15. 220830 1297 Waterhuishoudkundig plan v2.pdf
Tekst van het document
Inrichting van het Betuwepark De onderstaande figuur geeft het concept van de inrichting van het Betuwepark weer, welke is gebaseerd op het behouden van de bestaande ecologie. De oranje lijnen zijn nieuw te graven watergangen, de blauwe lijnen zijn bestaande hand te haven watergangen. De watergangen worden behouden ten behoeve van het in stand houden van de ecologie. Daarnaast worden een aantal poelen gegraven om de ecologie lokaal te verbeteren. De poelen zijn niet opgenomen in de waterstructuur.
Figuur 19. Inrichting Betuwepark volgens het ecologisch onderzoek.
- 23 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Natuurvriendelijke oevers Door de toepassing van flauwe/natuurvriendelijke oevers ontstaat er een grote diversiteit aan flora en fauna. Dit komt de lokale ecologie ten goede. Door de diversiteit aan flora heeft een natuurvriendelijke oever een zuiverend effect. Helofytenplanten zuiveren het water en zorgen daarmee voor een hogere kwaliteit van het water en geeft de kans voor extra leven in en om het water. Hierdoor draagt de oever bij aan een gezond watersysteem en aan een beter leefklimaat van de wijk. Daarnaast zorgen natuurvriendelijke oevers voor voldoende paai en overwinteringsplekken voor vissen. Aanvullend geeft een natuurvriendelijke oever voordelen als waterberging door het flauwe talud.
Figuur 20. Standaard profiel natuurvriendelijke oever.
Volgens de regels van de keur dient bij nieuw te realiseren primaire watergangen minimaal 35% natuurvriendelijke oevers aangelegd te worden (Beleidsregels Keur, 2010). De oevers moeten een minimaal talud van 1:6 hebben (bij de afwezigheid van een plas-dras oever) om onderhoud vanaf het water in stand te houden. In het plangebied wordt 475 m aan primaire watergang gerealiseerd. Dit levert een minimaal te realiseren natuurvriendelijke oever van 166 meter. Het uitgangspunt is om de volledige primaire watergang in te richten met een bovenwatertalud van 1:6 en een onderwatertalud van 1:4. Bij voorkeur wordt de natuurvriendelijke oever aan de noordkant van de primaire watergang gerealiseerd.
Zwemwater In het stedenbouwkundige ontwerp is geen zwemwater opgenomen. Om deze reden wordt in de waterkwaliteitsopgave geen rekening gehouden met de vereiste kwaliteit van water voor zwemwater.
Aanvullende maatregelen Ter behoeve van de waterkwaliteit en ecologie worden de onderstaande maatregelen aangehouden. • Op de locaties waar aan twee zijden van de watergang beschoeiing toegepast wordt, zullen om de 50 meter aan beide zijden trappen voor fauna geplaatst worden; • In het onderzoek naar de flora en fauna in ‘t Oog wordt geadviseerd om (ter afsluiting van het werkgebied) hekwerk voorzien van amfibie werend materiaal aan de onderzijde te plaatsen in de winterrustperiode; • De duiker onder de polderweg wordt gerealiseerd als passeerbare duiker. In deze duiker wordt aan minimaal één zijde een loopstrook van 0,3 tot 0,5 meter gerealiseerd. Uitzondering hierop zijn doorvaarbare duikers.
- 24 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Figuur 21. Dwarsdoorsneden passeerbare duikers.
Exoten In het onderzoek naar de natuurwaarden in ’t Oog is de Amerikaanse Rivierkreeft aangetroffen. Er zijn geen aanvullende maatregelen genomen tegen de gevonden exoot (Natuurwaarden ‘t Oog HardinxveldGiessendam, 2019).
4.6 Droogte Extra gemalen ter behoeve van het verbeteren van de waterkwaliteit en het tegengaan van droogte zijn in dit stadium niet aan de orde. Het graven van oppervlaktewater, als invulling op de bergingsopgave, vergroot de vraag naar inlaatwater in droge perioden, als gevolg van meer verdamping. Door waterberging te realiseren als plas-dras gebied in plaats van oppervlaktewater wordt het te graven oppervlak aan oppervlaktewater beperkt. Zo wordt droogteproblematiek beheerst. In totaal wordt in het plangebied 13.500 m2 meer oppervlaktewater gegraven dan dat in de huidige situatie aanwezig is. Daarnaast wordt in het plas-dras gebied een hoge grondwaterstand geaccepteerd in natte perioden. Op deze wijze is in de grond langer water beschikbaar in droge perioden. Zo wordt bodemdaling en veenoxidatie tegen gegaan.
4.7 Ontwateringsdiepte en drainage Dit hoofdstuk is onderverdeeld in het type oppervlak; woningen, openbare ruimte en plas-dras gebied.
Drainage woningen De drooglegging van privaat gebied bedraagt 1,15 meter. Als aanname worden kruipruimten op een diepte van 0,9 meter onder vloerpeil gerealiseerd (0,4 m vloer en 0,5 m kruipruimte. In dit geval is de drooglegging tot de kruipruimten 0,25 meter, wat kan leiden tot de noodzaak om drainage onder de woningen toe te passen.
Drainage openbare ruimte Als maximale grondwateropbolling in openbaar gebied is 0,5 meter aangehouden. De afstand tussen watergangen en de doorlatendheid van de grond is bepalend voor de opbolling van de grond. Om te voorkomen dat deze maximale grondwateropbolling overschreden wordt kan het voorkomen dat drainage aangelegd dient te worden. Bij voorkeur wordt drainage gerealiseerd in de vorm van DrainageInfiltratie riolering (DIT-riolering), met de reden dat deze een langere levensduur heeft en dat in dit geval geen HWA en drainage los gerealiseerd hoeft te worden. Aan de hand van de Formule van Hooghoudt is met een controle met de methode van Bouwmans de drainageafstand bepaald op een afstand van 47 meter. In Bijlage 5 zijn de berekeningen opgenomen.
- 25 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Bij de grootschalige toepassing van DIT-riolering wordt het oppervlaktesysteem nauwer met het grondwatersysteem verbonden. De watervraag van DIT-riool bij lage grondwaterstanden in droge zomers is in de huidige situatie onvoldoende bekend. Als blijkt dat de wateraanvoer naar de wijk onvoldoende is en waterpeilen verder zakken dan gewenst zal de gemeente in gesprek treden met het waterschap.
Plas-dras oppervlak De drooglegging van het plas-dras gebied is gemiddeld 0,2 meter. Het lage plas-dras gebied kent een drooglegging van 0,0 meter en dus ook 0,0 meter ontwateringsdiepte. Omdat bij het lage plas-dras gebied geen maaiveld boven de grondwaterstand aanwezig is zal hier geen bodemdaling optreden. Het hoge plas-dras gebied heeft een drooglegging van 0,4 meter. Omdat water actief geïnfiltreerd wordt in het plas-dras gebied en er niet gedraineerd wordt zal de drooglegging gemiddeld kleiner dan 0,4 meter zijn (tussen de 0 en 0,4 m). Dit is niet erg omdat het plas-dras gebied is bestemd om een drassige eigenschap te hebben. Op deze wijze wordt bodemdaling in het plasdras gebied minimaal gehouden. De paden door het plas-dras gebied worden aangelegd als vlonderpaden en struinpaden met een breedte van 1,5 meter, gemaakt van hout, zie het onderstaande figuur. Ter afwatering van het pas-dras oppervlak wordt het plasdras oppervlak onder een afschot van 2% gerealiseerd.
Figuur 22. Ontwerp vlonder en struinpaden (Visie Tiendpark, 2016).
4.8 Landschappelijke aspecten van water De gestelde ambitie is om de landelijke structuur van het watersysteem in stand te houden. Om deze reden wordt de rechte structuur van de watergangen zo veel mogelijk in stand gehouden. Dit is voornamelijk terug te zien in het plas-dras gebied waar de bestaande structuur niet gewijzigd wordt. Voor Waardzone Fase 1 gaat het hier om een oppervlak van circa 3 hectare beschikbaar voor de ontwikkeling van een parkzone.
- 26 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
4.9 Opbarsten van de waterbodem Onderstaande tekst is afgeleid uit het geotechnisch advies, 07-2020. Het geotechnisch advies is opgesteld door een geohydrologisch expert. Gezien de stijghoogte van het 1e WVP, boven het huidige maaiveld, kan theoretisch gezien de druk vanuit het 1e WVP groter zijn dan het gewicht van de slappe lagen, ook wanneer er geen grond wordt afgegraven. Gegeven het feit dat de grond in het verleden niet is ‘gescheurd’, kan de hele deklaag gaan ‘drijven’; loskomen van het zand. Het water kan zich dan snel horizontaal verplaatsen waardoor de druk afneemt. Dit gaat door tot waar wel ‘echt’ evenwicht is. Om te voorkomen dat dit evenwicht verstoord wordt, dient de waterdiepte in brede watergangen beperkt te worden. De berekende grondwaterspanning van het 1e WVP komt neer op 95 kN/m2. De neerwaartse druk bij watergangen met een waterbodem van -3 m N.A.P. (ofwel een watergang met een diepte van 1,15 m) is 71 kN/m2. Dit is onvoldoende voor het compenseren van de opwaartse druk. Uit ervaringen bij de wijk boven het spoor kunnen A-watergangen met een diepte van 1,0 meter en B watergangen met een breedte van 23 meter gerealiseerd worden zonder op te barsten (de brede watergangen in de wijk Over t spoor liggen met 1,2 km dichter bij de Merwede gelegen dan de brede watergangen in Waardzone Fase 1.
Het uitgangspunt in de ontwikkeling Waardzonde Fase 1 is: brede watergangen (+8,0 meter) krijgen een diepte van maximaal 0,5 meter en watergangen met een diepte van 1,0 meter worden niet breder gegraven dan het minimale profiel. Dit uitgangspunt is echter wel afhankelijk van de onderhoudbaarheid van brede watergangen omdat onderhoud van watergangen van 0,5 meter diep vanaf het land onderhouden moeten worden. Onderzocht dient te worden of ballast met een kleibodem een optie is om alsnog diepe én brede watergangen te realiseren. Het aanleggen van ontlastbronnen wordt als onwenselijk gezien omdat in een dergelijke situatie een continue en permanente kwelstroom gegenereerd wordt.
- 27 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
5. Overdracht en beheer In het hoofdstuk overdracht en beheer zijn afspraken met betrekking tot beheer, eigendom en de overdracht behandeld. Er wordt vanuit Gebiedsmanagers gedurende de verdere ontwerpen getoetst of voldoende ruimte voor onderhoud behouden blijft. De onderstaande tabel geeft het waarschijnlijke type onderhoud en eigenaarschap van de watergangen gedurende de uitvoering en na oplevering weer.
Primaire watergang Secundaire watergang
Oever
Onderhoud Te water
Eigenaar tijdens uitvoering Waardzone CV
Eigenaar na oplevering Waterschap
Onderhoudsplichtig na oplevering Waterschap
Openbaar Openbaar Privaat
Vanaf de kant Vanaf de kant
Waardzone CV Waardzone CV
Gemeente Privaat
Gemeente Privaat
5.1 Onderhoud en beheer watergangen In het uit te voeren onderhoud wordt onderscheidt gemaakt tussen primaire en secundaire watergangen. Primaire watergangen worden overgedragen aan het waterschap en secundaire watergangen worden overgedragen aan de gemeente. Later in het proces worden afspraken gemaakt met betrekking tot het uit te voeren onderhoud.
Primaire watergangen In het plangebied zijn twee primaire watergangen aanwezig: de watergang langs de Betuwelijn en de watergang in het centrum van het plangebied (zie Figuur 12). Primaire watergangen worden onderhouden vanaf het water. Uitzondering op deze regel zijn NVO’s, deze worden vanaf het land onderhouden. Na oplevering is het waterschap de onderhoudsplichtige partij. In overleg met het waterschap worden locaties met betrekking tot het onderhoud vastgesteld. Onderhoud vanaf het water Primaire watergangen worden varend onderhouden. Primaire watergangen worden aan de hand van onderstaande uitgangspunten ontworpen, en voldoen daarbij aan de regels in de keur (Beleidsregels Keur, 2010). • • • • • • • •
Minimale bodembreedte van 2 meter; Minimale waterdiepte van 1 meter; Doorvaarbare breedte 2,25 meter; Minimale lengte watergang 75 meter; Doorvaarhoogte van minimaal 1 meter onder doorvaarbare kunstwerken; De watergang beschikt over een te water laat plaats bereikbaar vanaf de openbare weg; In de watergang is een oppervlak van 6 meter bij 6 meter aanwezig voor het keren van de maaiboot; De duikers worden doorvaarbaar gerealiseerd (minimaal 1,0 meter boven zomerpeil met een breedte van minimaal 2 meter).
Onderhoud aan natuurvriendelijke oevers Natuurvriendelijke oevers worden jaarlijks gefaseerd onderhouden. Dit houdt in dat oevers in fasen van 1/3 van de watergangen vanaf het water gemaaid worden.
- 28 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Secundaire watergangen In het plangebied wordt bij B-watergangen onderscheidt gemaakt tussen oevers aan private percelen en openbare oevers. Oevers aan private percelen Onderhoud aan oevers gelegen aan private percelen vallen onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het perceel. Onderhoud dient uitgevoerd te worden vanaf het moment van de overdracht. Openbare oevers Secundaire watergangen worden bij voorkeur onderhouden vanaf het land. Aan minimaal één zijde van de watergang wordt een oppervlak van 2,5 meter gereserveerd als onderhoud strook.
5.2 Status watergangen en bergingsvoorzieningen Nader uit te werken.
5.3 Eigendomsgrenzen Nader uit te werken.
- 29 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
6. Bibliografie Algemene regels voor dammen met duikers. (2017, 06). Opgehaald van https://www.waterschaprivierenland.nl/mgd/files/wt-7-dam-met-duiker-vanaf-12-072017.pdf (2010). Beleidsregels Keur. Tiel: Waterschap Rivierenland. Bodemdalingskaart. (2021, 03 12). Opgehaald van https://bodemdalingskaart.nl/portal/index Dino Loket. (2019, 05). Opgehaald van https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens (2009). GGOR en peilbesluit Alblasserwaard . Tiel: Waterschap Rivierenland. (2009). Handrijking natuurvriendelijke oever. Amersfoort: STOWA. Hohohoosbui. (2020, 07 28). Opgehaald van https://www.hohohoosbui.nl/subsidie-klimaatactief/ Interactieve kaart KRW wateren. (2020, 06). Opgehaald van https://planbureau.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=3dd915490b97420 6a1271466073dfc44 Legger watergangen Rivierenland. (2020, 06). Opgehaald van https://wsrivierenland.maps.arcgis.com/apps/View/index.html?appid=9e19526357f44dd98d cc0e743e81300e (2019). Natuurwaarden ‘t Oog Hardinxveld-Giessendam. Dordrecht: Gemeente HardinxveldGiessendam. (2019). Ruimtelijke uitgangspunten 'T Oog. Space Value. STOWA neerslagstatestieken voor korte buien. (2020, 07). Opgehaald van https://www.stowa.nl/sites/default/files/assets/PUBLICATIES/Publicaties%202018/STOWA% 202018-12%20HR.pdf Veldkamp, M. (2020, 07 07). Externe Medewerker, Team Gebiedsontwikkeling Alblasserw. Vijfheerenl. Tielerw. (R.
Huisman, Interviewer) (2016). Visie Tiendpark. Hardinxveld-Giessendam: Fluxx.
- 30 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
7. Bijlagen lijst Bijlage 1. Geografische bodemopbouw Bijlage 2. Kenmerkblad verharding en verdeling watersysteem Bijlage 3. Opbarstberekening Bijlage 4. Waterbergingsberekening Bijlage 5. Kwel en grondwateropbolling Bijlage 6. Leggerstatus, keurzones en onderhoudspaden Bijlage 7. Doorontwikkeling ‘t Oog
- 31 -
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
Bijlage 1. Geografische Bodemopbouw Boring 001 (Noorden van het plangebied)
I
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Boring 003 (Zuiden van het plangebied)
II
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
Boring 1
Boring 3
III
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
Bijlage 2. Kenmerkblad verharding en verdeling watersysteem Type oppervlak Opp. Plangebied
Bestaand Nieuw Balans 144.936,00 m2 144.936,00 m2
Niet uitgeefbaar Uitgeefbaar
-
Percelen verhard 84% Percelen onverhard 16% Water Openbaar groen Plas-dras gebied hoog Plas-dras gebied laag Verharding/ Weg Verharding/ Stoep
0,00
94.121,00 m2 50.815,00 m2
94.121,00 50.815,00
0 0
42.565,40 m2 8.249,60 m2
42.565,40 8.249,60
15.310,18 129.625,82 0,00 m2 0,00 m2
26.794,00 9.416,00 m2 42.122,00 m2 5.246,00 m2
11.483,82 -120.209,82 42.122 5.246
0,00 m2 0,00 m2
10.544,00 m2 0,00 m2
10.544,00 0,00
* De percentages verharding op percelen zijn berekend volgens de verhardingsnorm 70% vrijstaand, 80% 2/1 kap en 90% rijwoningen.
IV
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
Bijlage 3. Opbarstberekening Onderstaande tekst geeft een hoofdstuk uit het geotechnisch advies, 07-2020, weer. Het geotechnisch advies is opgesteld door een geohydrologisch expert. In de tekst wordt verwezen naar de onvoldoende druk die aanwezig in de huidige situatie. Gezien de grond niet opbreekt in de huidige situatie worden ervaringscijfers uit bestaande watergangen in Hardinxveld aangehouden.
V
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
REGIS Model, horizontale doorlatendheid van het 1e WVP is 50 tot 100 m per dag. Echter, dit is de maximaal mogelijke waterstroom, de werkelijke stroom zal kleiner zijn.
VI
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Bijlage 4. Waterbergingsberekening T=10 Opp. Plangebied
Waarde Eenheid 144936 m2
Niet Uitgeefbaar Uitgeefbaar
94121 m2 50815 m2
Percelen verhard 84% Percelen onverhard 16%
42565 m2 8250 m2
Water Openbaar groen Plas-dras gebied laag
26794 m2 9416 m2 5246 m2
Verharding/ Weg Verharding/ Stoep
10544 m2 0 m2
Landelijke afvoer Landelijke afvoernorm Afvoer per uur
1,65 l/s/ha 86,1 m3/uur
Niet meegenomen in de berekening (aanvoer wordt niet geborgen in Landelijke aanvoer het watersysteem) Landelijke afvoernorm 't Oog west 82,5 l/s/ha Aanvoer bestaand stedelijk gebied 0,197 m3/s Afvoer per uur 1006,2 m3/uur Kwelstroom Kwel toestroom Kwel toestroom Totale kwelstroom Kwelstroom per uur
3 mm/d 0,003 m/dag 434,81 m3/dag 18,117 m3/uur
T=10 bui T=10+10% T=10+10%
30,0 mm 0,0300 m
VII
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Berging 0-10 cm Oppervlak watergang Oppervlak in talud Aftrek lengte private oever Aftrek opp private oever Oppervlak plas-dras laag Totaal oppervlak berging Totale berging in 0,1 m
26794 m2 2143,5 m2 945,0 m 189,0 m2 5246 m2 28748,5 m2 2874,9 m3
Berging boven de 10cm Oppervlak watergang Oppervlak in talud Aftrek lengte private oever Aftrek opp private oever Oppervlak plas-dras laag Totaal oppervlak berging
26794 m2 6430,6 m2 945,0 m 567,0 m2 5246 m2 37903,6 m2
Peilstijging zonder afvoer coëfficiënt Te bergen hoeveelheid Peilstijging
4348,1 m3 0,14 m
VIII
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
T=100 Bui Opp. Plangebied
Waarde Eenheid 144936 m2
Niet Uitgeefbaar Uitgeefbaar
94121 m2 50815 m2
Percelen verhard 84% Percelen onverhard 16%
42565 m2 8250 m2
Water Openbaar groen Plas-dras gebied
26794 m2 9416 m2 5246 m2
Verharding/ Weg Verharding/ Stoep
10544 m2 0 m2
Landelijke afvoer Landelijke afvoernorm Afvoer per uur
Landelijke aanvoer Landelijke afvoernorm 't Oog west Aanvoer bestaand stedelijk gebied Afvoer per uur
1,65 l/s/ha 86,1 m3/uur Niet meegenomen in de berekening (aanvoer wordt niet geborgen in het watersysteem) 82,5 l/s/ha 0,197 m3/s 1006,2 m3/uur
Kwelstroom Kwel toestroom Kwel toestroom Oppervlakte plangebied Totale kwelstroom Kwelstroom per uur
3 mm/d 0,003 m/dag 144936 m2 434,81 m3 18,117 m3/uur
T=100 bui T=100 + 10% T=100 + 10%
44,55 mm 0,04455 m
IX
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Berging 0-10 cm Oppervlak watergang Oppervlak in talud Aftrek lengte private oever Aftrek opp private oever Oppervlak plas-dras laag Totaal oppervlak berging Totale berging in 0,1 m
26794 m2 2143,5 m2 945,0 m 189,0 m2 5246 m2 28748,5 m2 2874,9 m3
Berging boven de 10cm Oppervlak watergang Oppervlak in talud Aftrek lengte private oever Aftrek opp private oever Oppervlak plas-dras laag Totaal oppervlak berging
26794 m2 6430,6 m2 945,0 m 567,0 m2 5246 m2 37903,6 m2
Peilstijging zonder afvoer coëfficiënt Te bergen hoeveelheid Peilstijging
6456,9 m3 0,19 m
X
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Verhardingscompensatie Verhardingscompensatie Toename verhard oppervlak Oppervlaktewater Realisatie extra water Plas-dras laag
Hoeveelheid Eenheid
Verhardingscompensatie bij een T=10 bui Norm compensatie verharding T=10 bui Te compenseren hoeveelheid Maximale peilstijging in oppervlakte water Maximale peilstijging plasdras gebied
Hoeveelheid
53.109,40 m2 26.794,00 m2 11.483,82 m2 5246,00 m2
Eenheid 436 m3/ha 2315,57 m3 0,2 m 0,1 m
Berging in oppervlaktewater (0,2 m) Berging in Talud (1:4) (0,2m) Berging plas-drasgebied laag (0,1 m) Totale berging als verhardingscompensatie
2296,76 m3 367,48 m3 524,6 m3 3188,85 m3
Overschot aan berging
873,28 m3
Verhardingscompensatie bij een T=100 bui Norm compensatie verharding T=100 bui Te compenseren hoeveelheid Maximale peilstijging in opp water Maximale peilstijging plasdras gebied
Hoeveelheid
Eenheid 664 m3/ha 3526,46 m3 0,94 m 0,84 m
Berging in oppervlaktewater (0,94 m) Berging in Talud (1:3) (0,94 m) Berging plas-drasgebied laag (0,84 m) Totale berging als verhardingscompensatie
10794,79 m3 8117,68 m3 4406,64 m3 23319,11 m3
Overschot aan berging
19792,65 m3
XI
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Bijlage 5. Kwel en grondwateropbolling Kwel Hoeveelheid 3 0,003 144936 434,81 18,117
Kwel toestroom Kwel toestroom m/d Oppervlakte plangebied Totale kwelstroom
Eenheid mm/d m/dag m2 m3 m3/uur
Grondwateropbolling berekening Formule van Hooghoudt:
Waarde
Eenheid m/dag m/dag m m m/dag
Ko Kb h d R
2 2 0,5 1,4 0,006
L2 L
2200 46,9 m
Beschrijving doorlatendheid onder de drainreeksen doorlatendheid boven de drainreeksen Maximale grondwateropbolling equivalent laag, gerelateerd aan D, L en Ro Neerslag (gemiddelde in de maanden oktober, november en december) 0,006 m/dag En Kwel 0,003 m/dag Maximale drainageafstand
Controle met de methode van Bouwman
k q D h D/h K/Q h / π * Ro
Waarde 2 0,006 1,4 0,5
Eenheid m/dag m/dag m m
3 333 1,6 -
XII
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Kleinste Ro waarde
0,1 -
Ro Drainbuis Diameter drain
0,1 0,2 m
Ro Drainbuis met omhullingsmateriaal b omhullingsmateriaal straal buis
0,38 -
Ro Sloot breedte sloot Y hoogte sloot Talud
1 m 0,1 m 1,95 4 1 0,333333333
m m m
L/h = ca. 90 (niet goed af te lezen, valt buiten de schaal h = 0,5 m
L = 45 meter (minder accuraat als de formule van hooghoudt) XIII
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
Bijlage 6. Leggerstatus, keurzones en Onderhoudspaden Leggerstatus
XIV
Projectnr 1297 30-08-2022
Waterhuishoudkundig Plan Waardzone Fase 1
Keurzone
XV
Bijlage 7. Structuurplan ’t Oog Het huidige bestemmingsplan gaat uit van de ontwikkeling Waardzone Fase 1. Echter, de ontwikkelaar Waardzone CV en de gemeente Hardinxveld-Giessendam zijn voornemers meerdere delen van ‘t Oog te ontwikkelen. Een sfeerbeeld van de doorontwikkeling is opgenomen in de onderstaande figuur. Waterhuishoud technisch wordt elke ontwikkeling afzonderlijk beoordeeld en dient elk gebied robuust te worden ingericht. In dit hoofdstuk geeft een doorkijk naar de totale ontwikkeling om de visie op de inrichting van het gehele Oog aan te tonen. In dit hoofdstuk worden drie aspecten van de totale ontwikkeling beschreven die relevant zijn voor de ontwikkeling van Waardzone Fase 1; de realisatie van waterberging in ’t Oog, de loop van de toekomstige primaire watergang door ’t Oog en de bestemming van natuur en recreatie in ’t Oog.
Figuur 23. Structuurkaart ’t Oog, Waardzone Fase 1 aangegeven (Ruimtelijke uitgangspunten 'T Oog, 2019).
Peilgebied In een situatie waarbij het volledige Oog ontwikkeld wordt zal het huidige peilgebied met een zomer- en winterpeil overgaan naar een vast peil op een hoogte van waarschijnlijk -1,85 m N.A.P. Op de locaties waar ’t Oog in verbinding staat met het peilgebied aan de noordkant van de Betuwelijn zullen stuwen geplaatst moeten worden t.b.v. het in stand houden van het peil. Omdat het peilgebied in deze situatie geen deel meer uitmaak van een groter landelijk peil bestaat de mogelijkheid om in de toekomstige situatie over te gaan op een flexibel peilbeheer. Doormiddel van een flexibel peil kan in de winter meer water vastgehouden worden om droogte in de zomer te voorkomen.
Buffer in waterberging Volgens de regelgeving van het waterschap Rivierenland kan gerealiseerde berging boven de norm tot 5 jaar na realisatie ingezet worden als berging in hetzelfde peilgebied in een mogelijk verdere ontwikkeling. In overleg met het waterschap is aangegeven dat na de periode van 5 jaar een verlenging van 5 jaar aangevraagd kan worden voor het inzetten van de extra gerealiseerde berging (Veldkamp, 2020). De hoeveelheid gerealiseerde waterberging boven de norm wordt bepaald in de nog uit te voeren modelberekeningen.
XVII
Projectnr 1297 14-08-2020 Concept
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
Primaire watergang De primaire watergang in het centrum van het plangebied Waardzone Fase 1 zal deel uitmaken van een primaire watergang die het Oog doorkruist. Het uiteindelijke verloop van de watergang richting het Oosten is nog niet bekend. In de planvorming bestaat een drietal mogelijkheden, waarvan de derde variant op dit moment het meest waarschijnlijk is: Behoud van de bestaande afvoerrichting en opwaardering van deze route richting Molenaarsgraaf. In dit alternatief is geen sprake van een hoofdafvoerrichting naar het oosten.
De watergang loopt tot de grens van de gemeente Molenlanden en loopt vervolgens richting het noorden, om vervolgens via een nieuw te realiseren duiker onder de Betuwelijn door te gaan. De watergang loopt onder de Molenweg door de gemeente Molenlanden binnen. Deze zal hier verder lopen richting een nieuw te realiseren polder gemaal op de Giessen. In de varianten twee en drie zal de hoofdwatergang Waardzone Fase 1 doorkruisen. In deze situatie, en met de verdere ontwikkeling van het Oog, zal de afvoer er uitzien als in de onderstaande figuur. Bij de ontwikkeling van Waardzone Fase 1 vindt de afvoer plaats zoals aangegeven in Figuur 13 op pagina 15. 2 1 3
Figuur 24. Mogelijk verloop van de primaire watergang
Dimensionering primaire watergang In een situatie waarbij het volledige Oog ontwikkeld wordt, zal de afvoer van het volledige gebied ten westen van Waardzone Fase 1 en bestaand stedelijk gebied afvoeren door de hoofdwatergang in het centrum van Waardzone Fase 1. De hoofdwatergang wordt hierop gedimensioneerd. In de berekeningen worden de volgende uitgangspunten aangehouden: • Het oppervlak van ’t Oog ten westen van Waardzone Fase 1 is circa 51 hectare. Om een bui van 64 mm binnen 24 uur af te voeren dient een afvoer gerealiseerd te worden van minimaal 380 liter per seconde. • Het oppervlak van bestaand stedelijk Hardinxveld-Giessendam dat afvoert op ’t Oog bedraagt circa 8,5 hectare. Om een bui van 64 mm binnen 24 uur af te voeren dient een afvoer gerealiseerd te worden van minimaal 63 liter per seconde. Op basis van de afvoer dient de hoofdwatergang gedimensioneerd te worden op een afvoer van 443 L/s (bestaand stedelijk gebied + oppervlak ‘t Oog. Het smalste punt in de toekomstige hoofdwatergang is de duiker onder de polderweg. De duiker heeft een lengte van ca. 20 meter. Verwacht wordt dat de duiker een diameter van ca. 1000 mm zal krijgen.
Projectnr 1297 14-08-2020 Concept
Waterhuishouding Waardzone Fase 1
Natuur en recreatie In de structuurkaart van ’t Oog is te zien dat het plasdrasgebied van Waardzone Fase 1 deel uitmaakt van een grote groenzone genaamd het Betuwepark. Het parkoppervlak heeft de bestemming natuur en recreatie.
Vuilwater riolering Op basis van 600 woningen (ontwikkeling van het gehele Oog) dient een gemiddelde afvoer van ca. 15 m3/ uur gerealiseerd te worden. Dit is bepaald aan de hand van de volgende uitgangspunten: • 600 huishoudens; • 2,5 personen per huishouden; • 10 liter afvoer per uur per huishouden; Bij de doorontwikkeling zal voor elk deelplan het uitgangspunt de realisatie van een vrij verval riool zijn met dezelfde uitgangspunten als Waardzone Fase 1. Per deelgebied zal het vrij vervalriool aansluiten op een lokaal rioolgemaal, die met een persleiding afvoert naar één te bouwen hoofdrioolgemaal ‘t Oog.
Persleiding In de situatie waarin het Oog volledig ontwikkeld wordt zal de riolering afvoeren via een te realiseren hoofdgemaal om aan te sluiten op de zuivering te Sliedrecht. De benodigde persleidinglengte in ‘t Oog bedraagt ca. 2.000 meter wanneer deze via de Spoorweg gerealiseerd wordt. De onderstaande figuur geeft de mogelijke ligging van de toekomstige persleiding aan.
Figuur 25. Mogelijk verloop van de persleiding bij de doorontwikkeling van 't Oog