaamheid
Juli 2021 Elke 2 jaar September 2021 Elke 5 jaar Juli 2021 December 2021 December 2021 Juli 2022
Vaststellen RES 1.0 Herijken/actualiseren RES Vaststellen TVW 2021 Herijken/actualiseren TVW Vaststellen RAS Vaststellen LAS Afronden uitvoering Afronden uitvoering
December 2021 December 2021
Vaststellen
* De planning en fasering zoals opgenomen in de Lokale Energie Agenda blijft overeind en zal onderdeel zijn van planning en uitvoering. Een voortgangsrapportage t.a.v. deze planning zal later dit jaar gepresenteerd en toegevoegd worden.
8. Financiering In de definitieve versie van de Lokale Energieagenda is voor 2019 een bedrag van € 166.000 beschikbaar gesteld. In de jaren daarna loopt dit terug tot € 117.500 in 2023. Daarnaast is er jaarlijks € 50.000 euro begroot voor de beoogde energietransitie. Daarnaast is er in december een specifieke rijksuitkering geweest (decembercirculaire 2019). Ook voor 2021 (en daarop volgende jaren) worden specifieke rijksuitkeringen verwacht ten behoeve van de uitvoering van de energietransitie. Extra budget (€ 2.500.000,00)is tot slot beschikbaar vanuit de reserve Duurzaamheid met name voor het energieneutraal maken van het gemeentelijk vastgoed. Dit krediet dient beschikbaar gesteld te worden via een raadsbesluit/-besluiten.