185 Inwoner Dordrecht - Bezwaar tegen afwijzing Woo-verzoek door Sociale Dienst Drechtsteden geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Van: @post.com < @post.com> Verzonden: dinsdag 7 oktober 2025 12:49
@drechtsteden.nl> CC: < @mail.com>; < @dordrecht.nl>; griffie < @sliedrecht.nl>; < @zwijndrecht.nl>; griffie < @alblasserdam.nl>; griffie < @papendrecht.nl>; griffie < @hardinxveld-giessendam.nl>; < @h-i-ambacht.nl>; @expert secentrumspoon.nl ; @expertisecentrumspoon.nl; @expertisecentrumspoon.nl Onderwerp: Re: Besluit Woo-verzoek 2025-0091791 Urgentie: Hoog Gevoeligheid: Vertrouwelijk Aan:
<
U ontvangt niet vaak e-mail van
E:
@post.com. Ontdek waarom dit belangrijk is
@mail.com
T
Bezwaarschrift
Betreft: Bezwaar tegen de afwijzing van Woo-verzoek door de Sociale Dienst Drechtsteden (besluit d.d. 6 oktober 2025, kenmerk 2025-0091791). Geachte heer/mevrouw, Namens mijn cliënt, , onderzoeksjournalist, maak ik hierbij bezwaar tegen het bovengenoemde besluit waarbij zijn Woo-verzoek van 5 september 2025 is afgewezen. Het Wooverzoek had betrekking op informatie over juridische kosten, rechtszaken, bezwaren en klachten in de periode 2020-2025. In het bestreden besluit stelt de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) dat er geen documenten voorhanden zijn die onder het verzoek vallen, en wordt ter motivering verwezen naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juni 2013 (ECL :N :RVS:2013:CA2102), gewezen onder het oude Wob-regime.
Hieronder worden de gronden van bezwaar uiteengezet. Ik verzoek u het bestreden besluit te heroverwegen en het Woo-verzoek alsnog volledig toe te wijzen, op basis van de volgende - juridisch onderbouwde - bezwaren: Gronden van bezwaar
1. De Woo is van toepassing sinds 2022 (Wob-jurisprudentie niet onverkort relevant) De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en heeft de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Dit betekent dat het juridisch kader voor verzoeken om overheidsinformatie sinds die datum de Woo is, met eigen bepalingen en uitgangspunten. De door verweerder aangehaalde uitspraak van 5 juni 2013 betreft een zaak onder het oude Wob-regime en is niet zonder meer van toepassing op een verzoek op grond van de Woo. Jurisprudentie onder de Wob kan niet onverkort worden overgenomen, nu de Woo een nieuw wettelijk regime vormt dat expliciet is ingevoerd ter vervanging van en verbetering ten opzichte van de Wob. De doelstellingen van de Woo - meer transparantie en actieve openbaarmaking - verschillen op punten van de Wob, zodat een Wob-uitspraak uit 2013 niet beslissend mag zijn voor de uitleg van de Woo.
Bovendien maakte de aangehaalde uitspraak duidelijk dat onder de Wob geen plicht bestond voor het bestuursorgaan om documenten te creëren of informatie te bundelen als dergelijke documenten niet reeds bestaan. Die uitspraak beperkte zich tot de Wob en precedeerde de inwerkingtreding van de Woo met bijna een decennium. De Woo bevat eigen bepalingen en parlementaire toelichting, die in lijn met artikel 110 Grondwet juist openbaarheid beogen te bevorderen. Het klakkeloos toepassen van oude Wob-jurisprudentie ondergraaft de bedoeling van de wetgever bij de Woo. Verweerder miskent hiermee dat de wettelijke grondslag voor het verzoek (Woo) een andere is dan ten tijde van de aangehaalde uitspraak. De enkele verwijzing naar ECLI:NL:2013:CA2102 volstaat daarom niet als afdoende motivering onder het huidige Woo-regime.
2. Overschrijding van de wettelijke beslistermijn (vier weken ex artikel 4.4 lid 1 Woo) Artikel 4.4, eerste lid, Woo bepaalt dat het bestuursorgaan “zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken” na ontvangst op een Woo-verzoek moet beslissen. Het verzoek van cliënt dateert van 5 september 2025; het besluit is pas op 7 oktober 2025 genomen. Hiermee is de beslistermijn van vier weken ruimschoots overschreden. Voor zover verweerder zich had willen beroepen op verdaging, bepaalt artikel 4.4 lid 2 Woo dat een eenmalige verlenging met hoogstens twee weken alleen mogelijk is indien de omvang of gecompliceerdheid van de informatie dat rechtvaardigt, én mits tijdig voor afloop van de eerste termijn schriftelijk aan de verzoeker medegedeeld. In casu is geen tijdige verdagingsbeslissing aan cliënt kenbaar gemaakt, zodat van een rechtsgeldige termijnverlenging geen sprake is.
De termijnoverschrijding betekent dat het bestuursorgaan niet tijdig op het verzoek heeft beslist in de zin van artikel 4:13 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is een formeel gebrek. Sterker nog, strikt juridisch was op 3 oktober 2025 al sprake van een fictieve weigering waartegen rechtstreeks beroep openstond. Het alsnog nemen van het besluit op 7 oktober 2025 laat onverlet dat de wettelijke beslistermijn is geschonden. Reeds om deze reden is het bestreden besluit onrechtmatig. Cliënt wijst er nadrukkelijk op dat de Woo-termijnen van openbare orde zijn: tijdige besluitvorming is essentieel voor een effectief recht op informatie. De overschrijding klemt te meer nu verweerder uiteindelijk enkel een kale afwijzing heeft gegeven - nota bene buiten de wettelijke termijn. Dit klemt temeer nu
geen complexe zoekslag of grote openbaarmaking aan de orde was (verweerder stelt immers dat er géén documenten zijn); een tijdige afhandeling had dus zonder meer mogelijk moeten zijn. 3. Bewaarplicht en standaard verslaglegging van juridische procedures en kosten
Verweerder stelt dat er “geen documenten aanwezig” zouden zijn met betrekking tot juridische kosten, rechtszaken, bezwaren en klachten (2020-2025). Deze stelling strookt niet met de wettelijke plicht van overheidsinstanties om hun documenten en informatiehuishouding op orde te hebben. Op grond van de Archiefwet en bijbehorende regelgeving zijn overheidsorganen verplicht hun informatie adequaat te beheren en te bewaren, ten behoeve van onder meer de publieke verantwoording en rechtsvinding. Overheidsorganisaties dienen documenten te bewaren die nodig zijn om uit te leggen waarom bepaalde besluiten zijn genomen, bijvoorbeeld ten behoeve van Kamerleden, journalisten of actiegroepen. Informatie over juridische procedures en de daaraan verbonden kosten valt hier ontegenzeggelijk onder: dit betreft de besteding van publieke middelen en de afhandeling van geschillen waarin de overheid partij is. Dergelijke informatie heeft bestuurlijke en publieke relevantie en behoort conform de archiefplicht te worden vastgelegd en bewaard. In de praktijk is het standaard dat overheidsinstellingen financiële verslaglegging voeren en documentatie bijhouden over juridische zaken. Uitgaven aan juridische procedures (proceskosten, advocaatkosten, transactiebetalingen, etc.) worden normaliter geregistreerd in begrotingen en jaarverslagen.
Evenzeer worden bezwaar- en beroepsprocedures bijgehouden in (digitale) dossiers, zeker wanneer het een periode van meerdere jaren betreft. Het niet hebben van enige documentatie over alle juridische kosten en procedures van 2020-2025 zou betekenen dat de SDD zijn administratieve verplichtingen ernstig heeft veronachtzaamd, hetgeen onaannemelijk is en op zichzelf onrechtmatig zou zijn. Kortom, uit de geldende archief- en bestuursrechtelijke normen vloeit voort dat de gevraagde documenten redelijkerwijs moeten bestaan en beschikbaar moeten zijn. Het uitgangspunt in de Woo is immers dat overheidsinformatie openbaar is. Verweerder kan zich niet aan een Woo-verzoek onttrekken door te stellen dat er geen documenten bestaan, terwijl het bestaan daarvan mag worden verondersteld op grond van wettelijke bewaarplichten en normale bedrijfsvoering.
4. “Geen documenten" ongeloofwaardig en strijdig met het transparantiebeginsel De mededeling van verweerder dat dergelijke documenten niet bestaan, wordt gemotiveerd betwist. Gegeven de aard van het verzoek - juridische kosten en procedures over een periode van vijf jaar - is het eenvoudigweg ongeloofwaardig dat hierover in het geheel geen documenten zouden berusten bij de SDD. In de jurisprudentie onder de Wob gold dat een bestuursorgaan een verzoek mocht afwijzen indien er geen documenten zijn, maar dat gold onder het voorbehoud dat die mededeling niet ongeloofwaardig is. Hier is de mededeling wél ongeloofwaardig, gezien punt 3 hierboven. Er waren naar redelijke verwachting in 2020-2025 juridische kwesties (bezwaarzaken, wellicht rechtsgedingen of klachten) waarbij de SDD betrokken was en waarbij kosten zijn gemaakt. Het is onbestaanbaar dat hiervan nul documenten zouden zijn. Cliënt betwist nadrukkelijk de volledigheid van de door verweerder uitgevoerde documentenzoektocht. Indien verweerder stelt dat er inderdaad niets is vastgelegd, is dat in strijd met de Archiefwet (zoals toegelicht) en met algemeen aanvaarde beginselen van behoorlijk bestuur.
Voorts is deze handelwijze strijdig met het transparantiebeginsel dat ten grondslag ligt aan artikel 110 van de Grondwet en de Woo. Artikel 110 Grondwet bepaalt dat de overheid bij de uitvoering van
haar taak openbaarheid betracht volgens bij de wet te stellen regels. De Woo is juist ingevoerd als uitwerking van dit grondwetsartikel, met als doel de overheid zo open mogelijk te laten zijn. Het algemeen belang van openbaarheid vergt dat informatie over het functioneren van de overheid, in het bijzonder over de besteding van gemeenschapsgeld en de wijze waarop burgers tegen de overheid opkomen, toegankelijk is. Een kale stelling “er zijn geen documenten” tart dit beginsel wanneer het weinig geloofwaardig is. In feite onttrekt verweerder zich zo aan enige controle. Deze opstelling ondermijnt de door de Woo beoogde cultuur van transparantie. Mocht verweerder volhouden dat werkelijk geen documenten bestaan, dan verzoek ik om specificatie hoe dat mogelijk is. Zijn relevante stukken vernietigd? Zo ja, op grond van welke selectielijst en wanneer? Of is de zoekopdracht te beperkt geweest (bijvoorbeeld alleen naar specifieke trefwoorden gezocht)? In bezwaar dient deze kwestie grondig te worden onderzocht. In elk geval acht verzoeker de huidige motivering ontoereikend. Zonder deugdelijk bewijs van niet-bestaan moet er van uit worden gegaan dat de gevraagde documenten wél bestaan, dan wel hadden moeten bestaan. Het bestreden besluit schiet daarmee zowel feitelijk als rechtens tekort.
5. Europeesrechtelijke waarborgen voor toegang tot overheidsinformatie Het recht op toegang tot overheidsinformatie wordt niet alleen nationaal, maar ook op Europees niveau erkend. Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt de vrijheid van meningsuiting en informatie. Volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omvat dit, voor met name journalisten en andere publieke waakhonden, ook een recht om informatie van de overheid te verkrijgen. De rationale daarbij is dat de pers haar rol van public watchdog alleen kan vervullen indien zij toegang heeft tot informatie die essentieel is voor het publieke debat. In het verlengde daarvan garandeert artikel 11 van het Handvest van de Grondrechten van de EU eveneens de vrijheid om inlichtingen te ontvangen en te verstrekken, zonder inmenging van de overheid. Deze bepalingen vestigen een fundamenteel recht op overheidsinformatie, vooral wanneer het gaat om informatie van publiek belang. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in meerdere uitspraken bevestigd dat een weigering om informatie te verstrekken onder omstandigheden een schending van artikel 10 EVRM kan opleveren.
Met name waar de verzoeker optreedt als journalist of NGO in het kader van democratische controle, wordt toegang tot overheidsinformatie beschouwd als een onderdeel van het recht op vrije informatievergaring. Zo oordeelde het EHRM (Grote Kamer) in Magyar Helsinki Bizottsag t. Hongarije (EHRM 8 november 2016) dat journalisten en NGO’s aanspraak kunnen maken op overheidsinformatie indien de informatieverzoeker als “public watchdog" handelt en de gevraagde informatie noodzakelijk is voor het publiek debat. In andere zaken, zoals Youth Initiative for Human Rights t. Servië (EHRM 2013) en Österreichische Vereinigung zur Erhaltung etc. t. Oostenrijk (EHRM 2013), is eveneens geoordeeld dat onnodige geheimhouding door de overheid strijdig kan zijn met artikel 10 EVRM. Kortom, Europese normen verlangen een culture of openness, zeker waar het de controle op overheidsbestedingen en -optreden betreft. Het bestreden besluit, dat zonder deugdelijke grondslag informatie onthoudt, is hiermee in strijd. Verweerder had - gelet op deze hogere normen - juist een proactieve en open houding moeten aannemen bij de behandeling van het Woo-verzoek.
6. Belang van onderzoeksjournalistiek en democratische controle (rol van verzoeker) Bij de belangenafweging dient zwaar te wegen dat verzoeker optreedt in de hoedanigheid van
onderzoeksjournalist. De pers vervult een cruciale rol in onze democratische rechtsstaat als controleur van de macht. Juist daarom genieten journalisten bijzondere bescherming onder het recht op informatievrijheid. Verzoeker tracht met zijn Woo-verzoek inzicht te krijgen in hoe de Sociale Dienst Drechtsteden omgaat met juridische procedures en publiek geld - een onderwerp van evident maatschappelijk belang. Informatie over juridische kosten en procedures bij een publieke dienst raakt direct aan democratische controle: de gemeenschap heeft het recht te weten hoe publieke middelen worden besteed, of er veel juridische geschillen zijn en hoe deze worden afgehandeld.
Door deze informatie te weigeren frustreert verweerder niet alleen het individuele recht van verzoeker, maar ook het bredere belang van een geïnformeerde publieke opinie. Transparantie hierover stelt journalisten (en daarmee het publiek) in staat om te beoordelen of de Sociale Dienst haar taken behoorlijk uitvoert, of er wellicht structurele problemen zijn (veel bezwaren/klachten kunnen op beleidsfouten duiden), en hoe verantwoord financieel beheer is gevoerd ten aanzien van juridische kwesties. Die controle is een wezenlijk onderdeel van de democratie. Dit is ook de reden dat artikel 110 Grondwet en de Woo openbaarheid voorschrijven. Zoals hierboven genoemd kunnen journalisten en andere controleurs van de democratische rechtstaat zich zelfs beroepen op het recht op openbaarmaking als mensenrecht. Het bestreden besluit gaat hieraan voorbij en behandelt het verzoek alsof het om een louter individueel belang zou gaan. In werkelijkheid strekt openbaarmaking tot nut van de gehele samenleving (“openbaarheid dient het algemeen belang”). Verzoeker benadrukt dat de informatieverzoeken die hij als onderzoeksjournalist doet, erop gericht zijn gemeenschapsgeld en overheidsoptreden te kunnen controleren - geheel in lijn met de functie die de Woo en internationale normen aan de pers toekennen.
De weigering van SDD is derhalve niet alleen jegens verzoeker onrechtmatig, maar schaadt ook het publieke belang van transparantie.
Conclusie en verzoek Gelet op al het voorgaande concludeer ik dat het besluit om het Woo-verzoek af te wijzen onjuist en onrechtmatig is. Samengevat heeft verweerder: (a) een verouderde Wob-uitspraak toegepast buiten het juiste juridische kader, (b) de wettelijke beslistermijn overschreden, (c) zijn archief- en informatieplichten genegeerd, (d) een ongeloofwaardige en ontoereikende motivering gegeven in strijd met het transparantiebeginsel, en (e) geen rekening gehouden met de (Europese) rechten van informatievrijheid en het zwaarwegende maatschappelijke belang van dit verzoek. Ik verzoek u daarom: het bestreden besluit van 7 oktober 2025 te herroepen (vernietigen in bezwaar);
mijn Woo-verzoek van 5 september 2025 alsnog volledig in te willigen, hetgeen inhoudt dat u alle gevraagde documenten op de kortst mogelijke termijn openbaar maakt dan wel verstrekt aan verzoeker; voor zover bepaalde documenten onverhoopt niet (meer) zouden bestaan of onder een uitzonderingsgrond vallen, dit per document specifiek en juridisch houdbaar te motiveren, met inachtneming van de Woo en de hierboven genoemde rechtsnormen;
primair: alle gevraagde informatie zonder verdere vertraging te verschaffen; subsidiair (indien u
meent bepaalde informatie te mogen weigeren): een nieuwe beslissing op het verzoek te nemen met inachtneming van de Woo, waarin een deugdelijke weigeringsgrond per document wordt aangegeven en getoetst aan het openbaarheidsbelang;
In afwachting van uw beslissing in bezwaar
Hoogachtend,
,
Namens
- Onderzoeksjournalist
On 10/7/25, 11:12 Bezwaar <
Geachte
@drechtsteden.nl> wrote:
,
Voor de volledigheid zend ik u bijgaand een kopie van het besluit op uw Woo-verzoek d.d. 5 september jl. dat ook per reguliere post aan u is verzonden. Ik verwijs u graag naar de inhoud.
Met vriendelijke groet,
Namens de Woo-coördinator
Sent with mail.com Mail app
mail.com - Woo verzoek
07-10-2025, 11:37
mailcom Woo verz ek @mail.com>
From: To:
"M
Date:
Sep 5, 2025 1:54:42 AM
<
@drechtsteden.nl
E:
T:
@mail.com
Onderwerp: Woo-verzoek - Overzicht jur dische kosten en rechtszaken SDD 2020-2025 Aan: Sociale Dienst Drechtsteden (SDD)
Geachte heer/mevrouw,
Op grond van de Wet open overheid (Woo) verzoek ik u hierbij om openbaarmaking van de volgende
informatie: 1. Een overzicht van alle juridische kosten die door of namens de SDD zijn gemaakt in de periode 1
januari 2020 t/m heden (2025).
o Dit omvat onder meer advocaatkosten, griffierechten, proceskosten, externe juridische advisering
en eventuele schadevergoedingen.
2. Een overzicht van alle rechtszaken die in deze periode (2020-2025) tegen de SDD zijn gestart. Daarbij verzoek ik om specificatie per zaak van: o Zaaknummer en rechtscollege (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad). o Het onderwerp of de aard van het geschil (bijvoorbeeld uitkering, handhaving, terugvordering,
Wmo, Participa iewet).
o De uitkomst van de zaak (gewonnen, verloren, gedeeltelijk gewonnen/verloren, geschikt). o De gemaakte en/of toegewezen kosten per zaak (inclusief proceskostenveroordelingen).
3. Een onderscheid tussen: https://3c-lxa. mail. com/mail/client/mail/print;jsessionid=1009FE271 BCD3A866947BBB46447599O-n1 .lxa09b?mailld=tmai 1757030082604640332
1/3
mail.com - Woo verzoek
07-10-2025, 11:37
o Zaken in eerste aanleg.
° Zaken in hoger beroep, (reden erbij te vermelden, wie in hoger beroep heeft aangesteldgegrond of ongegrond verklaard) o Zaken in cassatie, (reden erbij te vermelden, wie in hoger beroep heeft aangesteld - gegrond of
ongegrond verklaard)
4. Een overzicht van alle ingediende bezwaren in dezelfde periode, met daarbij: ? Het totaal aantal ingediende bezwaren. • Het aantal gegrond verklaarde bezwaren, (reden erbij te vermelden) ? Het aantal ongegrond verklaarde bezwaren, (reden erbij te vermelden) ? Verdeling naar onderwerp (bijvoorbeeld Participatiewet, bijzondere bijstand, Wmo).
5 - Klachten (2021-heden)
• Een overzicht van alle ingediende klachten vanaf 1 januari 2021 tot en met heden (vanuit burgers & medewerkers) • Vermelding van het totaal aantal klachten per jaar. ? Aanduiding van de aard van de klacht en de afdoening (gegrond, ongegrond, deels gegrond, informeel opgelost). • Wat vervolgens is gedaan, om dit te voorkomen dat de zelfde aarde van de klacht nogmaals terugkeert. • Of er een onderzoek is gedaan door een onafhankelijk partij ? ? De klacht heeft gezorgd voor ontslag ? Of een schade toekenning ?
Ik verzoek u de gegevens in een overzichtelijke vorm (bij voorkeur in een digitaal bestand PDF) beschikbaar te stellen.
Bij voorbaat dank voor de zorgvuldige behandeling van dit verzoek.
Hoogachtend, ( Onderzoekj ournalist)
https://3c-lxa. mail. com/mail/client/mail/print;jsessionid=1009FE271 BCD3A866947BBB46447599O-n1 .lxa09b?mailld=tmai 1757030082604640332
2/3
mail.com - Woo verzoek
07-10-2025, 11:37
Attachments ? image-jpeg-attachment ? image-jpeg-attachment ?
https://3c-lxa. mail. com/mail/client/mail/print;jsessionid=1009FE271 BCD3A866947BBB46447599O-n1 .lxa09b?mailld=tmai 1757030082604640332
3/3
Sociale Dienst Drechtsteden
Bezoekadres
Postbus 619 3300 AP Dordrecht
Telefoon Fax
@mail.com
Tevens per e-mail:
Website www.socialedienstdrechtsteden.nl
Datum: 6-10-2025
Behandeld door: Onderwerp: Besluit Woo-verzoek Kenmerk: 2025-0091791
Geachte
,
De Sociale Dienst Drechtsteden heeft kennisgenomen van uw verzoek van 5 september 2025 om informatie te verstrekken op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo). Uw verzoek is ingeboekt onder het volgende zaaknummer: 2025-0091791. U heeft verzocht om toezending van de volgende informatie:
7.
Een overzicht van alle juridische kosten die door of namens de SDD zijn gemaakt in de periode 1 januari 2025 t/m heden (2025).
?
Dit omvat onder meer advocaatkosten, griffierechten, proceskosten, externe juridische advisering en eventuele schadevergoedingen.
2. Een overzicht van alle rechtszaken die in deze periode (2020-2025) tegen de SDD zijn gestart. Daarbij verzoekt u om specificatie per zaak van: ? Zaaknummer en rechtscol/ege (rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad). ? Het onderwerp of de aard van het geschil (bijvoorbeeld uitkering, handhaving, terugvordering, Wmo, Participatiewet). ? De uitkomst van de zaak (gewonnen, verloren, gedeeltelijk gewonnen/ver/oren, geschikt). ? De gemaakte en/of toegewezen kosten per zaak (inclusief proceskostenveroordelingen). 3. Een onderscheid tussen: • Zaken in eerste aanleg. ? Zaken in hoger beroep (reden erbij te vermelden, wie in hoger beroep heeft aangesteld- gegrond of ongegrond verklaard) ? Zaken in cassatie (reden erbij te vermelden, wie in hoger beroep heeft aangesteld gegrond of ongegrond verklaard)
Sociale Dienst Drechtsteden
4. Een overzicht van alle ingediende bezwaren in dezelfde periode, met daarbij: • Het totaal aantal ingediende bezwaren. • Het aantal gegrond verklaarde bezwaren (reden erbij te vermelden). • Het aantal ongegrond verklaarde bezwaren, (reden erbij te vermelden) • Verdeling naar onderwerp (bijvoorbeeld Participatiewet, bijzondere bijstand, Wmo).
5.
Klachten (2021 -heden) • Een overzicht van alle ingediende klachten vanaf 1 januari 2021 tot en met heden (vanuit burgers & medewerkers). • Vermelding van het totaal aantal klachten per jaar. • Aanduiding van de aard van de klacht en afdoening (gegrond, ongegrond, deels gegrond, informeel opge/ost). • Wat vervolgens is gedaan, om dit te voorkomen dat de zelfde aarde van de klacht nogmaals terugkeert. • Of er een onderzoek is gedaan door een onafhankelijke partij? • De klacht heeft gezorgd voor ontslag? Of een schadetoekenning?"
Juridisch kader Woo-verzoek Wij kwalificeren uw verzoek als een Woo-verzoek. Het uitgangspunt van de Woo is het publieke belang van openbaarheid van informatie. Ingevolge artikel 4.1, eerste lid, van de Woo kan eenieder een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan. Een Woo-verzoek is een verzoek om informatie die nog niet openbaar is, openbaar te maken. Ingevolge het bepaalde in artikel 4.1, zevende lid, van de Woo wordt een verzoek om informatie ingewilligd. Echter, wanneer de artikelen 5.1 en 5.2 van de Woo een weigering tot openbaarmaking rechtvaardigen, kan een verzoek geheel of gedeeltelijk worden geweigerd.
De Woo verplicht niet tot het vervaardigen van documenten noch tot het bewerken van gegevens tot documenten of overzichten, indien de informatie niet in bestaande documenten is opgenomen. Inventarisatie gevraagde documenten
De Sociale Dienst Drechtsteden heeft zich maximaal ingespannen om de gevraagde documenten te inventariseren. Hierbij is informatie opgevraagd bij betrokken medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden. Bij de inventarisatie zijn geen documenten aangetroffen.
Besluit op uw verzoek De door u opgevraagde overzichten zijn niet aanwezig binnen de Sociale Dienst Drechtsteden. Daarnaast verplicht de Woo ook niet tot het vervaardigen van documenten noch tot het bewerken van gegevens tot documenten of overzichten, indien de informatie niet in bestaande documenten is opgenomen (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juni 2013, ECLI:NL:201 3:CA2102). Om deze reden kan uw verzoek niet worden ingewilligd.
Sociale Dienst Drechtsteden
Graag willen wij u er wel op wijzen dat onze klachtcijfers per kwartaal reeds worden gepubliceerd. U kunt deze vinden op
https://www.socialedienstdrechtsteden.nl/overons/wetopenoverheid.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Als u vragen hebt over de afhandeling van uw verzoek, dan kunt u contact opnemen met de Woo Coördinator via onderstaande contactgegevens: Per e-mail: @drechtsteden.n Zet in uw e-mail het dossiernummer. Telefonisch: (Klantenservice Sociale Dienst Drechtsteden), op werkdagen tussen 8.30 en 12.00 uur en tussen 13.00 en 15.00 uur.
Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur,
Opgave manager dienstverlening
U kunt binnen zes weken bezwaar maken
Bent u het niet eens met deze beslissing? Stuur dan een bezwaarschrift. Zet in uw bezwaar in ieder geval: ? Uw naam, adres en handtekening ? Tegen welke beslissing u bezwaar maakt (zet het briefnummer in uw bezwaarschrift of stuur een kopie mee) ? De reden waarom u het niet met deze beslissing eens bent
Stuur het bezwaarschrift naar: Dagelijks bestuur GR Sociaal Postbus 619 3300 AP DORDRECHT Stuur het bezwaarschrift binnen 6 weken na de datum bovenaan de brief. Als u het bezwaarschrift later verstuurt, kunnen wij u niet meer helpen.