CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

2010 10 05 Burap II 2020 SOJ.pdf

Gemeenteraad GHG 21 januari 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 8: Zienswijze begrotingswijziging SOJ 2021 - Raadsvoorstel5.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2e Bestuursrapportage 2020 22 september 2020

Inhoud 1

Inleiding en samenvatting................................................................................................................1

2

Programma verantwoording financieel...........................................................................................5 2.1

Financieel overzicht................................................................................................................5

2.2 2.3 3

Tabel bijdragen per gemeente..............................................................................................13

Bedrijfsvoering...............................................................................................................................14 3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing..........................................................................14

3.2

Personeelsformatie en ziekteverzuim..................................................................................15

3.3

Opvolgen bevindingen accountant.......................................................................................15

1 Inleiding en samenvatting Voor u ligt de 2e Bestuursrapportage van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) over het jaar 2020.

Samenvatting financieel beeld en onzekerheden Er wordt ten opzichte van de begroting voor 2020 volgens scenario 1 een overschrijding verwacht van € 12,7 mln. Dit is € 1,1 mln. (0,9 procent) meer dan de prognose bij de eerste bestuursrapportage. Het financieel beeld ten opzichte van de eerste bestuursrapportage is daarmee redelijk stabiel. Voor de begroting waren meerdere scenario's gemaakt. Scenario 1 ging uit van volledig halen van de kostenreductie en zonder verdere groei. De overige scenario's gingen uit van een hogere begroting. Ten opzichte van de realisatie 2019 nemen de kosten op de totale begroting met € 8,1 mln. toe. Gecorrigeerd voor prijsindexatie is dit € 5,1 mln. (4,4 procent). Op de post regionale zorgmarkt is de stijging gecorrigeerd voor indexatie 4,7 procent, tegenover 15 procent vorig jaar. Coronacrisis Vanwege de coronacrisis heeft een deel van de jeugdhulp geen doorgang kunnen vinden of op een andere wijze doorgang gevonden, bijvoorbeeld middels hulp op afstand via een videoverbinding. Landelijk is afgesproken omzetderving van aanbieders ten opzichte van 2019 honderd procent te vergoeden voor de maanden maart tot en met juni. Alhoewel nog niet alle aanvragen zijn afgehandeld wordt verwacht dat in 2020 € 1,7 mln. aan omzetcompensatie aan zorgaanbieders (waarvan € 0,2 mln. voor taxivervoer van jeugdigen) wordt uitgekeerd.

In de ingezette zorg is in deze compensatieperiode ook een dip waarneembaar met een dieptepunt in april. De dip in inzet en kosten in de periode maart-juni wordt voor een groot deel opgevuld met compensatie voor het omzetverlies van aanbieders. Er werd landelijk rekening gehouden met een mogelijke boeggolf van uitgestelde zorg. Deze is vooralsnog niet zichtbaar. Omgekeerd is ook geen blijvende daling van de dal-inzet in april zichtbaar. Wat dat betreft is er geen financiële impact van de corona- crisis zichtbaar op normaliseren en demedicaliseren. In aanvulling op de omzetcompensatie mogen aanbieders op grond van landelijke afspraken ook meerkosten declareren voor onder andere medische hulpmiddelen, extra inhuur en huisvesting. In tegenstelling tot de omzetcompensatie loopt deze regeling door tot en met december 2020. De geschatte kosten voor deze regeling bedragen € 0,2 mln. Het Rijk compenseert gemeenten voor uitgestelde zorg (boeggolf) en meerkosten via het gemeentefonds. Voor omzetcompensatie wordt geen vergoeding verstrekt, omdat deze geacht wordt te zijn begrepen in de staande uitkering. In de meicirculaire is voor uitgestelde zorg op landelijk niveau reeds € 34,3 mln. toegekend aan gemeenten. In de septembercirculaire is aangegeven dat voor de vergoeding van de regeling meerkosten en inhaalzorg (boeggolf) nader onderzoek wordt uitgevoerd. Aanjaagplan jeugdhulp

In het Aanjaagplan jeugdhulp zijn de maatregelen opgenomen die moeten leiden tot het terugdringen van de jeugdhulp uitgaven in onze regio. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de Omdenknotitie. Per maatregel is aangegeven wie de trekker is (gemeenten, Stichting Jeugdteams of Serviceorganisatie). Partners hebben elkaar nodig en moeten nauw samenwerken om de plannen te realiseren. Het aanjaagteam jaagt de plannen aan en rapporteert over de voortgang. Veel maatregelen zijn onderhanden. De 'hardere' maatregelen met meer directe invloed op budget en kosten zijn aangehouden c.q. nog niet uitgewerkt en geïmplementeerd. Lokaal worden ook al diverse maatregelen genomen. Dit betreft bijvoorbeeld de praktijkondersteuning huisarts (POH). De voortgangsrapportage van het aanjaagteam is in de themavergadering van het AB van 18 september 2020 besproken. Hierin geeft het aanjaagteam de volgende kernboodschap af: "er wordt op veel manieren in de regio gewerkt aan de transformatie – en daar zitten hele mooie voorbeelden bij. Juist in deze bijzondere Corona-tijden vinden doorbraken plaats. Maar het ontbreekt bij de uitvoering van de transformatie aan focus, prioritering en resultaatgerichtheid. En daardoor aan tempo. Om hierin verandering te brengen zijn een resultaatgerichte houding en meer strategische sturing nodig".

Aanvullende maatregelen Als alternatief voor het aangehouden voorstel Budgetmaxima per gemeente uit het Aanjaagplan is het voorstel Ontwikkeling normenkader gemaakt. Dit is in het AB van 24 september 2020 besproken en goedgekeurd. In het voorstel is opgenomen: "Ter vervanging van de ‘Nee-tenzij regeling’ zoeken we een sturingsmodel dat vooraf helderheid biedt en gedurende het hele jaar kan worden ingezet zodat we continu kunnen sturen op passende en doelmatige zorg en daarmee op de uitgaven. We ontwikkelen daartoe binnen de inkoopstrategie 2022 een normatief kader voor de jeugdhulpproducten die het meest worden ingezet en/of de hoogste kosten kennen. Dit normenkader ontwikkelen we samen met de aanbieders zodat zij medeverantwoordelijkheid kunnen dragen voor het terugdringen van de uitgaven. Het normenkader biedt een overzicht van samenwerkingsafspraken gericht op een meerjarige kostenreductie in de jeugdhulp. Het helpt aanbieders te komen tot een optimale uitvoering van hun aandeel in de jeugdhulp binnen de bestaande budgetten. Het maakt dat we, met elkaar, extra alert zijn op de resultaten en kosten van de inzet". Het normenkader is vergelijkbaar met de werkwijze die binnenkort zal worden toegepast op basis van de businesscase H153/H329. Deze case beschrijft de opvallende stijging van ambulante specialistische begeleiding (H153).

Dit bleek de belangrijkste veroorzaker van de kostenstijging jeugdhulp in de hele regio. Uit verdere analyse is tevens gebleken dat de inzet van gedragswetenschappers (H329) soms is erg fors is ten opzichte van de overige ingezette jeugdhulp. In samenspraak met de stichting jeugdteams is besloten dat de inzet genormeerd wordt op een maximale inzet per week en toetsing plaatsvindt bij de stichting Jeugdteams. Voor die situaties waarbij extra inzet noodzakelijk is, zal de stichting Jeugdteams dit verzoek toetsen. Deze businesscase dient als voorbeeld waarbij er gekeken wordt of de inzet daadwerkelijk noodzakelijk is en zorgt ervoor dat we met elkaar scherp houden of de zorg terecht komt bij die jeugdigen die dit het meest nodig hebben. Het normenkader zal ten laatste effectief worden met ingang van 2022. Tot die tijd blijft de huidige Nee tenzij regeling van kracht. Deze wordt wel aangescherpt. De aanscherping betreft:

a. Contractmanagement bij Serviceorganisatie Gesprekken over ‘Nee-tenzij’ worden nu gevoerd op het moment dat de toegewezen budgetten zijn uitgenut. Er is dan geen andere manier van bijsturen meer mogelijk dan toepassen van de ‘nee-tenzij’ regeling. Op basis van dashboard-informatie en trendanalyse zullen contractmanagers de uitnutting van beschikbare budgetten vanaf het begin van het jaar standaard opnemen in de (contractmanagement)gesprekken mocht het dashboard daar aanleiding toe geven. De SOJ stuurt hierdoor op aanbiederniveau en zal intern de werkwijze hierop aanpassen. b. Casusregie bij Jeugdteams Hiernaast ligt er een belangrijke taak voor de stichting Jeugdteams. Zij hebben een sleutelrol bij het vervullen van de transformatie en sturen op de uitgaven. Zij moeten op casusniveau toezien op de inzet van passende hulp; voldoende en tijdig, maar niet te veel en te lang, waar mogelijk ook in overleg met overige (medische) verwijzers.

Daarnaast moeten zij middels goed ingerichte casusregie toezien op de doelmatigheid van ingezette hulp;  worden er niet onnodig zwaardere producten ingezet (upcoding),  worden er niet onnodig extra producten ingezet (stapeling),  worden er niet onnodig steeds verlengingen van behandeling aangevraagd (ondoelmatigheid) In de toeleiding en in de casusregie heeft de Stichting jeugdteams belangrijke instrumenten in handen waardoor sturing tijdens de uitvoering mogelijk en noodzakelijk is. In aanvulling op bovenstaande extra maatregelen zal de Serviceorganisatie een aanbod doen uitgaan aan de individuele gemeenten om ondersteuning te leveren bij het cijfermatig en procesmatig identificeren van lokale kostenbeheersingsmaatregelen. Te denken valt hierbij aan analyses van klantreizen en verwijzers routes, en een analyse van de meest complexe en kostbare cliënten binnen een gemeente. De uitkomsten van deze analyses moeten vervolgens leiden tot lokale ondersteunings- en sturingsafspraken met bijvoorbeeld huisartsen en jeugdteams. Deze aanpak heeft de afgelopen maanden onder meer in de Hoeksche Waard veel handelingsperspectief opgeleverd. Jeugdhulp naar voren Met ingang van dit jaar tot uiterlijk 1 januari 2022 worden gemeenten in de gelegenheid gesteld zelf beschikkingsvrije jeugdhulp in kopen om de beweging naar de voorkant te faciliteren.

Het doel is door jeugdhulp aan de voorkant bij gemeenten te organiseren de totale kosten te drukken. Op basis van aanbestedingsregels is dit toegestaan voor maximaal € 750.000 per gemeente voor de hele looptijd tot 1 januari 2022. Deze kosten komen ten laste van de post regionale zorgmarkt bij de Serviceorganisatie. Dit betekent tegelijkertijd dat als de beoogde besparing van minder tweedelijnszorg lager uitpakt dan de kosten van jeugdhulp naar voren, de totale kosten toernemen. Dit risico is het grootst als jeugdhulp naar voren wordt ingezet voor taakgerichte bekostiging, bijvoorbeeld voor inzet van fte's bij het jeugdteam. Extra rijksmiddelen en landelijk onderzoek kostenstijging jeugdhulp

Het Rijk heeft voor 2019 420 mln. en voor 2020 en 2021 voor beide jaren 300 mln. beschikbaar gesteld. Dit jaar wordt een onderzoek uitgevoerd naar de kostenstijging jeugdhulp om te bepalen of en hoeveel extra middelen er structureel nodig zijn. In de miljoenennota is voor 2022 reeds 300 mln. toegezegd.

Toezicht provincie De kostenontwikkeling en de maatregelen zijn besproken met de provincie. Geconstateerd is dat de in de begroting opgenomen kostenreductie niet is gerealiseerd, de kostenstijging in 2019 zeer groot is geweest en de kosten in 2020 licht doorstijgen. Met de provincie is contact geweest over de maatregelen opgenomen in het aanjaagplan en de extra voorziene maatregelen. Mede op basis van een verstrekte doorrekening van de maatregelen heeft de provincie vastgesteld dat met de maatregelen uit het aanjaagplan de voorziene kostenreductie van 14,7 mln. voldoende is onderbouwd. Uitgangspunt is dat deze kostenreductie gerealiseerd kan worden in de jaren 20212023 ten opzichte van het geprognosticeerde kostenniveau 2020 uit de eerste bestuursrapportage. Dit is verwerkt in de begrotingswijzing 2021 bij de eerste bestuursrapportage welke is aangehouden tot de tweede bestuursrapportage. Rapportage per gemeente en analyses met gemeenten Al enige tijd is het gemeentedashboard beschikbaar waarin gemeenten de ontwikkeling van het gebruik van jeugdhulp naar allerlei dwarsdoorsneden kunnen volgen. Daarnaast levert de Serviceorganisatie sinds juni een uitgebreidere maandelijkse rapportage per gemeente, inclusief een gemeentelijk beknopt dashboard op één A4 met de belangrijkste kernontwikkelingen. In de rapportage per gemeente is ook een financiële prognose van de kosten opgenomen.

Deze bestuursrapportage gaat in op de ontwikkeling op regioniveau. Om het gebruik van het dashboard door gemeenten te stimuleren en zo hun inzicht in hun bestedingen te vergroten, heeft Serviceorganisatie onlangs een 'inloopochtend' voor gemeenten georganiseerd waarin interactief met gemeenten analysemogelijkheden met het gemeentedashboard zijn verkend en ook in de praktijk zijn toegepast. Dit is een succesvolle bijeenkomst geweest die vooralsnog maandelijks herhaald zal worden. Het levert veel input op voor te formuleren beleid en projecten om meer grip te krijgen op jeugdhulp. In deze bijeenkomst is ook geconstateerd dat de data ontsloten door de Serviceorganisatie goed inzicht bieden in WAT er gebeurt, maar geen antwoord kan geven op de vraag WAAROM er meer jeugdhulp is toegewezen op bepaalde plaatsen, in bepaalde gemeenten. Hier zal door gemeenten, in samenwerking met de Serviceorganisatie, in overleg met de stichting Jeugdteams, de wijkteams, overige verwijzers, eventueel aangevuld met aanbieders de achterliggende oorzaken boven tafel moeten worden gehaald. Begrotingswijziging Bij de eerste bestuursrapportage was reeds een begrotingswijziging voor 2020 opgenomen van € 11,6 mln. Deze is met een afslag van € 5 mln. ter zienswijze voorgelegd aan gemeenten. Op basis van de inzichten bij deze tweede bestuursrapportage is dit jaar € 12,7 mln.

aan extra middelen ten opzichte van de begroting voor wijziging nodig. Er wordt geen aanvullende begrotingswijziging 2020

voorgelegd omdat het zienswijze proces aangevuld met vaststelling door het bestuur niet meer voor 1 januari 2021 afgerond kan worden.

2 Programma verantwoording financieel 2.1 Financieel overzicht Bedragen * € 1.000,-

Begroting t/m augustus

Realisatie t/m augustus o.b.v. declaratie s

Prognose realisatie t/m augsustus

Begroting heel jaar

Begroting Begroting + Prognose wijziging wijziging 1e burap 1e burap met 5 mln. afslag

Prognose

Realisatie 2019

Prognose /- oorspronkelijke begroting

Regionale zorgmarkt LTA PGB Stichting Jeugdteams Serviceorganisatie Totaal lasten

56.196 3.224 4.192 8.835 2.595 75.042

52.803 2.981 3.326 8.946 2.406 70.462

62.795 3.418 3.693 8.946 2.937 81.789

84.294 4.836 6.287 13.252 3.893 112.562

5.605 763 -287 513 6.594

89.899 5.600 6.000 13.252 4.406 119.157

94.899 5.600 6.000 13.252 4.406 124.157

96.200 5.600 5.800 13.252 4.406 125.258

89.617 5.311 5.503 12.927 3.797 117.155

11.906 764 -487 513 12.696

Baten excl. uittreding reserve L+Z Ontrekking reserve frictie kn. Uittr. L+Z Totaal baten

74.887 154 75.042

74.887 154 75.042

74.887 154 75.042

112.331 232 112.562

6.594

118.925 232 119.157

123.925 232 124.157

125.026 232 125.258

116.802 353 117.155

12.696 12.696

6.594

2.2 Toelichting Regionale zorgmarkt In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de gedeclareerde jeugdhulp per maand en het aantal jeugdigen per maand waarop gedeclareerd is, opgenomen.

Grafiek: gedeclareerde waarden per maand per 21 september 2020:

De kosten in 2020 vertonen in 2020 een tamelijk stabiel patroon ten opzichte van 2019. In de corona compensatiemaanden voor aanbieders (maart tot en juni) is er een dip in de kosten zichtbaar. Deze dip wordt voor een groot gedeelte opgevuld door compensatie van omzetverlies van aanbieders

volgens de landelijk overeengekomen afspraken. De sterke daling in de laatste maanden en met name augustus wordt voornamelijk veroorzaakt door nog te declareren zorg. In de zomervakantie wordt daarnaast meestal iets minder zorg geleverd. Dat is ook het geval in december wegens de kerstvakantie en februari omdat dat een kortere maand is.

Grafiek: aantal unieke jeugdigen per maand waarop gedeclareerd is per 21 september 2020:

Het aantal jeugdigen waarop gedeclareerd is vertoont een tamelijk stabiel patroon met een kleine dip in het hart van de coronacrisis (tijdens de corona omzet compensatie maanden). De sterke daling in de laatste maanden en met name augustus wordt voornamelijk veroorzaakt door nog te declareren zorg. In onderstaande grafieken is dezelfde ontwikkeling per perceel opgenomen. Grafiek: gedeclareerde waarden perceel per maand per perceel per 21 september 2020:

Per perceel zijn er meer fluctuaties in zorginzet zichtbaar. Bij enkele percelen is de coronadip goed zichtbaar. Bij het perceel SGGZ lijkt na de piek in januari 2020 een licht bestendige daling zichtbaar.

Grafiek: aantal unieke jeugdigen per perceel per maand waarop gedeclareerd is per 21 september 2020:

Het aantal jeugdigen blijft redelijk stabiel. Hierbij valt op dat bij het perceel SGGZ naast de kosten ook het aantal jeugdigen daalt. Het aantal jeugdigen bij het perceel J&O neemt juist toe, terwijl de kosten niet zo toenemen. De kosten bij veruit de grootste traditionele J&O aanbieder dalen juist bij een stabiel aantal jeugdigen. Veel kleinere bestaande en relatief nieuwere aanbieders zijn (ook) J&O gaan declareren op een grote groep jeugdigen voor kleinere bedragen per jeugdige.

Vorig jaar en het jaar ervoor was de inzet van H153 gespecialiseerde begeleiding één van de hoofdverzakers van de kostenstijging in de regionale zorgmarkt. Vooralsnog wordt de piek bereikt in januari 2020 na een kleine dip gehandhaafd in 2020. Met ingang van 1 oktober mogen aanbieders niet zonder toestemming van de jeugdteams meer dan 2 uur per week per jeugdige inzetten. Hiermee wordt, naast een kritischer toegang, gepoogd het gebruik terug te dringen. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling weergegeven.

In onderstaande grafiek is de gemiddelde gedeclareerde waarde per jeugdige per maand opgenomen.

Grafiek: gemiddeld gedeclareerde waarde per jeugdige per maand per 21 september 2020:

De grafiek toont in 2020 aanvankelijk een lichte daling van de gemiddelde gedeclareerde waarde per jeugdige per maand een dal in april, waarna de gemiddelde kosten weer stijgen. De coronacrisis is de waarschijnlijke oorzaak voor het dal in april. Omdat elke maand een verschillend aantal werkdagen heeft, verschilt ook de gedeclareerde waarde per maand. December en februari zijn maanden met minder werkdagen, terwijl ook in de zomervakantie vaak minder ingezet wordt.

In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de kosten en aantal jeugdigen per verwijzer per maand weergegeven Grafiek: gedeclareerde waarden per verwijzer per maand per 22 september 2020:

De kosten per verwijzer vormen een tamelijk stabiel patroon. De dip in de coronacrisis lijkt met name impact te hebben gehad op het type zorg dat door jeugdteam verwezen wordt Grafiek: aantal unieke jeugdigen per perceel per maand waarop gedeclareerd is per 21 september 2020:

Het aantal jeugdigen wat door een medisch verwijzer wordt verwezen vertoont een licht dalende trend. Dit is ook terug te zien in een dalend aantal jeugdigen en een enigszins dalende trend in de kosten in het perceel SGGZ.

In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van de kosten en het aantal jeugdigen per maand van de grootste aanbieders weergegeven.

In onderstaande grafieken zijn de kosten van verblijf en het aantal jeugdigen waarop verblijfskosten zijn gedeclareerd opgenomen. Dit betreft uitsluitende de kosten van verblijf, tenzij behandeling als in de verblijfsdienst is inbegrepen. Aanvullende kosten van behandeling zijn hier niet in opgenomen. Grafiek: gedeclareerde waarden per maand verblijfsdiensten per 23 september 2020:

De kosten vertonden een heel licht dalend patroon na maart dit jaar Grafiek: aantal unieke jeugdigen verblijf per maand waarop gedeclareerd is per 23 september 2020:

Ook het aantal jeugdigen daalt miniem na maart dit jaar.

LTA De kosten ontwikkelen zich zoals bij de eerste bestuursrapportage opgenomen. In onderstaande grafieken zijn de gedeclareerde kosten per maand en het aantal jeugdigen per maand waarop gedeclareerd opgenomen. Grafiek: gedeclareerde waarden per maand per 22 september 2020:

Vanaf januari 2020 is een lichte daling zichtbaar, waarbij vanaf juni de kosten weer stijgen. LTA aanbieders hebben gemiddeld genomen meer achterstand met declareren dan de overige aanbieders.

Grafiek: aantal unieke jeugdigen per maand waarop gedeclareerd is per 21 september 2020:

Het aantal jeugdigen in zorg vertoont een dalende trend, sterker nog dan de kosten. De gemiddelde inzet per jeugdige stijgt dientengevolge.

Persoonsgebonden budget (PGB) De post PGB is ten opzichte van de eerste bestuursrapportage € 0,2 mln. naar beneden bijgesteld. De kostenstijging ten opzichte van vorig jaar wordt daardoor minder. De stijgende kosten per jeugdige is nog steeds actueel. Zie hiervoor onderstaande grafiek.

Stichting Jeugdteams De totale uitgaven zijn € 0,1 mln. hoger dan de begroting. Per gemeente zijn er verschillen. Zie hiervoor onderstaand overzicht. Na afloop van het jaar en vaststelling van de jaarrekening zal de afwijking van de werkelijke inzet ten opzichte van de bijdrage van de gemeenten verrekend worden. Indien gemeenten de kostenontwikkeling voor hun gemeente ongewenst vinden zullen gemeenten dit met de Stichting Jeugdteams moeten bespreken en tot bijsturing moeten overgaan.

Realisatie Stichtin g Jeugdteams Zuid-Holland Zuid Exclusief individuele gemeentelijke opdrachten jaar tot en met de maand

2020 8 Stichting Jeugdteams Zuid-Holland zuid Service Organisatie Alblasserdam Realisatie

Dordrecht Realisatie

fte jeugdprof regulier

5,78

38,96

4,55

5,81

Regulier budget SO

410.280

2.758.749

724.374

323.457

486.037

JPT

15.560

104.628

27.472

12.267

18.433

425.840

2.863.377

751.846

335.725

Budgetcategorie

Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie

Sliedrecht Realisatie

Zwijndrecht Realisatie

Hoeksewaard Realisatie

Molenlanden Realisatie

Totaal SO Realisatie

8,35

8,50

12,85

16,23

9,69

120,96

543.068

574.562

910.787

1.103.159

677.558

8.512.031

20.596

21.791

34.542

41.838

25.697

322.826

504.470

563.664

596.353

945.330

1.144.997

703.255

8.834.857

SLEUTEL

Opbrengsten Loonkosten

Jeugdprof

10,24

256.077

1.811.718

461.273

187.346

271.891

356.585

410.339

560.570

748.289

437.218

5.501.307

JPT

9.893

66.524

17.467

7.800

11.720

13.095

13.855

21.963

26.601

16.339

205.258

Gedragswetenschapper

15.798

106.229

27.893

12.455

18.716

20.912

22.124

35.071

42.479

26.090

327.767

Gebiedsmanagers

28.579

192.167

50.458

22.531

33.856

37.829

40.022

63.443

76.843

47.197

592.925

Secretariaat

6.463

43.460

11.412

5.096

7.657

8.555

9.051

14.348

17.379

10.674

134.096

Staf

6.012

40.423

10.614

4.739

7.122

7.957

8.419

13.345

16.164

9.928

124.722

Ondernemingsraad

1.409

9.472

2.487

1.111

1.669

1.865

1.973

3.127

3.788

2.326

29.227

Expertteam

16.264

109.360

28.715

12.822

19.267

21.528

22.776

36.105

43.731

26.859

337.427

Zorgbemiddelaar

2.900

19.500

5.120

2.286

3.436

3.839

4.061

6.438

7.798

4.789

60.167

Care & Able

15.312

102.958

27.034

12.072

18.139

20.268

21.443

33.991

41.171

25.287

317.674

Totaal Loonkosten

358.707

2.501.812

642.473

268.258

393.472

492.432

554.065

788.402

1.024.242

606.708

7.630.571

Apparaatskosten

25.268

169.906

44.613

19.921

29.934

33.447

35.386

56.094

67.942

41.730

524.240

Arbeidskosten overig

18.847

126.729

33.276

14.859

22.327

24.947

26.394

41.839

50.676

31.125

391.018

Verzorgingskosten

1.451

9.759

2.562

1.144

1.719

1.921

2.032

3.222

3.902

2.397

30.110

Huisvestingskosten

17.818

119.811

31.459

14.048

21.108

23.585

24.953

39.555

47.910

29.426

369.674

-422.092

-2.928.017

-754.384

-318.230

-468.561

-576.332

-642.830

-929.111

-1.194.671

-711.385

-8.945.613

3.748

-64.640

-2.537

17.495

35.909

-12.668

-46.477

16.219

-49.674

-8.130

-110.756

Kosten

Opbrengsten -/- kosten

Serviceorganisatie De specificatie van de Serviceorganisatie is in onderstaande tabel opgenomen. Begrotingspost Personeelskosten eigen personeel Personeel van derden Uitbestede ICT Dienstverlening en overige ICT kosten Dienstverlening SCD Overige kosten Totale kosten

Begroot

Begroot tm Realisatie Realisatie augustus Begroot 1.836.000 1.224.000 1.252.302 28.302 450.000 300.000 363.281 63.281 971.000 647.333 611.688 -35.646 225.000 150.000 -150.000 410.540 273.693 179.309 -94.384 3.892.540 2.595.026 2.406.579 -188.447

De post personeelskosten eigen personeel laat een licht overschrijding zien. Er zijn eenmalige vergoedingen betaald voor vertrekkend personeel, voor een klein gedeelte terug te ontvangen van UWV. De post personeel van derden is hoger door vertrek van medewerkers in het tweede kwartaal. Er is daarbij in meer en mindere mate sprake van overlap van tijdelijke inhuur en vertrekkende en nieuwe medewerkers. Verder is ook extra personeel ingehuurd voor het inkoopkader en de verdere uitwerking ervan. De post dienstverlening SCD (werkplekken, ICT, HRM, systemen, juridische dienstverlening etc.) is nog steeds niet gefactureerd. Het contract wordt door DG&J beheerd en gefactureerd aan SOJ. De overige kosten blijven achter omdat een aantal posten nog moeten worden gefactureerd, onder meer beschermings-/jeugdtafel, poortwachter EED, cliënt participatie, cliënt ervaringsonderzoek, huisvesting en doorbelasting overhead-diensten DG&J.

2.3 Tabel bijdragen per gemeente Op basis van de prognose is in onderstaande tabel de verwachte bijdrage 2020 per gemeente opgenomen. Deze bijdrage is met de nodige onzekerheid omgeven, mede ook vanwege de afbouw van de solidariteit. De ontwikkeling van de kosten per gemeente is opgenomen in de maandrapportage. Voor de verwachte solidariteit uitkomsten per gemeente is uitgegaan van de prognose van de declaraties per gemeente volgens de recent ontwikkelde forecast tool. Dit betekent dat de Serviceorganisatie zich voor de prognose niet (alleen) meer hoeft te baseren op prognoses van zorgaanbieders , maar hiervoor nu zelf ook een instrument in handen heeft. Bij de 1 e burap was nog uitgegaan van de solidariteitsuitkomsten jaarrekening 2019. De verdeelsleutel per gemeente is miniem gewijzigd ten opzichte van de 1 e burap. Het aandeel per gemeente was helaas niet helemaal juist bepaald. 1. Stg Jeugdteams

JPT ex DG&J

Alblasserdam 610.459 14.444 Dordrecht 4.241.093 97.122 Gorinchem 1.092.410 25.502 Hardinxveld-G. 460.082 11.387 Hendrik-Ido-Amb. 676.158 17.111 Hoekschewaard 1.730.947 38.837 Molenlanden 1.029.980 23.853 Papendrecht 834.735 19.119 Sliedrecht 932.920 20.227 Zwijndrecht 1.343.836 32.064 Totaal 12.952.619 299.666

2. 3. Zorginkoop Zorginkoop LTA

4.153.332 27.174.226 6.880.034 2.970.113 4.823.307 11.215.585 6.691.738 5.366.411 5.595.121 8.954.541 83.824.408

277.469 1.815.410 459.630 198.422 322.227 749.272 447.050 358.510 373.789 598.220 5.600.000

4. PGB

5. 6. 7. Gecertifice Gesloten Uitvoering erde Jeugdhulp skosten instellinge SOJ n 287.378 481.133 132.053 206.814 1.880.246 3.147.932 863.992 1.353.134 476.045 797.001 218.747 342.590 205.509 344.066 94.433 147.896 333.735 558.744 153.355 240.175 776.032 1.299.242 356.594 558.477 463.016 775.188 212.761 333.213 371.314 621.659 170.622 267.219 387.139 648.153 177.894 278.608 619.585 1.037.317 284.705 445.889 5.800.000 9.710.435 2.665.157 4.174.015

Totaal

compensatie voogdij 80%

herverdeling voogdij

Totaal na Sleutel Sleutel Correctie herverdeling 1e burap 2e burap wegens compensatie afbouw Voogdij solidariteit

6.163.082 40.573.154 10.291.958 4.431.909 7.124.813 16.724.986 9.976.800 8.009.589 8.413.851 13.316.158 125.026.300

330.869 -

-16.394 -107.261 -27.157 -11.724 -19.038 -44.270 -26.413 -21.182 -22.085 -35.345 -330.869

6.146.688 40.796.762 10.264.801 4.420.185 7.105.774 16.680.716 9.950.387 7.988.407 8.391.766 13.280.813 125.026.300

330.869

4,96% 4,95% 32,39% 32,42% 8,22% 8,21% 3,54% 3,54% 5,76% 5,75% 13,38% 13,38% 7,97% 7,98% 6,41% 6,40% 6,68% 6,67% 10,69% 10,68% 100,00% 100,00%

Totaal 2e burap

Totaal 1e burap

-53.949 6.092.739 6.117.174 -927.778 39.868.984 39.660.139 -12.336 10.252.465 10.043.155 179.269 4.599.455 4.492.515 187.031 7.292.805 7.209.630 194.694 16.875.410 16.713.300 209.795 10.160.182 10.174.808 133.212 8.121.619 7.906.441 -148.511 8.243.255 8.097.859 238.574 13.519.386 13.510.053 0 125.026.300 123.925.076

3 Bedrijfsvoering 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen De Serviceorganisatie heeft geen weerstandsvermogen. Tegenvallers (en meevallers) ten opzichte van de begroting komen, zoals opgenomen in de bijdragenverordening, ten laste (ten gunste) van de deelnemende gemeenten. Risicobeheersing De financiële risico's focussen zich primair op de ontwikkeling van de zorgvraag in relatie tot het budget. Gebleken is dat de zorgvraag in 2020 wederom toeneemt, waarbij de toename aanzienlijk lager is dan vorig jaar. De instrumenten voor beheersing van de vraag en de inzet liggen bij de toegang, het normaliseren van de jeugdhulpvraag en sturing op en normering van de inzet door jeugdhulp aanbieders. In deze 2e bestuursrapportage wordt gemeenten geadviseerd rekening te houden met een risicomarge van 5 a 10 procent van de gemeentelijke bijdrage zoals die is opgenomen in de prognose. Vanwege de afbouw van de solidariteit wordt de onzekerheid voor individuele gemeenten groter. Bij kleinere gemeenten is de onzekerheid groter dan bij grotere gemeenten. Een nieuw risico betreft de ontwikkeling van jeugdhulp naar voren. Gemeenten mogen ten laste van de exploitatie van de SOJ onderdeel regionale zorgmarkt zelf maximaal en eenmalig € 750.000 zelf aan beschikkingsvrije jeugdhulp inkopen tot uiterlijk 1 januari 2022.

Dit kunnen bijvoorbeeld ook fte's van het jeugdteam of aanbieders zijn in de vorm van taakgerichte bekostiging. Indien deze inzet niet of in mindere mate zou leiden tot navenante inzet van tweedelijns zorg in de regionale zorgmarkt, nemen de totale kosten voor jeugdhulp toe. Bij opmaak van deze tweede bestuursrapportage is de door gemeenten voorgenomen omvang nog niet helder. De maximale exposure is dus 10 gemeenten maal € 750.000 is € 7,5 mln. Een ander risico betreft de niet bestede PGB-budgetten. Van de verstrekte budgetten wordt circa 65 procent besteed. Volgens de huidige ZHZ-regels / verordening zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties, behoudens de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de afgelopen jaren betreft dit € 12,0 mln. Dit bedrag zou nog gedeclareerd kunnen worden. De ervaring heeft geleerd dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt. Verder wordt nog een risico gelopen met de tarieven van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Voor 2021 en verder is al op provinciaal niveau een tariefsverhoging (bovenop indexatie) afgesproken van 5 procent (€0,5 mln.) voor harmonisatie van tarieven (3 procent) naar het

provinciegemiddelde en 2 procent risico opslag voor vermogensvorming. De overige regio's wensen de tarieven nog fors verder op te hogen voor caseload verlaging en meer uit te geven aan wachtlijstbemiddeling. Indien onze regio door landelijke (politieke) druk gedwongen wordt hier in mee te gaan is dit een extra kostenpost van € 1,7 mln. Binnen de Serviceorganisatie zijn alle risico's, zowel financieel als niet financieel, voor alle processen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot een omvangrijke lijst. Op alle risico's zijn beheersmaatregelen geformuleerd. Deze worden periodiek geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. Afgezien van de financiële risico's met betrekking tot de zorgvraag hebben de overige risico's een lage uitkomst op kans maal impact. Het voert voor deze bestuursrapportage te ver om de volledige lijst met risico's en beheersmaatregelen op te nemen.

3.2 Personeelsformatie en ziekteverzuim Bezetting (eigen personeel en personeel van derden) Bezetti ng per 31-8-2020 dienstverband + inhuur (bron Cognos)

Begroot fte

fte Directie Inkoop en contractmanagement Beleid Informatievoorziening en secretariaat Financien Totaal

2,2 5,3 6,1 8,2 3,9 25,6

1,8 4,2 5,8 8,2 3,0 23,0

De bezetting is 2,6 fte hoger dan begroot. Er is 1 extra fte (Financiën) aangetrokken om de compensatieregeling omzetderving en compensatieregeling meerkosten vanwege de coronacrisis voor zorgaanbieders uit te voeren. De extra bezetting bij de overige afdelingen wordt veroorzaakt door overlap van vertrekkende en nieuwe medewerkers en de tussentijdse inhuur hiervoor. Verzuim Het ziekteverzuim exclusief zwangerschapsverlof over de eerste acht maanden is 5,73 procent. Het overgrote deel (5,03%) is langdurig verzuim met een medische oorzaak. Hiervan is 1 medewerker inmiddels uitgestroomd naar de WIA.

3.3 Opvolgen bevindingen accountant De accountant heeft in haar management letter adviezen aangedragen op het gebied van toekenning van zorg en controle van de prestatielevering. Deze adviezen zijn besproken met de auditcommissie. Naar aanleiding van de adviezen worden een aantal aanvullende controles ingericht. De belangrijkste betreffen het controleren van aanbieders met een omzet van minder dan € 100.000 en controle op prestatielevering PGB. Vanaf de komende jaarrekeningcontrole zal de accountant van de DG&J

middels een aanvullende controle opdracht de aanbieders met een omzet van minder dan € 100.000 controleren en met ingang van 2021 zal een extern bureau afdoende controle op PGB uitvoeren, zodanig dat hiermee voldoende zekerheid over de prestatielevering wordt verkregen. Deze laatste is nog wel afhankelijk van de coronacrisis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/497/documents/15639