23 Inwoner Hardinxveld-Giessendam - Verzoek om overleg over herontwikkeling Peulenstraat-Zuid 38 geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
ou- JAN201 J
Gemeente Hardinxveld-Giessendam t.a.v. de Griffie Postbus 175 3370 AD Hardinxveld-Giessendam
Hardinxveld-Giessendam, 29 december 2025
Betreft: Verzoek om overleg over herontwikkeling
Geachte leden van de gemeenteraad, Graag willen wij u informeren rondom de herontwikkeling van onze woning aan de Peulenstraat Zuid 38. Op deze plek kunnen 12 appartementen gerealiseerd worden: zes starterswoningen en zes iets grotere appartementen. Hiervoor heeft de projectontwikkelaar een concept-omgevingsvergunning ingediend. Helaas is dit conceptverzoek afgewezen, met name vanwege de geluidsbelasting op de locatie. We begrijpen dat geluid een belangrijk aandachtspunt is bij dit soort plannen. Tegelijkertijd vinden we het lastig te begrijpen, omdat bij andere projecten in Hardinxveld-Giessendam — zoals Blauwe Zoom , Woonarken en de IJzergieterij — ook sprake was van overschrijding van de geluidsnorm. In die gevallen is, met het oog op de huidige woningnood, gezocht naar oplossingen. Denk aan het vaststellen van hogere waarden en het goed informeren van toekomstige bewoners middels afspraken in de koopovereenkomst. Gezien de huidige woningnood en het feit dat dit plan 12 nieuwe woningen oplevert, waarvan de helft starterswoningen, hopen wij dat er ook in geval bereidheid is om mee te denken over mogelijkheden.
Daarom willen wij u vragen om met de projectontwikkelaar in gesprek te gaan, zodat samen gekeken kan worden hoe dit plan toch gerealiseerd kan worden. Wij dragen graag bij aan extra woningen in dorp, op een locatie waar nu slechts één woning staat.
Wij kijken uit naar een positieve reactie!
Met vriendelijke groet,
Bijlage 1: Negatieve beoordeling concept verzoek Peulenstraat Zuid 38
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Postbus 550
3300 AN Dordrecht
T [078] 770 85 85 F [078) 770 85 84 E
@ozhz.nl
www.ozhz.nl KvK-nummer: 51291010
MZKB B.V.
Verzenddatum
Uw brief van
21 november 2025
Uw kenmerk
Reactie op
Zaaknummer
Negatieve beoordeling
Onderwerp
conceptverzoek te Hardinxveld-Giessendam
kenmerk
9003515580 542890
(Geheve bij correspondentie dit nummer te vermelden)
Behandeld d
Beste contactpersoon, U deed bij
een conceptverzoek omgevingsvergunning. Wij ontvingen uw conceptverzoek op
2 oktober 2025. Uw conceptverzoek gaat over . Wij registreerden het conceptverzoek onder nummer 9003515580, met omschrijving "het voeren van
een vooroverleg Met deze brief informeren wij u over de behandeling van uw aanvraag.
Omschrijving van uw plan of project Het plan voorziet in de sloop van de bestaande woning appartementencomplex met 12 woningen realiseren.
. Hiervoor wilt u een
Wij merken uw conceptverzoek aan als een verzoek om informatie Het resultaat van onze beoordeling geeft u een indicatie over de uitvoerbaarheid van uw plan of project. Het is mogelijk dat het beoordelingsresultaat van een aanvraag omgevingsvergunning anders uitvalt. Dat komt omdat de beoordeling van zo'n aanvraag dieper gaat of meer te toetsen onderwerpen omvat. Ook kunnen er nog andere belangen zijn die zwaarder wegen dan nu voorzien. Uw conceptaanvraag toetsten wij aan:
-
De ruimtelijke regels, zoals het omgevingsplan;
Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening, 2018 Gemeente Hardinxveld-Giessendam.
Beoordeelde documenten
-
-
Ontwerpvoorstel 2802 blad 1 t/m 14 d.d. 17-09-2025; Tekening 24.071 -V0-15-Geluid 2802 Ontwerp d.d.24-09-2025; Rapport R-242094-2131-V1 Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai appartementen
Peulenstraat- zuid 38 te Hardinxveld-Giessendam Voortman d.d. 18-09-2025.
9003515580
Wij zijn voornemens om op basis van deze uitwerking geen medewerking te verlenen aan uw plan of project Wij concluderen dit op basis van de toetsingskaders en inzichten die nu bestaan Dat betekent dat wij
de omgevingsvergunning moeten weigeren, als u die voor dit plan of project aanvraagt. Verderop in deze brief leest u meer over onze beoordeling.
Wilt u toch bezwaar maken? Dan vraagt u de omgevingsvergunning bij aan. Bij die aanvraag dient u alle stukken in die nodig zijn voor uw aanvraag. U kunt dit nalezen in de Regeling omgevingsrecht. Wij zullen de omgevingsvergunning dan weigeren. Tegen deze weigering kunt u bezwaar indienen. Houdt er rekening mee dat hieraan kosten verbonden zijn.
Wij vatten hieronder de resultaten van onze beoordeling samen Ruimtelijke regels, zoals het (lijdelijke deel van het) omgevingsplan De aanvraag en de daarbij ingediende stukken hebben wij getoetst aan het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan "Hardinxveld-Giessendam 2025-1 waarvan de bestemmingsplannen
"Paraplubestemmingsplan Wonen en Huishouden" en "Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied" op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel uitmaken. Naar
oordeel past
de aanvraag niet binnen dit omgevingsplan. Het ingediende conceptverzoek is geen formele aanvraag. De strijdigheden zijn hieronder weergegeven.
Strijdigheid omgevingsplan Binnen de bestemming Wonen is alleen een vrijstaande of twee-aaneen gebouwde woning mogelijk. Het plan voorziet in de realisatie van en appartementencomplex. De maximaal toelaatbare goot- en bouwhoogte van respectievelijk max. 6 en 10 m wordt overschreden. De bouwhoogte aan de
achterzijde (onderdijks) bedraagt 16,60 m. Aan de voorzijde bedraagt deze bouwhoogte circa 11 m.
Voor de nadere stedenbouwkundige beoordeling verwijzen wij u naar Bijlage 1. Beoordeling rapportage geluid
De berekende geluidbelasting door de rijkswegen bedraagt maximaal 63 dB Lden. Deze waarde ligt
boven de standaardwaarde van 50 dB lden en ook boven de grenswaarde van 60 dB Lden. Het
toepassen van bronmaatregelen, zoals het verhogen van de reeds aanwezige geluidschermen langs de A15, stuit bij deze kleinschalige ontwikkeling op financiele bezwaren. De gevels waarop de geluidbelasting hoger is dan 60 dB Lden moeten worden aangemerkt en uitgevoerd als niet-
geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen en als zodanig worden vastgelegd in het omgevingsplan.
9003515580
Het gaat hier om een locatie met een hoge geluidbelasting. De berekende gecumuleerde
geluidbelasting (LCUM) bedraagt maximaal 63 dB Lden. Volgens de methode van Miedema kan deze
belasting als volgt worden geclassificeerd: * Voor 3 appartementen als "redelijk" • Voor 6 appartementen als “matig"
* Voor 3 appartementen als “tamelijk slecht" Conclusie geluid. -
Zonder maatregelen heeft geen enkel appartement een geluidluwe gevel of geluidluwe
buitenruimte; -
Er is een gezamenlijke geluidbelasting berekend van 63 dB Lden. De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevel, conform het Besluit bouwwerken leefomgeving
(Bbl), wordt bepaald door het verschil tussen de geluidbelasting (Lg) van 63 dB Lden en het toelaatbare binnenniveau van 33 dB. Dit betekent dat de gevel een geluidwering van minimaal 30 dB moet bieden.
-
Er is tevens geen sprake van zwaarwegende economische belangen om van het geluidbeleid af te wijken.
Omgevingsveiligheid
Uit de beoordeling omgevingsveiligheid blijkt dat onderstaande voorzieningen noodzakelijk zijn:
1.
Pas vanwege de ligging binnen het explosieaandachtsgebied van de A15 (Z79),
explosiewerende maatregelen conform Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) art. 4.91 t/m
4.95 toe.
2.
Het gebouw moet worden voorzien van een mechanisch ventilatiesysteem dat handmatig uitgeschakeld kan worden in geval van een externe calamiteit (die kan leiden tot een voor de
gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht), conform artikel 4.124 lid 4 Bbl. Vanwege een aangekondigde wetswijziging houden wij rekening met de aanwijzing van gifwolkaandachtsgebieden (GAGs) langs de weg. Het plangebied zal dan binnen een
gifwolkaandachtsgebied liggen van de weg. Hiermee wordt dan voldaan aan het algemene voorschrift over uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
3.
De Veiligheidsregio gaat akkoord mits geen zorgwoningen, geen kinderopvang (ook geen gastouderschap) e.d. kunnen worden gerealiseerd. Ook wordt verzocht rekening te houden
met bijgevoegd document (bijlage 2) over een voldoende beschermingsniveau in een explosieaandachtsgebied.
3
9003515580
Parkeren
Door het creëren van de achteringang, aan de Smalweer, voor parkeren komen er een aantal bestaande parkeervakken te vervallen. Hoe worden deze gecompenseerd? Gerekend met de nieuwe
parkeernorm moeten er 19 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er zijn nu 21 parkeerplaatsen ingetekend. Dat Is voldoende. Door deze openbaar te maken zou probleem vervallen parkeerplaatsen opgelost zijn. Infra
Voetpad zijde Peulenstraat-zuid is openbare weg. Er is sprake van een te groot hoogteverschil aan
zijde Peulenstraat- zuid: ca. 1,40 m. Ten aanzien van de riolering is het stelsel qua capaciteit voor dwa voldoende. Hwa moet op eigen terrein opgevangen en geborgd worden om vervolgens vertraagd te lozen op het riool.
Het verleggen van kabels en leidingen is voor rekening van initiatiefnemer. Er is nu sprake van een doodlopende straat zonder verlichting. Verlichting toevoegen is wenselijk. Bomen/fauna
Er staan nu aan de Peulenstraat-Zuid enkele bomen die worden beschermd door een kapverbod. Het
is onduidelijk of deze bomen moeten wijken voor het bouwplan. Zijn deze bomen in te passen in het
bouwplan?
Samenhangende conclusie -
Het initiatief voor het vervangen van 1 woning voor meerdere is nog steeds wenselijk, We missen teveel informatie om nu een definitief advies te kunnen uitbrengen als gemeente.
-
Wanneer alle gevraagde informatie binnen is kan het initiatief worden besproken samen met
-
We verwijzen hierbij naar de gevraagde punten uit de brief van november 2024;
de initiatiefnemer op de zogenaamde omgevingstafel. Vervolgens kan indien gewenst een definitieve beschikkingsaanvraag worden ingediend; -
Voordat het plan In een definitieve procedure gaat willen we als gemeente een anterieure overeenkomst sluiten met de initiatiefnemer;
-
De 'Ja, mits-houding' van de gemeente blijft, mits er wordt voldaan aan de wettelijke normen
voor een gezond woon- en leefklimaat; -
Uit de nieuw aangeleverde stukken blijkt dat hiervan geen sprake is op de onderdelen geluid
en omgevingsveiligheid; -
De gemeente concludeert dat de gecumuleerde geluidsbelasting van het voorliggende plan
onaanvaardbaar is. Er is tevens geen sprake van zwaarwegende economische belangen; -
De conclusies uit het geluidsadvies zijn voor de gemeente zwaarwegend. In het plan voldoet geen enkele bouwlaag aan de standaardwaarde voor geluid;
-
De boogde bouwhoogte is te fors;
-
Samengevat kan de gemeente op het voorliggende plan geen medewerking verlenen.
U betaalt kosten voor de behandeling van uw conceptverzoek U ontvangt na de afhandeling daarvan een rekening.
4
9003515580
Bel of mail gerust als u nog vragen heeft Mijn telefoonnummer is
. Of stuur een mail naar:
@ozhz.nl.
Met vriendelijke groet.
Burgemeester en wethouders van gemeente Hardinxveld-Giessendam, namens dezen, Unit Regulering Bouw en Brandveiligheid van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Deze brief is digitaal vastgesteld en is daarom niet ondertekend.
Bilage Bijlage 1 Stedenbouwkundige beoordeling :
Bijlage 2 Een voldoende beschermingsniveau in explosieaandachtsgebied van een Basisnestroute
5
9003515580
BIJLAGE 1 Stedenbouwkundige beoordeling
Analyse Het initiatiefplan voor de herontwikkeling van Peulenstraat Zuid 38 ligt op een perceel, wat aan drie zijden aansluit op de openbare ruimte. De zuidzijde ligt aan de straat, de noordzijde sluit aan op Smalweer en aan de westzijde ligt een voetpad met een groenstructuur van robuuste bomen en onderbegroeiing. De oostzijde van het perceel ligt naast een gebied met vier gebouwen ( + 22 en Peulenstraat Zuid 30 + 32), waarbij met name de woning aan de Peulenstraat Zuid 32 relatief dicht bij de perceelsgrens ligt. In de huidige situatie staat er op het perceel een vrijstaande woning, vrijwel tegen de westelijke perceelsgrens aan. In het vigerende bestemmingsplan is er een
bouwvlak aangegeven wat grotere bebouwingsmogelijkheden geeft dan de huidige woning, namelijk een bebouwingspercentage van 100% met een goothoogte van 6 en een bouwhoogte van 10 meter. Het volume zoals geschetst in het initiatiefplan volgt grotendeels de contouren van het bouwvlak, behalve aan de westzijde waar het
initiatief rechthoekig is en niet de wijkende lijn van de perceelsgrens volgt. Er is een hoogteverschil tussen de Peulenstraat Zuid en Smalweer van circa 4,5 meter, wat in het initiatiefplan gebruikt wordt om 'laag -2 en -1' te maken die zich oriënteert op Smalweer. Hierdoor komt het vloerpeil van laag 0’ tussen de 80 en 100 cm hoger te liggen ten opzichte van maaiveld aan de Peulenstraat Zuid. Gevolg daarvan is, dat zowel de goothoogte als de bouwhoogte van het initiatief hoger komt te liggen dan het bestemmingsplan beschrijft. De gootlijn van het volume aan de westzijde
steekt daar nog verder doorheen, door de keuze om hier een topgevel in het samengestelde dak voor te stellen.
Overwegingen De herontwikkeling van het perceel tot een appartementengebouw is in zichzelf goed voorstelbaar. Het perceel lijkt voldoende omvang te hebben om naast de bebouwing ook de bijkomende functies (zoals parkeren, waterberging en groen) te kunnen oplossen. Gezien de boven beschreven ligging van het perceel ten opzichte van de omgeving is met name een zorgvuldige inpassing van de oostzijde van belang. Juist daar is geen aanleiding om een topgevel aan de voor- en achtergevel te maken en ook de 'verglaasde balkons' aan de 'zijgevel rechts’ die doorlopen tot naast de kap zijn er niet passend. Omdat daarnaast ook het vloerpeil van laag O' hoger ligt dan maaiveldpeil aan de Peulenstraat Zuid, krijgt het gebouw een vrij massale uitstraling. Met behulp van een massa- en bezonningsstudie kan worden onderzocht hoe het volume zich beter kan verhouden tot de context, met name waar het de aansluiting op het oostelijke perceel betreft. Variabelen waarmee hierop ontworpen kan worden zijn: •
Het naar beneden halen van het vloerpeil (van laag 0) tot maaiveldpeil (samenvoegen laag-2
en -1, verdiepingshoogten optimaliseren); *
Overwegen of een deel van de grond aan de westzijde van het perceel aangekocht kan worden, zodat het
?
Vereenvoudigen van de samengestelde kap door weghalen van de topgevels;
?
Uitwerken van een ingetogen zijgevel aan de oostzijde.
gebouw verder westwaarts geplaatst kan worden;
Conclusie Het initiatief aan de hand van een massa- en bezonningsstudie nader uit te werken met inachtneming van bovenstaande punten en opnieuw voor te leggen ter reactie.
6
9003515580
BIJLAGE 2: Een voldoende beschermingsniveau in explosieaandachtsgebied van een Baslsnestroute
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (verder: VRZHZ) adviseert de gemeenten en initiatiefnemers om maatregelen die de Omgevingswet voorschrijft toe te passen. Hierdoor kan een voldoende beschermingsniveau worden bereikt voor de bewoners en gebruikers in een
explosieaandachtsgebied. Een ‘voldoende beschermingsniveau' wordt door vele factoren bepaald. In deze bijlage wordt de
invulling van dit begrip beschreven. Dit in relatie tot het plangebied dat is gelegen binnen een
explosieaandachtsgebied van een basisnetroute. In dit document komen de volgende toepassingen van maatregelen aan bod die invloed hebben op een voldoende
beschermingsniveau en uitsluitend van toepassing zijn op nieuwbouw en verbouw waarbij sprake is van functiewijziging:
•
scherfvrij glas;
•
brandwerend- en scherfvrij glas;
•
dakbedekkingsmaterialen;
Daarnaast komen de volgende toepassingen van maatregelen aan bod. Deze hebben invloed op een voldoende beschermingsniveau en zijn van toepassing op verbouw en nieuwbouw:
•
vluchten onder externe veiligheidsomstandigheden;
• •
schuilen; gebiedsinrichting/openbare ruimte;
•
organisatorische maatregelen.
Benadrukt dient te worden dat de grens tussen, met name de maatregelen in de laatste categorieën, niet scherp te trekken is. De maatregelen lopen in elkaar over en beïnvloeden elkaar. Hierbij is aangesloten bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (verder: Bbl), zoals op 3 juli 2018 is vastgesteld. Het Bbl is in werking getreden bij invoering van de Omgevingswet. Dit betekent concreet dat eerder vastgestelde
beleidsregels, die de toepassing van scherfvrij glas voorschrijven, nu van kracht zijn op grond van het Bbl. In deze beleidsregels is bepaald dat bij nieuwbouwsituaties, voor functies zoals omschreven in artikel 4.90 van het
Bbl, scherfvrij glas moet worden toegepast. Dit volgt uit Artikel 4.96 van het Bbl. Dit vanwege de hoogte van het
groepsrisico binnen het explosieaandachtsgebied. De omvang van dit gebied is 0 tot 200 meter, gerekend vanaf de
buitenste spoorstaaf en/of rijstrook van een transportroute.
Uit Artikel 4.90 volgt dat de eisen van toepassing zijn bij: 1. Woonfuncties 2. Bijeenkomstfuncties 3. Celfunctie 4. Gezondheidszorgfunctie
5. Andere industriefuncties 6. Kantoorfuncties 7. Logiesfuncties
7
9003515580
8. Onderwijsfunctie 9. Sportfuncties 10. Winkelfuncties
En dus niet op:
•
Lichte industriefuncties;
•
Overige gebruiksfuncties;
•
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Artikel 4.96 van het Bbl geeft aan: "In een explosieaandachtsgebied gelegen beglazing is zodanig dat bij een explosie
letsel door scherfwerking wordt voorkomen".
De toelichting van artikel 4.96 Bbl geeft aan: dit artikel vermindert bij een explosie het risico op rondvliegende
glasscherven van in een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing. Bij het bepalen van de weerstand tegen scherfwerking wordt uitgegaan van de van een in Artikel 5.12, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (verder: Bkl)
bedoelde overdruk van tenminste 10 kPa.
1 Toepassing van scherfvrij glas Explosieaandachtsgebied In de Omgevingswet is via het Bkl het begrip explosieaandachts-gebied opgenomen. Dit gaat om het gebied tussen 0
en 200 meter van de buitenste spoorstaaf, oever/waterkant en/of rijstrook. In deze beleidsregel is dit begrip overgenomen.
De tekst van Artikel 4.96 van het Bbl is niet concreet. In deze beleidsregels wordt daarom invulling gegeven aan dit
artikel. Het gaat om:
•
Het hanteren van een ontwerpafstand;
•
Het soort glas dat moet worden toegepast;
•
De aan te houden rekenmethode;
•
Situaties waarin geen glasmaatregelen nodig zijn.
1.1 Aan te houden ontwerpafstand bij scherfvrij glas De kortste afstand van een gebouw tot het spoor, water of weg wordt bepaald door loodrecht te meten. Hierbij gelden wel de volgende uitgangspunten:
•
de kans dat een explosie recht voor dat gebouw plaatsvindt is de allerkleinste kans. De kans dat een explosie verderop langs het spoor, water of weg plaatsvindt is (cumulatief gezien) groter;
•
bij een explosie op korte afstand (indicatief binnen de 30 meter) van een gebouw kan het zijn dat glas niet
meer de zwakste schakel is, en een gebouw als geheel geen beschermings-waarborg meer biedt voor de personen in het gebouw;
•
hoe korter de afstand, des te ingrijpender de technische aanpassingen aan het glas (en ko-zijn) en hoe hoger de kosten.
De ontwerpafstand is de aangenomen afstand tussen de explosie en het te beschermen object.
Uit de IPO 10 rapportage 'Bouwkundige maatregelen externe veiligheid; Een eerste aanzet voor een catalogus’
(januari 2010) is te herleiden dat bij een aan te houden ontwerpafstand van 70 - 90 meter een goed samenspel van bouwkundig toe te passen maatregelen mogelijk is.
8
9003515580
De ervaring is inmiddels ook dat bij een ontwerpafstand van 80 meter een kosteneffectieve combinatie met doorvalveilig en geluidsisolerend glas valt te maken.
Om deze reden is de ontwerpafstand vastgesteld op 80 meter. Dat betekent dat in nieuwe gebouwen - op bijvoorbeeld 30 meter afstand van de lijnbron - beglazing moet worden aangebracht die bescherming biedt tegen scherfwerking, uitgaande van een explosie op 80 meter afstand. Dit principe is uitgewerkt in het onderstaande
tekstblok. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
•
Binnen een loodrechte afstand van 30 meter van het buitenste spoor, waterkant of rijstrook is de ontwerpafstand van iedere daar aanwezige gevel altijd 80 meter;
•
Bij een loodrechte afstand van 30 tot 120 meter wordt de formule uit het onderstaande tekstblok 3.1 toegepast;
*
Bij een afstand groter dan 120 meter is de corrigerende werking van de ontwerpafstand nagenoeg nihil en kan worden uitgegaan van de daadwerkelijke loodrechte afstand.
Tekstblok 3.1: de formule voor het bepalen van de ontwerpafstand:
De ontwerpafstand bij een loodrechte afstand van 30 tot 120 meter wordt berekend met de volgende formule: A = « B-30)2+802), waarbij:
A = de te berekenen ontwerpafstand in meter B = de loodrechte afstand tot het spoor/weg/water in meter
De afstand is relatief eenvoudig te bepalen bij gevels die evenwijdig aan het spoor, water en/of weg liggen. Bij gevels
die haaks op het spoor, water en/of weg liggen kan met de afstand vanaf het spoor, water en/of weg, de ontwerpafstand verschillen. Maar in de praktijk zal een bouwer geen engineeringskosten maken door elk raam apart
op de scherfvrije kwaliteiten te berekenen, en zal een vast uitgangspunt gekozen worden. Als scherfvrij glas wordt toegepast, dan moet bij de vergunningaanvraag van het gebouw aangegeven worden welke maatregelen zijn getroffen zodat de kozijnkeuze de scherfvrije kwaliteiten van het glas niet aantast. 1.2 Welk soort glas moet worden toegepast ter voorkoming van scherfwerking?
Voor de weerstand tegen explosies bij punt- en lijnbronnen wordt aangesloten bij de NEN-EN 13541 “Veiligheidsglas - Beproeving en klasse-indeling van weerstand tegen explosiedruk'. Gezien de mogelijk optredende overdruk is klasse ER1 het uitgangspunt. De scherfwerking mag niet meer bedragen dan de publicatie ASTM F 1642 beschreven klasse 2. Als de achterliggende ruimte geen verblijfsfunctie heeft, dan hoeft geen scherfvrij glas te worden toegepast.
Gelijkwaardige oplossingen zijn toegestaan, mits de onderbouwing hiervan is goedgekeurd door burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. 1.3 Aan te houden rekenmethodiek
Het bepalen van de optredende overdruk Voor complexe externe veiligheidsberekening zijn bij wet de rekenprogramma's Safeti-NL of Phast voorgeschreven
om de luchtdruk op de beglazing te berekenen. Voor de input van de reken-programma’s is bij wet voor
transportbronnen de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) voorgeschreven en bij inrichtingen en aangewezen buisleidingen de Handleiding risicoberekeningen Bevi (Hrb).
9
9003515580
Bij een ontwerpafstand van 80 meter bedraagt de overdruk 0,17 Bar (= 17 kPa).
Omgevingsreflecties van drukgolven hoeven in de berekening niet meegenomen te worden. Voor glas dat geplaatst wordt in geveldelen die 'zicht hebben op het spoor, water en/of weg' moet de overdruk met een factor 2,5 verhoogd
worden. 1.4 Afstand waarop geen glasmaatregelen meer nodig zijn
De afstand waarop geen glasmaatregelen meer nodig zijn hangt af van:
•
de bescherming die het beoogde glas biedt (bijv. HR++);
•
het glasoppervlak en de ruimte die zich achter het glas bevindt (de achterliggende ruimte). Bescherming in bijvoorbeeld een kelder is niet van belang in verband met het korte verblijf van personen;
•
de mate van afscherming van het gebouw door een voorliggend gebouw.
Voor de afstand waarop glasmaatregelen getroffen moeten worden, zijn geen vaste uitgangspunten te geven Of
daarom binnen een afstand van 200 meter van het spoor, water of weg geen glasmaatregelen meer nodig zijn,
zal daarom per locatie en per ontwerp bepaald moeten worden. De initiatiefnemer moet op basis van de in de
beleidsregels genoemde uitgangspunten aantonen dat:
•
ter plaatse van de beglazing de overdruk minder bedraagt dan 10 kPa;
*
het glas bij een incident geen scherfwerking in de achterliggende ruimte geeft.
•
de achterliggende ruimte geen bescherming behoeft tegen scherfwerking omdat personen er zeer kortstondig verblijven (bijv, bergingen) en geen sprake is van een vluchtroute.
2 Toepassing van dakbedekkingsmaatregelen
Losliggend hard dakbedekkingsmateriaal op platte daken, zoals grind, kan door de drukgolf van een explosie als
vliegvuil schade in de omgeving veroorzaken. Er kunnen personen geraakt worden of beglazing van gebouwen kan worden blootgesteld aan puntbelastingen. Glas dat bestand is tegen dat soort puntbelastingen. moet (deels) aan
andere specificaties voldoen dan scherfvrij glas. Hierdoor wordt de glastoepassing complexer.
Door het toepassen van aaneengesloten tegelverharding, sedumdaken of andere vergelijkbare toepassingen wordt de kans op vliegvuil, en daarmee puntbelastingen verminderd.
Binnen een afstand van 0 tot 200 meter, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf, waterkant of buitenste rijbaan mag
op platte daken geen gebruik worden gemaakt van losliggend hard dakbedekkingsmateriaal, zoals grind als
afdeklaag. Tenzij door de initiatiefnemer aan burgemeester en wethouders voldoende is aangetoond dat de grindlaag
op het dak voldoende is afgeschermd tegen de drukgolf.
3 Vluchten onder de externe veiligheidsomstandigheden In het Bbl zijn eisen opgenomen waaraan de inpandige vluchtmogelijkheden van een gebouw moeten voldoen Deze
eisen zijn gebaseerd op het vluchten in geval van een binnenbrand. Deze eisen werken ook positief door op het kunnen vluchten bij een (dreigende) explosie op het spoor, water en/of weg.
10
9003515580
Vanuit het oogpunt van externe veiligheid wordende volgende aanvullende eisen gesteld, ten opzichte van het Bbl:
•
vluchttrappen moeten inpandig geplaatst zijn. Alleen op van het spoor, water of weg afgeschermde gevels zijn
uitpandige vluchttrappen toegestaan. Tenzij deze vluchtroute van het spoor, water en/of weg wordt afgeschermd door de gevel van het gebouw;
*
de capaciteit van vluchtroutes en vluchtdeuren aan de spoorzijde, waterzijde of wegzijde van een gebouw is bij een (dreigende) calamiteit niet bruikbaar. Daarom moet deze (vlucht)capaciteit gecompenseerd worden aan een van het spoor, water en/of weg afgeschermde zijde van het gebouw;
•
er moeten verzamelplaatsen aan de van het spoor, water en/of weg afschermde zijde van het gebouw
aanwezig zijn, die de capaciteit hebben om de gehele populatie van het gebouw te verzamelen. De positionering van de gebouwen en de aanwezige verkeersinfrastructuur in het plangebied bepalen de noodzaak om buiten aanvullende vluchtroutes te creëren.
4 Schuilen in gebouwen Omwille van een gezond binnenklimaat eist het het Bbl een goede ventilatie. Dat betekent dat luchtdicht bouwen
onmogelijk is en bij een incident met gevaarlijke stoffen op het spoor, water of de weg deze stoffen altijd het gebouw zullen binnendringen. Wél valt hierbij de snelheid van de luchtinstroming te vertragen:
•
door een goede thermische isolatie wordt tevens de natuurlijke ventilatie beperkt. Hiervoor bestaat al
•
door de mechanische ventilatie uitschakelbaar te maken, wordt voorkomen dat bij een incident op het spoor,
wetgeving en dit hoeft niet in de beleidsregels geborgd te worden; water en/of weg giftige stoffen versneld het gebouw worden ingezogen. Dit volgt uit Artikel 4.124, lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (verder: Bbl).
Aanvullend op de eisen uit het Bbl, adviseren wij als VRZHZ de volgende organisatorische maatregelen:
•
het bedienen van deze schakeling dient onderdeel uit te maken van de instructies van de noodorganisatie;
•
door als organisatorische maatregel een ramen en deuren' beleid beschikbaar te hebben, kan de
noodorganisatie de kans op onjuist gebruik van de schuilfaclliteiten en ongecontroleerde instroming van gevaarlijke stoffen verminderen.
5 Gebiedsinrichting en ontwerp van de openbare ruimte
Bij een incident vrijgekomen brandbare vloeistoffen kunnen een plasbrand veroorzaken. Of een plasbrand ontstaat, hangt onder meer af van de plaats van het incident en de vloeistofberging in de omgeving: •
Als een lekkage ontstaat boven het spoor, zal de vrijgekomen vloeistof verdwijnen in het ballastbed en vervolgens in het onderliggende zandlichaam. In die situatie is de kans op een plasbrand bijna uitgesloten. Bij een lekkage op de weg in de kans op en plasbrand wel aanwezig;
•
Indien - vanwege de ligging van de lekkende wagon - de vloeistof naast het spoor komt, kan de vloeistof zich door het gebied verspreiden, waarbij vervolgens een plasbrand ontstaat.
Plasbrand kan worden voorkomen door maatregelen te treffen die verspreiding van vloeistoffen tegengaan. Dat kan onder ander door:
•
het gebied naast het spoor en de weg op afschot naar het spoor en de weg te leggen. Hiermee stroomt de vloeistof terug naar het spoor en weg, waar het afgevangen kan worden. De uitvoering van deze maatregel is
vergelijkbaar met een maatregel om hemelwater af te voeren;
11
9003515580
•
Het is dan belangrijk na te gaan hoe de vloeistof zich verder zal verspreiden en welke maat-regelen getroffen moeten worden. Dit om nadelige effecten als gevolg van de brandbare vloeistof te voorkomen. Dan dient er
een incidentplan voor de riolering opgesteld te worden. Hierin zijn mogelijke scenario's beschreven en
beheersmaatregelen opgenomen.
Bij de herinrichting van de openbare ruimte langs het spoor en de weg dient toepassing te worden gegeven aan een van bovengenoemde maatregelen. Of een alternatieve maatregel met een aantoonbaar vergelijkbaar effect. 6 Organisatorische aspecten Door het treffen van organisatorische maatregelen wordt sterk bevorderd dat bij een (dreigende) calamiteit met
gevaarlijke stoffen de aanwezige personen het gewenste handelingsperspectief ten uitvoer brengen. De toepassing van organisatorische maatregelen is goed mogelijk indien een BHV (bedrijfshulpverlening) aanwezig is die:
•
instructies samenvoegt met de andere taken (veiligheid binnen het gebouw);
•
regelmatig oefent;
•
waar nodig de faciliteiten en getroffen maatregelen in stand houdt.
Om deze reden wordt via de beleidsregels aan BHV-organisaties in het plangebied de volgende verplichtingen opgelegd:
1. De instructies van de BHV-organisatie uitbreiden met instructies over de volgende scenario's:
• •
brand buiten het gebouw, op een afstand van 0 tot 50 meter; explosie (BLEVE) buiten het gebouw, op een afstand van 30 tot 300 meter;
•
gifwolk.
2. De instructies moet ingaan op:
•
de organisatie, taakverdeling en onderlinge communicatie van de BHV bij dit type scenario's; de wijze van
communicatie met hulpdiensten;
•
de criteria wanneer te vluchten dan wel te schuilen bij een (dreigend) incident;
•
de wijze waarop aanwezigen in het gebouw geïnformeerd worden over de van hun verlangde handelswijze;
•
de vluchtroutes die bij een (dreigend) incident met gevaarlijke stoffen beschikbaar zijn;
•
de locaties van verzamelplaatsen buiten het gebouw die geschikt zijn om te verzamelen na een incident met
•
de wijze waarop de mechanische ventilatie bij een brand- en gifwolkscenario wordt afgezet, ramen en deuren
gevaarlijke stoffen; worden gesloten en de luchtcirculatie binnen het gebouw wordt geoptimaliseerd;
•
het beleid bij buitendeuren om bij een incident personen naar binnen of buiten te laten gaan; de wijze van samenwerking met BHV-organisaties van naastliggende panden ten tijde van een (dreigende) calamiteit met
gevaarlijke stoffen;
•
het moment van activeren van de mechanische ventilatie na het incident met gevaarlijke stoffen en - indien de
personen uit een gebouw geëvacueerd zijn - het moment van betreden en herstart van het gebruik van het gebouw door het personeel.
12
9003515580
7 Voldoende bluswater In het plangebied dient in alle gevallen (ook gedurende de ontwikkeling) voldoende bluswater aanwezig te zijn
conform de door de veiligheidsregio vereiste dekkingsgraad voor:
■
het bestrijden van brand in gebouwen;
•
het bestrijden van brand bij het spoor, water en de weg, het koelen of voor het neerslaan van giftige dampen.
Bij nieuwbouw en verbouw dient toepassing te worden gegeven aan de Handreiking Bluswater-voorziening en
bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland. 2020), dan wel een geactualiseerde versie van deze beleidsregel.
Van de beleidsregel kan worden afgeweken indien: 1. de veiligheidsregio specifieke eisen noodzakelijk acht; 2. de veiligheidsregio positief geadviseerd heeft over de afwijking.
13