CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

168 Smart Delta Drechtsteden - Raadsinformatiebrief april 2026.pdf

Gemeenteraad GHG 28 mei 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Vaststellen Lijst ingekomen stukken 28 mei 2026 -12.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22

D. Opgave: Regionale Spoorzones De Drechtsteden hebben woningen nodig. Minstens 16.000 tot 2035 om te voorzien in de behoefte Dat zijn geen plancijfers: het zijn de jongeren die geen betaalbare woning vinden, de gezinnen die gedwongen de regio verlaten, de starters die noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn de logische plek om die puzzel op te lossen. Hier komen wonen, werken en bereikbaarheid samen. Maar dan moeten we het wel goed doen: we bouwen met de urgentie die nodig is, aan een toekomstbestendig woningbestand.

Huidige situatie De regio staat voor een woningbouwopgave van minimaal 16.000 woningen tot 2035, oplopend naar circa 18.000 in 2035 als ook de acute tekorten worden meegerekend. Er is plancapaciteit voor circa 12.000 woningen, maar uitvoering stokt door onvoldoende OV-capaciteit en ontbrekende ruimtelijke en financiële randvoorwaarden. De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn zijn belangrijke schakels voor woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Tegelijk is verbetering van de juiste randvoorwaarden zoals goede verbindingen voor fiets en OV nodig.

Doorbraakprojecten Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingeLijn Doorbraakproject 7: Gebiedsontwikkeling Oude Lijn

Gewenste situatie De spoorzones langs de Oude Lijn en de MerwedeLingelijn functioneren als ruggengraat van de regionale verstedelijking. Dit gaat hand in hand met de ontwikkeling van een klimaatbestendig, gezond en verbonden groenblauw netwerk richting de Biesbosch en het Groene Hart. Stationsgebieden groeien uit tot complete stadsdelen waarbij de eerste 300 meter rondom elk station maximaal wordt benut voor woningen, werkplekken en voorzieningen. De Spoorzone Dordrecht-Zwijndrecht ontwikkelt zich als onderdeel van de Verstedelijkingsalliantie voor de Oude Lijn, met een nieuw station bij het Leerpark. Minimaal twee derde van alle nieuwe woningen is betaalbaar en 30% sociaal.

23

Doorbraakproject 6: Gebiedsontwikkeling MerwedeLingelijn Kern van het doorbraakproject De MerwedeLingelijn verbindt de Drechtsteden van west naar oost, van Dordrecht via Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem naar Geldermalsen. Langs deze lijn liggen kansen voor nieuwe stadsdelen die wonen, werken en bereikbaarheid combineren. De ambitie reikt ver: op termijn moet de hele lijn stap voor stap uitgroeien tot een ketting van leefbare, goed bereikbare woon-werkgebieden met bijbehorende voorzieningen en een goede verbinding (langzaam verkeer) tussen stations, huidige centra en woon- en werkgebieden. Grote ambities beginnen met concrete eerste stappen. In deze eerste RIA zetten we de eerste puzzelstukjes neer: op plekken waar al planruimte beschikbaar is, waar draagvlak bestaat en waar de ontwikkeling past in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie. Het gaat onder andere om Vleugels van de Stad in Gorinchem (Stationsgebied en Lingeoevers) en 't Oog fase 1. Deze projecten zijn geen losstaande bouwlocaties: ze leggen het fundament voor de bredere gebiedsontwikkeling van de MerwedeLingeLijn (waaronder Sliedrecht-Noord en ’t Oog fase 2), waar we ons als regio op de verschillende tafels hard voor maken.11 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

•

Woningen waar ze nodig zijn in een aantrekkelijke omgeving. Betaalbare woningen op goed bereikbare locaties, direct gekoppeld aan het OV-netwerk. Elke ontwikkeling omvat voorzieningen, werkplekken, openbare ruimte en groen. We bouwen plekken waar je wilt wonen en verblijven, niet alleen waar je een dak boven je hoofd hebt. Een fundament voor verdere groei. De eerste projecten gaan bewijzen dat gebiedsontwikkeling langs de MerwedeLingelijn werkt. Dat versterkt het draagvlak bij provincie, Rijk en investeerders voor de volgende fase na 2030. Versterking van het OV-systeem. Meer woningen rond stations betekent meer reizigers, en meer reizigers rechtvaardigen hogere frequenties en betere verbindingen. Dat is het vliegwiel: bouwen bij het spoor maakt het spoor sterker.

Hoe en met wie we het aanpakken We starten op locaties waar concrete stappen mogelijk zijn, in overeenstemming met het regionaal woningbouwprogramma van de provincie: a. Stationsgebied en Lingeoevers Gorinchem – Vleugels van de stad: herontwikkeling die de stad verbindt met de Merwede, met een mix van woningen, werken, voorzieningen en openbare ruimte langs het water. b. 't Oog fase 1: woningbouwlocatie die aansluit op bestaand OV en bijdraagt aan de verdichting langs de lijn.

Dit doorbraakproject hangt direct samen met de Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4): betere bereikbaarheid maakt verdichting rond stations haalbaar en aantrekkelijk. Het bouwt voort op het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): zonder energiecapaciteit geen nieuwe aansluitingen voor woningen en voorzieningen. En het versterkt het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5): de projecten Vleugels van de Stad en Middenwetering combineren woningbouw met vergroening en klimaatadaptatie, en dragen zo bij aan het regionale groenblauwe netwerk. 11

24

Bij beide locaties hanteren we ontwerpprincipes die kwaliteit voor de lange termijn borgen: klimaatadaptatie (waterberging, schaduw, hittewering), de 3-30-300 groennorm, en een mix van woningtypen die past bij de lokale behoefte. We bouwen met de urgentie die nodig is, aan een toekomstbestendig woningbestand. Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeenten, de provincie Zuid-Holland, ProRail/NS, woningcorporaties, waterschap, omgevingsdienst, ontwikkelaars en bouwers en Stedin. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s • •

•

Lokaal: Voegt woningen toe aan de gemeenten en de regio. Sluit aan bij lokale woonvisies, omgevingsvisies en omgevingsplannen. Provinciaal: puzzelstukjes uit deze RIA passen in het regionaal woningbouwprogramma van de provincie en de Zuid-Hollandse verstedelijkingsstrategie. Versterkt de positie van de Drechtsteden als betrouwbare partner in de verstedelijkingsalliantie. Nationaal: Draagt bij aan de nationale woningbouwopgave en belang ontwikkelingen langs OV. Laat zien dat middelgrote regio's substantieel kunnen bijdragen aan de woningnood als de randvoorwaarden (OV, energie, groen) op orde zijn.

Doorbraakproject 7: Gebiedsontwikkeling Oude Lijn Kern van het doorbraakproject De Oude Lijn — de spoorverbinding van Dordrecht via Zwijndrecht naar Rotterdam — is de belangrijkste schakel tussen de Drechtsteden en de Randstad. De stationsgebieden langs deze lijn hebben alles in zich om uit te groeien tot aantrekkelijke, complete stadsdelen. De ontwikkeling is gestart, maar mag niet stokken. Voldoende ruimtelijke en financiële randvoorwaarden rond ontwikkeling van de stationsgebieden ontbreken en de kwaliteit van de openbare ruimte is versnipperd. Om die reden wordt ingezet op verdichting en daarmee een kwaliteitsimpuls voor de fysieke leefomgeving. De doorbraak zit in het koppelen van gebiedsontwikkeling aan de versterking van de Oude Lijn naar een betrouwbare, frequente en snelle verbinding. Door gelijktijdig te investeren in woningen, voorzieningen én een beter spoorsysteem, inclusief een nieuw station Campus Leerpark en een opgeknapt station Dordrecht, ontstaat een ontwikkeling die zichzelf versterkt: meer woningen genereren meer reizigers, meer reizigers rechtvaardigen betere verbindingen, betere verbindingen maken de locaties aantrekkelijker voor doorontwikkeling van het gebied. Daarnaast worden bestaande regionale voorzieningen zo beter benut.12 Wat dit doorbraakproject oplevert •

Woningen op strategische plekken. Gebiedsontwikkeling rondom de stationsgebieden Campus Leerpark / Gezondheidspark en 900 woningen in Walburg

Dit doorbraakproject hangt onlosmakelijk samen met doorbraakproject 6 (MerwedeLingelijn): samen vormen ze de verstedelijkingsstrategie van de regio, met de Oude Lijn als schakel naar de Randstad en de MerwedeLingelijn als ruggengraat binnen de regio. Het bouwt voort op het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): de woningbouw is alleen mogelijk als de energiecapaciteit meegroeit. De Drechtstedenring (doorbraakprojecten 3 en 4) zorgt voor de bereikbaarheid van de stationsgebieden met fiets en bus. En het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5) waarborgt dat verdichting gepaard gaat met vergroening en klimaatbestendigheid. 12

25

•

•

•

•

nabij station Zwijndrecht. Betaalbaar, goed bereikbaar en ingericht voor de lange termijn. Meer woningen op strategische locaties door te verdichten met oog en kwaliteit voor de fysieke leefomgeving. Een nieuw station Campus Leerpark. Een extra halte die niet alleen de woningbouw ontsluit maar ook de Smart Campus Leerpark, het opleidingshart van de maakindustrie, direct verbindt met de Randstad en het Gezondheidspark, voor patiënten en zorgpersoneel van het Albert Schweitzerziekenhuis. Leefbare stadsdelen met kwaliteit. Niet alleen woningen, maar complete wijken: voorzieningen, werkplekken, groen en openbare ruimte. Klimaatadaptatie als ontwerpprincipe: waterberging, schaduw, hittewering. Plekken waar je over twintig jaar trots op bent. Versterking van het kennisecosysteem. Het station Leerpark koppelt het Da Vinci College, Hoger Onderwijs Drechtsteden en de Smart Campus direct aan het spoornetwerk. Dat maakt de regio aantrekkelijker voor studenten, docenten en kenniswerkers. Het versterkt het netwerk tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. De Drechtsteden op de kaart in de Zuidelijke Randstad. Een versterkte Oude Lijn met hogere frequenties, meer stations en een verbeterd station Dordrecht positioneert Dordrecht en Zwijndrecht als serieuze woon-werkalternatieven voor Rotterdam en Den Haag. En versterkt de lijn west-oost richting Gorinchem en Geldermalsen.

Dat is goed voor inwoners die meer keuzevrijheid krijgen, en voor ondernemers die een grotere arbeidsmarkt kunnen aanspreken.

Hoe en met wie we het aanpakken We richten ons op drie gebieden in Dordrecht en Zwijndrecht: a. Campus Leerpark: gebiedsontwikkeling rondom een nieuw station, met ca 6001000 woningen, kennisvoorzieningen en een directe verbinding met de Smart Campus. Het station maakt onderwijs en innovatie bereikbaar vanuit de hele Randstad. b. Walburg nabij stationsgebied Zwijndrecht: verdichting en kwaliteitsverbetering van het stationsgebied, 900 woningen, met een mix van wonen en maatschappelijke en commerciële functies. Deze dragen bij aan de toekomstbestendigheid van een levendig voorzieningencluster voor deze kant van de Oude Maas. De ligging op loopafstand van station Zwijndrecht en de hub voor regionale buslijnen zorgt voor uitstekende bereikbaarheid richting o.a. Rotterdam en Dordrecht. Bij alle drie de locaties gelden dezelfde kwaliteitsprincipes als bij de MerwedeLingelijn: klimaatadaptatie als integraal onderdeel, de 3-30-300 groennorm, een mix van betaalbare en sociale woningen, en openbare ruimte die uitnodigt tot verblijf en ontmoeting. We bouwen niet alleen woningen: we maken stadsdelen die de kwaliteitstraditie van de Drechtsteden voortzetten.

Om dit doorbraakproject te realiseren werken we samen met de gemeente Dordrecht en Zwijndrecht, de provincie Zuid-Holland, ProRail/NS, Ministeries van I&W en VRO, MRDH, Da Vinci College / Hoger onderwijs, woningcorporaties, ontwikkelaars en bouwers, Stedin, HVC, waterschap en omgevingsdienst. Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s

26

•

•

•

Lokaal: Levert ca 1.800 woningen op in Dordrecht en Zwijndrecht — direct voelbaar voor inwoners in de regio die een betaalbare woning zoeken. Het nieuwe station Campus Leerpark versterkt de positie van het onderwijs, de Smart Campus en het Gezondheidspark, wat doorwerkt in lokale economische programma's. Provinciaal: Kern van de Verstedelijkingsalliantie voor de Oude Lijn. Past in het provinciale woningbouwprogramma en de ambitie om de Zuidelijke Randstad te versterken als woon-werkregio. Nationaal: Draagt bij aan de nationale woningbouwopgave in de Zuidelijke Randstad, de NOVEX-verstedelijkingsafspraken en het Toekomstbeeld OV 2020. Het nieuwe station Campus Leerpark verbindt de nationale investering in onderwijs en innovatie met de regionale economie.

27

E. Opgave: Regionale Maritieme Clusters De maritieme sector speelt een grote rol in de Drechtsteden. De maritieme maakindustrie van de Drechtsteden wordt (landelijk) erkend als een regionaal cluster dat op wereldschaal actief is. Vrijwel alle facetten van de maritieme maakindustrie zijn in onze regio te vinden (zoals werven, toeleveranciers, dienstverleners, luxe jachtbouw, baggerscheepsbouw en onderhoud). Het is hiermee een van onze economisch fundamenten en onze bijdrage aan de veiligheid, autonomie en verduurzaming van Nederland en Europa. De maritieme maakindustrie heeft ook te maken met uitdagingen. Bijvoorbeeld op het gebied van aantrekken en behouden van personeel, ruimte voor (duurzaam) innoveren, en het behouden van fysieke ruimte voor groei op watergebonden bedrijventerreinen. Door hier gericht in te investeren, behouden we de maritieme sector voor de Drechtsteden.

Huidige situatie De vier maritieme clusters langs de rivieren, Oude Maas/Kil, De Noord, De Merwede en HardinxveldWerkendam, vormen samen het industriële hart van de regio. Met meer dan 1.200 gespecialiseerde maritieme bedrijven, een regionale sectoromzet van €6 miljard, circa 30%13 van de nationale maritieme omzet, en werk voor één op de vijf regionale werknemers is de regio een Europees innovatiedistrict voor de maakindustrie. Maar de clusters staan op een kantelpunt. Ruimte aan de oevers is schaars, bedrijven binnen dezelfde waardeketen zitten verspreid en de energie-infrastructuur voor walstroom, waterstof en elektriciteit blijft achter. De arbeidsmarkt kampt met structurele tekorten en eenmismatch met het onderwijsaanbod. Zonder stevige investeringen dreigt industrieverliesdat ten koste gaat van het verdienvermogen en de werkgelegenheid voorduizenden inwoners in de

Doorbraakprojecten Doobraakproject 8: Clusterontwikkeling (maritieme) maakindustrie

Gewenste situatie Een innovatieve maritieme topregio die vooroploopt in verduurzaming en hightech maakindustrie en daarmee een voortrekkersrol vervult binnen Europa. De vier clusters zijn regionaal verbonden en gespecialiseerd op eigen profiel. Oeverlocaties zijn vrijgespeeld voor watergebonden bedrijvigheid. Campussen als het Smart Campus Leerpark vormen een netwerk voor kennis, startups en toegepaste innovatie. Emissieloze scheepstechnologie, autonoom varen en waterstofinfrastructuur worden in de Drechtsteden ontwikkeld. De gezamenlijke investering in het ecosysteem van de maritieme sector bedraagt 1 tot 2 miljard euro in de komende tien jaar, waarvan minimaal 5% bestemd is voor R&D en innovatie. De maritieme maakindustrie, inclusief dual-use en defensietoepassingen, draagt bij aan de

1. Volgens de voortgangsrapportage van de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie (april 2025), bedraagt de totale omzet van de maritieme maakindustrie in Nederland circa €20 miljard per jaar. 13

28

Drechtsteden. Geopolitieke ontwikkelingen maken die kwetsbaarheid alleen maar groter.

strategische autonomie en veiligheid van Nederland en Europa.

29

Doorbraakproject 8: Clusterontwikkeling (maritieme) maakindustrie Kern van het doorbraakproject De vier maritieme clusters langs de Oude Maas/Kil, De Noord, De Merwede en Hardinxveld-Werkendam-Gorinchem vormen het maritieme hart van de regio. Deze clusters zijn nog niet optimaal ingericht. Bedrijven binnen dezelfde waardeketen zitten verspreid. Oeverlocaties (essentieel voor watergebonden bedrijvigheid) zijn soms bezet door functies die elders ook kunnen vestigen. De energie-infrastructuur voor duurzame vormen van aandrijving van schepen (zoals batterijtechnologie en waterstof) ontbreekt. En de arbeidsmarkt levert niet genoeg vakmensen op om de kwalitatieve en kwantitatieve vraag bij te houden. De doorbraak bestaat uit drie samenhangende interventies: ruimte maken door oeverlocaties vrij te spelen voor watergebonden bedrijvigheid, kracht bundelen door bedrijven in sterkere clusters te concentreren, en vooruit investeren in het innovatieecosysteem dat de sector toekomstbestendig maakt. 14 Wat dit doorbraakproject oplevert •

•

•

Ruimte voor groei, verduurzaming en verdienvermogen. Bedrijven die nu klem zitten door ruimtegebrek krijgen perspectief. Oeverlocaties worden vrijgespeeld voor watergebonden functies. Tevens worden oeverlocaties beter gebruikt door private investeringen van gevestigde bedrijven op hun eigen locaties. Het is van groot belang hier als overheden faciliterend in op te treden. Een sterker innovatie-ecosysteem. De de Smart Campus Leerpark wordt de plek waar onderwijs, bedrijven en innovatie dagelijks samenkomen. Hier ontwikkelen de vakmensen zich en de technologieën voor de werf en fabriek van de toekomst. Strategische relevantie voor Nederland en Europa. De maritieme maakindustrie, inclusief dual-use en defensietoepassingen, is niet vervangbaar. Door hier te investeren versterken we niet alleen de regionale economie maar ook de Europese strategische autonomie.

Hoe en met wie we het aanpakken We gaan aan de slag met elk van onze clusters, waar concrete stappen mogelijk zijn en zetten daarnaast in op een regionaal bedrijfsverplaatsingsfonds dat schuifruimte creëert. De drie grote doorbraakprojecten hierbij zijn het Nedstaalterrein in Alblasserdam, de Derde Merwedehavens (uitgifte 9 ha watergebonden bedrijventerrein) en de havenontwikkeling Werkendam. Daarnaast worden een aantal ander clusters ontwikkeld. Onderstaand wordt dit nader uitgewerkt: •

Cluster De Noord: Door Alblasserdam is het Nedstaalterrein verworven en de verplaatsing loopt. Hier liggen kansen voor maritieme bedrijven in combinatie met

Dit doorbraakproject hangt direct samen met het energiesysteem (doorbraakprojecten 1 en 2): de maritieme sector heeft waterstof, walstroom en betrouwbare energie nodig om te verduurzamen. De bereikbaarheid (doorbraakprojecten 3 en 4) is cruciaal om personeel aan te trekken. De spoorzones (doorbraakprojecten 6 en 7) versterken de verbinding tussen wonen, onderwijs en werken — het nieuwe station bij Leerpark brengt de Smart Campus binnen bereik van de hele Randstad. En het Landschapspark Albert Cuyp (doorbraakproject 5) zorgt ervoor dat de oevers die we vrijspelen niet alleen economisch maar ook landschappelijk en recreatief waarde krijgen. 14

30

•

•

•

•

lokale schuifruimte voor bedrijven, waardoor ondernemerschap kan doorgroeien op een watergebonden locatie. Cluster De Merwede: herstructurering van negen hectare watergebonden terrein dat de gemeente en ROM-D is aangekocht (de Merwedehavens). De uitgifte van Merwedehaven 3 is al gestart. Cluster Hardinxveld-Werkendam-Gorinchem: ontwikkeling en realisatie van een nieuwe insteekhaven in Werkendam die de capaciteit en kwaliteit van het cluster en het ecosysteem versterkt. Cluster Oude Maas/Kil: positionering Dordtse Zeehaven als draaischijf voor de regio, met op- en overslagfunctie die de clusters onderling verbindt. Daarnaast verkennen we mogelijkheden als de realisatie van PIER15 en schuifruimte op de Groote Haar. Hierin trekken we op met maritieme bedrijven, de betreffende gemeenten, de onderwijsinstellingen, de provincie Zuid-Holland, Havenbedrijf Rotterdam en andere partners. Smart Campus Leerpark: realisatie van de Maakfabriek naast de Duurzaamheidsfabriek, waarmee grootschalige ruimte voor productie en testfaciliteiten voor start- en scale ups wordt gecreëerd, aanvullend op de ruimte voor ingenieursactiviteiten die er nu al zijn. Hiermee wordt een combinatie gelegd tussen engineering, testen en productie.

Bijdrage aan lokale, provinciale en nationale programma’s •

• •

•

Lokaal: Behoud en groei van werkgelegenheid die direct voelbaar is in de gemeenten waar de clusters liggen. Dit vergroot de economische aantrekkingskracht van de regio. Provinciaal: Sluit aan bij het Zuid-Hollandse economische beleid en de provinciale inzet op innovatieclusters en maritieme maakindustrie. Nationaal: Draagt bij aan de sectoragenda maritieme maakindustrie ‘No guts no Hollands Glorie’, het nationale industriebeleid, het topsectorenbeleid en de defensieindustriestrategie. Daarnaast is het verbonden met Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Europees: Versterkt de Europese strategische autonomie op maritieme technologie, verduurzaming van scheepvaart en defensiecapaciteit. Past in de EUindustriestrategie en het Europees Defensiefonds.

31

4. De investeringen Wat we investeren en waarom De Regionale Investeringsagenda brengt acht doorbraakprojecten samen die de komende vijf jaar het verschil moeten maken voor brede welvaart in de Drechtsteden. Zulke projecten kosten geld, tijd en samenwerking, en dat is precies waarom het zo belangrijk is om te laten zien hoe we investeren, welke middelen al beschikbaar zijn en wat er nog nodig is. De acht doorbraakprojecten vragen om forse investeringen, publiek én privaat. In deze eerste RIA laten we zien wat de komende vijf jaar nodig is, niet wat de volledige opgave richting 2050 kost. Die is veel groter en vraagt om een stapsgewijze aanpak de komende 25 jaar. We beginnen met de stappen die nu het meeste opleveren en actualiseren de RIA elke vijf jaar. Twee principes sturen hoe we investeren. Elke euro moet meerdere keren effect hebben We koppelen projecten bewust zodat één investering meerdere doorbraakprojecten vooruit helpt. In de praktijk: elke euro in het warmtenet voorkomt een grotere capaciteitsvraag op het stroomnet, waardoor woningbouw en bedrijfsgroei elders mogelijk worden. Elke euro in een OV-knooppunt maakt woningbouw in meerdere gemeenten aantrekkelijker. Elke euro in watergebonden bedrijventerrein geeft maritieme bedrijven ruimte om te groeien. Dat is de kern van hoe de RIA werkt.

Regionaal investeren trekt extern geld aan Door als regio één overtuigend pakket neer te leggen — met onderbouwde projecten, heldere cofinanciering en bestuurlijk commitment, maken we het voor provincie, Rijk, Europa en private partners aantrekkelijk om mee te investeren. Dat vergroot onze slagkracht ver voorbij wat gemeenten afzonderlijk kunnen mobiliseren.

Een eerste financieel overzicht Het financiële beeld dat we nu presenteren is een eerste inschatting en wordt de komende maanden verder uitgewerkt en aangevuld. Bij elk doorbraakproject bekijken we wat al beschikbaar is en wat er aanvullend nodig is. Voor sommige doorbraakprojecten is al veel financiering beschikbaar, voor andere minder, bijvoorbeeld omdat gesprekken met het Rijk of de provincie nog lopen. Doorbraakproject

Totale benodigde (€)

Totale beschikbare (€)

Financieringsgat (€)

1. Regionaal warmtenet (60.000 aansluitingen)

1.500 mln

800 mln

700 mln

2. Bouwstenen decentraal energiesysteem

3,5 mln

N.b., wel zicht op financiering

3,5 mln onzeker

3. Mobiliteitshubs, fietsketens en OV

12,5 mln

17 mln

Geen financieringsgat

4. Snelfietspaden F15 en F16

26 mln

15 mln

11 mln

5. Groenblauw netwerk

65 mln

75 mln

Geen financieringsgat

32

Doorbraakproject

Totale benodigde (€)

Totale beschikbare (€)

Financieringsgat (€)

6. Gebiedsontwikkeling Merwedelingelijn

50 mln

23 mln

27 mln

7. Gebiedsontwikkeling Oude Lijn

90 mln

11 mln

79 mln

8. Clusterontwikkeling maritieme maakindustrie

40-60 mln

52–57 mln

0 mln tot mogelijk -12 mln (afhankelijk van definitieve investeringsomvang)

Totaal

1.787-1807 mln

993 mln – 998 mln

794 mln – 809 mln

Hoe we het financieringsgat willen dichten Het financieringsgat is aanzienlijk, maar het is geen open gat. Het is een gerichte investeringsopgave waarvoor we meerdere routes tegelijk bewandelen. •

•

•

•

•

Eigen inleg als hefboom. De middelen die gemeenten en regionale partners zelf inbrengen vormen het fundament. Ze laten zien dat de regio zelf investeert en risico neemt. Dat is een voorwaarde om andere partijen mee te krijgen: wie zelf niet investeert, kan niet verwachten dat anderen dat wel doen. Provincie en Rijk. De RIA is bewust zo opgezet dat onze doorbraakprojecten aansluiten bij bestaande financieringsstromen: het Klimaatfonds, de Woningbouwimpuls, MIRT-middelen, en regelingen voor netcongestieverzachting. In de komende maanden leggen we per doorbraakproject de concrete verbinding met deze programma's en voeren we de gesprekken die nodig zijn om cofinanciering te realiseren. Europa. De Drechtsteden hebben een sterk Europees verhaal. De maritieme maakindustrie raakt aan strategische autonomie en de verduurzaming van scheepvaart, thema's waar Europese fondsen op inzetten. Het Landschapspark Albert Cuyp past in de Green Deal en de EU-strategie voor klimaatadaptatie. De energiehubs en waterstofprojecten sluiten aan bij Europese programma's voor de energietransitie. We benutten de komende periode om te kijken waarop we aanvragen zouden kunnen inzetten. Dat is een traject van de lange adem. Private partners. Bij meerdere doorbraakprojecten is private investering een wezenlijk onderdeel van de financiering. Bij het warmtenet gaat het om energiebedrijven en woningcorporaties.

Bij de maritieme clusters investeren bedrijven zelf in uitbreiding en innovatie. Bij de spoorzones zijn ontwikkelaars en bouwers partners in de gebiedsontwikkeling. De RIA maakt het voor deze partijen aantrekkelijker om in te stappen, omdat het regionale kader zekerheid biedt over de samenhang met energie, bereikbaarheid en leefomgeving. Slim stapelen. De grootste winst zit in het combineren van deze bronnen. Eén doorbraakproject kan gemeentelijke middelen, provinciale cofinanciering, een rijksregeling en private investering bundelen. Dat is wat we bedoelen met het multipliereffect: niet één partij die alles betaalt, maar meerdere partijen die samen investeren omdat het regionale pakket hen overtuigt. De komende maanden werken we per doorbraakproject een financieringsstrategie uit die laat zien welke combinatie van bronnen realistisch en haalbaar is.

33

5. Hoe we samen verder werken aan de RIA Een tussenstap die richting geeft, geen eindpunt Waar we mee openden, sluiten we af: dit document is een discussienotitie. Het legt niets vast. Het laat zien welke richting we op willen en nodigt uit om die richting samen aan te scherpen. De definitieve RIA ronden we vóór de zomer af. Na de zomer wordt deze ter besluitvorming voorgelegd aan colleges en raden. De komende tijd werken we samen met gemeenten, indieners van projecten, triple-helixpartners, provincie en Rijk aan het verder uitwerken van de RIA. Dat doen we langs drie verbonden sporen: 1. De doorbraakprojecten concreet maken We hebben een eerste regionale weging gemaakt. De komende maanden werken we samen met partners de doorbraakprojecten en hun deelprojecten uit in projectfiches. Per project wordt helder: wat het concreet oplevert voor inwoners en ondernemers; welke investeringen nodig en beschikbaar zijn; hoe de fasering, capaciteit en randvoorwaarden eruitzien; welke partners betrokken zijn en wat hun rol is. Zo ontstaat een concreet beeld van wat realistisch is om in de komende vijf jaar met elkaar uit te voeren. Daarin kijken we ook scherp of projecten wel of niet voldoen aan het provinciaal omgevingsbeleid.

Mocht dat niet het geval zijn, dan zorgen we ervoor dat we doorbraakprojecten die voor onze regio belangrijk zijn op de juiste bestuurlijke tafels agenderen, want wat belangrijk is voor de regio verdient een gesprek, ook als het ingewikkeld is. 2. Organiseren hoe we het samen doen Plannen maken is één ding. Uitvoeren is iets anders. Daarom werken we tot de zomer aan een voorstel voor de regionale organisatie van de uitvoering van de RIA: hoe we als gemeenten samenwerken aan de RIA, hoe we tempo en slagkracht organiseren, en hoe we vorderingen volgen en bijsturen. De RIA vraagt om commitment dat verder reikt dan één raadsperiode. Dat lukt alleen met een manier van samenwerken die stevig en wendbaar genoeg is om bij te sturen. 3. Het gesprek voeren met raden, triple helix en andere partners Deze notitie is bedoeld voor gesprek. In het tweede kwartaal gaan we actief in gesprek met gemeenteraden en colleges, de provincie, het Rijk, bedrijven, maatschappelijke partners en kennisinstellingen. We vragen hen mee te denken over de richting, uitvoerbaarheid en prioriteiten. Hun ideeën, zorgen en aandachtspunten nemen we mee in de definitieve RIA. We gaan gericht het gesprek aan over: •

de vraag welke accenten in de definitieve RIA scherper moeten ten aanzien van de gekozen richting en de acht doorbraakprojecten;

•

de manier waarop deze regionale keuzes de lokale ambities van gemeenten ondersteunen;

•

de inhoudelijke en financiële haalbaarheid van de doorbraakprojecten.

We vragen alle triple-helix partners om mee te denken en te doen, maar ook om kritisch te zijn. Waar zien zij kansen die we nog niet benutten? Welke zorgen moeten we adresseren? Welke voorwaarden zijn nodig om samen verder te komen? De antwoorden helpen ons om de RIA beter, scherper en realistischer te maken. Tot slot De regio Drechtsteden is een regio waar mensen van oudsher willen wonen, waar vakmanschap en innovatie samenkomen aan het water, en waar de cultuur is om samen de handen ineen te slaan. Die kracht hebben we nodig. De opgaven zijn urgent, de samenhang is complex en de belangen zijn groot.

34

Met de RIA bouwen we aan een pakket van investeringen dat een merkbaar positief effect gaat hebben op inwoners en ondernemers in elke gemeente. Niet als abstract beleid, maar in de vorm van schonere lucht, betaalbare woningen, betere bereikbaarheid, een betrouwbaar energiesysteem en een weerbare leefomgeving. Dat is waar we naartoe werken. Samen, met vertrouwen in elkaar en in de kracht van deze regio.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1197/documents/35563