CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

255 Dienst Gezondheid Jeugd ZHZ - Evaluatie en 8e wijziging GR DGJ.pdf

Gemeenteraad GHG 11 december 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Vaststellen Lijst ingekomen stukken november/december 20253.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Teunissen-Arqua, APM (Angel) <apm.arqua@dgjzhz.nl> Verzonden: dinsdag 2 december 2025 07:19 Onderwerp: Verzoek om medewerking ophalen ervaringen gemeenteraad over invloed op GR DG&J

Geachte griffier, Het algemeen bestuur van de DG&J heeft op 30 oktober 2025 besloten tot het inrichten van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling (zie bijgevoegd voorstel). De tijd die resteert in deze college- en raadsperiode is (veel) te kort om een volledige evaluatie met inbreng van gemeenteraden voor te bereiden én uit te voeren. Het algemeen bestuur heeft besloten om in plaats daarvan nog in deze raadsperiode ervaringen op te halen bij de gemeenteraden. De reden daarvoor is dat verschillende gemeenteraden in hun zienswijzen in deze college- en raadsperiode hebben aangegeven meer grip te wensen. Graag doen wij een beroep op uw medewerking voor het ophalen van ervaringen bij uw gemeenteraad over de invloed op de gemeenschappelijke regeling DG&J. Het college van uw gemeente is hiervan op de hoogte (zie bijgevoegde brief). Wij verzoeken u om goede voorbeelden en concrete verbetervoorstellen op te halen bij uw gemeenteraad. U kunt daarvoor de vragen gebruiken over bestuurlijke legitimiteit en democratische controle uit paragraaf 2.2 van bijgevoegd voorstel. Dit sluit aan bij de geest van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die bedoeld is om de democratische legitimatie te versterken.

Dit vraagt om bij het ophalen van ervaringen in ieder geval aandacht te besteden aan de positie van de gemeenteraden en de rol van het algemeen bestuur van de DG&J. Wij verzoeken u om de opgehaalde ervaringen, in de vorm van goede voorbeelden en concrete verbetervoorstellen, vóór 10 februari 2026 met ons te delen. Wij bundelen alle opgehaalde ervaringen. Het dagelijks bestuur biedt de verzamelde input vervolgens aan het algemeen bestuur aan, met daarbij een voorstel voor eventuele verbeteringen. Het algemeen bestuur besluit op 2 april 2026 over het aanbieden van de verbetervoorstellen aan de nieuwe gemeenteraden. De gemeenteraden kunnen de verbetervoorstellen betrekken bij eventuele nieuwe beleidskeuzes en controle op de GR DG&J. Wanneer u vragen heeft naar aanleiding van dit bericht, dan kunt u contact opnemen met Angelique Zoetekouw, directiesecretaris van de DG&J, via a.zoetekouw@dgjzhz.nl of 06-22916137. Wij danken u bij voorbaat hartelijk voor uw medewerking. Met vriendelijke groet, Directiesecretaresse

Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid

Uw kenmerk

Ons kenmerk UIT/2509096

Datum 27 november 2025

Onderwerp Evaluatie GR DG&J en 8e wijziging GR DG&J

Bijlage(n) 1

Behandeld door/telefoonnummer A. Zoetekouw/06-22916137

Geacht college, Op 27 mei 2025 ontvingen wij een brief van het college van de gemeente Papendrecht over de opschorting door de gemeenteraad van de besluitvorming over de 8e wijziging van de gemeenschappelijke regeling (hierna: GR). De gemeenteraad van Papendrecht heeft de besluitvorming opgeschort tot het algemeen bestuur een concreet evaluatieplan heeft vastgesteld en de raden hiervan kennis hebben kunnen nemen. De afgelopen maanden is er gewerkt aan een voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J, dat recht doet aan de wens van de gemeenteraad van Papendrecht én van toegevoegde waarde is voor het functioneren van de gemeenschappelijke regeling van de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid. Voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J Graag bieden wij u hierbij aan het ‘Voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling DG&J’. Het algemeen bestuur van de DG&J heeft dit voorstel vastgesteld in zijn vergadering op 30 oktober 2025. Het vastgestelde voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J geeft een duidelijk beeld van de mogelijke focus en reikwijdte, frequentie en processtappen van de uit te voeren evaluaties. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn, dat: 1.

het algemeen bestuur de focus en reikwijdte van elke periodieke evaluatie bepaalt, na consultatie van de gemeenteraden door de leden van het algemeen bestuur; 2. overeenkomstig het advies van de VNG er elke raadsperiode (dus vierjaarlijks) een periodieke evaluatie wordt uitgevoerd; 3. het algemeen bestuur voor elke periodieke evaluatie een concreet plan van aanpak vaststelt; 4. gemeenteraden worden betrokken bij de uitvoering van elke periodieke evaluatie en een zienswijze kunnen geven op het evaluatierapport.

Ervaringen en voorbeelden ophalen in deze raadsperiode Daarnaast heeft het algemeen bestuur van de DG&J besloten om nog in deze raadsperiode ervaringen van gemeenteraden en voorbeelden bij andere GR’en op te halen over de invloed van gemeenteraden op de GR. Dit biedt de kans om te leren van de ervaringen van de huidige deelnemers en andere GR’en en indien gewenst verbeteringen door te voeren voor de komende bestuurs- en raadsperiode. Wij nemen contact op met de griffies van de deelnemende gemeenten met het verzoek om bij de eigen gemeenteraad ervaringen op te halen over de invloed op de GR DG&J, zoals bedoeld in paragraaf 2.2 (Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle) van bijgevoegd voorstel. De reden hiervoor is dat verschillende gemeenteraden in hun zienswijzen hebben aangegeven meer grip te wensen. De tijd die resteert in deze college- en raadsperiode is (veel) te kort om een volledige evaluatie met inbreng van gemeenteraden voor te bereiden én uit te voeren. Het algemeen bestuur van de DG&J heeft daarom besloten om in plaats daarvan nog in deze raadsperiode ervaringen op te halen bij de gemeenteraden. Daarbij ligt de nadruk op het ophalen van goede voorbeelden en concrete verbetervoorstellen. Dit sluit ook aan bij de geest van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die bedoeld is om de democratische legitimatie te versterken.

Dit vraagt om bij het ophalen van ervaringen in ieder geval aandacht te besteden aan de positie van de gemeenteraden en de rol van het algemeen bestuur van de DG&J. Daarnaast haalt de DG&J voorbeelden op bij andere GR’en in Zuid-Holland Zuid (in elk geval de GR OZHZ, GR VR en GR Sociaal Drechtsteden) over de invloed van gemeenteraden op de GR’en, ter vergelijking. De DG&J bundelt de verzamelde input. Het dagelijks bestuur biedt de verzamelde input vervolgens aan het algemeen bestuur aan, met daarbij een voorstel voor eventuele verbeteringen. Het algemeen bestuur besluit op 2 april 2026 over het aanbieden van de verbetervoorstellen aan de nieuwe gemeenteraden. De gemeenteraden kunnen de verbetervoorstellen betrekken bij eventuele nieuwe beleidskeuzes en controle op de GR DG&J. Voorstel voor bredere, inhoudelijke evaluatie volgt Overigens heeft het dagelijks bestuur van de DG&J het advies van de Adviesgroep Eigenaren en Opdrachtgevers overgenomen, dat er naast de periodieke evaluatie van de GR DG&J ook een bredere, inhoudelijke evaluatie wenselijk is. De gemeenten ontwikkelen in hun rol als eigenaren, samen met de DG&J een voorstel voor het organiseren van een inhoudelijke evaluatie van de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemer, beleid en uitvoering.

Stand van zaken besluitvorming 8e wijziging GR DG&J Op dit moment hebben 9 van de 10 deelnemende colleges en raden definitief besloten over het vaststellen van de 8e wijziging van de GR DG&J. Op 29 januari 2026 besluit de gemeenteraad van Papendrecht over het verlenen van toestemming aan uw college voor het definitief vaststellen van de 8e wijziging van de GR. Afhankelijk van dat besluit kan vervolgens de gewijzigde regeling worden gepubliceerd en in werking treden.

pagina 2

Tot slot Wij verzoeken u om bijgevoegd voorstel en de informatie uit deze brief te delen met uw gemeenteraad. Wij kijken ernaar uit om samen met de colleges en gemeenteraden in deze regio het functioneren van de gemeenschappelijke regeling te waarborgen en waar nodig verder te verstevigen. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd, De secretaris,

de voorzitter,

E.S. Schurink

H. van der Linden

Bijlage: Voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J (vastgesteld door het algemeen bestuur op 30 oktober 2025)

pagina 3

Voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling DG&J

Vastgesteld door het algemeen bestuur op 30 oktober 2025

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Focus en reikwijdte

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3 4 5 5 6

Inleiding Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle Doelmatigheid en doeltreffendheid Samenwerking en vertrouwen Werking van toegevoegde instrumenten voor democratische legitimatie

3

Frequentie

6

4

Processtappen

7

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

7 7 7 8 8 8

Inleiding Voorbereiding Verzamelen van informatie Analyse en rapportage Zienswijzen Besluitvorming

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

2

1 Inleiding In de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is opgenomen dat er verplichte afspraken moeten worden gemaakt rond evaluatie. Dit moet bijdragen aan het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. In het voorstel voor de achtste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (hierna: GR DG&J), is in het tweede lid van artikel 42, het volgende opgenomen: “Het algemeen bestuur kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren. Zij stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemende gemeenten gehoord.” Voor u ligt een voorstel voor het inrichten van een periodieke evaluatie van de GR DG&J.

2 Focus en reikwijdte 2.1 Inleiding Het ligt niet voor de hand om vooraf een vast format te ontwikkelen voor alle periodieke evaluaties. Het is logischer om elke periodieke evaluatie te laten aansluiten op de ervaringen die zijn opgedaan in een lopende raadsperiode en de toekomstige ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke aspecten een periodieke evaluatie zich kan richten. Bij de opstart van elke periodieke evaluatie doet het dagelijks bestuur een voorstel aan het algemeen bestuur over de focus en reikwijdte van de evaluatie. Het dagelijks bestuur verzoekt de leden van het algemeen bestuur om dit te bespreken met hun eigen gemeenteraden, ter toetsing en verrijking. Na toetsing en verrijking, besluit het algemeen bestuur over de focus en reikwijdte van de evaluatie.

2.1.1 Focus De periodieke evaluaties hebben als doel het evalueren en zo nodig bijsturen van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Er wordt geëvalueerd hoe de samenwerking verloopt, of de beoogde doelen van de samenwerking worden gehaald en of de structuur, werkwijze en resultaten nog aansluiten bij wat de deelnemende gemeenten willen. Ook kunnen er inhoudelijke onderwerpen worden betrokken bij een evaluatie, voor zover deze een duidelijke relatie hebben met het functioneren van de GR. Bij de opstart van elke periodieke evaluatie bepaalt het algemeen bestuur de focus van de evaluatie. Deze kan zich richten op één of meer (onderdelen) van de volgende aspecten van het functioneren van de gemeenschappelijke regeling: 1. bestuurlijke legitimiteit en democratische controle; 2. doelmatigheid en doeltreffendheid; 3. samenwerking en vertrouwen;

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

3

4. werking van toegevoegde instrumenten voor democratische legitimatie. Deze vier aspecten worden in de volgende paragrafen toegelicht.

2.1.2 Reikwijdte Naast de focus, bepaalt het algemeen bestuur ook de reikwijdte van elke periodieke evaluatie. De evaluatie kan smal worden opgezet. Na het bepalen van de focus, kan de evaluatie worden afgebakend tot het functioneren van een specifiek gremium (bijvoorbeeld het dagelijks bestuur, algemeen bestuur of de regionale raadsadviescommissie), of een specifiek onderdeel van de samenwerking (bijvoorbeeld de P&C-cyclus of de wijze van verantwoording). Er kan ook gekozen worden voor een brede insteek. Daarbij wordt breed gekeken naar het functioneren van alle gremia en onderdelen voor de gekozen focus van de evaluatie. Zoals eerder aangegeven, zijn opgedane ervaringen in de lopende raadsperiode en toekomstige ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn, bepalend voor de focus en reikwijdte van een periodieke evaluatie. Daarnaast spelen ook randvoorwaarden, zoals het beschikbaar zijn van voldoende budget, een rol.

2.2 Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle Een periodieke evaluatie kan zich (onder andere) richten op (onderdelen van) het aspect Bestuurlijke legitimiteit en democratische controle. Binnen dit aspect wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. transparantie in besluitvorming; 2. kunnen gemeenteraden voldoende invloed uitoefenen?

2.2.1 Transparantie in besluitvorming Evaluatievragen: a. Worden raadsleden tijdig geïnformeerd over besluiten, waarbij de voorstellen zijn voorzien van een context, alternatieven zijn afgewogen en de financiële, juridische consequenties en risico’s in beeld zijn gebracht? b. Zijn deze stukken openbaar en goed toegankelijk voor de raadsleden? c. Is er bij betrokkenen, maar met name de raadsleden, duidelijkheid over de te volgen procedures voor besluitvorming? d. Zijn daarbij rollen van de leiding van de ambtelijke organisatie, de leden van het dagelijks en algemeen bestuur en de gemeenteraden onderscheiden, goed vastgelegd én wordt hiernaar ook in de praktijk gehandeld?

2.2.2 Kunnen gemeenteraden voldoende invloed uitoefenen? Evaluatievragen: a. Kunnen zij ten aanzien van belangrijke besluiten zienswijzen indienen (en dat kan meer zijn dan alleen de wettelijke verplichte zienswijze op de begroting) en wordt er adequaat gereageerd op dergelijke zienswijzen? b. Legt de ‘eigen wethouder’ (als lid van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling) goed verantwoording af aan de raad over wat er

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

4

met de gemeenschappelijke regeling wordt bereikt en hoe besluiten en resultaten tot stand komen? c. Is daarbij voldoende ruimte voor interpellatie, moties of raadsvragen en handelt de wethouder deze serieus af? d. Is de houding van de raad actief en betrokken?

2.3 Doelmatigheid en doeltreffendheid Een periodieke evaluatie kan zich (onder andere) richten op (onderdelen van) het aspect Doelmatigheid en doeltreffendheid. Evaluatievragen: a. Is het doel van de gemeenschappelijke regeling helder? Is duidelijk aan welke maatschappelijke opgave(n) of uitvoering van welke (wettelijke) publieke dienstverlening de deelnemende gemeenten samenwerken? b. Biedt het schaalniveau van de gemeenschappelijke regeling evidente voordelen in termen van een betere kwaliteit (kwaliteit, beschikbaarheid, flexibiliteit of dienstverleningsniveau) of een grotere doelmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van de overheidstaken? c. Hebben de deelnemende gemeenten vooraf aangeven wat zij van deze gemeenschappelijke regeling verwachten? d. Worden de deelnemende gemeenten met regelmaat geïnformeerd of en zo ja, in welke mate aan deze verwachtingen wordt voldaan aan de hand van helder geformuleerde doelstellingen met meetbare resultaten en een goed functionerende planning & control-cyclus? e. Is de houding van de gemeenteraden actief? Worden de resultaten regelmatig besproken met de ‘eigen’ wethouder, leidt dit zo nodig tot aanpassing van de doelstellingen en verwachtingen en wordt de informatie uit de planning & controlcyclus ook daadwerkelijk gebruikt? Of stuurt de raad op beelden, gevoel en berichten in de media?

2.4 Samenwerking en vertrouwen Een periodieke evaluatie kan zich (onder andere) richten op (onderdelen van) het aspect Samenwerking en vertrouwen. In de praktijk komt het niet of nauwelijks voor dat de deelnemende gemeenten op basis van volledige gelijkheid deelnemen in een gemeenschappelijke regeling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ongelijkheid in het aantal inwoners en daarmee de omvang van de inwonerbijdrage of de financiële gezondheid van de eigen gemeente. Maar deze ongelijkheid hoeft nog geen ongelijkwaardigheid te betekenen. Evaluatievragen: 1. Is er voldoende ‘open communicatie’ naar de deelnemende gemeenten in tijden van spannende besluiten of bij zwaarwegende dossiers en in hoeverre worden er in gezamenlijkheid conflicten beheerst? 2. Treden de deelnemende gemeenten in deze gevallen gezamenlijk op, wordt er een gezamenlijke visie en aanpak ontwikkeld, of gaan juist bij die gelegenheden de (schaal)voordelen van het samenwerken verloren ten gunste van de ‘eigen’ keuzes, werkwijzen en oplossingsrichtingen?

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

5

2.5 Werking van toegevoegde instrumenten voor democratische legitimatie Een periodieke evaluatie kan zich (onder andere) richten op (onderdelen van) het aspect Werking van toegevoegde instrumenten voor democratische legitimatie. Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn formele instrumenten toegevoegd voor versterking van de democratische legitimatie via versterking van de kaderstellende en controlerende rollen van gemeenteraden. Bij de 8e wijzing van de gemeenschappelijke regeling DG&J, zijn de volgende instrumenten overwogen: 1. aanpassen van de planning- en controlcyclus; 2. instellen van een regionale raadsadviescommissie; 3. toepassen van een zienswijze op andere besluiten dan de ontwerpbegroting; 4. opnemen van bepalingen over wijziging, toetreding, opheffing en uittreding; 5. invoeren van burgerparticipatie; 6. invoeren van evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Het algemeen bestuur heeft na een zienswijzeprocedure besloten over het al dan niet toevoegen of aanpassen van deze instrumenten voor de gemeenschappelijke regeling DG&J. Evaluatievraag: 1. Zijn de gemaakte afspraken over de toegevoegde instrumenten passend en worden ze nageleefd?

3 Frequentie Naast focus en reikwijdte, is het van belang om de frequentie van de periodieke evaluaties te bepalen. In de handreiking ‘Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen?’ van de VNG, wordt voorgesteld om een periodieke evaluatie uit te voeren in het laatste jaar van een raadsperiode. De evaluatie kan dan nog worden uitgevoerd met de colleges en raden die kennis over de gang van zaken bezitten. Ook het rapport met bevindingen, conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de evaluatie, kunnen dan nog ter zienswijze worden voorgelegd aan dezelfde raden die zijn gehoord tijdens de uitvoering van de evaluatie. Vervolgens kunnen het uiteindelijke rapport en advies direct aan het begin van de nieuwe raads- en collegeperiode betrokken worden bij eventuele nieuwe beleidskeuzes. Dat maakt sturing voor de nieuwe raads- en collegeleden makkelijker. Dit betekent dat er elke vier jaar een periodieke evaluatie wordt uitgevoerd.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

6

4 Processtappen 4.1 Inleiding Ook voor het evaluatieproces geldt, dat dit klein of groot kan worden opgetuigd. Dit is afhankelijk van de focus en reikwijdte van de evaluatie. Moet het een brede en intensieve exercitie worden, met interviews, enquêtes, benchmarking en/of analyse? Of kan het lean & mean, passend bij een regeling die goed draait? Afhankelijk van de gewenste omvang en diepgang van de evaluatie, het beschikbare budget en de gevoeligheid van het doel en/of de onderwerpen van de evaluatie, kan de evaluatie door de ambtelijke organisatie van de DG&J of door een onafhankelijke externe partij worden uitgevoerd. In de volgende paragrafen worden de processtappen beschreven.

4.2 Voorbereiding Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling is verantwoordelijk voor de coördinatie van de evaluatie en stelt een plan van aanpak op. In het plan van aanpak wordt de focus van de evaluatie geconcretiseerd in evaluatiecriteria. Zo is vooraf duidelijk waar de samenwerking precies op wordt beoordeeld, wanneer het goed loopt en wanneer er sprake is van verbeterpunten. Verder worden in het plan van aanpak de opdrachtgever en opdrachtnemer benoemd, de aanpak en planning beschreven, aangegeven welke informatiebronnen en sleutelfiguren worden geraadpleegd, hoe de communicatie over de evaluatie verloopt en wat de ingeschatte kosten zijn met daarbij een dekkingsvoorstel. Het plan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.

4.3 Verzamelen van informatie De opdrachtnemer verzamelt feiten en beelden. Enerzijds gaat het dan om informatiebronnen zoals de gemeenschappelijke regeling, zienswijzen en reacties daarop in de actuele college- en raadsperiode en vergelijking met andere gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast wordt informatie verzameld door middel van (groeps)interviews met sleutelfiguren van de deelnemende gemeenten, gemeenschappelijke regeling en eventuele andere betrokken partijen. Bij welke sleutelfiguren informatie wordt opgehaald, is afhankelijk van de focus en reikwijdte van de evaluatie en bij wie relevante bevoegdheden en rollen zijn belegd. Bij de uitvoering van de evaluatie worden de volgende partijen betrokken: •

Bestuur van de gemeenschappelijke regeling: verantwoordelijk voor de uitvoering en evaluatie van de regeling.

•

Raden van deelnemende gemeenten: vertegenwoordigen de belangen van de deelnemende gemeenten en geven hun zienswijze op de evaluatie. Mogelijk kan ook de nog in te stellen regionale raadsadviescommissie hier een rol in spelen.

•

Afhankelijk van de focus en reikwijdte van de evaluatie kunnen ook overige belanghebbenden worden betrokken. Afhankelijk van de regeling kunnen dit bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, of andere organisaties zijn.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

7

4.4 Analyse en rapportage Bij het analyseren van de verzamelde informatie wordt zowel achteruit als vooruitgekeken, met oog voor leren en verbeteren. De opdrachtnemer toetst en verrijkt de analyse bij de geïnterviewde sleutelfiguren. Op basis daarvan wordt een rapport gemaakt met daarin bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Het rapport wordt voorlopig vastgesteld door het algemeen bestuur.

4.5 Zienswijzen De raden van de deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op het evaluatierapport.

4.6 Besluitvorming Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling neemt op basis van de evaluatie en de zienswijzen een besluit over eventuele aanpassingen van de regeling en/of de uitvoering daarvan. En biedt het definitief vastgestelde evaluatierapport aan, aan de nieuwe colleges en raden.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

8

Dienst Gezondheid & Jeugd | Soort product (rapport etc.) |

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1152/documents/34367