134 Smart Delta Drechtsteden - Uitnodiging Regionale Klankbordgroep 15 april 2026.pdf
Tekst van het document
Agenda Regionale Klankbordgroep Datum overleg
15 april 2026
Tijdstip
19.30 uur – 21.30 uur
Locatie
Gemeente Zwijndrecht, raadszaal
Agendapunten 1.
Opening en mededelingen Korte introductie door voorzitter Jan de Vries (Burgemeester Sliedrecht en vicevoorzitter Smart Delta Drechtsteden) Wat willen we vandaag bereiken?
2.
Verwachtingen en beelden van raadsleden Inventariseren van bestaande beelden over regionale samenwerking Wat gaat goed, wat ontbreekt? Waar zit de afstand of onduidelijkheid? Wat is de rol van de raad?
3.
Reflectie op de notitie ‘Betere betrokkenheid van gemeenteraden’ Bespreken van de kernbevindingen
•
behoefte aan duiding
•
onduidelijkheid over rol en momenten van invloed
•
afnemend regiobewustzijn
•
Informatievoorziening en communicatie
Wat herkennen de aanwezigen? Wat vraagt dit van de regio én van de lokale raden?
4.
Klankbordgroep van raadsleden – verkenning Doel van dit agendapunt: richting bepalen voor de mogelijke inrichting van een regionale klankbordgroep. Te bespreken:
•
Wat moet de klankbordgroep doen?
“De klankbordgroep heeft een informerende en adviserende functie.”
•
Samenstelling:
o o
twee raadsleden per gemeente onafhankelijkheid en rolzuiverheid
Alblasserdam • Dordrecht • Gorinchem • Hardinxveld-Giessendam • Hendrik-Ido-Ambacht • Papendrecht • Sliedrecht • Zwijndrecht
POSTADRES Postbus 8 3300 AA Dordrecht
BEZOEKADRES Spuiboulevard 300 3311 GR Dordrecht
•
Ondersteuning:
o o •
informatievoorziening
Werkwijze en frequentie:
o o o •
rol griffiers
Hoe vaak bijeen? Hoe terugkoppeling naar de eigen raad? Wie wordt de voorzitter?
Verduidelijking van rollen en besluitvorming Wanneer is de raad aan zet? Hoe maken we proces en tijdslijnen voorspelbaar?
5.
Rondvraag en inventarisatie van aanvullende wensen en afsluiting
2|2
Betere betrokkenheid van gemeenteraden bij regionale samenwerking Inleiding De regionale samenwerking binnen Smart Delta Drechtsteden is van groot belang voor het aanpakken van opgaven die gemeentelijke grenzen overstijgen, zoals woningbouw, energietransitie, mobiliteit en economische ontwikkeling. Deze opgaven vragen in toenemende mate om een regionale aanpak, mede omdat hogere overheden verwachten dat gemeenten hierin gezamenlijk optrekken. Dat betekent dat regionale keuzes steeds directer doorwerken in lokale beleidsruimte, prioriteiten en investeringen. Dit vraagt niet alleen om bestuurlijke slagkracht, maar ook om stevig democratisch draagvlak. Dat draagvlak begint bij de gemeenteraden, die vanuit hun volksvertegenwoordigende rol regionale keuzes moeten kunnen verbinden met lokale belangen en maatschappelijke signalen. In de praktijk blijkt die betrokkenheid niet vanzelfsprekend. Raadsleden ervaren regelmatig afstand tot de regionale samenwerking, vinden hun rol onvoldoende duidelijk en missen gestructureerde momenten van ontmoeting en inhoudelijke duiding. Tegelijkertijd bestaat er binnen de regio een duidelijke wens om deze betrokkenheid te versterken, juist omdat regionale afspraken steeds vaker richtinggevend zijn voor lokaal beleid. De totstandkoming van de regionale ruimtelijke strategie laat zien hoe belangrijk dit is.
Dit traject had een kans kunnen zijn om het eigenaarschap van gemeenteraden rond een integraal beleidsdocument expliciet te versterken. In de praktijk hebben veel raadsleden dit proces echter ervaren als iets waarbij zij onvoldoende zijn meegenomen in de koersbepaling. Dat heeft op sommige plekken geleid tot een tegenbeweging: meer afstand, terughoudendheid en een sterker benadrukken van het lokale perspectief, juist op onderwerpen die per definitie regionaal samenhangen en waarvoor gemeenten ook extern worden aangesproken op gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het versterken van de betrokkenheid van gemeenteraden vraagt daarom niet alleen om betere informatievoorziening, maar om een bewuste inrichting van processen waarin raden daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen, richting kunnen geven en signalen uit de samenleving kunnen inbrengen. Eigenaarschap gaat daarbij niet alleen over begroting en jaarverantwoording, maar ook
Alblasserdam • Dordrecht • Hardinxveld-Giessendam •
POSTADRES
BEZOEKADRES
BANK
Hendrik-Ido-Ambacht • Papendrecht • Sliedrecht •
Postbus 8
Spuiboulevard 300
IBAN: NL88BNGH0285127748
Zwijndrecht
3300 AA Dordrecht
3311 GR Dordrecht
BIC: BNGHNL2G
over strategische koers, inhoudelijke prioriteiten en de manier waarop regionale opgaven lokaal worden besproken en gewogen. Dat vraagt ook om het expliciet maken dat regionale samenwerking niet alleen een bestuurlijk of ambtelijk traject is, maar een gezamenlijk politiek traject. Gemeenteraden moeten vooraf weten wanneer zij aan zet zijn: om te worden geïnformeerd, om te worden geconsulteerd of om richting te geven aan regionale keuzes. Alleen dan kan eigenaarschap daadwerkelijk vorm krijgen.
Huidige stand van zaken De betrokkenheid van raadsleden bij de regionale samenwerking is sinds het opheffen van de Drechtraad versnipperd geraakt. Waar deze raad eerder een structureel moment bood voor ontmoeting, informatie-uitwisseling en politieke duiding, is die functie sindsdien niet volwaardig vervangen. Verschillende griffiers geven aan dat raadsleden onvoldoende zicht hebben op wat er regionaal speelt, welke thema’s actueel zijn en – belangrijker nog – wat hun rol hierin is. De regionale samenwerking wordt daardoor vaak ervaren als iets van de colleges of de ambtelijke organisatie, terwijl juist het politieke debat, de kaderstelling en de controle door de gemeenteraden cruciaal zijn voor het succes en de legitimiteit van regionale strategieën. Raadsleden worden momenteel niet structureel en tijdig in positie gebracht om te reageren op of te besluiten over regionale (beleids)stukken. Daarmee wordt onvoldoende recht gedaan aan hun kaderstellende rol. Dit leidt tot afstand tot de regionale samenwerking en ondermijnt het draagvlak voor complexe regionale besluiten.
Bevindingen uit de regio Uit signalen van raadsleden en gesprekken met griffiers komt een samenhangend beeld naar voren van aandachtspunten die breed binnen de regio worden herkend. Raadsleden hebben behoefte aan meer inhoudelijke verdieping en duiding. Zij willen niet alleen geïnformeerd worden over regionale ontwikkelingen, maar vooral begrijpen waarom deze relevant zijn voor hun eigen gemeente en welke keuzes lokaal aan de orde zijn. Zonder een expliciete vertaalslag naar de lokale context blijft regionale samenwerking abstract en lastig te verbinden aan het lokale politieke debat. Daarnaast ervaren raadsleden onvoldoende inzicht in én invloed op de koers en besluitvorming van regionale trajecten. Onduidelijkheid over processen, tijdslijnen en momenten van invloed leidt tot onzekerheid en soms scepsis. Raadsleden willen vooraf weten in welke fase een traject zich bevindt en welke rol zij daarin hebben. 2|6
Verder wordt een afnemend regiobewustzijn gesignaleerd. Door het ontbreken van structurele ontmoetingen tussen raadsleden uit verschillende gemeenten is het onderlinge contact beperkt. Raadsleden missen vaste momenten om ervaringen te delen en gezamenlijk richting te geven aan regionale opgaven. Tegelijkertijd blijkt de rol van de griffier cruciaal in het verbinden van regionale processen met de lokale raad. Structurele afstemming met griffiers biedt inzicht in lokale agenda’s, prioriteiten en besluitvormingsritmes en vergroot de kans dat regionale onderwerpen tijdig en op de juiste manier worden geagendeerd.
Aanpak en aanbevelingen 1. Tweejaarlijkse Raadsoploop Ontwikkel een herkenbare en terugkerende programmalijn voor gemeenteraden, met minimaal twee bijeenkomsten per jaar. Deze bijeenkomsten bieden ruimte voor ontmoeting, inhoudelijke verdieping en dialoog over actuele regionale thema’s en de betekenis daarvan voor lokale besluitvorming. Een logisch ritme is: • •
één bijeenkomst kort na de zomer; één bijeenkomst in het eerste kwartaal van het jaar.
De Raadsoploop vormt hierbij een belangrijk ankerpunt. Tegelijkertijd blijft het wenselijk om, indien een regionaal besluitvormingsproces daar om vraagt, aanvullende bijeenkomsten te organiseren die gericht zijn op beeldvorming of kaderstelling rondom specifieke onderwerpen. 2. Versterk de onderlinge ontmoeting tussen raadsleden Het versterken van regiobewustzijn vraagt om actieve inzet op ontmoeting tussen raadsleden uit verschillende gemeenten. Structurele momenten van ontmoeting dragen bij aan onderling begrip en aan het besef van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor regionale opgaven. De vorm van deze ontmoetingen kan per onderwerp en fase verschillen en hoeft niet te leiden tot vaste of formele structuren. 3. Verduidelijk de rol van de raad in regionale besluitvorming Per regionaal thema of project moet expliciet inzichtelijk worden gemaakt: • •
wat de rol van de gemeenteraden is; hoe het besluitvormingsproces verloopt;
3|6
• •
wat de tijdslijnen zijn; welke onderdelen lokaal worden bekaderd of vastgesteld.
Wanneer sprake is van beleidsvorming of kaderstelling, dienen gemeenteraden hierover daadwerkelijk te besluiten. Voor meer uitvoerende onderdelen kan informatiedeling volstaan, mits dit onderscheid helder wordt gemaakt. 4. Regionale jaaragenda en P&C-cyclus Een structurele en voorspelbare betrokkenheid van gemeenteraden bij de regionale samenwerking vraagt om een duidelijke regionale planning- en controlstructuur. Daarom is het van belang om te werken met een regionaal jaarprogramma met bijbehorende begroting, waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke opgaven de regio het komende jaar oppakt, welke prioriteiten daarbij worden gesteld en welke middelen daarvoor worden ingezet. Geadviseerd wordt hierbij aan te sluiten bij de systematiek van gemeenschappelijke regelingen, waarbij: • •
het regionale jaarprogramma en de bijbehorende begroting tijdig aan de gemeenteraden worden voorgelegd voor reactie; de planning aansluit op de reguliere gemeentelijke P&C-cyclus, met beschikbaarheid van stukken in eind april / mei en behandeling in de gemeenteraden in juni.
Daarnaast wordt geadviseerd om jaarlijks een overzichtelijke inhoudelijke en financiële verantwoording op te stellen over de regionale samenwerking. Deze hoeft niet omvangrijk te zijn, maar biedt gemeenteraden wel: • • •
inzicht in de voortgang en resultaten van regionale opgaven; overzicht van de inzet en besteding van middelen; en een concrete basis voor het uitoefenen van de controlerende taak.
Door de regionale samenwerking expliciet te verankeren in een herkenbare en consistente P&Ccyclus ontstaat meer voorspelbaarheid en comfort voor gemeenteraden. Dit doet recht aan hun kaderstellende en controlerende rol binnen de netwerksamenwerking van Smart Delta Drechtsteden. 5. Bestuurscommunicatie: transparantie, vindbaarheid en procesduidelijkheid Een goede betrokkenheid van gemeenteraden bij regionale samenwerking staat of valt met heldere bestuurscommunicatie. Raadsleden moeten eenvoudig kunnen vinden welke regionale stukken er zijn, wie waarvoor verantwoordelijk is en in welke fase van besluitvorming een onderwerp zich bevindt. 4|6
Dit vraagt om een vaste en herkenbare informatievoorziening waarin duidelijk is: •
waar regionale stukken en besluiten te vinden zijn;
•
welke bestuurlijke gremia betrokken zijn en welke rol zij vervullen (zoals bestuurlijke regiekamer, portefeuillehoudersoverleggen en ambtelijke overleggen);
•
wanneer onderwerpen worden voorbereid, besproken en vastgesteld;
•
op welke momenten en op welke wijze gemeenteraden invloed geconsulteerd worden.
Het inrichten en actief gebruiken van een regionaal raadsinformatiesysteem kan hierbij een belangrijk hulpmiddel zijn, mits dit actueel wordt gehouden en expliciet wordt gebruikt als centrale plek voor regionale stukken. Daarnaast is het van belang dat bij regionale trajecten standaard wordt gewerkt met korte procesbeschrijvingen of startnotities, waarin wordt toegelicht: •
wat het doel van het traject is;
•
welke stappen worden doorlopen;
•
welke besluitvormingsmomenten er zijn (college en/of raad)
•
en welke rol van de gemeenteraden wordt verwacht.
Heldere bestuurscommunicatie draagt bij aan vertrouwen, voorspelbaarheid en een gelijk informatieniveau tussen raden, en is daarmee een randvoorwaarde voor daadwerkelijk eigenaarschap van gemeenteraden. 6. Verken op termijn een regionale klankbordgroep van raadsleden Om het eigenaarschap van gemeenteraden bij regionale opgaven te versterken, wordt voorgesteld om te starten met een regionale oploop voor een afvaardiging van raadsleden per gemeente. Deze oploop is gericht op het versterken van de betrokkenheid van raadsleden bij regionale ontwikkelingen en op het verkennen hoe gemeenteraden hier lokaal actief bij aangehaakt kunnen blijven. Gemeenten wordt gevraagd twee raadsleden af te vaardigen die signalen en aandachtspunten ook in de eigen gemeenteraad terugkoppelen. Vanuit deze start kan worden toegewerkt naar het vormen van een regionale klankbordgroep van raadsleden. Deze klankbordgroep heeft een informerende en adviserende functie en fungeert als verbindende schakel tussen regionale trajecten en de eigen gemeenteraad. De klankbordgroep heeft geen formele bevoegdheden en geen rol in de besluitvorming; de bevoegdheden van gemeenteraden blijven volledig lokaal belegd. 5|6
7. Structurele samenwerking met griffiers Griffiers vervullen een sleutelrol in de verbinding tussen regionale samenwerking en lokale besluitvorming. Structurele afstemming met (een vertegenwoordiging van) griffiers over programmering, timing, inrichting van besluitvormingsprocessen en communicatie vergroot de effectiviteit en werkbaarheid van de regionale samenwerking. 8. Betrek de afvaardiging in de bestuurlijke regiekamer als verbindende ambassadeurs De leden die namens de gemeenten zitting hebben in de bestuurlijke regiekamer spelen een belangrijke rol in de politieke en bestuurlijke duiding van de regionale samenwerking richting de gemeenteraden. Zij zijn de schakel tussen regionale besluitvorming en het lokale politieke debat en zijn daarmee goed gepositioneerd om toelichting te geven op keuzes, dilemma’s en de voortgang van regionale trajecten. Deze rol dient te worden ingevuld in samenhang met bestaande bestuurlijke overleggen en lokale raadscycli, zodat samenhang wordt versterkt zonder het creëren van nieuwe, losse structuren. Het is daarbij van belang dat gemeenteraden deze bestuurders ook actief kunnen aanspreken en bevragen op hun regionale rol en inzet in de bestuurlijke regiekamer. 9.
Regionale inwerkmodule richting 2026 Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 is het raadzaam te investeren in een regionale inwerkmodule voor nieuwe raadsleden, als onderdeel van lokale inwerkprogramma’s en als gezamenlijk startpunt voor de nieuwe bestuursperiode.
Conclusie Het versterken van de betrokkenheid van gemeenteraden bij regionale samenwerking vraagt om meer dan extra informatie. Het vraagt om duidelijke structuren, voorspelbare processen en een continue dialoog binnen de netwerksamenwerking van Smart Delta Drechtsteden. Door helderheid te bieden over rollen, besluitvorming en planning, te investeren in ontmoeting en door regionale samenwerking expliciet te verbinden aan de gemeentelijke P&C-cyclus, kan worden gebouwd aan een samenwerking die bestuurlijk effectief én democratisch stevig is verankerd. Gemeenteraden zijn daarin geen toeschouwers, maar eigenaar.
6|6