20220217 DEF Rekenkamerrapport - Gevolgen van de woonopgave.pdf
Tekst van het document
In hoeverre de plannen op andere beleidsterreinen beïnvloed worden door de woonopgave, hangt in de eerste plaats af van de mate waarin er bij het maken van die plannen expliciet rekening is gehouden met een forse toename van het aantal woningen. Op basis van geanalyseerde documenten en gevoerde gesprekken lijkt dit niet of nauwelijks het geval; de meeste beleidsdocumenten maken geen melding van de woonopgave of mogelijke effecten daarvan en ook gesprekken met betrokkenen geven geen aanleiding om te veronderstellen dat de mogelijke impact van de woonopgave bij het opstellen van deze documenten is meegewogen. Daarbij moet overigens wel worden opgemerkt dat een deel van de
26
documenten is opgesteld voordat de Groeiagenda en daarmee de huidige ambities van de gemeente met betrekking tot woningbouw waren vastgesteld. Daarmee is niet gezegd dat de impact van de woonopgave in de toekomst niet in nieuw beleid zal worden verwerkt. Voor verschillende beleidsterreinen, waaronder mobiliteit, geldt dat nieuwe plannen uit dezelfde prognoses putten als de ramingen waar de Groeiagenda op is gebaseerd.63 Ook geven gesprekspartners aan dat er bij het opstellen van nieuw beleid altijd wordt geïnventariseerd wat op dat moment de meest recente gegevens en scenario’s zijn. Dit zou zowel formeel, bijvoorbeeld via het college, maar ambtelijk ook informeel gebeuren. Welke gegevens en scenario’s daarbij worden gebruikt, lijkt wel sterk afhankelijk van de betrokken ambtenaar; gesprekken suggereren dat hier geen vaste werkwijze voor bestaat. Desgevraagd geven betrokken gesprekspartners aan dat de impact van de woonopgave wordt meegenomen zodra er nieuw beleid wordt opgesteld, of als het uitwerken of bijstellen van uitvoeringsplannen daar aanleiding toe geeft. De schaal van de woonopgave lijkt daarmee bij de geïnterviewde gesprekspartners geen reden om bestaande plannen door te lichten en onderliggende aannames te toetsen.
Dit kan deels worden verklaard doordat de details van de woonopgave niet bij alle gesprekspartners bekend waren; zij gaven aan op de hoogte te zijn van het feit dat er flink bijgebouwd gaat worden, maar niet van de (mogelijke) impact die de opgave op verschillende aspecten van het gemeentelijke beleid kan hebben.
27
In dit hoofdstuk zijn de bevindingen uit de vorige hoofdstukken samengebracht en brengen we de gevolgen van de woonopgave voor de verschillende beleidsterreinen in kaart. Op basis van informatie over de aard en omvang van de woonopgave, plannen op andere beleidsterreinen en de mate waarin daarbij al rekening is gehouden met de toename van het aantal woningen, stellen we vast wat de waarschijnlijke impact van de woonopgave op deze plannen is. De analyse geeft daarmee inzicht in de wijze waarop de woonopgave het behalen van doelen op andere beleidsterreinen kan bemoeilijken of vergemakkelijken en welke aandachtspunten hieruit voortvloeien. Daarmee geven we in dit hoofdstuk antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 5. Wat betekent het realiseren van de woonopgave voor het behalen van doelen op de onderzochte beleidsterreinen? 6. Welke aandachtspunten vloeien hieruit voort?
Gelet op de verschillende effecten die het realiseren van de woonopgave kan hebben, lijken de meest relevante voort te vloeien uit de groei van het aantal inwoners die daarbij komt kijken. De reden daarvoor is dat effecten op de gemiddelde duurzaamheid van de woningvoorraad of de leefbaarheid van nog te bouwen wijken weinig impact hebben op de doelstellingen voor andere beleidsterreinen. Hoewel het energielabel van nieuwe woningen bijvoorbeeld hoger zal zijn dan dat van de meeste bestaande woningen en de bouw van deze woningen het doel van de gemeente op dit terrein dichterbij brengt, doet het weinig voor de veel grotere opgave om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen. Volgens dezelfde logica zal de bouw van nieuwe, meer leefbare wijken de gemiddelde leefbaarheid van de gemeente weliswaar verhogen, maar is de leefbaarheid in andere wijken daarmee nog niet verbeterd.64 De impact van het grotere aantal inwoners dat de bouw van nieuwe woningen met zich mee zal brengen, is naar alle waarschijnlijkheid beduidend groter. De precieze omvang van die impact zal afhangen van verschillende factoren, maar niet in de laatste plaats door het soort woningen dat uiteindelijk gebouwd gaat worden en de snelheid waarmee deze woningen worden opgeleverd.
Als er bijvoorbeeld wordt gekozen om meer ouderenwoningen te bouwen dan nu voorzien is, dan zal de toename van het aantal inwoners lager zijn dan nu geraamd. Worden er juist (nog) meer gezinswoningen gerealiseerd, dan zal de toename mogelijk iets groter zijn dan voorspeld. Gebeurt dit in een korte periode, bijvoorbeeld doordat een groot deel van deze woningen tegelijkertijd wordt opgeleverd, dan dienen indirecte effecten als de druk op publieke voorzieningen en het wegennet zich ook relatief snel aan. Komen nieuwe woningen meer gefaseerd tot stand, dan zullen deze effecten zich ook geleidelijker voordoen.
28
Dit alles is overigens alleen als andere variabelen constant worden gehouden; ook een veranderende economische situatie, aanvullende wetgeving of aanpassingen in de plannen op andere beleidsterreinen kunnen de impact van de woonopgave deels of zelfs geheel van aard, omvang en richting veranderen.
Op basis van de bovenstaande analyse ligt het voor de hand dat de woonopgave van invloed zal zijn op de doelstellingen voor verschillende beleidsterreinen. Over het algemeen valt daarbij op dat de meeste plannen in min of meer ongewijzigde vorm gerealiseerd kunnen worden; hoewel de impact van de woonopgave bij geen van deze plannen expliciet lijkt te zijn meegenomen, voorzien de onderzoekers weinig grote knelpunten. Daarbij gaan de onderzoekers er wel vanuit dat doelstellingen bij het opstellen van nieuw beleid worden herijkt en bij de uitvoering worden getoetst aan actuele gegevens en scenario’s; gebeurt dit niet, dan zijn de knelpunten mogelijk beduidend groter. Voorzieningen Voor gemeentelijke voorzieningen lijkt de impact van de woonopgave overwegend positief. Verschillende sportverenigingen in de gemeente kampen met een tekort aan nieuwe aanwas; een toename van het aantal inwoners zou in een dergelijke aanwas kunnen voorzien.65 Ook kan de groei van het aantal inwoners ervoor zorgen dat sommige recreatieve voorzieningen levensvatbaar blijven; het particuliere initiatief om het buitenzwembad te heropenen, zou door een groter aantal potentiële recreanten sneller economisch rendabel kunnen worden. Hierdoor zouden ook de financiële risico’s van een gemeentelijke bijdrage kunnen afnemen.
Een voorwaarde hiervoor is wel dat nieuwe en huidige inwoners van Hardinxveld-Giessendam enerzijds worden aangespoord om lid te worden van de genoemde sportverenigingen en anderzijds worden gemotiveerd om gebruik te maken van recreatieve voorzieningen als het buitenzwembad. Dat Hardinxvelders vergeleken met andere gemeente in de regio minder vaak lid zijn van een vereniging, suggereert namelijk dat de beschreven effecten zich zonder nadere inspanningen mogelijk niet zullen voordoen. Duurzaamheid De impact van de woonopgave op gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen is eveneens overwegend positief. Het feit dat nieuwe woningen moeten voldoen aan geldende duurzaamheidsvereisten, maakt dat zij het behalen van de gemeentelijke doelstellingen niet in de weg staan en in enkele opzichten zelfs dichterbij brengen. Zo biedt de bouw van nieuwe wijken bijvoorbeeld ook mogelijkheden om te verkennen of er een lokaal warmtenet aangelegd kan worden, of om de gebouwde omgeving meer klimaat-adaptief te maken. Een concreet knelpunt betreft het gebruik van het elektriciteitsnet. Verkeerd gebruik van het net, bijvoorbeeld doordat huizen of bedrijfspaneden een ander of groter beroep op het bestaande net doen, kan leiden tot capaciteitsproblemen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het terugleveren van
29
stroom die met behulp van zonnepanelen is opgewekt. Dit probleem speelt overigens hoofdzakelijk bij het verduurzamen van bestaande woningen. Verkeer en mobiliteit De impact op het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente is naar alle waarschijnlijkheid minder positief. Hoewel er geen grote problemen worden voorzien, zal de verkeersdrukte in de aanloop naar 2031 naar alle waarschijnlijkheid toenemen. Doordat sommige wegen op een dijk zijn aangelegd en dus niet gemakkelijk verbreed kunnen worden, heeft de gemeente beperkte middelen om de capaciteit van het huidige wegennet te vergroten. Een goede ontsluiting van de nieuwe wijken zou hierbij kunnen helpen, maar ook ten aanzien daarvan zijn de mogelijkheden van de gemeente begrensd; voor de verbreding van de A15 en daarmee het tegengaan van sluipverkeer, is de gemeente afhankelijk van vele actoren, waaronder Rijkswaterstaat en de Provincie Zuid-Holland. Ook de ontsluiting vormt een mogelijk knelpunt. Gesprekspartners geven aan dat er op dit moment twee plaatse zijn waar het spoor doorkruist kan worden ter ontsluiting voor de wijk die ten noorden van het spoor wordt aangelegd. Het gaat daarbij om een viaduct en een spoorovergang is die als ontsluiting functioneren.
Die overgang heeft zijn maximale capaciteit nog niet bereikt, maar dit zal na de verdere ontwikkeling van het gebied ten noorden van de spoorlijn waarschijnlijk alsnog gebeuren. De gemeente is zich bewust van dit probleem, over een definitieve oplossing is nog geen besluit genomen. Een ander aspect van het gemeentelijke verkeer- en vervoerbeleid waarop de woonopgave van invloed kan zijn, is het parkeerbeleid. Gesprekspartners stellen vast dat er op dit moment in sommige delen van de gemeente al een tekort is aan parkeerplekken. Voor de nieuwe wijken houdt de gemeente zich aan gangbare parkeernormen, maar het is de vraag of dit het bezit en gebruik van auto’s voldoende zal ontmoedigen om parkeeroverlast tegen te gaan. De gemeente wil dit tegengaan door onder meer het gebruik van openbaar vervoer en alternatieve vervoermiddelen te stimuleren, maar het succes van deze plannen is een belangrijke voorwaarde voor de mate waarin een toename van het aantal inwoners tot parkeerproblemen zal leiden. Leefbaarheid Het effect van de woonopgave op plannen ten aanzien van leefbaarheid is beperkt. Naast het feit dat nieuwe wijken op de gewenste mate van leefbaarheid kunnen worden ingericht, is het onwaarschijnlijk dat de komst van meer inwoners tot een buitenproportionele inzet van handhaving en gemeentelijke hulpverleners zal leiden.
Mits het aantal professionals dat werkzaam is in deze vormen van dienstverlening gelijke tred houdt met het aantal inwoners, zal de woonopgave op dit aspect van de leefbaarheid vermoedelijk niet tot grote problemen leiden. Het effect op een ander aspect van het leefbaarheidsbeleid, de beschikbare hoeveelheid groen, is mogelijk iets groter. Om te voldoen aan de vraag naar nieuwe woningen, zal de gemeente in toenemende mate moeten inzetten op het uitbreiden van de bebouwde kom. Daarmee gaat natuur en landbouwareaal verloren en komt het landelijke karakter van de gemeente mogelijk in het geding. Natuurcompensatie en de omgang met flora en fauna zijn dan ook punten van aandacht; hoewel er een landschapsplan is opgesteld, hangt veel af van de wijze waaorp dit in de praktijk wordt uitgevoerd.
30
Economie Om ervoor te zorgen dat de economie van Hardinxveld-Giessendam zich zo ontwikkelt als in de Groeiagenda is afgesproken, is het realiseren van de woonopgave een voorwaarde; alleen dan slaagt de gemeente erin om de beroepsbevolking aan te trekken die een economische impuls van de regio vereist. Mits de gemeente hierin slaagt, lijkt de economische impact van de woonopgave dan ook grotendeels positief. Of de gemeente daarin slaagt, hangt overigens niet alleen af van het woonbeleid; ook initiatieven die de aansluiting tussen onderwijs en het bedrijfsleven moeten verbeteren, zijn een belangrijke schakel in een verdere groei van de lokale economie. Het grootste risico is volgens gesprekspartners dat er een tekort aan uitbreidingslocaties voor bestaande of nieuwe bedrijven dreigt. Geschikte bouwgrond is schaars, waardoor verdere uitbreiding van bedrijven mogelijk ten koste gaat van de grond die beschikbaar is voor woningbouw. Volgens sommige gesprekspartners staat de gemeente dan ook voor een dilemma. Als zij minder grond beschikbaar stelt voor bedrijven, wordt de economische groei van de gemeente geremd. Als zij dergelijke grond wel beschikbaar stelt, kunnen bepaalde woningbouwplannen mogelijk niet gerealiseerd worden. De gemeente zal hierover de komende jaren tot een afweging moeten komen.
Hoewel de impact van de woonopgave overwegend beperkt is, suggereert het bovenstaande een aantal aandachtspunten voor de komende jaren. Het eerste heeft betrekking op de wijze waarop er binnen de gemeente met ontwikkelingen als de woonopgave wordt omgegaan. Het feit dat de implicaties van deze opgave niet per direct in al het bestaande beleid zijn verwerkt, is niet per definitie problematisch. Dat gedetailleerde informatie over de woonopgave beperkt bij beleidsmedewerkers van andere beleidsterreinen bekend is en er geen processen lijken te zijn die de uitwisseling van dergelijke informatie bevorderen, is dat wel. In het beste geval leidt dit ertoe dat oplettende beleidsmedewerkers op eigen initiatief op zoek gaan naar relevante informatie over de woonopgave, in het slechtste scenario dat dergelijke informatie bij het maken van nieuw beleid over het hoofd wordt gezien. Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop de voortgang van plannen voor de woonopgave wordt gemonitord. Hoewel er op dit moment geen reden is om te twijfelen aan de kwaliteit van deze monitoring, staat of valt een goede inschatting van eventuele effecten bij een monitoringsysteem dat de voortgang nauwgezet volgt. Alleen op die manier kunnen nadelige effecten vroegtijdig worden gesignaleerd of voorkomen worden en kunnen plannen op andere beleidsterreinen op tijd worden bijgesteld.
Schiet de monitoring tekort, dan bestaat het risico dat dergelijke plannen minder snel, of slechts ten dele kunnen worden gerealiseerd.
31
Gesprekspartners:
Geraadpleegde bronnen: • • • • • • • • • • • • • •
Sportakkoord Hardinxveld-Giessendam Sportagenda 2018-2022 Lokale energieagenda: Naar een energie-neutrale gemeente voor 2050 Economische Visie 2020-2024 Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan 2012-2022 Coalitieakkoord Hardinxveld-Giessendam: met elkaar en voor elkaar Economische visie 2020-2024 CROW-publicatie 317 Lokale paragraaf Wonen Marlet, G. (2017), Groei en krimp: de Drechtsteden: Naar een realistische woonambitie voor de Drechtsteden, Atlas voor gemeenten. RIGO-rapport Volkshuisvestelijke opgave in beeld Woningmarktonderzoek Drechtsteden 20162031. Woonvisie Drechtsteden 2017-2031 Kamerbrief minister Ollongren Voortgang versnelling woningbouw. Groeiagenda 2030 Goed leven in de Drechtsteden
32