13. Nota inspraak- en overlegreacties bestemmingsplan 't Oog Wonen, fase 1, mrt 2021.pdf
Tekst van het document
Nota inspraak- en overlegreacties bestemmingsplan “'t Oog Wonen, fase 1”
Gemeente Hardinxveld-Giessendam Datum: 8 maart 2021
Inhoud 1 Inleiding 2 Vooroverleg 2.1 Algemeen 2.2 Vooroverlegreacties 3 Inspraakreacties 4 Ambtshalve aanpassingen
-2-
1. INLEIDING Voor u ligt de Nota inspraak- en vooroverlegreacties behorende bij het voorontwerpbestemmingsplan “ 't Oog Wonen, fase 1” van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Het voorontwerp heeft met ingang van donderdag 14 mei 2020 tot en met woensdag 10 juni 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is voor iedereen de mogelijkheid geboden een inspraakreactie in te dienen. Tevens is het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro toegezonden aan verschillende instanties. Er zijn 4 schriftelijke inspraakreacties ontvangen en 5 vooroverlegreacties met betrekking tot het voorontwerpbestemmingsplan “'t Oog Wonen, fase 1". De reacties zijn binnen de termijn ingediend en derhalve ontvankelijk. De vooroverlegreacties zijn in hoofdstuk 2 samengevat en de inspraakreacties in hoofdstuk 3, tezamen met de beantwoording daarvan. De ingediende inspraak- en vooroverlegreacties worden in deze nota samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat die onderdelen van de reacties, die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling zouden zijn betrokken. De inspraak- en vooroverlegreacties zijn in hun geheel beoordeeld. Bij de beoordeling is zoveel mogelijk rekening gehouden met de volledige inhoud van de ingezonden reacties.
2. VOOROVERLEG 2.1 Algemeen Over het voorontwerpbestemmingsplan “'t Oog Wonen, fase 1” zijn conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg geïnformeerd: — Provincie Zuid-Holland — Waterschap Rivierenland — Rijkswaterstaat — Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid — Gasunie — Stedin — Oasen — ProRail De volgende instanties hebben schriftelijk een reactie gegeven: - Waterschap Rivierenland - Provincie Zuid-Holland - Rijkswaterstaat - Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid - ProRail De binnengekomen vooroverlegreacties zijn hierna samengevat weergegeven.
2.2 Vooroverlegreacties Waterschap Rivierenland Het waterschap Rivierenland heeft op 8 juni 2020 een schriftelijke reactie ingediend. De reactie is binnen de indieningstermijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. Reactie Het waterschap adviseert positief over het voorontwerpbestemmingsplan, mits een aantal opmerkingen voldoende in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt worden. Het betreft de volgende punten: 1. Waterhuishoudkundig plan Het waterschap vraagt om een waterhuishoudkundig plan ten grondslag te leggen aan het ontwerpbestemmingsplan met inachtneming van de thema's die in bijlage 1 van de overlegreactie zijn opgenomen. Het advies daarbij is om vanwege de verdere doorontwikkeling van het gebied 't Oog in een vroeg stadium een waterhuishoudkundig plan voor het gehele gebied op te stellen.
-3-
2. Waterkwaliteit Het waterschap waardeert de aandacht voor waterkwaliteit in de ontwikkeling. Over de volgende zin op pagina 35 van de toelichting: "Indien nodig voor het behalen van de beoogde waterkwaliteit (minimaal ecologisch) zal er doorspoeling verzorgd worden vanuit de Binnen Giessen", merkt het waterschap op dat de maximaal te behalen waterkwaliteit afhangt van verschillende factoren. Daarbij wordt erop gewezen dat onbekend is of doorspoeling vanuit de Binnen Giessen vanuit kwantiteitsbeheer mogelijk is, en ten tweede of het vanuit kwaliteitsoogpunt een zinnige maatregel is én effect oplevert. Daarom adviseert het waterschap het volgende: o Mogelijke knelpunten voor de waterkwaliteit in beeld te brengen. o Te zorgen voor een robuust watersysteem bij de aanleg van de woonwijk, zoals bijvoorbeeld NVO's, diepe zones, beperken nutriënteninput. Het verzoek is om extra gegevens op te nemen over de te behalen waterkwaliteit en de manier om deze te behalen. 3. Peilgebied Het peilvaknummer en peil op pagina 34 van de toelichting zijn niet correct. Het plangebied ligt in het peilvak NDW003 met een zomerpeil van NAP -1,85 en winterpeil van NAP -1,95.
Uiteindelijk verandert volgens het waterschap het landgebruik in 't Oog van landelijk naar stedelijk met als gevolg dat er in de toekomst geen apart zomer- en winterpeil meer nodig is, maar jaarrond het zomerpeil gehandhaafd kan worden (mits dit kan met de bestaande bebouwing). Dit komt de waterkwaliteit ten goede (zo min mogelijk opwarming van water in de zomer om algengroei tegen te gaan) en een zo hoog mogelijk peil helpt om de bodemdaling tegen te gaan. Het noordelijk deel van het peilgebied waar 't Oog nu in ligt, zal volgens het waterschap wel agrarisch blijven met een zomer- en winterpeil. 4. Watergangen Gevraagd wordt om de verbeelding van het bestemmingsplan aan te passen, zodat A-watergangen de bestemming 'Water' krijgen en deze bestemming ook toe te voegen aan de regels. Op pagina 37 van de toelichting staat dat watergangen door aangrenzende eigenaren worden onderhouden. Uit de tekst valt niet op te maken welke partij in dit geval de aangrenzend eigenaar is; particulier, gemeente of nog een derde partij. Het waterschap heeft als voorkeur dat B-watergangen in stedelijk gebied door gemeente onderhouden worden. Voor B-watergangen geldt een beschermingszone van 1 meter, terwijl voor A-watergangen een beschermingszone van 5 meter geldt. 5.
Riolering Gevraagd wordt onder het kopje "beleid waterbeheerder" in de toelichting van het bestemmingsplan te verwijzen naar onze rioleringsnota "samen door een buis" waar de samenwerking tussen gemeente en waterschap vorm is gegeven. Het waterschap stelt tenslotte voor om voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan in overleg te gaan over de borging van de bovengenoemde waterhuishoudkundige belangen. Beantwoording Er is over het voorontwerpbestemmingsplan overleg geweest over alle aspecten van dit plan met verschillende disciplines binnen het waterschap. Onderstaand wordt puntsgewijs een reactie gegeven op de opmerkingen van het waterschap. 1. Waterhuishoudkundig plan Het bestemmingsplan betreft een zogeheten uit te werken plan. Dit betekent dat op het gebied van de waterhuishouding in dit stadium van de planprocedure niet alle zaken tot in detail bekend zijn voor het plangebied. Dit vanwege een afhankelijkheid van keuzes op andere terreinen zoals stedenbouw, verkeer, duurzaamheid etc.
-4-
Zowel de ontwikkelaar, gemeente als waterschap hebben er overigens belang bij dat deze uitwerking van het woningbouwplan in overleg met het waterschap plaatsvindt. Om de betrokkenheid van het waterschap juridisch te borgen zal in de planregels in relatie tot de verdere uitwerking van de waterhuishoudkundige aspecten een adviesrecht voor het waterschap worden opgenomen. Dit adviesrecht zal wat breder worden geformuleerd dan nu het geval is in artikel 3.2 onder i van de planregels. Die bepaling is namelijk beperkt tot de aanleg van voldoende waterberging, waarbij de invulling van het waterhuishoudkundig systeem wordt afgestemd met het waterschap. Het vorenstaande neemt niet weg dat in samenspraak met het waterschap aan de hand van de door het waterschap in de vooroverlegreactie aangedragen thema's een concept waterhuiskundig plan wordt opgesteld over de waterhuishoudkundige uitgangspunten voor het plangebied. Dit waterhuishoudkundig plan wordt als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Uit dat plan is ook beschreven hoe de voorliggende woningbouwontwikkeling (170 woningen) passend is binnen de waterhuishoudkundige belangen voor het gehele gebied indien daar op langere termijn een doorontwikkeling plaatsvindt.
Met het opstellen van een bijlage bij de planregels over de waterhuishoudkundige uitgangspunten en de juridische borging van die bijlage en het opstellen van een definitief waterplan als onderdeel van het uitwerkingsplan in artikel 3.2 onder i van de planregels voor de uitwerking van de bestemming "Wonen – Uit te werken (artikel 3)", wordt tegemoet gekomen aan de opmerking in de vooroverlegreactie. 2. Waterkwaliteit Waterschap, gemeente en ontwikkelaars hebben in relatie tot het gestelde op pagina 35 van de plantoelichting: "Indien nodig voor het behalen van de beoogde waterkwaliteit (minimaal ecologisch) zal er doorspoeling verzorgd worden vanuit de Binnen Giessen", besproken in hoeverre een ecologische waterkwaliteit kan worden bereikt. Het aspect doorspoeling is daarin meegenomen. De resultaten en uitgangspunten met betrekking tot de waterkwaliteit zijn verwerkt in de onder punt 1 bedoelde notitie over de waterhuishoudkundige uitgangspunten. Hiermee is tegemoet gekomen aan de vraag van het waterschap in de vooroverlegreactie om extra gegevens op te nemen over de te behalen waterkwaliteit en de manier om deze te behalen. 3. Peilgebied De juiste gegevens van het peilvak worden opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan.
De door het waterschap geschetste lange-termijn ontwikkeling in het gebied 't Oog, die ertoe zou kunnen leiden dat geen apart zomer- en winterpeil meer gehandhaafd hoeft te worden, doet zich thans ten aanzien van voorliggende plangebied en bestemmingsplan niet voor. Bij het ontwerpen van het woongebied zal het zomerpeil als basis worden aangehouden. In het kader van de berekening van de waterberging zal ook het hoogste peil worden gehanteerd. In de bijlage over de waterhuishoudkundige uitgangspunten is dit opgenomen. 4. Watergangen In de notitie over de waterhuishoudkundige uitgangspunten zijn de diverse typen watergangen in het plangebied beschreven en de uitgangspunten voor het onderhoud van die watergangen. Uit de notitie blijkt welke watergangen in het plangebied de status van A-watergang zullen krijgen. Omdat het bestemmingsplan een uit te werken plan is en de exacte positionering van de watergangen nog kan wijzigen, worden op de verbeelding nog geen watergangen geprojecteerd. Er is daarom volstaan met het opnemen van de waterhuishoudkundige belangen en uitgangspunten in de notitie over de waterhuishoudkundige uitgangspunten en de juridische borging daarvan te regelen in de planregels van het ontwerpbestemmingsplan.
-5-
5. Riolering Onder het kopje "beleid waterbeheerder" in de toelichting van het bestemmingsplan zal worden verwezen naar de rioleringsnota "Samen door een buis" waarin de samenwerking tussen gemeente en waterschap vorm is gegeven. Aanpassing De overlegreactie leidt tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan, zowel qua toelichting als planregels, zoals hiervoor in het kopje “beantwoording” is aangegeven. Provincie Zuid-Holland Op 10 juni 2020 heeft de provincie Zuid-Holland per mail schriftelijk gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan. Deze reactie is binnen de indieningstermijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. De inhoud van de mail is later (17 juni 2020) per brief bevestigd. Reactie De provincie vraagt aandacht voor twee onderdelen van het plan. 1. Ruimtelijke kwaliteit Uit het voorliggende bestemmingsplan en bijbehorende documenten zoals de toelichting, ruimtelijke uitgangspunten en het Stedenbouwkundig Programma van Eisen blijkt volgens de provincie dat er veel aandacht is besteed aan de inpassing van deze ontwikkeling in het landschap en een mogelijk toekomstig vervolg. In paragraaf 3.2 van de toelichting wordt ingegaan op het provinciaal beleid. De verschillende provinciale belangen die aan de orde zijn worden daar correct toegelicht en onderbouwd.
Ten aanzien van het onderdeel ruimtelijke kwaliteit, zoals dat is vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening onder artikel 6.9, mist de provincie echter een onderbouwing op welke wijze het provinciaal belang is geborgd. Onder andere de relevante richtpunten uit de provinciale kwaliteitskaart zijn van belang. Het verzoek is om de toelichting van het bestemmingsplan hierop aan te vullen. 2. Externe veiligheid De provincie wijst erop dat bij vaststelling van het bestemmingsplan keuzes gemaakt dienen te worden wat qua externe veiligheid toelaatbaar is binnen 200 meter van de Betuweroute. Als uit een berekening blijkt dat een maatschappelijke voorziening, waarbinnen ook zeer kwetsbare groepen mensen aanwezig kunnen zijn, op kortere afstand dan 65 meter van de Betuweroute tot een overschrijding leidt van de oriëntatiewaarde, dan is dat volgens de provincie ongewenst. Temeer omdat uit de toelichting, de verbeelding en de regels nog onvoldoende blijkt dat dit kan worden uitgesloten. De conclusie in het ingevulde e-formulier, dat het groepsrisico niet toeneemt tot boven de oriëntatiewaarde is niet terecht en te prematuur. Dit geldt ook voor de conclusie in de toelichting van het bestemmingsplan dat externe veiligheid geen belemmering zou zijn voor de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling.
Vanuit provinciaal ruimtelijk belang groepsrisico dient de gemeente een maximale inspanning te leveren om bij (mogelijke) overschrijding van de oriëntatiewaarde het groepsrisico zoveel als mogelijk te beheersen. De afweging van ruimtelijke alternatieven speelt hierbij een rol. De keuze om een maatschappelijke voorziening op korte afstand van de Betuweroute te situeren, waardoor mogelijk de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt overschreden, ligt dan volgens de provincie niet voor de hand. Bij voorkeur zou volgens de provincie een dergelijke voorziening in het stedenbouwkundige ontwerp buiten 200 meter van de Betuweroute moeten worden gesitueerd. Belangrijk is in ieder geval dat de maatregelen in verband met bereikbaarheid en vluchtwegen in het plangebied gewaarborgd zijn voordat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt. Een advies van de Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid dient bij het bovenstaande betrokken te worden.
-6-
Beantwoording 1. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 3.2 van het bestemmingsplan wordt het onderdeel ruimtelijke kwaliteit, zoals dat is vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening onder artikel 6.9, uitgebreider beschreven. Daarbij wordt ingegaan op de borging van de provinciale belangen en de relevante richtpunten uit de provinciale kwaliteitskaart. 2. Externe veiligheid De opmerkingen van provincie zijn verwerkt in het rapport Externe veiligheid van 14 september 2020 dat als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan wordt gevoegd. Het advies van de Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid is als bijlage bij het rapport Externe veiligheid opgenomen. In het voorontwerpbestemmingsplan zijn in het rapport Externe veiligheid aanbevelingen gedaan voor maatregelen in verband met bereikbaarheid en vluchtwegen in het plangebied. De provincie geeft aan dat deze aanbevelingen gewaarborgd moeten zijn alvorens de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt. Dit is niet gebruikelijk met betrekking tot aanbevelingen en gelet op de keuze voor een uit te werken bestemming met een uitwerkingsplan in dit stadium niet mogelijk. Bovendien geeft de provincie aan dat de Veiligheidsregio daar advies over moet geven. In de vooroverlegreactie van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid op het bestemmingsplan eist de Veiligheidsregio geen juridische borging van aanbevelingen.
Aanpassing De reactie leidt gedeeltelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan. De toelichting en de bijlage “Onderzoek aspect externe veiligheid” worden aangepast, zoals hiervoor in het kopje beantwoording is aangegeven. Rijkswaterstaat Op 12 juni 2020 heeft Rijkswaterstaat per mail schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan en aangegeven dat zij kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat WestNederland Zuid geen opmerkingen op dit plan hebben.
Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Op 15 juli 2020 heeft de Veiligheidsregio per mail gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan. De reactie is buiten de termijn ingediend maar gelet op de inhoud wordt het van belang geacht om inhoudelijk in te gaan op de reactie. Reactie De veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid vraagt op grond van hun veiligheidstoets aandacht voor de volgende adviespunten. Gelet op de afstand van geplande woongebieden tot aan de Betuweroute zijn er geen andere bouwkundige maatregelen nodig aan de woningen dan de bij de hieronder generieke maatregelen. Aan de hand van het Stappenplan veiligheid mensen op buitenlocaties kan bepaald worden of het nemen maatregelen noodzakelijk is en welke maatregelen kunnen worden genomen. De Veiligheidsregio biedt aan om bij de verdere uitwerking van het plangebied hierbij te assisteren. Binnen de zone tot 64 meter van de hogedruk aardgasleiding (tussen de PR 10-6 en de house burning distance) zijn zeer kwetsbare gebouwen ongewenst. Voor kwetsbare gebouwen en locaties gelden aanvullende bouwkundige maatregelen tegen brand. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt dat alleen binnen de PR 10-7 aanvullende bouwkundige maatregelen tegen brand moeten worden genomen.
De veiligheidsregio wil betrokken zijn bij het inrichtingsplan om de bereikbaarheid van de objecten en de aanwezigheid van de bluswatervoorziening te borgen. In het kader van de beheersbaarheid en zelfredzaamheid adviseert de veiligheidsregio de volgende maatregelen te nemen ter beperking van de risico’s.
-7-
Maatregelen
In het kader van de zelfredzaamheid bij genoemde scenario’s verdient het aanbeveling bij het ontwikkelen van gebouwen in het plangebied de volgende maatregelen te creëren: - Gebouwen zodanig inrichten dat de vluchtwegen van de risicobronnen aflopen; - Het toepassen van zo min mogelijk glas aan de risicozijde; - De gebouwen dusdanig ontwerpen zodat niet-verblijf ruimten als bergingen, keukens, wc’s en trappenhuizen aan de gevaarszijde zijn geplaatst; - Gebouwen loodrecht projecteren ten opzichte van de risicobronnen. De volgende beschermende maatregelen dienen in de zone vanaf de hogedruk aardgasleiding tot aan de house burning distance genomen te worden: - bescherming buitenverblijven en –activiteiten - omgevingsmaatregelen voor vluchten en schuilen - beperken personendichtheid - zeer kwetsbare gebouwen ongewenst. - aanvullende bouwkundige maatregelen tegen brand voor alle gebouwen (voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties alleen wanneer PR > 10-7) In het gebied buiten de house burning distance en binnen het aandachtgebied zijn alleen de eerste drie maatregelen noodzakelijk. De veiligheidsregio wil gebruik maken van haar adviesrecht als er besloten wordt om conform planregel 7.3 b een beperkt kwetsbare object te bouwen in de Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen.
Beantwoording De opmerkingen van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid zijn verwerkt in het rapport Externe veiligheid van 14 september 2020 dat als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan wordt gevoegd. Het advies van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is als bijlage bij het rapport Externe veiligheid opgenomen. De Veiligheidsregio verzoekt verder om in de regels te borgen dat zij van haar adviesrecht gebruik kan maken als er besloten wordt om conform planregel 7.3 b een beperkt kwetsbare object te bouwen in de Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen. Hoewel bouwen in die zone praktisch onmogelijk is, wordt tegemoet gekomen aan het verzoek van de Veiligheidsregio en wordt in artikel 7.3 een lid c. toegevoegd waarin het adviesrecht is opgenomen. Aanpassing De vooroverlegreactie leidt tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De toelichting en de bijlage “Onderzoek aspect externe veiligheid” worden aangepast, zoals hiervoor in het kopje beantwoording is aangegeven. Ook artikel 7.3 van de planregels wordt aangevuld. ProRail Op 10 juni 2020 heeft ProRail per mail gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan. De reactie is binnen de termijn ingediend en daarmede ontvankelijk. Reactie ProRail refereert aan de tekst die in de toelichting van het voorontwerp bestemmingsplan “'t Oog Wonen, fase 1” met betrekking tot overwegveiligheid is opgenomen.
ProRail verwijst hierbij naar een eerdere reactie die door hen is gegeven op de risico-inventarisatie van de plannen voor de aanpassing van de bestaande overweg Binnendams. ProRail constateert daarbij dat nog niet alle gemaakte opmerkingen naar tevredenheid zijn beantwoord en verzoekt de gemeente op dit punt de reactie op de risicoinventarisatie mee te nemen in het voorontwerp bestemmingsplan “'t Oog Wonen, fase 1”.
-8-
Beantwoording Op twee onderdelen heeft de gemeente inmiddels een nadere reactie gegeven op de openstaande opmerkingen van ProRail. Die opmerkingen betroffen de veiligheid van de overweg aan de Buitendams in relatie tot de voorgenomen aanpassingen ter plaatse van de spoorwegovergang. De opmerkingen hebben dus geen effect op het voorliggende plangebied zelf. Door ProRail is bevestigd dat met de nadere reactie van de gemeente sprake is van een afdoende beantwoording van de gemaakte opmerkingen. De eerste opmerking waar ProRail op doelt betrof het lossen van vrachtwagens ter plaatse en de plaatsing van een stopverbod. Hierop is door de gemeente aangegeven dat bij de inrichting van de nieuwe weg fietsstroken zullen worden aangelegd die voorzien zijn van fietssymbolen. Dit betekent dat stoppen –en dus ook laden en lossen - op deze weg inclusief de fietsstroken verboden is. Plaatsing van een verbodsbord is niet nodig om handhavend op te kunnen treden. De tweede opmerking betrof de voorgenomen wijziging van de voorrangsregeling bij de aanpassing van de spoorwegovergang. ProRail constateert dat als een afbuigende voorrang wordt gerealiseerd, afslaand verkeer dat de overweg verlaat, voorrang moet verlenen aan doorgaande fietsers en het risico aanwezig is dat auto's stil staan op de overweg. Dit punt wordt door de gemeente onderkend.
Echter, zodra de overweg gaat sluiten stokt alle verkeer, ook het fietsverkeer dat vanuit het noorden komt. Dit geeft de rechts afslaande automobilist de gelegenheid de weg vrij te maken binnen de marges van de overwegsluitingstijd. De afstand die de fietsers afleggen is kort en de automobilist hoeft ook slechts enkele meters af te leggen om de overweg vrij te maken. Bij de verdere uitwerking van het schetsontwerp zullen in samenspraak met overwegdeskundige van ProRail alle verkeerskundige en civieltechnische aspecten die samenhangen met de aanpassing van de spoorwegovergang aan de orde komen. Aanpassing De reactie van ProRail leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
3. INSPRAAKREACTIES Het voorontwerpbestemmingsplan “'t Oog Wonen, fase 1" heeft op grond van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegen. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn 4 inspraakreacties ontvangen. De binnengekomen inspraakreacties zijn hierna samengevat weergegeven en beantwoord.
Inspreker 1 Reactie Inspreker heeft op 22 mei 2020 een schriftelijke reactie ingediend. De reactie is binnen de indieningstermijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. Inspreker ziet de ontwikkeling van wonen en werken in het gebied 't Oog als een begrijpelijke stap. Betrokkene wijst echter op de nadelige ontsluiting bij de ontwikkeling van 't Oog. Twijfels worden uitgesproken over de afwikkeling via de spoorwegovergang. Met name voor fietsende kinderen ook voor auto's vormt een spoorwegovergang een lastig en gevaarlijk obstakel. Er vanuit gaande dat het verkeerskundig mogelijk is de verkeerstoename vanuit fase 1 via de spoorwegovergang af te wikkelen, dan mag er volgens inspreker geen woning meer bijkomen. Volgens hem duidt "fase 1" erop dat er in de toekomst woningen en bedrijven bijkomen. De spoorwegovergang biedt voor de afwikkeling van het hiermede samenhangende verkeer echter geen soelaas meer. Inspreker merkt op dat de gemeente geen enkele indicatie geeft over de mogelijke oplossingen die dan voorhanden zullen zijn. Volgens inspreker zijn deze mogelijkheden niet gemakkelijk te vinden, zullen niet goedkoop zijn en vragen om een flinke voorbereidingstijd en uitvoeringsfase. Maar niets doen acht betrokkene onverantwoord, omdat een nieuwe ontsluiting gerealiseerd moet zijn als de realisatie van fase 2 in zicht komt.
Inspreker vindt het niet verantwoord om nu stappen te nemen om tot een bestemmingsplan voor fase 1 te komen, zonder dat duidelijk wordt geanticipeerd op de ontsluiting die nodig is wil er ooit van een 2e fase sprake kunnen zijn. Inspreker mist een dergelijk vooruitdenken in de toelichting bij het voorontwerp. Hij merkt daarbij op dat als een nieuwe ontsluiting onmogelijk blijkt, in het slechtste geval het woonwijkje fase 1 een geïsoleerde enclave in 't Oog wordt.
-9-
Inspreker pleit daarom voor een betere planologische onderbouwing in die zin dat aan de toelichting van het bestemmingsplan een paragraaf wordt toegevoegd over de ontsluiting, waarin de mogelijkheden voor ontsluiting na de 1e fase worden verkend en een tijdpad wordt aangegeven voor de stappen die zullen worden gezet om tot beslissingen op dit punt te komen. Beantwoording Zoals inspreker al aangeeft wordt door de verkeerskundigen en ProRail de verkeersafwikkeling van het plangebied via de spoorwegovergang aanvaardbaar geacht. Daarmede vormt het aspect mobiliteit geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan. De gemeente heeft echter zeker aandacht voor de ontsluiting van het gebied 't Oog bij mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. In het voorontwerpbestemmingsplan komt dat ook tot uiting. Zie bijvoorbeeld paragraaf 4.2 Ruimtelijke uitgangspunten onder het kopje "structuur", waar de studie naar een ontsluiting onder de MerwedeLingeLijn wordt genoemd. Ook in paragraaf 7.7 Verkeer krijgt het aspect ontsluiting aandacht in het kader van eventuele – maar nu nog onzekere – ontwikkelingen in 't Oog. Verder houdt ook het Stedenbouwkundige Programma van Eisen (SPvE), dat als bijlage2 bij het bestemmingsplan is gevoegd, rekening met het onderwerp ontsluiting.
In hoofdstuk 7.2 van het SPvE wordt namelijk ingegaan op de ruimtelijke uitgangspunten die de gemeenteraad heeft vastgesteld voor het gebied 't Oog. Onder punt 3 van die uitgangspunten staat dat de bestaande spoorwegovergang niet toereikend is voor de verkeersafwikkeling van het gehele gebied ‘t Oog en dat de aanleg van een hoofdverkeersontsluiting vanaf de Spoorweg naar de dorpskern moet zorgen voor een goede aanhechting en ontsluiting van het gehele gebied ‘t Oog. Gelet op het vorenstaande laat het college een onderzoek uitvoeren naar mogelijk toekomstige ontsluitingsvarianten. Opties als de aanleg van een tunnel en het treffen van verkeersmaatregelen die de verkeersafwikkeling sturen, zijn daarin verkend. Dit onderzoek zal in de komende periode op de bestuurlijke agenda worden geplaatst. De keuze voor een ontsluitingsvariant zal uiteraard mede afhangen van de (financiële) uitvoerbaarheid. Omdat dit een lange procedure vergt, die planologisch losstaat van de korte-termijn ontwikkeling van het woongebied van de 170 woningen, is en wordt bij de planvorming voor en uitwerking van het woongebied fase 1 rekening gehouden met de omstandigheid dat de verschillende ontsluitingsmogelijkheden in ruimtelijk opzicht niet worden geblokkeerd. Met andere woorden, de voorliggende planontwikkeling en –invulling is qua verkeersstructuur passend voor de korte en lange termijn.
In de toelichting zal op dit punt een kaartje worden opgenomen waarin dit wordt verduidelijkt. Hoewel dit voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan planologisch dus geen vereiste is, wordt door de gemeente op het verkeerskundig gebied en qua (financieel) haalbaarheidsonderzoek wel geanticipeerd op een mogelijk toekomstig ontsluitingsvraagstuk. Een tijdpad dat betrekking heeft op te nemen stappen en besluitvormingstraject is niet te geven, omdat een en ander sterk afhankelijk is van diverse (externe) factoren en actoren. Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Insprekers 2 Insprekers hebben op 25 mei 2020 per mail een schriftelijke reactie ingediend. De reactie is binnen de indieningstermijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. Insprekers waarderen de aandacht van de gemeente voor de verkeersveiligheid van en rondom de spoorwegovergang. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat in een gewijzigde verkeersituatie de spoorwegovergang de toegenomen hoeveelheid verkeer aan zou moeten kunnen. Voor betrokkenen is echter niet duidelijk welke wijziging in de verkeersituatie wordt doorgevoerd. Insprekers plaatsen daarom de volgende opmerkingen: - In de spits staat er structureel een aantal auto's in Binnendams te wachten voor de spoorwegovergang (tussen de kruising Spoorweg en de Oranjestraat). Het komt regelmatig voor dat het verkeer in Binnendams tot voorbij de Oranjestraat staat te wachten voor meerdere treinen. Dat is sterk verstorend voor de verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers, zeker rondom de ochtendspits waarbij veel kinderen en jongeren op weg naar school deze wachtende auto's
- 10 -
passeren. Een mogelijke oplossing die insprekers aandragen is een fietspad tussen de Oranjestraat en de Spoorweg, zodat fietsers niet passeren via de tegenliggende rijstrook of over het voetpad. Dat voorkomt nog niet alle opstoppingen en gevaren, maar in ieder geval op het meest cruciale gedeelte. -
Verder valt het insprekers op dat in de planvorming gekozen wordt voor ontsluiting van de nieuwe wijk op de Polderweg en de Spoorweg. Zij wijzen erop dat langs de Betuwelijn een strook grond beschikbaar is, die zeker als de rest van het Oog bebouwd gaat worden, een goede mogelijkheid voor een ontsluitingsweg biedt. Als deze ontsluitingsweg vervolgens kan worden doorgetrokken naar de wijk Over 't spoor, zou de Oranjestraat ook (deels) via die ontsluitingsweg kunnen worden ontsloten. Dat vermindert de verkeersbewegingen vanuit de Oranjestraat naar Binnendams, wat de verkeersveiligheid in Binnendams en richting het kruispunt Spoorweg-Binnendams en de spoorwegovergang verbetert.
Insprekers vragen om een gesprek waarin het bovenstaande door hen aan de gemeente toegelicht kan worden aan de hand van de situatietekeningen. Beantwoording Gelet op de vraag van insprekers is door het team Leefomgeving een overleg met hen gevoerd over de inspraakreactie. Hierbij zijn de plannen voor de aanpassing van de spoorwegovergang, zoals die zijn beschreven in de spoorwegveiligheidsrisicoanalyse van Royal HaskoningDHV, door de gemeente toegelicht. Van de betreffende aanpassing zijn nog geen bestekstekeningen beschikbaar. Deze worden te zijner tijd in samenspraak met ProRail opgesteld. De ontsluiting van het plangebied waarvoor het bestemmingsplan wordt opgesteld loopt via de bestaande wegenstructuur, namelijk de Polderweg en de Spoorweg. Dit neemt niet weg dat de ontsluitingsstructuur binnen het uit te werken plangebied zodanig wordt opgezet dat er qua ontsluiting ruimte is voor een eventueel oostelijk vervolg in het gebied 't Oog richting de Molenweg als zich daarvoor in de toekomst kansen voordoen. Dit uitgangspunt is ook genoemd in het Stedenbouwkundige Programma van Eisen (SPvE), dat als bijlage2 bij het bestemmingsplan is gevoegd. Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Inspreker 3 Inspreker heeft op 8 juni 2020 een schriftelijke reactie ingediend. Hij bestempelt deze als zienswijze. Omdat er pas tegen een ontwerpbestemmingsplan zienswijzen kunnen worden ingediend, wordt de brief als inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan in de behandeling meegenomen. De reactie is binnen de indieningstermijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. Inspreker maakt de volgende voorontwerpbestemmingsplan
bezwaren
kenbaar
ten
aanzien
van
het
voorliggende
1. Tegenstrijdigheden ten aanzien van het provinciaal beleid De gemeente heeft een structuurvisie opgesteld voor 't Oog, waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt. Inspreker stelt geen inspraak te hebben gehad ten aanzien van deze visie. Volgens inspreker is de structuurvisie niet realistisch afgespiegeld tegen de toegestane ontwikkeling door de provincie, zoals deze vermeld is op de 3 ha kaart. Het voorontwerpbestemmingsplan t' Oog Wonen fase 1 en de structuurvisie sluiten niet aan op beleid van de provincie. Tegenstrijdigheden ten opzichte van de beoogde ontwikkeling en het provinciale beleid zijn volgens betrokkene te vinden in de Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland en de Visie ruimte en mobiliteit.
- 11 -
Binnen de kaders van de Omgevingsverordening (artikel 6.2.2) past de ontwikkeling volgens inspreker niet binnen de ruimtelijke kwaliteit en komt het woongebied als een eiland te liggen in het open polderlandschap. Vervolgens merkt hij op dat op grond van paragraaf 1.4.2 van de Visie ruimte en mobiliteit de ontwikkeling van het plangebied een transformatie betreft. In het Provinciale Omgevingsbeleid is voor 't Oog een verzoek opgenomen voor de ontwikkeling van 15 ha met 160-170 woningen. Op dit verzoek heeft de provincie Zuid-Holland positief gereageerd. Volgens betrokkene is de exacte ligging van deze ontwikkeling niet in het omgevingsbeleid vastgesteld. Conform de omgevingsverordening dient de planontwikkeling als een inbreidingslocatie aangrenzend aan een woonwijk te worden gerealiseerd en niet als een eiland in een polderlandschap. 2. Spoorweg en spoorwegovergang In het voorontwerpbestemmingplan 't Oog woonfase 1 wordt de Spoorweg volgens inspreker omgevormd van een erfontsluitingsweg naar een doorgaande weg. Van oorsprong is deze weg een ruilverkavelingsweg aangelegd voor de bereikbaarheid van het agrarische gebied, waarbij slechts enkele honderden auto's per dag van de weg gebruik maakte. Met de komst van de ontsluiting aan de Zwijnskade is de drukte op de Spoorweg aanzienlijk toegenomen. Met name in spitsuren wordt de Spoorweg intensief gebruikt door veel sluipverkeer.
De bezwaren van betrokkene tegen de omvorming naar een doorgaande weg zijn; -
Er wordt reeds een grote mate van geluidsoverlast ervaren. Met de omvorming van een erftoegangsweg naar een ontsluitingsweg is er sprake van een 'nieuwe situatie'. Inspreker verwacht daarom dat bij de huidige woningen aan de Spoorweg een akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd. Naast de Spoorweg zijn er ook andere geluidsbronnen in de vorm van de spoorlijnen aanwezig, waardoor artikel 110.f lid 1 wet Geluidhinder voor de woningen aan de Spoorweg van toepassing. Als toetsnorm van de verkeersintensiteit dient volgens betrokkene gerekend te worden met het huidige aantal motorvoertuigen, met daarbij opgeteld de toename als gevolg van de ontwikkeling van 't Oog, zoals beschreven in de gemeentelijke woonvisie.
-
De verkeersveiligheid voor onze schoolgaande kinderen met name nabij de spoorwegovergang. Oversteken met de fiets van de Stationsweg naar de Spoorweg is gevaarlijk te noemen voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Een toename aan weggebruik zal de situatie verergeren
-
De bereikbaarheid van het centrum door de lange wachtrij nabij de spoorwegovergang. Het rapport van RoyalHaskoningDHV wijst uit dat er reeds een capaciteitsprobleem is. In het voorontwerpbestemmingplan 't Oog woonfase 1 is geen oplossing voor dit probleem voorzien. Volgens inspreker is de huidige intensiteit 4000 motorvoertuigen per etmaal met ruim 400 motorvoertuigen per uur in de avondspits. De huidige theoretische capaciteit van de spoorwegovergang is 225 motorvoertuigen. Met een aanpassing in de voorrangsregel is door Royal Haskoning DHV berekend dat de capaciteit verhoogd kan worden naar 330 motorvoertuigen. Niet berekend is volgens betrokkene welke gevolgen de aanpassing in voorrangsregels heeft op de overige wegen binnen de gemeente. De aanpassing zal van invloed zijn op de doorstroming van het recht doorgaande verkeer van de Parallelweg naar Stationsweg en Stationsweg naar Parallelweg. Als gevolg hiervan zijn veel omrijders te verwachten over de eveneens overbelaste Nieuweweg. Daarnaast is inspreker van mening dat het rapport te eenzijdig is gericht op motorvoertuigen. De groep fietsers is niet meegenomen. Onduidelijk is op welke wijze fietsers, met name de schoolkinderen komend van de Stationsweg veilig over kunnen steken, als het verkeer komend van de Spoorweg met de aanpassing in de voorrangsregel voorrang heeft.
Hetzelfde geldt ook voor fietsers die vanaf de Parallelweg rechtdoor de Stationsweg op willen rijden.
3. Wet natuurbescherming In het rapport Natuurwaarde 't Oog is alleen een veldonderzoek uitgevoerd bij het bedrijventerrein in de westelijke punt. Volgens inspreker is ook voor het bestemmingsplan "'t Oog Wonen" een veldonderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten noodzakelijk. Hierbij vult betrokkene aan dat er bij hem meerdere malen rugstreeppadden en heikikkers zijn waargenomen omdat de overwinteringslocatie langs zijn huis en schuur zeer favoriet is bij de rugstreeppad. Inspreker betwijfelt de onafhankelijkheid van het door de gemeente ingezette onderzoeksbureau en noemt dat het rapport van RAVON 'De rugstreeppad in De Blauwe Zoom' zeer duidelijk is. De gemeente leeft volgens hem de Wet Natuurbescherming niet na en heeft het ingezette
- 12 -
onderzoeksbureau onzorgvuldig onderzoek uitgevoerd. Inspreker geeft aan dat de Wet natuurbescherming op bedrijventerrein 't Oog overtreden wordt omdat daar schermen zijn geplaatst op een zodanige wijze dat amfibieën uit het toekomstige bedrijventerrein worden gevangen. Dit zelfs voordat de groenstrook aan de noordzijde geschikt gemaakt is als mitigerend leefgebied. Tot slot merkt inspreker op dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam in de ontwikkeling van 't Oog geen betrouwbare indruk op hem heeft gemaakt omdat provinciale en landelijke wet- en regelgeving onvolledig wordt nageleefd, in diverse rapportages gerekend wordt met onjuiste uitgangspunten of op basis van de onderzoeksresultaten een onjuiste conclusie wordt getrokken.
Beantwoording 1. Tegenstrijdigheden ten aanzien van het provinciaal beleid Betrokkene is al zeer geruime tijd op de hoogte van de gemeentelijke visie op de transformatie van het gebied 't Oog in het algemeen en de herontwikkeling van het gebied achter het perceel Spoorweg 42 in het bijzonder. Laatstbedoelde perceel betreft namelijk de voormalige agrarische bouwstede waarvan de bijbehorende agrarische grond in het verleden door familie van inspreker aan de gemeente is verkocht ten behoeve van een herontwikkeling. Inspreker heeft op 27 augustus 2018 ook gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan 't OogBedrijven, westelijk in het gebied 't Oog. In dat bestemmingsplan, dat inmiddels onherroepelijk is, stonden de door inspreker bedoelde ruimtelijke uitgangspunten voor 't Oog reeds genoemd. Inspreker heeft daarop destijds in het kader van die inspraakmogelijkheid niet inhoudelijk gereageerd. Overigens staat al sinds de gemeentelijke structuurvisies van 2005 en die van 2015 – die ook aan inspraak onderworpen is geweest - vast dat het gebied 't Oog is aangemerkt als transformatiegebied voor wonen en werken. Verder wordt nog opgemerkt dat de ruimtelijke uitgangspunten voor 't Oog ook verschillende keren op de politiek-bestuurlijke agenda hebben gestaan, waaronder een Ontmoeting met de gemeenteraad.
Zoals in hoofdstuk 3 van de toelichting van het bestemmingsplan is beschreven, past de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkeling binnen het Rijksbeleid en de provinciaal en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. . Met betrekking tot de opmerking van inspreker over de 3 ha kaart wordt opgemerkt dat in de gemeentelijke aanvraag om de ontwikkeling op te nemen op de zogeheten 3 ha kaart expliciet de onderhavige planlocatie aangegeven. Er kan derhalve geen misverstand over bestaan dat de Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten de ontwikkeling van 170 woningen op de locatie waarvoor nu het bestemmingsplan is opgesteld, in ruimtelijk opzicht aanvaardbaar vindt. In de toelichting op het voorontwerpbestemmingsplan is aangegeven waarom de ontwikkeling ruimtelijk en kwalitatief aanvaardbaar is. De provincie Zuid-Holland constateert naar aanleiding daarvan dat er veel aandacht is besteed aan de inpassing van deze ontwikkeling in het landschap en een mogelijk toekomstig vervolg. De provincie stelt vast dat de verschillende provinciale belangen correct zijn toegelicht en onderbouwd, maar heeft alleen nog gevraagd om in de toelichting van het bestemmingsplan aan te geven hoe het provinciale belang ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd en daarbij de relevante richtpunten uit de provinciale kwaliteitskaart te betrekken.
Zoals hiervoor bij de beantwoording van de overlegreactie van de Provincie Zuid-Holland is genoemd, wordt de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan op dit punt aangevuld. 2. Spoorweg en spoorwegovergang Akoestische situatie Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande wegenstructuur, te weten de Polderweg en de Spoorweg. De Spoorweg binnen de bebouwde kom is een gebiedsontsluitingsweg met een maximum toegestane snelheid van 50 km/u. Buiten de bebouwde kom is de Spoorweg, evenals de Polderweg een erftoegangsweg, met een maximum toegestane snelheid van 60 km/u. Deze z.g. categorieën zijn vastgelegd in het GVVP (Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan). Door de uitbreiding van de bebouwde kom bij doorontwikkeling van 't Oog als genoemd in de structuurkaart, is voorzien dat de Spoorweg in zijn geheel gebiedsontsluitingsweg wordt met een maximum toegestane snelheid van 50 km/u. De Polderweg blijft een erftoegangsweg en daar zou dan in de toekomst een maximumsnelheid
- 13 -
van 30 km/u gelden. De bestaande functie van voornoemde wegen wijzigt niet als gevolg van de bouw van 170 woningen. Er treedt dus geen nieuwe situatie op in de zin van de Wet Geluidhinder. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is derhalve niet vereist. Desondanks is in het kader van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld of er als gevolg van de verkeerstoename door de beoogde woningbouwontwikkeling ter plaatse van de woning van inspreker sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Qua verkeerintensiteit is daarbij ook rekening gehouden met het verkeersdeel dat afkomstig van het bedrijventerrein richting in oostelijke richting rijdt, omdat het bestemmingsplan voor die ontwikkeling onherroepelijk en daardoor voldoende concreet is geworden. Een mogelijk toekomstige verdere doorontwikkeling van 't Oog is daartegen onzeker en onvoldoende concreet en hoeft niet meegenomen te worden in een akoestisch onderzoek. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de groei van het verkeer op de Spoorweg, door de ontwikkeling van ’t Oog (bedrijventerrein en wonen fase 1), naar verwachting met ca. 1,6 dB toeneemt op het wegvak ten oosten van het bedrijventerrein. Ten westen van het bedrijventerrein bedraagt de verwachte toename ca. 1,8 dB. Deze toenamen zijn gebaseerd op de situatie 2018.
Buiten de bebouwde wordt door een verlaging van de maximumsnelheid van 60 naar 50 km/uur een geluidsreductie van ca. 1,5 dB bereikt, waarmee vrijwel de gehele verwachte geluidstoename wordt weggenomen. De resterende toename kan worden weggenomen door een stiller wegdek aan te leggen dan het huidige (reguliere) asfalt. Een verharding bestaande uit SMA-NL5 is dan met een geluidsreductie van ca. 1,4 dB afdoende om de resterende verwachte geluidstoename weg te nemen. Binnen de bebouwde kom kan de huidige klinkerverharding worden vervangen door regulier asfalt of SMA-NL5. Dit levert een geluidsreductie op van respectievelijk ca. 2,4 en 3,6 dB. Deze geluidsreductie is meer dan voldoende om verwachte toename van de geluidsbelasting weg te nemen. Vanuit de Wet geluidhinder is er alleen een wettelijke verplichting om een geluidstoename weg te nemen bij een fysieke wijziging van de weg. De gemeente zal bij groot onderhoud of een wijziging van de Spoorweg zorgdragen voor het toepassen van een stiller wegdek bestaande uit minimaal SMA-NL5 buiten de bebouwde kom. Of en zo ja wanneer er in 't Oog sprake is van een doorontwikkeling is niet bekend. Op dit is geen sprake van een voldoende concreet plan dat in een akoestische berekening meegenomen moet worden.
Mocht een mogelijk toekomstige doorontwikkeling leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting op de gevel / binnengeluidsniveau dan zullen maatregelen worden genomen. Verkeersveiligheid voor onze schoolgaande kinderen met name nabij de spoorwegovergang. Het aspect veiligheid nabij de spoorwegovergang heeft in de gesprekken tussen ProRail en de gemeente de benodigde aandacht gekregen. Door ProRail is ingestemd met de uitgevoerde spoorwegveiligheidsrisicoanalyse en de voorgenomen aanpassing van de spoorwegovergang. Bij de verdere uitwerking van het schetsontwerp zullen in samenspraak met overwegdeskundige van ProRail alle verkeerskundige en civieltechnische aspecten die samenhangen met de aanpassing van de spoorwegovergang aan de orde komen. De bereikbaarheid van het centrum door de lange wachtrij nabij de spoorwegovergang. In het verkeersonderzoek is op basis van het huidige en toekomstige verkeersaanbod gekeken naar de afwikkeling van het verkeer op de overweg. Daaruit blijkt dat bij het huidige en het verwachte verkeersaanbod de verkeersveiligheid voldoende geborgd is. Daarmee is niet gezegd dat er met name nadat de spoorwegbomen weer open gaan na het passeren van een trein er geen sprake is van een wachttijd voor het spoor. Maar de wachttijden zijn niet zodanig dat hiermee de veiligheid in het geding komt.
Zie hiervoor de conclusie in paragraaf 3.8 uit het onderzoek van Royal Haskoning DHV. 3. Wet natuurbescherming Door het Natuurwetenschappelijk Centrum is onderzoek gedaan naar de Natuurwaarden in ’t Oog. In het rapport Natuurwaarden ’t Oog V2 (kernmerk W1705, Dordrecht, december 2019) staan de resultaten beschreven. Het onderzoeksgebied is niet beperkt tot het plangebied van dit bestemmingsplan, maar beslaat het overgrote gebied tussen de Betuweroute en Merwede-Lingelijn. De medewerkers van NWC zijn ook in het veld geweest. Verder is er door bureau Ecoresult (rapportnummer ER20202108v01) een
- 14 -
activiteitenplan opgesteld voor de aangetroffen strikt beschermde diersoorten (heikikker, rugstreeppad en grote modderkruiper). Deze gegevens worden als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Voor het plangebied wordt een werkprotocol voorbereid waarin de maatregelen worden beschreven die voor aangetroffen soorten worden genomen. Een van de maatregelen is dat bij de realisering van de bestemming in het noordelijke deel van het plangebied qua inrichting rekening worden gehouden met een habitat die geschikt is voor de diersoorten waarop het werkprotocol betrekking heeft. Voor het plangebied wordt ook door een landschapsdeskundige een deeluitwerking gemaakt waarbij de ecologische aspecten en belangen ook een plaats krijgen. Gezien de uitgevoerde onderzoeken, de opstelling van een werkprotocol en de mogelijkheden om binnen het plangebied de habitat voor aangetroffen strikt beschermde soorten te optimaliseren, kan in alle redelijkheid worden aangenomen dat het soortenbeschermingsregime binnen de Wet Natuurbescherming op voorhand niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan binnen de planperiode van in beginsel 10 jaar in de weg staat Mochten bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming betrokken instanties van mening zijn dat bij de uitwerking van het bestemmingsplan ontheffingsplichtige activiteiten plaatsvinden dan zal een dergelijke ontheffing worden aangevraagd.
Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State komen namelijk vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, in beginsel aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. De opmerkingen van inspreker over ecologie in relatie tot het bedrijventerrein staan los van de bestemmingsplanprocedure voor het onderhavige woongebied. Beide locaties liggen ook op meer dan 1 kilometer afstand van elkaar. Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inspreker 4 Inspreker heeft op 8 juni 2020 een schriftelijke reactie ingediend. De reactie is binnen de indieningstermijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. Insprekers geven aan dat zij een melkveehouderijbedrijf aan de Spoorweg hebben en de ongeveer 16 ha pachten waar wonen fase 1 gerealiseerd moet gaan worden. Betrokkenen zijn er mee bekend dat de gemeente dit gebied wil gaan ontwikkelen voor woningbouw. Doordat genoemde 16 ha aan hun melkveehouderij wordt onttrokken, vervalt voor insprekers ongeveer 30% van de in gebruik zijnde landbouwgrond. Hierdoor komen zij in een lastige positie, temeer omdat de maatschappelijke wens eerder extensiveren als intensiveren is.
Voor insprekers is het persoonlijk als voor hun bedrijfsvoering beter als eerst woningbouwlocaties die binnen de bebouwde kom liggen en de leegstaande (verpauperde) bebouwing wordt ontwikkeld. Ook zou dit de "verrommeling' van het gebied tegen gaan. Pas daarna zou het gehele gebied "het Oog' ontwikkeld kunnen worden in een eventueel korter tijdsbestek. Zo zouden ook hun eigen gronden aan de Spoorweg ontwikkeld kunnen worden, waardoor zij dan de mogelijkheid krijgen om op zoek te gaan naar een andere boerderij, waarbij zij erop wijzen dat goede toekomstbestendige boerderijen schaars zijn in de omgeving. Beantwoording Zoals insprekers aangeven zijn zij bekend met de omstandigheid dat het plangebied van ongeveer 16 ha wordt ontwikkeld voor woningbouw. In afwachting van deze ontwikkeling is het agrarische perceel de afgelopen jaren daarom ook uitsluitend via een zogeheten geliberaliseerde pachtconstructie in gebruik gegeven. Insprekers weten in relatie hiermee al geruime tijd dat het betreffende perceel aan de agrarische bestemming zal worden onttrokken en dus geen zekerheid biedt in de continuïteit van hun bedrijfsvoering. De tijd die verstreken is tussen aankoop door de gemeente en in procedure brengen van het bestemmingsplan is niet zodanig kort dat betrokkenen daarop niet hadden kunnen anticiperen in hun bedrijfsvoering.
Bovendien heeft de gemeente in verband met de verkoop van het perceel aan Waardzone (ontwikkelaars/bouwers) de pacht tijdig schriftelijk opgezegd. Ook deze handeling is een signaal dat geen beroep meer op de agrarische grond kan worden gedaan.
- 15 -
De ontwikkeling van het plangebied is passend binnen het gemeentelijke en regionale woningprogramma qua aantallen en woningtypologie. Met dit programma heeft de Provincie ZuidHolland ingestemd. Om te kunnen voldoen aan de groeiende woningbehoefte wordt zowel ingezet op de bouw van woningen op inbreidingslocaties als uitbreidingslocaties. Vanwege de flinke ontwikkelingsopgave waar de regio Drechtsteden voor staat en de opgave die daarmee ook in Hardinxveld-Giessendam moet worden opgelost is het noodzakelijk om groei te realiseren buiten het bestaand stedelijk gebied. In Hardinxveld-Giessendam zijn geen ‘binnenstedelijke’ ontwikkellocaties gelegen voor de bouw een kwalitatieve woonwijk van 170 woningen met typologieën zoals ‘rustig en groen’-wonen. Aanpassing De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
4. AMBTSHALVE AANPASSINGEN Het bestemmingsplan behoeft nog enkele ambtshalve aanpassingen. Het betreft zowel de toelichting als de planregels van het bestemmingsplan. Toelichting
Paragraaf 4.3 wordt aangepast (tekst en kaartjes) in verband met afstemming op het in voorbereiding zijnde landschapsplan, ontsluitingsstructuur en waterhuishoudkundige uitgangspunten.
Paragraaf 6.1 wordt aangepast in verband met aanvullende archeologische veldonderzoek dat is uitgevoerd door archeologisch adviesbureau Vestigia. De rapportage wordt toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan.
Paragraaf 7.3 wordt aangepast in verband met de ontheffing Wet natuurbescherming die voor de planontwikkeling is verkregen bij de Omgevingsdienst Haaglanden op grond van de beschikbare depositieruimte als gevolg van de snelheidsverlaging naar 100 km/h op de snelwegen.
Paragraaf 7.6.3 wordt gewijzigd in verband met recente onderzoeksgegevens van EcoResult.
Paragraaf 7.6 Bodem moet zijn paragraaf 7.7. De rest van de paragrafen wordt ook vernummerd.
Paragraaf 7.7.2 (Bodemonderzoek) wordt aangevuld met de resultaten van het nadere onderzoek dat door Dordrecht Research is uitgevoerd.
Bijlage 2 (Stedenbouwkundig Programma van Eisen) is onderdeel van de bijlagen bij de planregels en wordt daarom als bijlage bij de toelichting verwijderd.
Bijlage 6 (Onderzoek stikstofdepositie) wordt aangepast naar aanleiding van de wijziging van de Aeriustool.
Aan de bijlagen wordt het nadere bodemonderzoek van Dordrecht Research d.d. 5 augustus 2019 toegevoegd.
Verbeelding
Op de verbeelding schuift de specifieke bouwaanduiding – woningdichtheid 3 in noordelijke richting op. Dit in verband met de stedenbouwkundige opzet in relatie tot de mogelijk toekomstige ontsluitingsstructuur van 't Oog in het algemeen en het woongebied voor de 170 woningen in het bijzonder.
- 16 -
Planregels
Artikel 3. In leden van dit artikel wordt een aantal keren verwezen naar artikel 4 (4.1, 4.3.1 en 4.3.2). Dit moet worden vernummerd tot 3.1, 3.3.1 en 3.3.2.
Artikel 3.2 onder c wordt gewijzigd in die zin dat de daar vermelde bouwhoogte van 20 meter wordt verlaagd naar 16 meter.
Bijlage 1 bij de planregels wordt voorzien van een oplegnotitie in verband met afstemming op het landschapsplan, ontsluitingsstructuur en waterhuishoudkundige uitgangspunten. De oplegnotitie maakt de verschillen inzichtelijk ten opzichte van het vastgestelde Stedenbouwkundige Programma van Eisen.
In het definitieve ontwerpbestemmingsplan 't Oog Wonen, fase 1” zullen de wijzigingen worden doorgevoerd, waarna het bestemmingsplan in de vaststellingsprocedure zal worden gebracht. Hiervan zal in de gemeentelijke voorlichtingsrubriek en de Staatscourant melding worden gemaakt onder verwijzing naar de vindplaats van het bestemmingsplan op www.ruimtelijkeplannen.nl.
- 17 -