CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. GR Sociaal Jaarstukken 2024.pdf

Gemeenteraad GHG 26 juni 2025, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Verzamelvoorstel verbonden partijen: jaarrekeningen 2024 en begrotingen 2026 incl. zienswijzen - Raadsvoorstel35.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In de navolgende tabel zijn de risico's opgenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. In de tweede kolom is de kans waarop een risico zich kan voordoen weergegeven. Indien de kans groot is, dan is de kans dat een risico zich voordoet 75%, 50% bij een gemiddelde kans en 25% bij een kleine kans. De impact is Kans x Omvang.

43

Omschrijving Huisvesting

Kans

Totale omvang

Impact Toelichting

Matig (25%)

300.000

75.000 Door de vertragingen in de realisatie van het Dordthuis is de huur van pand 'De Hellingen' verlengd tot en met 2026. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om (goed opgeleid en ervaren) personeel te werven. Ook bij de SDD staan vacatures lang open. De schaarste op de arbeidsmarkt zal op korte termijnniet direct een knelpunt zijn bij de kwaliteit van dienstverlening aan de klanten van de SDD. Op langere termijn kan dat echter wel het geval zijn. De SDD doet allerlei inspanningen om goed personeel te werven en te behouden. Het in eigendom zijnde pand van Drechtwerk aan de Kamerlingh Onnesweg 1: onvoorziene benodigde maatregelen om te voldoen aan wet- en regelgeving kunnen impact hebben op het exploitatieresultaat. 566.000 Uitstaande geldlening aan Assembly Partner B.V. op 1 januari 2024 groot € 1.132.000. Bij faillissement is het risico tot het niet volledig innen van de uitstaande lening reëel, afgegeven borgstelling zal dit risico beperken.

Rijkssubsidie SW (vanaf 1-1-2008 gemeentelijke subsidie SW):de subsidie SW is de belangrijkste inkomstenbron van het onderdeel Drechtwerk. Wijziging in de bekostigingssystematiek kan gevolgen hebben voor de omvang van de subsidie SW, d.w.z. dat het ministerie de hoogte van de subsidie per SE bepaalt. Elke euro verandering in de subsidie veroorzaakt een gelijke mutatie in het tekort zowel positief als negatief. (in deze begroting zijn de meest recente budgetten verwerkt, meicirculaire 2024). 91.500 Bij het opstellen van de meerjarenbegroting wordt gewerkt met bekende (verwachte & exacte) ontwikkelingen op gebieden als aanpassingen van WML, loonprijsontwikkelingen, bekende Cao afspraken waar van toepassing.

Arbeidsontwikkeling

p.m.

DW Kamerlingh Onnesweg 1

p.m.

Uitstaande geldlening aan Assembly Partner B.V.

Gemiddeld 1.132.000 (50%)

Gevolgen wijziging omvang Swsubsidie van het Rijk

p.m.

Geen compensatie van het Rijk inzake hogere loonkosten

Matig (25%)

366.000

44

Gevolgen afwijking van blijfkans berekening Wsw

Vaststaande gegevens over landelijke ontwikkelingen, gepubliceerd in de meest recente mei- en septembercirculaires van het Rijk zijn hierin verwerkt. Elke wijziging of aanpassing heeft dus direct effect op de hier gepresenteerde (meerjaren-) begroting. Een afwijking van 1% op de lonen voor SW heeft een effect van € 294.000 en op overig personeel een effect van € 72.000. Bij de invoering van de Participatiewet is de door het Rijk begrote bezuiniging op de rijksbijdrage als uitgangspunt genomen. Voor de verdeling van de subsidiegelden wordt rekening gehouden met een zogenaamde blijf kansberekening. De werkelijke uitstroom van Drechtwerk versus de uitstroom vanuit het actuarieel model waar vanuit het Rijk werkt, kan (grote) afwijkingen hebben hetgeen kan leiden tot (aanzienlijke) tekorten op de subsidie inkomsten ten opzichte van de salarisbetalingen zoals inmiddels gepresenteerd.

p.m.

Totaal

732.500

Afgewikkelde risico's In de volgende tabel zijn de afgewikkelde risico's vermeld. Omschrijving

Kans

Totale omvang

Impact Toelichting

Uitstel invoering Wmo voorziening herstelgerichte ondersteuning

Groot (75%)

115.000

Ontwikkeling uitgaven minimabeleid

Groot (75%)

200.000

Vangnetregeling

Matig (25%)

500.000

86.250 De gemeente Dordrecht neemt het laatste kwartaal 2024 een besluit over de invoering van de Wmo voorziening herstelgerichte dienstverlening. Door deze vertraging wordt de beoogde besparing niet (volledig) gerealiseerd. --> Risico heeft zich voorgedaan en is verwerkt in de prognose van de Najaarsbrief 2024. 150.000 In de najaarsbrief is de prognose voor de gemeentelijke bijdrage aangepast met een verhoging van € 0,5 miljoen. Er bestaat een risico dat de kosten voor het minimabeleid verder toenemen door de proactieve dienstverlening. Dit risico wordt geschat op € 0,2 miljoen 125.000 Op basis van de realisatie 2023 is voor het jaar 2023 een verzoek gedaan tot een uitkering in het kader van de Vangnetregeling van € 0,5 miljoen. Deze is in de prognose 2024 meegenomen. Of het zal leiden tot een werkelijke uitkering en hoe hoog deze zal zijn, zal op zijn vroegst in het vierde kwartaal van 2024

45

Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning

Groot (75%)

500.000

cao verhoging Huishoudelijke ondersteuning per 1 oktober 2023

Zeer groot (90%)

400.000

Bedrijfsvoering

Gemiddeld (50%)

200.000

Bandbreedte in begroting voor onzekerheid

Matig (25%) 8.200.000

bekend worden. Deze kans heeft zich voor gedaan. 375.000 De prognose is dat eind 2024 het aantal bijstandsgerechtigden maximaal 6.160 zal zijn. Dit is conform de procentuele ontwikkeling van de macro aantallen en een eigen ambitie i.r.t onze eindstand 2023. Blijkt dat door een tegenvallende (plaatselijke) conjunctuur op het eind van het jaar er 140 bijstandsgerechtigden meer te zijn is er een risico van € 500.000. Het risico heeft zich voor gedaan. 360.000 Op 22 juni hebben de werkgeversorganisaties en vakbonden een akkoord bereikt over het openbreken van de CAO 2023 om prijsstijgingen door de inflatie op te vangen. Overeenstemming is bereikt om per 1 oktober 2023 de lonen met 5% te verhogen. Daarnaast vindt per 1 maart 2024 en per 1 oktober 2024 een loonsverhoging plaats van 2,5%. Het onderhandelaarsakkoord moet nog worden voorgelegd aan de leden van de vakbonden en werkgeversorganisaties.-> Risico afgevoerd. Nieuwe CAO huishoudelijke hulpen is verwerkt in de Voorjaarsbrief 2024 100.000 De bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en informatiebeveiliging, maar ook de steeds meer opkomende landelijke standaardisering. Daarnaast moet de informatisering aan steeds grotere eisen voldoen. We zien dat we als overheid minder snel van deze ontwikkelingen gebruik maken.

De mogelijkheden die door de markt worden aangeboden en dat wat door onze inwoners wordt gebruikt, wijkt in toenemende mate van elkaar af. Systemen en hun onderlinge relatie/uitwisseling worden complexer en dat vraagt om heroverweging. Ook de sterke afhankelijkheid van de ITsystemen en daarmee onze kwetsbaarheid blijft een risico. De grote(re) incidenten die we hebben afgelopen jaar hebben ervaren onderstrepen dit. 2.050.000 De begroting en meerjarenraming van de sociale dienst kent een bandbreedte, gezien de grote onzekerheden. De onderkant van de bandbreedte is in de begroting toegepast voor de budgetten en gemeentelijke bijdragen. Er is daarmee een risico dat budgetten en

46

gemeentelijke bijdragen hoger worden. Ten opzichte van de bovenkant van de bandbreedte is het maximale risico € 8,2 miljoen. Hiervan is 25% in de risicoparagraaf opgenomen. Totaal

3.246.250

Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Het betreft schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Aangezien de GR Sociaal geen grondexploitatie heeft en geen gemeentelijke belastingen heft, zijn deze kengetallen niet opgenomen. Naast de door de BBV voorgeschreven kengetallen, is tevens de weerstandsratio toegevoegd. Realisatie 2023

Begr. 2024 (*) Realisatie 2024

Netto schuldquote

6%

5%

5%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

6%

6%

5%

Solvabiliteitsratio

1%

0%

3%

Structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

nvt

0

Ratio weerstandsvermogen 0 (*) Begroting 2024 is op basis van de primaire begroting 2024.

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de GR Sociaal ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. De GR Sociaal heeft een netto schuldquote van 5%. Dit geeft aan dat de GR Sociaal in staat is om met haar eigen middelen aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. Met correctie voor leningen bedraagt de netto schuldquote van de GR Sociaal 5%. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de GR Sociaal in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsrisico wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio zich tussen de 30% en 80%. De GR Sociaal heeft een ratio van 3% wat zou aangeven dat het bezit van de GR Sociaal relatief zwaar belast is met schuld.

Kijkende naar de wijze waarop de GR Sociaal is gefinancierd, is een lage solvabiliteitsratio conform de verwachtingen. Immers, conform het beleidskader risicomanagement en weerstandsvermogen mag de GR Sociaal een beperkte structurele weerstandscapaciteit in de vorm van reserves aanhouden. Hierdoor heeft de GR Sociaal een beperkt eigen vermogen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Er is geen VNG norm voor het niveau van dit kengetal. Ratio weerstandsvermogen De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR Sociaal. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, post onvoorzien en de stille reserves. De GR Sociaal heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves. Dit is €0. Het totaal van de risico's

47

bedraagt afgerond € 3,2 miljoen. Dit geeft een onvoldoende. Het weerstandsvermogen voor de risico's bij de GR Sociaal wordt echter georganiseerd bij de deelnemende gemeenten. In de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van de GR Sociaal is vastgelegd dat de weerstandscapaciteit van de GR Sociaal een incidenteel karakter heeft en op zeer beperkte basis structurele capaciteit (in de vorm van reserves) wordt georganiseerd. In bijzondere situaties blijft de mogelijkheid van reservevorming bestaan, maar dan niet als onderdeel van het organiseren van weerstandsvermogen. Gevolg hiervan is dat gemeenten direct aangesproken worden indien financiële tegenvallers van enig omvang zich voordoen. 3.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Inleiding De GR Sociaal heeft een aantal kapitaalgoederen. Onder kapitaalgoederen wordt verstaan: de in eigendom verkregen terreinen, gebouwen en installaties en onderhoud e.d. voor gehuurde/gepachte objecten. Hieronder vallen de volgende locaties: • het onderkomen Bakestein in Zwijndrecht (huur) • het onderkomen de Lockhorst in Sliedrecht • het pand aan de Snelliusstraat (Kamerlingh Onnesweg) in Dordrecht • het gehuurde pand aan de Hellingen in Dordrecht. Erfpacht en onderhoud De hoofdlocatie van Drechtwerk, aan de Snelliusstraat, is gebouwd op in erfpacht uitgegeven gronden. De erfpachtovereenkomst loopt in 2039 af.

Alle locaties zijn in goede conditie en worden regelmatig geïnspecteerd door externe organisaties (brand- en bedrijfsschadeverzekeraar) en/of door ingehuurde installatiebedrijven. Voor de panden zijn meerjarig beheer- en onderhoudsplannen opgesteld. De looptijd van het beheerplan van het pand aan de Snelliusstraat is afgestemd op de einddatum van het erfpachtcontract. Voor het groot onderhoud aan dit pand is een meerjaren onderhoudsvoorziening gevormd. De meerjaren onderhoudsbegroting wordt jaarlijks geactualiseerd. Er vindt een jaarlijkse dotatie plaats aan deze voorziening plaats ten laste van de exploitatie van het lopend jaar. Toekomstige ontwikkelingen De GR Sociaal heeft op basis van de Samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Dordrecht de intentie (deels) mee te verhuizen naar het Dordthuis. Daarnaast wordt onderzocht wat de optimale indeling is voor de toekomstige huisvesting van de organisatie en welke locaties hiervoor geschikt zijn. De verwachting is dat in 2026 de verhuizing zal zijn voor de organisatie naar de nieuwe locaties. Beleidskader Het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal een Nota Activabeleid 2023 vastgesteld. Deze nota geeft weer hoe binnen de GR Sociaal wordt om gegaan met investeringen, die meerjarig worden gebruikt. Aan de Nota Activabeleid 2023 liggen het meest recente BBV en de notitie Materiële Vaste Activa van de commissie BBV ten grondslag.

3.3 FINANCIERING Algemeen Het afgelopen jaar is de rente voor looptijden korter dan een jaar gedaald. Dit komt doordat de inflatie gedaald is en de ECB daarop de beleidsrente in stappen heeft verlaagd. De verwachting is dat de beleidsrente in 2025 verder zal worden verlaagd en de eerste verlaging is begin februari al doorgevoerd. De rente die we op schatkisttegoeden ontvangen beweegt mee met de beleidsrente waarbij de schatkistrente altijd circa 10 basispunten lager ligt dan de beleidsrente. De rente op gemeenteleningen langer dan een jaar is iets gedaald. Wat opvallend is, is dat de onderliggende marktrente (IRS) scherper is gedaald dan de tarieven voor gemeenteleningen. De gemeente betaalt dus meer opslag als zij een nieuwe lening aantrekt. De opslag varieert van 20 basispunten voor een lening van 5 jaar tot 70 basispunten voor een lening van 30 jaar zonder tussentijdse aflossing.

48

In een jaar tijd zijn de opslagen met circa 10 tot 20 basispunten toegenomen afhankelijk van de looptijd. Een verklaring voor deze hogere opslagen kan zijn dat overheidsschulden in Europa en wereldwijd toenemen waardoor er veel vraag is naar financiering. Dat geeft een opwaartse druk op de prijs. In deze paragraaf is de grafiek opgenomen waarin het verloop van zowel de korte als de lange rente gedurende 2024 is weergegeven. Daarin komt naar voren dat de korte rente een stuk is gedaald en naar de lange rente toe is bewogen.

Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen er opslagen gelden bovenop het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedraagt dit op het moment van schrijven circa 60 basispunten. Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteert GR Sociaal een percentage van 1,5%.

49

Renteschema 2024 Tabel 1 Renteschema 2024

Interne ontwikkelingen Financiering De langlopende schuld van GR sociaal per 31 december 2024 bedraagt € 19,2 miljoen. Het gemiddelde rentepercentage van deze leningenportefeuille per ultimo 2023 is 1,75%. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop een gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren. De limiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,2%). Voor het jaar 2024 bedroeg de kasgeldlimiet € 26,5 miljoen. In onderstaande tabel is de benutting van de kasgeldlimiet over 2024 weergegeven. Tabel 2 Verloop kasgeldlimiet 2024 Bedragen x € 1.000,1ste kwartaal

2de kwartaal

3de kwartaal

4de kwartaal

Gemiddeld netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-) Kasgeldlimiet

€ 10.603€ 26.527

€ 12.750€ 26.527

€ 879 € 26.527

€ 8.680€ 26.527

Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet

€ 37.130

€ 39.277

€ 25.648

-

€ 35.207

50

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de GR Sociaal binnen de kasgeldlimiet heeft geopereerd. In 2024 waren geen kasgeldleningen nodig. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op grond van het eerder in deze paragraaf vermelde begrotingstotaal bedroeg de renterisiconorm van de GR Sociaal over 2024 € 64,7 miljoen. De toetsing aan renterisiconorm luidt daarmee als volgt. Tabel 3 Toetsing renterisiconorm 2024 Bedragen x € 1.000,Bedrag renteherzieningen Bedrag aflossingen Totaal renterisico Renterisiconorn (€ 323,5 miljoen x 20%) Ruimte onder de norm

€ € € € €

1.043 1.043 64.698 63.655

Uit deze berekening komt naar voren dat GR Sociaal met haar langlopende financieringsportefeuille in 2024 binnen de renterisiconorm heeft geopereerd. Kredietrisico’s De GR Sociaal loopt een zeer laag kredietrisico op uitzettingen. Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. Per eind 2024 beschikte de GR Sociaal over de volgende uitzettingen: Tabel 4 Overzicht uitzettingen Bedragen x € 1.000

Omschrijving Leningen Stroomlijn BV Lening Baanbrekend Detacheren BV Confed (vh AssemblyPartner BV) Totaal

Per 1 januari 2024 € € € €

Per 31 december 2024

500 300 1.132 800

€ € € €

500 1.132 500

Een deels in 2020 (€ 255.000) en deels in 2022 (€ 245.000) aan Stroomlijn BV verstrekte lening van totaal € 500.000 loopt nog tot 2025. Het rentetarief op deze lening is 3-maands Euribor met een opslag van 1,0%. Aan Baanbrekend Detacheren BV is eind 2019 een 5-jarige lening van € 500.000 verstrekt tegen een rente gebaseerd op het 3-maand Euribortarief met een opslag van 1,0%. Deze lening is in 2024 terugbetaald. Vanuit GR Drechtwerk is er aan de voormalige deelneming AssemblyPartner BV, nu Confed, een lening verstrekt. De hoofdsom van de lening bedraagt per 31 december 2024 € 1.131.800 De GR Sociaal loopt geen kredietrisico’s uit verstrekte borgstellingen.

51

Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist worden gehouden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Uit onderstaande tabel blijkt dat het drempelbedrag van € 6,5 miljoen niet is overschreden. Tabel 5 Overzicht schatkistbankieren 2024 Bedragen x € 1.000,-

1) Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren 2024: Begrotingstotaal 323.489 Wettelijk percentage 2,00% Drempelbedrag 6.470 2) Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 2024: 1ste kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Gemiddeld positieve banksaldi 2.877 1.170 1.307 1.411 Ruimte (+) of Overschrijding (-)

3.593

5.300

5.163

5.059

Informatievoorziening Op grond van de bepalingen in het financieringsstatuut beschikt de GR Sociaal over een treasurycomité. In dit overleg kunnen alle aspecten die samenhangen met de uitvoering van de financieringsfunctie aan de orde komen. In 2024 is het Treasury Comité eenmaal bijeengekomen. Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de GR Sociaal. Naast de BNG houdt de GR Sociaal een rekening aan bij Rabobank en ING. Hier vindt vrijwel geen betalingsverkeer op plaats, deze worden met name aangehouden voor het openen en beheren van leefgeldrekeningen van afdeling Bewindvoering.

52

3.4 BEDRIJFSVOERING In deze paragraaf in de jaarrekening van 2024 komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan bod: 1. Organisatieontwikkeling 1.1 Programma Samen Verbeteren 1.2 Doorontwikkeling ICT Landschap 1.3 Doorontwikkeling Opgave Bedrijfsvoering 2. Toekomstige huisvesting GR Sociaal 3. Dienstverleningsovereenkomsten 4. Rechtmatigheid/Privacy 5. Resultaat bedrijfsvoering 2024 1 Organisatieontwikkeling In 2024 lag de focus binnen de opgave bedrijfsvoering Sociale Dienst Drechtsteden en bij bedrijfsvoering Drechtwerk het continueren van de werkzaamheden. In Q2 is gestart met het programma Samen Verbeteren om te komen tot proces herontwerp en procesoptimalisatie waarbij klantgemak maar ook medewerkerstevredenheid leidend waren. Binnen het programma werd vanuit de principes van Lean Management gekomen tot een optimalisatie van de hoofdprocessen waarna de deelprocessen in de jaren daarna opgepakt kunnen worden. Het programma loopt van 2024 t/m eind 2026. De Sociale Dienst Dordrecht heeft zich in 2024 laten ondersteunen door externe consultants (expertise) waarbij de inzet van externe consultanten steeds meer werd afgebouwd en de eigen medewerkers steeds verder werden ingewerkt in de materie en het eigen maken van de vaardigheden.

Daarnaast is een onderzoeksopdracht in kaart gebracht welke uitdagingen op het gebied van een toekomstbestendige ICT omgeving het hoofd geboden dienen te worden in de jaren 2025 e.v. Een bedrijfvoeringbrede opdracht is geformuleerd voor het verder doorontwikkelen van de Piofach taken waarbij een volledige samenvoeging en integratie van deze taken van de Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk het uiteindelijke doel is in de periode 2025-2029. 1.1 Programma Samen Verbeteren Binnen het programma Samen Verbeteren worden de hoofd processen van de opgaven Bestaanszekerheid, Dienstverlening, Ontwikkelen naar Werk en Zorg voor Ondersteuning in lijn gebracht met de visie van de organisatie. Het doel is dat de processen efficiënter en effectiever worden ingericht met behulp van alle technische mogelijkheden, met als ultieme doel nog betere en efficiëntere dienstverlening aan onze inwoners. Daarnaast levert het een bijdrage aan een personele nullijn, zoals in de begroting afgegeven vanaf 2025. Dit betekent concreet dat GR-sociaal kostenefficiënter gaat werken maar tegelijkertijd hetzelfde kwaliteitsniveau maar graag nog betere dienstverlening realiseert. Voor medewerkers wordt werken bij de Sociale Dienst Drechtsteden ook prettiger, geen onnodige en dubbele administratieve handelingen waardoor er meer tijd over blijft voor contact met de inwoner.

De volgende hoofdprocessen zijn voorbereid in 2024 en zullen worden geoptimaliseerd in 2025: 1. Schuldhulpverlening; 2. Ontwikkeling naar Werk; 3. Kennismaking; 4. Melding Wmo; 5. Minimaregelingen. 1.2 Doorontwikkeling ICT Landschap In 2024 is een start gemaakt voor de integratie van het ICT landschap van de Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk; in Q3 is hier een onderzoeksopdracht voor geformuleerd en in Q4 is een concept rapport opgesteld om te komen tot de gewenste samenvoeging en het benutten van de schaalvoordelen van een integratie van beide organisaties. In 2024 is een IT-projectenlijst opgesteld met verbetermogelijkheden. Er zijn meerdere (door)ontwikkelingen van applicaties in beeld die gestart kunnen worden in 2025 en deels al gestart zijn. Denk hierbij aan de vervanging van het huidige systeem voor schuldhulpverlening en bewindvoering. Het onderzoek heeft de de huidige situatie (IST) van de Informatie Technologie (IT) op de aspecten techniek, organisatie, processen en informatie in kaart gebracht.

53

1 3 Doorontwikkeling Opgave Bedrijfsvoering In Q3 is een opdracht geformuleerd voor het opstellen van een advies en te komen tot (meerjarig) ontwikkelplan om te komen tot een ‘’gestructureerde doorontwikkeling richting passende bedrijfsvoering voor GR Sociaal (GRS). Met de inwoner in het hart en werkend vanuit kernwaarden met leidende principes die voor alle 5 opgaven gelden. In dit meerjarig ontwikkelplan wordt gekomen tot een gemeenschappelijke bedrijfsvoering van Drechtwerk en SDD. In Q1 2025 vindt verdere besluitvorming en uitwerking plaats. 2 Toekomstige huisvesting GR Sociaal Samen met de Gemeente Dordrecht, De Bibliotheek Aan Zet en Dordrecht Marketing wordt gewerkt aan de realisatie van een gezamenlijk nieuw onderkomen: Het Dordthuis. De bouwkundige oplevering staat op de planning voor Q2 2026 zodat de verhuizing naar het Dordthuis in de zomer 2026 zal plaatsvinden. De huurovereenkomst van het huidige pand aan de Hellingen/Spuiboulevard loopt tot en met 2026. Deze locatie maakt onderdeel uit van de herontwikkeling van de Spuiboulevard en wordt gesloopt. De samenwerking met de eerder genoemde partijen richt zich met name op de gezamenlijke publieke dienstverlening. De GR Sociaal is daarmee mede ontwikkelaar van het dienstverleningsconcept en zal de benodigde ruimte huren van de gemeente Dordrecht.

Voor de basisafspraken is een aantal jaar geleden een bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst (SOK) getekend. Tijdens het traject bleek dat verhuur niet BTW belast kan en niet kan worden verrekend met het BTW compensatiefonds. Het effect is dat het investeringsbedrag bij de gemeente Dordrecht moet worden opgehoogd in de orde van grootte van € 8 mln. Het college van Dordrecht heeft het bestuur van GR Sociaal verzocht om voor een gedeelte van de medewerkers een alternatieve locatie in de nabijheid van het Dordthuis te onderzoeken. In die omgeving is een tweetal locaties die hier mogelijk geschikt voor te maken zijn. Onderdeel van dit proces is ook om een gedeelte uit te plaatsen naar het pand aan Snelliusstraat. Voor deze onderdelen worden samen met de gemeente Dordrecht businesscases opgesteld. De kosten hiervoor worden door de gemeente Dordrecht gedragen. De uitkomst van het onderzoek geeft aan dat beide panden geschikt te maken zijn. Inmiddels zijn ook de huuraanbiedingen vanuit de eigenaren ontvangen. Met alle ingrediënten op tafel zal in Q1 2025 een keuze worden gemaakt welk pand de voorkeur heeft zodat toegewerkt kan worden naar een definitieve huurovereenkomst en de projectplannen kunnen worden opgezet. Het Algemeen bestuur zal daartoe via de voorjaarsbrief een verzoek tot het voteren van een voorbereidingskrediet aangeleverd krijgen.

3 Dienstverleningsovereenkomsten De GRS heeft twee soorten dienstverleningsovereenkomsten. Het betreft de dienstverlening van de Servicegemeente Dordrecht aan de GRS zelf. Ook heeft het betrekking op de dienstverlening van de GRS aan anderen. Servicegemeente Dordrecht Vanaf 1 januari 2022 heeft de GRS een overeenkomst met de gemeente Dordrecht voor de dienstverlening vanuit het Servicegemeente Dordrecht. In de overeenkomst is opgenomen welke taken op het gebied van bedrijfsvoering en het Smart Data Center vanuit deze organisatie geleverd worden aan de GRS. Deze DVO loopt tot eind 2025. Op dit moment wordt gesproken over een nieuwe vorm van deze dienstverlening. DVO's GRS Naast de reguliere taken, die benoemd zijn in artikel 5 van de regeling, worden extra taken uitgevoerd door de GRS voor gemeenten en andere partijen. Voor de extra taken zijn DVOs opgesloten. Dit betreft onder andere om de dienstverleningsovereenkomsten voor Beschermd wonen & Opvang (met de centrumgemeente Dordrecht), uitvoering wet Inburgering en het verstrekken van leefgeld aan Oekraïense vluchtelingen. Alle DVO's worden periodiek geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Bij de stukken is op verzoek van gemeenten een overzicht van alle lopende DVO's toegevoegd.

54

4 Rechtmatigheid/Privacy Rechtmatigheid (en Rechtmatigheidsverantwoording) De controles van het interne VIC team (Verbijzonderde Interne Controle) en de rapportages daaruit vormen een grondslag voor de Rechtmatigheidsverantwoording die door het DB wordt opgenomen in de jaarstukken. De accountant geeft vervolgens een getrouwheidsoordeel over de Rechtmatigheidsverantwoording die is opgenomen in de jaarstukken (en de toelichting daarop in deze paragraaf Bedrijfsvoering). In deze versie van de jaarstukken zijn - in overleg met de accountant - de Rechtmatigheidsverantwoording en de toelichting daarop nog niet opgenomen. De uitkomsten van het lopende onderzoek naar aanleiding van de anonieme brief kan mogelijk impact hebben op de Rechtmatigheidsverantwoording over 2024. Daarom wordt deze opgenomen in de definitieve versie van de jaarstukken voor het algemeen bestuur. Naleving Privacy wet- en regelgeving De GR Sociaal kan haar taken niet uitvoeren zonder het op grote schaal verwerken van (bijzondere en/of gevoelige) persoonsgegevens. In kader van het klantenbestand en de dienstverlening is hier doorgaan sprake van een kwetsbare doelgroep. Inwoners uit de Drechtsteden en medewerkers van de GR Sociaal moeten ervanuit kunnen gaan dat er veilig en zorgvuldig met hun persoonsgegevens wordt omgegaan.

Het aantoonbaar naleven en borgen van de vereisten vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) alsmede de Wet Politiegegevens (Wpg) is een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering. Hoewel er positieve stappen zijn gezet op gebied van Wpg compliant zijn, is de achterstand in de werkzaamheden alsmede de ontwikkeling van de organisatie op AVG gebied toegenomen. Het principe van ‘Privacy by Design’ wordt onvoldoende toegepast waardoor de bescherming van persoonsgegevens niet wordt geborgd bij nieuwe processen en/of applicaties. Naleving van de privacy wet- en regelgeving is een verantwoordelijkheid van iedere individuele medewerker. Op dit moment is het eigenaarschap en het verantwoordelijkheidsgevoel niet structureel geborgd. Dit blijkt ook uit een eerdere meting op volwassenheidsniveau dit op dit moment, zeker gezien de AVG sinds 2018 en de Wpg sinds 2019 van kracht zijn, is dit zorgelijk. Er wordt immers van organisaties verwacht dat zij kunnen aantonen dat alle verwerkingen in overeenstemming met de AVG en Wpg worden uitgevoerd.

5 Resultaat bedrijfsvoering 2024 Onder deze alinea worden de ontwikkeling van formatie en bezetting nader toegelicht evenals de apparaatskosten (personeelsbudgetten en materiële budgetten). Eerst de formatie en bezetting.

55

Voor 2024 is de ontwikkeling van de formatie en bezetting op opgave-niveau in beeld gebracht. Opvallend is dat het saldo aan het begin van 2024 aanzienlijk hoger lag dan aan het einde van het jaar. Dit betekent dat de dat beschikbare budgetten niet optimaal konden worden ingezet voor personele invulling. Dit is ook terug te vinden in het totale saldo van de apparaatskosten. Beschikbare budgetten konden maar in beperkte mate worden ingezet vanwege krapte op de arbeidsmarkt voor zowel vast als ingehuurd personeel. Gedurende 2024 is de bezetting gegroeid met 36,58 fte, terwijl de formatie is toegenomen met 23,97 fte (het saldo werd ingelopen). Ondanks de stijging in zowel formatie als bezetting, is zichtbaar dat de ruimte tussen formatie en daadwerkelijke bezetting niet volledig is ingevuld, wat impact heeft gehad op de besteding van de budgetten. De formatie is toegenomen op basis van besluitvorming uit onder meer de begroting 2024. Een deel betreft uitbreiding om de DVO's die met gemeenten zijn afgesloten te kunnen uitvoeren. Een ander deel betreft effectuering van de knelpuntennotitie. Deze betreft de vertaling van (bestaande) personeelsbudgetten in euro's naar formatie. Deze is in het voorjaar van 2024 als effectuering van de begroting vastgesteld door het MT Zie hieronder het verloop van de formatie samengevat.

Vervolgens is de ontwikkeling van de apparaatskosten weergegeven in twee tabellen. De eerste tabel betreft een toelichting op de personeelskosten. De tweede tabel betreft de toelichting op de materiële budgetten.

Dit betreft een overzicht op opgave-niveau van de begroting en de realisatie.

56

3.5 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF Openbaarheidsparagraaf Het doel van de Wet open overheid is overheden transparanter te maken. De Woo-contactpersoon beantwoordt op laagdrempelige wijze vragen over de bij de gemeente beschikbare informatie. Sinds 1 maart 2024 is een Woo-contactpersoon en Woo Coördinator aangewezen binnen de Sociale Dienst Drechtsteden. Voor de GR Sociaal betekende de invoering van de Woo, naast een contactpersoon, ook de noodzaak tot herinrichting van het proces voor de Woo-verzoeken. Daarnaast ook de overstap naar een goed archiefsysteem op dit punt en de training van medewerkers. In 2025 gaan we hard aan de slag met het trainen van medewerkers en het creëren van bewustwording binnen de organisatie. We sluiten qua verdere doorontwikkeling en implementatie (deze loopt ook in 2025 door) waar mogelijk aan bij de regionale werkgroepen. Veel meer dan de Wet openbaarheid van bestuur – de voorganger van de Woo – legt de Woo de nadruk op actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betreft het uit eigen beweging (digitaal) publiceren van overheidsinformatie. De Woo stelt de verplichting om 17 gespecificeerde informatiecategorieën openbaar te maken. Deze verplichting zal niet voor alle categorieën tegelijk gelden. De eerste categorieën zijn voor 1 november 2024 gepubliceerd op onze eigen website. De landelijke Woo-index linkt door naar onze eigen website.

De volgende fasering wordt in Q4 van 2025 verwacht, de exacte datum is nog niet bekend. De actieve openbaarmakingsplicht vergt een aanpassing van de interne informatiehuishouding en de administratieve processen binnen de organisatie. Hiermee is in 2022 al een start gemaakt en dit is in 2024 verder opgepakt. In 2025 zal de verdere implementatie vorm krijgen om te zorgen dat wij voldoen aan de Woo door in ieder geval de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief openbaar te maken. Daartoe behoort dus ook de technische aansluiting op een mogelijk platform. Deze technische aansluiting wordt regionaal aanbesteed. Dit vergt bewustwording bij de medewerkers, aanpassingen van processen en aanpassingen van de website. Het proces van actieve openbaarmaking zal op efficiënte, veilige en AVG-conforme wijze worden ingericht door de interne projectgroep voor de implementatie van de Woo. Deze wordt begin 2025 opgericht. Het aantal omvangrijke Woo-verzoeken neemt toe, ook bij de GR Sociaal. Dit levert voor de GR Sociaal een hoge werkdruk op en legt druk op de ambtenaren die hiermee bezig zijn. Ook in 2024 is een verzoek geweest waarin duizenden documenten werden opgevraagd, wat een onevenredige verzwaring van de werkdruk met zich meebrengt. Daarnaast zijn er in 2024 nog zes andere Wooverzoeken binnengekomen en afgehandeld.

Ook worden er steeds meer informatieverzoeken ingediend als Woo-verzoek. Deze worden als informatieverzoek afgehandeld door de lijn.

57

3.6 VERBONDEN PARTIJEN De GRS participeert in andere partijen om haar doelen te realiseren of processen tot uitvoer te brengen. Bij een deel van die organisaties is de GRS zowel bestuurlijk als financieel betrokken. In dat geval is sprake van een 'verbonden partij'. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in andere partijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. De werkzaamheden van de verbonden partijen moeten een publiek belang dienen. Het BBV specificeert de begrippen bestuurlijk en financieel belang als volgt: • •

bestuurlijk belang: zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur (directie, Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur of Algemene Vergadering van Aandeelhouders) of uit hoofde van stemrecht; financieel belang: wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is wanneer de partij failliet gaat, of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat en de verbonden partij vervolgens niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Veelal gaat dit om gestort aandelenkapitaal, (fonds)bijdragen, verstrekte leningen of verleende garanties.

De GR Sociaal participeert in 2024 in de volgende vijf (privaatrechtelijk) verbonden partijen: 1. Baanbrekend Detacheren BV 2. Stroomlijn BV 3. WerXaam BV 4. Fris Facilitair BV 5. Drechtwerk BV Soort verbonden partij:

Vennootschappen en coöperaties

Naam verbonden partij

Baanbrekend Detacheren BV

Vestigingsplaats

Dordrecht

Openbaar belang

De vennootschap heeft ten doel het detacheren van inwoners, van de Drechtstedengemeenten, met afstand tot de arbeidsmarkt als bedoeld in de Participatiewet. Omvang van financieel belang Medio oktober 2018 is Baanbrekend Detacheren BV ontstaan, uit de Statutenwijziging van Drechtwerk Diversiteit B.V. Daarbij heeft de GRD 50% van de aandelen verworven van Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtwerk, tot dan toe enig aandeelhouder van deze vennootschap. Vanaf 1 januari 2019 worden de exploitatielasten van de vennootschap, bestaande uit personeelskosten van gedetacheerden en apparaatslasten, gefinancierd uit de volgende inkomstenstromen: (a) Inkomsten uit detacheringen, (b) ontvangsten uit Loonkostensubsidie en (c) inkomsten uit de dienstverleningsovereenkomst met de GR Sociaal. De GR Sociaal bezit 50 aandelen B, elk nominaal groot € 1. De overige aandelen zijn in handen van Drechtwerk. Eind 2022 heeft de GR Sociaal het belang van Drechtwerk tegen nominale waarde overgenomen, waardoor zij nu enig aandeelhouder is. In 2019 is er een lening verstrekt ter grootte van € 500.000, met een looptijd van 5 jaar. In 2024 werd hierop € 300.000 afgelost, waarmee de lening per eind 2024 volledig is afgelost.

58

Bestuurlijk belang

Deelnemende partijen

Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

Actuele opgaven van verbonden partij

Ontwikkelingen

De Drechtraad heeft op 6 februari 2018 besloten om deel te nemen aan een BV die ten doel heeft het detacheren van inwoners met grote afstand tot de arbeidsmarkt (doelgroep van de Participatiewet en Wet Sociale Werkvoorzieningen) en waarvan het Openbaar Lichaam Drechtsteden en GR Sociale Werkvoorziening Drechtsteden 'Drechtwerk' enige aandeelhouders waren. Eind 2022 heeft de GR Sociaal het belang van Drechtwerk tegen nominale waarde overgenomen, waardoor zij nu enig aandeelhouder is. Aandeelhouders: GR Sociaal is sinds 2022 enig aandeelhouder. Gedetacheerden: inwoners uit de Drechtsteden met een afstand tot de arbeidsmarkt vanuit de P-wet. Klanten: het klantenbestand bestaat met name uit organisaties die al gebruik maakten van de detacheringsconstructie van de GR Sociaal. Een toekomstbestendige, professionele uitvoeringsorganisatie voor het detacheren van inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt met het oog op stabiliteit en participatie van deze doelgroep en het stimuleren van duurzame uitstroom uit de uitkering. • Rechtmatige en doelmatige organisatie van detachering van de doelgroep P-wet en Wajong;• Begeleiding en ontwikkeling van de medewerker;• Stimuleren van duurzame uitstroom naar regulier werk bij een reguliere werkgever. In 2024 is het onderzoek naar de toekomst van het instrument detacheren binnen de GR-Sociaal afgerond.

Uit de verschillende inrichtingsvarianten is gekozen voor de variant waarbij alle detacheringsactiviteiten binnen de GR-Sociaal worden samengevoegd en ondergebracht bij Drechtwerk, zodat de aparte detacheringsvennootschap Baanbrekend Detacheren B.V. kan worden opgeheven. Dit levert een aantal operationele voordelen op (samenvoegen van administraties, eenduidigheid van werkwijze, kostenbesparingen) en past binnen de samenvoeging van de SDD en Drechtwerk. Deze keuze is uitgewerkt in een liquidatieplan, dat in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 9 oktober 2024 is vastgesteld. Het plan voorziet in de overdracht van de detacheringsactiviteiten (medewerkers en detacheringscontracten) per eind 2024 en aansluitend de opheffing van de vennootschap, met als uiterste datum 31 december 2025. De overdracht van het personeel geschiedt op basis van overdracht van onderneming, zodat alle rechten en plichten worden overgenomen en deze overgang geen consequenties heeft voor de telling van het aantal tijdelijke contracten in de keten. Door de opheffing van de vennootschap af te ronden voor 31 december 2025, hoeft over 2025 geen jaarrekening meer te worden opgesteld.

Financieel belang Aandelenkapitaal GRS

100% van het aandelenkapitaal, nominale waarde € 100.

Eigen vermogen aan het begin € 246.539 van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

€ 653.373

Jaarlijkse bijdrage

€ 0,8 mln.

Eigen vermogen aan het einde n.n.b. van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

n.n.b.

59

Toelichting financieel belang

Vaststelling begroting en jaarrekening

Financieel resultaat Risico's

De jaarrekening 2024 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften van Titel 9 BW2. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van liquidatiegrondslagen. Het voorlopige resultaat, na afschrijvingen voor belastingen over 2024 bedraagt ruim € 30.700 negatief. In dit resultaat zijn alle kosten en opbrengsten meegenomen die in het kader van de opheffing van de vennootschap worden verwacht. In totaal betreft dit een bedrag van ruim € 76.500. Beleidsmatige resultaten: Gedurende 2024 had Baanbrekend Detacheren B.V. gemiddeld 64 medewerkers in dienst. De totale instroom bedroeg 17 nieuwe medewerkers. Daar stond een uitstroom tegenover van 33 medewerkers, waarvan 5 medewerkers uitstroomden vanwege ziekte en pensioen. Van de overgebleven 28 medewerkers gingen er 14 in dienst bij de inlener of een andere reguliere werkgever (40%). De 58 medewerkers die eind 2024 nog in dienst waren van Baanbrekend Detacheren B.V. zijn overgedragen aan Drechtwerk met behoud van alle rechten en plichten. Alle lopende detacheringscontracten met de inleners zijn eveneens overgedragen aan Drechtwerk. Los van de directe besparingen die een dienstverband bij Baanbrekend Detacheren B.V. oplevert (de medewerker is immers uit de uitkering), is de doelstelling van het instrument detacheren het stimuleren van duurzame uitstroom.

In totaal zijn sinds de start tot en met de overdracht van het personeel aan Drechtwerk in totaal 370 medewerkers uitgestroomd, waarvan 188 medewerkers naar een baan bij een reguliere werkgever, een inlener of Drechtwerk. Daarmee is ruim 50% van onze uitstroom te betitelen als duurzaam. Beleidsmatige resultaten: Gedurende 2023 had BBDeta gemiddeld 80 medewerkers in dienst. De totale instroom bedroeg 22 nieuwe medewerkers. Daar stond een uitstroom tegenover van 34 medewerkers, waarvan 3 medewerkers uitstroomden vanwege ziekte of andere redenen. Van de overgebleven 31 medewerkers gingen er 21 in dienst bij de inlener of een andere reguliere werkgever (67%). Los van de directe besparingen die een dienstverband bij BBDeta oplevert (de medewerker is immers uit de uitkering), is de doelstelling van het instrument detacheren het stimuleren van duurzame uitstroom. In totaal zijn sinds de start inmiddels 279 medewerkers uitgestroomd, waarvan 113 medewerkers naar een vaste baan bij een reguliere werkgever. Daarmee is ruim 40% van onze uitstroom te betitelen als duurzaam. Voor de uitvoering van de detacheringsactiviteiten ontvangt Baanbrekend Detacheren BV een vergoeding van de SDD. De jaarrekening 2023 is opgemaakt. De accountant heeft de jaarrekening gecontroleerd en op 8 oktober 204 een goedkeurende controleverklaring afgegeven.

In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 9 oktober 2024 is de jaarrekening 2023 vastgesteld en decharge verleend aan het bestuur. Tevens is het liquidatieplan voor opheffing van de vennootschap, inclusief de daarbij behorende begroting, toegelicht en vastgesteld. Het voorlopige resultaat, na afschrijvingen voor belastingen over 2024 bedraagt € 30.700 negatief Het voorlopige resultaat, na afschrijvingen voor belastingen over 2024 bedraagt € 30.700 negatief.De risico’s bestaan uit de restrisico’s die overblijven na overdracht van het personeel en de detacheringscontracten. Inmiddels zijn de overlopende vorderingen grotendeels geïncasseerd, zodat deze risico’s als gering kunnen worden beoordeeld.

60

Naam verbonden partij

Stroomlijn BV

Vestigingsplaats

Dordrecht

Openbaar belang

Het op elkaar afstemmen van het doelgroepenvervoer en kleinschalige mobiliteitsoplossingen, en het op efficiënte wijze uitvoering geven daaraan. Omvang van financieel belang Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen (gestort en opgevraagd kapitaal Stroomlijn BV bedraagt € 1 plus een aanvullende agiostorting van € 450.000). In 2020 is er een overeenkomst van geldlening getekend voor een lening u/g aan Stroomlijn BV van maximaal € 500.000 met een looptijd van 5 jaar. Deze is begin 2025 verlengd met drie jaar. Ten slot financiert de GR Sociaal deels de regiekosten en draagt daarmee mede bij aan de exploitatiekosten van Stroomlijn BV. Bestuurlijk belang In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt de GR Sociaal vertegenwoordigd door twee bestuurders die namens het Algemeen Bestuur de rol van eigenaar van Stroomlijn vervullen. Er is een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen de rol van het Algemeen Bestuur als eigenaar en die van de opdrachtgevers (o.a. SDD). Deelnemende partijen De GR Sociaal is volledig aandeelhouder van Stroomlijn BV. Stroomlijn kent naast de Sociale Dienst Drechtsteden ook andere opdrachtgevers. Zo wordt er aansturing gegeven aan het Jeugdwet vervoer (SOJ), het vervoer van Drechtwerk, het leerlingenvervoer, gymvervoer, vervoer vanuit de wet langdurige zorg, beschermd wonen en regisseur OV in DMG concessie voor de ketenmobiliteit.

Beleidsinformatie Verbonden doelstelling De GR Sociaal is namens de de gemeenten in de Drechtsteden verantwoordelijk voor het organiseren en (doen) uitvoeren van het doelgroepenververvoer zoals bedoeld in de WMO 2015. Daarnaast is individueel vervoer nodig voor medewerkers in de participatiewet bij Drechtwerk Stroomlijn regisseert en coördineert dit doelgroepenvervoer. Door het doelgroepenvervoer publiek aan te sturen kunnen gebruikers van het vervoer optimaal worden gecompenseerd in hun mobiliteitsbeperking. De eigen kracht wordt benut en maatwerk wordt mogelijk. Actuele opgaven van Stroomlijn is het mobiliteitsplatform voor de Drechtsteden. Het regelt verbonden partij passend vervoer voor de inwoners via het doelgroepenvervoer. Door het ontwikkelbedrijf worden mensen opgeleiden tot een kwalitatief goede chauffeur. Stroomlijn richt zich daarnaast in opdracht van de aandeelhouders op de betaalbaarheid van de systemen, de opgave 'De Bereikbare Stad en Regio' en het verduurzamen van het vervoer via het zero emissie convenant doelgroepenvervoer. Ontwikkelingen Financieel belang Aandelenkapitaal GRS

Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen.

Eigen vermogen aan het begin € 450.001 van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar Jaarlijkse bijdrage Toelichting financieel belang

Eigen vermogen aan het einde € 450.001 van het begrotingsjaar

€ 2.469.000 (2023) Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

€ 2.664.985 (2023)

Aandelenkapitaal (vertegenwoordiging in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders).

61

Vaststelling begroting en jaarrekening

De jaarrekening 2023 is op 27 mei 2024 vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel resultaat

Stroomlijn BV heeft in 2023 een resultaat van € 0 behaald.

Risico's

Het risico dat bij faillissement van de VP het ingebrachte kapitaal en de verstrekte lening niet wordt terugbetaald.

Naam verbonden partij

WerXaam B.V.

Vestigingsplaats

Dordrecht

Openbaar belang

WerXaam is personeel BV van de GR Sociaal onderdeel Drechtwerk voor de benodigde marktconformiteit van arbeidsvoorwaarden en flexibiliteit van arbeid van niet-SW-personeel. Omvang van financieel belang De GR Sociaal is 100% aandeelhouder van aandelen. De waarde is € 18.000. Bestuurlijk belang De GR Sociaal is de enige aandeelhouder van deze BV. Deelnemende partijen Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

De GR Sociaal is 100% aandeelhouder. Dit is een ‘personeels-BV’, waar verschillende groepen medewerkers van het onderdeel Drechtwerk van de GR Sociaal in dienst zijn die geen Wsw-indicatie hebben.

Actuele opgaven van verbonden partij Ontwikkelingen Financieel belang Aandelenkapitaal GRS

Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen.

Eigen vermogen aan het begin € 18.000 van het begrotingsjaar

Eigen vermogen aan het einde € 18.000 van het begrotingsjaar

Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

€ 1.438.561

Jaarlijkse bijdrage

geen, verloopt via exploitatie afrekening gedurende het jaar.

Toelichting financieel belang Vaststelling begroting en jaarrekening

Aandelenkapitaal Door vaststelling van begroting & jaarrekening van de GR-Sociaal.

Financieel resultaat

Het (exploitatie)resultaat wordt afgerekend met de aandeelhouder.

Risico's

Om te voorkomen dat een derde rechtspositievorm in de Drechtwerkorganisatie tot arbeidsvoorwaardelijke verschillen leidt, wordt in de arbeidsvoorwaardenregeling van de personeels-bv zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande ambtelijke rechtpositie.

Naam verbonden partij

Drechtwerk BV

Vestigingsplaats

Dordrecht

Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

€ 1.774.640

Openbaar belang

Het bieden van (aangepaste) arbeid voor mensen met een WSWindicatie Omvang van financieel belang De GR Sociaal is 100% aandeelhouder van aandelen. De waarde is € 100,00 Bestuurlijk belang De GR Sociaal is de enige aandeelhouder van deze BV. Deelnemende partijen

De GR Sociaal is 100% aandeelhouder.

62

Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

Het uitoefenen van een hoveniersbedrijf, het aanbieden van arbeidsontwikkeling en passend werk aan medewerkers in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening, het aanbieden van re-integratieen andere vergelijkbare trajecten als erkend leer-, werk- en ontwikkelbedrijf.

Actuele opgaven van verbonden partij Ontwikkelingen

De activiteiten, die BV verricht, zijn op hoofdlijn: Arbeidsgehandicapten, die zijn geïndiceerd voor de WSW, aangepaste arbeid bieden die aansluit bij de capaciteiten en mogelijkheden van de betreffende medewerkers met een WSWindicatie. Zorg dragen voor de arbeidsontwikkeling van de medewerkers met een WSW-indicatie door het bieden van een adequate diversiteit aan werksoorten. Het bewerkstelligen van doorstroom van medewerkers binnen de diversiteit van werksoorten en zo mogelijk uitstroom naar een reguliere werkgever. Het verlenen van diensten aan gemeenten en , incidenteel, aan derden op het gebied van andere gesubsidieerde arbeidsvoorzieningen dan hiervoor bedoeld. Het bedrijfsmatig bieden van werk aan andere doelgroepen op het gebied van al dan niet gesubsidieerde arbeid en/of het bemiddelen van andere doelgroepen naar werk (inclusief detachering). Alsmede het bieden van andersoortige activiteiten voor dagbesteding en participatieplekken waarin doelgroepen vooral activiteiten worden geboden gericht op sociale participatie. Het uitoefen van een hoveniersbedrijf in de breedste zin van het woord.

Financieel belang Aandelenkapitaal GRS

Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen.

Eigen vermogen aan het begin € 2.228.915 van het begrotingsjaar

Eigen vermogen aan het einde € 1.971.704 van het begrotingsjaar

Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

€ 1.947.792

Jaarlijkse bijdrage

Agio storting heeft in 2024 plaatsgevonden van €3.000.000

Toelichting financieel belang Vaststelling begroting en jaarrekening

Aandelenkapitaal Door vaststelling van begroting & jaarrekening van de GR-Sociaal.

Financieel resultaat

Het (exploitatie)resultaat wordt afgerekend met de aandeelhouder.

Risico's

GR-Sociaal staat garant voor de verliezen van Drechtwerk BV.

Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

€ 1.288.641

63

Naam verbonden partij

FrisFacilitair BV

Vestigingsplaats

Pascalstraat 70 te Dordrecht

Openbaar belang

Het aanbieden van professionele schoonmaak- en wasserijdiensten; Het aanbieden van arbeidsontwikkeling en passend werk aan medewerkers in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening; Het aanbieden van re-integratie- en andere vergelijkbare trajecten als erkend leer-, werk- en ontwikkelbedrijf. Ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Scholings- en trainingsactiviteiten. Omvang van financieel belang De GR Sociaal bezit 47% van het aandelenkapitaal. Dit is een bedrag van € 9.000. Bestuurlijk belang Deelnemende partijen Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

ACI Mens & Ontwikkeling B.V. en GR Sociaal Door het leveren van facilitaire diensten, creëren wij een schone werk- en leefomgeving waar het geluk van de mens centraal staat. Met een verbindende werkwijze, creëren wij kansen voor talent met en zonder afstand tot de arbeidsmarkt.

Actuele opgaven van verbonden partij Ontwikkelingen Financieel belang Aandelenkapitaal GRS

47% van het aandelenkapitaal, € 9.000

Eigen vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

Eigen vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

Jaarlijkse bijdrage Toelichting financieel belang

geen

Vaststelling begroting en jaarrekening

Vindt plaats in de AVA.

Financieel resultaat

Eventuele dividend uitkering vindt plaats via de AVA.

Risico's

64

4 JAARREKENING De jaarrekening bestaat uit de balans en toelichting, het overzicht van baten en lasten en toelichting, de investeringskredieten, de Rechtmatigheidsverantwoording, Wet normering topinkomens, de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (SiSa) en het overzicht van baten en lasten naar Taakvelden. 4.1 BALANS EN TOELICHTING 4.1.1 BALANS

65

66

4.1.2 WAARDERINGSGRONDSLAGEN Financiële analyse Volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient de financiële analyse op de programma’s plaats te vinden in het jaarrekening gedeelte van de jaarstukken. Echter is er, voor de leesbaarheid, gekozen om deze analyse op te nemen in het jaarverslag (hoofdstuk 2 'Programmaverantwoording') van de jaarstukken, per opgave onder het kopje 'wat heeft het gekost?'. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen Bij het opstellen van de jaarrekening zijn de voorschriften van het BBV in acht genomen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.

schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie voor gepensioneerden, overlopende vakantiegelden verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) of spaarverlof van toepassing is, dient wel een verplichting gevormd te worden. Vergelijkende cijfers Als vergelijkende cijfers zijn opgenomen de cijfers volgens de jaarstukken 2023 van de GR Sociaal. Vaste activa Materiële vaste activa De GR sociaal heeft vanaf 2023 een nota Activabeleid. De nota is van toepassing op nieuwe investeringen vanaf 2023. Voor de bestaande activa vòòr 1 januari 2023 is er niets veranderd. De organisatie beschikt uitsluitend over materiële vaste activa met een economisch nut. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingsprijs.

Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. De investeringen worden vanaf het eerstvolgende jaar van ingebruikneming annuïtair of lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Boekwinsten of -verliezen worden verwerkt als incidentele bate of last in de programmarekening. De drempel voor investeringen die geactiveerd dienen te worden bedraagt € 50.000. Bij uitzondering kan worden afgeweken van het activabeleid door middel van een expliciet besluit door het Algemeen Bestuur.

67

De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Soort investering Gebouwen Grond Voorzieningen aan terreinen/aanpassing aan gebouwen (mits levensduurverlengend) Verbouwing bedrijfsgebouw Inrichting bedrijfsgebouw Installaties Machines Meubilair Vervoersmiddelen Hardware Software

Afschrijvingstermijn 30 jaar 0 jaar 25 jaar 6 - 15 jaar* 15 jaar* 15 – 20 jaar 15 jaar 10 - 20 jaar 5 - 10 jaar 3 – 5 jaar 3 – 5 jaar

Financiële vaste activa Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen structureel daalt tot onder de verkrijgingprijs vindt afwaardering plaats. Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Vlottende activa Voorraden Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. De als 'onderhanden werken' opgenomen producten zijn gewaardeerd tegen de kostprijs. Winst en/of verliesneming vindt plaats naar ratio van de kosten. Verlies wordt genomen wanneer dit bekend is. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd en in mindering gebracht. De afwikkeling van de totale debiteuren vindt plaats via de balans. De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte inningskansen. De herwaardering van de voorziening debiteuren is gebaseerd op het totale uitstaande saldo en de verwachting wat van dit saldo nog wordt ontvangen. Bij de herwaardering is in hoofdzaak de methodiek gehanteerd waarbij rekening is gehouden met de ouderdom van de debiteur. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste en vlottende passiva Reserves, voorzieningen en lang- en kortlopende verplichtingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening frictiekosten omvat de volledig geschatte kosten voor de periode van boventalligheid een WW-uitkering. Er is bij de hoogte van de voorzieningen geen rekening gehouden met de uitstroom naar nieuw werk. Een groot deel van de betrokken personen is inmiddels al geruime tijd werkloos. Gezien de ervaringen uit de afgelopen periode en de persoonlijke omstandigheden, zoals leeftijd, wordt de kans op nieuw werk dan op nihil geschat. Om consequent te blijven is ook voor de personen die minder lang zonder werk zijn het volledige financiële risico in de voorzieningen opgenomen. Daarmee is er dus een mogelijkheid dat de feitelijke kosten lager blijken te zijn. Er zijn echter geen objectieve criteria voorhanden op basis waarvan op individueel niveau de mogelijkheid/ kans op nieuw werk kan worden geschat. Baten en lasten In de rekening worden zowel de baten als de lasten op dezelfde wijze gerangschikt als in de begroting. De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

68

Grondslagen Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals deze zijn opgenomen in de aangepaste financiële verordening. De verordening wordt 10 juli 2025 in het Algemeen Bestuur vastgesteld. Daarnaast geldt het controleprotocol vastgesteld op 28 november 2024 en de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat. • Er een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten inclusief dotaties aan de reserves is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; • Er een rapporteringstolerantie van € 125.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1041/documents/32213