1d. GR Sociaal Begroting 2026-2029.pdf
Tekst van het document
Welke doelen streven we na? Nummer
Doelstelling
2.1
Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen
2.2
Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken
2.3
We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.
24
Opgave-indicatoren Indicator 1) Het aantal toekenningen persoonlijk minimabudget (PMB) voor bijstandsgerechtigden 2) Het aantal toekenningen bijzondere bijstand voor bijstandsgerechtigden 3) Het aantal toekenningen PMB voor inwoners zonder bijstandsuitkering 4) Het aantal toekenningen bijzondere bijstand voor inwoners zonder bijstandsuitkering 5) Het aantal nieuw gestarte schuldhulpverleningstrajecten 6) Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek schuldhulpverlening 7) Bijstandsgerechtigden met beslag op de uitkering/inhouding CAK die een hulpaanbod krijgen 8) Slagingspercentage schuldregelingstraject
Doel Minimaal gelijk t.o.v. 2025 Minimaal gelijk t.o.v. 2025 5% stijging 5% stijging 20% stijging t.o.v. 2023 95% binnen 10 werkdagen 50% van de doelgroep 85%
9) Slagingspercentage stabilisatietraject
75%
10) Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk schuldhulpverleningstraject
85%
11) Aantal herinstroom schuldhulpverlening binnen 3 jaar
Max. 10%
12) Gemiddelde schulden bij melding schuldhulpverlening
€ 35.000
13) Score klantbeleving, mensgerichtheid
≥4,4
Toelichting op de aangepaste indicatoren 2026 ten opzichte van 2025: • • • • • •
Ad 1 en 2) Ten opzichte van 2025 wordt geen verdere stijging meer verwacht, aangezien deze indicatoren in 2025 maximaal gerealiseerd zullen zijn. Ad 5-12) Deze indicatoren zijn aangepast/toegevoegd in lijn met het nieuwe beleidsplan Schuldhulpverlening. Ad 7) Het beoogde percentage in 2029 is 80% Ad 8) Het boogde percentage in 2029 is 90% Ad 9) Het beoogde percentage in 2029 is 90%. Ad 12) De beoogde daling in 2029 is naar € 30.000.
De bestaans(on)zekerheid van inwoners is afhankelijk van gemaakte keuzes mbt minimabeleid. Gegeven de financiële regelingen zorgt het juist gebruik van deze regelingen voor toenemende bestaanszekerheid. Gebruik van regelingen kan de samenleving op korte termijn wellicht geld kosten, maar op langere termijn geld besparen. Bestaansonzekerheid kan namelijk leiden tot hogere ziektekosten, schuldenproblematiek en/of slechtere omstandigheden waarin kinderen opgroeien. De bovenstaande indicatoren zijn geen doel op zich, maar zouden een logische resultante moeten zijn van de activiteiten die we met elkaar organiseren om niet gebruik tegen te gaan, bereik te vergroten, financiële problemen te voorkomen en de dienstverlening verder te optimaliseren. Een steeds succesvoller systeem van vroegsignalering, de halvering van de termijn van de wettelijke schuldregeling (en daarmee samenhangend de minnelijke schuldregeling) en focus op duurzame stabiliteit helpen om inwoners die in de schulden raken eerder, effectiever en sneller een nieuw perspectief te bieden. De logische resultante van deze activiteiten zouden voor een stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van een hulpaanbod moeten zorgen, de gemiddelde schuldenlast moeten verlagen en de her instroom beperken.
25
Wat gaan we daarvoor doen?
Doelstelling 2.1
Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen
Speerpunt 2.1.1 Toelichting
Bevorderen gebruik beschikbare regelingen Het sociale minimum in Nederland is gebaseerd op het uitgangspunt dat inwoners gebruik maken van alle voorzieningen, of het nu gaat om het aanvragen van een belastingtoeslag, het vragen van kwijtschelding van bepaalde lasten of het beroep doen op voorzieningen vanuit het lokale minimabeleid. Voor bestaanszekerheid van de inwoner is dit dus van wezenlijk belang, maar mensen weten soms niet van het bestaan af van bepaalde regelingen. Een andere groep inwoners is wel op de hoogte van het bestaan van een regeling maar haakt af door complexe, uitgebreide en vaak uitsluitend nog digitaal toegankelijke aanvraagprocedures. In het kader van bezuinigingen kan het beleid aangepast worden en wordt bijvoorbeeld de hoogte van bedragen of de doelgroep voor bepaalde regelingen kleiner. In dit Speerpunt zorgen wij er echter voor dat we de doelgroep bereiken en het gebruik van de beschikbare regelingen bevorderen.
Speerpunt 2.1.2 Toelichting
Vergroten bekendheid en benaderbaarheid van SDD voor inwoners Er is veel onbekendheid over bepaalde regelingen en deze worden als complex ervaren. Geldzorgen zijn daarbij omringd met schaamte en uit onderzoek blijkt dat mensen te lang wachten met hulp zoeken. Hoe later de hulp hoe groter de financiële problemen en hoe hoger bijvoorbeeld de schuld. Daarnaast is het verminderen van stigmatisering belangrijk. Wij willen negatieve associaties over het gebruik van regelingen wegnemen. In dit speerpunt willen we geldzorgen en geldvragen normaliseren en de dienstverlening van de opgave Bestaanszekerheid zichtbaarder en dichter bij de inwoner aanbieden.
Speerpunt 2.1.3 Toelichting
Proactief handelen bij veranderingen met impact op financiën Bepaalde life-events hebben grote gevolgen voor de financiële situatie, denk aan: kind 18+, scheiding, partner overlijdt. Dit kan naast stress ook financiële zorgen en mogelijk problemen veroorzaken. Binnen dit speerpunt willen wij, waar mogelijk, de beschikbare gegevens van inwoners benutten om inwoners te wijzen op hun rechten binnen het minimabeleid van de SDD en de mogelijkheden van ondersteuning door partners.
Doelstelling 2.2
Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken
Speerpunt 2.2.1
Onze dienstverlening is ingericht om aan te sluiten bij de mogelijkheden en omstandigheden van onze inwoners. Soms lopen onze inwoners vast in overheidssystemen waardoor de duurzame bestaanszekerheid niet wordt bevorderd. Binnen onze dienstverlening werken we vanuit de mogelijkheden en omstandigheden van onze inwoners, waarbij we uitgaan van hun beste intenties.
Toelichting
Speerpunt 2.2.2 Toelichting
De gemeenten, lokale partners en de SDD vormen samen een bestaanszekerheidsketen Oplossingen voor inwoners met bestaanszekerheidsvraagstukken komen niet alleen van de (maatwerk) voorzieningen van de SDD, juist in de gemeenten zijn veel voorzieningen beschikbaar die ook een positieve impact hebben op de bestaanszekerheid van inwoners.
Speerpunt 2.2.3
Schuldenrust en perspectief: inwoners krijgen snel en eenvoudig overzicht en een oplossing op maat voor hun schulden Schulden zorgen voor stress en brengen veel zorgen met zich mee. Toch wachten mensen gemiddeld vijf jaar voordat ze hulp zoeken. Het is essentieel om snel rust en overzicht te bieden, zodat iemand weer grip op de situatie krijgt. Belangrijk daarbij is om direct perspectief te bieden op een schuldenvrije toekomst: er is licht aan het einde van de tunnel.
Toelichting
26
Doelstelling 2.3
We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.
Speerpunt 2.3.1
We ontwikkelen samen met inwoners de vaardigheden en weerbaarheid om hen zelf in staat te stellen regie te behouden over hun financiën. We zien verschil in hoe inwoners met geld omgaan en hun doenvermogen met betrekking tot financiële zaken. Er is een groep inwoners die zelf in staat is om regie te behouden, maar nog onvoldoende vaardigheden heeft om deze regie ook duurzaam te behouden. De regie is wel van groot belang, want zo kunnen we een terugval in schulden voorkomen
Toelichting
Speerpunt 2.3.2 Toelichting
Speerpunt 2.3.3 Toelichting
Inwoners blijven duurzaam uit de schulden. We versterken het sociale en professionele netwerk van de inwoner met als doel financiële stabiliteit te bevorderen. Inwoners met een lagere mate van zelfredzaamheid en doenvermogen, hebben ondersteuning van een netwerk nodig. Zo hebben inwoners de ondersteuning als zij opnieuw in de schulden dreigen te komen. Voor inwoners die mogelijk (langdurig) financiële ondersteuning nodig hebben is structurele dienstverlening beschikbaar. Een deel van de inwoners bevindt zich in een dusdanig kwetsbare situatie dat het risico op terugval in schulden groot is. Voor deze groep inwoners bieden we structurele ondersteuning aan (regionale en lokale ondersteuning die goed op elkaar aansluit). Dit doen we omdat de kosten van deze ondersteuning lager zijn dan de maatschappelijke kosten van herhaaldelijke terugval.
27
2.2.4 Maatregelen en ombuigingen
Ombuigingen Bestaanszekerheid versterken Vastgestelde maatregelen Begroting 2025 Maatregelen om de uitstroom te bevorderen Maatregelen UPN 2026 Maatregelen om de uitstroom te bevorderen Serviceteam bewindvoering Maatregelen Voorjaarsbrief 2025 en Begroting 2026 Correctie TOTAAL (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
€ 3.631
€ 5.326
€ 7.046
€ 8.854
€ 8.854
€ 2.295
€ 3.503
€ 4.615
€ 5.569
€ 8.302
€ 225
€ 301
€ 301
€ 301
€ 301
€ -3.450 € 2.701
€ -3.339 € 5.791
€ -3.157 € 8.805
€ -2.928 € 11.796
€ -2.686 € 14.471
In de begroting zijn de volgende maatregelen opgenomen: Vastgestelde maatregelen bij de Begroting 2025 en de UPN 2026 Door de samenvoeging van de SDD met Drechtwerk zien wij mogelijkheden die we hebben vertaald in een aantal maatregelen die een positief effect hebben zowel maatschappelijk als financieel. Deze maatregelen om de uitstroom te bevorderen zijn: - beschut werk met behulp van LKS - werk-fit maken van klanten die al langer dan 2 jaar in de bijstand zitten - pilot LKS - uitstroom van de Impulsdoelgroep via inburgering - meer klanten parttime laten werken. Maatregelen Primaire begroting 2026 Maatregelen om de uitstroom te bevorderen De in de primaire begroting 2025 verwerkte bedragen hebben wij geactualiseerd in de voorjaarsbrief 2025. Deze actualisatie heeft effect op de jaren 2026 t/m 2029. De lagere ombuiging (correctie) wordt vooral veroorzaakt door het niet realiseren van de beoogde extra uitstroom in 2024. Daarnaast heeft de herziene prognose van de klantontwikkeling van het CPB een effect op de uitkomst van de maatregelen. Bovengenoemde (cumulatieve) totaalbedragen betreffen een verlaging van de lasten als gevolg van geprognosticeerde lagere klantaantallen. Worden deze gerealiseerd, dan heeft dit lagere BUIGbudgetten tot gevolg.
Maatregelen Primaire begroting 2026 Maatregelen om de uitstroom te bevorderen De in de primaire begroting 2025 verwerkte bedragen hebben wij geactualiseerd in de voorjaarsbrief 2025. Deze actualisatie heeft effect op de jaren 2026 t/m 2029. De lagere ombuiging (correctie) wordt vooral veroorzaakt door het niet realiseren van de beoogde extra uitstroom in 2024. Daarnaast heeft de herziene prognose van de klantontwikkeling van het CPB een effect op de uitkomst van de maatregelen. Bovengenoemde (cumulatieve) totaalbedragen betreffen een verlaging van de lasten als gevolg van geprognosticeerde lagere klantaantallen. Worden deze gerealiseerd, dan heeft dit lagere BUIGbudgetten tot gevolg. Ombuigingen
28
Serviceteam bewindvoering De ombuiging is onderdeel van de bestuurlijke opdracht "Een toekomstbestendig sociaal domein", uitwerkingsopdrachten spoor 2 onderdeel 1 "Aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering". Het serviceteam voor externe bewindvoering bundelt alle diensten en samenwerking rond beschermingsbewind. Dit zorgt voor passende, kwalitatieve ondersteuning van inwoners met financiële problemen en draagt bij aan het beheersen van de kosten van bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Om de ombuiging te realiseren is een investering in de apparaatskosten noodzakelijk. Wat gaat het kosten?
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Inkomensondersteuning
128.308
134.087
132.941
130.814
129.622
129.257
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.114
2.135
2.156
2.178
2.200
2.222
Minimabeleid
9.902
10.322
9.975
10.053
10.133
10.214
Totaal lasten
140.324
146.544
145.072
143.045
141.955
141.693
Inkomensondersteuning
128.308
134.087
132.941
130.814
129.622
129.257
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.114
2.135
2.156
2.178
2.200
2.222
Minimabeleid
9.902
10.322
9.975
10.053
10.133
10.214
Totaal baten
140.324
146.544
145.072
143.045
141.955
141.693
0
0
0
0
0
0
Bestaanszekerheid versterken Lasten
Baten
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
De begroting 2026 is tot stand gekomen op basis van de Begroting 2025-jaarschijf 2026 inclusief wijziging en de Uitgangspuntennotitie 2026, te weten: Opgave/ product
Begroting 2026
Bestaanszekerheid versterken
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Inkomensondersteuning
132.941
132.941
130.207
130.207
124.457
124.457
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.156
2.156
2.190
2.190
2.134
2.134
Minimabeleid
9.975
9.975
10.067
10.067
9.296
9.296
145.072
145.072
142.465
142.465
135.887
135.887
Totaal
Uitgangspunten-notitie 2026
Begroting 2025 (jaarschijf 2026) incl. wijz.
29
De begrotingscijfers 2026 (de lasten, baten en bijdragen van gemeenten) zijn in de Uitgangspuntennotitie 2026 aangegeven. Deze cijfers zijn als volgt tot stand gekomen: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroting 2025 jaarschijf 2026 inclusief wijziging
135.887
2.915
132.972
Inkomensondersteuning
5.751
-458
6.209
Autonome groei
5.275
-458
5.733
IOAW, IOAZ en Bbz -379 De lasten IOAW, IOAZ en bbz laten een kleine daling zien op basis van de prognoses CPB en de begrotingsstaat SZW 2025. Klant- en prijsontwikkeling bijstandsgerechtigden 5.440 Per saldo laat de ontwikkeling van de lasten van bijstandsgerechtigden een stijging zien. Ondanks dat de klantaantallen een daling laten zien, stijgen de lasten door een hogere gemiddelde prijs. De aantallen dalen mede door een ambitie om meer uitstroom te bewerkstelligen. De hogere prijs is het gevolg van indexering en het hanteren van de gemiddelde prijs uit de beschikkingen van het Rijk Loonkostensubsidie 214 De stijging van de lasten Loonkostensubsidie is gebaseerd op de begrotingsstaat SZW 2025
0
-379
-458
5.898
0
214
Mutaties Uitgangspuntennotitie 2026
Neutrale wijzigingen
476
0
476
Individuele Studietoeslag komt over van de opgave Ontwikkelen naar 476 Werk Lasten en Baten Individuele Studietoeslag komt over van de opgave Ontwikkelen naar Werk. De bedoeling van de wet is om mensen met een arbeidshandicap te ondersteunen bij het behalen van een diploma om zo de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Het uitgangspunt is dat zij de studie niet met een bijbaan kunnen combineren. Het risico op uitval is daarom groot en het gaat hier om een doelgroep die anders terug zou vallen op een uitkering. De studietoeslag is daarmee ook een instrument om de instroom in de uitkering te voorkomen en door ze in staat te stellen de studie te volgen. Het betreft een budgetneutrale begrotingswijziging
0
476
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
57
0
57
Autonome groei
57
0
57
Groei klanten CZM CZG De verwachte groei van het aantal deelnemers collectieve zorgverzekering CZG bedraagt 1%.
57
0
57
Minimabeleid
771
501
270
Autonome groei
771
200
571
Autonome groei, indexatie en begroten baten teugvordering
931
200
731
De autonome groei voor 2026 bevat ook de autonome groei van 2025, aangezien deze in 2025 niet was doorgevoerd (Het Algemeen bestuur van de GR Sociaal heeft op 11 juli 2024 de Begroting 2025-2028 hierop aangepast). Dit betekent dat de gecumuleerde groei van beide jaren in 2026 wordt meegenomen, wat zorgt voor een hogere autonome groei dan gebruikelijk. Deze vertraging in het doorvoeren van de autonome groei zorgt voor een stapeling van de effecten in het nieuwe jaar. Daarnaast worden in 2025 de tarieven voor het Minimabeleid (PMB) en de Bijzondere Bijstand geindexeerd (0,3 miljoen) De begrote opbrengsten uit terugvorderingen van verstrekkingen binnen het minimabeleid bedragen € 0,2 miljoen, wat de gemeentelijke bijdrage verlaagt.
30
Bijstand jongerennorm -160 De middelen voor de jongerennorm worden vanuit de bijzondere bijstand overgeheveld naar de algemene bijstand. Met het wetsvoorstel "Participatiewet in balans" wordt de bijzondere bijstand per 1 januari 2026 onderdeel van de algemene bijstand. Deze aanvulling op de bijstand is gericht op algemeen noodzakelijke kosten van levensonderhoud, waardoor de algemene bijstand beter geschikt is voor dit soort uitgaven. Hoewel het wetsvoorstel "Participatiewet in balans" nog niet is goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer, wordt deze lijn gevolgd omdat de taakmutatie al is verwerkt in de algemene uitkering. Met deze wijziging is rekening gehouden in de begroting voor inkomensondersteuning.
0
-160
Ombuigingen
0
301
-301
Serviceteam bewindvoering De mutatie is onderdeel van de bestuurlijke opdracht "Een toekomstbestendig sociaal domein", uitwerkingsopdrachten spoor 2 onderdeel 1 "Aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering". Het serviceteam voor externe bewindvoering bundelt alle diensten en samenwerking rond beschermingsbewind. Dit zorgt voor passende, kwalitatieve ondersteuning van inwoners met financiële problemen en draagt bij aan het beheersen van de kosten van bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Om de gewenste besparing van € 0,3 miljoen op de programmakosten van het Minimabeleid te realiseren, is een investering van € 0,2 miljoen in extra formatie noodzakelijk. Dit leidt uiteindelijk tot een netto besparing van € 0,1 miljoen, wat de bijdrage van de gemeente verlaagd.
0
301
-301
6.578
43
6.535
145.072
2.364
142.708
Totaal Mutaties Uitgangspuntennotitie 2026 Begroot t/m Uitgangspuntennotitie Bedragen x € 1.000
In deze begroting zijn de volgende aanpassingen gedaan op de cijfers uit de Uitgangspuntennotitie 2026: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroot t/m Uitgangspuntennotitie
142.465
2.958
139.508
Inkomensondersteuning
2.734
-292
3.026
Genomen maatregelen
-2.873
0
-2.873
Ontwikkeling aantal klanten a.g.v. maatregelen Daling van het aantal klanten a.g.v. maatregelen laten een daling van de bijstandslasten zien.
-2.873
0
-2.873
Autonome ontwikkelingen
5.607
-292
5.899
IOAW, IOAZ en Bbz -145 De lasten IOAW en IOAZ laten (o.b.v. het CPB) een daling zien terwijl de lasten Bbz (o.b.v. de begrotingsstaat SZW 2025) een stijging laat zien. Loonkostensubsidie 409 De lasten loonkostensubsidie laten, o.b.v. de begrotingsstaat SZW 2025, een stijging zien. Ontwikkeling aantal klanten en gemiddelde prijs 5.342 Door een hoger klant aantal en een lagere gemiddelde prijs van een uitkering dan geprognosticeerd stijgen de lasten.
0
-145
0
409
-292
5.634
Mutaties Begroting 2026
Neutrale wijzigingen
0
0
0
Individuele studietoeslag Vanwege een herziene verdeelsleutel (o.b.v. nieuwe BUIG-budgetten) worden de lasten herverdeeld. Per saldo is dit neutraal.
0
0
0
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
-34
0
-34
Autonome ontwikkelingen
-34
0
-34
Autonome groei De realisatie van de jaarrekening 2024 leidt tot een bijstelling van de begroting.
-34
0
-34
31
Minimabeleid
-93
-301
208
Autonome ontwikkelingen
208
0
208
Autonome groei De realisatie van de jaarrekening 2024 leidt tot een bijstelling van de begroting. De bijstelling betreft voornamelijk een verhoging van de bijzondere bijstand.
208
0
208
Neutrale wijzigingen
-301
-301
0
Correctie serviceteam Bewindvoering Deze correctie betreft een aanpassing van de begroting voor het serviceteam bewindvoering, waarbij een onjuist geboekte baten wordt gecorrigeerd naar een negatieve last.
-301
-301
0
2.607
-593
3.200
145.072
2.364
142.708
Totaal Mutaties Begroting 2026 Totaal Begroting 2026 Bedragen x € 1.000
32
2.3 Ontwikkelen naar werk De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt heeft de samenstelling van het bijstandsbestand veranderd. Inwoners met relatief goede baankansen hebben al dan niet met hulp werk gevonden, waardoor het bijstandsbestand met name bestaat uit inwoners die meer en langer ondersteuning nodig hebben. Snel plaatsen is er niet meer bij. Het gaat om kleine stapjes zetten en inzetten op parttime werk, beschut werk, dagbesteding en maatschappelijke participatie. Ontwikkelen naar Werk heeft hiervoor een nieuw re-integratie proces ingevoerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar (dienstverlenings)profielen. Inwoners die gemotiveerd zijn of kunnen worden om (parttime) aan de slag te gaan in loonvormend werk (al dan niet met LKS) worden aangemeld bij het centrale Werk Ontwikkel Punt. Het WOP brengt expertise op het gebied van arbeidsonderzoek, aanleren van werknemersvaardigheden, arbeidsgerichte vaktrainingen en het coachen op ontwikkeldoelen van willen en kunnen werken bij elkaar. In het WOP worden modulaire trainingen aangeboden. In de centrale werksetting draait het om het opdoen van werkervaring en werkbeleving. Verdere vakontwikkeling vindt plaats in Ontwikkelpaden in vijf kansrijke sectoren, die samen met bedrijven zijn ontwikkeld. Voor inwoners die mogelijk op termijn betaald werk kunnen doen heeft OnW in elke gemeente lokale samenwerkingsafspraken gemaakt.
Bewoners werken dicht bij huis en in kleine stapjes aan hun ontwikkeling. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met lokale ontwikkelbedrijven, maar ook met het Werkcentrum Drechtsteden. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Als ik werk heb, draagt dat bij aan mijn (financiële) zelfstandigheid en welbevinden. Als ik weet wat ik aankan, wat mijn talenten zijn en in wat voor soort banen ik die kan gebruiken, geeft mij dat zelfvertrouwen. Ik voel me verbonden met de organisatie waar ik werk en word gewaardeerd wat ik, naar mijn vermogen, toevoeg. Ik kan omgaan met veranderingen in mijn omgeving en in het werk, omdat ik dat geleerd heb. Ik weet waar ik terecht kan in het kader van mijn ontwikkeling of als ik hulp nodig heb. Dat geeft mij rust en een stevig toekomstperspectief. Als ik mijn talenten niet ken, niet (h)erken wat ik aankan en niet weet wat voor soort banen bij mij passen, word ik onzeker. Ik word dan afgewezen door bedrijven die mij geen baan aanbieden of waar ik niet mag blijven. Ik heb dan het gevoel dat ik geen bijdrage kan leveren. Ik verlies de regie, ook over mijn toekomst, als ik geen bestaanszekerheid heb. Het lukt me dan niet zelf werk te zoeken, te vinden of vast te houden en ik heb dan hulp nodig.
Met de ontwikkeling van de zowel het Werkcentrum Drechtsteden als de gebiedsgerichte aanpak wordt de ondersteuning aan inwoners laagdrempelig aangeboden en biedt dit kansen om het vertrouwen van inwoners in het ontplooien van hun capaciteiten te versterken. De inzet is daarbij vooral gericht op het verenigen van alle partijen die hierbij een rol spelen op regionaal en lokaal niveau. Juist deze samenwerking biedt mogelijkheden om verschillende expertises gecombineerd aan te bieden om maatwerk gerichte oplossingen te bieden in de richting van zelfredzaamheid, de opbouw van een sociaal netwerk, ontwikkeling en werk. Deze koers wordt ook landelijk versterkt door de wijzigingen in de Participatiewet en de invoering van de Wet van school naar werk, die beiden per 2026 van kracht worden. De behoefte aan ondersteuning van inwoners beperkt zich niet tot de doelgroep van de Participatiewet. In de praktijk komt de hulpvraag ook van UWV-klanten, werkenden of inwoners zonder uitkering. Daarbij heeft de GR Sociaal vanuit de Participatiewet een taak voor naar inwoners zonder uitkering en het bieden van re-integratie aan inwoners, die via de Ziektewet zijn uitgevallen op werk i.h.k.v. de Banenafspraak.
Ook landelijk wordt in 2026 onderzocht hoe de Banenafspraak toegankelijk kan worden gemaakt voor doelgroepen vanuit een WW- en WIA-uitkering, waarbij een nadere samenwerking tussen de partners in het Werkcentrum Drechtsteden centraal staat. De werkgevers hebben een rol bij de verdere toepassing van ontwikkelpaden en de ontsluiting O&O fondsen. Ook de toepassing van AI op het dichten van de mismatch op de arbeidsmarkt wordt nader bekeken. In 2026 is de inrichting en aansturing van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 voltooid. De inhoudelijke doorontwikkeling richt zich op de vormgeving van de arbeidsmarktgerichte toeleiding, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten op de initiatieven die eerder zijn uitgewerkt (o.a.
33
werkfittrajecten, ontwikkelpaden, enz.). Vanaf 2026 wordt gewerkt met nieuwe aanbieders van de inburgeringstrajecten op basis van de aanbesteding in 2025. Met de realisatie van het AZC in Dordrecht wordt gestart met de 'Vroege Start', waarbij de inburgering al aanvangt tijdens het verblijf in het AZC in plaats van bij huisvesting in de Drechtsteden. Eerder is deze werkwijze op kleinschalige wijze beproefd in de vorm van een pilot. Met de Vroege Start wordt een aansluiting gerealiseerd tussen het huidige inburgeringsaanbod van de gemeenten en het COA en tevens een relatie wordt gelegd met de Meedoen balie (gericht op werk voor asielzoekers en statushouders) in het AZC.
Welke doelen streven we na? Nummer
Doelstelling
3.1
Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen
3.2
Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past
3.3
Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk
Opgave-indicatoren Indicator
Doel
Percentage klanten met een profiel
100%
Aantal klanten die kunnen re-integreren (profiel 1, 2) zitten binnen 3 maanden op een traject
100%
Aantal uitkeringen uitstroom naar werk of onderwijs Percentage met parttime werk
500 Groei
Aantal klanten geplaatst op nieuw beschut
220
Percentage klanten dat minimaal 6 maanden aan het werk blijft
90%
Context profielen: Inwoners met relatief goede baankansen hebben al dan niet met hulp werk gevonden, waardoor het bijstandsbestand met name bestaat uit inwoners die meer en langer ondersteuning nodig hebben. Snel plaatsen is er niet meer bij. Het gaat om kleine stapjes zetten en inzetten op parttime werk, beschut werk, dagbesteding en maatschappelijke participatie. Ontwikkelen naar Werk werkt hiervoor aan een nieuw re-integratie ontwerp, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar drie (dienstverlenings)profielen. Inwoners die gemotiveerd zijn of kunnen worden om (parttime) aan de slag te gaan in loonvormend werk (al dan niet met LKS) (profiel 1) worden aangemeld bij het centrale Werk Ontwikkel Punt. Het WOP brengt expertise op het gebied van arbeidsonderzoek, aanleren van werknemersvaardigheden, arbeidsgerichte vaktrainingen en het coachen op ontwikkeldoelen van willen en kunnen werken bij elkaar. In het WOP worden modulaire trainingen aangeboden. In de centrale werksetting draait het om het opdoen van werkervaring en werkbeleving. Verdere vakontwikkeling vindt plaats in Ontwikkelpaden in vijf kansrijke sectoren, die samen met bedrijven zijn ontwikkeld. Voor inwoners die mogelijk wel op termijn betaald werk kunnen doen (profiel 2) gaat OnW in elke gemeente lokale samenwerkingsafspraken maken. Bewoners werken dicht bij huis en in kleine stapjes aan hun ontwikkeling.
Hiervoor wordt intensief samengewerkt met o.a. lokale (ontwikkel)bedrijven. Profiel 3- tot slot- wordt ingevuld door inwoners voor wie betaald werk niet aannemelijk (meer) is en meedoen hoogstens een optie. Inwoners in dit profiel zullen langdurig in de bijstand verblijven en er mogelijk niet meer uitkomen. Deze inwoners ontvangen dienstverlening gericht op het zeker stellen van bestaanszekerheid (Opgave BZ) en worden vanuit Ontwikkelen naar Werk gewezen op mogelijkheden die er zijn voor lokale participatie of vrijwilligerswerk. Toelichting Toelichting In de Uitgangspuntennotitie 2026 is ten aanzien van de speerpunten en indicatoren van de doelenboom OnW aangegeven dat "in de aanloop naar de begroting 2026 de speerpunten en de indicatoren van de doelenboom worden herijkt, zodat deze beter meetbaar zijn en haalbare
34
resultaatverplichtingen opleveren. Mogelijk heeft dit ook effect voor de indicatoren in de begroting 2025. In de voorjaarsbrief 2025 wordt dit meegenomen.". De nieuwe speerpunten en indicatoren zijn in bovenstaande tabel geoperationaliseerd. Het gaat om de volgende aanpassingen: • Indicator ' Verhouding % inwoners met een uitkering een ontwikkeltraject of een opleiding volgen ten opzichte van totaal aantal inwoners met een uitkering' is vervangen door 'Percentage klanten met een profiel'. Een belangrijke stap in het nieuwe re-integratie ontwerp is de 'klant in beeld' te hebben. In de nieuwe indicator is dit uitgangspunt verwoord. • Indicator ' De gemiddelde score van het aantal respondenten dat aangeeft dat de dienstverlening helder is' is vervangen door ' Aantal klanten die kunnen re-integreren (profiel 1, 2) zitten binnen 3 maanden op een traject. '. Klanten in profiel 1 en 2 kunnen re-integreren en maken dus gebruik van ons ontwikkelaanbod. Uitgangspunt is dat alle klanten die kunnen re-integreren ook daadwerkelijk binnen 3 maanden ook gebruik maken van een ontwikkelaanbod/op traject zitten. De nieuwe indicator brengt dat doel tot uitdrukking; • Indicator 'Gemiddelde uitkeringslast per uitkeringsgerechtigde met een uitkering per jaar' is gewijzigd in 'Aantal uitkeringen uitstroom naar werk of onderwijs'.
De 'oude' indicator is niet meetbaar in de systemen van de SDD; • Indicator 'Aantal inwoners met een uitkering dat (partieel) uitstroomt naar regulier betaald werk' is gewijzigd in 'Percentage met parttime werk'. De nieuwe indicator sluit beter aan bij het veranderende bijstandsbestand en is complementair met de hiervoor genoemde indicator 'Aantal uitkeringen uitstroom naar werk of onderwijs'; • Indicator 'Aantal klanten geplaatst op nieuw beschut' is toegevoegd. Het aantal klanten dat is geplaatst op een werkplek nieuw beschut blijft achter ten opzichte van andere regio's. Daarom is specifiek voor deze doelgroep een doelstelling opgenomen. • Indicator '% inwoners met een uitkering en/of wsw / beschut dienstverband, die na plaatsing op betaald werk langer dan 1 jaar aan het werk blijft' is vervallen. Deze indicator wordt nog wel gemeten, maar is als speerpunt uit het overzicht weggelaten, omdat dezelfde indicator -maar dan voor 6 maanden- als is opgenomen. Wat gaan we daarvoor doen?
Doelstelling 3.1
Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen
Speerpunt 3.1.1 Toelichting
Wij hebben al onze klanten in beeld Klanten moeten in beeld zijn om hen de juiste ondersteuning te bieden. Wij realiseren een uniforme operationalisatie en manier van registratie van klantgroepen in suite. Alle caseloads van consulenten zijn overeenkomstig ingedeeld. Het uitkeringsbestand wordt versneld in beeld gebracht. Dit doen we projectmatig én door hierover afspraken te maken met onze lokale partners.
Speerpunt 3.1.2 Toelichting
Alle klanten die kunnen re-integreren zitten binnen 3 maanden op traject Alle instrumenten staan in EVA instrumentengids. Deze gids is actueel, volledig en geborgd in de organisatie. Consulenten gebruiken dit voor het samenstellen van een effectieve re-integratie aanpak. Bovendien realiseren wij in elke gemeente een gezamenlijke ontwikkelaanpak, waarbij wij afspraken hebben gemaakt met lokale partners over de samenwerking. Voor een specifieke groep -inwoners met mentale of lichamelijke beperkingen- wordt een zorg intensieve aanpak ingekocht bij een daartoe gespecialiseerde partij. Tot slot gaat Drechtwerk ten minste 40 medewerkers zodanig ontwikkelen dat zij doorstromen naar de best passende plek.
35
Doelstelling 3.2
Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past
Speerpunt 3.2.1 Toelichting
Er worden 500 uitkeringen beëindigd door uitstroom naar werk of onderwijs. Wij realiseren voor inwoners die re-integreren een aanbod vanuit de locatie Drechtwerk, bestaande uit een werksetting, trainingen en vijf ontwikkelpaden. Het centrale aanbod is geschikt voor tenminste 400 inwoners en resulteert in een uitstroom van 160 inwoners naar werk of onderwijs. Aanvullend hierop realiseren wij 25 startbanen bij Drechtwerk voor maximaal 7 maanden. Startbanen zijn banen die bedoeld zijn voor werkfitte inwoners, waarvoor nog geen vacature is gevonden. Ook continueren we onze extra inzet op statushouders. Onderdelen hiervan zijn de impulsaanpak (oude wetters), een partneraanpak, aanbieden van vroeginburgeren en een groot event voor alle statushouders. Hierdoor vinden 250 statushouders werk en stromen uit de uitkering. Tot slot realiseren we een effectieve aanpak voor jongeren van pro, vso en mbo die aansluit op de Wet van School naar Duurzaam werk. Dit moet voorkomen dat deze jongeren afhankelijk worden van een uitkering.
Speerpunt 3.2.2 Toelichting
Het percentage parttime werkenden is hoger dan in het jaar ervoor Het aantal klanten met een parttime uitkering is -ten opzichte van andere regio's- relatief laag. Om het aantal inwoners met een parttime uitkering te vergroten wordt een aanpak ontwikkeld met aandacht voor marktbewerking, selectie van kansrijke groepen en deskundigheidsbevordering. Voor inburgeraars nieuwe wet wordt een duaal aanbod ontwikkeld, waarin het inburgeringstraject wordt gecombineerd met parttime werken.
Speerpunt 3.2.3 Toelichting
Wij bieden 220 inwoners een plek nieuw beschut. Mensen met een arbeidsbeperking hebben soms heel veel begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig. OnW biedt deze mensen een betaalde baan in een aangepaste omgeving: beschut werk. Voor deze mensen realiseren wij een nieuwe aanpak. Hierin wordt expertise op het gebied van o.a. dagbesteding, beschut, wabz, voortijdig schoolverlaten, vso/pro en afgewezen wajongers. Met de aanpak wordt 80% van de wettelijke taakstelling nieuw beschut gehaald.
Doelstelling 3.3
Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk
Speerpunt 3.3.1 Toelichting
90% van de geplaatste klanten blijft na plaatsing minimaal 6 mnd. aan het werk. Wij doen onderzoek naar verklarende factoren voor uitval om daarmee onze begeleiding verder te kunnen verbeteren. Vooruitlopend hierop starten wij met experimenten lifecoaching en jobcoaching in eigen beheer. Op basis van een evaluatie beslissen we over duurzame borging in de afdeling. Ook ontzorgen we werkgevers door een gespecialiseerde begeleider voor statushouders aan te stellen. Daarnaast bieden we actief de 'Harrie helpt-training' aan, zodat werkgevers zelf ook kennis van begeleiding krijgen.
Speerpunt 3.3.2 Toelichting
Wij zijn een aantrekkelijke werkgever voor al onze medewerkers (regulier & doelgroep) Om dit te bereiken voeren wij het Energieprogramma (pijlers groei, plezier en gezond) uit. 80% van alle medewerkers OnW hebben deelgenomen aan 1 of meerdere thema's hieruit. Bovendien realiseert Drechtwerk haar doelstellingen gerelateerd aan goed werkgeverschap en zijn alle actie van de Arbo kalender 2024 afgehandeld. Tot slot is voor alle afdelingen OnW is een actuele RI&E vastgesteld en is er voor alle kantoorafdelingen een PSA onderzoek uitgevoerd.
36
2.3.4 Maatregelen en ombuigingen
Het financieel effect Het financiële effect van de maatregelen is verwerkt bij de Opgave Bestaanszekerheid versterken. Update Ombuigingen
Wat gaat het kosten? Impuls Statushouders Er zijn geen wijzigingen ten opzichte van de primaire begroting 2025 (jaarschijf 2026). Participatie Naar aanleiding van de Uitgangspuntennotitie begroting 2026 zijn de lasten en baten Participatie geactualiseerd.
Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio en Werkcentrum Drechtsteden Werkcentrum Drechtsteden is het loket waar inwoners advies en hulp krijgen bij al je vragen over werk, werk vinden en houden, loopbaanontwikkeling en om- en bijscholing. Wij zijn er voor werknemers, werkzoekenden en werkgevers. Het Werkcentrum Drechtsteden is het verzamelpunt, waar partners onder één dak samenwerken. Dit zijn UWV, Sociale Dienst Drechtsteden, gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties (onder andere FNV en CNV), onderwijsinstellingen, SBB en private (opleidings)partijen. Het loket is per 2 januari 2025 geopend en is fysiek en digitaal te bereiken. De fysieke plekken bevinden zich aan de Spuiboulevard en in het leerpark in Dordrecht en in het Brughuis in Alblasserdam. Vanuit alle gemeenten zijn bovendien gidsen opgeleid. De lasten en baten van de Uitvoeringsagenda en het Werkcentrum Drechtsteden zijn toegevoegd aan Participatie. In elke arbeidsmarktregio komt één gezamenlijk regionaal loket: het Werkcentrum. De financiering loopt via centrumgemeente Dordrecht. In de cyclische producten wordt over de voortgang van de financiën gerapporteerd.
Inburgering De lasten en baten Wet inburgering 2021 lopen niet via de begroting van de GR Sociaal. De financiële verantwoording wordt periodiek rechtstreeks aan de gemeenten toegestuurd.
37
Drechtwerk De voorliggende begroting 2026 geeft voor Drechtwerk t.o.v. van de vorig jaar afgegeven meerjaren raming een neerwaartse bijstelling in de gemeentelijke bijdragen voor het onderdeel Drechtwerk in de opgave ontwikkelen naar werk van circa € 0,60 mln. De lasten en baten op het onderdeel Drechtwerk komen hiermee op € 49,69 mln. De raming van de gemeentelijke bijdrage voor het jaar 2027 wordt neerwaarts bijgesteld met € 0,31 mln., voor het jaar 2028 wordt er neerwaartse bijstelling van € 0,15 mln. geprognosticeerd t.o.v. voorgaande meerjaren raming. De aanpassing is een combinatie van verschillende lasten en baten op hoofdlijn van: • • • •
Rijkssubsidie SW Detacheringen opbrengsten Salaris (Doelgroepen en ambtelijk) Bedrijfsvoering kosten (incl. Drechtwerk b.v.)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
0
0
0
0
0
0
Participatie
8.074
9.469
9.350
9.459
9.491
9.242
Inburgering
0
0
0
0
0
0
Drechtwerk
42.600
44.571
37.519
36.679
36.005
35.125
Totaal lasten
50.674
54.040
46.869
46.138
45.496
44.367
Inburgering
0
0
0
0
0
0
Statushouders
270
66
18
0
0
0
Participatie
8.910
9.960
9.747
9.798
9.830
9.581
Drechtwerk
48.437
50.509
37.519
36.679
36.005
35.125
Totaal baten
57.617
60.535
47.284
46.477
45.835
44.706
Saldo van lasten en baten
6.943
6.495
415
339
339
339
Ontwikkelen naar werk Lasten Statushouders
Baten
Bedragen x € 1.000
38
De begroting 2026 is tot stand gekomen op basis van de Begroting 2025-jaarschijf 2026 inclusief wijziging en de Uitgangspuntennotitie 2026, te weten: Opgave/ product
Begroting 2026
Ontwikkelen naar werk
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
0
18
0
18
0
18
Participatie
9.350
9.747
9.260
9.657
8.456
8.853
Drechtwerk
37.519
37.519
47.129
47.129
47.129
47.129
Totaal
46.869
47.284
56.389
56.804
55.585
56.000
Statushouders
Uitgangspunten-notitie 2026
Begroting 2025 (jaarschijf 2026) incl. wijz.
De begrotingscijfers 2026 (de lasten, baten en bijdragen van gemeenten) zijn in de Uitgangspuntennotitie 2026 aangegeven. Deze cijfers zijn als volgt tot stand gekomen: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroting 2025 jaarschijf 2026 inclusief wijziging
48.891
12.926
35.965
Participatie
804
1.122
-318
Autonome groei
305
0
305
Compensatie afschaffing lage-inkomensvoordeel Beschut werk Als gevolg van de afschaffing lage-inkomensvoordeel (LIV) worden de gemeenten via een verhoging van IU Participatie Beschut Werk vanaf 2025 gecompenseerd. E.e.a. conform Septembercirculaire 2024. Groei aantal klanten en loon- en prijsontwikkeling Conform de uitgangspuntennotitie zijn de lasten en baten Participatie gewijzigd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de CPB Macro Economische Verkenning 2024 en de loon- en prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2024.
126
0
126
179
0
179
1.122
1.122
0
Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio en Werkcentrum Drechtsteden 1.122 De lasten en baten van de Regionale verbinder statushouders (onderdeel van de Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio Drechtsteden) zijn opgehoogd. Daarnaast is het Werkcentrum Drechtsteden toegevoegd. In elke arbeidsmarkregio komt één gezamenlijk regionaal loket: het Werkcentrum. De financiering loopt via centrumgemeente Dordrecht.
1.122
0
Mutaties Uitgangspuntennotitie 2025
Nieuw beleid
Neutrale wijzigingen
-623
0
-623
Budgetneutrale wijziging; Participatiemiddelen over naar apparaat Het betreft een budgetneutrale wijziging (van Participatie naar Bedrijfsvoering).
-147
0
-147
Individuele Studietoeslag over naar Opgave Bestaanszekerheid -476 Versterken Lasten en Baten Individuele Studietoeslag worden overgeheveld naar de Opgave Bestaanszekerheid Versterken. De bedoeling van de wet is om mensen met een arbeidshandicap te ondersteunen bij het behalen van een diploma om zo de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Het uitgangspunt is dat zij de studie niet met een bijbaan kunnen combineren. Het risico op uitval is daarom groot en het gaat hier om een doelgroep die anders terug zou vallen op een uitkering. De studietoeslag is daarmee ook een instrument om de instroom in de uitkering te voorkomen en door ze in staat te stellen de studie te volgen. Het betreft een budgetneutrale wijziging
0
-476
Totaal Mutaties Uitgangspuntennotitie 2026 Begroot t/m Uitgangspuntennotitie
804
1.122
-318
49.695
14.048
35.647
Bedragen x € 1.000
39
In deze begroting zijn de volgende aanpassingen gedaan op de cijfers uit de Uitgangspuntennotitie 2025: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroot t/m Uitgangspuntennotitie
49.695
14.048
35.647
Participatie
90
90
0
Mee- en tegenvallers
90
90
0
Participatie verdeling o.b.v. solidariteit 2026 tm 2029 Conform financieringsafspraken worden de lasten en baten Participatie verdeeld op basis van solidariteit (gemiddelde klantenaantallen over de jaren 2022 t/m 2024). Werkcentrum Drechtsteden, DU WIN (Work in NL) regeling De lasten en baten van de Decentralisatie uitkering Work in NL, de zogenaamde WIN regeling, als onderdeel Werkcentrum Drechtsteden, zijn opgenomen in de begroting. De financiering loopt via centrumgemeente Dordrecht. Werkcentrum Drechtsteden, inzet coördinator Werkcentrum Drechtsteden, de inzet van de AMR-coördinator wordt ingezet door centrumgemeente Dordrecht. De lasten en baten worden hierdoor neerwaarts bijgesteld.
0
0
0
150
150
0
-60
-60
0
Drechtwerk
-2.916
2.797
-5.713
Mee- en tegenvallers
-2.916
2.797
-5.713
Lasten en baten Drechtwerk 37.519 Conform BBV worden de lasten apparaat en overhead verantwoord onder de opgave Bedrijfsvoering. Lasten en baten Drechtwerk opnieuw ivm BBV -40.435 Conform BBV worden de lasten en baten Drechtwerk op 0 gezet en wordt de begroting 2026 t/m 2029 opnieuw opgebouwd.
15.233
22.286
-12.436
-27.999
Mutaties Begroting 2026
Totaal Mutaties Begroting 2026
-2.826
2.887
-5.713
Totaal Begroting 2026
46.869
16.935
29.934
Bedragen x € 1.000
40
2.4 Zorgen voor ondersteuning De opgave Zorgen voor Ondersteuning richt zich op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van de inwoners in de Drechtsteden. We bieden ondersteuning vanuit het uitgangspunt "zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig". Waar mogelijk wordt gekeken naar mogelijkheden van eigen regie, het netwerk of voorliggende vormen van ondersteuning. Dit doen we samen met veel partners in het veld, zoals de lokale Wijkteams, zorgaanbieders, corporaties en de andere opgaven binnen het sociaal domein. Naast de gezondheidsvoordelen die dit biedt voor inwoners helpt het bovendien om de schaarse ondersteuning beschikbaar te houden voor de inwoners die het echt nodig hebben om een zelfstandig en volwaardig bestaan te leiden. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Als ik op de juiste onderdelen van mijn leven passende ondersteuning heb vanuit mijn sociale netwerk, mantelzorg en of professionals, dan woon ik zo lang mogelijk zelfstandig en doe ik mee naar vermogen. Dan heb ik regie over mijn leven en kan ik omgaan met mijn fysieke, psychische, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Ik voel me dan een volwaardig inwoner van de Drechtsteden. Als ik geen passende ondersteuning heb dan heeft dat negatieve gevolgen voor mijn dagelijks functioneren, mentaal welbevinden, meedoen in de maatschappij en kwaliteit van leven.
Dit betekent dat ik me eenzaam kan voelen, dat mijn mantelzorger overbelast kan raken of dat er gevaar kan ontstaan voor mijzelf of mijn omgeving.
Vanuit deze publieke waarde bieden we ondersteuning die bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare inwoners. Vanuit bovenstaande gedachte wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van inwoners waar dit mogelijk is. De geboden ondersteuning is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Belangrijke pijlers onder de ondersteuning worden gevormd door 'normaliseren' en 'eigen regie'. Dit komt tot uiting in de beweging van de "Wmo naar de voorkant". Dat wil zeggen de aansluiting met de lokale wijkteams en initiatieven voor lichte vormen van begeleiding en dagbesteding. Daarnaast wordt de samenwerking met participatieplekken en Drechtwerk verder onderzocht voor de groep inwoners die gebruik maakt van arbeidsmatige en ontwikkelgerichte dagbesteding. Voor de groep ouderen die beperkingen ervaart bij de zelfredzaamheid in het dagelijks leven wordt ingezet op herstelgerichte ondersteuning, waardoor de zelfredzaamheid (gedeeltelijk) hersteld wordt en een beroep op ondersteuning kan worden uitgesteld. Dit doen we in de maatschappelijke context van schaarste en de landelijke en wettelijke ontwikkelingen voor de Wmo. We zien een schaarste aan middelen en mensen op de hele arbeidsmarkt en in de zorg in het bijzonder.
Door te zoeken naar andere en lichtere vormen van ondersteuning helpen we inwoners bij hun zelfstandigheid en participatie en voegen we publieke waarde toe aan de samenleving. Daarnaast hebben we te maken met landelijke ontwikkelingen zoals de invoering van de nieuwe (inkomensafhankelijke) eigen bijdrage systematiek vanaf 2027. Deze ontwikkeling moet bijdragen aan het verminderen van het beroep op maatwerkondersteuning. Of dit in grote mate zal gebeuren, hangt af van het definitieve wetsvoorstel. Dat is op dit moment nog niet bekend. Vanuit al deze ontwikkelingen, landelijk en regionaal, werken we daarom vanuit deze opgave aan de volgende 3 doelstellingen: Welke doelen streven we na? Nummer
Doelstelling
4.1
Wij indiceren en voeren we regie op de beoogde effecten van de ingezette maatwerkondersteuning
4.2
Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk. Wij zorgen voor ondersteuning voor klanten die nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen.
4.3
41
Opgave-indicatoren Indicator Gemiddelde kosten per inwoner voor IB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers Gemiddelde kosten per inwoner voor DB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers Score klantbeleving
Doel 5% onder de referentielijn 2018 blijven onder de referentielijn 2023 ≥ 7,5
Score kwaliteitsmeting HO
≥ 7,5
% inwoners met IB dat afschaalt naar lagere maatwerkvoorziening of andere (algemene) voorziening. % meldingen IB/DB dat wordt opgelost via een andere oplossing dan een maatwerkvoorziening. % klanten met een ondersteuningsduur langer dan vier jaar
≥ 15%
Het aantal 65'plussers met een Wmo-maatwerkvoorziening ten opzichte van het totale aantal 65'plussers in de Drechtsteden daalt met 2%
≥ 2%
≥ 5% ≤ 25%
Binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning richten we ons op de ontwikkeling naar zelfredzaamheid en participatie waar mogelijk. Dit doen we vanuit de gedachte dat het vergroten van zelfredzaamheid en meedoen naar vermogen leidt tot een grotere mate van gezondheid. Daarnaast zien we ook binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning nadrukkelijk het vraagstuk van de krapte op de arbeidsmarkt en de financiële beheersbaarheid. Bovenstaande indicatoren moeten inzicht geven in de effecten van zowel de ontwikkeling als van de financiële sturing op de maatwerkvoorzieningen. Zo is een tweetal doelstellingen opgenomen met betrekking tot de gemiddelde kosten per inwoner voor de voorzieningen dagbesteding en individuele begeleiding. Door een continue focus op de mogelijkheden tot afschaling en uitstroom willen we deze gemiddelde kosten verlagen. Uiteindelijk is het de klant die het beste kan beoordelen of we slagen in onze opgave en ook de score op klantbeleving komt terug in de opgave-indicatoren.Voor de voorziening huishoudelijke ondersteuning voegen we hier een indicator aan toe vanuit de onafhankelijke kwaliteitsmetingen die we uitvoeren naar de kwaliteit van deze ondersteuning. Een belangrijk doel van de Wmo is om mensen, waar mogelijk, te ontwikkelen en minder afhankelijk te maken van ondersteuning bij het kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig wonen.
Voor de voorziening Individuele begeleiding hebben we ditzelfde doel vertaald in een percentage inwoners waarvoor de ondersteuning kan worden afgeschaald. We kijken hierbij extra naar de groep die al langer dan 4 jaar ondersteuning vanuit de Wmo ontvangt. De afschaling willen we ook tot uiting brengen in het percentage meldingen waarvoor we een oplossing weten te vinden binnen het aanbod aan lokale algemene voorzieningen en waardoor een indicatie voor de maatwerkvoorzieningen dagbesteding en individuele begeleiding achterwege kan blijven. Als effect van de inzet op herstelgerichte ondersteuning streven we tot slot naar een vermindering van het (relatieve) aantal ouderen dat een beroep doet op ondersteuning door middel van scootmobielen, huishoudelijke ondersteuning en trapliften. Tot slot nog een wijziging in de indicatoren zoals die waren opgenomen in de oorspronkelijke begroting. De indicatoren waarin we de ontwikkeling meten van de inwoners met een dagbestedingsindicatie zijn komen te vervallen. Dit zijn de volgende indicatoren: - 50% van de inwoners met DB ontwikkelingsgericht stroomt binnen twee jaar uit naar een hogere stap op de participatieladder. - 5% van de inwoners met DB arbeidsmatig stroomt binnen twee jaar uit naar een hogere stap op de participatieladder.
Toen deze indicatoren werden opgesteld, was de verwachting dat we hiervoor konden aansluiten bij de participatieladder zoals die ooit werd gebruikt bij de opgave Ontwikkelen naar Werk. Dit blijkt
42
helaas niet mogelijk, omdat dit meetinstrument niet langer wordt gebruikt. Zodra we hiervoor een goede meet-methodiek hebben die beide opgaven aan elkaar verbindt, zullen we hiervoor nieuwe indicatoren formuleren. Daarnaast is de laatste indicator gewijzigd qua formulering. We hadden hier oorspronkelijk het aantal voorzieningen ten opzichte van het aantal 65'plussers. Dit hebben we gewijzigd in het aantal 65'plussers met een voorziening ten opzichte van het totale aantal 65'plussers. Eén inwoner kan namelijk meerdere voorzieningen hebben. Maar de indicator wil de ontwikkeling meten van het aantal ouderen dat een beroep doet op de Wmo ten opzichte van de totale groep. Deze formulering sluit dus beter aan op hetgeen we beogen te bereiken. Naast de aanpassing van de formulering geldt voor de laatste indicator een onzekerheid op de realisatie. Dit wordt veroorzaakt door de twee moties die zijn aangenomen in Sliedrecht en Zwijndrecht om de pilot stop te zetten of aan te passen. Dit kan leiden tot een lager aantal fitte 65'plussers en een groter aantal 65'plussers met een maatwerkvoorziening. Dit zullen we de komende periode verder monitoren. Wat gaan we daarvoor doen?
Doelstelling 4.1
Wij indiceren en voeren we regie op de beoogde effecten van de ingezette maatwerkondersteuning
Speerpunt 4.1.1
We zetten in op de verdere professionalisering van de Opgave Zorgen voor Ondersteuning. Noodzakelijk in groeiend aantal aanvragen om efficiënter te werken, dichter bij de inwoner en om de kennis van de Wmo en het brede veld op gelijk niveau te brengen.
Toelichting
Speerpunt 4.1.2 Toelichting
Speerpunt 4.1.3 Toelichting
We hebben inzicht in en grip op de effecten van maatwerkondersteuning door monitoring en sturing op klantbeleving en resultaten bij de verschillende zorgverleners. Omdat we de beweging naar meer zelfstandigheid willen inzetten is sturing op de effecten van de ingezette ondersteuning noodzakelijk. De ingezette ondersteuning biedt een effectieve oplossing voor de ondersteuningsvraag zowel in feitelijke effecten als in de gemeten klantbeleving. Een neveneffect van dit speerpunt is een verhoogd kostenbewustzijn van consulenten en inwoners, en een positief effect op de houdbaarheid van de Wmo in de regio. We zorgen voor scherpe contracten, met oog voor innovatie, met als doel de kwaliteit, betaalbaarheid en continuïteit van de ondersteuning te waarborgen. Om op managementniveau van de zorgaanbieder dezelfde sturing in te kunnen richten als op individueel niveau is scherpe contractering aan de voorkant noodzakelijk
Doelstelling 4.2
Wij zorgen voor de ondersteuning die nodig is om mee te doen naar vermogen en richten ons op ontwikkeling waar mogelijk.
Speerpunt 4.2.1 Toelichting
We brengen het ontwikkelpotentieel van inwoners eerder en scherper in beeld. Vanuit positieve gezondheid blijkt dat naast het hebben van de juiste ondersteuning ook het stimuleren van eigen kracht en eigen regie een belangrijke bijdrage levert aan de ervaren gezondheid en welbevinden.
Speerpunt 4.2.2
We werken samen met maatschappelijke partners en maken afspraken over integraal (samen)werken, doen waar je het beste in bent en gebruik maken van elkaars expertise. Ten behoeve van de snelheid en duidelijkheid van de dienstverlening aan de inwoner is het noodzakelijk om met partners samen te werken in de vraagverheldering en bieden samenhangende en passende ondersteuning
Toelichting
43
Speerpunt 4.2.3 Toelichting
We hebben een proactieve houding t.o.v. begeleiding van klanten in de koppeling met bestaanszekerheid. In sommige gevallen heeft de ondersteuningsvraag vooral een financiële aanleiding. In die gevallen is ondersteuning op het gebied van zorg niet voldoende en vraagt dit actieve samenwerking met de medewerker van bestaanszekerheid versterken.
Doelstelling 4.3
Wij zorgen voor ondersteuning voor klanten die nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen.
Speerpunt 4.3.1
We zoeken naar de eigen kracht en mogelijkheden van mensen om te zorgen voor de omstandigheden, vaardigheden en een passende woonomgeving Ook hier is positieve gezondheid een belangrijke manier van werken om inwoners op een andere manier in te laten zien wat er nog wel mogelijk is aan waardevolle activiteiten.
Toelichting
Speerpunt 4.3.2 Toelichting
We werken samen met de regionale partners op het gebied van Wonen. Een intensivering en verbreding van de samenwerking met gemeenten is nodig om vraag en aanbod van (toe- en doorgankelijke) woningen beter op elkaar aan te laten sluiten. Het aantal grote woningaanpassingen wordt hierdoor verminderd.
Speerpunt 4.3.3
Samen met gemeenten en zorgaanbieders verkennen we de mogelijkheden van preventie en innovaties bij zelfstandig wonen. Innovatie kan en zou moeten bijdragen aan de houdbaarheid van de WMO in het licht van de schaarser wordende middelen en arbeidskrachten.
Toelichting
44
2.4.4 Maatregelen en ombuigingen Maatregelen en ombuigingen Zorgen voor ondersteuning Vastgestelde maatregelen Begroting 2025 Herstelgerichte ondersteuning Inzet Wmo naar de voorkant Maatregelen UPN 2026 Aanpassing (maatregel) Herstelgerichte ondersteuning Uitbreiding Wmo naar de voorkant begeleiding en dagbesteding Maatregelen Voorjaarsbrief 2025 en Begroting 2026 Correctie Herstelgerichte ondersteuning Correctie Inzet Wmo naar de voorkant TOTAAL
2025
2026
2027
2028
2029
€ 760 € 544
€ 790 € 857
€ 821 € 1.124
€ 852 € 1.396
€ 852 € 1.396
€ 142
€ 186
€ 185
€ 185
€ 181
€ 60
€ 60
€ 60
€ 60
€ 60
€ -471
€ -418
€-449
€-480
€ -480
€ -442
€ 247
€ -21
€ -293
€ -294
€ 593
€ 1.722
€ 1.720
€ 1.720
€ 1.715
(bedragen x € 1.000) Vastgestelde maatregelen (begroting 2025) In de begroting 2025 zijn ombuigingen opgenomen, te weten: De invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage en Powerful Ageing o Inzet van het lokale voorveld, zoals de beweging Wmo naar de voorkant, herijkingstrajecten Wmo en woon- en zorgbeleid. Bij de voorziening huishoudelijke ondersteuning is de verwachte besparing vanwege de pilot Herstel gerichte Ondersteuning (Powerful Ageing) in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeente. Daarnaast is bij de huishoudelijke ondersteuning een verlaging van 1% toegepast voor de was- en strijk voorziening m.i.v. 2026. Ook bij individueel vervoer (scootmobielen) hebben we rekening gehouden met een mogelijke besparing door de invoering van Powerful Ageing. Vanaf 2024 verwachten we 1% lagere groei van de klantenaantallen. De beweging Wmo naar de voorkant biedt vooral kansen bij de lichtere vormen van individuele begeleiding en dagbesteding, hierdoor hebben we al in de begroting 2025 de verwachte groei met 1% verlaagd. Doordat we lokaal nog meer mogelijkheden zien is de maatregel met nog een 1% verlaagd. De maatregelen zorgen ervoor dat de bijdrage van de gemeenten binnen deze opgave in 2025 met € 1,3 miljoen minder hard stijgt.
Maatregelen Uitgangspuntennotitie 2026 Aanpassing maatregel Huishoudelijke Ondersteuning Herstelgerichte ondersteuning In de begroting 2025 – 2028 is voor de voorziening huishoudelijke ondersteuning rekening gehouden met klanten die deelnemen aan de voorziening herstelgerichte ondersteuning. Deze maatregel wordt nu uitgebreid met het effect dat klanten soms afzien van hun aanvraag huishoudelijke ondersteuning omdat zij geen gebruik willen maken van de voorziening herstelgerichte ondersteuning. De verwachte groei wordt hierdoor gedempt.
45
Uitbreiding Wmo naar de voorkant Individuele begeleiding. De 'beweging Wmo naar de voorkant' biedt vooral kansen bij de lichtere vormen van individuele begeleiding Vanaf 2025 en verder verwachten wij jaarlijks 1% lagere groei van het aantal klanten dat een beroep doet op deze "lichtere" vormen van begeleiding. Correctie Maatregelen Voorjaarsbrief 2025 en Begroting 2026 Bij herstelgerichte ondersteuning is de maatregel vanaf 2025 bij vervoer niet meer van toepassing. Inzet Wmo naar de voorkant, bij de huishoudelijke ondersteuning is de was- en strijk voorziening m.i.v. 2026 bijgesteld naar een bezuiniging van € 1 mln. En bij de Individuele begeleiding is de maatregel aangepast. Wat gaat het kosten?
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Hulpmiddelen
5.454
5.581
5.663
5.588
5.553
5.518
Vervoer
11.043
12.099
12.991
13.710
14.477
14.509
Huishoudelijke ondersteuning
32.036
36.204
36.440
36.077
35.723
35.361
Begeleiding en kortdurend verblijf
34.393
38.043
39.334
39.087
38.970
38.718
Totaal lasten
82.926
91.927
94.428
94.462
94.723
94.106
Hulpmiddelen
5.454
5.581
5.663
5.588
5.553
5.518
Huishoudelijke ondersteuning
32.036
36.204
36.440
36.077
35.723
35.361
Vervoer
11.043
12.099
12.991
13.710
14.477
14.509
Begeleiding en kortdurend verblijf
34.393
38.043
39.334
39.087
38.970
38.718
Totaal baten
82.926
91.927
94.428
94.462
94.723
94.106
0
0
0
0
0
0
Zorgen voor ondersteuning Lasten
Baten
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
De begroting 2026 is tot stand gekomen op basis van de Begroting 2025-jaarschijf 2026 en de Uitgangspuntennotitie 2026, te weten: Opgave / product
Begroting 2026
Uitgangspunten-notitie 2026
Begroting 2025 (jaarschijf 2026) incl. wijz.
Zorgen voor ondersteuning
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Hulpmiddelen
5.663
5.663
5.803
5.803
6.080
6.080
Vervoer
12.991
12.991
12.991
12.991
11.500
11.500
Huishoudelijke ondersteuning
36.440
36.440
41.212
41.212
33.904
33.904
Begeleiding en kortdurend verblijf
39.334
39.334
37.822
37.822
36.315
36.315
Totaal
94.428
94.428
97.828
97.828
87.799
87.799
46
De begrotingscijfers 2026 (de lasten, baten en bijdragen van gemeenten) zijn in de Uitgangspuntennotitie 2026 aangegeven. Deze cijfers zijn als volgt tot stand gekomen: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroting 2025 jaarschijf 2026 inclusief wijziging
87.799
6.203
81.596
Hulpmiddelen
-277
0
-277
Autonome groei
Mutaties Uitgangspuntennotitie 2026
-277
0
-277
Autonome groei Hulpmiddelen en indexering tarieven -277 Bij de hulpmiddelen (woonvoorzieningen en rolstoelen) is per gemeente gekeken naar de verwachte ontwikkeling van de aantallen voorzieningen. De tarieven voor 2025 woonvoorzieningen zijn geïndexeerd met 3,5% en de rolstoelen met 3%. De tarieven 2026 zijn geïndexeerd conform CPB-prijs bruto binnenlands product 2,6%. Vanaf 2027 en verder zijn de tarieven constant gehouden
0
-277
Vervoer
1.491
0
1.491
Autonome groei
1.491
0
1.491
Autonome groei Vervoer en indexering tarieven 1.491 Net als bij de hulpmiddelen is voor het individueel vervoer (scootmobielen, aangepaste fietsen, etc.) de begroting 2025 gebaseerd op de ontwikkeling van de aantallen voorzieningen. Voor het individuele vervoer zijn de tarieven voor 2025 met 3% geïndexeerd. In 2026 zijn de tarieven geïndexeerd conform CPB-prijs bruto binnenlands product 2,6%. Vanaf 2027 en verder zijn de tarieven constant gehouden. Ten aanzien van het collectieve vervoer met de Drechthopper volgen wij de begroting van Stroomlijn.
0
1.491
Huishoudelijke ondersteuning
7.308
0
7.308
Autonome groei
7.512
0
7.512
Autonome groei Huishoudelijke ondersteuning en indexering 7.512 tarieven De huishoudelijke ondersteuning is gebaseerd op de verwachte aantallen voorzieningen. Vanaf 2025 is opnieuw aanbesteed en geen sprake meer van resultaat indiceren (schoon en leefbaar huis) maar van een bandbreedte model. De tarieven 2025 zijn geïndexeerd met 6%. Tarieven 2026 zijn geïndexeerd conform CPB-prijs bruto binnenlands product 2,6%. Vanaf 2027 en verder zijn de tarieven constant gebleven.