CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

268 GR Sociaal - Reactie op zienswijze Voorjaarsbrief 2026 - Begroting 2027 - Ombuigingsmaatregelen.pdf

Gemeenteraad GHG 9 juli 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Vaststellen Lijst ingekomen stukken 9 juli 202629.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten

Telefoon: 078-770 8910 E-mail: bestuurgrsociaal@drechtsteden.nl Bijlage(n): 2

Behandeld door: L.A.T. Mulder Datum: 24 juni 2026 Onderwerp: Reactie Dagelijks Bestuur op zienswijzen Jaarrekening 2025, Voorjaarsbrief 2026, Ons kenmerk: 2026-6 Begroting 2027-2030, maatregelen en ombuigingen GR Sociaal Uw kenmerk: n.v.t.

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 13 april 2026 heeft u, vanuit de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, de concepten van de Jaarstukken 2025, Voorjaarsbrief 2026 en de Primaire Begroting 2027 gekregen. Op deze manier heeft u de gelegenheid gekregen om op deze documenten uw zienswijzen kenbaar te maken. Bij deze zenden wij onze reactie op uw zienswijzen. We hebben op basis van de ingediende zienswijzen één reactie gemaakt en uitgewerkt per gemeente. U ontvangt bewust onze reactie op alle zienswijzen van de zeven gemeenteraden. Op deze manier zijn we optimaal transparant en krijgt u tevens inzicht in onze reacties aan de andere deelnemende gemeenten. Reactie op zienswijzen Wij constateren dat de zienswijzen in belangrijke mate een gedeeld beeld laten zien van de opgaven waar de GR Sociaal en de gemeenten gezamenlijk voor staan. Daarbij wordt enerzijds het belang onderstreept van een financieel beheersbare en toekomstbestendige uitvoering en anderzijds de maatschappelijke impact van keuzes binnen het sociaal domein. Wij herkennen deze spanning en nemen deze nadrukkelijk mee in de verdere uitwerking en besluitvorming van ombuigingsmaatregelen. Tegelijkertijd willen wij benadrukken dat de GR Sociaal de afgelopen periode nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid heeft genomen door reeds diverse ombuigingen door te voeren.

Deze ingrepen hebben zowel binnen de organisatie als voor inwoners merkbare effecten gehad en vragen blijvend aandacht voor een zorgvuldige uitvoering en weging van verdere maatregelen. Daarbij constateren wij ook dat sommige maatregelen achteraf minder realistisch of minder effectief blijken te zijn dan aanvankelijk voorzien. Dit onderstreept het belang om gezamenlijk scherp te blijven op ambities en te erkennen dat niet alles gelijktijdig kan worden gerealiseerd. Daarnaast ligt er voor de komende jaren een belangrijke opgave in de uitvoering van het bestuurlijk vastgestelde herstel- en verbeterplan. In 2026 en de jaren daarna zal hier, over een periode van drie tot vijf jaar, intensief op worden ingezet. Dit traject vraagt substantieel inzet van de organisatie en

Alblasserdam / Dordrecht / Hardinxveld-Giessendam / Hendrik-Ido-Ambacht / Papendrecht / Sliedrecht / Zwijndrecht

Pagina 1 van 2

Datum: 24 juni 2026 Ons kenmerk: 2026-6

bestuurlijke aandacht, en vormt daarmee een belangrijke randvoorwaarde bij het tempo en de omvang van aanvullende veranderingen. Besluitvorming De onderhavige stukken zullen, inclusief ontvangen zienswijzen, worden besproken en voor vaststelling voorgelegd in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal van 9 juli 2026. Vanwege de besluitvorming van het Algemeen Bestuur op 9 juli 2026, is onze reactie bij een aantal gemeenten gebaseerd op de concept zienswijze. Als er bij de behandeling van de zienswijze nog wijzigingen optreden, dan zullen wij u daarover informeren. Hoogachtend, het Dagelijks Bestuur van de GR Sociaal,

G. von Grumbkow waarnemend secretaris

Afschrift aan: bijlage(n):

R. de Meij plaatsvervangend voorzitter

Algemeen Bestuur GR Sociaal Reactie Dagelijks Bestuur op de zienswijzen Jaarstukken 2025, Voorjaarsbrief 2026, Begroting 2027-2030, maatregelen en ombuigingen GR Sociaal

Pagina 2 van 2

Zienswijze gemeente Alblasserdam (definitieve versie) Inleidende opmerkingen 1. Niet behalen ombuigingen U geeft aan dat u de bestuurlijke opdracht hebt moeten bijstellen vanwege het aanpassen van de maatregel uitstroom bijstandsklanten. Dat die aanpassing tot zo’n grote bijstelling leidt, komt omdat het grootste deel van de eerdere bestuurlijke opdracht bestond uit het verhogen van uitstroom uit de bijstand. We wijzen u erop dat wij in onze zienswijze van vorig jaar al uitvoerig onze twijfels hebben geuit bij het realisme van juist dit deel van de bestuurlijke opdracht. Ons punt was niet zozeer dat het sowieso onmogelijk is om de uitstroom significant te verhogen, maar was dat zo’n verhoging zorgvuldig onderbouwde plannen vereist. We hebben u laten weten dat het daar naar ons idee aan ontbrak. Dit is reden voor ons om de volgende kritische vragen te stellen: 1. Hoe komt het dat u op basis van onze input niet eerder hebt bijgestuurd? 2. Hoe kan het überhaupt dat u hebt voorgesteld de bestuurlijke opdracht grotendeels te realiseren door het verhogen van uitstroom, zonder dit gepaard te laten gaan met een degelijke onderbouwing over waarom en hoe dit haalbaar zou zijn? We vinden het jammer dat we u deze vragen moeten stellen. Wij hadden het namelijk passend gevonden als u uit eigen beweging kritisch had gereflecteerd op het verloop van de bestuurlijke opdracht tot nu toe.

Graag horen we van u waarom u dit niet heeft gedaan. Reactie: Wij herkennen uw eerdere zienswijze en de daarin geuite twijfels over de haalbaarheid van de extra uitstroomambitie. Tegelijk constateren wij dat wij destijds – mede op basis van de toen beschikbare inzichten en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt – hebben ingezet op het maximaal vergroten van uitstroom, zonder dat voldoende scherp was onderbouwd in hoeverre dit structureel realiseerbaar was voor onze doelgroep. In de uitvoering is gebleken dat de aannames hierover te optimistisch waren, onder andere door de sneller dan verwachte verzwaring van het bestand en de beperkte uitstroomkansen. Wij hebben hierop gereflecteerd in onze P&C-cyclus, onder andere via risicoparagrafen en bijstellingen in voortgangsrapportages. Tegelijk erkennen wij dat deze reflectie nadrukkelijker en explicieter naar voren had mogen komen in relatie tot de bestuurlijke opdracht als geheel. Met de huidige bijstelling maken wij deze herijking expliciet en kiezen wij voor een realistischer, beter onderbouwde koers, waarin ambitie en haalbaarheid beter in balans zijn en waarin wij scherper sturen op wat daadwerkelijk beïnvloedbaar is binnen onze uitvoering. 2. Input over benodigde ontwikkeling van uw organisatie Er is nog meer waar we teleurgesteld over zijn en waar we ons zorgen over maken.

Te denken valt aan het feit dat u vaak wat vlak reageert op onze zienswijzen: zoals onlangs nog uw verstuurde reactie op onze zienswijze op de aanpassing van de financiële verordening, waar het zelfs ontbreekt aan elke argumentatie. Waar het gaat om zorgen, noemen we ook opnieuw het functioneren van uw organisatieonderdeel dat zich bezighoudt met ontwikkelen naar werk, waaronder Drechtwerk. Daar gaat veel geld in om, terwijl tegelijkertijd de effectiviteit te kort lijkt te schieten. We werken dat verder uit in het laatste deel van onze zienswijze. We delen nu eerst een aantal inzichten over de oorzaken van genoemde teleurstellingen en zorgen. We doen dit mede omdat er binnen afzienbare tijd een nieuw dagelijks bestuur en algemeen bestuur aan de slag zal gaan. Zo willen we bijdragen aan het functioneren van de GR Sociaal tijdens de komende bestuursperiode. We staan weliswaar op afstand van de dagelijkse gang van zaken, maar die afstand kan voor het maken van een analyse ook behulpzaam zijn. a. Kwaliteitsstandaarden verhogen Een eerste inzicht heeft betrekking op de kwaliteitsstandaarden die u hanteert. Indien de kwaliteit van onderbouwingen zoals die van financiële keuzes (denk aan de oorspronkelijke bestuurlijke opdracht) en van de reacties op zienswijzen sterk omhooggaan, is er veel gewonnen.

Deugdelijke onderliggende argumentatie is dan ook de kern van degelijk overheidsbeleid (bijv. Hoogerwerf e.a., 20212). b. Meer gevoel hebben bij wat er lokaal leeft Een tweede inzicht is dat er niet zoveel gevoel lijkt te zijn voor wat er lokaal speelt qua gemeentefinanciën en daarmee voor de enorme opgave waar wij voor staan, maar ook voor de waarde van de vele inzichten die wij met u delen. Het is dus belangrijk dat dit

1

gevoel wordt versterkt. Dat bevordert immers dat de besluiten die worden genomen aansluiten bij onze lokale ideeën, behoeften en wensen. c. Openstaan voor tegenspraak Het derde is dat, zo krijgen we de indruk, tegenspraak in uw bestuurlijke besluitvorming niet de plek krijgt die het verdient. Indien onderbouwde afwijkende inzichten vooral als lastig worden beschouwd, zit u volgens ons op het verkeerde spoor. Ze zijn namelijk juist essentieel voor het nemen van zorgvuldige besluiten. We horen graag van u hoe het komt dat van bovengenoemde tekortkomingen sprake is. En we horen graag wat u gaat doen om verbetering aan te brengen. Reactie: Wij danken u voor uw reflecties op ons functioneren. Tegelijkertijd willen wij aangeven dat wij ons in een aantal van de door u geschetste beelden en reflecties niet herkennen. Wij realiseren ons dat deze zienswijze voor u een belangrijk moment is om uw zorgen te uiten. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat onderwerpen rondom het functioneren van bestuur en organisatie gebaat zijn bij een aparte, zorgvuldige bestuurlijke dialoog. Wij kijken uit naar een nadere gedachtewisseling over de door u aangedragen punten. Met de start van een nieuw Algemeen Bestuur in deze periode zien wij een goed moment om samen een nieuwe stap te zetten in de samenwerking.

Daarbij willen wij inzetten op een open, transparante en constructieve samenwerking, waarin ruimte is voor verschillende perspectieven en het versterken van onderling vertrouwen. Ten aanzien van uw zorgen over het organisatieonderdeel dat zich richt op ontwikkelen naar werk, waaronder Drechtwerk, delen wij dat het van groot belang is dat publieke middelen doelmatig en effectief worden ingezet. Tegelijkertijd constateren wij dat de opgave complex is en dat resultaten niet altijd eenvoudig eenduidig te meten zijn. Dit neemt niet weg dat wij blijvend sturen op verbetering van effectiviteit en transparantie. 3. Meewerken aan implementatie van aanbevelingen regiegroep Mede ingegeven door de veranderende financiële situatie van gemeenten is afgelopen jaar een regionale regiegroep ombuigingen ingesteld. Deze regiegroep bestond uit bestuurders van alle Drechtstedengemeenten, een afvaardiging van de gemeentesecretarissen, en werd ondersteund door concerncontrollers en bestuursadviseurs. De regiegroep heeft een aantal aanbevelingen gedaan die komende bestuursperiode verder uitgewerkt gaan worden. Deze hebben betrekking op de kaderstelling vanuit de deelnemende gemeenten. Het gaat ook over het versterken van de betrokkenheid en informatiepositie van de gemeenteraden. Wij zien de noodzaak van deze aanbevelingen in en hechten er veel waarde aan dat ze leiden tot werkelijke veranderingen.

We vragen u dan ook om een coöperatieve houding bij de implementatie. Reactie: Het DB is niet betrokken geweest bij deze regiegroep en de totstandkoming van de aanbevelingen. Wij staan echter positief tegenover de geschetste richting en zijn vanzelfsprekend bereid om een constructieve en coöperatieve bijdrage te leveren aan de verdere uitwerking en implementatie. 4. Realistische ombuigingen In dit laatste deel van onze zienswijze geven wij onze input over hoe nu alsnog en al zoveel mogelijk op korte termijn tot realistische ombuigingen te komen. In dat kader heeft u ons een overzicht verstuurd met daarop meer dan 40 maatregelen. Een deel van de voorstellen heeft betrekking op het domein bestaanszekerheid versterken, een ander deel op ontwikkelen naar werk en weer een ander deel op het domein zorgen voor ondersteuning. We danken u voor het verstrekken van deze informatie. Deze aanpak geeft ons vooralsnog het vertrouwen dat er zo echt een significante verlaging van onze verwachte afdracht gerealiseerd kan worden. We zijn ook blij dat er wordt toegewerkt naar een begrotingswijziging in de zomer; dit helpt voor het lokale begrotingsproces. Dat neemt niet weg dat we het een opgave vinden om keuzes te maken.

We beseffen namelijk het gewicht van onze input bij het bepalen welke voorstellen wel en niet werkelijk doorgevoerd gaan worden, terwijl het gaat om voorstellen die inwoners raken. En we krijgen maar weinig tijd voor het verstrekken van onze input.

2

Zoals gezegd beseffen we dat veel van de maatregelen direct effect hebben op de dienstverlening aan onze inwoners. Tegelijk verkeert onze gemeente in een dermate moeilijke financiële situatie dat we niet de luxe hebben om over veel maatregelen aan te geven dat we ze niet doorgevoerd willen hebben. Reactie: Wij herkennen de door u benoemde zorgen, met name waar het gaat om de effecten van keuzes op onze inwoners. Tegelijkertijd constateren wij dat, mede gezien de financiële opgaven, het maken van keuzes onvermijdelijk is om daadwerkelijke ombuigingen te kunnen realiseren. 5. Voorkomen stapeling effecten voor dezelfde minima We zijn qua instemmen het meest terughoudend geweest met maatregelen die betrekking hebben op bestaanszekerheid versterken en daarmee op minima. Er zijn verschillende maatregelen in het domein van Wmo die, hoewel we ze in algemene zin verdedigbaar vinden, ook minima raken. Denk hierbij aan het verhogen van eigen bijdragen voor de wasservice en voor scootmobielen. Om te voorkomen dat ook minima hierdoor geraakt worden vragen wij u hiervoor een oplossing te vinden. Voor zover we dat kunnen beoordelen is een geschikte manier ervoor te zorgen dat er bijzondere bijstand kan worden aangevraagd voor de betreffende bijdragen voor Wmo-voorzieningen.

Reactie: Er zijn een aantal voorstellen gedaan om de beweging te maken van Wmo-maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. De beoogde besparing wordt hierbij onder andere gerealiseerd aan de batenkant: voor algemene voorzieningen kan immers een hogere bijdrage worden gevraagd. Wij begrijpen de zorg om minima te ontzien. Binnen de systematiek van eigen bijdragen voor algemene voorzieningen ligt het voor de hand om voor minima een gerichte korting toe te passen. Een dergelijke kortingsregeling biedt een meer passende en transparante oplossing dan deze eigen bijdrage te compenseren via het minimabeleid. De keuze voor het inrichten en uitvoeren van een algemene voorziening ligt bij gemeenten. De verantwoordelijkheid om de effecten voor minima te beperken door het toepassen en vormgeven van een kortingsregeling ligt hiermee ook bij gemeenten. De wijze waarop gemeenten hier invulling aan geven, is direct bepalend voor zowel de betaalbaarheid voor inwoners als de uiteindelijke omvang van de te realiseren besparing. 6. Besparing personeelskosten en overhead In het licht van voorgaande waarderen we het positief dat het AB heeft besloten (zie pagina 10 voorjaarsbrief en pagina 9 begroting) dat er een structurele ombuiging van € 2 miljoen moet worden gerealiseerd op uw personeelskosten en overhead.

Het verbaast ons echter dat u dat grotendeels (voor € 1,3 miljoen) doet door salariskosten anders te begroten: zo’n begrotingstechnische aanpassing kunnen we niet beschouwen als een daadwerkelijke ombuiging. Reactie: Het onderscheid tussen een inhoudelijke ombuiging en een begrotingstechnische aanpassing doet naar ons oordeel niet af aan het structurele effect van deze maatregel. Er wordt een reële en duurzame verlaging van de lasten gerealiseerd. 7. Apparaat verlagen vanwege ombuigingen In de omvang van de bezuinigingsbedragen is nu niet verwerkt hoeveel apparaatskosten ermee bespaard kunnen worden. We vragen u dat alsnog per maatregel onderbouwd inzichtelijk te maken. Ook verwachten we van u dat u werkelijk uw apparaat verkleint en dat u uw begroting hierop aanpast. Reactie: Een nadere specificatie van de besparing op apparaatskosten per maatregel vergt een zeer intensieve analyse, die sterk afhankelijk is van de mate waarin maatregelen daadwerkelijk tot uitvoering komen. Wij achten het daarom zorgvuldig om een dergelijke uitwerking pas te maken op het moment dat er een grote mate van waarschijnlijkheid is dat een maatregel doorgang vindt. Daarbij geldt uiteraard dat de omvang van het apparaat in lijn wordt gebracht met het takenpakket.

Wanneer taken als gevolg van maatregelen verminderen, zal de organisatie hierin meebewegen en zullen eventuele besparingen worden verwerkt in de begroting. 3

8. Besparing nodig op organisatieonderdeel ontwikkelen naar werk We hechten er sterk aan dat het organisatieonderdeel ontwikkelen naar werk anders wordt georganiseerd. We menen dat het mogelijk moet zijn om inwoners beter te helpen en tegelijk jaarlijks vele miljoenen euro’s te besparen. Dat dit besparingsbedrag mogelijk moet zijn blijkt als we kijken naar het grote verschil tussen de betreffende rijksinkomsten en uitgaven. Belangrijk hierin is Drechtwerk: uit eigen berekeningen leren we dat wij en andere gemeenten voor dit jaar al bij elkaar € 7 miljoen meer afdragen dan we ontvangen, en dat dit bij ongewijzigd beleid oploopt naar € 9,5 miljoen in 2030. Dit grote verschil valt niet los te zien van het feit dat de inrichting van het bedrijf nog steeds niet op de nieuwe realiteit per 2015 (sindsdien is er geen reguliere instroom meer in het sociaal werkbedrijf) is aangepast, terwijl het Rijk zijn financiering daar wél op afstemt. Wij willen dat het verschil tussen betreffende Rijksinkomsten en onze uitgaven aan uw organisatie naar nul toe groeit. Daarbij wijzen we erop dat er ter ondersteuning van het realiseren hiervan geschikte literatuur voorhanden is, zoals de SZW-publicatie ‘Organisatiemodellen, handreiking inrichting en organisatie sociaal ontwikkelbedrijf’ (2025).

We zullen bij de behandeling van de plannen over de toekomstige inrichting van de participatie-infrastructuur scherp letten op de mate waarin er financieel toekomstbestendige keuzes worden gemaakt. Reactie: Uw zorg over de oplopende financiële disbalans binnen Ontwikkelen naar Werk is terecht en wordt gedeeld. Het verkleinen van het verschil tussen rijksinkomsten en uitgaven is een centrale doelstelling in het Transformatieplan Toekomstige Sociale Infrastructuur naar Werk. Er zijn door de GR Sociaal stappen gezet in de richting die het Rijk met haar wetgeving heeft beoogd, zoals het samenvoegen van de Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk; dit leidt tot een gecombineerd bedrijf zoals ook in de genoemde SZW-publicatie wordt uitgelegd. In de praktijk zijn er nog veel stappen te zetten tot dit haar vruchten afwerpt. Om te beginnen mist een gezamenlijke visie op de toekomstige infrastructuur. Het transformatieplan biedt die visie, en daarnaast een transitie pad met financiële doorrekening voor de komende jaren. Het Rijk ziet ook dat een groot deel van de gemeenten zich niet nog heeft kunnen aanpassen aan de nieuwe realiteit per 2015, omdat dit een hele lastige opgave is. Daarop zijn er middelen en een landelijk ondersteuningsteam in het beschikbaar gesteld. De GR Sociaal maakt gebruik van landelijke ondersteuning om deze verandering te versnellen. 9.

Substantieel verkleinen BUIG-inkomsten en -uitgaven Ondanks de disbalans tussen rijksinkomsten en gemeentelijke uitgaven ten aanzien van participatie, hebben we als regio en ook lokaal een groot tekort op de BUIG-middelen. Als we het goed zien, betekent dit dat de effectiviteit van uw organisatie op dit onderdeel fors tekortschiet. Volgens ons zou het uitgangspunt moeten zijn dat de BUIG-middelen grosso modo volstaan. Nu is het verwachte verschil volgens eigen berekeningen voor 2027 echter maar liefst € 10,5 miljoen en loopt het op naar € 14,5 miljoen in 6 2030.3 Prioriteit moet zijn om dit snel af te bouwen, en dat met realistisch en helder onderbouwde organisatorische en beleidsmatige keuzes. Reactie: Wij herkennen de ernst van de oplopende BUIG-tekorten en onderschrijven dat het terugdringen hiervan hoge prioriteit heeft. Tegelijk is het beeld genuanceerder dan dat de effectiviteit van de organisatie op dit onderdeel als geheel tekortschiet. De tekorten worden in belangrijke mate verklaard door externe factoren, zoals de groei van het bestand, de verzwaring van de doelgroep en de beperkte uitstroomkansen, in combinatie met de systematiek van de BUIG. Dit neemt niet weg dat wij alles in het werk moeten stellen om onze beïnvloedbare factoren maximaal te benutten.

Binnen de ombuigingsvoorstellen, de nieuwe verordening werk & inkomen en het transformatieplan Sociale Infrastructuur sturen wij daarom gericht op het verbeteren van de effectiviteit en doelmatigheid van onze inzet. Dit doen wij door scherpere keuzes in instrumentarium, betere aansluiting op de doelgroep en het versterken van ontwikkelroutes richting werk en participatie. Hiermee werken wij aan een realistischer en beter onderbouwd pad om de tekorten stapsgewijs te beperken.

4

10. Naar een uitvoeringsorganisatie? Ten slotte is er misschien nog meer mogelijk door de opzet van de samenwerking in de GR Sociaal anders in te richten, namelijk door de beleidsmatige aansturing bij gemeenten te beleggen en van de Sociale Dienst een pure uitvoeringsorganisatie te maken. Wij hebben meer informatie nodig om te beoordelen of dit een verstandige ontwikkeling is, maar we willen dit wel verkennen. We gaan ervan uit dat de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling die op de rol staat hierbij van pas zal komen. Reactie: De inrichting van de samenwerking in de GR Sociaal vormt een belangrijk onderwerp binnen de lopende evaluatie. Wij stellen voor om op basis van de uitkomsten van deze evaluatie met elkaar het goede gesprek te voeren over de verdere inrichting van de samenwerking, waaronder de door u geschetste variant. Op die manier kunnen we dit vraagstuk in samenhang en op basis van de benodigde inzichten zorgvuldig met elkaar afwegen. 11. Concept visie sociaal domein Het laatste uitgangspunt voor onze input betreft onze lokale concept visie sociaal domein. Daarin stellen we aan de orde dat er – in het bijzonder in het domein van jeugdhulp en Wmo – sprake is van een sterke toename van specialistische ondersteuning en dat deze zich naar verwachting, zeker bij ongewijzigd beleid, voortzet. Volgens de concept visie is dit een zorgelijk signaal over de samenleving.

Ook wordt aan de orde gesteld dat de groei op termijn niet meer te dragen is, onder meer qua benodigde personeelscapaciteit. Centraal in het document staan drie speerpunten die richting geven bij hoe we willen omgaan met deze ontwikkeling. Dit zijn: 1. op onderdelen meer vragen van inwoners zelf en hun netwerk; 2. specialistische ondersteuning verminderen door meer inzet van lokale voorzieningen die gericht zijn op het mogelijk maken van een voor de inwoner zinvol leven; 3. bevorderen dat hulp en ondersteuningsinitiatieven vanuit de samenleving worden opgezet. Reactie: Op hoofdlijnen herkennen en onderschrijven wij de visie die wordt geschetst. Wij zijn er een voorstander van om de eigen kracht van inwoners te versterken. Het betrekken van het sociale netwerk van cliënten is hierbij een belangrijke pijler. Hierbij achten wij het wel van belang dat dit zorgvuldig plaatsvindt en dat oog blijft bestaan voor de grenzen aan de draagkracht van wat van inwoners en hun netwerk verwacht kan worden. Daarbij merken wij ook op dat de voorgestelde richting in de uitwerking met name antwoord biedt op ondersteuningsvragen van lichtere aard. Voor inwoners met zwaardere en meer specialistische ondersteuningsbehoeften biedt deze benadering in mindere mate een oplossing.

Dit vraagt om een zorgvuldige afweging, waarbij geborgd blijft dat ook voor deze groep passende ondersteuning beschikbaar en toegankelijk blijft. Overigens heeft de toename van de vraag naar specialistische ondersteuning in 2025 hoofdzakelijk te maken met een verschuiving van cliënten die voorheen via de maatschappelijke opvang individuele begeleiding ontvingen. 12. Financieel-technische maatregelen Buiten de ombuigingsvoorstellen is het mogelijk de begroting neerwaarts bij te stellen door middel van het nemen van verschillende financieel-technische maatregelen zoals het wijzigen van uitgangspunten voor opstellen van de begroting. Een belangrijke is het koppelen van de groei in lasten met de meerjarige groei aan Rijksinkomsten. We zijn positief over zulke voorstellen, maar alleen zo lang ze niet in strijd zijn met realistisch begroten. Reactie: Wij onderschrijven het belang van realistisch begroten als randvoorwaarde. Bij het toepassen van dergelijke maatregelen, waaronder het koppelen van de lastenontwikkeling aan de meerjarige ontwikkeling van Rijksinkomsten, blijven wij hier nadrukkelijk op sturen. Voorstellen in deze richting wegen wij dan ook steeds af op hun financiële onderbouwing en mate van realiteitsgehalte, zodat de begroting zowel toekomstbestendig als verantwoord blijft.

5

Zienswijze gemeente Dordrecht (definitieve versie) Inleidende opmerkingen 1. Woord van dank Deze ontwikkelingen deden gelukkig niets af aan de inzet en betrokkenheid van uw medewerkers voor onze inwoners. Dat bevestigen de uitkomsten van uw klanttevredenheidsonderzoek. Daarvoor spreken wij graag onze waardering uit. Reactie Het Dagelijks Bestuur dankt de gemeenteraad voor de uitgesproken waardering. Jaarstukken 2025 2. Dienstverlening – innovatieve technologieën Dat u aan de slag gaat met innovatieve technologieën in het klantcontactsysteem geeft blijk van een vooruitziende blik. Echter wij begrijpen uit de informatie in uw stukken niet welke efficiencyslag u hiermee voor de inwoner én voor de organisatie beoogt te realiseren. Ook in uw conceptbegroting 2027-2030 schrijft u hierover in algemene termen. Reactie: Met de inzet van deze technologieën beogen wij zowel de dienstverlening aan inwoners te verbeteren, onder meer door snellere en toegankelijkere beantwoording van vragen, als de efficiëntie binnen de organisatie te vergroten, bijvoorbeeld door het verminderen van handmatige handelingen en het beter ondersteunen van medewerkers. In de verdere uitwerking zullen wij concreter maken welke efficiencywinst wij verwachten te realiseren, zowel voor inwoners als voor de organisatie. 3.

Dienstverlening – indicatoren Tenslotte kunnen wij de laatste 4 indicatoren niet duiden omdat deze niet direct voor zich spreken, dan wel de informatie ontbreekt. Hetzelfde geldt voor deze paragraaf in de voorjaarsnota en de begroting. Wij verzoeken u hierover meer duidelijkheid te verschaffen. Reactie: Deze indicatoren zijn bedoeld om inzicht te geven in de kwaliteit, toegankelijkheid en effectiviteit van de dienstverlening, maar zijn in de huidige vorm nog niet overal voldoende concreet uitgewerkt in definities en meetmethoden. Concreet zien de indicatoren op: − de mate waarin besluitvorming binnen wettelijke termijnen plaatsvindt; − de verhouding tussen lokale meldingen en het totaal aantal meldingen; − de mate waarin passende dienstverlening wordt gerealiseerd voor kwetsbare inwoners met meervoudige problematiek; − de ervaren afname van stress bij inwoners als effect van de dienstverlening. Daarnaast wordt via aanvullende indicatoren en monitoring gestuurd op het in één keer goed afhandelen van vragen, onder meer door het beperken van het aantal gegronde bezwaarschriften en het voorkomen van herhaalcontacten via verschillende dienstverleningskanalen. Wij zullen in de verdere uitwerking zorgen voor een nadere concretisering van deze indicatoren, inclusief definities, meetwijze en beoogde streefwaarden.

Hiermee wordt de leesbaarheid en duidbaarheid van de stukken in de komende rapportages verbeterd. 4. Bestaanszekerheid versterken – alleenverdienersproblematiek Wij constateren dat de compensatie van gedupeerde huishoudens voor fase 1 vertraging heeft opgelopen. Wij hebben begrip voor de omstandigheden zoals personele krapte en de complexe operatie. Wij vragen u in 2026 voorrang te geven aan de huishoudens die nog gecompenseerd moeten worden. Reactie: Bedankt voor uw begrip over de opgelopen vertraging. De omstandigheden waaronder dit proces moest worden uitgevoerd – waaronder personele krapte en de complexiteit van de operatie – zijn

6

daarop van invloed geweest. Wij zetten ons ervoor in om de uitvoering waar mogelijk te versnellen en blijven sturen op een zorgvuldige en tijdige afronding van fase 1 van de hersteloperatie. 5. Zorgen voor ondersteuning – integrale toegang Ook met het oog op de integrale toegang (éen cliënt, éen plan, één regisseur) moet de samenwerking tussen de GR Sociaal en Dordrecht Sociaal meer gestalte krijgen. In de praktijk verloopt deze samenwerking moeizaam. In uw reactie op onze zienswijze in 2025 gaf u te kennen hieraan te werken in het kader van de bestuursopdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein. Wij zien hier nog te weinig voortgang en verzoeken u ons mee te nemen in de komende acties. Reactie: We delen het belang van een versterkte samenwerking in het kader van integrale toegang. Wij herkennen het beeld dat deze samenwerking in de praktijk nog niet overal optimaal verloopt en onderschrijven het belang om hierin verdere stappen te zetten. Tegelijkertijd staat de GR Sociaal momenteel voor diverse organisatorische uitdagingen, waaronder de implementatie van het herstel- en verbeterplan, huisvesting en andere actuele vraagstukken. Dit maakt dat wij genoodzaakt zijn om prioriteiten te stellen in organisatie en uitvoering.

Desondanks worden er wel degelijk stappen gezet in de versterking van de samenwerking en de ontwikkeling van integrale toegang, onder meer binnen de uitvoering van de Wmo en in Dordt West. Daar zien wij duidelijke vooruitgang, met name in het beter verbinden van professionals in de uitvoering. De GR Sociaal draagt daarnaast actief bij aan netwerkontwikkeling, die een belangrijke basis vormt voor verdere integratie. Een fundamentele wijziging van de toegangstaken vraagt overigens om aanpassing van het takenpakket op het niveau van de Gemeenschappelijke Regeling en daarmee om afstemming tussen alle deelnemende gemeenten. Dit vergt zorgvuldige besluitvorming en uitvoerbaarheidsoverwegingen. 6. Financiën Wij vragen u structurele afwijkingen in de Jaarstukken 2025 explicieter te duiden en deze zichtbaar(der) te verwerken in de Voorjaarnota 2026 en Begroting 2027. Reactie: Geconstateerde structurele afwijkingen worden meegenomen in de ramingen van de Voorjaarbrief 2026 en Begroting 2027. In de financiële samenvatting van de Voorjaarsbrief 2026 en de Begroting 2027 geven we per begrotingspost aan of het om een incidentele of structurele wijziging gaat. Voorjaarsbrief 2026 7. Maatregelen en ombuigingen U blijft erg in het vage over de update van lijn 3 van de Bestuursopdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein.

Het is niet duidelijk welke uitwerkingsopdrachten hieronder vallen en welke resultaten u beoogt. De passage hierover in de meerjarenbegroting 2027-2030 voegt evenmin iets toe. Graag zien wij een update met concrete doelen en acties tegemoet. Reactie: In de voorjaarsbrief staat aangegeven dat de eerste drie uitwerkingsopdrachten zijn gestart: − Brede toegang sociaal domein: zie reactie bij punt 5. − Verregaande samenwerking tussen GR Sociaal en GR DGJ: Er loopt een onderzoek naar de effecten op vraagontwikkeling en bedrijfsvoering bij verdergaande samenwerking tussen DG&J en GR Sociaal. Door samen te werken aan bijvoorbeeld de inkoop van Wmo en jeugdhulp, het Wmo toezicht en Voortijdig Schoolverlaten (VSV) denken we efficiënter en effectiever te kunnen werken. − Analyse van dubbelingen in regionale en lokale uitvoering. Het onderzoek van overlap in regionaal en lokaal aanbod richting inwoners is afgerond. In het rapport zijn activiteiten geïnventariseerd die zowel door gemeenten als de GR Sociaal worden uitgevoerd. De hoop was hiermee inzichten te verzamelen op basis waarvan besparingen kunnen worden gerealiseerd. De inventarisatie heeft in beeld gebracht waar zich dubbelingen voordoen, echter over de feitelijke dubbelingen is vastgesteld dat deze juist bijdragen aan het sociaal 7

domein. Denk hierbij bijvoorbeeld aan algemene voorzieningen in het kader van de Wmo die bijdragen aan Wmo naar de voorkant. De GR Sociaal en gemeenten onderzoeken komend jaar gezamenlijk welke keuzes gemaakt kunnen worden. 8. Ontwikkelen naar werk In de tweede helft van 2026 zien wij de planvorming en besluitvorming tegemoet over de Participatiewet in balans en de transformatie van de sociale werkinfrastructuur. De focus ligt daarbij op de toekomstbestendigheid, zowel qua aanbod als qua dienstverlening, maar ook op betaalbaarheid. Hierop moeten echt slagen gemaakt worden. Reactie: Wij onderschrijven uw oproep. In de tweede helft van 2026 zullen wij met een uitgewerkt transformatieplan komen waarin toekomstbestendigheid én betaalbaarheid centraal staan. Daarbij wordt expliciet gestuurd op concrete verbeteringen in aanbod, dienstverlening en kostenbeheersing, zodat daadwerkelijk slagen worden gemaakt. 9. Zorgen voor ondersteuning – Individuele begeleiding De afgelopen jaren laten een forse kostenstijging zien voor individuele begeleiding, die zich ook in de voorjaarsnota 2026 doorzet. Een volledige verklaring ontbreekt. Het lijkt of we hier de kostensturing kwijtraken. Dit geeft nogmaals aan dat we dringend moeten doorpakken op de beweging naar voren. Reactie: Vanaf 2025 is sprake van een duidelijke stijging in het aantal cliënten.

Dit komt onder andere doordat cliënten die voorheen via de maatschappelijke opvang individuele begeleiding ontvingen, zijn overgegaan naar begeleiding vanuit de Wmo. Daarnaast heeft het wegwerken van wachtlijsten bij de toegang tot geïndiceerde Wmo-ondersteuning geleid tot een toename van het aantal cliënten. De verwachting is dat deze stijging in ieder geval in de eerste helft van 2026 nog doorzet. De verschuiving van cliënten uit de maatschappelijke opvang naar reguliere individuele begeleiding heeft niet alleen geleid tot meer cliënten, maar ook tot een zwaardere doelgroep binnen de Wmo. Tegelijkertijd neemt het aantal lichtere begeleidingstrajecten af, omdat deze vaker door het voorliggend veld worden opgepakt. Hoewel dit een gewenste ontwikkeling is, zorgt dit per saldo voor een zwaardere functiemix en daardoor hogere gemiddelde kosten per cliënt. Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de prijsindex OVA/PPC, die wordt gebruikt om tarieven in de zorg te indexeren. Deze index bestaat uit twee onderdelen: − De OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling), die de verwachte stijging van salarissen en werkgeverslasten in de zorg weergeeft (loonontwikkeling). − De PPC (Prijs Particuliere Consumptie), die de ontwikkeling van materiële kosten weergeeft op basis van algemene prijsinflatie (zoals kosten voor materialen en energie).

De gecombineerde indexatie (OVA/PPC) bedraagt voor 2026 5,13%. Er is gekozen voor deze index, omdat bij individuele begeleiding sprake is van vier verschillende cao’s met uiteenlopende looptijden. De OVA/PPC-index biedt daarom een passend en uniform uitgangspunt voor de prijsontwikkeling. 10. Zorgen voor ondersteuning – Dagbesteding In de voorjaarsbrief 2026 ontbreekt een toelichting op de verdere ontwikkeling van de meetmethodiek voor dagbesteding. Nu de eerdere indicatoren in 2025 zijn vervallen, is onduidelijk hoe de effectiviteit van de voorziening dagbesteding momenteel wordt gemonitord. Wij verzoeken u dit toe te lichten. Reactie: De effectiviteit van dagbesteding wordt gemonitord door te kijken naar de doelen die per type dagbesteding worden nagestreefd en de mate waarin deze worden bereikt. Bij belevingsgerichte dagbesteding ligt de nadruk op stabilisatie van de situatie van de cliënt. Voor deze groep is uitstroom uit de Wmo doorgaans geen primaire doelstelling. Wanneer er sprake is van uitstroom, gaat het meestal om een overgang naar een ander wettelijk kader, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), en niet om uitstroom richting zelfstandigheid. Effectiviteit wordt hier dus vooral bepaald door het behoud van stabiliteit en het voorkomen van achteruitgang.

8

Bij cliënten met een indicatie voor arbeidsmatige of ontwikkelgerichte dagbesteding wordt nadrukkelijk gekeken naar ontwikkelstappen. Hierbij wordt gemonitord of cliënten kunnen doorstromen naar een vorm van (beschut) werk of een participatieplek. In deze gevallen is de mate van doorstroom en ontwikkeling een belangrijke indicator voor de effectiviteit van de ondersteuning. 11. Financiën De exploitatie van de gemeente Dordrecht en het vrije weerstandsvermogen staan financieel onder druk. Wij vragen u daarom om nu en in het vervolg ook beheersmaatregelen voor te leggen, zodat wij en uw bestuur effectief bij kunnen sturen in plaats van de bijdragen bij te stellen. Uiteraard begrijpen wij dat u niet altijd invloed heeft op de kostenstijgingen. Toch doen wij een beroep op u om mee te denken met het betaalbaar houden van uw taken teneinde een artikel 12 status van gemeenten in onze regio te voorkomen. Reactie: Uiteraard voelen wij ons medeverantwoordelijk voor het betaalbaar houden van de uitvoering van onze taken. Dit is ook expliciet de kern van de bestuurlijke opdracht en de actualisatie daarvan. Binnen deze kaders werken wij continu aan het beheersen van de uitgaven en het vergroten van de doelmatigheid. Tegelijkertijd zien wij, ondanks de ingezette maatregelen, dat de kosten onder druk blijven staan. Zoals in onze brief van 13 april jl.

toegelicht, wordt de stijging met name veroorzaakt door een combinatie van factoren: de bijstelling van maatregelen, uitbreiding van taken en een groei van het aantal aanvragen (Q) in combinatie met prijsstijgingen (P). Deze ontwikkelingen zijn voor een belangrijk deel het gevolg van vastgesteld beleid en externe omstandigheden, waarop onze invloed beperkt is. Wij onderschrijven het belang van het tijdig inzichtelijk maken van mogelijke beheersmaatregelen, zodat zowel uw raad als ons bestuur effectief kan bijsturen. In dat kader zullen wij bij volgende bestuurlijke momenten explicieter ingaan op mogelijke knoppen om aan te draaien, inclusief de consequenties daarvan voor de uitvoering, toegankelijkheid en kwaliteit van de ondersteuning. Daarbij merken wij nadrukkelijk op dat aanvullende beheersmaatregelen in veel gevallen ook beleidsmatige en maatschappelijke afwegingen vragen. Wij blijven ons inzetten om, binnen de gegeven kaders, samen met gemeenten te zoeken naar een balans tussen betaalbaarheid, rechtmatigheid en passende ondersteuning voor inwoners. Daarbij blijven wij transparant over zowel de kostenontwikkelingen als de (on)mogelijkheden om hierin te sturen. Begroting 2027 12.

Bestaanszekerheid versterken In uw voorliggende meerjarenperspectief wordt vooralsnog verondersteld dat de uitbreiding/verruiming van het Persoonlijk Minima Budget (PMB), de Bijzondere Bijstand (BB) en de tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang structureel wordt voortgezet in Dordrecht. Wij hebben echter in het raadsvoorstel ‘Vervolg Samen tegen armoede’ besloten om de verruiming vast te leggen voor de periode 2023- 2026. Wij vragen u derhalve om deze uitbreiding/verruiming vanaf 2027 terug te draaien in uw meerjarenraming. In 2026 nemen wij een besluit over het wel, niet of deels continueren van de huidige verruimde minimaregelingen. Reactie: Wij begrijpen dat de verruimingen van het Persoonlijk Minima Budget (PMB), de Bijzondere Bijstand (BB) en de tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang zijn gefinancierd met middelen die tijdelijk van aard zijn. Tegelijkertijd merken wij op dat deze verruimingen momenteel zijn verankerd in de vigerende beleidsregels en verordeningen. Onze meerjarenraming is gebaseerd op vastgesteld beleid en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen voor inwoners, en niet primair op de (tijdelijkheid van) de financieringsbronnen. Vanuit dat perspectief zijn de genoemde verruimingen in de huidige raming structureel verwerkt.

9

Vanzelfsprekend betrekken wij het door u genoemde besluitvormingsmoment in 2026 bij een eventuele herijking van beleid en de financiële doorwerking daarvan in de meerjarenraming vanaf 2027. 13. Ontwikkelen naar werk - Dienstverleningsprofielen De indeling in dienstverleningsprofielen vinden wij positief. Dit geeft richting aan uw inzet en benodigde instrumentarium. Wij vragen u om in het vervolg de aantallen inwoners per profiel toe te voegen. Reactie: In het vervolg zullen wij de aantallen inwoners per klantprofiel opnemen, zodat dit meer inzicht geeft in de verdeling en inzet. 14. Ontwikkelen naar werk - Statushouders Wij staan volledig achter uw inzet op statushouders. Dit is een relatief jonge doelgroep met potentie op werk. De koppeling aan de ontwikkelpaden geeft uitzicht op een passende baan in een kanssector c.q. duurzame uitstroom. We zijn daarbij zeer benieuwd hoe u duale trajecten (in combinatie met inburgering) vormgeeft. Reactie: Bij het vormgeven van de duale trajecten zetten wij in op combinaties van zowel inburgering met werk (veelal voor deelnemers aan de B1-route) als inburgering met participatie/ontwikkeling naar werk (veelal voor deelnemers aan de Z-route). Om de combinatie met werk verder te stimuleren wordt het instrumentarium hierop aangepast (inzet loonkostenpremie en aanpassing baanbonus).

Voor de combinatie met participatie/ontwikkeling naar werk richten wij ons op de inzet van de vanuit de WI2021 verplichte 800 uur participatie, die nu als apart perceel is aanbesteed en de aansluiting hiervan op het Werk Ontwikkel Punt. 15. Ontwikkelen naar werk - Jongeren Onderbelicht vinden wij uw aanpak en ambitie op jongeren (naar werk/school) en inwoners die instromen vanuit de werkloosheidswet (WW). Landelijk gezien belanden jongeren vaker in de bijstand. Een gerichte aanpak en een geformuleerde ambitie op een positieve uitstroom (werk of onderwijs) zien wij graag tegemoet. Reactie: Het DB onderschrijft het belang van een gerichte en samenhangende aanpak voor jongeren en inwoners die instromen vanuit de WW. Met de invoering van de Wet van school naar duurzaam werk per 2026 zetten wij in op het structureel bieden van preventieve arbeidsondersteuning aan alle jongeren jonger dan 27 jaar. Deze ondersteuning is gericht op duurzame uitstroom naar werk of, waar passend, een vervolg in onderwijs. Deze werkwijze is nader uitgewerkt in de vastgestelde beleidsregels. Daarbij wordt per jongere gewerkt met een individueel plan van aanpak, waarbij passende instrumenten en – waar nodig – leerwerktrajecten worden ingezet. Binnen deze aanpak krijgt dedicated jobcoaching voor jongeren afkomstig uit het Praktijkonderwijs, Voortgezet speciaal onderwijs en het MBO een centrale positie.

Dit zien wij als een belangrijke interventie om de overgang van onderwijs naar de arbeidsmarkt zo soepel mogelijk te laten verlopen en om duurzame plaatsingen te bevorderen. 16. Ontwikkelen naar werk - WW Ook de instroom vanuit de WW of werk vraagt in onze optiek om focus. Drie maanden wachttijd voordat deze inwoners op een traject zitten, is verloren tijd. Een snelle gerichte aanpak richting werk moet voorop staan. Temeer daar een grotere instroom vanuit de WW valt te verwachten als het gevolg van het Rijksbeleid.

10

Reactie: Ten aanzien van deze doelgroep zijn er afspraken met het UWV gericht op preventie van instroom in de bijstand. Als deze instroom toch plaatsvindt worden de inwoners ingedeeld in klantprofiel 1 en van een passend traject voorzien. Ook is in een van de ombuigingsvoorstellen opgenomen om een proceswijziging door te voeren waarbij de inwoner sneller wordt gekoppeld aan een bemiddelaar. De maatregel houdt in dat we de poortmedewerkers in staat stellen om bij de eerste kennismaking met een inwoner in te schatten of iemand mogelijk al naar werk bemiddeld kan worden. Zodoende kan bemiddeling direct in gang worden gezet, zonder eerst de consulent Ontwikkelen naar Werk te zien. Op die manier zorgen we ervoor dat inwoners met potentie om op korte termijn aan het werk te gaan, dat ook zo snel mogelijk gaan doen. 17. Ontwikkelen naar werk - Uitstroom We begrijpen dat u voor dit moment uw initiële ambitie om het 2,5% beter te doen dan de CPB-norm loslaat. Toch verzoeken wij u ook deze ambitie om het qua uitstroom beter te doen opnieuw te overwegen, mede in het licht van voornoemd transformatieplan. De BUIG-systematiek 'rendeert’ pas wanneer de gemeente het gemiddeld beter doet dan het macro-resultaat. De urgentie daartoe wordt alleen maar dringender, gezien de meerjarige en groter wordende tekorten op de BUIG.

Reactie: Wij begrijpen uw oproep om opnieuw te sturen op een uitstroom boven de CPB-norm, mede gezien de BUIG-systematiek. Tegelijkertijd hebben wij, op basis van de meerjarige resultaten en een nadere analyse van het bestand, besloten deze extra ambitie los te laten. De afgelopen jaren is deze doelstelling structureel niet gerealiseerd, wat samenhangt met de veranderde en zwaardere samenstelling van de doelgroep, de beperkte uitstroomkansen en een toenemende mismatch met de arbeidsmarkt. Het hanteren van een ambitie die niet realistisch blijkt, leidt bovendien tot een vertekend financieel beeld en onvoldoende betrouwbare sturing. De focus verschuift daarom naar het maximaal haalbaar verhogen van participatie en ontwikkeling, met waar mogelijk uitstroom naar werk. Via aanvullende maatregelen binnen Ontwikkelen naar Werk wordt gericht ingezet op het vergroten van uitstroomkansen, maar binnen een realistisch kader. Daarmee sturen wij op duurzame resultaten en een beter beheersbare financiële ontwikkeling, ook in relatie tot de BUIG. 18. Zorgen voor ondersteuning - Vervoer Bij de maatregelen en ombuigingen is de ‘verhoging van de eigen bijdrage voor wmo vervoer’ niet meegenomen, terwijl dergelijke tariefwijzigingen in meerdere gemeenten binnen de regio wél zijn opgenomen in de verordening.

Tegelijkertijd constateren wij dat de kosten voor vervoer jaarlijks toenemen vanaf 2027- 2030, terwijl in het kader van de ombuigingen juist een afname mag worden verwacht. Wij verzoeken u deze wijzigingen alsnog te verwerken in uw begroting. Reactie: In de begroting van de GR Sociaal is al rekening gehouden met een bedrag van € 215.000. De nieuwe prognose van de eigen bijdrage bedraagt € 174.000 voor 2027. Dit wordt verwerkt in de eerste begrotingswijziging 2027. 19. Zorgen voor ondersteuning – Individuele begeleiding Ook zien wij dat u de ramingen voor individuele begeleiding wederom verhoogd, waardoor deze ver boven de gerealiseerde kosten in 2025 komt te liggen. Kunt u nagaan of deze stijging realistisch is, mede gezien de ingezette beweging naar voren en de nieuwe aanbesteding. Graag zien wij in uw begroting(en) een onderbouwing van geraamde bedragen met verwachte aantallen (voor alle onderdelen). Reactie: Zie punt 9 voor een toelichting op de stijging van de kosten voor individuele begeleiding. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is het inkooptraject voor individuele begeleiding nog niet afgerond. Om die reden is nog geen rekening gehouden met de effecten van de nieuwe

11

contracten die per 1 januari 2027 van kracht worden. De financiële consequenties van deze nieuwe contracten zullen worden betrokken bij de Voorjaarsbrief 2027. 20. Financiën - Tariefstijgingen Wij zien al jaren dat de tarieven van de zorgaanbieders hard stijgen boven de compensatie die gemeenten via het accres gemeentefonds ontvangen. Wij begrijpen dat u hierbij de landelijke richtlijn volgt, die u verplicht ‘reële tarieven’ te vergoeden aan aanbieders. Dit betekent in onze ogen echter niet dat zonder meer alle kostenstijgingen bij aanbieders overgenomen moeten worden. Wij vragen u aanbieders te betrekken bij het beperken van kostenstijgingen en het betaalbaar houden van de zorg. Ook de krapte op de arbeidsmarkt en economische omstandigheden vragen om maatregelen. Denk aan productiviteitsslagen (door innovatie/ICT of niet meer vergoeden van no shows), het verlagen van (opleidings- en kwaliteits-) eisen, beperken van keuzevrijheid, managen van wachtlijsten en versterken toezicht en handhaving op rechtmatigheid van betalingen. We zien dat meerdere gemeenten overstappen op een ander inkoopmodel en hierbij soms werken met een budgetplafond of taakgericht budget. De schaarse middelen vragen om de inkoopstrategie op de diverse onderdelen kritisch te heroverwegen. Wij verzoeken u ons te informeren over keuzemogelijkheden die u daarbij ziet.

Reactie: Wij herkennen het beeld dat de kostenontwikkeling in het sociaal domein onder druk staat en dat deze niet altijd gelijke tred houdt met de ontwikkeling van het gemeentefonds. Tegelijkertijd zijn wij gehouden aan de wettelijke kaders, waaronder de verplichting om reële tarieven te hanteren. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging tussen financiële houdbaarheid en het waarborgen van toegankelijke en kwalitatief goede ondersteuning. Wij onderschrijven uw punt dat kostenbeheersing een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. In onze gesprekken met aanbieders besteden wij nadrukkelijk aandacht aan doelmatigheid en innovatie. Daarbij kijken wij onder andere naar mogelijkheden om de productiviteit te verhogen, onnodige kosten (zoals no-shows) te beperken en het gebruik van digitale oplossingen verder te onderzoeken. Al in 2017 werd zichtbaar dat de kosten voor met name de maatwerkvoorziening Individuele Begeleiding (IB) zeer sterk stegen ten opzichte van 2015. Op dat moment hebben wij onderzocht of een budgetplafond soelaas kon bieden om de kostenstijging te beteugelen. Uitkomst daarvan was dat het juridisch geen stand zou houden (in strijd met AMvB reële prijs, de zorgplicht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur).

Bovendien zou het in de uitvoering de nodige uitdagingen met zich mee brengen en uiteindelijk de klanten duperen door zeer lange wachttijden en verstoringen in het begeleidingstraject. In plaats daarvan hebben wij een sturingsinstrument geïmplementeerd dat ertoe leidde dat de kosten per klant per maand daalde van €620,- naar €560,-. Dat besparende effect van het sturingsinstrument is nog steeds zichtbaar hoewel dat het afgelopen jaar wel kleiner is geworden. Bij een taakgericht budget (één integraal budget voor een taak of doelgroep) komt het financiële risico volledig bij een aanbieder te liggen. Die zal daarom ook zelf willen kunnen bepalen voor welke indicatie een cliënt in aanmerking komt. Daarbij zullen financiële afwegingen worden gemaakt die niet per se het belang van cliënten dienen. Het beperken van keuzevrijheid wordt vaak gekoppeld aan kostenbesparing. Beperking van keuzevrijheid zou uitsluitend gestalte kunnen krijgen door minder aanbieders te contracteren. Dat zou echter geen recht doen aan het eerdere bestuurlijke besluit om keuzevrijheid te bieden op grond van denominatie (in de regio). Bovendien is uit onderzoek (onder andere door PPRC en Significant Synergy in opdracht van het ministerie van VWS) gebleken dat het terugbrengen van het aantal gecontracteerde aanbieders an sich geen besparing met zich meebrengt.

De kans is juist groter dat kosten juist stijgen vanwege de toenemende reistijden en reiskosten. En er bestaat een grote kans op toename van pgb’s, waarbij de toezichthoudende rol op rechtmatigheid veel intensiever is. Of een contractduur uitvalt, wordt niet bepaald door de contractvorm. Het is afhankelijk van de sturing en beheersing door de opdrachtgever (bijvoorbeeld het monitoren van het aantal declaraties en sturen op doorlooptijden). Het niet vergoeden van de no shows is niet in overeenstemming met de AmvB reële prijs. De kosten daarvan in rekening brengen bij klanten brengt daarnaast kosten met zich mee voor incasso, die 12

bovendien complex zal zijn aangezien het over het algemeen klanten betreft met weinig of geen financiële draagkracht. Het managen van de wachtlijsten vraagt om een behoorlijke inzet van menskracht aangezien die per aanbieder zeer volatiel is, de wachtlijsten veranderen dagelijks. Een eventuele besparing zal slechts zeer beperkt van omvang zijn en niet opwegen tegen de kosten die het managen van de wachtlijsten met zich meebrengt. De afgelopen jaren werd met aanbieders afgerekend op basis van output financiering (vast bedrag per cliënt per maand). Dat bracht met zich mee dat er nauwelijks sprake kon zijn van onrechtmatige declaraties. Op dit moment kennen we voor huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding en vanaf volgend jaar ook voor individuele begeleiding echter prestatiefinanciering (vergoeding op basis van daadwerkelijke geleverde ondersteuning). Dat vraagt van aanbieders een striktere registratie en administratie van geleverde dienstverlening. Bovendien zal met dit model alleen de daadwerkelijk geleverde ondersteuning afgerekend worden. Dit jaar en de jaren daarna zal daarom de controle op de rechtmatigheid van declaraties en betalingen worden geïntensiveerd.

Wij hebben daarnaast in het nieuwe contract, ten aanzien van individuele begeleiding, oog voor de financiële krapte van gemeenten door over te stappen op prestatiefinanciering, waardoor verwacht wordt, in deze krappe arbeidsmarkt, de grip op de uitgaven te vergroten. Concluderend verhouden een budgetplafond en taakgerichte bekostiging zich slecht met de wettelijke taak en verplichting om passende ondersteuning te leveren, om redenen die hierboven reeds genoemd zijn.

Zienswijze Gemeente Hardinxveld-Giessendam (definitieve versie) Inleidende opmerkingen 1. Niet behalen ombuigingen Daarnaast zijn wij onaangenaam verrast over het uitblijven van de beoogde ombuigingen. Uit uw jaarstukken 2025, de voorjaarsbrief 2026 en de begroting 2027 maken wij op dat u een groot deel van de ombuigingen uit de Bestuurlijke Opdracht ‘Een toekomstbestendig Sociaal Domein’ loslaat. Dit staat in contrast met uw Najaarsbrief 2025, waarin nog werd aangegeven dat de uitvoering van deze maatregelen volgens verwachting verliep. Hoewel de omvang van de ombuigingen eerder al naar beneden was bijgesteld, komt deze ontwikkeling voor ons onverwacht, vooral omdat een duidelijke toelichting ontbreekt. Dit vinden wij des te opvallender, omdat wij als gemeenteraad hier in eerdere zienswijzen en bestuurlijke overleggen herhaaldelijk aandacht voor hebben gevraagd. Daarnaast signaleren wij dat ook andere gemeenteraden in hun zienswijzen vergelijkbare zorgen hebben geuit over het gebrek aan inzicht in de gemaakte keuzes en de actuele stand van zaken rondom de ombuigingsmaatregelen. Desondanks blijft een nadere toelichting nog altijd uit. Reactie: Wij herkennen uw eerdere zienswijze en de daarin geuite twijfels over de haalbaarheid van de extra uitstroomambitie.

Tegelijk constateren wij dat wij destijds – mede op basis van de toen beschikbare inzichten en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt – hebben ingezet op het maximaal vergroten van uitstroom, zonder dat voldoende scherp was onderbouwd in hoeverre dit structureel realiseerbaar was voor onze doelgroep. In de uitvoering is gebleken dat de aannames hierover te optimistisch waren, onder andere door de sneller dan verwachte verzwaring van het bestand en de beperkte uitstroomkansen. Wij hebben hierop gereflecteerd in onze P&C-cyclus, onder andere via risicoparagrafen en bijstellingen in voortgangsrapportages. Tegelijk erkennen wij dat deze reflectie nadrukkelijker en explicieter naar voren had mogen komen in relatie tot de bestuurlijke opdracht als geheel. Met de huidige bijstelling maken wij deze herijking expliciet en kiezen wij voor een realistischer, beter onderbouwde koers, waarin ambitie en haalbaarheid beter in balans zijn en waarin wij scherper sturen op wat daadwerkelijk beïnvloedbaar is binnen onze uitvoering.

13

Jaarrekening 2025 2. Waardering Uw jaarverslag laat zien dat u in 2025 onverminderd heeft ingezet op de dienstverlening vanuit de verschillende wetten in het sociaal domein. Wij willen onze dank en waardering uitspreken voor de inzet van uw medewerkers in de afgelopen periode. In een tijd waarin de GR Sociaal met de nodige uitdagingen te maken heeft, blijven uw medewerkers zich dagelijks inzetten voor onze inwoners. U geeft aan geen verzoek te doen voor een resultaatsbestemming. Wij kunnen ons hierin vinden. Reactie Het Dagelijks Bestuur (DB) dankt de gemeenteraad voor de uitgesproken waardering. Voorjaarsbrief 2026 3. Ontwikkelen naar werk - Uitstroom De grootste wijziging van lasten en baten zien we op het onderdeel Inkomensondersteuning. Wij vinden het terecht dat u voor 2026 een realistischere doelstelling hanteert aangaande de uitstroom van bijstandsklanten. Immers, we hebben de afgelopen jaren, en in het bijzonder in onze gemeente, gezien dat uitstroom erg lastig is gebleken. Desondanks vragen wij u zich onverminderd in te spannen voor het stimuleren van uitstroom uit de bijstand, zodat grote tekorten op de BUIG-middelen, zo veel mogelijk worden voorkomen. Reactie: Wij herkennen en onderschrijven uw oproep. Voor 2026 hanteren wij een realistische doelstelling, terwijl wij ons tegelijkertijd onverminderd blijven inzetten om de uitstroom uit de bijstand te vergroten.

Binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk richten wij ons gericht op het verbeteren van uitstroomkansen. Dit doen we onder meer door bemiddeling en begeleiding anders in te richten, de aansluiting op de arbeidsmarkt te versterken via een andere benadering van werkgevers en door ontwikkelplekken te versterken en uit te breiden. Ook creëren we meer ruimte voor parttime werk wanneer fulltime arbeid niet haalbaar is, en werken we samen met de uitvoering aan een realistisch perspectief op de arbeidsmarkt – waarbij de meest gewenste baan niet altijd de meest haalbare blijkt. Tegelijkertijd opereren wij vanuit een realistisch beeld van zowel de doelgroep als de arbeidsmarkt. Door te sturen op een combinatie van uitstroom, ontwikkeling en participatie, zetten wij in op duurzame resultaten en dragen wij bij aan het beheersen van de BUIG-tekorten. Begroting 2027 4. Opgave Bestaanszekerheid Binnen de meerjarenbegroting blijft de ontwikkeling van de inkomensondersteuning voor ons een belangrijk financieel aandachtspunt. Wij zien dat de inzet op bestaanszekerheid de afgelopen jaren is versterkt, onder meer door de doorontwikkeling van bestaanszekerheidsgesprekken en een proactieve uitvoering van het minimabeleid, waardoor meer inwoners zijn bereikt. Dat het gebruik van minimaregelingen zich inmiddels stabiliseert, beschouwen wij als een logische ontwikkeling na deze intensieve inzet.

Tegelijk constateren wij dat deze stabilisatie mede samenhangt met een blijvend hoog beroep op de bijstand. Dit benadrukt voor ons het belang van blijvende gezamenlijke aandacht voor preventie, vroegsignalering en het versterken van de financiële zelfredzaamheid van inwoners. Reactie: Wij delen deze duiding en kunnen ons volledig vinden in uw analyse. De ontwikkeling dat het gebruik van minimaregelingen zich stabiliseert na de intensivering van het bereik achten wij verklaarbaar, evenals de samenhang met het blijvend hoge beroep op de bijstand. Dit benadrukt ook naar ons oordeel het belang van een blijvende inzet op preventie en vroegsignalering, evenals het verder versterken van de financiële zelfredzaamheid van inwoners. Daarbij merken wij op dat het wetsvoorstel proactieve dienstverlening mogelijk nog van invloed kan zijn op het gebruik van minimaregelingen, doordat inwoners in de toekomst (nog) gerichter en eerder in beeld komen. Wij blijven hier gezamenlijk met u op inzetten.

14

5. Opgave Ontwikkelen naar werk De herziene Participatiewet (Participatiewet in Balans) geeft een breder perspectief op participatie, waarbij de directe focus niet langer uitsluitend gericht is op betaald werk. Toch weten we vanuit de data dat er in Hardinxveld-Giessendam nog een relatief grote groep inwoners in de bijstand verkeert (ongeveer 30%), waarvan u inschat dat zij, eventueel met de nodige ondersteuning, bemiddelbaar zijn naar werk. Zoals al eerder aangegeven bij de reflectie op de Voorjaarsbrief, vragen wij u dan ook met klem zich te blijven inzetten op deze groep. Reactie: Wij onderschrijven uw oproep om ons blijvend in te zetten voor de groep inwoners met reële kansen op uitstroom naar werk. Juist voor deze groep zetten wij binnen Ontwikkelen naar Werk gericht in op intensievere bemiddeling en begeleiding, een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en het versterken van de uitvoering, met als doel de stap naar betaald werk daadwerkelijk te realiseren. Tegelijk past deze inzet binnen de bredere lijn van de Participatiewet in Balans, waarin naast uitstroom ook ontwikkeling en participatie centraal staan. Door gericht te differentiëren binnen de doelgroep, zorgen wij ervoor dat inwoners met arbeidsmarktperspectief maximaal worden ondersteund richting werk. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1200/documents/36050