265 Raadsinformatienota uitvoeringsprogramma van opvang naar wonen 2026-2027.pdf
Tekst van het document
-
Doorlopend.
Transitieteam Programma BW&O
Het experiment Wonen Eerst wordt gemonitord. Ervaringen worden tussentijds gedeeld met de regio.
-
Doorlopend.
Gemeente Dordrecht Transitieteam Woningcorporaties Toegang MO Zorgaanbieders
4.4
4.5
Regiobijeenkomsten en werkateliers
Monitor experiment Wonen Eerst Dordrecht
Met een frequentie van 3 à 4 keer per jaar verschijnt de nieuwsbrief Thuis in de Wijken. Regionaal
-
Eenmaal per jaar organiseren we een brede regiobijeenkomst voor gemeenten en maatschappelijke partners over de voortgang van de transitie Van Opvang naar Wonen. Jaarlijks zijn er twee werkateliers voor gemeentebestuurders. Rondom specifieke thema’s zijn er eventueel kleinere werksessies georganiseerd. Regionaal
De (tussentijdse) bevindingen met het experiment Wonen Eerst in Dordrecht zijn gedeeld met de regio. Een update van de voortgang en resultaten van het experiment staat in 2026 en 2027 tenminste elk kwartaal op de agenda van het transitieteam en tenminste tweemaal per jaar in het AO BW&O. Regionaal
25
8. Randvoorwaarde ‘Data en monitoring’ Nr.
Actie
Toelichting
Beoogd resultaat
Planning / prognose 2026 e.v. (mijlpalen, acties)
Betrokken / te betrekken partijen
5.1
ETHOS Light-telling
De ETHOS Light-telling is uitgebreide, wetenschappelijk onderbouwde en internationaal door overheden erkende telling van het aantal dak- en thuislozen. Dit gebeurt op basis van de ETHOS Light-classificaties van dak- en thuisloosheid, met daaraan toegevoegd de categorie ‘dreigende huisuitzetting’. De telling wordt in Nederland uitgevoerd onder supervisie van de Hogeschool Utrecht. In onze regio vindt de telling plaats in alle negen gemeenten. De daadwerkelijke telling wordt uitgevoerd onder coördinatie van de centrumgemeente en met medewerking van talloze organisaties (overheid, zorg, onderwijs, welzijn, bedrijven, verenigingen, etc.).
-
2026 – Q1: Voorbereidingen ETHOS Light-telling (doorlopend vanuit 2025).
Gemeente Dordrecht Regiogemeenten Wijkteams Sociale diensten Zorgaanbieders Woningcorporaties Overig
-
De regiobrede ETHOS Lighttelling is uitgevoerd en heeft inzicht opgeleverd in de problematiek van dak- en thuisloosheid in de regio (op lokaal en regionaal niveau). Op basis van de resultaten van de ETHOS Light-telling zijn beleid en maatregelen in de transitie Van Opvang naar Wonen herijkt en waar nodig aangepast / geconcretiseerd, bijvoorbeeld richting bepaalde doelgroepen.
2026 – mei: De ‘teldag’ is gepland in mei 2026. 2026 – december: Publicatie telling.
Regionaal Lokaal
De telling is al in een groot aantal regio’s in Nederland uitgevoerd en zal ook in onze regio veel informatie op regio- en lokaal niveau gaan opleveren. Deze informatie helpt ons om gerichter beleid te ontwikkelen en concrete maatregelen te nemen in de transitie Van Opvang naar Wonen. 5.2
Dashboard maatschappelijke opvang (centrumgemeente)
Het dashboard maatschappelijke opvang is in 2023 ontwikkeld en biedt informatie over in-, door- en uitstroom uit de maatschappelijke
-
In afstemming met de centrumgemeente is het gebruik van het dashboard MO geïmplementeerd en het
26
Doorlopend.
Transitieteam Gemeente Dordrecht Regiogemeenten
opvang. Het dashboard MO wordt in 2025 nog onvoldoende benut.
dashboard wordt doorontwikkeld. Regionaal Lokaal
27
9. Financiën Projecten en maatregelen die bijdragen aan de transitie Van Opvang naar Wonen worden uit verschillende lokale en regionale budgetten bekostigd. De programmakosten voor de transitie Van Opvang naar Wonen, waaronder de personele inzet van het transitieteam, worden betaald vanuit de decentralisatie-uitkering Brede Aanpak Dakloosheid die de centrumgemeente ontvangt voor de uitvoering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid.
28
Karin Castelijn, Nathalie Brocken en Lisette de Gelder – februari 2024
Transitiestrategie
Van Opvang naar Wonen, hoe van a naar b Status: definitief
2
Wat ligt voor? Transitiestrategie van opvang naar wonen •
Een document dat toegevoegd wordt aan de bestuurlijke opdracht die wordt geformuleerd in 2024 i.h.k.v. het uitvoeringsprogramma Van opvang naar wonen.
•
Deze strategie is ambtelijk uitgewerkt i.s.m. de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht en Gorinchem. Besproken en geaccordeerd door de gemeenten Sliedrecht, Papendrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam en Molenlanden.
•
Het programma bestaat uit 3 delen: 1. Strategie & tijdpad 2. Activiteiten (regionaal, lokaal) 3. Organisatie
3
1. Strategie & tijdpad Op naar 2030 en verder! •
Steeds een uitvoeringsprogramma van 2 jaar. In die 2 jaar wordt een programma uitgevoerd en een vervolgprogramma opgesteld, iteratief karakter.
•
Na 2030 stopt het niet.
•
Het betreft de gehele beweging van opvang naar wonen; de in-, door- en uitstroom.
•
Beginnen met concrete stappen zetten, lokaal en regionaal. Met focus op preventie en wonen.
•
Regionale afspraken als fundament.
•
Tijd maken voor het voeren van het “echte gesprek” en de opgaven: twee ambtelijke en twee bestuurlijke werkateliers per jaar, aan het begin van ieder jaar plannen.
4
2. Activiteiten-regionaal (1) Wat is er nodig? Regionale afspraken als fundament, daarnaast is iedere gemeente actief met de uitvoering van wat er lokaal nodig is. In de periode 2024-2025 wordt regionaal in het kernteam gewerkt aan:
•
Opzetten en uitvoeren van een communicatie campagne, waarin het begrip “wonen” anders, meer passend in dit tijdsgewricht wordt geframed, met als doel voldoende gedeeld begrip, draagvlak en eigenaarschap.
•
In kaart brengen van de potentie binnen de bestaande woonvoorraad; particulier, bij woningcorporaties en gemeentelijke opties worden verkend met als doel overzicht, aangrijpingspunten voor verandering en zo snel mogelijk uitbreiding van passende woonplekken.
•
In kaart brengen wat de ruimte in bestaande wet- en regelgeving nu is en hoe die wordt benut; welke wetten en regels zijn er regionaal en lokaal die de gewenste beweging stimuleren of belemmeren (voordeurdelersnorm, kamerverhuur, inhuur etc). Met als doel: overzicht, aangrijpingspunten voor verandering identificeren en (beter) benutten.
5
2. Activiteiten-regionaal (2) Wat is er nodig? •
Gezamenlijk formuleren basisniveau preventie.
•
Het ontwikkelen en in gebruik nemen van een meetlat voor de spreiding van tijdelijk wonen locaties en bijzondere woonplekken.
•
Het maken van afspraken over spreidingscriteria voor de uitstroom van mensen zonder gemeente van herkomst binnen de regio of die een contra-indicatie hebben op gemeente van herkomst.
•
Agenderen van de beweging van opvang naar wonen, op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau (zorg en wonen). Het betreft een belangrijke maatschappelijke opgave waar tenminste iedere jaar twee keer met elkaar een goed gesprek over dient te worden gevoerd middels werkateliers (agenderen, inspireren en gezamenlijk leren).
•
De opgave voor de periode 2026-2027 formuleren.
6
2. Activiteiten-lokaal Wat is er nodig? In de periode 2024-2025 wordt lokaal gewerkt aan: •
Inzichtelijk maken wat er lokaal nodig is m.b.t. de contractering van zorgaanbieders om de regionale afspraken uit te kunnen voeren.
•
Het maken van de koppeling met de agenda Beschermd Wonen en de Huisvesting van Kwetsbare Groepen.
•
Het formuleren, actualiseren van de gemeentelijke maatschappelijke vastgoedstrategie.
•
Het koppelen van de lokaal geformuleerde visie in aanpalende beleidsterreinen (woonzorgvisie, omgevingsvisie, etc.)
•
Het organiseren van (flexibele) huisvesting (wonen) ten behoeve van uitstroom en economisch daklozen.
7
3. Organisatie Hoe, op welke manier komen we van a naar b Opdrachtnemer: een kernteam, bestaande uit: •
• • •
Een onafhankelijk programmateam bestaande uit twee personen, zij trekken, organiseren en maken producten. Betrokken ambtenaren afkomstig van de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht, Gorinchem en 1 andere gemeente uit de regio (roulatiesysteem, iedere 2 jaar een andere gemeente). Per activiteit, thema worden andere actoren betrokken door het kernteam. Kijk daarbij verder dan de huidige, bestaande partners. Agendering op relevante ambtelijke/bestuurlijke tafels. Het kernteam rapporteert aan het ambtelijk overleg BW&O.
Opdrachtgever: twee wethouders uit de regio vormen een bestuurlijk duo opdrachtgeverschap (niet de centrumgemeente). Deze twee bestuurders rapporteren aan het Bestuurlijk Overleg BW&O. Gelet op de integrale opgave is het noodzakelijk bij de bemensing van bovenstaande gremia te kiezen voor een mix van zorg en wonen. Bekostiging van het programmateam door de regio uit de BW middelen.
Bijlagen
Waar werken we naar toe: eindbeeld 2030 Wat bedoelen we: idealiter Beschermd Wonen
Doel is structureel en duurzaam huisvesten Preventie: • Voorkomen verliezen dak boven je hoofd • Voorkomen gebruik maken van de opvang
Opvang: • Triage • Maximaal 3 maanden
Wonen: • Stabiele woonplek • Huur betalen en eigen regels • Geen aanvullende eisen • Met passende begeleiding als nodig Specials: o.a. Housing First en Skaeve Huse
Tijdelijk wonen: • Omdat er (nu) nog onvoldoende woonplekken zijn • Creëren met middelen MO • Onderdeel van de transitie(strategie) • Zelfde condities als regulier wonen, maar gericht op doorstroom naar reguliere woonmarkt
Samenvatting rolverdeling lokaal - centrumgemeente Lokaal, alle gemeenten
Regionaal (gezamenlijk)
1. Preventie
Uitvoering, inclusief woonoplossingen
Afspraken en monitoring minimumniveau en benutten mogelijkheden bestaanszekerheid
2. Opvang
Economisch daklozen Niet-rechthebbenden
Naast Dordrecht minimaal 1 locatie in de regio
Organiseren en bieden opvang
3. Tijdelijk wonen
Realisatie tijdelijk wonen en spreiding op basis van gezamenlijk vastgestelde criteria
Organiseren en financieren tijdelijk wonen doelgroepen 1 en 2 en in transitiefase doelgroep 3
4. Thuis voor speciale groepen
Realisatie en spreiding op basis van gezamenlijk vastgestelde criteria
Organiseren en financieren speciale woonvormen
5. Wonen
Centrumgemeente
Woonplekken voor uitstroom eigen inwoners + aandeel naar rato van regionale opgave
Samenwerking:
De gemeente Dordrecht, Zwijndrecht en Gorinchem sturen gezamenlijk in de maatschappelijke opvang opgave. Zij formuleren de transitiestrategie. Rekening houden met verschillen in omvang van problematiek, urgentie en de belastbaarheid van de ambtelijke organisaties.
Karin Castelijn, Nathalie Brocken en Lisette de Gelder -13 juni 2023
Voorstel tot concretisering Keuzes en definities Uitgevoerd door:
In opdracht van:
2
Vooraf Goed om te weten Ja, er is samenhang met diverse lopende trajecten zoals de doordecentralisatie Beschermd Wonen, de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen en in ontwikkeling zijnde diverse lokale woon- en zorgvisies. Ja, keuzes en uitkomsten van deze trajecten zijn, soms deels, op elkaar van invloed.
Ja, er gebeurt veel en de urgentie van het vraagstuk van de maatschappelijke opvang is hoog, het aantal economisch daklozen groeit en de combinatie met de opvangcrisis in Nederland maakt het niet eenvoudiger. Echter, gezien de complexiteit van al deze vraagstukken afzonderlijk, is het helpend ze ook af en toe op te knippen in stukjes en ze eerst afzonderlijk te bezien. Om ze daarna weer samen te voegen. Nee, we vragen u nu niet om onomkeerbare keuzes te maken. Oplossingen voor mogelijke zorgen van nu, krijgen een plek in de transitiestrategie.
Nee, het advies dat we voorleggen is niet strijdig met die van de ontwikkelingen rondom Beschermd Wonen en die van de agenda Huisvesting Kwetsbare groepen, het kan deze juist ondersteunen en mede vormen. We zoeken naar aangrijpingspunten om de uitvoering van de maatschappelijke opvang een stap verder te brengen. Met elkaar, dat is ieders verantwoordelijkheid, en ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
3
Inhoud 1.
Inleiding en leeswijzer
2.
Context maatschappelijke opvang anno 2023
3.
De regio
4.
De ambitie concreet
5.
Transitie
4
1. Inleiding en leeswijzer Wat ligt voor? In dit document schetsen wij op welke wijze de (centrum) gemeente Dordrecht, onze opdrachtgever, en daarmee de regio de in 2020 opgestelde visie van Opvang naar wonen, verder kan concretiseren. Iedere gemeente geeft invulling aan deze visie en deels in gezamenlijkheid. De manier waarop gemeenten dit tot op heden doen is inzichtelijk gemaakt en geverifieerd met de gemeenten. Hiermee zijn verschillen en overeenkomsten zichtbaar geworden, net als een aantal in gezamenlijkheid te beantwoorden vragen. Bij het beantwoorden van die vragen ontstaan dilemma’s. Problemen waarin uit twee even onaantrekkelijke alternatieven moet worden gekozen. De keuze kan dan ook niet alleen op logische gronden worden gemaakt, maar is afhankelijk van andere (deels subjectieve) factoren. Voor u ligt ons voorstel op inhoud, een manier om de visie van handelingsperspectieven te voorzien, de belangrijkste vragen die deze opgave met zich meebrengt te beantwoorden en een weg uit de dilemma's die dit met zich meebrengt.
Op 8 juni 2023 krijgt u de gelegenheid op deze voorzet te reageren. Op deze manier hopen wij u mee te nemen en ook de gelegenheid te bieden het voorstel te verrijken vanuit uw perspectief.
5
1. Inleiding en leeswijzer Opbouw van het document Voorafgaand aan dit document is met iedere gemeente afzonderlijk gesproken, hebben twee intergemeentelijke bijeenkomsten plaatsgevonden en zijn gesprekken gevoerd met diverse stakeholders. Daarnaast zijn landelijke ontwikkelingen meegenomen in de vorming van het advies. U leest eerst een algemene inleiding op het vraagstuk, de context van de maatschappelijke opvang. Daarna een korte inleiding op het vraagstuk, over wie het gaat, enig wettelijk kader en een aantal relevante ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Vervolgens treft u een samenvatting van de huidige visie Van opvang naar wonen in de regio en de aanbevelingen uit de tussentijdse evaluatie van het uitvoeringsprogramma (2022). In aanloop naar dit voorstel is zoals hierboven aangegeven gesproken met gemeenten en is onderzoek gedaan naar de lokale invulling van de visie. Hier zijn uitdagingen uit gedestilleerd, die zijn hier samengevat weergegeven. Hierna leest ons voorstel tot concretisering van de visie in vijf onderdelen. We sluiten dit document af met een beknopte beschrijving van de benodigde transitie.
6
2. Context maatschappelijke opvang anno 2023 Waar hebben we het over? Nederlandse gemeenten hebben op grond van de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) de opdracht tot "opvang bieden aan personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico's voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk, te handhaven in de samenleving. De 43 centrumgemeenten krijgen geld van het Rijk voor maatschappelijke opvang. De hoogte van het bedrag is gebaseerd op de omvang van de problematiek in de gemeenten. In deze regio geeft Dordrecht als centrumgemeente uitvoering aan deze opdracht. De gemeente (uitvoering door GGD) toetst of iemand in aanmerking komt voor de opvang. Hierbij speelt de mate van zelfredzaamheid van de inwoner een grote rol; groepen die in aanmerking komen voor de opvang worden vaak kwetsbare groepen genoemd.
7
2. Context: maatschappelijke opvang anno 2023
Ontwikkelingen in de afgelopen jaren Op dit moment wordt het dashboard Maatschappelijke Opvang ontwikkeld, Dit dashboard beoogt meer inzicht te geven in de instroom, doelgroepen, verblijfsduur en uitstroom van de maatschappelijke opvang. Op dit moment is de informatie nog onvoldoende eenduidig om de ontwikkelingen in de afgelopen jaren (per gemeente) te omschrijven. Vanuit de praktijk én landelijk onderzoek is een aantal ontwikkelingen relevant: • De doelgroep wordt breder: van ‘klassieke’ daklozen naar jongeren, gezinnen. • Het aantal economisch daklozen neemt toe. • Enerzijds neemt het aantal daklozen met complexe problemen toe: de hoeveelheid zorg die iemand nodig heeft groeit, zowel in de opvang als in de periode daarna. • Anderzijds verblijft er, door onvoldoende doorstroommogelijkheden, een groeiende groep (lang) in de opvang die met ambulante begeleiding zelfstandig kan wonen. • Landelijke ontwikkelingen naar doordecentralisatie (zie ook Beschermd Wonen), hierdoor verschuift meer verantwoordelijkheid naar individuele gemeenten. • Meer aandacht voor preventie: ook hierdoor steeds meer aandacht voor de rol van individuele gemeenten. • Landelijk actieplan dakloosheid zet onder meer in op wonen eerst en versterken bestaanszekerheid.
8
3. De regio De visie van opvang naar wonen 2020-2024 De regio heeft in 2020 een visie opgesteld ‘Van opvang naar wonen’ waarin zij schetst hoe ze aankijkt tegen het vraagstuk, belangrijke ontwikkelingen en uitdagingen en de daaropvolgende opgave in de regio. De kern van deze visie is: “Iedereen heeft recht op een dak boven zijn
hoofd. We helpen voorkomen dat onze inwoners hun dak kwijt raken. Wie het door omstandigheden toch verliest, bieden we een goede en veilige tijdelijke plek. We bieden ook een nieuwe kans mét de ondersteuning die eventueel nodig is. Zo snel mogelijk onder een eigen dak, maar eventueel in een tussenvoorziening of in een beschermde woonvorm. We houden nadrukkelijk in het oog dat iedereen in deze stad recht heeft op een prettige, veilige woonomgeving. Dus ook degenen die in de buurt van een opvangvoorziening wonen.” Deze kern is vertaald in acht uitgangspunten, hieruit volgen vier actielijnen voor de centrumgemeente Dordrecht, regiogemeenten en samenwerkingspartners: 1) Het voorkomen dat mensen dakloos raken, 2) het werken aan perspectief, 3) het voorkomen van terugval bij cliënten die succesvol zijn uitgestroomd uit de opvang en 4) het zorgen voor een prettige, veilige woonomgeving. In 2020 is de gemeente gestart met het uitvoeringsprogramma. In juni 2022 is deze uitvoering geëvalueerd. Uit deze evaluatie blijkt onder andere dat de visie die is opgesteld wel is gedeeld met relevante stakeholders, maar niet doorleefd. Met andere woorden, men is geïnformeerd over de visie, maar is onvoldoende in gezamenlijkheid besproken en van handelingsperspectieven voorzien. Kortom, de slag van het delen op papier naar er mee aan het werk zijn in beleid en uitvoering kan beter.
Resulterend in drie aanbevelingen: 1) versterk de basis, 2) voeg voorzieningen toe en 3) zet meer in op preventie. Aanbeveling 1 (versterk de basis) is een brede opgave die in 2023 wordt opgepakt. Ze start met het concretiseren van de visie. Vervolgens wordt ingezet op het verbeteren van de procesregie, het verbeteren van sturingsinformatie (parallel aan dit traject wordt een dashboard MO ontwikkeld) en het herontwerpen van de Toegangspoort Nieuwe Start.
9
3. De regio Uitdagingen In het eerste kwartaal van 2023 is met alle gemeenten gesproken en zijn analyses gemaakt en eerste bevindingen en dilemma’s gedeeld. Hieronder een beknopte samenvatting van deze bevindingen op hoofdlijnen, deze zijn namelijk eerder gedeeld en besproken. Groot en klein maakt verschil Het doet er toe, de omvang van de gemeente. De impact van de omvang is groter dan men denkt. In de kleinere gemeenten kan gezien de aard en omvang van de problematiek worden volstaan met maatwerk, het is in feite casuïstiek. In de grotere gemeenten (Dordrecht, Gorinchem en Zwijndrecht) moeten keuzes gemaakt worden in het proces van uitvoering, gericht op de “dikke stromen”; maatwerk is complexer. De impact van de keuzes die hier gemaakt worden, hebben gevolgen voor de regio. Een andere wijze van samenwerken waarbij de grotere gemeenten meer leidend zijn verdient aanbeveling. Inzicht geeft zicht, grip en begrip Elke gemeente heeft uitgesproken beelden over de verhouding tussen de eigen inspanning en de inspanning van de andere gemeenten. Er is behoefte aan beter zicht op de (lokale) problematiek; kwantitatief en van een kwalitatief hoger niveau. Een gezamenlijke meetlat of maat kan helpen in het maken van passende, eerlijke regionale keuzes.
Een heldere rol en taakverdeling tussen de centrumstad en de regiogemeenten inzake de verantwoordelijkheid betreffende (dreigend) dak- en thuislozen is niet voldoende scherp gedefinieerd. Meer helderheid is noodzaak. Scherp duiden helpt Een gemeenschappelijke taal om effectief te kunnen samenwerken is belangrijk. Definities moeten scherper. De woonopgave die hoort bij de transitie ‘van opvang naar wonen’ is onderbelicht in de volle breedte van het vraagstuk. Een duidelijke stip op de horizon met transitiestrategie geeft handelingsperspectief.
10
3. De regio Uitdagingen Dreigend dakloosheid vraagt om aandacht Er is beperkt aandacht voor dreigende dakloosheid, wat opmerkelijk is gezien algemeen geldende gedachte: voorkomen is beter dan genezen. Deze groep groeit echter. Hier ligt een kans in het inzetten van een meer integrale aanpak over de beleidsdomeinen heen. Gemeenten kunnen meer doen om dakloosheid te voorkomen. In het grijze gebied van dreigend dakloos naar dakloos, is niet voor iedere gemeente zijn rol, taak en verantwoordelijkheid helder. Gemeenten zijn echter in beginsel zelf verantwoordelijk voor economisch daklozen. Een regionale visie kan helpen. Wat is wonen eigenlijk? Om zelfstandig te kunnen wonen heeft iemand bepaalde vaardigheden nodig. Wat deze zijn, waar je die (als je ze niet (meer) hebt) leert, wie je daarbij helpt en op welke manier is niet helder. Gemeenten hebben dit onvoldoende scherp, individueel en gezamenlijk als regio. Gemeenten zijn in meerderheid voor korte opvang en snelle uitstroom (herstellen doe je thuis). Tegelijkertijd worden er door gemeenten (verschillende) eisen gesteld aan wanneer iemand weer kan wonen. Harmonisatie is noodzakelijk.
11
4. De ambitie concreet Inleiding Wat is onze ambitie? Het samen beter doen! Beter doen is: Dakloosheid voorkomen, acute dakloosheid duurt zo kort als mogelijk, en duurzaam wonen is het doel. De ambitie op de korte termijn (2024) en de lange termijn helder formuleren, omarmen, voorzien van handelingsperspectieven en voorzien van een passend samenwerkingsconstruct.
Keuzes maken op hoofdlijnen, maar ook op een niveau daaronder en gaan voor daar waar de volumes het grootst zijn. Casuïstiek zal er altijd zijn, maar dient niet leidend in het handelen te zijn. Scherp formuleren en samen definiëren wat we bedoelen, ook op het niveau van voorzieningen en toegang.
Het beter organiseren van in-, door- en uitstroom is een leidend principe op alle onderdelen van de ambitie.
12
De ambitie concreet Vijf onderdelen We kiezen voor een regionale ambitie, in lijn met de landelijke ambitie, passend bij de regionale situatie.
De ambitie is vertaald in vijf onderdelen. Ze volgt de beweging van het voorkomen van dakloosheid tot en met het (weer) wonen. Ieder onderdeel wordt kort en bondig toegelicht op een aparte pagina; wat verstaan we eronder en wat zijn de consequenties van de keuzes die zijn gemaakt. 1. 2. 3. 4. 5.
Preventie Opvang Tijdelijk wonen Thuis voor speciale doelgroepen Wonen
13
De ambitie concreet Onderdeel 1: preventie Voorkomen is beter dan genezen, dat valt te bezien vanuit twee invalshoeken: 1. Voorkomen dat iemand dakloos raakt. Dat is een lokale verantwoordelijkheid, maar wel met een minimum niveau aan inzet. Afspraken in: Wat je aan activiteiten onderneemt, is een inspanningsverplichting (wat dit is, is een aparte lijn in het uitvoeringsprogramma). We monitoren door middel van het goede gesprek met in de hand de gegevens van het dashboard. 2. Voorkomen dat iemand gebruik moet maken van de opvang. Uitgangspunt is direct een alternatieve (tijdelijke) woonplek als iemand het dak boven zijn hoofd toch verliest. Dat is een lokale verantwoordelijkheid.
Als triage nog moet plaatsvinden ofwel de persoon niet zelfstandig tijdelijk kan wonen, ofwel een plek in een thuis voor speciale doelgroepen nodig heeft, dan wordt een persoon aangemeld bij de toegang. Gemeenten benutten expliciet de mogelijkheden in regelgeving voor bestaanszekerheid (kostendelersnorm, inwonen, inkomen, schulden). Streven is in alle gemeenten kennen we diezelfde mogelijkheden. Integrale aanpak.
14
De ambitie concreet Onderdeel 2: opvang Opvang is een eerste veilige slaapplek met triage gericht op zo snel mogelijk doorstromen naar een passende vervolgplek
Opvang duurt zo kort mogelijk, met een maximum van 3 maanden. Hier vindt triage plaats waarmee zicht komt op de beste vervolgplek en begeleidingsbehoefte. Een aantal randvoorwaarden om te kunnen wonen worden geregeld: persoonlijke zaken als een ID, uitkering, verzekering etc. en de benodigde begeleiding dient ter plaatste georganiseerd te worden. Er zijn twee regionale locaties voor opvang, 1 in Dordrecht en 1 in een andere regiogemeente. Het is een beschikbaarheidsvoorziening en wordt gesubsidieerd. Onderbezetting is een bonus. Als iemand geen toegang heeft tot de opvang (niet rechthebben is*), blijft deze persoon de verantwoordelijkheid van de gemeente van herkomst. *conform de Wmo, in de praktijk vaak samengevat met 'geen (langdurige) inwoner van Nederland en/of geen aanvullende hulpvraag'. Bijvoorbeeld arbeidsmigranten en economisch daklozen zijn in de regel niet rechthebbend voor opvang.
15
De ambitie concreet Onderdeel 3: tijdelijk wonen Wonen eerst is de norm; tussenvoorzieningen wordt tijdelijk wonen Tijdelijk wonen is in alle gemeenten hetzelfde gedefinieerd, vindt plaats onder dezelfde voorwaarden (huur betalen, eigen regels achter eigen deur) en is gericht op uitstroom naar duurzaam wonen, duurt zo kort mogelijk en zo lang als nodig is. We streven naar zo min mogelijk gedwongen verhuisbewegingen. Tijdelijk wonen is beschikbaar voor onderstaande doelgroepen: 1. Mensen die 24-uur aanwezigheid nodig hebben. 2. Mensen die intensieve ambulante begeleiding nodig hebben. 3. Mensen die lichte ambulante begeleiding nodig hebben, maar nog niet kunnen doorstromen naar wonen (deels zelfde doelgroep als groep waarbij middels preventie wordt ingestoken op het voorkomen van het gebruik maken van de opvang). Tijdelijk wonen voor doelgroep 1 en 2 is een regionale verantwoordelijkheid, bindende spreidingscriteria worden opgenomen en houden rekening met belastbaarheid van iedere gemeente voor doelgroep 1. en 2. Het komt voort uit een regionale bekostiging. Het vaststellen van de gezamenlijke spreidingscriteria* heeft als doel het gesprek één keer goed te voeren zodat daarna de afspraken helder en uitvoerbaar zijn. Tijdelijk wonen voor doelgroep 3.
is onderdeel van de transitiestrategie en gaat van eruit dat in 2030 dit tijdelijk wonen binnen de maatschappelijke opvang niet meer nodig is. *voorbeelden van mogelijke criteria: aantal inwoners, SES, belastting door reeds aanwezige woonvoorzieningen voor kwetsbare doelgroepen
16
De ambitie concreet Onderdeel 4: thuis voor speciale groepen In dit onderdeel gaat het om vormen van tijdelijk wonen voor een relatief kleine doelgroep, een groep met een specifiek profiel en daaraan gekoppelde ondersteuningsbehoefte. Denk aan Housing First en Skaeve Huse. Dit thuis organiseren we regionaal, hiervoor worden spreidingscriteria opgenomen. We kiezen een objectief meetintrument dat de belastbaarheid weergeeft en richting geeft aan uitstroom.
17
De ambitie concreet Onderdeel 5: wonen Wonen is een mensenrecht. Herstellen doe je thuis op een stabiele plek is het uitgangspunt. Er worden geen aanvullende eisen gesteld; de gemeente is verantwoordelijk dat de randvoorwaarden zoals benodigde begeleiding ingevuld worden. Uitstroom vindt plaats op basis van de volgende afspraken: 1. Iedereen die met ambulante begeleiding zelfstandig kan wonen stroomt uit naar de gemeente van oorsprong. We hanteren één definitie van gemeente van oorsprong (nog definitief vast te stellen bij herinrichting van de toegangspoort).
2. Elke gemeente neemt een regionaal deel naar rato van het aantal inwoners voor zijn rekening (landelijk toegankelijkheidsprincipe). 3. Wie van deze groep naar welke gemeente uitstroomt vindt plaats volgens het principe “de best passende plek”. Dit wordt vastgesteld in onderling overleg tussen de gemeente, de woningcorporatie en de zorgaanbieder. Het wonen kan gelet op de woningmarkt tijdelijk zijn, maar heeft dan te maken met duur contract, beschikbaarheid woning of andere redenen. Het op- en afschalen van eventuele zorgbehoefte kan in de eigen woning.
18
5. Transitie Op naar 2030 Wat is er anders, dan wel explicieter dan hiervoor? • De visie is ongewijzigd, wel voorzien van expliciete keuzes en invulling. • De aandacht en (lokale) verantwoordelijkheid verschuift expliciet(er) naar de woonopgave. • Het opgebouwde historisch gegroeide palet aan voorzieningen wordt opgeschoond en opvang wordt afgebouwd • Keuze gemaakt voor een tijdelijke oplossing in de vorm van tijdelijk wonen (taal!). • In de praktijk vindt eerst een uitbreiding plaats van tijdelijk wonen, dat wat regionaal wordt gerealiseerd, om ze daarna weer af te bouwen. • Verantwoordelijkheid inzake preventie is geformuleerd • Definities van opvang en wonen zijn scherper geformuleerd. • De organisatie van verantwoordelijkheden en verdeling over de regio is expliciet gemaakt. • Bewuste keuze voor de realisatie in 2030: wonen is de norm, opvang wordt afgebouwd. Samenwerken Elke gemeente zorgt voor (tijdelijk) wonen als onderdeel van preventie. Regionaal zorgen we voor tijdelijk wonen, centrumgemeente Dordrecht organiseert en betaalt. Tijdelijk wonen wordt verdeeld over de regio naar rato van het aantal inwoners. Iedereen werkt aan het creëren van duurzame wonen zodat tijdelijk wonen voor deze doelgroep 3 op termijn niet meer nodig is (zie slide 15 indeling doelgroepen). De gemeente Dordrecht, Zwijndrecht en Gorinchem sturen gezamenlijk in de maatschappelijke opvang opgave.
Zij formuleren de transitiestrategie nader en meer specifiek. De andere gemeenten worden betrokken, maar op afstand. Zo wordt rekening gehouden met verschillen in omvang van problematiek, urgentie en de belastbaarheid van de ambtelijke organisaties. In de kleinere gemeenten wordt meer gewerkt op basis van het maatwerk principe, in de drie grotere gemeenten richten we ons op de grotere volumes en daarbij passende werkprocessen. Dit accepteren we van elkaar; we investeren daartoe in het onderlinge vertrouwen. Werkprocessen die gelden voor de drie grotere gemeenten hoeven niet persé ook op eenzelfde wijze in de overige gemeenten te worden toegepast. We werken naar objectivering en meetbare inzet, er is zicht op de opgave voor iedereen.
19
5. Transitie Op naar 2030 Contractering van aanbieders De gemaakte keuzes vragen om andere producten en een andere manier van werken van zorgaanbieders. Dit vraagt om hercontractering van alle betrokken aanbieders in de periode tot 2030. Aanbieders geven aan te willen bijdragen aan de transitie, opvang afbouwen, op naar (tijdelijk) wonen. Ook het betrekken van nieuwe aanbieders is noodzaak. In de inkoop vanuit de gemeente is het scheiden van wonen en zorg van belang.
Het palet van regionale en lokale voorzieningen Het zorglandschap gaat veranderen; van een verscheidenheid in opvangplekken en tussenvoorzieningen naar een duidelijke scheiding in opvang en tijdelijk wonen. We zijn scherper in wat een lokale en/of een regionale verantwoordelijkheid is. Dit wordt ook meegenomen bij de inrichting van de toegang tot de maatschappelijke opvang. Afspraken over economisch daklozen Dit is een lokale verantwoordelijkheid. Van gemeenten wordt verwacht dat zij voorkomen dat de problematiek van deze mensen verslechterd en zij alsnog gebruik moeten maken van de opvang. Economisch dak- en thuislozen zijn mensen die vanwege financiële problemen en/of het voorvallen van een (of meerdere) life-event(s) niet meer zelfstandig kunnen voorzien in huisvesting. Bij deze groep is geen sprake van psychiatrische of verslavingsproblematiek en is lichte ondersteuning voldoende voor het vinden van een nieuw perspectief. Financiële solidariteit De gemaakte keuzes zorgen voor een verschuiving van budgetten. Het vertrekpunt nu is financiële solidariteit in de regio en tussen de twee beleidsterreinen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. In het najaar van 2023 worden financiële scenario’s van deze verschuivingen doorgerekend.
20
Bijlage: definitie wonen
Doel
• • •
Stabiele woonplek Eigen regels achter eigen (voor)deur Niet gericht op uitstroom
Doelgroep
• •
Acuut & dreigend dakloos Volwassenen (18+)
Aanbod
• •
Zelfstandig wonen Indien nodig (intensieve) ambulante begeleiding
Bekostiging
• •
Bewoner betaalt huur Ambulante begeleiding via (Wmo-)indicatie
Locatie
• •
Aanbod in iedere gemeente Voldoende plekken in gehele regio
•
Als wonen niet kan (24 uurs toezicht nodig, hulpvraag kan niet uitgesteld worden) dan is er (zolang als nodig) plek in een intramurale 24- uurs voorziening
Bijzonderheden
21
Bijlage: definitie opvang
Doel
• • • •
Dak boven je hoofd Tijdelijke slaapplek Gericht op uitstroom Bepalen beste vervolgplek
Bekostiging
Doelgroep
• •
Acuut dakloos Volwassenen (18+)
Toegang
Aanbod
• • •
Eerste veilige slaapplek Triage Duur maximaal 3 maanden
Locatie
• • • •
Subsidie Beschikbaarheidsvoorziening Contractering door centrumgemeente Onderbezetting is bonus
• •
Voor inwoners die rechthebbend zijn Toegangspoort Nieuwe Start
•
Op minimaal 2 plekken in de regio