159 Waardlanden - Raadsinformatiebrief startnotitie regionaal beleid Waardlanden.pdf
Tekst van het document
Aan: de gemeenteraad van gemeente Gorinchem, Molenlanden, Hardinxveld-Giessendam en Vijfheerenlanden
Betreft: Startnotitie regionaal beleid – proces en uitnodiging plenaire raadsbijeenkomsten
Gorinchem, 15 april 2026
Geachte leden van de raad, Met deze brief bieden wij u de startnotitie voor het opstellen van het regionaal beleid voor huishoudelijk afval en grondstoffen aan. In dit traject werken de vier regiogemeenten en Waardlanden gezamenlijk toe naar een regionale visie met een bijbehorend Uitvoeringsplan. Uitgangspunt is een zorgvuldig ingericht en breed gedragen proces, met duidelijke afspraken over participatie en besluitvorming. De startnotitie beschrijft de stappen die wij de komende periode zetten, de kaders waarbinnen wij werken en de momenten waarop wij u betrekken. Daarmee maken we vooraf transparant hoe ambities, uitgangspunten en strategische keuzes tot stand komen en hoe de inbreng van raden, colleges, inwoners en andere betrokkenen wordt gewogen.
Werksessies Voorafgaand aan de formele besluitvorming over de visie - begin 2027 gepland - worden beeldvormende en richtinggevende bijeenkomsten georganiseerd voor gemeenteraads(commissie)leden. • Gezamenlijke radenbijeenkomst op woensdag 3 juni 2026 bij Waardlanden Tijdens deze gezamenlijke bijeenkomst staan het proces en de reikwijdte van het nieuwe beleid centraal. De eerste resultaten van de analyse worden gepresenteerd, gevolgd door een interactieve bespreking over de gewenste koers en accenten voor de nieuwe beleidsperiode. • Interactieve sessies in september 2026 in elke afzonderlijke gemeente Na het zomerreces adviseren we raadsleden en/of raadscommissieleden in een afzonderlijke I&O sessie of beeldvormende sessie aan de hand van een discussiestuk en/of praatplaat in gesprek te gaan over de toekomst. Hiermee krijgen raads(commissie)leden de gelegenheid om kaders, uitgangspunten en lokale accenten mee te geven en richting aan de strategische keuzes te geven. • Gezamenlijke radenbijeenkomst in oktober 2026 bij Waardlanden Tijdens deze gezamenlijke bijeenkomst worden de resultaten van de sessies van september teruggekoppeld. Wat is opgehaald bij de afzonderlijke gemeenten? Hoe beïnvloedt dit de verdere uitwerking van de strategische keuzes?
Gesprekken met inwoners Tijdens de analysefase voeren we in alle vier de gemeenten vóór het zomerreces 2026 korte gesprekken met inwoners om aanvullende kwalitatieve inzichten op te halen. Deze gesprekken richten zich met name op inwoners die doorgaans minder snel deelnemen aan online onderzoeken en leveren daarmee een waardevolle aanvulling op de brede bewonersenquête. Raadsleden zijn van harte welkom om hierbij aan te sluiten. De gesprekken worden georganiseerd door de contactambtenaren van de gemeenten en de milieucoaches van Waardlanden. Indien u wilt deelnemen, kunt u uw interesse kenbaar maken vóór 15 mei 2026 via de griffie, zodat we u tijdig informeren over planning en locaties. Met deze werkwijze creëren wij ruimte om zorgvuldig en in samenhang te komen tot heldere keuzes voor de komende jaren. Wij zien uit naar uw actieve betrokkenheid en de dialoog over ambities, kaders en uitvoerbaarheid.
Namens het bestuur van Waardlanden,
Arco Bikker, voorzitter
Bijlage: Startnotitie regionaal beleid huishoudelijk afval en grondstoffen
Startnotitie Regionaal beleid afval & grondstoffen Waardlandenregio
Inhoudsopgave Project in één oogopslag
1
1
Inleiding
1
2
Beoogd resultaat
3
3
Afbakening
3
4
Randvoorwaarden
4
5
Projectorganisatie
5
6
7
5.1 Projectgroep
5
5.2
6
Stuurgroep
Participatie
6
6.1 Intern
7
6.2 Extern
8
Aanpak
10
7.1 Stap 1: Voorbereiding
10
7.2 Stap 2: Analyse
10
7.3 Stap 3: Visie
12
7.4 Stap 4: Uitvoeringsplan
14
8
Kanttekeningen en risico’s
16
9
Personele aspecten
17
Bijlage: Detailplanning
1
Pagina 2
Project in één oogopslag Voor de beleidsperiode vanaf 2027 stellen we een nieuwe regionale visie met een Uitvoeringsplan op, waarin we onze koers voor een circulaire toekomst bepalen en uitstippelen op welke manier we dit de komende jaren willen bereiken. Het gemeentebestuur, de ambtelijke organisatie, inwoners en externe betrokkenen voorzien ons daarbij van input. Het vaststellen van de regionale visie door de gemeenteraden is gepland in februari 2027. Deze kent een looptijd tot en met 2034 en geldt daarmee voor twee bestuursperiodes. Het eerste regionale Uitvoeringsplan - waarin de concrete maatregelen zijn beschreven - loopt tot en met 2030 en wordt naar verwachting in mei 2027 door de colleges van de gemeenten vastgesteld. In 2030 starten de voorbereidingen voor het tweede Uitvoeringsplan.
Bestuurlijk opdrachtgever: Eén van de betrokken wethouders (nader te bepalen) Ambtelijk opdrachtgever: Afdelingsmanager Dienstverlening en Beleid (vacature, Waardlanden) Projectleider: Intern - Gitta Spruit (Waardlanden) Extern - Inez van Kronenberg (Avalon Advies)
1
Inleiding
Voor de periode vanaf 2027 stellen Waardlanden en de regiogemeenten gezamenlijk nieuw beleid op voor huishoudelijk afval en grondstoffen. In voorliggende Startnotitie is beschreven hoe de nieuwe regionale visie en het bijbehorende Uitvoeringsplan tot stand komen en welke stakeholders wanneer betrokken worden. Het doorlopen van een zorgvuldig proces staat voorop. De vier regiogemeenten dragen gezamenlijk het eigenaarschap van de regionale visie. Waardlanden adviseert, faciliteert en voert (grotendeels) uit. De uitvoeringsperiode van het huidige regionale beleid voor huishoudelijk afval en grondstoffen in de gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden en Vijfheerenlanden is afgerond. Begin 2025 is de stand van zaken van de implementatie van de Strategienota 2021-2025 in beeld gebracht en zijn de resultaten tussentijds geëvalueerd. Hieruit blijkt dat vrijwel alle geplande maatregelen zijn doorgevoerd en dat het beleid in brede zin succesvol is geweest. Ten opzichte van 2020 scheiden inwoners aanzienlijk meer grondstoffen en is de hoeveelheid restafval per inwoner substantieel
Pagina 1
gedaald: van 223 kilogram in 2020 naar zo’n 129,5 kilogram per inwoner in 2025. Daarmee is een belangrijke stap gezet richting een circulaire economie. Aandachtspunten Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten die om doorontwikkeling van het beleid vragen. De vervuiling van gescheiden ingezamelde stromen – met name pmd – blijft een uitdaging. In het restafval en grofvuil bevinden zich nog steeds veel waardevolle materialen, waaronder gft-afval. Daarnaast staat de waardering van inwoners van het serviceniveau onder druk als gevolg van de recente beleidswijzigingen en krijgt afvalpreventie onvoldoende structurele aandacht. De ergernis over het bijplaatsen van grofvuil naast ondergrondse containers is blijven bestaan, wat bij sommige raadsfracties zorgde voor de wens om de grofvuilregeling tegen het licht te houden. Bovendien is het beleidsdoel om in 2025 minder dan 100 kilogram restafval per inwoner in te zamelen nog niet gerealiseerd. Gezien de Europese ambitie om in 2050 een circulaire economie te bereiken is een verdere ontwikkeling van het beleid nodig. Externe ontwikkelingen Diverse externe ontwikkelingen zijn van invloed op de beleidsvorming.
Zo stijgen grondstofprijzen verder doordat veel grondstoffen de komende decennia steeds schaarser worden, staan de afzet en verwerking van secundaire grondstoffen onder druk als gevolg van mondiale marktontwikkelingen, stijgt de verbrandingsbelasting van het Rijk steeds verder en wordt de CO₂-heffing doorberekend aan afvalverwerkende bedrijven. Daarnaast is de focus van het overheidsbeleid de laatste jaren verschoven van kwantiteit naar meer kwaliteit en preventie en werken nieuwe beleidskaders - zoals het Circulair Materialen Plan - door in de uitvoeringspraktijk. Tot slot worden de producentenverantwoordelijkheden de komende jaren verder uitgebreid. Volgende fase: gedragsbeïnvloeding, optimaliseren en versterken In de Waardlandenregio beschikken inwoners over het algemeen over passende en goed ingerichte voorzieningen om hun grondstoffen gescheiden aan te bieden: de basis is op orde. Tegelijkertijd blijft het feitelijke aanbiedgedrag achter bij de gestelde ambities. Dit laat zien dat in de komende periode nadrukkelijk aandacht nodig is voor gedrag, kwaliteit en afvalpreventie, als aanvulling op het bestaande systeem. Het stimuleren van beter scheidingsgedrag vormt dan ook een belangrijke pijler in de verdere uitwerking van het beleid.
Afgezien van de mogelijke invoering van een tarief op restafval in gemeente Vijfheerenlanden, worden op korte termijn geen ingrijpende systeemwijzigingen voorzien in de Waardlandenregio. De focus ligt de komende jaren op het optimaliseren van het bestaande systeem, het wegnemen van praktische belemmeringen en het inzetten van gerichte gedragsinterventies. Een doordachte gedragsbenadering is daarbij essentieel: uiteindelijk maakt het dagelijks handelen van inwoners het verschil. Door ook de minder betrokken of moeilijk bereikbare doelgroepen actief te betrekken en te ondersteunen, versterken we de beweging naar minder restafval, een hogere kwaliteit van grondstoffen en meer circulariteit in de regio.
Pagina 2
2
Beoogd resultaat
Het eindresultaat is een vastgestelde en breed gedragen regionale visie met bijbehorend eerste Uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en grondstoffen in de Waardlandenregio vanaf 2027. Het nieuwe regionale beleid voor de omgang met huishoudelijk afval en grondstoffen bestaat uit een samenhangende visie met heldere koersbepaling en een concreet Uitvoeringsplan. In de visie worden de gezamenlijke ambities, uitgangspunten en strategische keuzes vastgelegd. Het Uitvoeringsplan vertaalt deze koers naar een uitvoerbaar maatregelenpakket, inclusief prioritering en planning. Daarbij zijn de gevolgen voor de afvaldriehoek (milieu, dienstverlening en financiën) en de organisatorische gevolgen van de maatregelen inzichtelijk gemaakt.
3
Afbakening
Het nieuwe beleid richt zich uitsluitend op huishoudelijk afval en grondstoffen. De regionale visie wordt vastgesteld voor de middellange termijn (2027–2034). Het eerste Uitvoeringsplan heeft een looptijd tot en met 2030. Op basis van een evaluatie wordt in de loop van 2030 een tweede Uitvoeringsplan vastgesteld voor de resterende looptijd van de visie. Dit maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen, met behoud van de strategische koers en bestuurlijke continuïteit. Scope: huishoudelijk afval en grondstoffen Het nieuwe beleid richt zich op het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en grondstoffen, waarvoor inwoners via de afvalstoffenheffing betalen. De regionale visie blijft binnen de kaders van nationale en Europese wetgeving; deze regelingen en richtlijnen - zoals besluiten over de producentenverantwoordelijkheid en de afvalverwerking - zijn leidend. Uitgangspunt blijft de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval, zoals vastgelegd in de Wet milieubeheer. Veranderingen in het beleid voor huishoudelijk afval en grondstoffen kunnen de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden (denk aan bijplaatsingen en zwerfafval). Het regionale beleid richt zich daar niet primair op; zwerfafval valt immers niet onder de gemeentelijke inzamelplicht.
Bedrijfsafval van bijvoorbeeld industrie, zorginstellingen en de agrarische sector valt buiten de gemeentelijke zorgplicht en daarmee in principe ook buiten de reikwijdte van deze visie. Waardlanden Reinigingsbedrijf - een onderdeel van Waardlanden - zamelt bedrijfsafval in en verwerkt dit. Hoewel er een duidelijke link is met circulariteit, maken de bredere circulaire thema’s - zoals circulair ontwerpen, ondernemen, inkopen en bouwen - geen deel uit van dit beleidskader.
Pagina 3
Looptijd De regionale visie wordt vastgesteld voor de middellange termijn (2027–2034) en biedt daarmee een stabiel en richtinggevend kader voor het maken van structurele keuzes. De looptijd sluit aan bij de bestuurlijke cyclus, zodat de gemeenteraden die aantreden na de verkiezingen van 2034 richting kunnen geven aan de daaropvolgende beleidsperiode. Gelet op de dynamiek binnen het beleidsveld – denk aan ontwikkelingen in (Europese) regelgeving, financiële kaders, technologische innovaties en datagedreven sturing – werken we met Uitvoeringsplannen met een kortere looptijd. Het eerste Uitvoeringsplan (2027–2030) bevat de maatregelen voor de korte termijn. In 2030 vindt een evaluatie plaats, waarna een tweede Uitvoeringsplan wordt vastgesteld voor de resterende looptijd van de visie. Dit maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen, met behoud van de koers en bestuurlijke continuïteit.
4
Randvoorwaarden
Het opstellen van het nieuwe beleid vereist een zorgvuldig en bestuurlijk gedragen proces met duidelijke afspraken over de participatie. Belangrijk is dat Waardlanden en de regiogemeenten goed op elkaar zijn afgestemd en elkaar versterken, met heldere verantwoordelijkheden en besluitvormingslijnen. De uitkomsten van het onderzoek naar de toekomstige bedrijfsvoering worden geïntegreerd in de inhoudelijke visie. Zorgvuldig ingericht en bestuurlijk gedragen proces Om te komen tot een gezamenlijk vast te stellen koers voldoet onze aanpak aan deze voorwaarden: • Bestuurlijk opdrachtgeverschap en besluitvorming: Het beoogde resultaat, de aanpak en de momenten waarop keuzes worden voorgelegd zijn in deze startnotitie vastgelegd. De planning sluit aan op de bestuurlijke besluitvormingscyclus binnen Waardlanden en de regiogemeenten. Dit voorkomt vermenging van discussies en maakt sturing op het juiste moment mogelijk. • Participatie: Deze startnotitie maakt vooraf duidelijk welke partijen worden betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe beleid en welke invloed zij hierop hebben. • Voldoende ambtelijke capaciteit: De ambtelijke capaciteit van Waardlanden en de gemeenten zijn gedurende de gehele looptijd geborgd (tijd, beschikbaarheid en expertise).
Bestuurlijke en organisatorische kaders (governance) Een vroegtijdige betrokkenheid van ambtenaren, bestuurders en gemeenteraadsleden is van grote meerwaarde: het zorgt niet alleen voor een breed draagvlak, maar leidt ook tot eigenaarschap en een consistente uitvoering van het beleid. Waardlanden en de regiogemeenten trekken daarom vanaf de start gezamenlijk op in het traject. Samenhang met onderzoek toekomstbestendige bedrijfsvoering Parallel aan de inhoudelijke beleidsontwikkeling vindt een onderzoek plaats naar een toekomstbestendige bedrijfsvoering van Waardlanden (scan en strategische verkenning). De planning van beide trajecten overlapt en bovendien zijn de resultaten van dit onderzoek van belang voor de uitwerking van de inhoudelijke beleidsvisie. Om te zorgen voor samenhang tussen de inhoudelijke ambities, strategische keuzes en organisatorische kaders stemmen de externe projectleiders van beide opdrachten goed met elkaar af.
Pagina 4
Juridische kaders De juridische kaders bepalen de taken en verantwoordelijkheden van de gemeenten, de reikwijdte van producentenverantwoordelijkheid en de nationale en Europese regelgeving waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Kern vormt de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval, zoals vastgelegd in de Wet milieubeheer, en de bevoegdheid tot het vaststellen van afvalstoffenheffingen en verordeningen door de gemeenteraden. Daarnaast zijn relevante nationale besluiten over producentenverantwoordelijkheid en het Circulair materialenplan leidend, net als Europese kaders zoals de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Bij digitalisering en monitoring wordt tevens rekening gehouden met privacywetgeving, waaronder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De regionale samenwerking is juridisch verankerd via een gemeenschappelijke regeling, waarin mandatering, besluitvorming en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd.
5
Projectorganisatie
De projectorganisatie bestaat uit een projectgroep en een stuurgroep. Voor de procesmatige en inhoudelijke begeleiding van het nieuwe beleid wordt een projectgroep ingericht. De stuurgroep is verantwoordelijk voor de regie en bewaakt de bestuurlijke voortgang en samenhang.
5.1 Projectgroep Waardlanden fungeert als procesregisseur bij de totstandkoming van het beleid en wordt daarbij inhoudelijk en procesmatig geadviseerd door een vertegenwoordiging van de regiogemeenten. De projectgroep heeft deze leden: 1. Ambtelijk opdrachtgever - Afdelingsmanager Dienstverlening en Beleid Waardlanden (vacature, tijdelijk ingevuld door Steve Kuils) 2. Interne projectleider - beleidsmedewerker Circulaire Samenleving Waardlanden (Gitta Spruit) 3. Manager grondstoffen Waardlanden (Thijs Veerman) 4. Contactambtenaar gemeente Gorinchem (Theo Sprong) 5. Contactambtenaar gemeente Hardinxveld-Giessendam (Jan Duijzer) 6. Contactambtenaar gemeente Molenlanden (Francis Hendriks) 7. Contactambtenaar gemeente Vijfheerenlanden (Jan Ottevanger) 8. Externe projectleider - adviseur afval & grondstoffen Avalon Advies (Inez van Kronenberg) De projectgroep levert input aan, adviseert en leest mee met de op te stellen documenten. De overlegfrequentie is afhankelijk van de fase van het proces. Naar verwachting komt de projectgroep één keer per maand of elke twee maanden bij elkaar totdat het Uitvoeringsplan is vastgesteld (online of fysiek). De contactambtenaren dragen zorg voor het tijdig betrekken en informeren van de juiste collega’s binnen hun gemeentelijke organisatie.
Pagina 5
Projectleiders De interne projectleider (Gitta) borgt dat het beleid aansluit op bestaande processen en ontwikkelingen binnen Waardlanden. Zij verzorgt de coördinatie als het gaat om de afstemmingsoverleggen binnen het MT, het bestuur van Waardlanden en de regiogemeenten. Zij is verantwoordelijk voor het opstellen van opleggers en andere documenten ter voorbereiding van de besluitvorming en het informeren van het bestuur van de regiogemeenten. De externe projectleider (Inez) coördineert het gehele traject, bewaakt de planning en de voortgang, stelt de benodigde documenten op en zoekt hierover actief afstemming met betrokkenen. Ook bereidt zij de werksessies voor en ontwikkelt zij de vragenlijsten.
5.2 Stuurgroep De bestuurlijke opdracht wordt gedragen door een stuurgroep, die bestaat uit de vier wethouders van de deelnemende gemeenten en de directeur van Waardlanden (Steve Kuils). De overlegfrequentie van de stuurgroep hangt af van de momenten in het traject waarop strategische afstemming nodig is (enkele keren per jaar) en vindt waar mogelijk plaats aansluitend aan de bestuursvergadering. Bestuurlijk opdrachtgever De rol van bestuurlijk opdrachtgever wordt vervuld door een van de betrokken wethouders (nader te bepalen).
6
Participatie
Het opstellen en uitvoeren van succesvol beleid voor een toekomst met minder afval is geen puur technisch systeem, maar een maatschappelijk proces waarin participatie een centrale rol speelt. Daarom betrekken we tijdens de ontwikkeling van de nieuwe visie en het Uitvoeringsplan niet alleen de interne organisatie en het gemeentebestuur, maar ook inwoners en relevante externe partijen. De opbrengsten van deze participatie worden open en transparant met iedereen gedeeld in de vorm van rapportages en verslagen. In de regionale visie en het Uitvoeringsplan maken we inzichtelijk hoe deze inbreng is benut: we beschrijven op hoofdlijnen welke signalen en ideeën zijn opgehaald en motiveren welke wel of niet zijn overgenomen en waarom. We willen ervoor zorgen dat niet alleen de interne organisatie en bestuursleden kunnen participeren in het nieuwe beleid, maar ook inwoners en andere externe betrokkenen. Participatie betekent dat belanghebbenden de mogelijkheid hebben om mee te denken, mee te doen en actief bij te dragen. Door participatie te integreren in alle facetten van de aanpak, zorgen we ervoor dat het beleid intern goed is geborgd, aansluit bij de praktische behoeften van inwoners en dat de toekomstige maatregelen een breed draagvlak hebben. Zorgvuldige weging van inbreng We vinden de inbreng van inwoners en externe betrokkenen belangrijk.
Hun ervaringen, ideeën en signalen bieden waardevolle inzichten voor de verdere uitwerking van maatregelen. Binnen de door de besturen vastgestelde kaders en ambities wordt deze input transparant en zorgvuldig betrokken bij de beleidsvorming en de keuze voor nieuwe maatregelen.
Pagina 6
6.1 Intern Bij de beleidsontwikkeling betrekken we actief de ambtelijke organisatie (participatieniveau informeren en consulteren) en de gemeentelijke bestuursorganen (participatieniveau informeren, consulteren en besluiten). Zo borgen we dat inhoudelijke expertise en bestuurlijke afwegingen in samenhang worden meegenomen. Vroegtijdige betrokkenheid van gemeenteraden en colleges van B&W draagt bij aan consistentie en heldere keuzes. Ambtelijke organisatie - participatieniveau informeren en consulteren We voeren gesprekken met medewerkers van de ambtelijke organisaties. Daarnaast krijgen interne betrokkenen gedurende het proces de gelegenheid om te reageren op de concept-visie en het conceptUitvoeringsplan.
Functionarissen Waardlanden en gemeenten Hiervoor zijn op dit moment de volgende functionarissen in beeld: • Waardlanden o coördinator buitendienst o teammanager milieustraten o milieucoach o buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) o beleidsmedewerker circulaire economie o klantcontactcentrum o financieel adviseur o adviseur P&O • Gemeenten o adviseur circulaire economie o adviseur communicatie/participatie o adviseur juridische zaken o financieel consulent / controller o medewerkers team belastingen o coördinator toezicht/handhaving o coördinator beheer openbare ruimte o coördinator wijkteam of serviceteam Deze lijst kan gedurende het proces worden gewijzigd of aangevuld, bijvoorbeeld wanneer nadere afstemming over de gevolgen van mogelijke maatregelen noodzakelijk blijkt. Gesprekken Om de tijdsinvestering en doorlooptijd te beperken vinden in totaal maximaal 25 gesprekken plaats door de externe projectleider. Een deel van de gesprekken gebeurt via de bestaande regionale overleggen en een deel van de gesprekken is individueel.
Pagina 7
Gemeenteraadsleden regiogemeenten - participatieniveau informeren, consulteren en besluiten over regionale visie De gemeenteraden vervullen een kaderstellende en richtinggevende rol. Zij bepalen de ambities, financiële randvoorwaarden en uitgangspunten voor de regionale visie en besluiten uiteindelijk over de vaststelling daarvan. Daarnaast hebben zij een controlerende taak ten aanzien van voortgang en resultaten. Gedurende het hele proces betrekken we raads- en commissieleden via werksessies en informeren we hen over belangrijke mijlpalen en deelresultaten. Volgens planning stellen de gemeenteraden de regionale visie in februari 2027 vast. Colleges B&W regiogemeenten - participatieniveau informeren, consulteren en besluiten over regionaal Uitvoeringsplan Voor de afzonderlijke colleges organiseren we een werksessie om inhoudelijke keuzes in de conceptvisie verder te verdiepen en bestuurlijke afwegingen gezamenlijk te verkennen. Binnen hun bevoegdheid besluiten de colleges van B&W in mei 2027 over de vaststelling van het Uitvoeringsplan.
6.2 Extern Bij de beleidsontwikkeling betrekken we inwoners en externe stakeholders actief (participatieniveau informeren en consulteren). Dit doen we onder meer via een bewonersenquête en gesprekken met bewoners en met relevante organisaties. Afval- en grondstoffenbeleid raakt direct aan het dagelijks handelen van inwoners en aan de werkzaamheden van maatschappelijke partners. Door vooraf hun ervaringen en ideeën op te halen, vergroten we de uitvoerbaarheid en het draagvlak van het nieuwe beleid. Inwoners - participatieniveau informeren en consulteren Alle inwoners hebben in hun dagelijks leven te maken met afval en grondstoffen. Zij scheiden grondstoffen van het restafval – met name in huis – en bieden deze aan voor inzameling en verwerking. Een afvalvrije samenleving vraagt om bewust gedrag en actieve medewerking van inwoners. Veranderingen in inzamelsystemen of voorzieningen hebben directe impact op hun leefomgeving en routines. Daarom betrekken wij inwoners vroegtijdig. Met twee bewonersenquêtes en in gesprekken vragen wij de bewoners naar hun ervaringen en ideeën over mogelijke toekomstige maatregelen. De uitkomsten en veelgenoemde suggesties nemen we mee bij de uitwerking van de visie en het Uitvoeringsplan, zodat verbeteringen aansluiten bij behoeften en praktijkervaringen.
Daarnaast informeren wij inwoners over de voortgang van het proces, de twee bewonersenquêtes en de resultaten daarvan, de besluitvorming en de concrete wijzigingen die voortvloeien uit het nieuwe beleid.
Pagina 8
Externe betrokkenen - participatieniveau informeren en consulteren Bij de beleidsontwikkeling betrekken we ook externe stakeholders. Hun inbreng draagt bij aan een realistisch en uitvoerbaar maatregelenpakket en versterkt de samenwerking tijdens de implementatie. We consulteren deze partijen via een vragenlijst, regionale overleggen en een aantal individuele gesprekken. Daarnaast krijgen deze stakeholders de gelegenheid om te reageren op de concept-visie en het concept-Uitvoeringsplan. Organisaties Op dit moment zijn de volgende organisaties in beeld: • Provincies Zuid-Holland en Utrecht vanwege de samenhang met afvalpreventie/circulariteit • De Omgevingsdiensten vanwege de samenhang met afvalpreventie/circulariteit • Vrijwilligersorganisaties op het gebied van afval/grondstoffen, zoals zwerfafvalopruimers, repair cafés en kringloopwinkels • Dorps- en wijkraden • Wijkorganisaties • Organisaties die inwoners met een beperking vertegenwoordigen (Participatie- of Inclusieraad) • Woningcorporaties • Afvalvrije scholen • Andere organisaties die verhuurders en woningeigenaren vertegenwoordigen (zoals VvE’s) • Organisaties die huurders vertegenwoordigen • Organisaties die in contact zijn met moeilijk bereikbare doelgroepen, zoals arbeidsmigranten, niet-Nederlands sprekende inwoners en jongeren (onderwijsinstellingen, geloofsgemeenschap, Vluchtelingenwerk, taalcoaches, opbouwwerkers,
uitzendbureaus die bemiddelen voor arbeidsmigranten op het gebied van woonruimte) Deze opsomming is niet limitatief. Gedurende het proces kan de lijst worden aangevuld of aangescherpt; er kunnen bijvoorbeeld doelgroepen naar voren komen uit de analyse (Stap 2) die nog niet in beeld zijn. Vragenlijst en gesprekken Wij benaderen stakeholders in eerste instantie met het verzoek om een vragenlijst in te vullen. Hiermee willen we inzicht krijgen in de knelpunten die zij in de praktijk ervaren en hun ideeën en verbetervoorstellen ophalen. Daarnaast willen we onderzoeken of zij zelf een rol kunnen/willen spelen in de uitvoering van toekomstig beleid. Op basis van de inhoudelijke reacties selecteren wij maximaal 10 organisaties voor een verdiepend gesprek. Bij deze selectie letten wij op spreiding in type organisatie, aard van de signalen en representatieve of vernieuwende inzichten. In de gesprekken verkennen we waar draagvlak zit en waar spanningen of dilemma’s kunnen ontstaan. Ook gaan we dieper in op praktische uitvoerbaarheid, mogelijke neveneffecten en samenwerkingskansen.
Pagina 9
7
Aanpak
Het proces tot en met de vaststelling van het Uitvoeringsplan is opgebouwd uit vier opeenvolgende stappen. In onderstaande figuur is de globale tijdlijn weergegeven. Een nadere uitwerking van deze planning is opgenomen in Bijlage 1, inclusief de bijbehorende mijlpalen en besluitvormingsmomenten. Figuur 1: Tijdlijn opstellen nieuw regionaal beleid
7.1 Stap 1: Voorbereiding De projectorganisatie is ingericht en Stap 1 is afgerond met het vaststellen van deze startnotitie.
7.2 Stap 2: Analyse De analysefase vormt de inhoudelijke basis voor het nieuwe beleid. We brengen de huidige situatie, relevante ontwikkelingen en aandachtspunten systematisch in beeld. De balans wordt opgemaakt op basis van cijfers, bureaustudies, gesprekken met betrokkenen, vragenlijst aan externe betrokkenen, een bewonersenquête en gesprekken met bewoners. In het analyserapport worden prioritaire aandachtspunten geïdentificeerd. De analyse bestaat uit deze onderdelen: 1. bureaustudie naar trends, Europese/nationale beleidsontwikkelingen en externe ontwikkelingen 2. bureaustudie naar lokale politieke accenten, waaronder moties, amendementen, technische vragen, coalitieakkoorden, collegeprogramma’s, programmabegrotingen, kadernota’s en signalen uit lokale media 3. actualisatie van de cijfermatige analyse uit de tussentijdse evaluatie 2021-2024 en de openstaande actiepunten uit Strategienota 2021-2025 4. participatie door interne en externe betrokkenen a) gesprekken met interne organisatie b) externe betrokkenen: vragenlijst, gevolgd door circa 10 gesprekken n.a.v. de reacties c) bewonersenquête d) gesprekken met bewoners
Pagina 10
Ad 4a en 4b) Gesprekken met interne organisatie en externe betrokkenen De externe projectleider gaat in gesprek met medewerkers van de interne organisatie (paragraaf 6.1) en met externe betrokkenen (paragraaf 6.2). In deze gesprekken worden onder meer de volgende onderwerpen verkend: • aandachtspunten en zorgen in de huidige situatie • kansen en ambities voor de komende beleidsperiode • ideeën en mogelijke oplossingsrichtingen • doelgroepen die extra aandacht of ondersteuning nodig hebben • verwachte effecten van mogelijke maatregelen • rollen en verantwoordelijkheden in de uitvoering van het nieuwe beleid Deze gesprekken leveren inhoudelijke input en inzicht in draagvlak en uitvoerbaarheid op. Ad 4c) Bewonersenquête 1 – Analyse In lijn met de voorbereidingen voor de Strategienota 2021-2025 voeren we in 2026 twee bewonersonderzoeken uit via een online enquête: • analyserend onderzoek (in stap 2: Analyse) • vervolgonderzoek naar het maatschappelijk draagvlak voor concrete maatregelen (in stap 4: opstellen Uitvoeringsplan) In het analyserend onderzoek vragen we inwoners naar hun tevredenheid over de dienstverlening en naar belemmeringen die zij ervaren bij het aanbieden van afval en grondstoffen. Relevante vragen uit eerdere onderzoeken worden herhaald, zodat ontwikkelingen in de tijd kunnen worden gemonitord.
In 2020 namen 3.182 respondenten deel aan de analyserende enquête bij het opstellen van de Strategienota. Begin 2025 is een onderzoek uitgevoerd naar de doorgevoerde veranderingen. Hier namen 5.131 inwoners aan deel. Deze historische gegevens bieden een waardevolle vergelijkingsbasis. Voor de uitvoering van de bewonersenquête wordt samengewerkt met Cyclus Management, dat gebruikmaakt van dezelfde webapplicatie als bij eerdere onderzoeken. Cyclus Management verzorgt ook de rapportage met de onderzoeksresultaten. Werving en communicatie De enquête staat gedurende circa drie weken open. De communicatieadviseurs van Waardlanden en de vier gemeenten brengen het onderzoek onder de aandacht via: • gemeentelijke websites, sociale media en de gemeente pagina’s in lokale kranten • Waardlanden-app • eventueel aanwezige burgerpanels en bewonersraden • gerichte e-mail aan de ruim 800 deelnemers aan het onderzoek van begin 2025 die hun emailadres hebben achtergelaten Ad 4d) Gesprekken met bewoners We willen ook de mening horen van mensen die normaal gesproken minder hoorbaar en zichtbaar zijn. Denk aan jongeren, ouderen en mensen die de Nederlandse taal schriftelijk minder goed beheersen. Deze groep mensen is namelijk minder snel geneigd om een online enquête in te vullen. Daarom organiseren we in elke gemeente gesprekken met bewoners.
Deze leveren waardevolle verdiepende informatie op en vormen hiermee een mooie kwalitatieve aanvulling op de representatieve bewonersenquêtes.
Pagina 11
De gesprekken worden vóór de start van het zomerreces in 2026 gevoerd door de contactambtenaren, de milieucoaches van Waardlanden en eventueel door één of meer raadsleden. Aandachtspunt is dat het aantal gesprekken per gemeente in verhouding moet staan tot het inwonertal. Analyserapport Op basis van de bureaustudie, de geactualiseerde cijfers, de gesprekken en de bewonersenquête stelt de externe projectleider een analyserapport op. Hierin wordt de balans opgemaakt: hoe staat de regio ervoor, welke Europese en landelijke ontwikkelingen komen op de regio af, welke kansen en risico’s zijn zichtbaar en welke aandachtspunten vragen prioriteit? Ook wordt in beeld gebracht welke doelgroepen extra ondersteuning of een gerichte aanpak nodig hebben om verdere stappen te zetten richting betere afvalscheiding.
7.3 Stap 3: Visie De inhoudelijke reikwijdte en het ambitieniveau van het nieuwe beleid worden gezamenlijk met de stuurgroep en de gemeenteraden bepaald in een aantal werksessies. Dit resulteert in een regionale visie voor de periode 2027–2034, waarin de ambities, uitgangspunten, kaders en strategische keuzes zijn vastgelegd. De visie wordt een bondig en toegankelijk document, geschreven in begrijpelijke taal. De visie wordt naar verwachting in februari 2027 door de gemeenteraden van de regiogemeenten vastgesteld. Totstandkoming en proces In een aantal interactieve werksessies geven de stuurgroep en de gemeenteraden richting aan de ambities en strategische keuzes. In het hele proces zijn ruimschoots mogelijkheden voor interne en externe betrokkenen om vooraf input te leveren. Richtinggevende keuzes Bij het uitzetten van de nieuwe koers bepalen de besturen hun richting op thema’s zoals: • Eigenaarschap: De regionale visie is van de vier regiogemeenten, waarbij Waardlanden adviseert, faciliteert en (grotendeels) uitvoert. We besluiten in hoeverre het Uitvoeringsplan acties moet bevatten voor zowel Waardlanden als de regiogemeenten. • Ambitie en positionering: We bepalen of we een koploperspositie nastreven of ons richten op het behalen van Europese en landelijke doelen.
Daarbij bepalen we of we een geheel andere richting inslaan of het huidige beleid zien als fundament voor vervolgstappen. • Sturing: We formuleren duidelijke prioriteiten: sturen we vooral op milieuwinst, kostenbesparing, waardering van inwoners of zoeken we een balans? We leggen vast welke indicatoren leidend zijn, zoals kilo’s restafval, hoogte afvalstoffenheffing, CO₂-reductie, recyclingpercentage, circulariteitsindex of de tevredenheid van inwoners. • Reikwijdte van het beleid (R-ladder): We bepalen het ambitieniveau op circulariteit en definiëren onze rol. Beperken we ons tot de traditionele taken (inzameling en recycling) of pakken we ook hogere treden van de R-ladder op, zoals Repair, Refuse en Reduce? We beslissen over gerichte investeringen in voorzieningen, bijvoorbeeld de overgang van milieustraten naar ecoparken, en over de focus: beperken we ons tot het afvalgedrag van inwoners of streven we naar een bredere circulaire organisatie?
Pagina 12
•
•
Instrumentkeuze: We kiezen bewuste instrumenten: stimuleren via de ‘wortel’ of handhaven via de ‘stok’ en bepalen welke mix het meest effectief is voor gewenst gedrag. We bepalen of we afvalpreventie proactief gaan stimuleren, bijvoorbeeld via campagnes, of deze verantwoordelijkheid primair bij inwoners leggen. Taakafbakening: We leggen vast hoe de regie in de nieuwe beleidsperiode verloopt en geven duidelijkheid over de rol van de regiogemeenten en de mogelijkheid om lokale accenten aan te brengen.
Werksessies Gemeenteraad(scommissie) Voorafgaand aan de formele besluitvorming over de visie worden beeldvormende en richtinggevende bijeenkomsten georganiseerd voor gemeenteraads(commissie)leden. • Gezamenlijke radenbijeenkomst op 3 juni 2026 bij Waardlanden Tijdens deze gezamenlijke bijeenkomst staan het proces en de reikwijdte van het nieuwe beleid centraal. De eerste resultaten van de analyse worden gepresenteerd, gevolgd door een interactieve bespreking over de gewenste koers en accenten voor de nieuwe beleidsperiode. • Interactieve sessies in september 2026 in afzonderlijke gemeenten Na het zomerreces adviseren we raadsleden en/of raadscommissieleden in een afzonderlijke I&O sessie of beeldvormende sessie aan de hand van een discussiestuk en/of praatplaat in gesprek te gaan over de toekomst. Hiermee krijgen raads(commissie)leden de gelegenheid om kaders, uitgangspunten en lokale accenten mee te geven en richting aan de strategische keuzes te geven. • Gezamenlijke radenbijeenkomst in oktober 2026 bij Waardlanden Tijdens deze gezamenlijke bijeenkomst worden de resultaten van de sessies van september teruggekoppeld.
Wat is opgehaald bij de afzonderlijke gemeenten? Hoe beïnvloedt dit de verdere uitwerking van de strategische keuzes? Stuurgroep Enkele weken voorafgaand aan de gezamenlijke radensessies vinden vergelijkbare richtinggevende sessies plaats met de stuurgroep om de eerste strategische contouren te verkennen. Zo borgen we de bestuurlijke samenhang in het vervolgproces. Indeling regionale visie De regionale visie wordt een bondig en toegankelijk document, geschreven in begrijpelijke taal en zoveel mogelijk op B1 niveau. De visie is bedoeld voor inwoners, bestuurders en samenwerkingspartners en beschrijft waar de regio naartoe wil en hoe we dat samen organiseren. Globaal wordt de indeling van de visie als volgt: Hoofdstuk 1 Inleiding • Aanleiding en doel • Reikwijdte en looptijd Hoofdstuk 2 Huidige situatie en ontwikkelingen Samenvatting analyserapport • Stand van zaken (actualisatie cijfers tussentijdse evaluatie en openstaande acties) • Beleidsontwikkelingen en externe ontwikkelingen • Belangrijkste opgaven, aandachtspunten en dilemma’s
Pagina 13
Hoofdstuk 3 Visie: waar willen we naartoe? • Ambities: Wat willen we de komende jaren bereiken? Welke maatschappelijke effecten streven we na? • Uitgangspunten: Vanuit welke waarden en principes werken we? Waar geloven we in als regio? • Afwegingskader: Hoe maken we keuzes als belangen botsen? Hierbij betrekken we onder andere: o Afvaldriehoek (Milieu, Dienstverlening en Kosten) o Draagvlak bij inwoners en stakeholders o Uitvoerbaarheid en haalbaarheid Hoofdstuk 4 Kaders: binnen welke grenzen werken we, wat is de speelruimte? • Financieel • Organisatorisch (formele bevoegdheden) • Juridisch (wet- en regelgeving) Hoofdstuk 5 Strategie: hoe realiseren we de visie? • Strategische doelen • Prioriteiten: welke aandachtspunten krijgen voorrang? • Interventierichting: welk soort instrumenten zetten we in? • Rollen: welke rol nemen we zelf en wat vragen we van anderen? • Governance: hoe organiseren we sturing, besluitvorming en samenwerking? • Monitoring en bijsturing
7.4 Stap 4: Uitvoeringsplan Na vaststelling van de regionale koers wordt deze uitgewerkt in een regionaal Uitvoeringsplan, dat de visie vertaalt naar een concreet en samenhangend pakket maatregelen. Het eerste Uitvoeringsplan loopt tot 2030 en wordt naar verwachting in mei 2027 door de colleges van B&W van de regiogemeenten vastgesteld. Het plan geeft aan wat er wordt uitgevoerd, door wie, en wat de verwachte effecten zijn. Het tweede Uitvoeringsplan beslaat de periode tot 2034 en wordt voorbereid in 2030. Zowel de besturen als relevante interne en externe betrokkenen worden in dit proces actief meegenomen. Daarnaast wordt een bewonersenquête uitgevoerd om het draagvlak voor de maatregelen te peilen. Totstandkoming en proces In een aantal werksessies geven de stuurgroep en de colleges van B&W richting aan het Uitvoeringsplan. Mogelijke maatregelen zijn gewogen op effectiviteit, haalbaarheid, draagvlak, onderlinge samenhang en financiën. Met een tweede bewonersenquête wordt het maatschappelijk draagvlak voor de maatregelen in kaart gebracht, evenals de prioriteiten zoals die door inwoners worden gesteld. De uitkomsten hiervan worden betrokken bij de bestuurlijke afweging en prioritering van maatregelen.
Overzicht van mogelijke maatregelen Als basis voor de bestuurlijke afweging en prioritering wordt een overzicht opgesteld van mogelijke maatregelen die passen binnen de vastgestelde visie. Ten behoeve hiervan wordt een bureaustudie uitgevoerd, waarin onder andere landelijke onderzoeken en praktijkervaringen worden betrokken, zoals studies en benchmarks van de NVRD en inzichten uit het landelijke programma VANG. Daarnaast kijken
Pagina 14
we naar de effecten van vergelijkbare maatregelen in andere gemeenten om bestaande kennis en geleerde lessen te gebruiken. Parallel hieraan vinden gesprekken plaats met relevante interne en externe betrokkenen over de gevolgen en impact van maatregelen. De opbrengsten van de bureaustudie en deze gesprekken worden samengebracht in een intern overzicht van mogelijke maatregelen. Bewonersenquête 2 - Vervolgonderzoek naar draagvlak maatregelen Enkele maanden na de eerste analyserende bewonersenquête in stap 2: Analyse (paragraaf 7.2) voeren we op dezelfde wijze een tweede bewonersenquête uit. De inbreng van externe betrokkenen (paragraaf 6.2) halen we apart op. Bij de totstandkoming van de Strategienota 2021-2025 is in januari/februari 2021 ook het maatschappelijk draagvlak gemeten van een aantal voorgelegde maatregelenpakketten. Aan dit onderzoek deden 3.335 respondenten mee. Werksessies stuurgroep en individuele colleges B&W Met zowel de stuurgroep als de afzonderlijke colleges van B&W organiseren we werksessies waarin het bestuur wordt bijgepraat over de stand van zaken van de concept-visie, prioriteiten voor de uitvoering worden opgehaald en de contouren voor de uitwerking van de maatregelen worden verkend.
Er worden onder andere keuzes gemaakt over: • Instrumenten: Welke maatregelen maken impact; zetten we bijvoorbeeld in op voorzieningen voor hergebruik en reparatie of op preventiecampagnes? Hoe zorgen we voor onderlinge samenhang in het maatregelenpakket? • Planning en prioritering: Welke acties krijgen prioriteit in de eerste uitvoeringsjaren? Stellen we een fasering voor? • Organisatie en uitvoering: Wie voert wat uit? Is aanvullende capaciteit of samenwerking nodig? • Financiën: Hoe dekken we de kosten van investeringen? Wat betekent dit voor de tarieven van Waardlanden? De projectgroep doet hiervoor een heldere voorzet, zodat de sessie gericht en binnen afgebakende kaders kunnen plaatsvinden. Gezamenlijke radenbijeenkomst in juni 2027 bij Waardlanden In juni 2027 komen de gemeenteraden opnieuw bij elkaar. Tijdens deze bijeenkomst brengen we de raden op de hoogte van het vastgestelde Uitvoeringsplan, lichten we toe welke concrete acties in de komende jaren worden uitgevoerd en verklaren we de gemaakte keuzes.
Indeling regionaal Uitvoeringsplan De globale indeling is als volgt: Hoofdstuk 1 Inleiding • Doel en reikwijdte • Koppeling met de regionale visie • Toelichting op het proces van totstandkoming Hoofdstuk 2 Maatregelenpakket • Beschrijving van de maatregelen, afgestemd op de ambities en aandachtspunten uit de visie • Rollen en verantwoordelijkheden: wie voert welke maatregel uit?
Pagina 15
Hoofdstuk 3 Effecten en neveneffecten • Verwachte gevolgen voor verschillende betrokkenen • Verwachte ongewenste neveneffecten van de aanpak Hoofdstuk 4 Financiële en organisatorische gevolgen • Kosten en dekking • Gevolgen voor interne organisatie en personele capaciteit Waardlanden en regiogemeenten Hoofdstuk 5 Monitoring en evaluatie • Indicatoren voor effectmeting • Evaluatie en bijsturing Hoofdstuk 6 Fasering en planning • Prioritering van maatregelen • Tijdpad voor implementatie
8
Kanttekeningen en risico’s
Het regionale beleid wordt ontwikkeld in een bestuurlijk complexe context, waarbij verschillen in prioriteit en tempo kunnen leiden tot langere doorlooptijden. Externe ontwikkelingen kunnen bijsturing noodzakelijk maken. Dit wordt opgevangen door te werken met een middellange termijnvisie en een kortcyclisch Uitvoeringsplan. Participatie is cruciaal maar arbeidsintensief; het proces blijft beheersbaar door duidelijke rolafspraken en een beperkt aantal (representatieve) organisaties actief te betrekken. Bestuurlijk complexe context Het nieuwe regionale beleid komt tot stand in een bestuurlijk complexe context. Tijdens het proces kunnen er verschillen in prioriteit en tempo ontstaan. De afstemming tussen de verschillende bestuurlijke gremia kan leiden tot een langere doorlooptijd. Dit vraagt om eenduidige aansturing en heldere bestuurlijke afstemming. Om vertraging te beperken is het cruciaal om de procesafspraken en besluitvormingsmomenten na te leven, die zijn opgenomen in deze startnotitie. Externe ontwikkelingen Ontwikkelingen van buitenaf kunnen de uitvoering van de visie beïnvloeden, zoals technologische innovaties, financiële kaders of wijzigingen in wet- en regelgeving. Door te werken met een visie voor de middellange termijn en een kortcyclisch Uitvoeringsplan kunnen we tijdig bijsturen.
Verwachtingen over invloed Het participatieproces vormt een belangrijk onderdeel van het traject, maar brengt ook het risico van teleurstelling met zich mee wanneer verwachtingen over invloed niet overeenkomen met de uiteindelijke besluitvorming. Dit ondervangen we door goed verwachtingenmanagement: we zijn vooraf helder over de rol en invloed van betrokken partijen en communiceren transparant over gemaakte keuzes.
Pagina 16
Beheersing van tijd en capaciteit binnen participatie Participatie met zowel interne als externe doelgroepen vraagt om een zorgvuldige voorbereiding, afstemming en opvolging en is daarmee per definitie arbeidsintensief en kent een lange doorlooptijd. Het organiseren van gesprekken, het ophalen en verwerken van inbreng en het terugkoppelen van resultaten vergen aanzienlijke capaciteit van zowel de organisatie als de betrokken partijen. Om het proces beheersbaar en doelgericht te houden, is ervoor gekozen het aantal gesprekken te limiteren en de betrokkenen zorgvuldig te selecteren op basis van relevantie en representativiteit. Hiermee waarborgen we dat de belangrijkste perspectieven worden meegenomen, zonder dat het traject onevenredig veel inspanning vraagt.
9
Personele aspecten
Het gehele traject loopt ruim één jaar en omvat meerdere participatiemomenten en werksessies. De uitvoering wordt gecoördineerd door een externe projectleider. De tijdsinvestering voor de projectgroep is ongeveer 2 tot 4 uur per week per persoon. Daarnaast leveren verschillende medewerkers van Waardlanden, waaronder de communicatieadviseur, en van de regiogemeenten essentiële bijdragen. De interne projectleider besteedt circa twee uur per week aan coördinatie en borging binnen de organisatie en de externe projectleider richt zich gemiddeld twee dagen per week op de inhoudelijke uitvoering. Projectgroep De leden van de projectgroep dragen naar verwachting gemiddeld 2 tot 4 uur per persoon per week bij gedurende de looptijd van het traject. Rondom de voorbereiding van bestuurlijke sessies, de bewonersonderzoeken en de besluitvorming zijn de werkzaamheden het meest intensief. Daarnaast is de interne projectleider (Gitta) gemiddeld 2 uur per week belast met coördinatie en borging binnen de organisatie. De externe projectleider (Inez) zet zich gemiddeld twee dagen per week in voor inhoudelijke afstemming en coördinatie van het project. Dit omvat onder meer de bureaustudie, afstemming met zowel de interne organisatie als externe betrokkenen en het opstellen van de vragenlijsten, het analyserapport, de visie en het uitvoeringsplan.
Communicatieadviseur Waardlanden De communicatieadviseur van Waardlanden ondersteunt de communicatie over het regionale beleid en over het participatietraject, waaronder de betrokkenheid van externe stakeholders en de uitvoering van bewonersonderzoeken. Tijdens deze periodes is de verwachte belasting gemiddeld 0,5 tot 1 dag per week. Betrokkenen interne organisatie Medewerkers van Waardlanden en de regiogemeenten worden geïnterviewd en krijgen de mogelijkheid om te reageren op concept-documenten. Afhankelijk van de gekozen beleidsrichting en het vakgebied van de medewerker bedraagt de tijdsinvestering in totaal 0,5 tot 3 dagen per persoon.
Pagina 17
Bijlage: Detailplanning
Pagina 1
Pagina 2
Pagina 3