1d GR Concept Begroting 2027 GR Sociaal - Definitief.pdf
Tekst van het document
Speerpunt 1.2.3 Toelichting
We zetten in op voorkoming van problemen en daar waar nodig passen we mediation toe. De aandacht voor het gezamenlijk oplossen van problemen groeit, ook vanuit bijvoorbeeld de rechtbank. Met het doorontwikkelen van mediation en eerder inzetten hiervan, willen we voorkomen dat mensen tegenover elkaar komen te staan. De leidt tot stress reductie bij de inwoners en je komt tot een gedragen oplossing.
Speerpunt 1.3.1 Toelichting
Kwaliteit van dienstverlening wordt breed en continu gemeten en verbeterd Dit speerpunt is gericht op al onze inwoners en partners. Dienstverlening meet continu hun ervaringen en of we het goede goed doen. Om vervolgens innovatief en wendbaar te kunnen blijven en te voldoen aan de verwachtingen van onze inwoners is het van belang om op een slimme manier continu te meten hoe de dienstverlening wordt ervaren. Niet alleen om procesmatig efficiënter te kunnen werken, maar ook om bij te kunnen sturen als het gaat om het blijven toevoegen van publieke waarde
22
Speerpunt 1.3.2 Toelichting
Inzet op breed systemische aanpak van het verbeteren van dienstverlening Signalen van inwoners blijven niet beperkt tot klachten, maar komen ook tot ons door bijvoorbeeld klantmetingen, bezwaren, tijdens gesprekken etc. Deze signalen komen veelal nu nog los van elkaar binnen en worden los van elkaar opgepakt. Het samenbrengen van alle signalen (de systemische aanpak) en het analyseren ervan, brengt waardevolle informatie en geeft de mogelijkheid om integraler de dienstverlening te kunnen aanpassen.
Speerpunt 1.3.3 Toelichting
Coördineren van de aanpak en uitrol van stress sensitief werken binnen de organisatie Stress sensitief werken zorgt voor stressreductie inwoners en daarom is het van belang dat elke medewerker van de SDD handelt op een manier die daaraan bijdraagt. Een vermindering van stress in het algemeen draagt bij aan de zelfredzaamheid van inwoners en daarmee de mogelijkheid zoveel mogelijk zelf de regie in het leven te houden.
2.1.4 Maatregelen en ombuigingen Maatregelen en ombuigingen zijn opgenomen in hoofdstuk 2.5 Bedrijfsvoering. Wat gaat het kosten? De lasten van deze opgave bestaan uit kosten van personeel en bedrijfsvoeringsmiddelen. Deze zijn onder de Opgave Bedrijfsvoering opgenomen.
23
2.2 Bestaanszekerheid versterken De prioriteiten, activiteiten en uitgaven binnen de opgave "Bestaanszekerheid Versterken" zijn in hoge mate conjunctuur-volgend. Voor een ander deel komen zij voort uit wijzigingen in wet- en regelgeving en de doorgaande optimalisering van onze dienstverlening. In wet- en regelgeving staat een aantal ontwikkelingen op stapel die onze dienstverlening in 2026 (en verder) gaan beïnvloeden. Deze wetsvoorstellen beogen de menselijke maat te verankeren in de wet en hiermee de dienstverlening door de overheid te verbeteren. Het gaat hier onder meer om het wetsvoorstel Participatiewet in balans, het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid en het wetsvoorstel proactieve dienstverlening. Voor de schuldhulpverlening is het de verwachting dat in 2027 de landelijke pauzeknop voor inwoners beschikbaar komt. Daarnaast gaat er een evaluatie plaatsvinden van het beleidsplan schuldhulpverlening over de periode jaren 2025 en 2026. Dit zal samen met de gemeenten gebeuren omdat een deel van de uitvoering bij hen ligt. De doorgaande optimalisering van onze dienstverlening is gericht op het vergroten van publieke waarde. Binnen de opgave Bestaanszekerheid richt de SDD zich vooral op de financiële zelfredzaamheid van inwoners.
Naast al onze activiteiten en producten hebben we een signalerende en verbindende rol met partners op thema's waar zij een oplossing voor bieden. Publieke waarde bij bestaanszekerheid gaat immers niet alleen om een zeker inkomen, maar ook om zaken als gezondheid, veiligheid en wonen. In onderstaande brede definitie is de publieke waarde waar wij aan bijdragen (vanuit de inwoner geredeneerd) als volgt verwoord. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Bestaanszekerheid is mijn basis. Ik heb een dak boven mijn hoofd nodig en voldoende eten en drinken. Ik wil mijn vaste lasten kunnen betalen en toegang hebben tot goede gezondheidszorg. Ik wil bestand zijn tegen financiële tegenslagen en mijn kinderen een goede start kunnen bieden. Ik wil me veilig kunnen voelen. Wanneer ik bestaanszekerheid heb en mijn basis op orde is, kan ik stappen zetten in mijn ontwikkeling. Wanneer ik geen bestaanszekerheid heb krijg ik zorgen en stress, voel ik mij onveilig en onzeker. Ik kan niet goed nadenken, geen keuzes maken en niet meedoen aan de samenleving. Ik heb dan hulp nodig. Als dat niet op eigen kracht of met hulp van mijn omgeving lukt, dan vertrouw ik erop dat ik terecht kan bij de overheid. Zodat we samen mijn bestaanszekerheid weer kunnen versterken en mijn basis weer op orde komt.
Tijdelijk, zodat ik weer overzicht krijg en houd en uiteindelijk weer mee kan doen of kan werken. En zodat ik beter kan aangeven wanneer ik zorg of ondersteuning nodig heb.
Welke doelen streven we na? Nummer
Doelstelling
2.1
Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen
2.2
Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken
2.3
We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben.
Opgave-indicatoren Indicator 1) Het aantal toekenningen persoonlijk minimabudget (PMB) voor bijstandsgerechtigden
2) Het aantal toekenningen bijzondere bijstand voor bijstandsgerechtigden
3) Het aantal toekenningen PMB voor inwoners zonder bijstandsuitkering
4) Het aantal toekenningen bijzondere bijstand voor inwoners zonder bijstandsuitkering
Doel Minimaal gelijk aantal t.o.v. 2026 Minimaal gelijk aantal t.o.v. 2026 Minimaal gelijk aantal t.o.v. 2026 Minimaal gelijk aantal t.o.v. 2026
24
5) Het aantal nieuw gestarte schuldhulpverleningstrajecten 6) Tijd tussen de aanmelding en het eerste gesprek schuldhulpverlening 7) Bijstandsgerechtigden met beslag op de uitkering/inhouding CAK die een hulpaanbod krijgen 8) Slagingspercentage schuldregelingstraject
20% stijging t.o.v. 2023 95% binnen 10 werkdagen 60% van de doelgroep 85%
9) Slagingspercentage stabilisatietraject
80%
10) Succesvolle uitstroom na doorlopen minnelijk schuldhulpverleningstraject
85%
11) Aantal herinstroom schuldhulpverlening binnen 3 jaar
Max. 10%
12) Gemiddelde schulden bij melding schuldhulpverlening
€ 34.000
13) Score klantbeleving, mensgerichtheid bij de aanvraag van een bijstandsuitkering tot aan het besluit
≥4,4
Toelichting op de indicatoren Ad 1 en 2) Ten opzichte van 2025 wordt geen verdere stijging meer verwacht, aangezien deze indicatoren in 2025 maximaal gerealiseerd zullen zijn. Ad 5-12) Deze indicatoren zijn aangepast/toegevoegd in lijn met het nieuwe beleidsplan Schuldhulpverlening. Ad 7) Het beoogde percentage in 2029 is 80% Ad 8) Het boogde percentage in 2029 is 90% Ad 9) Het beoogde percentage in 2029 is 90%. Ad 12) De beoogde daling in 2029 is naar € 30.000. De bestaans(on)zekerheid van inwoners is afhankelijk van gemaakte keuzes m.b.t. minimabeleid. Gegeven de financiële regelingen zorgt het juist gebruik van deze regelingen voor toenemende bestaanszekerheid. Gebruik van regelingen kan de samenleving op korte termijn wellicht geld kosten, maar op langere termijn geld besparen. Bestaansonzekerheid kan namelijk leiden tot hogere ziektekosten, schuldenproblematiek en/of slechtere omstandigheden waarin kinderen opgroeien. De bovenstaande indicatoren zijn geen doel op zich, maar zouden een logische resultante moeten zijn van de activiteiten die we met elkaar organiseren om niet gebruik tegen te gaan, bereik te vergroten, financiële problemen te voorkomen en de dienstverlening verder te optimaliseren.
Een steeds succesvoller systeem van vroegsignalering, de halvering van de termijn van de wettelijke schuldregeling (en daarmee samenhangend de minnelijke schuldregeling) en focus op duurzame stabiliteit helpen om inwoners die in de schulden raken eerder, effectiever en sneller een nieuw perspectief te bieden. De logische resultante van deze activiteiten zouden voor een stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van een hulpaanbod moeten zorgen, de gemiddelde schuldenlast moeten verlagen en de her instroom beperken. Wat gaan we daarvoor doen? Wij zetten ons samen met lokale partners in om financiële problematiek bij de inwoners van de Drechtsteden te voorkomen Speerpunt 2.1.1 Toelichting
Bevorderen gebruik beschikbare regelingen Het sociale minimum in Nederland is gebaseerd op het uitgangspunt dat inwoners gebruik maken van alle voorzieningen, of het nu gaat om het aanvragen van een belastingtoeslag, het vragen van kwijtschelding van bepaalde lasten of het beroep doen op voorzieningen vanuit het lokale minimabeleid. Voor bestaanszekerheid van de inwoner is dit dus van wezenlijk belang, maar mensen weten soms niet van het bestaan af van bepaalde regelingen. Een andere groep inwoners is wel op de hoogte van het bestaan van een regeling maar haakt af door complexe, uitgebreide en vaak uitsluitend nog digitaal toegankelijke aanvraagprocedures. In het kader van bezuinigingen kan het beleid aangepast worden en wordt bijvoorbeeld de hoogte van bedragen of de doelgroep voor bepaalde regelingen kleiner. In dit Speerpunt zorgen wij er echter voor dat we de doelgroep bereiken en het gebruik van de beschikbare regelingen bevorderen.
25
Speerpunt 2.1.2 Toelichting
Vergroten bekendheid en benaderbaarheid van SDD voor inwoners Er is veel onbekendheid over bepaalde regelingen en deze worden als complex ervaren. Geldzorgen zijn daarbij omringd met schaamte en uit onderzoek blijkt dat mensen te lang wachten met hulp zoeken. Hoe later de hulp hoe groter de financiële problemen en hoe hoger bijvoorbeeld de schuld. Daarnaast is het verminderen van stigmatisering belangrijk. Wij willen negatieve associaties over het gebruik van regelingen wegnemen. In dit speerpunt willen we geldzorgen en geldvragen normaliseren en de dienstverlening van de opgave Bestaanszekerheid zichtbaarder en dichter bij de inwoner aanbieden.
Speerpunt 2.1.3 Toelichting
Proactief handelen bij veranderingen met impact op financiën Bepaalde life-events hebben grote gevolgen voor de financiële situatie, denk aan: kind 18+, scheiding, partner overlijdt. Dit kan naast stress ook financiële zorgen en mogelijk problemen veroorzaken. Binnen dit speerpunt willen wij, waar mogelijk, de beschikbare gegevens van inwoners benutten om inwoners te wijzen op hun rechten binnen het minimabeleid van de SDD en de mogelijkheden van ondersteuning door partners.
Wij bieden hulp bij bestaanszekerheid vraagstukken
Speerpunt 2.2.1 Toelichting
Onze dienstverlening is ingericht om aan te sluiten bij de mogelijkheden en omstandigheden van onze inwoners. Soms lopen onze inwoners vast in overheidssystemen waardoor de duurzame bestaanszekerheid niet wordt bevorderd. Binnen onze dienstverlening werken we vanuit de mogelijkheden en omstandigheden van onze inwoners, waarbij we uitgaan van hun beste intenties.
Speerpunt 2.2.2 Toelichting
De gemeenten, lokale partners en de SDD vormen samen een bestaanszekerheidsketen Oplossingen voor inwoners met bestaanszekerheidsvraagstukken komen niet alleen van de (maatwerk) voorzieningen van de SDD, juist in de gemeenten zijn veel voorzieningen beschikbaar die ook een positieve impact hebben op de bestaanszekerheid van inwoners.
Speerpunt 2.2.3
Schuldenrust en perspectief: inwoners krijgen snel en eenvoudig overzicht en een oplossing op maat voor hun schulden Schulden zorgen voor stress en brengen veel zorgen met zich mee. Toch wachten mensen gemiddeld vijf jaar voordat ze hulp zoeken. Het is essentieel om snel rust en overzicht te bieden, zodat iemand weer grip op de situatie krijgt. Belangrijk daarbij is om direct perspectief te bieden op een schuldenvrije toekomst: er is licht aan het einde van de tunnel.
Toelichting
We werken aan duurzame financiële stabiliteit en perspectief voor inwoners die dat nodig hebben. Speerpunt 2.3.1 Toelichting
Speerpunt 2.3.2
We ontwikkelen samen met inwoners de vaardigheden en weerbaarheid om hen zelf in staat te stellen regie te behouden over hun financiën. We zien verschil in hoe inwoners met geld omgaan en hun doenvermogen met betrekking tot financiële zaken. Er is een groep inwoners die zelf in staat is om regie te behouden, maar nog onvoldoende vaardigheden heeft om deze regie ook duurzaam te behouden. De regie is wel van groot belang, want zo kunnen we een terugval in schulden voorkomen Inwoners blijven duurzaam uit de schulden. We versterken het sociale en professionele netwerk van de inwoner met als doel financiële stabiliteit te bevorderen.
26
Toelichting
Inwoners met een lagere mate van zelfredzaamheid en doenvermogen, hebben ondersteuning van een netwerk nodig. Zo hebben inwoners de ondersteuning als zij opnieuw in de schulden dreigen te komen.
Speerpunt 2.3.3
Voor inwoners die mogelijk (langdurig) financiële ondersteuning nodig hebben is structurele dienstverlening beschikbaar. Een deel van de inwoners bevindt zich in een dusdanig kwetsbare situatie dat het risico op terugval in schulden groot is. Voor deze groep inwoners bieden we structurele ondersteuning aan (regionale en lokale ondersteuning die goed op elkaar aansluit). Dit doen we omdat de kosten van deze ondersteuning lager zijn dan de maatschappelijke kosten van herhaaldelijke terugval.
Toelichting
2.2.4 Maatregelen en ombuigingen Vastgestelde maatregelen en ombuigingen Opgave Bestaanszekerheid versterken Serviceteam bewindvoering Ombuiging Persoonlijk Minimabudget gemeente Alblasserdam Maatregelen UPN 2027 TOTAAL (Bedragen x € 1.000)
2027
2028
2029
2030
€ 301 € 62
€ 301 € 62
€ 301 € 62
€ 301 € 62
€ 363
€ 363
€ 363
€ 363
Uitstroom bevorderende maatregelen In 2024 en 2025 zijn aanvullende maatregelen geïntroduceerd om de uitstroom van bijstandsgerechtigden te stimuleren, met als doel een hogere uitstroom te realiseren dan het landelijk gemiddelde, zoals vastgesteld in de CPB Macro Economische Verkenning. Door een toenemende instroom van jongeren en statushouders, gecombineerd met de specifieke samenstelling van ons klantenbestand, is het bereiken van deze doelstelling een niet-realistische uitdaging gebleken. Hierdoor hebben wij onze ambitie niet volledig kunnen waarmaken. Echter, in voorgaande jaren is het ons wel gelukt om de prognoses van het CPB te behalen. Het is daarom van belang om een ambitieuze, maar tevens realistische doelstelling te formuleren. Gezien de resultaten van de afgelopen jaren en de samenstelling van ons klantenbestand, achten wij het meer voor de hand liggend om de prognoses van het CPB als uitgangspunt te nemen bij het vaststellen van de doelstellingen voor het aantal klanten. De doelstelling is hierop aangepast. Het niet realiseren leidt tot een toename in klantenaantallen en bijbehorende hogere lasten. Tegelijkertijd zorgt de stijging in klantenaantallen voor hogere BUIG-budgetten.
Ombuigingen Serviceteam bewindvoering De ombuiging is onderdeel van de bestuurlijke opdracht "Een toekomstbestendig sociaal domein", uitwerkingsopdrachten spoor 2 onderdeel 1 "Aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering". Het serviceteam voor externe bewindvoering bundelt alle diensten en samenwerking rond beschermingsbewind. Dit zorgt voor passende, kwalitatieve ondersteuning van inwoners met financiële problemen en draagt bij aan het beheersen van de kosten van bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Om de ombuiging te realiseren is een investering in de apparaatskosten noodzakelijk. De structurele ombuiging van € 225.000 is in 2025 nog niet volledig gerealiseerd (huidige stand: € 70.000). Hierdoor bestaat het risico dat de volledige besparing niet of pas later in 2026 wordt behaald. Voor 2026 staan drie acties centraal: 1. Verdere aanscherping en consequente toepassing van het adviesrecht, met als doel de instroom in onderbewindstellingen te beperken.
27
2. 3.
Volledige implementatie en monitoring van de zesmaands termijn voor aanmelding bij schuldhulpverlening. Structurele halfjaarlijkse voortgangsgesprekken met bewindvoerderskantoren.
Deze maatregelen moeten leiden tot betere sturing, meer doorstroom en uiteindelijk lagere kosten. De effecten worden naar verwachting zichtbaar vanaf 2026, wanneer de nieuwe werkwijze volledig is ingebed. Ombuiging Persoonlijk Minimabudget gemeente Alblasserdam Bij de gemeente Alblasserdam is sprake van een ombuiging voor het Persoonlijk Minimabudget per 01-07-2026. In dat kader wordt de inkomensgrens verlaagd van 120% naar 110% van het wettelijk sociaal minimum. Tevens wordt het percentage van de toeslag aangepast van 45% naar 35% van de toepasselijke bijstandsnorm. Vanaf 2027 bedraagt de ombuiging € 62.000. Wat gaat het kosten?
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Inkomensondersteuning
138.788
144.932
149.557
153.089
157.669
163.369
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.142
2.164
2.207
2.251
2.296
2.319
Minimabeleid
10.831
9.967
9.749
9.758
9.768
9.781
Totaal lasten
151.761
157.063
161.513
165.098
169.733
175.469
Inkomensondersteuning
138.788
144.932
149.557
153.089
157.669
163.369
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.142
2.164
2.207
2.251
2.296
2.319
Minimabeleid
10.831
9.967
9.749
9.758
9.768
9.781
Totaal baten
151.761
157.063
161.513
165.098
169.733
175.469
0
0
0
0
0
0
Bestaanszekerheid versterken Lasten
Baten
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
De begroting 2027 is tot stand gekomen op basis van de Begroting 2026-jaarschijf 2027 inclusief wijziging en de Uitgangspuntennotitie 2027, te weten: Opgave / product
Begroting 2027
Bestaanszekerheid versterken
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Inkomensondersteuning
149.557
149.557
144.470
144.470
130.814
130.814
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.207
2.207
2.200
2.200
2.178
2.178
Minimabeleid
9.749
9.749
9.530
9.530
10.053
10.053
161.513
161.513
156.199
156.199
143.045
143.045
Totaal
Uitgangspuntennotitie 2027
Begroting 2026 (jaarschijf 2027) incl. wijz.
28
De begrotingscijfers 2027 (de lasten, baten en bijdragen van gemeenten) zijn in de Uitgangspuntennotitie 2027 aangegeven. Deze cijfers zijn als volgt tot stand gekomen: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroting 2026 jaarschijf 2027 inclusief wijziging
143.045
2.352
140.694
Inkomensondersteuning
13.655
358
13.297
Autonome groei
-1.072
Mutaties Uitgangspuntennotitie 2027
0
-1.072
Individuele Studie Toeslag Lasten Individuele Studie Toeslag meerjarig constant gehouden t.o.v. prognose 2025.
406
0
406
IOAW/IOZA/Bbz Lasten Najaarsbrief 2025 meerjarig geëxtrapoleerd o.b.v. Macro Economische Verkenning 2026 en de begrotingsstaat SZW 2026. Klantontwikkeling van de bijstand De ontwikkeling van het aantal klanten in de bijstand is gebaseerd op de Macro Economische Verkenning 2026 van het CPB. Loonkostensubsidie Lasten LKS 2025 meerjarig geëxtrapoleerd o.b.v. de begrotingsstaat SZW 2026.
-278
0
-278
39
0
39
-1.238
0
-1.238
8.432
0
8.432
Maatregelen om uitstroom te bevorderen 8.432 Het is van belang om een ambitieuze, maar ook realistische doelstelling op te nemen. De eerder gehanteerde ambitie om 2,5% beter te presteren als de CPB-prognose wordt als niet realistisch beschouwd. De CPB-prognose 'an sich' voorziet in een realistisch uitgangspunt om deze te hanteren voor de ontwikkeling van het bestand. Met deze begrotingswijziging worden de meerjarige ingeboekte lagere lasten teruggedraaid.
0
8.432
Ombuigingen
Loon- en prijsontwikkelingen
6.295
358
5.936
Prijsontwikkeling van de Bijstand De ontwikkeling van de gemiddelde prijs van een uitkering is gebaseerd op de indexering zoals deze in 2025 van toepassing was op een uitkering.
6.295
358
5.936
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
22
0
22
Autonome groei
22
0
22
Groei klanten collectieve zorgverzekering CZG De verwachte groei van het aantal deelnemers collectieve zorgverzekering CZG bedraagt 2%.
22
0
22
Minimabeleid
-523
-95
-428
Autonome groei
-236
-95
-141
Groei minimabeleid De geraamde groei binnen het minimabeleid bedraagt voor PMB en Bijzondere Bijstand 0%. De verwachte groei van het aantal deelnemers collectieve zorgverzekering Minima bedraagt 2%. Daarnaast is de verwachte autonome groei 2025 in de begroting verwerkt.
-236
-95
-141
Loon- en prijsontwikkelingen
-287
0
-287
25
0
25
-312
0
-312
Kostenverhogende btw Schuldhulpverlening Vanaf 2026 is schuldhulpverlening vrijgesteld van btw, waardoor de hieraan gerelateerde lasten niet aftrekbaar zijn en dus kostenverhogend werken. Lagere kosten Bijzondere Bijstand bewindvoering door vervallen btw Door het vervallen van de btw op bewindvoering per 1 januari 2026 nemen de gemeentelijke lasten af. Echter tegelijkertijd worden de tarieven voor bewindvoering verhoogd met 10,5%
Totaal Mutaties Uitgangspuntennotitie 2027
13.154
263
12.890
Begroot t/m Uitgangspuntennotitie
161.513
2.636
158.877
Bedragen x € 1.000
29
In deze begroting zijn de volgende aanpassingen gedaan op de cijfers uit de Uitgangspuntennotitie 2027: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroot t/m Uitgangspuntennotitie
156.199
2.615
153.584
Inkomensondersteuning
5.088
-63
5.151
Autonome groei
3.760
0
3.760
Individuele studietoeslag -82 De werkelijke lasten individuele studietoeslag in 2025 zijn lager dan bij de UPN 2027 geprognosticeerd. Deze lasten zijn het uitgangspunt voor 2027 waardoor de lasten bij deze primaire begroting 2027 lager zijn. IOAW/IOAZ/Bbz -358 De geprognosticeerde lasten 2026 bij de UPN 2027 zijn lager dan de geprognosticeerde lasten bij de primaire begroting 2027. Dit geeft hogere lasten in de primaire begroting 2027. De lasten ontwikkeling IOAW/IOAZ/Bbz is gebaseerd op de ontwikkeling van het aantal klanten volgens de prognose van het CPB. Loonkostensubsidie 793 De gerealiseerde lasten 2025 (wat het uitgangspunt is de primaire begroting 2027) zijn hoger dan de geprognosticeerde lasten 2025 bi de UPN 2027. Dit heeft hogere lasten 2027 tot gevolg. De verdere ontwikkeling van de loonkostensubsidie is gebaseerd op de ontwikkeling van de lasten zoals geprognosticeerd in de begrotingsstaat SZW 2026. Ontwikkeling van het aantal klanten in de bijstand 3.407 Vanwege de werkelijk hogere eindstand 2025 dan geprognosticeerd bij de UPN 2027 zijn de lasten gestegen bij deze primaire begroting 2027. De verdere ontwikkeling van het aantal klanten is gebaseerd op de prognose van het CPB uit de Macro Economische Verkenning 2026.
0
-82
0
-358
0
793
0
3.407
1.328
-63
1.392
De ontwikkeling van de prijs van een bijstandsuitkering 1.328 Daar waar bij de UPN 2027 rekening werd gehouden met een gemiddelde prijs van € 20.282 is deze bij de primaire begroting 2027 gestegen tot € 20.488. Deze stijging wordt veroorzaakt door dat de werkelijke gemiddelde prijs over 2025 hoger was dan de geprognosticeerde gemiddelde prijs ten tijde van het opstellen van de UPN 2027.
-63
1.392
Mutaties Begroting 2027
Loon- en prijsontwikkelingen
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
7
0
7
Autonome groei
7
0
7
Autonome begrotingsaanpassingen naar aanleiding van de jaarrekening 2025 De realisatie van de jaarrekening 2025 geeft aanleiding tot een bijstelling van de begroting.
7
0
7
Minimabeleid
219
84
135
Autonome groei
-185
54
-239
Autonome begrotingsaanpassingen naar aanleiding van de jaarrekening 2025 De realisatie van de jaarrekening 2025 leidt tot een bijstelling van de begroting.
-185
54
-239
Ombuigingen
-62
0
-62
Ombuiging PMB voor de gemeente Alblasserdam Bij de gemeente Alblasserdam is er sprake van een ombuiging binnen het Persoonlijk minimabudget. In dat kader wordt de inkomensgrens verlaagd van 120% naar 110% van het wettelijk sociaal minimum. Tevens wordt het percentage van de toeslag aangepast van 45% naar 35% van de toepasselijke bijstandsnorm.
-62
0
-62
30
Neutrale wijzigingen
30
30
0
Opbrengsten schuldbemiddelingskosten inzetten ten gunste van financieel kwetsbare inwoners. GR Sociaal mag kosten in rekening brengen voor schuldbemiddeling en financieel beheer gedurende een schuldbemiddeling. Deze kosten komen ten laste van de schuldeisers en niet van de inwoner. Voorheen landden deze opbrengsten in het rekeningresultaat van de apparaatslasten. Door deze wijziging, wordt de opbrengst uit dienstverlening van schuldbemiddeling en financieel beheer ingezet ten gunste van financieel kwetsbare inwoners.
30
30
0
Loon- en prijsontwikkelingen
436
0
436
Indexering BB, Bewindvoering en PMB De tarieven en normen voor het Persoonlijk Minimabeleid en de Bijzondere Bijstand zijn geïndexeerd.
436
0
436
Totaal Mutaties Begroting 2027 Totaal Begroting 2027
5.314
21
5.293
161.513
2.636
158.877
Bedragen x € 1.000
31
2.3 Ontwikkelen naar werk De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt heeft de samenstelling van het bijstandsbestand veranderd. Inwoners met relatief goede baankansen hebben al dan niet met hulp werk gevonden, waardoor het bijstandsbestand met name bestaat uit inwoners die meer en langer ondersteuning nodig hebben. Snel plaatsen is er niet meer bij. Het gaat om kleine stapjes zetten en inzetten op parttime werk, beschut werk, dagbesteding en maatschappelijke participatie. Ontwikkelen naar Werk heeft hiervoor een nieuw re-integratie proces ingevoerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar (dienstverlenings)profielen. Inwoners die gemotiveerd zijn of kunnen worden om (parttime) aan de slag te gaan in loonvormend werk (al dan niet met LKS) worden aangemeld bij het centrale Werk Ontwikkel Punt. Het WOP brengt expertise op het gebied van arbeidsonderzoek, aanleren van werknemersvaardigheden, arbeidsgerichte vaktrainingen en het coachen op ontwikkeldoelen van willen en kunnen werken bij elkaar. In het WOP worden modulaire trainingen aangeboden. In de centrale werksetting draait het om het opdoen van werkervaring en werkbeleving. Verdere vakontwikkeling vindt plaats in Ontwikkelpaden in vijf kansrijke sectoren, die samen met bedrijven zijn ontwikkeld.
Voor inwoners die mogelijk op termijn betaald werk kunnen doen heeft ONW in elke gemeenten lokale initiatieven die aangesloten worden op het regionale aanbod. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Als ik werk heb, draagt dat bij aan mijn (financiële) zelfstandigheid en welbevinden. Als ik weet wat ik aankan, wat mijn talenten zijn en in wat voor soort banen ik die kan gebruiken, geeft mij dat zelfvertrouwen. Ik voel me verbonden met de organisatie waar ik werk en word gewaardeerd wat ik, naar mijn vermogen, toevoeg. Ik kan omgaan met veranderingen in mijn omgeving en in het werk, omdat ik dat geleerd heb. Ik weet waar ik terecht kan in het kader van mijn ontwikkeling of als ik hulp nodig heb. Dat geeft mij rust en een stevig toekomstperspectief. Als ik mijn talenten niet ken, niet (h)erken wat ik aankan en niet weet wat voor soort banen bij mij passen, word ik onzeker. Ik word dan afgewezen door bedrijven die mij geen baan aanbieden of waar ik niet mag blijven. Ik heb dan het gevoel dat ik geen bijdrage kan leveren. Ik verlies de regie, ook over mijn toekomst, als ik geen bestaanszekerheid heb. Het lukt me dan niet zelf werk te zoeken, te vinden of vast te houden en ik heb dan hulp nodig.
Het Werkcentrum Drechtsteden biedt op verschillende locaties door de gehele regio laagdrempelige ondersteuning aan inwoners om vertrouwen te versterken en capaciteiten te ontplooien. In nauwe samenwerking met UWV en lokale aanbieders, zijn we in staat om het juiste aanbod op de juiste plek te organiseren. Er is ruimte voor maatwerk oplossingen gericht op zelfredzaamheid, de opbouw van een sociaal netwerk, ontwikkeling en werk. De uitkeringssituatie van de inwoner is daarbij steeds minder van belang, omdat de samenwerking op lokaal en regionaal niveau leidt tot ontschot aanbod. Dit is onderdeel van de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur, de inrichting van één loket per arbeidsmarktregio: Het Werkcentrum. Het 'no-wrong-door' principe is hierbij het uitgangspunt. Deze hervorming leidt tot een wijziging van de Wet SUWI, beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027. Daarbij komt dat de wet Banenafspraak per 2027 wordt gewijzigd, waardoor steeds meer inwoners gebruik kunnen maken van het aanbod van de GR Sociaal. We bieden gerichte en preventieve ondersteuning aan doelgroepen die extra aandacht nodig hebben, om te voorkomen dat zij (langdurig) ondersteuning op bestaanszekerheid nodig hebben. We pakken deze inwoners op, op het moment dat hun situatie het meest kansrijk is.
Inburgeraars krijgen in de Drechtsteden hulp bij het vinden van passende participatie en kansen om aan het werk te gaan. Jongeren die dreigen tussen wal en schip te vallen, krijgen door de samenwerking met het Doorstroompunt en onderwijsinstellingen op tijd passende ondersteuning naar werk. De Wet van school naar duurzaam werk biedt hiervoor de basis. Met Participatiewet in Balans wordt gestreefd naar verbetering van de ondersteuning en stimulering van inwoners om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en de samenleving. De herziene Participatiewet geeft een breder perspectief op participatie, waarbij de directe focus niet
32
meer gericht is op betaald werk. In de Drechtsteden wordt maatschappelijke participatie ingevuld door een combinatie van lokaal en regionaal aanbod. De verhouding in verantwoordelijkheden tussen lokaal en regionaal worden verder uitgewerkt in het ontwerp voor een toekomstbestendige sociale infrastructuur. De gehele keten van maatschappelijke participatie tot aan uitstroom naar werk wordt hierin in kaart gebracht. De doelgroep van de Participatiewet breidt zich niet alleen uit, maar wordt ook complexer. Er zijn meer inwoners met een hulpvraag die verder reikt dan matchen naar werk. Persoonlijke en vakgerichte ontwikkeling wordt daardoor steeds belangrijker. In de toekomstige sociale infrastructuur heeft ontwikkeling een robuuste plek in het aanbod naar inwoners, en is ook dit onderdeel van de keten een samenspel tussen lokaal en regionaal aanbod. Regionaal is het Werk Ontwikkelpunt het centrum voor ontwikkeling met ontwikkelpaden die in samenwerking met werkgevers zijn ingericht. Het doel is om inwoners een passende plek te bieden; we werken gezamenlijk aan een divers lokaal en regionaal aanbod van participatieplekken, ontwikkelplekken, ontwikkeltrajecten, begeleidde werkplekken, en beschut werkplekken. De positie van beschut werk wordt door de landelijke verbeteragenda beschut werk verder versterkt.
Daarnaast zet de GR Sociaal in op het verder uitbreiden van het aanbod en vooral op het zoeken naar passende matches tussen inwoners met een indicatie beschut en beschutte werkplekken binnen en buiten Drechtwerk. Welke doelen streven we na? Nummer
Doelstelling
3.1
Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen
3.2
Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past
3.3
Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk
Opgave-indicatoren Indicator
Doel
Percentage klanten met een profiel
100%
Percentage nieuwe klanten die kunnen re-integreren (profiel 1, 2) zitten binnen 3 maanden op een traject Percentage bestaande klanten die kunnen re-integreren (profiel 1, 2) zitten op een traject
100%
Aantal uitkeringen uitstroom naar werk of onderwijs Percentage met parttime werk
75% 450 Groei
Aantal klanten geplaatst op nieuw beschut
240
Percentage klanten dat minimaal 6 maanden aan het werk blijft
90%
Door klanten een van een profielindeling te voorzien, kan het juiste passende aanbod aan de klant gekoppeld worden. Zo weten we welke klanten kunnen re-integreren en dus een traject kunnen volgen. Dit leidt op termijn tot uitstroom naar werk. Daarbij vinden we ook parttime werk een belangrijk resultaat. Parttime werken is voor veel inwoners de enige optie naast bijvoorbeeld een inburgeringstraject of mantelzorgtaken. Het parttime werk is alsnog een deelname aan de samenleving en draagt bij aan de lokale arbeidsmarkt, de economie en vermindert druk op de zorg. Vervolgens voorkomen we draaideurconstructies - waarbij inwoners steeds in en uit de uitkering komen - door werkgevers te stimuleren om langdurige contracten aan te bieden, goede matches te maken en nazorg te leveren.
33
Wat gaan we daarvoor doen?
Doelstelling 3.1
Wij helpen klanten zich te ontwikkelen naar werk door te doen
Speerpunt 3.1.1 Toelichting
Wij hebben al onze klanten in beeld Klanten moeten in beeld zijn om hen de juiste ondersteuning te bieden. Wij realiseren een uniforme operationalisatie en manier van registratie van klantgroepen in suite. Alle caseloads van consulenten zijn overeenkomstig ingedeeld. Het uitkeringsbestand wordt versneld in beeld gebracht. Dit doen we projectmatig én door hierover afspraken te maken met onze lokale partners.
Speerpunt 3.1.2 Toelichting
Alle klanten die kunnen re-integreren zitten binnen 3 maanden op traject Alle instrumenten staan in EVA-instrumentengids. Deze gids is actueel, volledig en geborgd in de organisatie. Consulenten gebruiken dit voor het samenstellen van een effectieve re-integratie aanpak. Bovendien realiseren wij in elke gemeente een gezamenlijke ontwikkelaanpak, waarbij wij afspraken hebben gemaakt met lokale partners over de samenwerking. Voor een specifieke groep -inwoners met mentale of lichamelijke beperkingen- wordt een zorg intensieve aanpak ingekocht bij een daartoe gespecialiseerde partij.
Doelstelling 3.2
Wij bieden klanten een (on)betaalde plaats die bij hen past
Speerpunt 3.2.1 Toelichting
Er worden 450 uitkeringen beëindigd door uitstroom naar werk of onderwijs. Wij realiseren voor inwoners die re-integreren een Werk Ontwikkelpunt, bestaande uit een werksetting, trainingen en verschillende ontwikkelpaden die samen met werkgevers worden ingericht. Dit regionale aanbod is geschikt voor tenminste 400 inwoners en resulteert in een uitstroom van 160 inwoners naar werk of onderwijs. Aanvullend organiseren we in samenwerking met gemeenten, lokale organisaties en werkgevers ontwikkelplekken die inwoners helpen om een stap richting uitstroom te zetten. Ook continueren we onze extra inzet op statushouders. Onderdelen hiervan zijn de impulsaanpak (oude wetters), een partneraanpak, het aanbieden van de Vroege Start met inburgering in het AZC. Hierdoor vinden 250 statushouders werk en stromen uit de uitkering. Tot slot werken we aan het versterken van het instrumentarium binnen de Participatiewet door deze op onderdelen ook in te zetten voor inwoners zonder indicatie arbeidsbeperkt.
Speerpunt 3.2.2 Toelichting
Het percentage parttime werkenden is hoger dan in het jaar ervoor Het aantal klanten met een parttime uitkering is -ten opzichte van andere regio's- relatief laag. Om het aantal inwoners met een parttime uitkering te vergroten wordt een aanpak ontwikkeld met aandacht voor marktbewerking, selectie van kansrijke groepen en deskundigheidsbevordering. Voor inburgeraars nieuwe wet wordt een duaal aanbod ontwikkeld, waarin het inburgeringstraject wordt gecombineerd met parttime werken.
Speerpunt 3.2.3 Toelichting
Wij bieden 240 inwoners een plek nieuw beschut. Mensen met een arbeidsbeperking hebben soms heel veel begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig. OnW biedt deze mensen een betaalde baan in een aangepaste omgeving: beschut werk. Met trajectbegeleiding zorgen we ervoor dat inwoners op een goed passende beschutte werkplek worden geplaats, binnen of buiten Drechtwerk. Hier wordt expertise ingezet op het gebied van o.a. dagbesteding, beschut, wabz, voortijdig schoolverlaten, vso/pro en afgewezen wajongers. Met de aanpak wordt 80% van de wettelijke taakstelling nieuw beschut gehaald.
34
Doelstelling 3.3
Wij houden klanten die betaald aan het werk zijn, aan het werk
Speerpunt 3.3.1 Toelichting
90% van de geplaatste klanten blijft na plaatsing minimaal 6 mnd. aan het werk. Wij doen onderzoek naar verklarende factoren voor uitval om daarmee onze begeleiding verder te kunnen verbeteren. Vooruitlopend hierop starten wij met experimenten lifecoaching en jobcoaching in eigen beheer. Op basis van een evaluatie beslissen we over duurzame borging in de afdeling. Ook ontzorgen we werkgevers door een gespecialiseerde begeleider voor statushouders aan te stellen. Daarnaast bieden we actief de 'Harrie helpt-training' aan, zodat werkgevers zelf ook kennis van begeleiding krijgen.
Speerpunt 3.3.2 Toelichting
Wij zijn een aantrekkelijke werkgever voor al onze medewerkers (regulier & doelgroep) Medewerkers krijgen bij ons de mogelijkheid om zichzelf te ontwikkelen zodat zij met plezier naar het werk blijven gaan. De gezondheid van medewerkers is essentieel voor het behoud van waardevol werk. Met name medewerkers uit de doelgroep SW en beschut werk, kunnen een kwetsbare gezondheid hebben. Om hen te ondersteunen voeren wij het Energieprogramma uit met de pijlers groei, plezier en gezondheid.
35
2.3.4 Maatregelen en ombuigingen Op dit moment niet van toepassing. Wat gaat het kosten? Participatie Naar aanleiding van de Uitgangspuntennotitie begroting 2027 zijn de lasten en baten Participatie geactualiseerd. Daarnaast is conform afspraak met de gemeenten de loonprijsindex naar beneden bijgesteld.
Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio en Werkcentrum Drechtsteden Werkcentrum Drechtsteden is het loket waar inwoners advies en hulp krijgen bij al je vragen over werk, werk vinden en houden, loopbaanontwikkeling en om- en bijscholing. Wij zijn er voor werknemers, werkzoekenden en werkgevers. Het Werkcentrum Drechtsteden is het verzamelpunt, waar partners onder één dak samenwerken. Dit zijn UWV, Sociale Dienst Drechtsteden, gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties (onder andere FNV en CNV), onderwijsinstellingen, SBB en private (opleidings)partijen. De lasten en baten van de Uitvoeringsagenda en het Werkcentrum Drechtsteden zijn toegevoegd aan Participatie. De financiering loopt via centrumgemeente Dordrecht. Daarnaast zijn de middelen ten aanzien van het Regionaal programma Van School Naar Duurzaam Werk (VSNDW) ZHZ inzake jongerenpunt toegevoegd.
Inburgering De lasten en baten Wet inburgering 2021 lopen niet via de begroting van de GR Sociaal. De financiële verantwoording wordt periodiek rechtstreeks aan de gemeenten toegestuurd. Drechtwerk De voorliggende begroting 2027 laat voor Drechtwerk t.o.v. van de vorig jaar afgegeven Begroting 2026 een structurele stijging van de lasten en de baten zien. De stijging van de lasten ten opzichte van de Begroting 2026 varieert per jaar, met in 2027 een stijging van € 2,1 mln. De baten stijging varieert eveneens per jaar. In 2027 stijgen de baten met € 2,1 mln. waarvan Wsw-subsidie € 1,1 mln., overige baten € 0,25 mln. en per saldo stijgt de (verlies) bijdrage van de gemeenten ieder jaar met circa € 0,7 mln. De lasten worden beïnvloed door een bijstelling van het resultaat van de Drechtwerk B.V., stijging van de loonkosten, indexatie van de kosten en stijging van de lasten die betrekking hebben op de salarissen van Wsw-medewerkers. Het resultaat van Drechtwerk B.V. wordt bijgesteld doordat de
36
verwachting is dat de resultaten van beide onderliggende B.V. minder goed zullen zijn dan eerder verwacht. De grootste aanpassing is echter het gevolg van de stijging van de loonkosten door CAObepaalde loonstijgingen. Deze aanpassing betreft zowel het ambtelijk personeel als Beschut Werk. De indexatie van de kosten is het gevolg van de indexatie van alle niet salaris gerelateerde kosten met 2,5% in 2027. Alhoewel de salarissen van medewerkers in de Wsw in 2027 nog stijgen door een verwacht indexatie van hun salaris, is de verwachting dat er in 2029 een verlaging van de loonsom gaat plaats vinden ten opzichte van de in de Begroting 2026 opgenomen loonsom. Dit komt voornamelijk doordat we een aangepaste indexatiesystematiek hebben toegepast. Alleen in 2027 zijn de salarissen aangepast. Daarna zijn ze gelijk gehouden volgens de systematiek van de Regeling Sociaal voor indexatie van de kosten. De aanpassing van de baten ten opzichte van de begroting 2026 komt door de indexatie van de bijdrage die wordt verwacht van het Rijk, extra detacheringsopbrengsten en door de verwachte extra bijdrage van LKS en WB. Door een verandering in de indexatie-systematiek, wordt de verwachte extra bijdrage van het Rijk als gevolg van indexatie vanaf 2028 gelijk gehouden met 2027. In de begroting 2026 werd een cumulatieve indexatie toegepast.
Hierdoor ontstaat een negatieve bijstelling van de inkomsten. Daar staat tegenover dat de opbrengsten van de detachering vanaf 2027 stijgen ten opzichte van de bij de begroting 2026 afgegeven verwachting. Ook stijgen de opbrengsten doordat er een bedrag is opgenomen als extra inkomsten als gevolg van de voorgenomen besluiten om de loonkostensubsidie (LKS) voor beschut werk te verhogen en het beschikbare bedrag voor werkbegeleiding (WB) te verhogen. Overzicht oorzaken stijging gemeentelijke (verlies)bijdrage ten opzichte van Begroting 2026 (x 1,000). 2027
2028
2029
4.723
4.941
5.180
2136 216 Stijging loonkosten 820 Indexatie kosten 400 Salarissen Wsw 700
1525 216 909 300 100
1080 218 780 300 -218
Aanpassing baten
-700 500 -700 -500
-259 1141 -900 -500
5.766
6.001
Gemeentelijke bijdrage begroting 2026 Aanpassing Lasten Resultaat Drechtwerk
-1416 -300 Extra opbrengsten detachering -616 LKS en WB -500 Indexatie baten SW
Gemeentelijke bijdrage begroting 2027
5.443
2030
6.001
*De lasten en de baten zijn voor 2030 gelijk gehouden met 2029.
37
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
0
0
0
0
0
0
Participatie
8.181
11.061
9.491
8.417
8.417
8.397
Inburgering
0
0
0
0
0
0
Drechtwerk
41.229
37.843
36.827
35.682
34.401
34.401
Totaal lasten
49.411
48.904
46.318
44.099
42.818
42.798
66
18
0
0
0
0
Participatie
8.672
11.458
9.830
8.756
8.756
8.736
Inburgering
0
0
0
0
0
0
Drechtwerk
50.710
37.843
36.827
35.682
34.401
34.401
Totaal baten
59.448
49.319
46.657
44.438
43.157
43.137
Saldo van lasten en baten
10.037
415
339
339
339
339
Ontwikkelen naar werk Lasten Statushouders
Baten Statushouders
Bedragen x € 1.000
De begroting 2027 is tot stand gekomen op basis van de Begroting 2026-jaarschijf 2027 inclusief wijziging en de Uitgangspuntennotitie 2027, te weten: Opgave / product
Begroting 2027
Uitgangspuntennotitie 2027
Begroting 2026 (jaarschijf 2027) incl. wijz.
Ontwikkelen naar werk
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Participatie
9.491
9.830
9.295
9.634
9.459
9.798
Drechtwerk
36.827
36.827
36.679
36.679
36.679
36.679
Totaal
46.318
46.657
45.974
46.313
46.138
46.477
De begrotingscijfers 2027 (de lasten, baten en bijdragen van gemeenten) zijn in de Uitgangspuntennotitie 2027 aangegeven. Deze cijfers zijn als volgt tot stand gekomen: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroting 2026 jaarschijf 2027 inclusief wijziging
46.138
16.742
29.397
-164
-1.115
951
Autonome groei
0
0
0
Solidariteit Participatie 2027 t/m 2030 Conform financieringsafspraken worden de lasten en baten Participatie verdeeld op basis van solidariteit (gemiddelde klantenaantallen 2023 t/m 2025).
0
0
0
Nieuw beleid
-557
-1.115
558
Overbrugging Forfaitaire LKS beschut werk Verhogen van de lasten en baten ivm overbrugging forfaitaire LKS. Het Rijk stelt per beschut werker € 3.000 beschikbaar (septembercirculaire 2025 IU Participatie) om de werking van de loonkostensubsidie te verbeteren (tot aan de wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden).
558
0
558
Mutaties Uitgangspuntennotitie 2027 Participatie
38
Werkcentrum Drechtsteden 2027 t/m 2030 -1.115 De begroting van het Werkcentrum Drechtsteden is vanaf 2026 gebaseerd op de structurele taken van het Werkcentrum. Hierdoor wordt de begroting behorende bij de Uitgangspuntennotitie 2027 t/m 2030 neerwaarts bijgesteld. Nieuwe (incidentele) initiatieven lopen vanaf 2026 via het Regionaal Beraad.
-1.115
0
Loon- en prijsontwikkelingen
393
0
393
Groei aantal klanten en loon- en prijsontwikkeling Conform de uitgangspuntennotitie zijn de lasten en baten Participatie gewijzigd in verband met de loon- en prijsontwikkeling Septembercirculaire 2025.
393
0
393
Totaal Mutaties Uitgangspuntennotitie 2027
-164
-1.115
951
Begroot t/m Uitgangspuntennotitie Bedragen x € 1.000
In deze begroting zijn de volgende aanpassingen gedaan op de cijfers uit de Uitgangspuntennotitie 2027: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroot t/m Uitgangspuntennotitie
45.974
15.627
30.348
Participatie
196
270
-74
Nieuw beleid
270
270
0
Expertisecentrum Social Return on Investment (SROI) Verhogen van de lasten en baten Uitvoeringsagenda Arbeidsmarktregio Drechtsteden in verband met de uitvoering van het expertisecentrum SROI. Jongerenpunt Verhogen van de lasten en baten Regionaal programma Van School Naar Duurzaam Werk (VSNDW) ZHZ 2027-2029 ten behoeve van het jongerenpunt Werkcentrum Drechtsteden.
250
250
0
20
20
0
Loon- en prijsontwikkelingen
-74
0
-74
Wijziging loonindex 2027-2030 Conform afspraak met de gemeenten is de loonindex voor het jaar 2027 naar beneden bijgesteld.
-74
0
-74
Drechtwerk
148
134
14
Loon- en prijsontwikkelingen
148
134
14
Drechtwerk mutaties 2027-2030 De voorliggende begroting 2027 laat voor Drechtwerk t.o.v. van de vorig jaar afgegeven Begroting 2026 een structurele stijging van de lasten en de baten zien. De stijging van de lasten ten opzichte van de Begroting 2026 varieert per jaar, met in 2027 een stijging van € 2,1 mln. De baten stijging varieert eveneens per jaar. In 2027 stijgen de baten met € 2,1 mln. waarvan Wsw-subsidie € 1,1 mln., overige baten € 0,25 mln. en per saldo stijgt de (verlies) bijdrage van de gemeenten ieder jaar met circa € 0,7 mln.
148
134
14
Totaal Mutaties Begroting 2027
344
404
-60
46.318
16.030
30.287
Mutaties Begroting 2027
Totaal Begroting 2027 Bedragen x € 1.000
39
2.4 Zorgen voor ondersteuning De opgave Zorgen voor Ondersteuning richt zich op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van de inwoners in de Drechtsteden. We bieden ondersteuning vanuit het uitgangspunt "zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig". Waar mogelijk wordt gekeken naar mogelijkheden van eigen regie, het netwerk of voorliggende vormen van ondersteuning. Dit doen we samen met veel partners in het veld, zoals de lokale Wijkteams, zorgaanbieders, corporaties en de andere opgaven binnen het sociaal domein. Naast de gezondheidsvoordelen die dit biedt voor inwoners helpt het bovendien om de schaarse ondersteuning beschikbaar te houden voor de inwoners die het echt nodig hebben om een zelfstandig en volwaardig bestaan te leiden. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Als ik op de juiste onderdelen van mijn leven passende ondersteuning heb vanuit mijn sociale netwerk, mantelzorg en of professionals, dan woon ik zo lang mogelijk zelfstandig en doe ik mee naar vermogen. Dan heb ik regie over mijn leven en kan ik omgaan met mijn fysieke, psychische, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Ik voel me dan een volwaardig inwoner van de Drechtsteden. Als ik geen passende ondersteuning heb dan heeft dat negatieve gevolgen voor mijn dagelijks functioneren, mentaal welbevinden, meedoen in de maatschappij en kwaliteit van leven.
Dit betekent dat ik me eenzaam kan voelen, dat mijn mantelzorger overbelast kan raken of dat er gevaar kan ontstaan voor mijzelf of mijn omgeving.
Vanuit deze publieke waarde bieden we ondersteuning die bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare inwoners. Vanuit bovenstaande gedachte wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van inwoners waar dit mogelijk is. De geboden ondersteuning is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Belangrijke pijlers onder de ondersteuning worden gevormd door 'normaliseren' en 'eigen regie'. Dit komt tot uiting in de beweging van de "Wmo naar de voorkant". Dat wil zeggen de aansluiting met de lokale wijkteams en initiatieven voor lichte vormen van begeleiding en dagbesteding. Daarnaast wordt de samenwerking met participatieplekken en Drechtwerk verder onderzocht voor de groep inwoners die gebruik maakt van arbeidsmatige en ontwikkelgerichte dagbesteding. Voor de groep ouderen die beperkingen ervaart bij de zelfredzaamheid in het dagelijks leven wordt ingezet op herstelgerichte ondersteuning, waardoor de zelfredzaamheid (gedeeltelijk) hersteld wordt en een beroep op ondersteuning kan worden uitgesteld. Dit doen we in de maatschappelijke context van schaarste en de landelijke en wettelijke ontwikkelingen voor de Wmo. We zien een schaarste aan middelen en mensen op de hele arbeidsmarkt en in de zorg in het bijzonder.
Door te zoeken naar andere en lichtere vormen van ondersteuning helpen we inwoners bij hun zelfstandigheid en participatie en voegen we publieke waarde toe aan de samenleving. Daarnaast hebben we te maken met landelijke ontwikkelingen zoals de invoering van de nieuwe (inkomensafhankelijke) eigen bijdrage systematiek vanaf 2027. Deze ontwikkeling moet bijdragen aan het verminderen van het beroep op maatwerkondersteuning. Of dit in grote mate zal gebeuren, hangt af van het definitieve wetsvoorstel. Dat is op dit moment nog niet bekend. Vanuit al deze ontwikkelingen, landelijk en regionaal, werken we daarom vanuit deze opgave aan de volgende 3 doelstellingen: Welke doelen streven we na? Nummer
Doelstelling
4.1
Regie op effecten van maatwerkondersteuning: Alle maatwerkvoorzieningen worden doelgericht geïndiceerd en periodiek geëvalueerd.
4.2
Ondersteuning gericht op meedoen en ontwikkeling: Bij alle cliënten die een beroep doen op individuele begeleiding en/of dagbesteding wordt ontwikkelpotentieel expliciet beoordeeld en vastgelegd. Zo lang mogelijk zelfstandig wonen: Bij alle indicaties wordt eigen kracht en netwerk onderzocht en waar mogelijk betrokken.
4.3
40
Opgave-indicatoren Indicator Gemiddelde kosten per inwoner voor IB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers Gemiddelde kosten per inwoner voor DB, gecorrigeerd voor indexatiecijfers Score klantbeleving HO
Doel 5% onder de referentielijn 2018 Blijven 3% onder de referentielijn 2023 ≥ 7,0
Score kwaliteitsmeting HO
≥ 7,5
% inwoners met IB dat afschaalt naar lagere maatwerkvoorziening of andere (algemene) voorziening. % meldingen IB/DB dat wordt opgelost via een andere oplossing dan een maatwerkvoorziening. % klanten met een ondersteuningsduur langer dan vier jaar
≥ 15%
Het aantal 65'plussers met een Wmo-maatwerkvoorziening ten opzichte van het totale aantal 65'plussers in de Drechtsteden
≤ 24%
≥ 5% ≤ 25%
Binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning richten wij ons komend jaar op het versterken van zelfredzaamheid en participatie, in lijn met de wettelijke opdracht uit de Wmo 2015. Uitgangspunt is dat ondersteuning bijdraagt aan meedoen naar vermogen en daarmee aan gezondheid en welbevinden. Tegelijkertijd staan wij voor de opgaven van arbeidsmarktkrapte en financiële beheersbaarheid. De gekozen indicatoren geven inzicht in zowel de maatschappelijke effecten als in de financiële sturing op maatwerkvoorzieningen. Vanuit de ambitie om af te schalen waar mogelijk en zelfstandigheid te vergroten, monitoren wij de gemiddelde kosten per inwoner voor dagbesteding en individuele begeleiding. Deze indicatoren geven inzicht in de ingezette productmix. Voor individuele begeleiding sturen wij op het principe ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’. Voor dagbesteding biedt de gemiddelde kostenontwikkeling een indicatie van het aantal ingezette dagdelen per cliënt en daarmee van de intensiteit van ondersteuning. Voor huishoudelijke ondersteuning volgen wij zowel de klantbeleving als de objectieve kwaliteit. De afgelopen jaren laat de klantbeleving een lichte daling zien, mogelijk samenhangend met scherpere indicatiestelling en een gerichtere ureninzet.
Daarom wordt aanvullend gestuurd op objectieve kwaliteitsindicatoren, zodat geborgd blijft dat de ondersteuning voldoet aan de wettelijke norm. In samenhang geven deze indicatoren een evenwichtig beeld van de prestaties binnen dit domein. Breder binnen de maatwerkvoorzieningen monitoren wij naast de gemiddelde kosten per cliënt ook de mate van afschaling, het aandeel meldingen dat wordt opgelost zonder (extra) maatwerkvoorziening en het aantal cliënten dat langer dan vier jaar individuele begeleiding ontvangt. Deze indicatoren veronderstellen ontwikkelpotentieel bij cliënt of netwerk. In situaties waarin dit perspectief ontbreekt, blijft langdurige en intensieve ondersteuning noodzakelijk. Waar passend wordt op langere termijn bezien of overgang naar de Wet langdurige zorg meer aangewezen is. De sturing richt zich daarmee zowel op bevordering van zelfstandigheid als op het tijdige doorgeleiden naar een alternatief, structureel passend wettelijk kader. Tot slot monitoren wij het aandeel 65-plussers met een Wmo-maatwerkvoorziening (huishoudelijke ondersteuning, scootmobiel, traplift) ten opzichte van het totaal aantal 65-plussers. Deze indicator is mede beïnvloedbaar via inzet op reablement en gezondheidsbevordering, gericht op het langer vitaal houden van ouderen.
Door het beëindigen van het Reablement-programma Powerful Ageing in het voorgaande jaar is het realiseren van de beoogde ontwikkeling op deze indicator op korte termijn minder waarschijnlijk. Met de heroriëntatie op reablement verwachten wij in het komende jaar opnieuw gerichte stappen te zetten.
41
Wat gaan we daarvoor doen? Doelstelling 4.1
Regie op effecten van maatwerkondersteuning: Alle maatwerkvoorzieningen worden doelgericht geïndiceerd en periodiek geëvalueerd.
Speerpunt 4.1.1 Toelichting
Inzicht en grip op effecten Wij sturen actief op resultaten en klantbeleving door structurele monitoring en evaluatie van ingezette maatwerkondersteuning. Ondersteuning wordt passend beschikt en periodiek geëvalueerd met inwoner en zorgverlener, met focus op bevordering van zelfstandigheid en participatie.
Speerpunt 4.1.2 Toelichting
Scherpe contractering en contractmanagement Wij borgen kwaliteit, betaalbaarheid en continuïteit via scherpe contractering en professioneel contractmanagement. Contracten bieden ruimte voor innovatie en worden actief gemonitord op prestaties en naleving.
Doelstelling 4.2
Ondersteuning gericht op meedoen en ontwikkeling: Bij alle cliënten die een beroep doen op individuele begeleiding en/of dagbesteding wordt ontwikkelpotentieel expliciet beoordeeld en vastgelegd.
Speerpunt 4.2.1 Toelichting
Aansluiten bij ontwikkelpotentieel Ondersteuning wordt afgestemd op het ontwikkelpotentieel van de inwoner. Wij werken vanuit het principe 'zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig' en zorgen voor versterking van eigen regie en zelfredzaamheid.
Speerpunt 4.2.2 Toelichting
Integrale samenwerking Wij werken integraal samen met maatschappelijke partners en maken heldere afspraken over rollen, expertise en samenhang in dienstverlening. Bijzondere aandacht gaat uit naar ketensamenwerking (zoals casemanager dementie) en de overgang 18-/18+.
Doelstelling 4.3
Zo lang mogelijk zelfstandig wonen: Bij alle indicaties wordt eigen kracht en netwerk onderzocht en waar mogelijk betrokken.
Speerpunt 4.3.2 Toelichting
Preventie en innovatie zelfstandig wonen Samen met gemeenten en aanbieders stimuleren wij preventie en innovatie om de houdbaarheid van de Wmo te versterken, mede in het licht van schaarste aan middelen en personeel.
Speerpunt 4.3.1 Toelichting
Versterken eigen kracht en woonvaardigheden Wij versterken eigen kracht, vaardigheden en een passende woonomgeving. Reablement en de benadering vanuit positieve gezondheid zijn leidend in de ondersteuning.
Toelichting De speerpunten zijn inhoudelijk niet gewijzigd, maar zijn korter geformuleerd om meer scherpte in de speerpunten te brengen. Daarnaast zijn drie speerpunten geschrapt om meer focus aan te brengen in de doelmatige uitvoering van de Wmo. In de eerste plaats is het speerpunt voor verdere professionalisering geschrapt (voormalig 4.1.1), omdat dit vooral een interne sturingsdoelstelling is die geen plaats in de bestuurlijke verantwoording heeft. Daarnaast is het speerpunt met betrekking tot de koppeling tussen Zorgen voor ondersteuning en Bestaanszekerheid versterken (voormalig 4.2.3). Hoewel we inzetten op integraal werken binnen het sociaal domein is dat geen speerpunt waar onze hoofdfocus op ligt in 2027. Als derde is het speerpunt van aansluiting op alle initiatieven met betrekking tot wonen en huisvesting (voormalig 4.3.2) geschrapt, omdat deze aansluiting onderdeel is van het reguliere werk, maar geen speciale aandacht behoeft. Door het aantal speerpunten te reduceren verwachten we meer focus te kunnen aanbrengen op het realiseren van de doelstellingen en indicatoren zoals hierboven beschreven.
42
2.4.4 Maatregelen en ombuigingen Vastgestelde maatregelen en ombuigingen Opgave Zorgen voor ondersteuning Herstelgerichte ondersteuning Inzet Wmo naar de voorkant Was- en strijkservice Maatregelen UPN 2027 Aanpassing maatregel Herstelgerichte ondersteuning TOTAAL
2027
2028
2029
2030
€ 557 € 163 € 1.000
€ 557 €.163 € 1.000
€ 553 € 162 € 1.000
€ 553 € 162 € 1.000
- € 557
- € 557
- € 553
- € 553
€ 1.163
€ 1.163
€ 1.162
€ 1.162
(Bedragen x € 1.000) De vastgestelde maatregelen en ombuigingen 1.
Herstelgerichte Ondersteuning Het programma Herstelgerichte Ondersteuning (Powerful Ageing) is in 2025 gestopt in de Drechtsteden. Er worden nieuwe alternatieven onderzocht voor de inrichting van Reablement en die zullen in 2026 in besluitvorming worden voorgelegd. Mocht dit tot een positief besluit leiden, zal dit in de voorjaarsbrief 2027 worden verwerkt als actualisatie op de begroting. In de primaire begroting 2027–2030 was de maatregel Herstelgerichte Ondersteuning nog verwerkt. In de UPN 2027 is dit herzien en is de maatregel uit de begroting verwijderd.
2.
Inzet van de Wmo naar de voorkant De beweging Wmo naar de voorkant bij lichtere vormen van Begeleiding Deze biedt met name kansen bij de lichtere vormen van individuele begeleiding en dagbesteding. Wij verwachten hierdoor een jaarlijkse daling van 1% in de groei van het aantal cliënten dat een beroep doet op deze lichtere vormen van ondersteuning.
3.
Huishoudelijke ondersteuning Binnen de huishoudelijke ondersteuning wordt de was- en strijkvoorziening aangepast, wat leidt tot een bezuiniging van € 1 miljoen. Gemiddelde besparing van 1097 klanten maal (gemiddelde) prijs € 912.
43
Wat gaat het kosten?
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Hulpmiddelen
5.758
6.175
6.315
6.316
6.317
6.318
Vervoer
12.054
13.309
14.193
14.968
15.804
15.808
Huishoudelijke ondersteuning
34.063
35.816
36.582
36.990
37.368
37.753
Begeleiding en kortdurend verblijf
39.705
42.792
44.366
45.109
45.876
46.549
Totaal lasten
91.579
98.092
101.456
103.383
105.365
106.428
Hulpmiddelen
5.758
6.175
6.315
6.316
6.317
6.318
Vervoer
12.054
13.309
14.193
14.968
15.804
15.808
Huishoudelijke ondersteuning
34.063
35.816
36.582
36.990
37.368
37.753
Begeleiding en kortdurend verblijf
39.705
42.792
44.366
45.109
45.876
46.549
Totaal baten
91.579
98.092
101.456
103.383
105.365
106.428
0
0
0
0
0
0
Zorgen voor ondersteuning Lasten
Baten
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
De begroting 2027 is tot stand gekomen op basis van de Begroting 2026-jaarschijf 2027 en de Uitgangspuntennotitie 2027, te weten: Opgave / product
Begroting 2027
Uitgangspuntennotitie 2027
Begroting 2026 (jaarschijf 2027) incl. wijz.
Zorgen voor ondersteuning
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Hulpmiddelen
6.315
6.315
6.315
6.315
5.588
5.588
Vervoer
14.193
14.193
14.193
14.193
13.710
13.710
Huishoudelijke ondersteuning
36.582
36.582
36.582
36.582
36.077
36.077
Begeleiding en kortdurend verblijf
44.366
44.366
44.366
44.366
39.087
39.087
Totaal
101.456
101.456
101.456
101.456
94.462
94.462
De begrotingscijfers 2027 (de lasten, baten en bijdragen van gemeenten) zijn in de Uitgangspuntennotitie 2027 aangegeven. Deze cijfers zijn als volgt tot stand gekomen: Omschrijving
Lasten
Baten van derden
Bijdragen gemeenten
Begroting 2026 jaarschijf 2027 inclusief wijziging
94.462
6.276
88.186
Begeleiding en kortdurend verblijf
5.279
0
5.279
Autonome groei
4.276
0
4.276
43
0
43
Mutaties Uitgangspuntennotitie 2027
Dagbesteding Bij het opstellen van de begroting Begeleiding (individuele begeleiding en dagbesteding) is gekeken naar de ontwikkeling van de verwachte aantallen per gemeente.
44
Dagbesteding vervoer Voor het vervoer dagbesteding volgen wij de begroting van Stroomlijn.
-95
0
-95
Individuele begeleiding Bij het opstellen van de begroting Begeleiding (individuele begeleiding en dagbesteding) is gekeken naar de ontwikkeling van de verwachte aantallen per gemeente.
4.328
0
4.328
Loon- en prijsontwikkelingen
1.003
0
1.003
Dagbesteding De tarieven voor 2026 zijn geïndexeerd met 4,9%. De tarieven 2027 zijn geïndexeerd conform CPB-prijs bruto binnenlands product 2,5%. Vanaf 2028 en verder zijn de tarieven constant gebleven. Individuele begeleiding De tarieven voor 2026 zijn geïndexeerd met 4,9%. De tarieven 2027 zijn geïndexeerd conform CPB-prijs bruto binnenlands product 2,5%. Vanaf 2028 en verder zijn de tarieven constant gebleven.
214
0
214
789
0
789
Huishoudelijke ondersteuning