253 Onderzoeksjournalist - Beantwoording mail Sociale Dienst Drechtsteden van 16 mei 2026 geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Van: M. < @mai .com > Verzonden: woensdag 10 juni 2026 14:58
@drechtsteden.nl> < @dordrecht.nl>; griffie Sliedrecht < @sliedrecht.nl>; < @zwijndrech .nl>; griffie < @alblasserdam.nl>; griffie Papendrecht < @papendrech .nl>; griffie < giessendam.nl>; < @h- -ambacht.nl> Onderwerp: Fw: Copy: Beantwoording van uw mail van 16 mei 2026
Aan: klachtensdd < CC:
-
Het Dagelijks Bestuur van de GR Sociaal Sociale Dienst Drechtsteden Postbus 619 3300 AP Dordrecht
Datum: 10 juni 2026 Kenmerk: 177972
Betreft: Bezwaar tegen: 1. Reactie op verzoek tot schadevergoeding d.d. 10 juni 2026; 2. Reactie op informatieverzoek d.d. 10 juni 2026.
Geacht bestuur,
het afdelingshoofd. Voor het
En verantwoordelijke onder andere:
team Bestaanszekerheid Versterken is
,
Hierbij maak ik bezwaar tegen voornoemde beslissingen van 10 juni 2026, hierna te noemen: de bestreden besluiten. Ik verzoek u deze besluiten te herzien en alsnog op een behoorlijke en rechtmatige wijze te beslissen op mijn verzoek tot schadevergoeding en mijn informatieverzoek.
1. Grieven 1.1 De besluiten zijn niet geldig ondertekend
De bestreden besluiten zijn niet voorzien van een handtekening. In de brieven wordt volstaan met de mededeling: "Deze brief hebben wij digitaal verwerkt. Er staat daarom
geen handtekening op."
Een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden ondertekend. Hoewel de Awb geen expliciete sanctie verbindt aan het
ontbreken van een handtekening, bepaalt de rechtspraak dat de ondertekening dient om de herleidbaarheid van het besluit tot het bestuursorgaan te waarborgen. Het gebruik van een handtekeningstempel zonder vermelding van naam en functie van de ondertekenaar wordt door de Nationale ombudsman reeds in strijd geacht met het
vereiste van administratieve nauwkeurigheid en een correcte bejegening. Dit geldt temeer waar geheel geen ondertekening plaatsvindt, zoals hier het geval is.
1.2 De besluiten vermelden niet wie het besluit heeft genomen
De bestreden besluiten zijn ondertekend met "Afdelingshoofd Dordrecht Opgave
Bestaanszekerheid Versterken Sociale Dienst Drechtsteden". Er is geen naam van een natuurlijk persoon vermeld. Hierdoor is onduidelijk wie daadwerkelijk verantwoordelijk
is voor deze besluiten. De rechtspraak vereist dat uit een besluit kenbaar is wie de ondertekenaar is. De burger heeft het recht om te kunnen controleren of de ondertekenaar bevoegd is het besluit te
nemen en of de ondertekenaar daadwerkelijk onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan handelt. Het beginsel van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het
zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) en het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb),
brengt mee dat een bestuursorgaan transparant is over de identiteit van de beslisser. Alleen dan kan een burger effectief gebruikmaken van zijn rechtsmiddelen.
1.3 De ondertekenaar is niet bevoegd gebleken Uit de bestreden besluiten blijkt niet op grond van welk mandaat- of volmachtbesluit de
ondertekenaar bevoegd is om deze besluiten te nemen. Artikel 10:11, tweede lid, Awb
bepaalt dat wanneer een bestuursorgaan besluiten door een ander laat ondertekenen, uit het besluit moet blijken dat het besluit inhoudelijk door het bestuursorgaan zelf is
genomen. Deze bepaling beoogt te waarborgen dat de burger weet wie het besluit
inhoudelijk heeft genomen en wie het slechts heeft ondertekend.
In de bestreden besluiten wordt dit onderscheid niet gemaakt. De burger kan niet
controleren:
- of het Dagelijks Bestuur het besluit inhoudelijk heeft genomen; - of de ondertekenaar wel bevoegd is om het besluit te ondertekenen; - of de ondertekenaar tevens het besluit inhoudelijk heeft genomen, hetgeen bij een
ondertekeningsmandaat niet is toegestaan. Een besluit waaruit niet blijkt of het al dan niet krachtens mandaat is genomen, voldoet niet aan de eisen van artikel 10:11 Awb.
1.4 Het informatieverzoek is onjuist afgehandeld Het informatieverzoek van 16 mei 2026 is niet behandeld als een verzoek op grond van
de Wet open overheid (Woo). In de reactie van 10 juni 2026 wordt ten onrechte volstaan met een verwijzing naar een dossierinzageverzoek. Een Woo-verzoek had binnen vier
weken moeten worden beoordeeld, met een opgave van de documenten die al dan niet
worden verstrekt en een gemotiveerde weigering op grond van de uitzonderingsgronden van de Woo. Aan deze vereisten is niet voldaan.
1.5 De schadevergoeding is ten onrechte afgewezen
In de reactie op het verzoek tot schadevergoeding wordt overwogen dat "geen concreet schadeveroorzakend besluit of gedraging" is gesteld en dat daarmee niet is voldaan aan
artikel 8:88 Awb. Dit is onjuist. In het verzoek van 16 mei 2026 zijn concrete gedragingen gesteld: langdurige onthouding van bestaansmiddelen, psychische druk, reputatieschade, procedurele misstanden en het structureel frustreren van de
rechtspositie. Ook feitelijke handelingen kunnen een onrechtmatige daad opleveren (artikel 6:162 BW) en tot schadevergoeding leiden, los van de vraag of sprake is van een
besluit. Bovendien is artikel 8:88 Awb niet van toepassing, nu geen sprake is van een procedure
bij de bestuursrechter. De verwijzing naar dit artikel is dus onjuist. En daarnaast,
beschikt de SDD al over de stukken met betrekking tot klachten dossier van mij in deze zaak.
Equality of Arms
Het beginsel van "equality of arms", dat onderdeel vormt van artikel 6 EVRM, vereist dat
procespartijen een redelijke mogelijkheid hebben hun zaak onder voorwaarden voor te leggen die hen niet wezenlijk benadelen ten opzichte van de wederpartij. •
Dombo Beheer B.V. v. Netherlands
•
onderzoeksdossiers;
•
interne rapportages;
•
correspondentie;
•
signaleringen;
Schending van het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) Op grond van artikel 3:2 Awb dient een bestuursorgaan de nodige kennis te vergaren
omtrent de relevante feiten en belangen. Uit het besluit blijkt niet dat mijn verzoek daadwerkelijk inhoudelijk is beoordeeld.
Op meerdere onderdelen wordt volstaan met standaardformuleringen zoals: "Dit betreft een intern document."
of "U kunt een dossierinzageverzoek doen." Dat vormt geen zorgvuldige behandeling van een verzoek dat rechtstreeks verband houdt met een mogelijke bestuurlijke boete.
Verwijzing naar een dossierinzageverzoek is geen inhoudelijke beslissing Ik heb verzocht om: •
onderzoeksdocumenten;
•
rapportages;
•
signaleringen;
•
interne notities;
•
correspondentie.
Uw antwoord luidt slechts dat ik mijn dossier kan raadplegen of een inzageverzoek kan
indienen. Hiermee wordt niet beslist op mijn verzoek.
Niet wordt aangegeven: •
welke documenten bestaan;
•
welke documenten zijn aangetroffen;
•
welke documenten worden verstrekt;
•
welke documenten worden geweigerd;
•
op welke wettelijke grond een weigering berust.
Het besluit is daarom onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Schending van artikel 6 EVRM Uit uw brief blijkt dat sprake is van een procedure die kan leiden tot een bestuurlijke boete op grond van artikel 18a Participatiewet. Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Re hten van de Mens vallen
bestuurlijke boetes onder het begrip "criminal charge" van artikel 6 EVRM. Onder meer: ? ?
Jussila v. Finland
Daaruit volgt dat een betrokkene: ?
kennis moet kunnen nemen van de relevante stukken;
?
voldoende gelegenheid moet hebben zich te verdedigen;
?
de rechtmatigheid van het onderzoek moet kunnen controleren.
Het Europees Hof heeft geoordeeld The right to adversarial proceedings means in principle the opportunity for the parties to have knowledge of and comment on all evidence adduced." (zie onder meer Jussila v. Finland)
Door essentiële informatie over bevoegdheden, onderzoek en onderliggende stukken achter te houden wordt mijn recht op een effectieve verdediging beperkt. Onbekend gebleven wie het besluit heeft genomen
Het bestreden besluit vermeldt uitsluitend
Het Dagelijks bestuur, namens deze, ."
De naam van de feitelijke beslisser ontbreekt volledig.
Daardoor kan niet worden vastgesteld: ?
wie het besluit heeft genomen;
?
of deze persoon bevoegd was;
?
of een geldig mandaat bestond;
?
of het besluit rechtsgeldig tot stand is gekomen.
Dit is bijzonder problematisch omdat ik juist expliciet heb gevraagd naar bevoegdheden,
mandaten en de juridische positie van de betrokken functionarissen.
Het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat een burger de rechtmatigheid van
overheidshandelen kan controleren. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft herhaaldelijk geoordeeld dat een bestuursorgaan
moet kunnen aantonen dat degene die een besluit namens het bestuursorgaan heeft genomen daartoe bevoegd was. De bewijslast van bevoegdheidsuitoefening rust op het bestuursorgaan. Indien de identiteit van de beslisser onbekend blijft, wordt effectieve controle op de bevoegdheidsgrondslag feitelijk onmogelijk gemaakt. Schending van het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb) Ik heb onder meer verzocht om: ?
de functieomschrijving van
?
de juridische grondslag van zijn bevoegdheid;
;
? het oepasselijke mandaat-, volmacht- of aanwijz ngsbesluit; ? z jn relevante kwalificaties; ?
alle stukken die aan het voorgenomen boetebesluit ten grondslag liggen.
Uw reactie bevat geen inhoudelijke beoordeling van een groot deel van deze verzoeken. Ten aanzien van meerdere onderdelen wordt slechts gesteld dat de informatie "intern"
zou zijn. Een dergelijke mededeling vormt echter geen wettelijke weigeringsgrond. Een bestuursorgaan dient te vermelden: ?
op welke wettelijke bepaling een weigering berust;
?
waarom die bepaling van toepassing is;
?
welke belangenafweging is gemaakt.
Dat is niet gebeurd.
Het besluit is daarom ondeugdelijk gemotiveerd en strijdig met artikel 3:46 Awb.
Mijn vraag over de bevoegdheid van Ik heb gevraagd
is niet beantwoord
Wat is de juridische grondslag op basis waarvan
bevoegd is namens de Sociale Dienst Drechtsteden op te treden?" In plaats van deze vraag te beantwoorden verwijst u naar artikel 18a Participatiewet en
de bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur om een boete op te leggen.
Mijn vraag ging echter niet over de bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur, maar over de
bevoegdheid van de individuele functionaris die onderzoek verricht en namens het bestuursorgaan optreedt.
Niet wordt vermeld: ?
of
krachtens mandaat handelt;
?
of hij toezichthouder is;
?
of hij aangewezen is krachtens enig besluit;
?
welke bevoegdheden hij precies bezit.
Hierdoor is controle van de bevoegdheidsuitoefening onmogelijk.
2. Conclusie en verzoek
Gelet op het voorgaande verzoek ik u: Primair: de bestreden besluiten te herroepen en alsnog te beslissen op mijn verzoek tot schadevergoeding en mijn informatieverzoek, overeenkomstig de wettelijke
voorschriften; Subsidiair: de bestreden besluiten te voorzien van een deugdelijke motivering en een duidelijke ondertekening, waarbij uit het besluit blijkt: - wie het besluit inhoudelijk heeft genomen; - of dit met of zonder toepassing van mandaat is geschied; - zo ja, op grond van welk mandaatbesluit.
Aspect | Juridische grondslag / jurisprudentie Re ht op kenbare ondertekening Nationale ombudsman 2005/099; rechtspraak vereist
kenbaarheid ondertekenaar
Mandaatvereisten Artikel 10:11 lid 2 Awb: uit besluit moet blijken dat het bestuursorgaan het besluit zelf heeft genomen Verbod op onbevoegde beslissing op bezwaar Artikel 10:3 lid 3 Awb: mandataris die
primair besluit nam, mag niet op bezwaar beslissen Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb) en motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb) Woo-verwerking Woo 2022 verplicht tot besluit op verzoek binnen vier weken; dossierinzage is geen substituut
Ik verzoek u voorts om in het kader van het informatieverzoek alsnog een beslissing te
nemen op grond van de Wet open overheid, binnen de daarvoor geldende termijnen.
3. Rechtsmiddel
Voor zover nodig stel ik hierbij reeds beroep in bij de rechtbank (se tor bestuursrecht) tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op mijn Woo-verzoek, nu de termijn van
vier weken sinds mijn verzoek van 16 mei 2026 is verstreken.
4. Pro forma karakter
Dit bezwaarschrift is pro forma ingediend. Ik behoud mij het recht voor de gronden van bezwaar aan te vullen zodra ik beschik over de verzochte informatie en zodra duidelijk is
wie de bestreden besluiten heeft genomen.
Met de meeste hoogachting,
- Onderzoekjournalist
GRSociaal Bezoekadres:
Per e-mail verzonden naar:
. com Postadres:
Postbus 619 3300 AP Dordrecht Telefoon: Website: www.socialedienstdrechtsteden.nl
Behandeld door Onderwerp Uw verzoek om informatie :
Datum: 10 juni 2026 Klantnummer: 177972
van 16 mei 2026
Beste
,
Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende. In uw e-mail bericht van 16 mei 2026 met als onderwerp " Brief kennisgeving voornemen boeteoplegging" wendt u zich tot het Dagelijks Bestuur van de GR Sociaal met onder meer een verzoek om informatie met betrekking tot een ingesteld onderzoek ter beoordeling van de vraag of er in uw situatie aanleiding is tot het opleggen van een boete. In deze brief geef ik u puntsgewijs een reactie op uw verzoek om informatie.
U verzoekt de functieomschrijving van de behandelend medewerker
te overleggen. Dit betreft een intern document dat wordt gebruikt in het kader van de bedrijfsvoering van de GR Sociaal. Dit document is niet voor derden beschikbaar. bevoegd is namens de Sociale Dienst • De juridische grondslag op basis waarvan op te treden. In het kader van een door de Sociale Dienst Drechtsteden ingesteld rechtmatigheidsonderzoek is vastgesteld dat u de op u rustende inlichtingenpli ht niet bent nagekomen. In die situatie is het Dagelijks Bestuur gehouden om te beoordelen of er aanleiding bestaat om een boete op te leggen, op grond van artikel 18a Participatiewet. • Een afschrift van het geldende mandaat volmacht- of aanwijzingsbesluit. U kan dit besluit raadplegen via de volgende link: Besluit mandaat, volmacht en machtiging GR Sociaal. gevolgde opleidingen, diploma 's en kwalificaties • Informatie met betrekking tot voor zover relevant voor het opleggen van bestuurlijke boetes. Het gaat hier om interne informatie ten behoeve van de bedrijfsvoering van de GR Sociaal en deze is niet voor derden beschikbaar. • Alle interne stukken, rapportages, signaleringen, notities en onderzoeksdocumenten die ten grondslag liggen aan het voornemen tot boeteoplegging. Hiervoor kan u uw dossier raadplegen of een dossierinzageverzoek doen via de volgende link: Inzageverzoek. • Informatie over welk concreet onderzoek is verricht alvorens tot dit voornemen is besloten.
Het voornemen vloeit voort uit het eerder ingestelde onderzoek naar de rechtmatigheid van de aan u verstrekte uitkering Participatiewet. In dit verband verwijs ik u ook naar de brief van 6 mei 2026 waarin u van het voornemen tot het opleggen van een boete op de hoogte bent gesteld.
•
Datum 10 juni 2026 Ons kenmerk 177972
Alle correspondentie en interne communicatie waarin wordt besproken voor zover relevant voor deze procedure. Hiervoor kan u uw dossier raadplegen of een dossierinzageverzoek doen met gebruikmaking van de hierboven genoemde link.
•
Ik vertrouw er op u met het bovenstaande naar behoren te hebben ingeli ht.
Met vriendelijke groet, Het Dagelijks bestuur, Namens deze,
Afdelingshoofd Dordre ht Opgave Bestaanszekerheid Versterken Sociale Dienst Drechtsteden Deze brief hebben wij digitaal verwerkt. Er staat daarom geen handtekening op.
GRSociaal Bezoekadres:
Per e-mail verzonden naar:
. com Postadres:
Postbus 619 3300 AP Dordrecht Telefoon: Website: www.socialedienstdrechtsteden.nl
Behandeld door Onderwerp:
Beste
Uw verzoek tot schadevergoeding van 16 mei 2026
Datum: 10 juni 2026 Klantnummer: 177972
,
Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende In uw e-mail bericht van 16 mei 2026 met als onderwerp " Brief kennisgeving voornemen boeteoplegging" wendt u zich tot het Dagelijks Bestuur van de GR Sociaal met onder meer een verzoek tot het toekennen van een schadevergoeding ten bedrage van ? 500.000, In deze brief geef ik u gelet op artikel 8:90 lid 2 Awb een reactie op uw verzoek tot vergoeding van schade.
Uw verzoek van 16 mei 2026 begrijp ik aldus dat u stelt schade te hebben geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen, de langdurige onthouding van bestaansmiddelen, de psychische druk, reputatieschade, procedurele misstanden en het structureel frustreren van uw rechtspositie. De schade wordt door u voorlopig begroot op ? 500.000, en u behoudt zich het recht voor om dit bedrag later aan te vullen of te verhogen.
Voor de toewijsbaarheid van een recht op schadevergoeding is vereist dat er sprake is van een concreet onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit. U stelt dat er vanuit de sociale dienst steeds verdergaande administratieve verzoeken naar u toe worden gedaan, dat bevoegdheden en persoonsgegevens voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor ze bedoeld zijn en dat er niet wordt ingegaan op uw verzoeken om informatie uit uw dossier. U hebt echter geen concreet schadeveroorzakend besluit of gedraging gesteld als gevolg waarvan door u schade zou zijn geleden. Als gevolg hiervan is aan de voorwaarden voor een recht op schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88 Awb niet voldaan. Reden waarom ik uw verzoek om een schadevergoeding afwijs.
Datum 10 juni 2026 Ons kenmerk 177972
Ik vertrouw er op u met het bovenstaande naar behoren te hebben ingelicht.
Met vriendelijke groet, Het Dagelijks bestuur, Namens deze,
Afdelingshoofd Dordrecht Opgave Bestaanszekerheid Versterken Sociale Dienst Drechtsteden Deze brief hebben wij digitaal verwerkt. Er staat daarom geen handtekening op.